dinsdag 30 augustus 2016

Broedseizoen nog niet voorbij!

Surea in de vroege ochtend
Voor heel veel vogels is het broedseizoen alweer enige tijd achter de rug. Sommige vogels zijn inmiddels vertrokken naar de winterverblijven in het Zuiden tot in Afrika, voorbij de Sahel toe. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de koekoek, die is al lang en breed vertrokken. Maar dat geldt niet voor alle vogels, er zijn er die nu nog druk in de weer zijn met hun jonkies. Het is dan weliswaar de tweede of derde leg van dit seizoen, maar dat doet er niet toe. Ze hebben het er maar druk mee.
Afgelopen donderdag zag ik wel heel veel en heel bijzonder jong geluk in de bossen van Surea in de boswachterij Dorst. Daar zwommen in de eerste lange smalle vijver verschillende dodaarsjes met jongen, een kuifeend moeder met zes jongen en een koppel nijlganzen met maar liefst zeven jongen.

jonge dodaars
Dat de dodaars hier broedt, wist ik niet, ik had ze hier in de winter wel eens gezien maar niet in de zomer. En gek genoeg zitten er in de winter meer in de Willemspolder dan hier en in het voorjaar en zomer broeden ze niet in deze polder. De dodaars, in Nederland een schaarse broedvogel, heeft twee tot drie legsels per jaar dus dat ze nu nog jongen hebben is weer niet zo gek. De koppels strijden wel hard om hun territorium en zitten elkaar al hinnikend achterna. In totaal zijn vijf jongen te bewonderen en omdat ze nog niet zelf onder kunnen duiken of vliegen en vluchten, gaan ze niet ver weg en zijn dus heel goed van dichtbij te bekijken.

moeder kuifeend met jonen
Een kuifeend met jongen had ik nog nooit eerder gezien en eerlijk gezegd, ik ben er ook nog nooit speciaal voor op pad gegaan. De koppels die in de herfst en winter in de Oranjepolder en Willemspolder rondzwemmen, broeden daar niet. Ik wist overigens niet eens waar ze dat dan wel deden. Maar dat ze dat doen in een vijver in een bos vind ik bijzonder en waarom broeden ze dan niet in onze polder? Ik ken wel een paar sloten in de Willemspolder die goed als broedplaats zouden kunnen voldoen en wat te denken van de ruige oevers van De Donge? Die oever is inmiddels ook goed genoeg bevonden door de bevers uit De Biesbosch.
 
nijlgans met jongen
En dat nijlganzen in het bos broeden is weer niet zo bijzonder, wel in deze periode. Nijlganzen broeden namelijk vanaf begin mei en hebben maar een legsel per jaar. Dat ze eind augustus met pullen van een week of twee rondzwemmen is uitzonderlijk te noemen. Ik heb ze nogal eens een keer in een boom zien zitten en toevallig ook vlak bij de plek waar ze nu ronddobberen met hun jongen. Ze gebruiken graag bezette nesten van andere grotere vogels die ze dan gewoon in beslag nemen en de eigenaren ervan verjagen. Nee, nijlganzen zijn niet mijn favorieten. Deze exoten nemen erg snel in aantal toe en dat zie ik hier ook maar weer gebeuren. Een flink gezin waarbij de vader overigens niet al te zachtzinnig met zijn kroost omgaat. Hij pakt regelmatig een jong vast, bijt het en houdt het jong enige tijd onder water. Of dit een harde opvoeding moet voorstellen of dat dit gewoon een agressieve vader is, die zijn kinderen mishandeld, weet ik niet, maar het ziet er in ieder geval niet leuk uit.

Dus eind augustus is het dus nog niet gedaan met de gezinsuitbreiding in de vogelwereld. Je kunt dus nog tot in september genieten van jonge vogels die nog maar een korte periode voor de boeg hebben om sterk genoeg te worden om de winter door te komen. Het mooie van deze drie soorten is, dat je ze nu nog op nog geen honderd vierkante meter wateroppervlak kunt bewonderen en fotograferen.
 
Wil je ook genieten van deze drie soorten met hun jongen, ga dan naar de Boswachterij Dorst, parkeer bij de Seterse Hoeve en loop naar de eerste plas in het bos, zie het kaartje;
 
 
 
 

vrijdag 26 augustus 2016

Spreeuwendans.

Het spreeuwen telseizoen is weer begonnen. In Oosterhout in het centrum is dit spektakel dagelijks te beleven. Duizenden en duizenden spreeuwen vliegen dan over de Leijsenhoek. Vorig jaar  precies hetzelfde ritueel en waarschijnlijk al heel veel jaren achter elkaar gaat dat zo. Alleen de aantallen nemen jaar na jaar af. De landelijk dalende trend laat in de afgelopen dertig jaar meer dan een halvering van de populatie zien en dat is fors te noemen. De terugloop van het aantal spreeuwen wordt geweten aan het verdwijnen van weilanden en de verdroging van het grasland door het intensieve bodembeheer. Minder insecten voor de jongen dus.

Afgelopen twee jaar rond dezelfde datum heb ik deze groep spreeuwen ook geteld voor de slaapplaats telling van SOVON. Ik tel twee groepen, een in het centrum van Oosterhout en een in de wijk Dommelbergen. De groep in Dommelbergen wordt erg snel kleiner en dat zijn er nu nog maar een paar honderd. De groep in het centrum is erg groot en neemt naar mijn idee ook niet snel af. 

Spreeuwen dansen boven de Leijsenhoek

zwanenmolen
De eerste telling zit zo rond het tijdstip dat de Oosterhoutse kermis wordt gehouden, zwieren en zwaaien was daarom de naam van mijn blog afgelopen jaar. De groep bestaat grofweg uit een spreeuw of vier-vijfduizend, een flinke groep zeg maar. Het is en blijft lastig om de aantallen exact te krijgen maar daar werk ik momenteel wel aan. Er is namelijk een fotobewerkingsprogramma dat het exacte aantal kan uitrekenen. Het is dan wel belangrijk om de groep in zijn geheel te fotograferen. Dat is stap een die ik nu gezet heb en stap twee, het downloaden van het analyse programma is nu ook gezet. Dus straks weet ik de aantallen en kan ik een betrouwbare telling invoeren.

