vrijdag 4 november 2016

Staartmeesjes

staartmeesjes op de vetbollen in de tuin
Dit is weer de tijd dat staartmezen in groepjes door de Oranjepolder, langs Het Kromgat en de tuinen bij ons in de wijk scharrelen. Je ziet ze in de rest van het jaar veel minder en zeker niet zo nadrukkelijk zoals ze zich nu laten zien. Met hun hoge contactroepjes verraden ze zich en als je er dan een ontdekt hebt en je blijft naar de bomen of struiken kijken zie je ze een voor een voorbij vliegen. Ze vliegen in een groepje maar ook weer apart en het zijn er dan vaak een stuk of acht. Het lijkt ook altijd alsof ze je niet zien en gaan ongestoord hun gang, nooit lang op een plek, altijd onderweg naar nergens.

Ik heb trouwens pas een keer een koppel in het broedseizoen kunnen ontdekken dat een nest had gemaakt in een conifeer aan de rand van de wijk. In die periode zijn ze sowieso niet meer in groepjes samen en gaan ze vrij anoniem in koppeltjes verder door het leven. Best vreemd als je weet dat het een standvogel is en dus het hele jaar door in hetzelfde gebied leeft. De staartmezen doen niet mee aan de vogeltrek.

Er zijn naast de algemeen voorkomende staartmees ook nog de witkopstaartmees en de witkoppige staartmees. Deze laatste zit qua uiterlijk tussen de twee anderen in.

witkoppige staartmees(aug 2011)
Het kopje van deze mees is veel witter dan van de gewone staartmees maar net niet geheel wit waardoor je hem niet de witkopstaartmees kunt noemen. De meest zeldzame van de drie is de witkopstaartmees en je bent een echte "geluksvogel", om in de vogeltermen te blijven, als je er een kunt spotten. Ze worden met regelmaat gespot en gemeld maar het blijven bijzonderheden. Ik kwam "mijn" witkoppige staartmees alweer heel wat jaren geleden tegen op een wandeling door de Grote Peel.
De witkopstaartmees is een ondersoort die in Scandinavië en Oost- Europa voorkomt en soms afdwaalt naar ons land. De witkop heeft een scherp afgetekende halsband en die mis je bij de witkoppige staartmees, zoals je op de foto hiernaast kunt zien.

Wil je meer weten over dit bolletje met zijn aandoenlijke snoetje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=210

dinsdag 1 november 2016

Grote gele kwikstaart.

vroege ochtend langs De Donge
Vanmorgen liep ik om half acht langs De Donge, vroeg en nog een beetje donker. Het was slechts vier graden en er hing een lage mistdeken over de velden en het riviertje. Opvallend veel wilde eenden dobberden op het water dat zo glad als een spiegel was, geen streep wind stond er. Nu de wintertijd was ingegaan kun je wel vaker rekenen op dit stille herfstweer. De komende maanden korten de dagen en moet ik steeds later aan mijn wandeling beginnen. Ik zal blij zijn als de lente er weer is en ik in alle vroegte, nog voordat er mensen in het gebied geweest zijn, mijn ronde kan lopen. De kans op mooie zeldzame waarnemingen zoals een vos of groepje reeën is dan weer een stuk groter dan nu het geval is.

