donderdag 28 augustus 2025

Jonge koekoeken gaan vertrekken.

jonge koekoek, 26 aug 2025
Eind augustus zijn alleen nog jonge koekoeken te zien. De ouders zijn al lang en breed vertrokken naar Centraal-Afrika. Deze vogels hebben de lange reis voor een groot deel achter de rug en zijn al of bijna in de buurt van Angola, Zambia en Mozambique.. De jonge koekoeken die hier geboren zijn, zonder dat ze dat weten ook naar het gebied waar hun ouders nu verblijven. 

Ik zag in de afgelopen paar dagen drie van die jonge koekoeken verbaasd de wereld inkijken. Ze zaten wel op gepaste afstand op een paaltje maar waren niet echt schuw. Dat schuwe ken ik wel van de oudere koekoeken. Die zouden nooit zo lang en zo dichtbij op een paaltje blijven zitten.

volwassen koekoek, 16 mei 2025 Noordwaard
Als ik zo eens terugdenk aan de aantallen koekoeken die in het voorjaar in de Biesbosch zijn en een partner zoeken dan zijn dat er nogal wat. Stel dat al die vogels een partner vinden en voor nageslacht zouden zorgen dan praat je over een enorm aantal jonge koekoeken. Elk vrouwtje legt zo'n vijftien eieren in de nesten van kleine zangvogels die stuk voor stuk hun stinkende best doen om die snelgroeiende jonge koekoek van eten te voorzien Die jonge koekoeken zijn makkelijk vijf keer zo groot dus gaat gaan nogal wat voedsel in. Uiteindelijk vliegt daar een aanzienlijk deel van uit en dan hebben we al gauw over enkele honderden jonge koekoeken alleen al in de Biesbosch. Dat ik nu drie jonge
Eijerwaard, 29 april 2025
zie is eigenlijk maar weinig en dan vraag ik mij af waar die dan allemaal gebleven zijn? Deels zijn die misschien al vertrokken en dat zijn dan waarschijnlijk de vroegste vogels die al in mei zijn uitgekomen. Maar dan nog, ik had het idee dat ik in deze periode nog wel wat meer jonge koekoeken zou zien. Normaalgesproken ben ik niet zo met deze specifieke soort bezig maar dit jaar hebben ze wat meer mijn aandacht. 

Het was zogezegd mijn "jaar van de koekoek". Het was meer voor mijzelf om een beeld te krijgen hoeveel koekoeken ik nou eigenlijk in een jaar tegenkom. Ik weet dat ik nog een flink aantal gemist heb maar de honderd koekoeken ben ik inmiddels ruimschoots gepasseerd waarbij het gaat om meer dan 95% roepende of eigenlijk zingende koekoeken. 
en zo vliegt hij weg.
De jonge vogels van de afgelopen dagen zijn goed te herkennen aan het verenkleed. Alle veren hebben nog witte toppen en de witte vlek achter op de kop is typisch voor een jonge koekoek. Die zie je nooit bij een volwassen vogel. Het verenkleed van een jonge koekoek kan heel variabel van kleur zijn maar de meest voorkomende vorm is toch grijs. 

Wat minder algemeen zijn de bruine varianten en dat wil overigens nog iet zeggen dat deze bruine koekoeken later als ze het volwassen kleed krijgen ook bruin zullen zijn. De definitieve kleur is pas bij volwassenheid te zien. Maar dan moeten we toch weer even wachten en horen we volgend voorjaar de jonge vogels met wat geluk weer "koekoeken" in de Biesbosch.

Wil je meer weten van deze ultieme voorjaarsvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/koekoek

maandag 25 augustus 2025

Vol verwachting klopt mijn hart.

