vrijdag 26 februari 2016

Kievit, vogel van het jaar 2016

Als er een vogel is die geniet van deze winter dan is dat de kievit wel. Deze vogel hoeft niet veel energie te verstoken om de winter zonder al te veel schade door te komen. Het is namelijk zo dat deze vogel meebeweegt met de vorstgrens en dus in een stevige vorstperiode weggedrukt wordt naar de warmere streken in het Zuiden. En deze extreem milde winter zorgt er dus voor dat hij hier lekker rond kan blijven hangen. Af en toe zie ik een groepje in een kale akker in de Oranjepolder zitten. Niet veel maar het is ook een klein poldertje. In het voorjaar hoor je ze nadrukkelijk, zelfs heel laat op de avond als de zon al ruimschoots onder is, tjuuwiet, tjuuwiet, tjuuwiet.

Afgelopen voorjaar sneuvelden nogal wat pullen als het gras van de velden werd gehaald, veel ouder vogels vliegen dan in paniek rond maar dat haalt niet veel uit. Het boerenproductiebedrijf moet doorgaan want met name daar geldt, tijd=geld. Wat later in het seizoen zien we dan gelukkig wel her en der wat jonge vogels van de tweede leg in de akkers staan.

In de Hardenhoek in de Biesbosch zitten momenteel echt serieuze groepen, vaak ineengedoken aan de rand van een grasstrookje dat nog net boven het water uitsteekt. Deze groep kiest maar af en toe massaal het luchtruim, meestal als er gevaar dreigt en dat is nogal eens in de Hardenhoek. Is het de slechtvalk niet dan is het de zeearend wel.

een mooie kievit in het voorjaar
Dat de kievit dit jaar als "vogel van het jaar" is gekozen, is niet voor niets natuurlijk. Elk jaar neemt de populatie met maar liefst vijf procent af en dat is alweer sinds halverwege de jaren negentig gaande. Toch is de kievit nog in behoorlijke aantallen aanwezig in Nederland, men schat dat er tussen de 145.000 en 216.000 broedparen zijn en dat waren er in het jaar 2000 nog rond de 300.000. Dan zie je pas hoe sterk de aantallen teruglopen en dat is op zijn minst zorgelijk te noemen. Laatst was nog in het nieuws dat het goed gaat met de kievit maar dat is hooguit een opleving in een sterk dalende trend te noemen.


Je moet er niet aandenken dat er in de komende tien tot vijftien jaar nog eens 100.000 stuks verdwijnen want daar hebben we het dus over.
Opvallend is de enorme afname in het rivierengebied, die ver boven het landelijk gemiddelde ligt. De afname is hier ruim 8% in een jaar en dat dus jaar na jaar. In het Noordelijke kleigebied en veengebieden is de afname met 4% het laagst. Dus, nogmaals dat deze vogel gekozen is tot vogel van het jaar is dan ook niet vreemd. Er worden dit jaar allerlei initiatieven genomen om deze vogel onder de aandacht te brengen, te monitoren en onderzoek te doen. Ik hoop dat door deze extra aandacht het tij gekeerd kan worden en we nog lang van deze vogel in de Oranjepolder kunnen blijven genieten.

Wil je meer weten van deze bedreigde weidevogel, klik dan op de link;  http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/101

dinsdag 23 februari 2016

tjif-tjaf, tjif-tjaf, tjif-tjaf.

Het is nog erg vroeg in het jaar en je hoort ze misschien nog niet maar ze zijn er wel. Vandaag(zaterdag, 20 februari) werden er al dertien gemeld op waarneming.nl en ik was er daar een van. We zagen hem laag in de rietkraag van het Kromgat scharrelen. Hij was niet echt schuw en verplaatste zich slechts met een metertje tegelijk. Als hij nou geluid gaat maken dan is dat helemaal mooi en dat weet je dat het voorjaar er aan komt. Maar daar is hij nu nog te zuinig voor. De meeste tfjiftjaffen trekken in de winter naar Zuid Europa en maar een heel klein deel blijft de hele winter hier.

tjiftjaf, voorjaar 2015
De tjiftjaf roept zijn eigen naam, net als de koekoek, grutto en oehoe. Deze klank- nabootsing wordt ook wel een onomatopee genoemd en komt uit het oude Grieks, onoma= naam, poiéö=maken. Deze stijlfiguur komt in veel talen voor en komt niet alleen in namen voor maar ook om iets duidelijk te maken zoals een brullende leeuw of een piepende muis en wat te denken van ouders die hun kind vertellen over een woefje of een toetoet.

Maar we hadden het over de tjiftjaf. Dit vogeltje is, als hij zijn naam niet roept nog niet zo makkelijk te onderscheiden, zeker in het begin van het "seizoen" is dat het geval. Want hij lijkt erg veel op de fitis en als die weer in het land is, komt de herkenning toch aan op een stukje kennis van de vogelaar. De fitis is pas vanaf de tweede helft van maart weer in Nederland te horen en te zien. Zo heeft de tjiftjaf donkere pootjes en de fitis heeft roze gekleurde pootjes en een wat langere snavel en oogstreep. Maar als je zo'n vogeltje alleen in het veld ziet en je hebt geen vergelijkingsmateriaal, blijft het toch lastig. Dus hou het op de kleur van de pootjes zou ik zeggen. Nog wat later in het seizoen maken ze volop geluid en dan is het probleem vanzelf opgelost.


Het gaat ook goed met dit vogeltje, dit in tegenstelling tot de weidevogels. Elk jaar een lichte stijging in de aantallen broedparen met een paar "dipjes" in 1999 en 2008. De jaren daarna zag je direct een forse stijging zodat het verlies gelijk weer goedgemaakt werd. Men schat dat er nu ongeveer 550.000 tot 600.00 broedparen in Nederland zijn. Het overgrote deel zit in Oost Nederland, trek grofweg een lijn van Drachten naar Bergen op Zoom en alles ten Oosten daarvan is tjiftjaf gebied.