grote gele kwikstaart in winterkleed
Maar dit seizoen levert ook altijd weer wat mooie vogelsoorten op zoals koperwieken die bij de tweede stuw in De Donge overvlogen. En zoals gebruikelijk vloog een tetterende ijsvogel laag over het water voorbij. Een gillende waterral verbrak de stilte bij de splitsing van het Noorderafwateringskanaal en de oude doodlopende tak van De Donge. Een grote zilverreiger schrok op en maakte dat hij wegkwam. In een "mistwak" zag ik 43 toendra rietganzen overvliegen, ze werden aangetikt door de net opgekomen zon en zo zag ik de mooie chocoladebruine kopjes. Op het dak van de schuur van de boerderij van Harrie Loonen zag een grote gele kwikstaart, de kers op de taart van deze ochtend.
grote gele kwikstaart (tek. Elwin van der Kolk)
De grote gele kwikstaart is een doortrekker, op weg naar het warme zuiden. Vermoedelijk komt deze vogel uit Duitsland en het kan ook nog zijn dat hij uit zuid Scandinavië of Polen komt. Onze grote gele kwikken zijn ook vertrokken en dan heb ik over een kleine driehonderd broedparen die in het broedseizoen voornamelijk in oost Nederland vertoeven Deze vogel is in zijn oorspronkelijke leefgebied vooral te vinden langs stomende beekjes en die hebben we niet
in de Gecombineerde Willemspolder. Ik hoorde onlangs dat er een koppel grote kwikstaarten in Breda heeft gebroed, nota bene in de binnenstad van Breda langs een zijbeekje van de Mark, de Ley genaamd. Deze zijbeek stroomt vlakbij het oude Ignatius ziekenhuis de singel van Breda in. Dit is dan een van de twee broedgevallen in heel West Brabant. Het moet niet gekker worden. Door het steeds schoner worden van het oppervlaktewater en de kleine beekjes en riviertjes weer hun oorspronkelijke meanderende loop terugkrijgen, ontstaat de perfecte biotoop voor de grote gele kwikstaart en het ziet er dan ook naar uit dat dit gaat helpen om de soort weer in aantal te laten groeien. Ja, er gebeuren door mensenhanden ook hele goede dingen in de natuur.

Wil je meer weten van deze bijzondere verschijning, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=73

zondag 30 oktober 2016

Zeearend steeds vaker gespot.

zeearend boven de Hardenhoek, Biesbosch
Zeearenden zijn bruut en dat is een understatement. Maar ik snap wel waarom dat is, het zijn enorme grote roofvogels die om te blijven leven veel voedsel tot zich moeten nemen. Ze moeten daarom snel, wendbaar, sterk en slim zijn. En dat zijn ze ook. Ik heb vorige week opnieuw een sterk staaltje van een combinatie van deze kwaliteiten kunnen aanschouwen. Deze keer gebeurde dat bij de Dintelse Gorzen. Op een plek die niet vrij toegankelijk is en dat is jammer. Vanuit het westen loopt een mooie wandelroute door het gebied die je gratis kunt downloaden van de site van Natuurmonumenten, maar dan kom je nog niet eens in de buurt van het mooiste stukje van die buitendijkse natuurgebied. Ik krijg dan ook maar een paar keer per jaar de kans om de Dintelse Gorzen van die kant te bekijken en elke keer is dat een succes. Het is in de winter een verzamelplaats van enorm veel watervogels.

Dintelse Gorzen vanuit het oosten gezien
Dan zijn het weer groepjes geoorde futen, een groep van dertig casarca's, duizenden eenden en ganzen en laatst dus een zeearend die een brandgans te pakken had. Het gaat wel erg goed met de zeearend in Nederland. Zag je ze eerst alleen in de Oostvaarders plassen, het Lauwersmeer en sinds enkele jaren ook in de Biesbosch, zie je ze nu ook ruim daarbuiten. Twee weken geleden zagen we tijdens de excursie van de Vogelwerkgroep bij Stijensas twee arenden overvliegen en nu weer een met prooi bij de Dintelse Gorzen.

De ganzen die eerst alleen wat van jagers te duchten hadden moet zich steeds vaker zorgen maken over het gevaar dat uit de lucht dreigt te komen. Zeearenden hoeven het niet te hebben van een verrassingsaanval zoals een slechtvalk die met een paar honderd kilometer per uur een duif uit de lucht slaat, nee een zeearend jaagt heel anders.
Amerikaanse neef