Hiermee bezig zijn, bracht mij ook bij de mechaniek van dit fenomeen. Hoe werkt dat zwermen nou? Dat is nog niet zo makkelijk en er wordt nog steeds veel studie naar gedaan. Ik herinner mij Dr. Hemelrijk nog, die op de Landelijke Sovon dag van een paar jaar geleden een lezing gaf over het computerprogramma wat ontwikkelt wordt om meer te weten te komen hoe zo'n zwerm nu werkt of zeg maar communiceert.

duidelijke weergave van de vlucht
Spreeuwen houden in de vlucht hun persoonlijke ruimte en houden contact met zeven tot acht spreeuwen in hun directe omgeving waardoor ze niet botsen. Ze weten ook welke ontwijkende acties ze moeten ondernemen wanneer de groep van koers verandert of snelheid vermindert. Ook al beweegt de groep als een geheel, de vogels hebben geen contact als geheel met elkaar, behalve dan die paar vogels die in hun directe omgeving vliegen. Ze variëren ook amper in snelheid waardoor je als spreeuw in een bocht achter je buurman, die aan de binnenkant zit, uitkomt. Zie het rechtse tekeningetje op het plaatje hiernaast. Spreeuwen vliegen ook allemaal dezelfde snelheid. Ja dat zit nog niet zo makkelijk in elkaar.
Waarom vogels in zwermen rondvliegen heeft volgens Hemelrijk mogelijk te maken met veiligheid. Ook al valt zo'n groep voor roofvogels juist erg op, is de kans dat je gepakt wordt uiterst klein. Voor roofvogels is het ook erg lastig om een prooi te kiezen. Het kan ook zijn dat het samen vliegen een sociale bezigheid is en trekt dit zwermen weer meer spreeuwen aan tot de groep. Zeg maar, hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Tijdens het zwermen is het doodstil, er is geen vocaal contact maar als ze eenmaal geland zijn, barst een haast oorverdovend gekrakeel los. Er worden dan dagelijkse dingen besproken of worden de vluchtpatronen nog eens fijntjes doorgenomen, wie weet.

Wil je ook genieten van de spreeuwendans, ga dan rond kwart over acht naar de Leijsenhoek en geniet van het spektakel.

dinsdag 23 augustus 2016

Uilen in de Oranjepolder

En dan gaat het nu even niet over de uilen met veren die we allemaal kennen, maar over de uilen die weliswaar ook vleugels hebben maar geen vogels zijn. Ik bedoel dan de nachtvlinders die ook veelvuldig in de Oranjepolder voorkomen. Het zijn er ontelbaar veel in aantallen maar ook in soorten. De laatste nachtvlindernacht in de IVN natuurtuin heb ik helaas moeten missen en daar ben ik echt teleurgesteld over want de waargenomen soorten van die nacht had ik wel heel graag gezien. De namen van nacht vlinders spreken tot de verbeelding en dat alleen al maakt dat ik erg in ze geïnteresseerd ben. Namen als witte tijger, bruine beer, spaanse vlag of wat te denken van de sombere beer? Stel je loopt 's-nachts in een bos in Canada op zoek naar nachtvlinders en iemand roept, een bruine beer, een bruine beer, dan ga je echt wel rennen.

Heel veel nachtvlinders hebben van die prachtige namen en die namen alleen al maken mij ook erg aan het lachen. Niet snel te bedenken, maar als je eens een wat minder humeur hebt, blader dan eens door een nachtvlindergids. Ik heb zojuist op aanraden van Peter van de natuurtuin de Oranjepolder de nieuwe nachtvlinder veldgids voor Nederland en België aangeschaft. Een fantastisch advies kan wel zeggen, een prachtig boekwerk met erg gedetailleerde beschrijvingen en uitstekende afbeeldingen die mij zeer zeker gaan helpen om de namen bij de beestjes te vinden. Nu meld ik wel eens een nachtvlinder met foto en zoek er een naam bij die er op lijkt. Ik krijg dan meestal binnen een dag een correctie op waarneming.nl met de juiste naam. Een prima manier maar niet de juiste..

straaljagertje
tandjesuil
Ik heb voor vandaag mijn doel-stelling met de nodige lachsalvo's alweer gehaald. Met name het "straaljagertje" spande de kroon. Het nachtvlindertje Trigonophora Flammea is in 1785 door Esper ontdekt en beschreven. Gek verhaal, want toen had je nog helemaal geen straaljagers, dus die Nederlandse naam is er later door iemand bij verzonnen. Ik probeerde mij al voor te stellen hoe dat dan 's-nachts gaat, hoor je dan een heel zacht straaljager geluidje overvliegen of door de struikjes jagen? En kan zo'n piepklein straaljagertje ook de door de geluidsbarrière vliegen? En heeft dat in 1700 geklonken als een rotje nummer 3 of 4? In ieder geval niet als een strijker of cobra.

Photedes captiuncula (kabouteruil, Treitschke, 1825)
De meest prachtige tot de verbeelding sprekende namen komen voorbij, berkenbrandvlekvlinder, zwartbandgranietuil, veelhoekaarduil, en het kabouteruiltje. Die laatste lijkt mij erg klein. Veel nachtvlinders zijn al klein en als je dan ook nog eens kaboutertje genoemd wordt, dan ben je dus echt een kleintje. Maar je hebt ook van die namen waar je bij denkt, hoe komen ze er op?
Ik vond vlindernamen als reiziger, dienares, haarbos, volgeling, zoensnuituil en de tandjesuil(iets anders dan de tandenfee), en wat te denken van de zorro uil, prachtige namen toch en op hoeveel lachsalvo's ben je uitgekomen? Alhoewel, niet iedereen barst in lachen uit maar een of meerdere glimlachen moet het wel opgeleverd hebben.

Wil je meer weten van deze prachtige dieren met de meest fantasierijke namen, ISBN nummer van de nieuwe nachtvlinder veldgids van Nederland en België is 978 90 2155 9223

Veel leerzame momenten toegewenst!

vrijdag 19 augustus 2016

Sperwer, hellup....

Rond een uur of half negen moet het geweest zijn. Een nog frisse zomerochtend met een strak blauwe lucht. Er stond geen wind en het was in het deel ten Westen van de A27 doodstil, op de A27 een constante stroom auto's, de spits was nog in volle gang en de herrie was nog net niet oorverdovend. Ik luisterde liever naar mijn linker oor, de stilte en rust van de natuur. De boeren slaan her en der al flinke gaten in de lappendeken van gewassen, tarwe akkers afgewisseld met graslanden en maisvelden. Vogels zien we in deze tijd meer dan dat we ze horen. Houtduiven, kauwen, kraaien, meeuwen en eenden daar draait het nu even om.