Het lijkt er zo dus op, dat ze niet zo van de weidse polders en kustgebieden houden. Het zijn meer liefhebbers van de zandgronden en bossen. En ook hier zitten wij weer goed, want wij zitten namelijk op de grens van zand en klei. Ze komen in flinke aantallen voor. Let de komende dagen daarom goed op, want dan kun je de eerste roepende tjiffen van 2016 waarnemen.

Wil je meer weten van deze kleine zanger, klik dan op;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/223

vrijdag 19 februari 2016

Ed en Willem zijn thuis

bever in de weer met takjes
Niet alleen de vogels maken de Oranjepolder interessant maar ook het andere "wild" is de moeite waard. Zo liep ik deze week langs De Donge tak die doodloopt bij het viaduct van de A59 toen ik de beverburcht zag die daar alweer een paar jaar wordt bewoond. Alweer een paar jaar zie je daar dat de bevers zich hier op een eilandje definitief gevestigd hebben en er zich thuis voelen. Aan het eind van de winter worden dikke stammen doorgeknaagd, soms wel met een diameter van dertig centimeter, takken worden versleept naar de burcht die er, zoals het nu lijkt, een verdieping bovenop krijgt. De glijbanen worden intensief gebruikt als je de glimmende geultjes bekijkt. Niet zomaar een paar, nee deze bever familie heeft er een stuk of zes in gebruik. Ennnnnn, glijden maar!

beverburcht aan De Donge
Deze bevers komen uit de Biesbosch waar ze alweer vijfentwintig jaar geleden zijn uitgezet. Na de moeizame start met veel sterfte in de beginjaren groeit de populatie nu gestaag om niet te zeggen dat die nu snel aan het groeien is. Als deze groei van tweehonderd dieren in 2005 naar zeshonderd dieren in 2012 verder doorzet, dan zouden er in 2035 maar liefst 7.000 in Nederland leven.

Alle uitgezette dieren in de diverse gebieden in Nederland en België zouden dan met elkaar in contact komen en kunnen kruisen. Dat gaat er weer voor zorgen dat inteelt en een zwakke populatie niet voor problemen kan zorgen. Nee de zorgen zullen de komende jaren vooral komen door de schade die gaat ontstaan aan landbouwgewassen, boomteelt en graafschade aan dijken en wegen. Maar dat is voorlopig een probleem van latere zorg.

Deze dikkerds die wel tot vijfendertig kilo kunnen wegen kom ik zo af en toe wel eens tegen als ik in de Biesbosch met de vogelwerkgroep ga inventariseren. Net als die keer dat we de purperreigerkolonie gingen tellen in de Sliedrechtse Biesbosch, op nog geen meter van ons bootje op De Merwede, kwam er een boven die van schrik met een geweldige klap met zijn staart op het water sloeg en ons een frisse douche bezorgde. En over dikkerds gesproken, de bever die de burcht bij de Hillen bewoont(De Hillen is de oude vuilstort van de Gemeente Oosterhout), weegt zeker meer dan twintig kilo. Op een mooie avond in het voorjaar van 2014, zat hij vol in het zicht op zijn gat met een flinke tak in zijn voorpoten op de oever. We hebben hem lang en uitgebreid kunnen bekijken. In dit kleine stukje polder tussen De Donge en het Wilhelminakanaal hebben we inmiddels drie bewoonde beverburchten. Ik denk wel dat drie burchten in dit gebied het maximum is, er is niet veel ruimte voor nog een beverfamilie. Maar dat is niet erg, dit is al mooi genoeg, bevers in Oosterhout!

bever met een staart als een tennisracket
Wil je meer weten van deze enorme knager, klik dan op de link;
http://www.zoogdiervereniging.nl/bever

maandag 15 februari 2016

Hoor wie klopt daar?

moeder specht(zwarte baardstreep) is extra waakzaam
Alweer een paar keer een roffeltje van een grote bonte specht gehoord, de spechten in de Oranjepolder maken zich op voor een productief voorjaar. Tenminste dat hoop ik, want de soort moet in deze polder te zien en te horen blijven. Met name de groene specht is een juweeltje van een vogel die met zijn olijfgroene en soms gele glans exotisch aandoet. De rode pet maakt het plaatje af en alleen het mannetje heeft ook een rode baardstreep, het vrouwtje heeft een zwarte baardstreep(bij mensen zou dat per direct een baan op de kermis opleveren, "de vrouw met de baard", komt dat zien, komt dat zien).

In de IVN tuin hakte een groene specht een holte uit in een gezonde knotwilg. Twee jaar op rij heeft dit koppel deze nestholte succes- vol gebruikt. Minstens een jong maar het zouden er ook twee geweest kunnen zijn, zijn daar uitgevlogen. De groene specht is uiterst schuw en behoedzaam. Ook al zit je urenlang in dekking in alle stilte te wachten totdat het jong zich een keertje laat zien, ze hebben je gewoon in de gaten en wachten netjes tot je weer bent verdwenen. Af en toe een alarmkreet waardoor het jong nog dieper in de nestholte wegduikt maar die kreet is dan ook werkelijk alles wat je te horen krijgt.
Jonge nieuwsgierige specht
De grote bonte specht is wat betreft wat minder schuw, zo vloog een paar jaar geleden een koppeltje van boom naar boom toen wij daar aan het wandelen waren. Steeds een boom of drie verder totdat wij er waren om vervolgens weer een paar bomen op te schuiven. Geen paniek en geen alarm, maar wat die gasten weer een stuk beter doen, is hun nest verborgen houden. Ik weet dat ze ergens in de buurt van de parkeerplaats van SCO broeden maar welke boom ze gebruiken heb ik nog steeds niet kunnen achterhalen. Dat grote bonte spechten niet schuw zijn, werd vorige week maar weer eens duidelijk toen er een in onze voortuin aan een vetbol hing, dat zie je de veel grotere groene specht nog niet doen. Dit voorjaar ga ik toch eens op zoek waar dat nest verborgen zit. Er staan achter SCO wel wat berken en andere zachte houtsoorten, dus nestgelegenheid genoeg. Dat het goed gaat met de grote bonte komt ook omdat in de bossen minder wordt "opgeruimd" en er voldoende insecten en nestgelegenheid is. Men schat dat er inmiddels ruim zestigduizend broedparen leven, meer in Oost Nederland dan in West Nederland. Wij zitten zo'n beetje op de grens, net als dat de grens van zand en klei ook bij ons in Oosterhout ligt.