een wolk steltlopers
Vanaf nu en met name over een paar weken zien we veel steltlopers uit het noorden in ons land arriveren. Vooral langs de kust is veel te zien en dan is het zaak om goed op te letten om zo de krenten uit de pap te halen. Morinelplevieren staan dan wel heel hoog op mijn lijstje want dat is toch ook wel een van de lastigste soorten. En behalve deze zeldzame soort is het natuurlijk ook afwachten of er een hele bijzondere dwaalgast arriveert. Best wel een spannende tijd en je moet dan geluk hebben om op de goede plaats op de juiste tijd aanwezig te zijn

kanoeten en 2 bontjes
Zo was ik een keer in Zeeland, ongeveer in deze tijd van het jaar toen honderden, zo niet duizenden steltlopers op een slikje stonden. Ze vlogen regelmatig op en vlogen dan in een soort formatie of beter gezegd in los verband een paar rondjes om daarna weer op het slikje te landen. Er zat van alles in deze groep van kanoeten tot goudplevieren tot kemphanen en bonte strandlopers. Allemaal steltlopers die in de komende tijd in hele grote groepen te zien zijn. 

zeldzame gestreepte strandloper
Het is altijd weer een heel spektakel om mee te maken. Vooral de grote groepen kanoeten trekken mijn speciale aandacht want dit is een minder algemene soort dan al die andere steltlopers. De ietwat bolle vogel met zijn wat stevige snavel valt altijd op tussen de andere steltlopers. Zeker als een exemplaar nog in zomerkleed is. De dieprode kleur valt dan al van verre op. Ik ben al blij als ik deze soort weer zie tussen de andere steltjes. Maar ja, het is geen morinel.

Met de krenten in de pap bedoel ik in dit geval dan de echte bijzondere soorten. De gestreepte strandloper, de breedbekstrandloper of grote grijze snip en in iets mindere mate de morinelplevier. Op deze laatste soort is de kans dan nog het grootst. Ik hoop dat het dit jaar weer lukt om de morinel te spotten. 

Wil je meer weten van deze mooie plevier, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/morinelplevier

donderdag 21 augustus 2025

Zeurende schooivogels.

een van de drie jonge buizerds, 3 aug 2025
De twee koppels buizerds die in de Oranjepolder leven, hebben dit jaar weer jongen grootgebracht. De jongen zijn alweer een tijdje geleden uitgevlogen en werden daarna een week of vier door de ouders gevoerd. Soms kan dat oplopen tot wel acht weken als er voldoende voedsel beschikbaar is. We zitten nu in een periode dat die jongen op eigen pootjes moeten gaan staan en dat gaat niet vanzelf. Elke ochtend als ik door de polder loop, hoor ik de jonge buizerds continu bedelen. Het zeurende geluid hoor je al van ver en blijft ook de hele wandeling door de polder aanwezig. Heel irritant soms.

een andere bedelaar, 3 jul 2025
De jonge buizerds zie ik nog niet zelf naar voedsel zoeken laat staan dat ze zelf gaan jagen. Dat zou dus kunnen betekenen dat er volop voedsel beschikbaar is en het de ouders weinig moeite kost om de jongen nog even te blijven voeren. Dat kan ook niet anders want er foerageren ook nog een negen blauwe reigers in deze velden. Hoe lang ze dit lijdzame wachten en zeuren de jonge buizers kunnen volhouden weet ik niet maar ze moeten toch een keer zelf in actie komen. 

Ze vliegen nu zeurend achter de ouders aan en zo zag gisterenmorgen zeven buizerds in de gemaaide velden rondhangen waarvan drie zeurende en vooral hongerige jongen. De vogels zijn al helemaal volgroeid en moet toch elke dag een serieuze prooi eten om in conditie te blijven. Werk aan de winkel dus.

een van de onvermoeibare ouders, 4 apr 2025

De meeste velden in de Oranjepolder zijn gemaaid of is het gewas geoogst. Mest is uitgereden en de rust is weergekeerd. Ik zie honderden duiven, kraaien, roeken en kauwen foerageren op de oogstresten en zie ik de Oranjepolder als een enorm grote gedekte tafel.

Ik ben benieuwd wanneer dat gezeur een keer afgelopen is en de jonge buizerds zelf in staat zijn om hun eigen kostje bij elkaar te scharrelen. Vanaf dat moment zijn het geen schooivogels meer maar roofvogels. 

Wil je meer weten van deze schooivogels, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/buizerd


maandag 18 augustus 2025

Veerkrachtige sternen.

grote sternen zoals ik ze nu nog niet heb gezien
De vogelgriep heeft de afgelopen jaren onder de sternen flink huisgehouden. In 2022 begon de ellende en werden hele broedkolonies grote sternen door het virus geveld. Vooral deze grote sternen hebben flinke klappen gekregen en ik moet met name dit jaar veel moeite doen om ze te zien. Ze hebben tot op heden nog steeds last van de naweeën van dit virus wat volgens mij ook steeds opnieuw de kop opsteekt. 