Ik zag veel haastige duiven in de lucht, ze vlogen verspreid van West naar Oost, het viel op. Plots gingen zo'n tachtig wilde eenden de lucht in. Nou ja, de lucht in kun je het amper noemen. Nee het was meer een massale paniekduik de sloot in. Alles plonsde op een hoop in het water, tegen de oever van de overkant van de sloot. Het leek meer op een grote sprong van een meter of vijf. Echt opstijgen deden ze niet. Je kon zien dat de overlevingsinstincten maximaal werden aangesproken.

vrouwtje sperwer, jagend in de Oranjepolder
Als in een reflex keek ik omhoog want zo'n paniekduik kan maar een ding betekenen, roofvogels! Ik ken dit gedrag van de Hardenhoek in De Biesbosch, maar dan op grotere schaal. Daar vliegt de zeearend laag over de enorme watervlakte, alle watervogels voor zich uit stuwend. Als alles in de lucht zit, kiest hij zijn slachtoffer en slaat dan beheerst toe. Het ziet er altijd verzorgd en professioneel uit.

Toch duurde het nog een paar tellen voordat de heerser van het Oranje polderluchtruim in beeld kwam, de sperwer. Alsof hij alles onder controle had, cirkelde hij beheerst over de pas gemaaide tarwe akker en boog af naar een eenzame populier en landde welgemikt op een tak die goed uitzicht bood over het gebied. Ik liep door en kon hem nog lang zien zitten. Hij had nog niet toegeslagen maar dat was een kwestie van tijd. Wie is deze ochtend de sjaak?

Ik vermoed trouwens dat het een vrouwtje sperwer was, behoorlijk groot en de kleur van de borst maakte dat het geen mannetje havik was. Ze zijn dan vrijwel even groot maar de havik heeft geen roestbruine accenten op de borst zoals een sperwer dat kan hebben. Alleen een juveniele havik heeft een wat oranje zweem op de borst en onderkant van de voorvleugels. Het silhouet van de havik en sperwer zijn vrijwel gelijk, je moet het dus echt hebben van het formaat en kleur. Dit is en blijft een lastig verhaal maar daarom niet minder interessant.

Wil je meer weten van deze altijd streng kijkende jager, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/205

dinsdag 16 augustus 2016

Poolse zwanen in de polder.



In de Oranjepolder zwemt een heel gelukkig knobbelzwanen gezin rond. Vrouwtje en mannetje knobbel zwaan en vijf gezonde, snelgroeiende jonge zwanen. Van deze vijf jongen zijn er twee grijs en drie spierwit. Uiteindelijk worden alle jonge zwanen wit, net als hun ouders, dus wat dat betreft is er niets aan de hand. Maar er is wel iets anders dan anders. Het is namelijk zo dat de jonge Europese knobbelzwaan van oorsprong asgrijs hoort te zijn en deze drie helderwitte jonge knobbelzwaantjes verraden dus de aanwezigheid van "vreemd" bloed in de aderen.

links, jonge zwaan met Pools bloed
Lang geleden werden in Polen knobbelzwanen gemuteerd met een kleurverdunning want het witte dons van de jonge Poolse knobbelzwanen was zeer populair totdat de markt voor dons volledig instortte. De Polen lieten hun commercieel waardeloze "mutantjes" los in de vrije natuur zodat deze vogels de kans kregen om te kruisen met de oude vertrouwde Europese knobbelzwaan. En ziedaar, het resultaat of in ieder geval een afgeleide daarvan zwemt nu bij ons in de Oranjepolder rond.

Als deze kweekvorm of kruising volwassen is, zie je vrijwel niets van zijn oorspronkelijke afkomst. Maar als je goed oplet kun je er nog wel wat van terug zien. Het is namelijk zo dat de poten van de Poolse variant lichter gekleurd zijn. De poten kleuren van vleeskleurig tot donker grijze poten, terwijl de poten van de zuivere Europese knobbelzwaan helemaal zwart zijn.

De jonge kleine zwanen die je in de winter in de Gecombineerde Willemspolder ziet, zijn net als de jonge Europese knobbelzwaan asgrijs. Na de winter, als de kleine zwanen weer teruggaan naar Siberië zijn ze vrijwel geheel wit en hebben ze ook zwarte poten. Zeg maar dat het een standaard proces bij de zwanen is. Totdat ik de afgelopen winter in de Willemspolder ook een kleine zwaan ontdekte met een afwijkende kleur poten. Er zat namelijk een kleine zwaan tussen met gele poten en een ring, W22. Dit was van oorsprong geen Poolse kruising, nee het is slechts een speling van de natuur. Deze zwaan blijkt overigens een bekende zwaan te zijn die regelmatig wordt gesignaleerd op diverse plaatsen in Brabant. Het is zelfs een vaste wintergast in ons Brabantse land. Zo zie je maar dat als de zwanen eenmaal volwassen zijn en allemaal op elkaar lijken, je toch verschillen kunt ontdekken, bijvoorbeeld aan de kleur van de poten. En bij de knobbels verraadt dat dus zelfs hun oorspronkelijke afkomst.

Wil je meer weten van de "Poolse" zwanen en heb je zin in een lesje erfelijkheidsleer, klik dan op de link;

vrijdag 12 augustus 2016

Wilde eenden, deel II

een aantal woerden in eclipskleed
Ik wil nog terugkomen op de grote groep wilde eenden in de Oranje-polder waar ik begin deze week over repte. Ik sprak hier met iemand over en die was het opgevallen dat er alleen nog maar vrouwtjes en jonge eenden waren. Hij vroeg mij waar de mannetjes wilde eenden toch waren gebleven. "trekken die nu al weg?" en "waar gaan die dan naartoe?".