Ook vader specht(rode baardstreep) draagt zijn steentje bij
Wil je meer weten van deze schuwe groene bodemscharrelaar, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/69

Of wil je meer weten van de bont gekleurde trommelaar, klik dan op de link; http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/72

vrijdag 12 februari 2016

Zoals het biologische klokje tikt.....

Je voelt dat het voorjaar er aan komt. het is weliswaar eind januari en nog hartje winter, al zou je dat de laatste dagen niet zeggen. De temperaturen schommelen alweer een tijdje rond de tien graden en dat versterkt dat voorjaarsgevoel ook wel. Maar de vogels gedragen zich anders dan een paar weken, zeg maar, een maandje geleden. Kom je in alle vroegte buiten, dan hoor je al weer veel meer vogelgeluiden. Met name de heggenmus, winterkoning, roodborst, merel en de "fietspomp" laten zich nadrukkelijk horen. En ook de zanglijster heeft zich inmiddels in het rijtje van "vrolijke vroege vogels" gevoegd. En die hoor ik eigenlijk het liefst.

Top drie van een paar vroege zangers(in startvolgorde van de vroege ochtend van nu)
De vogels hebben niet zoveel met die temperatuur schommelingen, dan weer een koude en dan weer een warme dag, nee die luisteren gewoon naar hun biologische klok. het neemt niet weg dat een paar "warmere" winterdagen de vogels goed doen en het wat makkelijker rondkomen is. Maar die biologische klok wordt dus niet zozeer door de dagtemperaturen beïnvloed maar door daglicht. De dagen worden alweer langer, het wordt eerder licht en dat hebben ze in de gaten. Het voorjaar komt eraan want de meteorologische lente begint over een paar weken op 1 maart.

jonge winterkoning in de IVN natuurtuin
Eigenlijk is dat ook een heel logisch principe dat het lengen der dagen dat bepaalt want hiermee in verband kun je ook naar de vogeltrek kijken. Stel dat het hier extreem koud is of net zoals nu lenteachtige temperaturen, dan weet een overwinterende rietzanger in Afrika dat toch niet? Toch vertrekt hij gewoon op dezelfde tijd terug naar Europa en wacht hij heus niet wanneer het het beste weer is om terug te keren, hij heeft geen Buienradar die hem een voorspelling meegeeft voor de komende dagen. Nee, zijn biologische klok geeft aan dat het tijd wordt om terug te keren om aan het broedseizoen te beginnen. En zo kan het gebeuren dat extreme weersomstandigheden de terugkeer behoorlijk kan verstoren, dan zou Buienradar toch een uitkomst voor ze zijn.

Zo merken al die standvogels ook dat het broedseizoen er aankomt en laten ze zich steeds meer horen; ik zit hier, dit is mijn gebiedje, vrouwtjes luisteren jullie goed naar mijn liedje? Er breekt weer een mooie tijd aan en het koor van zangvogeltjes wordt de komende tijd steeds verder uitgebreid met teruggekeerde zangertjes. Dat proces gaat dan nog wel een maandje of drie duren tot het hele koor compleet is maar dan hoor je in alle vroegte een muur van geluid waar het voor ons vogelaars "afzien" is om daar onderscheid in te maken. Maar ik kan niet wachten om weer in verwarring te worden gebracht.

Wil je meer weten van de vogeltrek, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/service__vragen/veelgestelde_vragen/q/varfaqcat/34

dinsdag 9 februari 2016

Sijsjes

Tot op vandaag kunnen we niet spreken van een echte winter. Veel lauwe dagen met veel wind en behoorlijk wat regen. Het is eerder een lange herfst die langzaam maar zeker overgaat in de lente.
En zo mag ik het graag zien want ik hou er niet van om 's-morgens in alle vroegte in de ijzige kou de autoruiten te krabben. Ook het vogel spotten gaat wat makkelijker als je vingers er niet half afgevroren bijhangen als je je kijker scherp wilt stellen. Meer voordelen dan nadelen voor mij, voor de natuur zal het wel anders in elkaar zitten en is een portie strenge vorst best wel goed. Ik denk dat ik behoorlijk wat gelijkgestemden in de vogelwereld heb, denk maar eens aan ijsvogels, die houden ook veel meer van deze slappe winter.