Ik zag een hele tijd geleden een documentaire over de grote sternen en hun veerkracht. De kolonie was vrijwel geheel gestorven aan deze ziekte maar liet een jaar later een ongekende veerkracht zien door de broedkolonie weer geheel te bezetten. Er werden weer eieren uitgebroed en jongen vlogen weer uit. Heel apart om dit te zien. 

dwersterntjes met hun gele snavel
Met de dwergstern gaat het volgens mij wel iets beter. Mogelijk dat ze wat minder vatbaar zijn voor het virus. Het is wel bijzonder want in het broedseizoen zitten ze niet zo heel ver uit elkaar. Met name de Waddenzee en de Delta zijn de gebieden waar ze allebei leven, vissen en broeden. Vooral kleine, kale schelpen eilandjes zijn in erg bij ze in trek.

De grote stern is goed te herkennen aan de grote zwarte snavel met een geel puntje en de dwerg-stern heeft juist een gele snavel met een zwart puntje. Ze zijn daardoor goed uit elkaar te houden. Daarbij is de dwergmeeuw echt een dwerg en een stuk kleiner dan de grote stern. Wat dat betreft zijn de namen van deze twee sternen goed gekozen.
grote sternen met hun zwarte snavel
Over een paar weken zijn alle dwergsternen weer vertrokken en moeten we weer een half jaartje wachten op hun terugkeer. De eerste dwergsternen zijn al ruim een maand geleden al vertrokken. Voor de grote sternen ligt dat toch even wat anders.

Er zijn tegenwoordig enkele grote sternen die het wagen om in de winter hier te blijven. Ik zie elke winter wel enkele grote sternen die langs de kust een visje proberen te vangen. Als de winter niet al te streng is besparen ze zo een lange gevaarlijke reis. Steeds meer vogels proberen zo te overwinteren en met de opwarming van het klimaat is de kans ook steeds groter dat het lukt.

Wil je meer weten van deze elegante vissertjes, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/dwergstern

donderdag 14 augustus 2025

Toch jonge steenuiltjes.

de paniekzaaier
Het is nu al wat later in het broedseizoen en ik kom nog steeds jonge vogels tegen. Afgelopen week hoorde ik een paar alarmerende vogels in het struikgewas van de Oranjepolder. De hoorbaar toegeslagen paniek trok mijn aandacht en ik speurde in het dichte struikgewas. Niet voor niets bleek later want ik keek niet alleen naar de in paniek geschoten zangertjes maar ik keek ook een jonge steenuil in de ogen.

De jonge steenuiltjes zijn volgens mij geboren op het erf van de boer in de Oranjepolder. Ik sprak deze boer in het voorjaar toen ik op zijn erf tussen de grote groep huismussen op zoek was naar ringmussen. Ik stond bij de ingang van zijn erf toen hij naar mij toekwam en vroeg wat ik gezien had. Hij vertelde mij toen dat in zijn steenuilenkast, achterop het erf een koppel steenuitjes zat. Ze zaten daar alweer een paar jaar goed verscholen maar waren nog niet eerder tot broeden gekomen en ook dit jaar leek het daar niet op uit te draaien.

adulte steenuil bij de nestkast
Achteraf moet het in deze kast dus wel zijn gelukt. Nadat ik het eerste steenuiltje in de ogen had gekeken ontdekte ik een paar bomen verder een tweede steenuiltje. Ook dit uiltje had een vage tekening op de kopveren wat duidde op het juveniele verenkleed. Een volwassen steenuil heeft een duidelijk scherpe tekening op de kop. Ook zag ik nog wat donsveertjes tussen de veren..