Nu, en dat is voor meer mensen niet helemaal duidelijk, maar de mannetjes wilde eenden zitten er nog steeds en ook in deze grote groep wilde eenden zitten gewoon volop mannetjes of woerden. Ze trekken in deze periode dus niet weg. Echter, zij hebben niet meer hun bekende winter- en voorjaars outfit aan, nee, zij verwisselen na het broedseizoen hun pakje voor een zogenaamd eclipskleed. Het eclipskleed van de woerd lijkt heel erg op het verenpakket van het vrouwtje. Met als kenmerkend verschil, de woerd behoud zijn gele snavel en is over het algemeen wat donkerder gekleurd dan het vrouwtje. Maar wat ook opvalt bij een woerd in eclipskleed, is dat zijn kenmerkende krul in de staart ook verdwenen is. Het vrouwtje houdt tijdens deze periode haar bruine of oranje snavel waardoor je nog enig verschil in het geslacht kunt zien.

woerd slobeend in eclipskleed
Alle eendensoorten krijgen in deze tijd een eclipskleed en de ene soort is in deze periode beter te onderscheiden dan de andere eenden- soort. Zo ziet de slobeend woerd er ook net als een wilde eend uit maar zijn enorme snavel verraadt hem en met het juiste licht zie je nog vaag de oranjebruine flank en nog wat flauw groen van de achtervleugel. De wintertaling is misschien wel de lastigste, daar zie je amper verschil tussen man en vrouw. De krakeend woerd behoud zijn witte spiegeltje, ook als hij zijn eclipskleedje aanheeft en zo heeft elke eendensoort zo zijn kleine specifieke kenmerken waardoor de oplettende vogelaar toch zijn soorten kan onderscheiden. Voor een leek is het gewoonweg moeilijk en lijken dus alle eenden op vrouwtjes of jonge wilde eenden.

Gelukkig zijn er ook nog eenden die, ook al hebben ze hun eclipskleed aan, zeer herkenbaar blijven. Kijk maar eens naar de kuifeend, zijn kleuren vervagen wel wat maar je blijft zijn specifieke tekening zien, wat spierwit was, wordt tijdelijk onopvallend beigebruin. Ook de tafeleend blijft goed herkenbaar met zijn mooie bruine kop en lichtgrijze lijf is hij alleen wat minder uitbundig gekleurd.

Het is dus niet zo dat de mannetjes of woerden van de wilde eenden wegtrekken. Nee ze blijven gewoon hier maar het nut van een opvallend broekleed is er even niet als alle jongen inmiddels uitgevlogen zijn en het versleten verenpakket gewisseld moet worden. Bij wilde eenden worden de slagpennen tegelijkertijd gewisseld en tijdens dat wisselen van de slagpennen kunnen de eenden even niet vliegen en zijn dan extra kwetsbaar. En dan wil je liever niet teveel opvallen.

Deze periode wordt ook wel het winterkleed genoemd maar dat is niet helemaal juist want in deze vrij korte periode krijgen alle woerden nog voordat de winter begint hun prachtige kleuren kleed alweer terug en zijn ze in de winter in aanloop naar het broedseizoen met hun glanzend groene en soms bijna blauwe kop op hun allermooist. En daarmee is deze alledaagse en algemene eend toch een van de mooiste in onze binnenwateren.

dinsdag 9 augustus 2016

Wilde eenden verzamelen!

 
de bewuste sloot vol eenden
De afgelopen paar weken zie ik het langzaam gebeuren. Op een afgelegen plek in de Oranjepolder bij een T-splitsing van twee wat bredere sloten, verzamelen zich steeds meer (jonge) wilde eenden. Het maximum dat ik afgelopen week zag, was maar liefst tweeënzeventig eenden. In de grote groep zaten slechts enkele zogenaamde park- of soepeenden. Deze constatering stemt mij oprecht blij want ik maakte mij toch wel zorgen door al die negatieve berichtgeving over de spectaculaire daling van het aantal wilde eenden. Nu geloof ik wel dat er serieus iets aan de hand is met de wilde eenden populatie maar dit voorjaar en zomer ziet het er bij ons in de Oranjepolder goed uit.

In het voorjaar zag ik regelmatig in onze stadsvijvers grote gezinnen wilde eenden, soms met meer dan tien pullen en een paar dagen later waren het er dan nog maar een stuk of twee, drie. De kraaien, meeuwen, reigers en snoeken deden zich in die dagen tegoed aan al dat drijvend lekkers. De pullen in de Oranjepolder zijn inmiddels uitgegroeid tot mooie volwassen eenden. Als ik op waarneming.nl deze groep meld, geef ik ook aan in welk stadium van de groei ze zitten en je kunt hiernaast zien, dat ik stadium acht aankruis, wat aangeeft, volwassen eend, eerste zomer.

succesvol maar kwetsbaar
Je ziet ook dat er nog enige familiebanden zijn door de groepjes van zes tot tien eenden die dicht bij elkaar door de sloten cruisen. Ik denk dat deze wat grotere groepjes niet uit de stadsvijvertjes afkomstig zijn, nee dit zijn volgens mij echte polder eenden of eenden die in De Donge of langs de Millennium- en Nion plas zijn geboren. En waarom ze zich nu op deze hele specifieke plek in de polder verzamelen weet ik niet. Het is zoals gezegd een afgelegen en beschutte plek met op de oevers een strookje gras en dan aan de ene kant een maïsveld en aan de andere kant een tarwe akker. De groepsvorming zal zeker ook een veilig gevoel geven, als er eentje alarm slaat, dan kan de groep daar op reageren en in zo'n grote groep zitten er altijd wel een paar die goed opletten.

In dit broedkleed zie je ze nu even niet
Nog even terug naar het grote verschil tussen de kuikens in de wijken en de kuikens in het buitengebied. Volgens mij zit daar voor ons gebied wel verschil in. SOVON heeft uit een groot onderzoek al kunnen vaststellen dat het probleem niet in een afnemend broedsucces zit maar hoogstwaarschijnlijk zit dat in de kwetsbare kuikenfase. Het vervolg onderzoek spitst zich nu toe op het veranderend voedselaanbod(al dan niet in samenhang met veranderend landgebruik) en op een mogelijk toegenomen predatiedruk door roofdieren. En ik ben dan geen onderzoeker maar ik zie in de wijken wel degelijk de invloed van rovers op het eenden bestand van de wijk.

Wil je meer weten over de teruggang van de wilde eend, klik dan op de link;
https://www.sovon.nl/nl/actueel/nieuws/achteruitgang-wilde-eend-onderzoek-toespitsen-op-kuikenfase

vrijdag 5 augustus 2016

Een nieuwe jas nodig?

veer van een buizerd
Begin augustus wordt het stiller en stiller in de Oranjepolder, zeker in de bosschages bij voetbalvereniging SCO en de ijsvereniging kan het oorverdovend stil zijn. De rui periode is in alle hevigheid losgebarsten, vogels wisselen van verenkleed en dan is het verstandig om je snavel een tijdje dicht te houden. Het gevaar bestaat dan namelijk dat je niet snel genoeg weg kunt vliegen als er een dreigend gevaar is.