Ook die wintergasten vinden het volgens mij wel prima, die vliegen niet voor niets duizenden kilometers om het strenge winterweer in Scandinavië of nog verder weg te ontvluchten. Die zitten er echt niet op te wachten dat hier een pak sneeuw ligt en dat het vriest dat het kraakt. Kramsvogels, koperwieken, kleine zwanen, sijzen, brandganzen en kolganzen om zo maar wat soorten te noemen, die zitten nu hier en vinden volop voedsel om de winter goed door te komen en voldoende reserves op te bouwen om de lange reis terug weer aan te kunnen. Die kunnen na hun lange terugreis het intensieve en energie slurpende broedseizoen weer probleemloos aan!

vrouwtjes sijs in een "proppenboom" langs het Kromgat in de Oranjepolder
Van al die mooie overwinteraars wil ik de sijs er even uitlichten. Ook al is dit een standvogel die ook wel broedt in Nederland zie ik de sijs toch echt als een wintergast. Broeden doen ze overigens met name op de Veluwe waar veel naaldbomen staan, sporadisch in Brabant maar al helemaal niet in onze buurt. Het zijn er niet meer dan een paar duizend die in Nederland broeden. Het is een typische zaadeter en familie van de vink, dat is ook goed aan het model van de snavel te zien, prima geschikt om sparappels of elzenproppen open te breken en de zaden er uit te halen.
 
Dat ik de sijs er uitlicht heeft ook te maken met mijn wandeling van afgelopen zaterdagochtend. Al speurend naar bijzonderheden in onze polder kwam ik tot tweemaal toe een grote groep sijzen tegen, in de Willemspolder en in de Oranjepolder en zag ik de vogels bezig in de elzenbomen. Groepen van ruim dertig vogels, vlogen van boom naar boom, zachte fluitgeluidjes, geen alarmroepjes, niet bang en op zoek naar voedsel. Ze zitten niet lang stil op een takje en het is dan ook niet makkelijk om ze goed te bekijken. Ik was maar wat blij dat het mij toch lukte om er eentje op de foto te krijgen. Tot op heden heb ik ze ook nog niet bij ons in de tuin gezien terwijl we nog geen honderd meter van de polder wonen. Daar zaten vanmorgen wel twaalf groenlingen, die hadden de zonnebloempitten al snel gevonden, net als de vinken, allebei familie van de sijs. Of andersom, de sijs en groenling zijn familie van de vink. De vinken behoren tot de superfamilie Passeroidea en die bestaat grotendeels uit zaad- en plantenetende zangvogels. Deze superfamilie bevat vele in Europa bekende families en geslachten zoals de huismus, vinken, gorzen, heggemussen, kwikstaarten en piepers. Vrijwel alle zaadeters behoren tot deze familie.
 
Wil je meer weten over deze kleine wintergast, klik dan op de link;
 

zaterdag 6 februari 2016

Kleine en wilde zwanen

De kleine zwaan verblijft tijdens de wintermaanden van november tot en met februari in de Gecombineerde Willemspolder. Daar heb ik al verschillende keren wat over geschreven. Maar ik ben vergeten te vertellen dat ik in de voorbije jaren in de groep van zo'n tachtig kleine zwanen ook een paar wilde zwanen heb gezien. In de winter van 2014/2015 en ook in deze winter ontbraken ze en bestond de groep uitsluitend uit kleine zwanen. Gelukkig zijn kleine zwanen ook wilde zwanen en geen tamme zwanen maar het is toch een andere soort. Beiden behoren tot de familie van de eenden en tot de orde van anserformes, net als de knobbelzwaan overigens.
 
snavel wilde zwaan
De wilde zwaan is goed te herkennen als je weet waar je op moet letten, hij is wel wat groter dan de kleine zwaan maar het is niet makkelijk om dat gelijk te zien, zeker niet als hij onopvallend tussen een groep kleine zwanen op de grond zit. Nee, het echte verschil zit 'm in de gele vlek op de snavel. Zoals je op de foto kunt zien loopt de gele vlek uit in een punt naar het snaveluiteinde, voorbij de neusgaten. Deze wilde zwaan zwom tussen een groep kleine zwanen in de Spieringpolder in de Biesbosch. De wilde zwaan is trouwens de zwaarst vliegende migrerende vogel ter wereld.


snavel kleine zwaan
     De kleine zwaan, die helemaal niet zo klein is, hij heeft  
     namelijk een spanwijdte van 127cm. heeft een wat kleinere
     gele vlek op zijn snavel dan de wilde zwaan. De gele uitloop
     in een punt naar het snaveluiteinde ontbreekt. De kleine
     zwaan verblijft in de winter bij ons in grote groepen op het
     land en de wilde zwanen zitten toch vaker op groter water 
     zoals de randmeren, de Delta en Biesbosch. Veel wilde
     zwanen trekken naar Engeland, zeker de groepen die uit
     IJsland en Spitsbergen komen. Wat afzwaaiers komen naar
     Nederland maar die zwanen die dan in de Willemspolder 
     terechtkomen zijn echte bijzonderheden. De kleine  
     zwanen, deze ochtend toch nog een mooie groep van ruim vijftig stuks, zaten aan de andere kant van de Donge, aan de Raamsdonkse kant en ik verwacht dat ze binnen nu en een week of twee weer vertrekken. Er zijn in Europa heel wat studies naar de kleine zwanen gaande. Veel jongen worden in Siberië geringd en hun trekroute wordt nauwlettend gevolgd.

Het is dan ook heel leuk om ringen af te lezen en te melden. Je krijgt altijd reactie terug en leert je veel over de vogel die je hebt gespot. Ik heb al eerder geschreven over de kleine zwaan met de blauwe ring met de witte letters AJA. Ik heb hem er dit jaar niet tussenuit kunnen pikken, hij was er misschien wel maar het gras was te hoog om ringen af te kunnen lezen. Volgend jaar een nieuwe ronde met nieuwe kansen.