Heel beheerst en berekenend jaagt hij alle watervogels de lucht in door laag over de ganzen en eenden te vliegen, hij doet dan nog geen poging om er een te pakken, nee, hij maakt alleen een keuze. Vervolgens versnelt de vogel en zijn prooi wordt eenvoudig bijgehaald, waarna met een ferme slag van zijn vlijmscherpe klauwen de gans er aan is. Een gans op volle snelheid haalt nog niet de helft aan snelheid van een zeearend die zijn zinnen gezet heeft op een maaltje "foie gras". Het recept van dit gerecht wil je overigens niet weten.
foie gras
Nee wat dat betreft weet de zeearend wel beter en eet hij alleen duurzaam opgegroeide en gedode ganzen. Kun je een gans trouwens wel duurzaam doden? Wat mij betreft mag hij met name de nijlgans wel bovenaan op zijn menu kaart zetten. Deze exoot doet het volgens mij te goed in ons land. Hierover de volgende keer meer. Wil je meer weten van de "vliegende deur", want zo wordt de zeearend genoemd, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=255

dinsdag 25 oktober 2016

Buizerds gespot.

De zomer is alweer een tijdje achter de rug, de herfst vordert gestaag, de winter is in zicht maar de buizerds blijven de seizoenen door in de Oranjepolder te zien. De buizerds hebben het dit jaar goed gedaan in de Oranjepolder. Op meerdere plekken zie ik buizerds op paaltjes zitten en net als vandaag een mooi clubje van drie omhoog schroevend en een opgejaagde buizerd.

Deze buizerd die langs vloog, werd opgejaagd door een zwarte kraai maar dat deerde hem amper. Een paar ferme vleugelslagen en hij was verlost van deze lastpak. Een beeld wat je in de zomer veel vaker zag. Dat had misschien wel te maken met de mogelijke dreiging dat jonge kraaitjes door de buizerd gepakt zouden worden. De jonge buizerds die hier nu nog rondvliegen, zullen aan dat gepest zeker nog moeten wennen. Het zijn er nu bij elkaar nog wat meer dan in het voorjaar, en er zullen er ook deze periode weer een paar sneuvelen, vermoedelijk eindigt het korte leventje van de een of andere buizerd ergens langs de A27.

Op meerdere plekken in onze polder zijn de buizerds succesvol geweest. Het koppel dat in de noordoost hoek van de polder huist, heeft op zijn minst een jong grootgebracht. Het koppel dat net aan de andere kant van de A27, in de Gecombineerde Willemspolder heeft gebroed, twee jongen. Wat verderop in de Willemspolder heeft ook een koppel gebroed maar de status van deze broedpoging ken ik niet. En ja, dan het nest bij de sportvelden, tegen de wijk Dommelbergen aan. De nestboom is begin dit jaar omgezaagd en alhoewel we de buizerds met regelmaat in die hoek zien vliegen, is mij niet duidelijk geworden waar het nieuwe nest ergens gebouwd is. Of misschien is er zelfs geen nieuw nest gebouwd, dat weet ik niet.

Je leert ze ook kennen, want elke buizerd heeft zijn eigen verenpatroon, helemaal donker tot bijna helemaal wit. De bekendste buizerd voor mij zit in de hoek van Het Kromgat, de buizerd die daar alweer een paar jaar zit, is vrijwel geheel wit, ook zijn kop en dat is uitzonderlijk, meestal is die donker gekleurd. Ik meld de kleurvarianten ook op waarneming.nl want waarneming.nl en SOVON doen hier onderzoek naar.

Wil je meer weten van deze relaxte en meest succesvolle rover van Nederland, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=28

vrijdag 21 oktober 2016

Havik of sperwer?

zeearend
Afgelopen week was het weer eens zover. De vogelwerkgroep waar ik lid van ben, ging op een mooie zaterdagochtend op pad. Doel was de APL polder bij Strijen en Strijensas. Een wondermooi open landschap met grote waterpartijen. Je kunt je wel voorstellen dat daar van alles te zien is, watervogels, steltlopertjes, zangvogels(alhoewel die nu niet meer of bijna niet meer zingen of weggetrokken zijn) en roofvogels. Die laatste categorie gaf weer eens stof tot nadenken. De vogelaars die meeliepen weten heus wel wat van vogels en roofvogels in het bijzonder af, want het koppel hoog overvliegende zeearenden werd moeiteloos opgemerkt en gedetermineerd. Een volwassen en een juveniel exemplaar werd vastgesteld.
Tot het moment dat laag over de loofbomen een roofvogel langs vloog. Lang genoeg om door een geoefend oog herkend te worden, dachten we. Torenvalk was de eerste luide reactie, nee hoor het was duidelijk een sperwer. Korte vleugels en lange staart, alle kenmerken van een sperwer die laag over de struiken en bomen scheert om zo een mees of vink te verrassen terwijl de torenvalk veel minder scherp vliegt, vaak biddend boven een akker hangt om vervolgens als een blok naar beneden te vallen en zo de onfortuinlijke muis te grijpen. Daarbij is de sperwer donkerder en een stuk schuwer. We waren er min of meer uit, het moet welhaast een sperwer geweest zijn.