Vogels leven dan verborgen en kunnen zo na het intensieve broedseizoen het gehavende verenpakket wisselen zodat ze fris en fruitig aan de vogeltrek kunnen beginnen. Het is net zoiets als met de auto op vakantie gaan, bandjes op spanning, olie nakijken, reserve lampjes in het dashboardkastje etc. Zo vertrekt de trekvogel ook naar het zonnige Zuiden, naar Afrika aan de West- of Oostkant van dit continent. Wel of niet over de Sahel, in ieder geval ver genoeg om de reis met een goed zittend verenpakket te overleven. Je moet er niet aan denken dat je met een stel gerafelde veren duizenden en duizenden kilometers moet vliegen. Dat kost én teveel energie én is met alle dreigingen onderweg, te gevaarlijk. Je moet wel een beetje wendbaar blijven, roofvogels en kogels ontwijken is dan even gevaarlijk als wij over de route du soleil naar het Zuiden en de zon crossen.
Het is overigens zo dat de rui start doordat de vogel in zijn schildklier een hormoon aanmaakt wat er voor zorgt dat de veren uitvallen. De hypofyse maakt hormonen aan die de geslachtsorganen stimuleren en de geslachtsorganen produceren weer hormonen die zorgen voor de aangroei van de veren. Daar tussenin gebeurt nog veel meer maar in een notendop geeft dit grofweg het rui proces aan.

Er zijn vogels die gedurende het hele jaar door steeds een of enkele veren wisselen zodat ze zonder al teveel problemen door kunnen gaan met hun dagelijkse bezigheden, zoals het bejagen van muizen, kikkers en andere vogels. daarom zie je regelmatig roofvogels vliegen die een "gat" in de vleugel hebben. Eenden hebben weer een andere tactiek, zij ruien in een keer en houden zich in de rui periode goed verborgen, de mannen die verliezen hun prachtkleed en worden net als de vrouwtjes onopvallend bruin. Ik weet dat bijvoorbeeld bergeenden in de ruiperiode naar de Duitse Bocht trekken om daar gezamenlijk op de zandbanken te ruien. Alleen met hoog water moeten ze een ander plekje zoeken. Je ziet ze dan vanaf de tweede helft in september weer terug in de Biesbosch met hun nieuwe jas aan.

In het voorjaar wisselen de zangvogels opnieuw hun jasje want die moeten hun mooiste pakje aanhebben om de vrouwtjes te verleiden. Zo vlak voor de broedtijd moet je niet alleen goed bij stem zijn, nee je moet ook gezien worden.

En tot slot, in al die vogelstilte, blijft een vogel, die sowieso zeer verborgen leeft, elke dag trouw zijn liedje zingen, en dat is de zwartkop. Deze vogel is mijn houvast in deze barre tijd.

dinsdag 2 augustus 2016

Blauwe kiekendief in de polder?

is dit een blauwe kiek?
Blauwe kiekendief ook in de zomer in de Oranjepolder? Dat is nog maar de vraag, want dit is sowieso een zeer zeldzame broedvogel aan het worden die uitsluitend nog in het Noorden van Nederland tot broeden komt. Laat staan dat er in de zomer een in de Gecombineerde Willemspolder met deze activiteit bezig is. Toch werd ik aan het twijfelen gebracht door de tekening van het verenpakket van deze specifieke kiekendief. Want dat het een kiekendief was, is honderd procent zeker. Met name de vlucht verraad al snel dat het om een kiekendief gaat, Diep hangend in zijn lange smalle vleugels, laag en traag vliegend langs de akkerranden op zoek naar prooi.

Af en toe een snelle uitval om daarna zijn weg weer te vervolgen, systematisch werden de akkers in de hele polder afgezocht. Ik kon hem eindeloos volgen, de zon zakte verder en het gedempte licht kleurde de vogel warmbruin mét een witte stuit of staartaanzet. En die witte stuit bracht mij het meest in verwarring want die ken ik eigenlijk alleen van de vrouwtjes blauwe kiekendief. Gelukkig kreeg ik "haar" redelijk tot goed op de foto en heb ik de foto met de waarneming op waarneming.nl gezet met de vraag mij duidelijkheid te geven over de soort. Maar tot op heden nog geen reactie gehad, dus blijven we voorlopig nog even in verwarring achter. De vogel was geen voorbijganger want ik heb nog dagen later met regelmaat de kiekendief zien vliegen en jagen.

mannetje blauwe kiek in de winter
Het zou toch mooi zijn dat je én de blauwe kiekendief én de velduilen in zo'n korte periode hebt meegemaakt in een gebied wat niet gekenmerkt wordt als standaard habitat voor deze zeldzame vogels. Blauwe kiekendieven overwinteren alweer jaren en jaren in de Gecombineerde Willemspolder. Sowieso een man en met regelmaat twee vrouwtjes blauwe kiek. Vooral het mannetje is op een mooie heldere winterdag een juweeltje om te zien. Prachtig licht gekleurd, van licht grijs tot bijna lichtblauw gekleurd met gitzwarte handpennen. Het mannetje blauwe kiekendief dat ik elke winter in de polder zie, heb ik in 2010 voor het eerst daar gezien en vervolgens elke winter daarna.

Dat deze vogels en ook de velduilen hier te zien zijn zegt ook wel iets over de hoeveelheid muizen die hier leven, dat moeten er echt heel veel zijn want als je langs de rand van deze polder ook nog eens alle steenuilen, kerkuilen en torenvalken meetelt dan zit er nogal wat druk op de muizenstand. Met name aan de zuidkant van de polder zitten veel uilen en dat snap ik ook wel. Oude boerderijen, rommelige erven en een actieve vogelwerkgroep die de uilen een warm hart toedragen.

Wil je meer weten van deze prachtige blauwe kuikendief, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/9

vrijdag 29 juli 2016

Weidevogels beschermen.

resultaten Atlasbloktellingen voor de wulp in Brabant
Een hele gewone vogel van de weidegebieden maar een hele bijzondere in onze polders. In Oranjepolder ben ik ze nog nooit tegengekomen en in de Gecombineerde Willemspolder slechts kleine aantallen. Deze week niet meer dan vier en vorig jaar zagen we 's-avonds tegen de schemer regelmatig een clubje van een stuk of dertig wulpen naar de slaapplaats vliegen. Deze weidevogels hebben het zwaar in deze intensieve landbouwtijden.