Wil je meer weten over de kleine zwaan, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/112
Wil je meer weten over de wilde zwaan, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/245

maandag 1 februari 2016

Brandjes, een vreemde eend in de bijt?

brandjes in de Hardenhoek in de Biesbosch
Tijdens de watervogeltelling, half januari zag ik achterin de Oranjepolder een flinke groep brandganzen opstijgen. Ik vermoed dat ze ergens uit de buurt van de achterste zandwinput vandaan kwamen. Mogelijk hebben ze overnacht op het water van de put of op de brede grasstrook tussen de twee putten in. Dat kon ik niet goed zien, maar in ieder geval stegen er zo'n negentig op en vlogen over mij heen, over de Oranjepolder, richting Oosterhout. Langzaam wonnen ze hoogte en al babbelend verdwenen ze uit het zicht. Apart om brandganzen in de Oranjepolder te zien, een soort die hier anders nooit te zien is.

brandjes overvliegend in de Oranjepolder
Maar dat je brandganzen hier in de toekomst steeds vaker gaat tegenkomen is vrijwel zeker. Want volgens recent onderzoek en tellingen van brandganzen, is deze gans sterk in opkomst en gaat hij over niet al te lange tijd de kolgans van de eerste plaats verdringen. De kolgans was in de winter altijd de meest voorkomende gans in Nederland. De brandganzen die bij ons overwinteren komen uit de Baltische zee. De Spitsbergen populatie overwintert op de grens tussen Schotland en Engeland. Dit zijn twee van de vijf verschillende populaties die op de wereld voorkomen. De Spitsbergen populatie is ongeveer dertigduizend brandjes groot. De omvang van de Baltische populatie ken ik niet.

De roodhalsgans van Melchior d'Hondecoeter
op het schilderij "het drijvend veertje" uit 1680
Om te broeden gaan ze in het voorjaar weer terug naar hun zomerverblijven maar steeds meer brandganzen blijven hier in de zomer rondhangen en broeden hier tegenwoordig ook. Waren dat in 2006 nog ongeveer zesduizend broedparen, zijn dat er in 2012 inmiddels meer dan vijfentwintigduizend! In de Biesbosch bij de Hardenhoek is het hele jaar door wel een flinke groep van zo´n tweehonderd brandganzen te vinden en ik weet eigenlijk niet of daar ook al gebroed wordt.

Nu was ik daar deze week om te speuren naar de op waarneming.nl gemelde roodhalsgans, die ik daar helaas niet gezien heb. Het blijft, wat deze bijzondere gans betreft, bij plaatjes in mijn vogelboeken en eenmaal op een schilderij in 't Rijks. Het drijvend veertje heet dat schilderij, en dat veertje zie je voor de pelikaan weerspiegelen in een plasje water. Het is werkelijk een prachtig schilderij en als ze het ooit wegdoen, nou dan weet ik wel een paar vierkante meter waar hij prima kan hangen.

Tegen de avond zag ik dat ruim vijfhonderd brandganzen zich verzamelden in de Hardenhoek. Een imposant gezicht als er zo´n groep van een paar honderd brandjes in jouw richting vliegt. De stilte van de Biesbosch werd door de korte blafjes van de ganzen tijdelijk verstoord. Er werden volgens mij enkele beleefdheden uitgewisseld, oude bekenden werden begroet en er werden wat waarschuwingen uitgedeeld en dat ging dan weer gepaard met flink klapwieken van de vleugels.

Wil je meer weten van deze vreemde in de bijt, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/24

woensdag 27 januari 2016

De "JSF" van de Oranjepolder

Dat torenvalken goed kunnen zien is duidelijk. Als je ze zo boven de weilanden, tegen de wind in, op een hoogte van vijftien tot twintig meter stil ziet hangen, is dat toch knap. Als de vleugels razendsnel heen en weer gaan blijft het kopje doodstil geconcentreerd het weiland beneden in de gaten houden. Alles wat tussen de grassprieten beweegt heeft hij in de gaten. Als er al een muisje het waagt om een wandelingetje te maken en de torenvalk ziet dat, dan laat hij zich al een blok naar beneden vallen, vaak mist hij de kleine knager maar het is ook vaak genoeg raak. Als deze manier van jagen niet succesvol was, hadden ze allang een andere manier bedacht, zo zijn die gasten wel. Deze manier van jagen kost veel energie maar levert wel veel op, een muis per half uur is haalbaar. Zittend op een paaltje en wachten tot er een muis voorbij komt kost weinig energie maar levert ook maar weinig op, slechts een muis per vijf uur! Een goede kosten baten analyse maken, is dus ook voor vogels erg belangrijk.

In de Oranjepolder zitten er altijd wel een paar. In de IVN natuurtuin broedt elk jaar een koppel en die hebben ook vrijwel elk jaar vier jongen. Dat geeft al aan dat er in de polder ruim voldoende muizen te vangen zijn.
"biddende" torenvalk in de Oranjepolder
Want naast het koppeltje torenvalken
leven er nog meer roofvogels in onze polder, buizerds, ransuilen, kerkuilen
en boomvalken met incidenteel een jagende havik. Dat moet voor al die knagertjes behoorlijk wat stress opleveren. Trouwens wat te denken van reigers, die kunnen er ook wat van hoor. Ik zag pas nog een reiger toeslaan, een dikke mol was de sjaak.

Jaren geleden zag je veel vaker torenvalken, ik weet nog goed dat ik er altijd wel een paar zag bidden langs de opritten van de A27, bij het viaduct van de Bovensteweg, in de Oranjepolder én in de Willemspolder en bij het Wilhelminakanaal.
Als er maar een open terreintje beschikbaar was, dan werd er door torenvalken gejaagd. Bij de opritten van de A27 en bij het viaduct van de Bovensteweg zie ik ze al jaren niet meer jagen. Het beperkt zich nu echt tot het koppel in de IVN natuurtuin en bij een boer in de Willemspolder die een kast op een paal op zijn erf heeft staan.

Het gaat dus echt niet goed met deze soort en dat komt onder andere door het gebruik van bestrijdingsmiddelen. In zijn prooien zoals veldmuizen zit dat gif en dat gif slaat de torenvalk onbedoeld op in zijn vetreserves. Op het moment van voedselschaarste, bijvoorbeeld in een strenge winter, spreekt de torenvalk zijn vetreserves aan en vergiftigd hij zichzelf en sterft. Drama!