Verderop ontmoeten we twee vogelaars die het gebied goed kenden en we wisselden kort de vangsten van de dag uit. Hebben jullie de zeearenden ook gezien vroegen ze ons? We konden trots beamen dat die twee ons niet waren ontgaan en daarmee toch ook een beetje onze status van vogelaars met een geoefend oog konden bevestigen. De twee vroegen of we de haviken ook hadden gezien? "Er vloog er net een over de bomen hier", zij een van hen. We namen eigenlijk zonder enige discussie aan dat de man gelijk had en wij dus geen torenvalk, geen sperwer maar een havik hadden gezien. Op onze soortenlijst werd zonder enige twijfel een "vinkje" achter de havik gezet en de sperwer werd doorgestreept.

zoek de verschillen tussen deze twee in de lucht maar eens.
Maar daar ga ik nu niet meer blindelings vanuit. want........een sperwer kan ook behoorlijk groot zijn. Een vrouwtje sperwer is bijna net zo groot als een mannetje havik. Een mannetje sperwer is zo groot als een torenvalk en een vrouwtje havik is zeker van het formaatje buizerd. Kun je me nog volgen? Het komt er op neer dat het best wel eens zo had kunnen zijn dat wij een vrouwtje sperwer zagen maar dat zij werd uitgemaakt voor een mannetjes havik, waarom zou dat niet zijn?

Wil je meer weten over de verschillen van deze twee snelle wendbare jagers, klik dan op de link;
http://vroegevogels.vara.nl/nieuws/verschil-tussen-havik-en-sperwer

dinsdag 18 oktober 2016

The Wild Geese

Niet in het wild gespot
The Wild Geese, een van mijn favoriete Ierse whiskey merken, drink ik altijd met groot genoegen, Ik ben er soms wel een beetje te zuinig op, ik vind het fijn dat ik hem heb staan en kan drinken als ik er zin in heb. Maar ben ook bang dat hij snel op is en een enorme leegte achterlaat in de drankvoorraad. Ik kies dan vaak voor een ander, meer makkelijker merk wat ik wat soepeler wegslurp, minder moeite mee heb zoals "The Naked Grouse" zeg maar. Trouwens een grouse is ook een hele mooie vogel en blijft mijn drank voorkeur toch een beetje in de vogelwereld hangen. The "echte" Wild Geese zijn ook weer in het land en dan heb ik het natuurlijk over de kolganzen en de toendrarietganzen.

De kolganzen komen van Groenland over de onstuimige zeeën naar ons land om te overwinteren. Je hoort ze bijna de hele dag hoog in de lucht naar elkaar roepen. Ze zijn duidelijk op zoek naar een goede stek die voldoende voedsel en bescherming biedt. In de Oranjepolder zie ik ze laag overvliegen in kleine groepjes, zoekende naar het beste weiland. In de Biesbosch hebben ze de topstekken voor het uitkiezen. Straks, in november als we de slaapplaatstellingen in de Biesbosch weer doen, zien we er in alle vroegte, duizenden kolganzen en grauwe ganzen uit de Biesbosch opstijgen. Ze overnachten op de grote plassen van de drie spaarbekkens.