In 2012 toen we in de Gecombineerde Willemspolder de Atlasbloktellingen voor de nieuwe vogelatlas van Nederland deden, zagen we een broedend koppel in een pas gemaaide akker.
Het plekje waar het nest lag was gelukkig niet gemaaid. De boer had een vierkantje om het nest van vier bij vier meter niet gemaaid. Dat hij daar niet had gemaaid, komt door de bemoeienis van de weidevogel beschermers van het Brabants Landschap. Volgens mij is dat in 2012 ook het laatste jaar geweest dat de wulpen daar gebroed hebben. In de verslagen van de weidevogel bescherming van Het Brabants Landschap wordt verder geen melding van broedsuccessen van wulpen in de Willemspolder gemaakt.

kwetsbaar legsel in een akker
Het Brabants Landschap coördineert de weidvogelbescherming in Brabant en dus ook in de Gecombineerde Willemspolder. Deze polder maakt deel uit van een groter gebied dat tot aan de Overdiepse polder aan de Bergse Maas loopt. De weidevogel werkgroep NB25; "de aanhouder wint"  uit Raamsdonk beschermt hier de nesten. Zij komen niet veel verder dan nestbescherming van kieviten en scholeksters. In 2014 werden 104 legsels beschermd, met een uitkomstpercentage van 84% en schijnt een goed resultaat te zijn. Het is erg belangrijk werk want de weidevogels hebben het erg moeilijk ook al worden ze goed beschermd.

afbeelding van Engels raaigras
Door het gebruik van Engels en Italiaans raaigras, dat zeer dichte zoden vormt, is er weinig ruimte voor andere kruidige planten die vroeger wel in de weiden stonden. Neem daarnaast ook nog eens de verlaging van de grondwaterstand en je hebt alle ingrediënten voor een achteruitgang van de weidevogelstand. De eenzijdigheid of monocultuur zorgt er dan ook voor dat er minder insecten, lees, te weinig voedsel voor de jonge weidevogeltjes beschikbaar is. Zo missen we steeds vaker broedende graspiepers en patrijzen die kruidige akkerranden nodig hebben, en zien we ook steeds minder biddende torenvalken in de polder, er is gewoonweg te weinig voedsel beschikbaar.

In Engeland zijn ze daar ook achter gekomen en met geld uit Brussel worden agrariërs gesubsidieerd om stroken langs de akkers in te zaaien met kruiden en bloemen om zo de insecten ook een kans te geven. Daar profiteren de weidevogels dan weer mooi van mee. Maar dat zal over enige tijd ook wel weer ophouden als Engeland uit de EU is gestapt. Deze beslissing kan dus op die manier grote invloed hebben op de biodiversiteit en wordt de klok weer heel wat jaren terug in de tijd gezet.

Wil je meer weten van de weidevogelbescherming door Het Brabants Landschap; klik dan op de link;
http://www.brabantslandschap.nl/zelf-aan-de-slag/vrijwilligerswerk/weidevogelbescherming/

dinsdag 26 juli 2016

merels, vroege vogels.

De merels laten zich ook nu nog erg vroeg horen, vanmorgen hoorde ik de eerste merel om 4.33 uur zijn keel schrapen om vervolgens zijn beheerste melodieuze zang te laten horen. En voor wie een beetje op de vogels om hem heen let, hoort ze tot 's-avonds laat zingen. Vaak als het bijna donker is vliegen ze nog gauw van boom naar boom om een geschikte plek voor de nacht te kiezen. Ze laten dan nog even hard hun alarmroep horen, "opzij ik moet er langs". En ik denk dat dit de vogelsoort is die in de zomer met soms wel meer dan achttien uur de langste dagen maakt. Nee, het is voorwaar geen uitslaper.

pagina uit "Nederlandsche vogelen"(1770)
Bijna elke achtertuin heeft wel zijn eigen merelkoppel, het territorium is niet erg groot en je begint ze op den duur ook te herkennen. Soms zijn ze zelfs handtam te maken, mij lukte het om een merel uit de hand te voeren. Nou ja, uit de hand, ik wierp hem op amper een halve meter piertjes toe die hij dan gretig verorberde. Hij kende mij ook, tenminste dat denk ik, want hij vloog niet weg als ik in de tuin kwam. Meestal hipte hij een stukje opzij, zodat er toch een veilige afstand tussen ons bewaard werd. Er was zeg maar, genoeg tijd om op tijd weg te vluchten. Ons koppeltje merels broedde ook een keer of drie per seizoen in onze tuin, elke keer in een nieuw nestje. Ik schat dat dit koppel een jaar of vijf, zes bij ons is geweest. Ik heb ook een keer een verhaal van iemand gehoord dat een merel regelmatig de keuken binnenkwam om te kijken of nog iets lekkers te halen viel. Dat zou bij ons niet gaan, want het zwarte monster, onze Jim accepteert geen indringers in zijn territorium, ook geen kleine vogeltjes. Woest blaffend, verjaagt hij alles met veren met een voorkeur voor dikke houtduiven.

zanglijster
De zang van de merel heeft een warme klank en verveelt nooit. Zijn familielid de zanglijster, waarvan gezegd wordt dat die een nog mooiere zang heeft, vind ik persoonlijk veel minder mooi klinken. Het zijn vaak harde repeterende klanken, drie keer hetzelfde geluid en verder. Het geluid van de zanglijster is echter wel uniek, je kunt de individuele lijster makkelijk leren kennen, in het dagelijkse rondje met de hond kom ik er drie tegen die alle drie een eigen herkenbaar lied zingen. Merels variëren iets teveel om ze op basis van hun lied te onderscheiden.

Vanwege die mooie zang, werden in het verleden merels vaak in kooitjes gehouden en ik kan mij dat ook herinneren dat onze buurman van twee deuren verder een merel in een kooi naast de keukendeur had zitten. Hij zorgde goed voor de vogel, dat weet ik nog wel, het beestje kreeg verse meelwormen en nu in ruil daarvoor wilde hij wel zingen. Hij zong zijn mooiste lied altijd in de zomer, 's-avonds als het net geregend had. Het leek er dan op alsof hij er plezier in had dat er een mals buitje was gevallen en de piertjes naar boven kwamen. Hij kon ze zelf jammer genoeg niet vangen, hij mocht zijn kooitje niet uit en dat is eigenlijk wel jammer. Daarom, vogels, laat ze vliegen!

Wil je meer weten van deze zwarte volkszanger, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/143

vrijdag 22 juli 2016

Goud zoeken in Surea

een goudhaantje weegt tussen de 4 en 7 gram!
Vandaag maar weer eens buiten de Oranjepolder vogels gaan kijken, want als het broedseizoen zo op z'n end loopt, wordt het daar toch wel erg stil. Op naar de andere kant van Oosterhout, van de kleigronden in het Noorden naar de zandgronden in het Zuiden om goud te zoeken. Want we zitten hier niet voor niets op de "naad van Brabant" de grens van zand en klei. En op de zandgronden ligt de boswachterij Dorst, een mooi uitgestrekt gemengd bosgebied met naald- en loofbomen. En een mooi groot oud beukenbos, leemputten met glashelder water en  zandverstuivingen.