Wil je meer weten van deze "joint strike fighter" van de polder, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/226

de "joint strike fighter" van de polder









J

zondag 24 januari 2016

Gast aan tafel

Het is zo vanzelf sprekend dat hij en zij er zijn. Vrijwel dagelijks scharrelen ze door de tuin, onopvallend en niet eens bijzonder, merels. Merels zijn heel algemeen en deze voormalige bos vogel is nu een echte stadsvogel en vrijwel altijd in de nabijheid van mensen te vinden. Jaar na jaar broeden ze in onze tuin, brengen jongen groot, verliezen soms een jong als die een misstap maakt en in de vijver terecht komt, dat is dan altijd weer een trieste ontdekking.

Deze tijd, als het wat kouder wordt en er minder voedsel te vinden is, want pieren zitten nu veel te diep en laten zich nu even niet zien, moeten ze het stellen wat wij aan ze geven of wat ze tussen de dorre bladeren vinden. De afgelopen week heb ik ze wat extra verzorgd door om de dag meelwormen te voeren, trouwens het roodborstje peuzelt daar ook lekker van mee. Waar zonnebloempitten voor de groenlingen en vinken het hoogtepunt op het menu zijn, zijn dat de meelwormen voor de merels en het roodborstje. Net als pinda's en vetbollen voor de mezen en walnoten voor de gaaien en eksters. Zo heeft elke vogel zijn voorkeur en dekken wij een paar keer per week de tafel voor onze gasten.

mannetjes merel
Tijdens de tuinvogeltelling was het een drukte van jewelste in de tuin en zagen we op een gegeven moment maar liefst zes groenlingen, twee vinken, twee tortels, een ekster, een koolmees, pimpelmees en twee heggenmussen. Onze gasten aan tafel heb ik gemeld op de site van de Vogelbescherming.

Ik hoopte ook nog op een bezoekje van de roodkeelnachtegaal maar dat zat er even niet in. Die kreeg namelijk ook meelwormen bijgevoerd, logisch dat hij in de tuin bij die mensen in Hoogwoud bleef rondhangen. En met de entreekosten van €,5,- per bezoeker had ik toch lekkere verse en levende meelwormen gekocht in plaats van die gedroogde wormpjes. In de afgelopen dagen zijn ruim 856 mensen naar deze bijzondere gast aan tafel gaan kijken, dus verse sappige meelwormen had hij eigenlijk wel verdiend.

Trouwens we dwalen af, want het ging over merels en die laten zich in alle vroegte als het nog pikdonker is, alweer van hun beste kant horen. Samen met de roodborstjes hoor je ze al tussen vijf en zes uur uit volle borst zingen. Zou dat door die lekkere (gedroogde)meelwormen komen?

Het gaat trouwens erg goed met de merel, we hebben in Nederland alleen al meer dan een miljoen broedparen en ondanks de verstedelijking en alle bedreigingen die je daar maar bij kunt bedenken, groeit het aantal broedparen gestaag. Goed nieuws als er wat meer van die zangers in de dakgoot zitten.

Dat het aantal merels toeneemt, komt ook door het aantal nesten wat ze per seizoen uitbroeden, dat kunnen soms wel drie nesten van vier eieren zijn en als daar dan niets engs mee gebeurt, nou dan weet je het wel. Elke tuin zijn eigen merel!

Wil je meer weten van deze vrolijke vroege zanger, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/143

donderdag 21 januari 2016

Zwanenzang in de polder

Het klinkt dramatischer dan het is, de zwanenzang in de polder is zeker niet het geluid van een stervende zwaan. Dat werd vroeger gezegd, dat als een zwaan gaat sterven dat hij nog een keer prachtig zou zingen. En mijn zwanenzang in de polder is inderdaad luisteren naar de mooie geluiden die de kleine zwanen kunnen maken, dat is alweer een stuk vrolijker want die zwanen sterven nog lang niet.
Geelpoot 22Z (foto van Wim Tijsen, Kleine zwanennieuws)
Minimaal een keer per week ben ik daar te vinden om naar de kleine zwanen te luisteren en te kijken. Ik probeer ook wel wekelijks in mijn blog even stil te staan bij mijn waarnemingen. Want al zou je denken, is daar wel elke week iets nieuws over te melden, die beesten zitten, waggelen of staan toch alleen maar in dat hoge gras? Nou dat ligt net even anders, trouwens dat hoge gras is een behoorlijke belemmering voor bijzondere waarnemingen. Ringen zijn bijvoorbeeld amper af te lezen. Dat het gras zo hoog staat hebben we te danken aan de veel te warme decembermaand. Maar ondanks dat hoge gras ontdekte ik toch weer een bijzondere kleine zwaan in de groep van ruim tachtig zwanen. En wel een mooie kleine zwaan met gele poten terwijl dat normaal gesproken zwarte poten moeten zijn.
 
In de nieuwsbrief van Wim Tijsen las ik dat in Brabant regelmatig een kleine zwaan met gele poten wordt gezien en die heeft ook een ring, Het is kleine zwaan WIT-22Z, de zeldzame kleurafwijking van zijn poten komt wel vaker voor en men denkt dat deze kleurafwijking ook genetisch overdraagbaar is. Meestal hebben deze zwanen ook een gebrek aan pigment in de snavel waardoor deze deels roze blijft zoals bij jonge vogels dat het geval is. "Onze" geelpoot heeft een gewone zwarte snavel met het kenmerkende gele vlak. Ik hoop dat hij nog even in de polder blijft rondhangen zodat ik uit kan zoeken of hij een ring heeft en natuurlijk wat daar dan op staat. Het zou mooi zijn als het de 22Z van Wim is!
 