links de taiga- en rechts de toendrarietgans
(zoek de verschillen)
De toendrarietganzen of eigenlijk moet ik gewoon rietganzen zeggen want de taigarietgans is vrijwel niet meer in ons land waar te nemen, komen van de Siberische toendra's naar ons land. Er is dan ook sprake van om de namen van deze vogels te vereenvoudigen in de wat algemenere naam, "rietganzen". In een strenge winter zijn nog geen honderdvijftig taigarietganzen in Nederland te vinden, dit in sterk contrast tot de toendrarietgans waar er in een goed jaar wel honderdvijftigduizend van te zien zijn. Wil je toch een poging doen om de taiga te spotten, dan moet je naar oost Brabant, de Grote Peel en Mariapeel zijn dan de hotspots. En als dat niet lukt maak je goede kans in het uiterste noordoosten van Duitsland en veel zuidelijker komen ze tegenwoordig niet meer.

Zaterdag acht oktober zag ik mijn eerste twee toendra's van het nieuwe winterseizoen en dat was behoorlijk vroeg. Toendra's arriveren meestal zo rond december in ons land. Ik hoop dan ook niet dat dit een voorbode is van een strenge winter. Maar dat kan trouwens niet, want de vogels worden door hun hormoonhuishouding en instincten aangestuurd om te vertrekken naar de winterkwartieren, het weer ter plaatse speelt geen enkele rol.


Wil je meer weten van deze Siberische wintergast, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=224

vrijdag 14 oktober 2016

Blauwe kiek

mannetje blauwe kiekendief in de Willemspolder
Het is vijf oktober en de mannetjes blauwe kiekendief jaagt alweer door de Gecombineerde Willemspolder. Hij verblijft hier gedurende de wintermaanden en dat doet hij alweer heel wat jaren. Dat ik het weet, wordt dit de zesde winter. Ik ben benieuwd of het elk jaar dezelfde man is die hier de muizenstand komt uitdunnen en ik ben ook benieuwd waar hij de afgelopen zomer heeft doorgebracht? En hoe oud kan een blauwe kiekendief eigenlijk worden? Vragen, vragen.

Even wat feiten over de blauwe kiek; Er zijn naar schatting nog slechts acht a tien broedparen in Nederland(in 2014 zelfs nog maar vier broedparen op Texel). Ze broeden met name op Texel en in Oost Groningen. De vogels broeden dus wel en ook nog eens succesvol, echter veel jonge vogels leggen later het loodje vanwege het schrale voedselaanbod. Als de muizenstand onder druk staat, redden de blauwe kiekens het niet. In de winter is de toestroom van deze vogels uit het oosten en noorden ook niet spectaculair, dus het jaarlijks arriveren van deze vogel in de Gecombineerde Willemspolder is reden voor een klein feestje. In Engeland is het nog veel erger gesteld, daar leven nog twee koppels maar die komen ook niet elk jaar tot broeden en er vliegen ook niet elk jaar jongen uit. Het gaat in heel west Europa gewoonweg slecht met de blauwe kiek.

die andere bijzondere bezoeker, de velduil.
De blauwe kiekendief broedt net als de velduil dus op Texel en laat de velduil nu ook een vogel zijn, een koppel om precies te zijn, die in het voorjaar bij ons in de polder verbleef. Zou de gecombineerde Willemspolder precies het juiste en voldoende voedselaanbod hebben, de juiste habitat zijn, de juiste uitgebalanceerde leefomstandigheden bieden, waardoor deze vogels juist deze plek uitkiezen? Dat juist deze twee uiterst kwetsbare soorten, die helaas hoog op de rode lijst prijken, deze polder uitkiezen is toch heel bijzonder. Het zal toch niet zijn dat onder deze zeldzame vogels op Texel het praatje over die fijne Willemspolder in Oosterhout, de ronde doet?

Het is prachtig om deze vogel zo bezig te zien, traag vliegend, laag over de akkerranden af en toe een schichtige beweging en uitval naar een potentiële prooi makend. Ga er maar eens kijken en met een beetje zoekwerk vind je hem vast, hij zit hier de hele winter nog.

Wil je meer weten over de beschermende maatregelen die vorig jaar zijn genomen, klik dan op de linken;
https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/?bericht=1649 of https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/?bericht=1654

dinsdag 11 oktober 2016

Verse roodborstjes.