In de IVN Natuurtuin hopen we al heel veel jaren op de vestiging van een koppel steenuilen in de tuin. De uilenkast die we hier ruim tienjaar geleden hadden opgehangen is inmiddels vergaan. 
nummer 2 zat iets verder
De kast was de laatste jaren in gebruik genomen door honingbijen die hier wonder boven wonder ook nog konden overwinteren. De steenuilen uit de Willemspolder staken de A27 niet graag over en bleven dus bij ons uit de buurt. Steenuilen zijn geen echte reizigers en trekken soms amper een paar kilometer ver weg. Dus van de Willemspolder naar de Oranjepolder is voor een steenuil een flinke onderneming.

Nu deze jonge steenuilen uitgevlogen zijn en hier rondzwerven maken we in de Natuurtuin voor het eerst kans op de vestiging van steenuilen in de tuin. De jonge steenuilen gaan in deze tijd van het jaar op zoek naar een eigen territorium. Binnenkort wordt speciaal voor deze vogels een hagelnieuwe uilenkast gehangen. En dan is het afwachten en hopen.

Wil je meer weten van onze kleinste uilensoort, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steenuil

maandag 11 augustus 2025

Poelruiter tussen de groenpoten.

poelruiter in de Biesbosch, mei 2024
Het is altijd een speciaal momentje als je een poelruiter ontdekt. Het is een van de lastigste soorten omdat heel veel ruiters in deze tijd van het jaar al in het winterkleed zijn. Dat betekent veel lichtgrijze vogels met weinig tekening op de veren. En zie dan zo'n zeldzaamheidje er maar eens tussenuit te pikken. Er zijn altijd wel een paar uitzonderingen te ontdekken zoals zwarte ruiters en bonte strandlopers die in deze tijd nog weleens in zomerkleed rondstappen. Het gaat in deze tijd dan vaak om de details zoals silhouet, snavels en poten. Trouwens het draait altijd wel om de details en daar zijn de vergissingen dan ook snel gemaakt.

poelruiter vorige week was
veel lastiger te herkennen
Dus check-check-dubbelcheck is dan het devies. Deze poelruiter liep al foeragerend op een slikplaat tussen een aantal groenpootruiters. De groenpootruiters waren net als de poelruiter grijs gekleurd en overwegend in winterkleed getooid. Het verschil was dat de groenpootruiters een opgewipte snavel hadden, groter waren een langer lichaam hadden en een wat grijzere koptekening hadden. De poelruiter heeft een egaal lichter gekleurd kopje, een rechte niet al te lange snavel en een mooi zwart kraaloogje. Maar verder zijn maar weinig verschillen te ontdekken. 

Dat kwam natuurlijk ook de afstand waarop de vogels liepen te foerageren en daarbij kwam ook nog eens dat het licht die middag niet optimaal was. Veel trillingen en schittering door het tegenlicht.

De poelruiters trekken over ons land naar het zuiden zijn hier maar heel even te zien. Ze komen aan de grond om even te foerageren en vrijwel dezelfde dag vertrekken ze weer. De tocht is nog lang en er is maar weinig tijd om lang te blijven hangen. Soms zijn het een paar dagen maar nooit veel langer. Vorig jaar zat een poelruiter een paar dagen in de Biesbosch en verbleef een paar dagen in een grote plas regenwater in een weiland. Een paar weken geleden zaten zelfs twee poelruiters in de Otterpolder in de Biesbosch maar die waren daar maar 1 dag en waren snel vertrokken.

Wil je meer weten van deze elegante steltloper, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/poelruiter

donderdag 7 augustus 2025

Wishful thinking.

Ross' gans 
Het wordt ook wel wensdenken genoemd. Ik kwam hierop door een opmerking bij een melding op waarneming.nl. Een waarnemer had bij zijn melding van een Ross' gans bij Breda geschreven dat de gans geen pootringen had, een gaaf verenkleed had(niet geleewiekt) en schuw was. Om zijn bevindingen kracht bij te zetten schreef hij "hoe wild wil je hem hebben?". En die laatste opmerking zou dan de conclusie zijn dat het hier om een echte wilde Ross' gans zou gaan. 