Goud zoeken en vinden of liever gezegd, goud horen want goud in de bossen zien, is en blijft altijd lastig. Ik heb het natuurlijk over de goudhaantjes en goudvinken. Goudhaantjes zitten hoog in de naaldbomen en laten zich vrijwel nooit goed bekijken. Heel soms heb je het geluk dat ze nietsvermoedend wat lager bij de grond komen en zich laten bekijken. In de bossen van Surea, in de boswachterij Dorst zitten er genoeg, net als vuurgoudhaantjes. Hun zang, die niet uitbundig is en ook niet echt hard klinkt, valt gewoon niet op als je er niet alert op bent. Ik hoorde de goudhaantjes vanmorgen goed op mijn wandeling naar de zandverstuiving en het voormalige natuurbad Surea. Ik heb echt mijn best gedaan om ze te ontdekken want dat is altijd leuker dan alleen op basis van een geluidje de vogel op de lijst te noteren.

Deze piepkleine vogeltjes wegen tussen de vier en zeven gram en stel dat ze van 24 karaats goud zijn, is zo'n goudhaantje toch mooi een eurootje of tweehonderd waard. Maar dat is een kletspraatje want als je zo'n prachtig vogeltje tegenkomt is dat een onbetaalbare ontmoeting en niet in geld of goud uit te drukken.
Bijschrift toevoegen
Op de terugweg vond ik opnieuw goud, deze keer de treurige zang van een goudvink. Deze onwaarschijnlijk mooie vogel die op basis van zijn voorkomen toch wel het vrolijkste lied zou moeten zingen, komt niet verder dan een treurig phhuuut, phhuuut. Een zeurend hees en onderdrukt kwelen. Heel herkenbaar. Ook deze vogel bleef uit mijn gezichtsveld en moest ik het opnieuw doen met alleen zijn geluid. Dat is wel als nadeel te noemen van de bossen ten opzichte van het open en wijds landschap van de Oranjepolder. Bij het vogelen in de bossen komt het dus veel meer aan op een scherp gehoor.

De goudvink aantallen blijven stabiel maar het verspreidingsgebied in Nederland is wel kleiner aan het worden. In Brabant blijft de goudvink goed vertegenwoordigd, hoe westelijker je komt hoe meer de aantallen afnemen of in het gebied zelfs volledig afwezig zijn. Goudhaantjes komen in de hele westelijke helft van Nederland in het geheel niet voor. Dit vogeltje is een echte bosbewoner net als zijn familielid het vuurgoudhaantje.

Wil je meer weten van deze bos juweeltjes, klik voor de goudvink dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/56

en klik op de link voor alle info over de goudhaan; http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/54

dinsdag 19 juli 2016

Om te gieren


gierzwaluwen tellen en genieten van het uitzicht vanaf de toren van de Sint Jan kerk
Gierzwaluwen, een echte zomerse traktatie, gieren door de polder. Soms hoog in de lucht, soms ook laag boven de akkers op insecten jagend. Het lijken er wat meer te zijn dan de voorgaande jaren. Daar kun je natuurlijk nog geen enkele conclusie aan verbinden maar alles beter dan een afname te moeten constateren. Vooral 's-avonds, een uurtje voor de schemer intreed, gieren ze door de polder. Een groepje van een stuk of achttien giertjes jagen schreeuwend achter elkaar aan. Gisterenavond zaten ze laag en kwamen net boven de boomtoppen over. Ze waren goed te zien en te volgen, terwijl op warme zomerdagen als de insecten hoog zitten, de giertjes ook heel hoog kunnen zitten. Je kunt ze dan maar amper zien maar wel goed horen en alleen dat al, is een feest.

de toren van de basiliek St.Jan de doper
Vrijdagavond hebben we met de vogelwerkgroep van IVN Mark & Donge de kerktoren van de St. Jan beklommen om de gierzwaluwen in het centrum van Oosterhout te tellen. Het is een jaarlijks terugkerend ritueel, rond een uur of acht, half negen kiezen we een moment van een minuutje en tellen dan alle gierzwaluwen die met het blote oog te zien zijn. We tellen van links naar rechts en staan in tweetallen op alle vier de zijden van de toren. Zo hebben we een goed totaalbeeld van 360 graden en overzien het hele centrum van Oosterhout. Naast het fantastische uitzicht over het dorp tot ver daarbuiten is het ook altijd weer genieten van de gierzwaluwen die we nu af en toe als ze langsvliegen van bovenaf kunnen bekijken.

De toren is vijftig meter hoog en we beklimmen de toren via een eeuwenoude smalle gemetselde wenteltrap met ontelbaar veel treden. Op ongeveer tien meter van de top, net onder de klokkenstoel posteren wij ons op alle vier de zijden van de toren. Die klim naar boven is een prima conditietester.

De "bijvangsten" zijn ook altijd de moeite waard ook al zijn het geen hele bijzondere soorten, we spotten dan van bovenaf stadsduiven, merels, kokmeeuwen, kleine mantelmeeuw, spreeuwen, en houtduiven. Ik hoorde ergens beneden in een achtertuin een vink roepen en zag door mijn verrekijker een reiger voorbij vliegen. Het telresultaat viel dit jaar wat tegen, tijdens de eerste telling om half negen, slechts zestien giertjes en tijdens de tweede telling om negen uur tweeëndertig exemplaren. En dat terwijl er door de verrekijker makkelijk dertig vogels in een blikveld te zien waren. Ze zaten duidelijk verder van het centrum weg en tellen niet mee. Tegen half tien werd de afdaling ingezet, dat gaat een stuk makkelijker dan omhoog klimmen. Later toen ik terug naar huis liep, zag ik ook mooie groepen van vijftien tot twintig gierzwaluwen. Maar die tellen ook al niet mee, het gaat echt om de vogels die met het blote oog rond de toren, boven het centrum vliegen. Volgend jaar beter, dan hoop ik er in ieder geval weer bij te zijn.