Wil je meer weten van de mooiste wintergasten van Nederland, meld je dan voor de nieuwsbrief van Wim Tijsen door hem een mailtje te sturen. wimtijsen@ziggo.nl
 
Kijk ook eens op de site van de Vogelbescherming om meer te leren van de kleine zwaan;
 

zondag 17 januari 2016

Wie vogels telt, telt mee....

Vijftien januari was het weer zover, de maandelijkse watervogeltelling van SOVON. Die ochtend heb ik de Oranjepolder doorkruist voor deze maandelijkse telling. Gedurende de herfst, winter en lente, zeg maar van september tot april, wordt rond de vijftiende, de vaste teldag van iedere maand door mij een watervogeltelling in de Oranjepolder en De Blokken gedaan.

Oranjepolder en De Blokken
Ik had voor deze wandeling van Dommelbergen naar Raamsdonksveer een uurtje of drie uitgetrokken. Ik kan dan langs alle waterlopen, stadsvijvers en zandwinputten wandelen en vrij nauwkeurig al het "waterwild" in kaart brengen. In eerste instantie had ik er niet zo'n hoge pet van op. Ik verwachtte niet dat ik tien verschillende watervogels zou tegenkomen maar dat viel reuze mee, ook de aantallen waren stukken meer dan ik had verwacht.

Langs Het Kromgat, het watertje dat van rechtsonder naar linksboven op het kaartjes loopt, zag ik alleen maar waterhoentjes, meerkoeten en wilde eenden en in de stads vijvers, onderaan het kaartje, het grijze bebouwde gebied, zaten vooral waterhoentjes, wilde eenden en een verdwaalde meerkoet. Maar in de twee zandwinputten, rechtsboven op het kaartje zat het interessante spul en kon ik genieten van een tafeleend, grote groepen kuifeenden, flink wat futen, overvliegende brandganzen, kolgans en een paar aalscholvers. De moeite waard dus.

 Telresultaat januari telling








Ik ben nu al benieuwd wat de februari telling gaat opleveren. Vanmorgen, de volgende dag, zaterdag de zestiende was een heel andere ochtend. Nu stond voor de Vogelwerkgroep De Biesbosch een wintervogeltelling in de Noordwaard op het programma. Deze ochtend stond de polder Muggenwaard en Donderzand op het programma, wat een onvoorstelbaar en bijna on-Nederlands mooi gebied. Enorme watervlakten met hele, hele smalle weggetjes die nog geen vijftien centimeter boven het water uitsteken, hier moet je geen tegenliggers tegenkomen. Maar de vogelrijkdom is enorm, duizenden en duizenden eenden. We zagen onder andere een groep van honderdzeventig pijlstaarten om maar even wat te noemen. Meer dan duizend smienten, meer dan duizend wilde eenden, meer dan duizend krakeenden, slobeenden, wintertalingen en ga zo maar door.

Het dunne, lichte streepje in het water is de doorgaande weg.
En morgen de zeventiende sluiten we dit telweekend af met de Nationale tuinvogeltelling. De voedersilo's zijn gevuld, de pindanetjes hangen te uitnodigend te bungelen en de vetbollen zijn ververst. Ik zag al een stuk of zes groenlingen handig zonnebloempitten pellen, dat komt morgen wel goed.

Wil je meer weten van telprogramma's van SOVON, klik dan op de link,
https://www.sovon.nl/
Wil je meer weten van de Biesbosch, klik dan op de link,
http://np-debiesbosch.nl/

vrijdag 15 januari 2016

Drika de buizerd

Wachten en wachten totdat er iets gaat gebeuren, langs de weg een verkeersslachtoffer opruimen, een muis in het veld die het waagt, onder een door een buizerd bezette weidepaal door te lopen. De calorieën van een buizerd worden op een zeer efficiënte manier verbrand, geen vleugelslag onnodig en teveel. Hij weet heel goed wat hij doet. Geen wonder dat de buizerd de meest succesvolle roofvogel van Nederland is met inmiddels meer dan tienduizend broedparen.                                                      
is tie niet om op te eten?

Vandaag liepen we door de Willemspolder om weer eens van de grote groep kleine zwanen te genieten en het viel gewoon op hoeveel buizerds in de polder zaten. Daar zitten waarschijnlijk ook een paar Noren of Zweden tussen. We telden er zeker zeven in ongeveer een derde van de polder, waaronder ook twee vrijwel geheel witte buizerds(zie de een na laatste vogel in de "kleurenwaaier" hieronder)

De kleurvariaties van buizerds zijn er van vrijwel geheel donker bruin tot bijna helemaal wit en alle kleurschakeringen daar tussenin. Op waarneming.nl worden de kleurvarianten verdeeld in zevenen.

afbeelding van "waarneming.nl"
Dan is het nog een beetje overzichtelijk. De reden dat je op waarneming.nl een kleurvariant bij je melding aan kunt kiezen is vanwege het onderzoek dat gestart is naar de herkomst van de kleurvarianten. De variaties hebben een genetische basis, dat is al wel duidelijk en dat die in de evolutionaire tijd behouden is gebleven is ook duidelijk, maar waarom dat het geval is, is nog onduidelijk. Doet de ene kleurvariant het beter in een bepaalde habitat en doet de andere kleurvariant het weer beter in een andere habitat? In het onderzoek wordt dus gekeken of de varianten gerelateerd kunnen worden aan bepaalde habitat karakteristieken en/of klimatologische variabelen. Niet gering dus en de waarnemers in het veld kunnen een belangrijke bijdrage leveren door bij elke waarneming een van de zeven kleurvormen te kiezen. Ik heb dat dus ook vandaag weer gedaan en heb dus twee keer nummer zes, drie keer nummer twee en twee keer nummer drie gemeld.