Deels kloppen zijn argumenten wel maar schuw was deze vogel op zijn minst. Hij is vrijwel handtam en is tot op een meter of tien benaderbaar. Dat is ook goed te zien aan de vele goede foto's die op waarneming.nl zijn bijgevoegd. Waar deze waarnemer aan voorbij gaat is het moment oftewel de tijd in het jaar waarop de vogel hier aanwezig is. 

de Bredase Ross' gans
Deze prachtige gans leeft hoog in Noord-Amerika en dan zelfs nog in het Arctische deel van Canada. Ze broeden daar in deze tijd op de toendra's van Nunavut, een eindje uit de buurt dus. In het najaar trekken de de Ross' ganzen in grote groepen vaak samen met sneeuwganzen zuidwaarts. Ze vliegen dan naar Californië, Texas en New Mexico en zeker niet naar Europa.

Heel af en toe verdwaalt een Ross' gans en komt dan bijvoorbeeld in Europa terecht en wordt dan een zogenaamde dwaalgast genoemd. Dit gebeurt maar heel zelden en al helemaal niet in onze zomer en dan ook nog hier zo makkelijk te zien is. De opmerking van de betreffende waarnemer "hoe wild wil je hem hebben?" is dus met deze wetenschap dat het een zeer zeldzame dwaalgast zou zijn geheel misplaatst. Deze mooie gans is ondanks alle kenmerken en argumenten een zogenaamde escape. Mogelijk ooit ergens in een volière gekweekt en van daaruit ontsnapt.

sneeuwgans, 19 feb 2012
De waarnemingen van zeldzame vogels zoals dwaalgasten worden door de CDNA(Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna) beoordeeld en neem van mij aan dat ze deze gans nooit als een wild exemplaar accepteren. 

In de winter van 2011/2012 zat in de Biesbosch een sneeuwgans waar je dezelfde argumenten van "echtheid"' bij kunt zetten zoals die bij de Ross' gans staan. De sneeuwgans was ongeringd, had een gaaf verenkleed en ook deze vogel was niet heel erg schuw. Hetzelfde verhaal als nu met de Ross' gans. De sneeuwgans trok op met een groepje soepganzen en liet zich ook

 prima fotograferen.
Spieringpolder, 5 feb 2012
Er is echter een heel wezenlijk verschil te noemen, de vogel zat hartje winter in de Biesbosch. De tijd van het jaar klopte deze keer wel en de CDNA oordeelde dan ook dat dit een "echte" wilde sneeuwgans was. Het zure van verhaal van deze prachtige sneeuwgans is dat een veerpont passagier de overstekende sneeuwgans heeft doodgereden.

Samengevat gaat het ook in dit verhaal over de Ross' gans simpelweg om de optelsom van feiten en argumenten die een waarneming compleet maken. In het rijtje ontbreekt dus een cruciale schakel waardoor de waarneming helaas niet klopt en het in dit geval bij wensdenken zal blijven. Neemt niet weg dat het een prachtige vogel is.

Wil je meer weten van de Ross' gans, klik dan op de link;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Ross%27_gans

maandag 4 augustus 2025

Misschien wel onze mooiste duif.

zomertortel, 2 juni 2020
Elk jaar komt de zomertortel wel een keer op mijn pad. Maar ik moet dan wel naar Zuid-Holland want daar is de populatie nog enigszins op peil. Het gaat al heel veel jaren achterelkaar hard achteruit met dit duifje en je kunt eigenlijk wel stellen dat de populatie inmiddels in een vrije val verkeert. De jaren dat de zomertortel hier in de buurt te vinden was, liggen alweer een tijdje achter ons.

Een zeldzame keer hoorde ik in het Merkske en in Breda nog een zomertortel roepen en nu dan een in de buurt van de Bleeke Heide. Ik dacht altijd dat de achteruitgang vooral te maken had met de intensieve landbouw in ons land, te weinig geschikt voedsel en te weinig geschikte nestplaatsen. Maar tel daarbij op de jacht in Zuid-Europa en je hebt de complete formule om een soort uit te roeien.

nog geen 2 maanden oud, als die de
Franse jagers maar kan omzeilen.
Nu was de jacht op zomertortels in Zuid-Europa sinds 2021 verboden en zorgde dat voor een hele lichte toename. Goed nieuws zou je denken maar dat is maar van korte duur want vanaf 2025/2026 is de jacht in Zuid-Europa weer toegestaan. Hoe bedenk je het! Nemen we hier allerlei maatregelen om ze beschermen, worden op de trektocht naar Afrika boven Zuid-Europa weer de lucht uitgeschoten. 