Wil je meer weten van deze vliegende sikkel, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/52

vrijdag 15 juli 2016

Broedende visarenden

Alweer een aantal keren hebben we enorm genoten van de visarenden die in de Biesbosch aan het broeden zijn. Ja, we komen ook wel eens op plekken buiten de Oranjepolder. Tijdens de broedvogeltellingen heb ik de afgelopen jaren regelmatig visarenden bezig gezien met het bouwen van nesten, soms zo groot dat je denkt, daar zou ikzelf ook nog wel in passen. Lijkt mij overigens heerlijk om op een lekkere zomerse dag met een zacht briesje, weg te dommelen in een comfortabel nest en te genieten van de stilte en vogelgeluiden van de Biesbosch.

vrouwtje zit waaks op het nest(10 juli 2016)
Hoog in een boom, boven de kreken waar kanoërs en plezierbootjes onderdoor varen. Maar dat zit er niet in, net als succesvolle broedactiviteiten van de visarenden die er in de afgelopen jaren ook niet inzaten. Maar dit jaar is het anders, voor het eerst in ontelbare jaren zijn de visarenden wel tot broeden gekomen. Het haalde zelfs het landelijk nieuws en boswachter Thomas werd zodoende een BN-er. Hij vertelde vol trots dat twee jonge visarendjes geboren waren. Een spannende tijd breekt aan, want tot broeden komen is een, maar tot uitvliegen en overleven in deze harde wereld is twee.

De visarend komt overal op de wereld voor met uitzondering van Australië en Antarctica. In Europa heeft de vogel het heel erg moeilijk gehad door vervolging en het gebruik van DDT waardoor ze in Europa in de vijftiger en zestiger jaren vrijwel uitgestorven waren. Ik las dat ze de voorkeur geven aan naaldbomen, nou als je iets niet in het natte zoetwater getijdengebied, als de Biesbosch vindt, zijn het wel naaldbomen. Dus het mag wel als een extra meevaller genoemd worden, dat ze toch besloten hebben, hier hun eerste nest ooit uit te broeden. Tenminste, als je Staatsbosbeheer moet geloven, want het is niet bekend dat er ooit eerder visarenden in Nederland hebben gebroed en die gasten geloof ik wel. Dit is het eerste nest ooit en dat maken we maar mooi mee, een gedenkwaardig moment.

het mannetje komt aanvliegen, 10 juli 2016
Ik ben trouwens benieuwd of de ontwikkeling van de Noordwaard, die afgelopen december pas is afgerond, bijgedragen heeft aan deze gebeurtenis. De enorme oppervlakte aan ondiep en visrijk water is de ideale omgeving voor de visarend. Als dit dan de voorbode is van de verdere ontwikkeling van het gebied dan ben ik blij om er vanaf het begin iets van mee te krijgen.
Op de weg terug naar huis zagen we een groep vogelaars bij elkaar staan, altijd een teken dat er iets bijzonders te zien is. En ja hoor. een rosse franjepoot kon op de valreep nog even afgevinkt worden. En thuis-gekomen zag ik op waarneming.nl dat we de zwarte ibis gemist hadden. Maar dat overleef ik wel.

Op NU.nl staat al een hele reeks nieuwsberichten over deze unieke gebeurtenis. Ik dacht eerst nog dat al die publiciteit wel eens een negatieve uitwerking zou kunnen hebben op het koppel. Vogelaars kennende, stellen ze zich in rijen van twintig, vijf rijen dik met in totaal een godsvermogen aan kijkers, telescopen, fotoapparatuur etc. op. En is het dus maar de vraag of de visarenden al dat tumult zullen accepteren. Maar dat valt gelukkig allemaal mee. De vogelaars staan er wel maar de afstand is groot genoeg en de visarenden zijn gelukkig tolerante vogels.

Wil je meer weten van deze prachtige visarend die eigenlijk geen arend is, klik dan op de link;http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/234

dinsdag 12 juli 2016

Torenvalk terug!

drie van de vier jongen laten zich zien
Gelukkig zijn ze ook dit jaar weer terug in de Oranjepolder. De torenvalken hebben weer een nest met vier jongen grootgebracht. Ze broeden in de nestkast in de IVN natuurtuin, de reeks van jarenlange onafgebroken broedsuccessen is alleen vorig jaar onderbroken. Er werd vorig jaar wel een poging gedaan maar deze broedpoging is toen om onduidelijke reden afgebroken. Ik vond toen in de natuurtuin een gedode mannetjes torenvalk waarvan ik vermoedde dat het een van de twee oudervogels was en dat het koppel daarom niet tot broeden is gekomen. Het koppel torenvalken dat dit jaar de nestkast bewoont, kan dus ook een ander koppel zijn of hetzelfde vrouwtje met een nieuw mannetje, daar zal ik waarschijnlijk niet achter komen maar een ding is zeker, er is weer een succesvol broedsel afgeleverd. In juni vliegen ze uit blijven dan nog een week of zes in de buurt en vliegen die jongen heen weer door de tuin op zoek naar hun ouders en een malse prooi, want die vangen ze nog niet zelf. Dat moeten ze nog leren.
bezette nestkast op al 20 april jl

Een stressvolle periode voor de ouders want hoe hou je vier opgroeiende jongeren een beetje in de gaten en voorzie je ze op tijd van een voedzame maaltijd? Regelmatig hoor je dan ook de alarmkreten klinken. Zo zat laatst een buizerd een konijn op te eten, op amper 40 meter van de nestkast en waren de twee torenvalken druk met het slaken van alarmkreten, zenuwachtig heen en weer vliegen en niet dat 't hielp, bezig de buizerd af te leiden en uit de buurt te houden. Nee, die buizerd had het te druk met een mals konijnenboutje en had gelukkig geen oog voor de jonge torenvalkjes.

staartveren van de in 2015 gesneuvelde torenvalk
Hij is ook niet direct een gevaar voor de torenvalken maar wie heeft dan die torenvalk het afgelopen jaar gedood? Het kan ook een havik, sperwer of bosuil zijn, meer kan ik niet bedenken. Als hij op de grond zou zitten en dat gedrag is vrijwel uitgesloten, zou het een vos kunnen zijn. Die zitten er immers genoeg in de polder en ook in de natuurtuin. Er loopt een mooi spoor door de tuin naar de poort. Dit spoor is trouwens alleen goed te zien als het gras nog nat is van de dauw.
Ik zet mijn geld op de havik, die bij De Hillen zijn territorium heeft. Ik verdenk hem er al langer van dat hij vogels in de polder rooft. Zo beschuldig ik hem er ook van de kerkuil die in het IVN gebouw gebroed heeft, in 2013 gedood te hebben.

Wil je meer weten van deze valken, klik dan op de link;
http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/226