Wil je meer weten van "drika de buizerd", klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/28

Duidelijk een nummer vier van de kleurenwaaier in de Willemspolder

dinsdag 12 januari 2016

De cowboys van de wijk

Ze lopen stoer, stoer verenpakje aan, niks camoufleren, ze krijsen om het hardst en jagen alles en iedereen weg, eksters! Je ziet ze overal in de wijk maar ook in de Oranjepolder, in de omgeving van de ijsbaan en de voetbalvelden van SCO, soms in tweetallen en ook nogal eens in wat grotere groepjes van een stuk of zes tot acht vogels. Dat zijn de jeugdige vogels die tot hun derde jaar bij elkaar blijven maar of ze dat ook leuk vinden betwijfel ik. Vaak is er onenigheid en jagen ze elkaar al krijsend op, geen oog meer voor hun omgeving. Ze struinen systematisch de wijk af, op zoek naar iets eetbaars. Bij ons in de voortuin staat een hazelaar die elk jaar ook noten draagt en die laten we natuurlijk altijd liggen voor de vogels. Soms een gaai maar meestal zijn het de eksters die de noten meenemen.
twee ongewapende cowboys

Die eksters doen mij altijd denken aan een boevenbende of wat milder uitgedrukt, een groepje baldadige kwajongens op zoek naar wat vermaak. De meeste andere vogels bouwen ergens verscholen een nestje, veilig verstopt zodat niemand het kan vinden, nee, dan de eksters, vol in het zicht, een joekel van een nest. Het geeft al aan hoe brutaal deze vogel is. Wel op hun hoede maar voor de duvel nog niet bang, scherp op wat er om hun heen gebeurt en overal als eerste bij. Zo leg ik op de voedertafel in de achtertuin regelmatig een handje walnoten en ik kan er dan de klok op gelijk zetten, de eksters hebben ze binnen een uurtje weggesleept. Een vermakelijk tafereel.

in de jaren daarna tot nu een lichte afname
Eksters komen overal in Europa voor met uitzondering van de meest Noordelijke eilanden van Europa. In Nederland kunnen ze zich prima handhaven en passen ze zich ook goed aan, aan de veranderende omstandigheden. Op het verspreidingskaartje van SOVON zie je dan ook dat er in Nederland genoeg zitten.

Na een flinke daling in de tachtiger jaren is de populatie stabiel gebleven. Ik denk dat de sterke verandering in de landbouw destijds voor een teruggang heeft gezorgd en in de negentiger jaren tot nu heeft de ekster zich snel aan weten te passen en houdt nu goed stand, wat denk je van een populatie van ongeveer 50.000 tot 60.000 broedparen in Nederland? Niet gering hoor en in Brabant moet je dan denken aan 6000 tot 9000 broedparen die in aantal dus licht afnemen.

Toch is de algemeen voorkomende ekster een beschermde inheemse soort en worden door faunabeheer in Brabant maar incidenteel vergunningen afgegeven om eksters weg te vangen of af te schieten. Dat gebeurt dan alleen als het aantal schade incidenten daar aanleiding toe geeft. Het gaat dan vooral om pikschade aan fruit en vraatschade aan bijvoorbeeld mais. Van de vijfenveertig aangevraagde  afschotvergunningen zijn er in het verleden slechts negen afgegeven, ook nog te overzien. De schadevergoedingen die door faunabeheer zijn toegekend liggen gemiddeld op €.253,- per incident. Vind ik ook nog meevallen. Maar wat je niet zou verwachten, is dat gaaien veel meer schade aanrichten aan gewassen dan eksters, maar daarover later meer.

Wil je meer weten van deze cowboys, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/40

donderdag 7 januari 2016

Waterkippetjes

Regelmatig duiken de berichten op dat het slecht gaat met het waterhoen. In het blad van de Vogelbescherming en in het verslag "watervogels" van SOVON, toch niet de eerste de beste bron, staat de afname cijfermatig onderbouwd. Ook hier worden de tachtiger en negentiger jaren genoemd als periode waarin de populatie "instortte". Hier staat ook beschreven dat na de strenge winter van een paar jaar geleden de populatie niet hersteld is en dat is in het verleden ook al vaker gebeurd. Een zorgelijke ontwikkeling.

waterkipje op de oever van het Kromgat
Een waterhoen, veel mooier gebouwd en veel sierlijker dan een meerkoet, is ook veel schuwer dan de meerkoet. Deze beide watervogels komen overal in de stadsvijvers van Dommelbergen en in de waterlopen van de Oranjepolder voor. Elke vijver heeft zo zijn eigen koppeltje en loop je er langs dan schieten ze weg, meestal naar de overkant van de vijver en verdwijnen dan in het riet. In de winter zie ik in het Kromgat in de Oranjepolder altijd een groep van tien tot twaalf waterhoentjes bij elkaar. Deze ochtend liep ik met de hond een rondje langs de vijvers in de wijk, speciaal gelet op de aantallen waterhoentjes. Ik liep vanmorgen langs zes van die stadsvijvers en telde daar maar liefst twintig waterhoentjes

Maar ja, toch gaat het dus slecht met het waterhoentje, alweer heel wat jaren achter elkaar dalen de aantallen met tientallen procenten. En zoals SOVON onlangs meldde, ook na een paar zachte winters met voldoende voedsel, herstelt de populatie zich niet. Dat ziet er dus niet best uit. Ik blijf de komende tijd de waterhoentjes in mijn omgeving goed in de gaten houden en heb me voorgenomen om tijdens de maandelijkse watervogeltelling voor SOVON heel secuur deze vogels te registreren om zo de komende jaren een trend te kunnen vaststellen.

Wil je meer weten van dit sierlijke watervogeltje. klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/237