Maar behalve de voor de zomertortels verwoestende landbouw en veeteelt en die idiote Zuid-Europese jagers heerst ook nog eens de ziekte "Het Geel" onder de zomertortels. Ik ken deze ziekte wel bij groenlingen maar ik wist niet dat deze ziekte juist bij duiven voor kan komen. De besmette duiven kunnen de ziekte op hun beurt weer als prooidier overdragen aan roofvogels. Verder komt de ziekte ook voor bij volièrevogels.

Oosterhout, 29 mei 2019
En als je dan alle bedreigingen bij elkaar optelt dan moet het wel slecht gaan met de zomertortel. Daar is zelfs een sterke populatie vogels amper tegen opgewassen. En met de huidige trage ontwikkelingen in de intensieve landbouw en veeteelt die alweer decennia op de verkeerde w eg zit, verwacht ik niet dat de boel op tijd verandert. 

De jacht maakt het nog een stuk erger en de genadeklap wordt wel door "Het Geel" gegeven. Het zou wel helpen als de Franse en Spaanse jagers "Het Geel" zouden krijgen van die besmette zomertortels. Een paar weken flinke diarree tijdens de vogeltrek wens ik ze wel toe.

Wil je meer weten van deze uitstervende tortelduif, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zomertortel

vrijdag 1 augustus 2025

Samenwerking op en top!

Als twee organismen voordeel hebben van een samenwerking spreek je van symbiose. En volgens mij zag ik daar afgelopen week weer een mooi voorbeeld van. In de Biesbosch, in de Noordwaard zag ik tussen de herkauwende schotse hooglanders een paar koereigers lopen. Dat is tegenwoordig niets bijzonders meer en dat is in de zomer in de Noordwaard zelfs een dagelijks terugkerend tafereel. Tien jaar geleden zou dat nog een zeer zeldzame waarneming zijn geweest en heel wat vogelaars de auto in hebben gejaagd. Met dank aan de opwarming van de aarde zullen we maar zeggen!

De samenwerking is daar altijd wel in de vorm van scharrelende koereigers tussen de grazende hooglanders. De koereigers vangen dan de door de hooglanders opgestoten insecten maar de hooglander heeft daar niet veel voordeel bij en vindt het allemaal wel best wat om hem heen gebeurd. Maar vorige week was dat wezenlijk anders.
De hooglanders lagen rustig te herkauwen en namen nauwelijks iets in zich op van wat om hun heen gebeurde. Ze stonden volgens mij op de automatische herkauw piloot.

De drie koereigers waren daar druk met insecten vangen op de kop van de hooglander. Ze stonden vlak voor de kop van de koe en pikten de insecten uit de vacht en waren daar druk mee. In dit geval hadden beide dieren hier voordeel bij. De koereiger vond zo gemakkelijk voedsel en de hooglander werd op deze manier bevrijdt van irritante insecten. Als beide dieren voordeel hebben bij deze samenwerking spreek je dus van symbiose/mutualisme.

Binnen de term symbiose heb je namelijk ook weer verschillende vormen en in het hierboven genoemde geval spreek je dan van mutualisme. Beide organismen hebben hier voordeel. Als maar een organisme voordeel heeft dan spreek je van commensalisme en dat is dus meestal aan de hand als de koereiger tussen de grazende koeien opvliegende insecten vangt. De koereiger profiteert als enige van de twee van deze samenwerking. De koe heeft hier geen voordeel bij. Dit is dus de meest voorkomende vorm van samenwerking tussen koereiger en hooglander.

Als maar een organisme voordeel heeft en het andere organisme heeft nadeel van de samenwerking spreek je van parasitisme en daar is in dit geval geen sprake van. Je moet dan bijvoorbeeld denken een een teek die op een hond zit. De teek heeft voordeel en de hond heeft nadeel. Dus vorige week zag ik binnen de symbiose samenwerkingsvorm tussen hooglander en koereiger voor het eerst de vorm mutualisme. De twee dieren genoten er volgens mij ook nog eens van. Mooi om te zien toch?

Wil je meer weten over de kleine koereiger, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/koereiger