Zit er verschil in de roodborsten die hier broeden en hier het hele zomerseizoen verblijven en de wintergasten uit het hoge noorden? Ja, ik vind van wel als je naar het gedrag kijkt, verder zien ze er natuurlijk exact hetzelfde uit en eten ze liefst hetzelfde. De winter roodborstjes zijn erg tam en blijven tot op een meter van je vandaan zitten en het lijkt er op alsof ze niet echt gewend zijn aan mensen en ze ook niet als een bedreiging zien. Ik zie ze nu ook veel vaker en zie ze onderling bakkeleien, dat zal dan wel over de nieuwe en tijdelijke gebiedsgrenzen gaan.

Onze roodborsten zijn vorige maand voor een deel al naar het zuiden getrokken en dat verklaart ook de "stilte", geen klaterende watervalletjes te horen, hoe goed je je best ook doet. De roodborstjes die je nu hoort en ziet, zijn voornamelijk wintergasten uit het noorden en oosten die het hier in de winter juist prettig vinden en niet verder naar het zuiden trekken.

De trek van roodborstjes heeft nog iets opmerkelijks wat zeker de moeite van het vermelden waard is. Het is namelijk zo dat roodborstjes tijdens de trek 's-nachts vliegen en hun koers bepalen door gebruik te maken van het aard magnetisme. Ze hebben daar een soort ingebouwd kompas voor beschikbaar en nu komt het opmerkelijkste van dit verhaal, dit zogenaamde kompas kan de roodborst alleen gebruiken tijdens de trek. De aansturing van dit proces vindt uiteraard plaats door de hormoonhuishouding van het vogeltje en speelt dus in het najaar op en na een klein half jaar opnieuw als de terugreis moet beginnen.

Ook het tijdstip van vertrek is op de harde hormoon- schijf geëtst. Het is dus niet zo dat de vogeltrek ingegeven wordt door omgevingsfactoren zoals het weer of minder voedselaanbod. Nee, de vogeltrek en dat geldt eigenlijk voor alle vogelsoorten, begint vaak al als de weersomstandigheden nog goed zijn en het voedselaanbod nog prima is. Roodborstjes gebruiken voor de koers hun ingebouwde kompas en aard magnetisme, ander vogels gebruiken de sterren als "roadmap", andere vogels vliegen weer overdag en hebben de zon of rivieren, wegen en bergen als richtlijn.

Er zijn dus vele wegen die naar Rome leiden, ook in de vogelwereld, waar een TomTom volslagen onzin is en eigenlijk maar een prutsapparaatje is, vergeleken bij het geavanceerde en eeuwenoude vogelinstinct. Ik denk ook vaak dat ik het beter weet dan mijn navigatie en rijd dan vaak tegen beter weten in mijn eigen route, terwijl mijn navigatie steeds maar tegen mij roept, "keer om". Mijn instinct is denk ik in de loop der jaren enigszins verwaterd.

vrijdag 7 oktober 2016

Usutu virus waart rond.


dode vrouwtjes merel
Een paar dagen geleden schreef ik over de geweldige broedsuccessen van de ijsvogel en de dreiging van het Usutuvirus wat de komende tijd wel eens roet in het eten kan gooien. Want de door het Usutuvirus veroorzaakte gevreesde merelsterfte, steekt na vier jaar de kop weer op. Met name in Oost Nederland worden veel dode merels gemeld. Toen bekend werd gemaakt dat het virus in Nederland actief was, werden binnen een week meer dan vijfhonderd meldingen gedaan. Het genoemde virus wordt door huissteekmuggen verspreid. Door het droge en relatief warme najaar gedijen de steekmuggen en kunnen ze ongestoord hun gang gaan. Naast merels zijn ook huismussen, spreeuwen, ijsvogels en uilen vatbaar voor dit gevreesde virus.

zo erg kan het dus zijn(Duitsland 2012)
Tot nu toe worden de dode merels gevonden in Oost Brabant, Gelderland en Limburg. Maar ik vond deze week helaas ook een dode vrouwtjes merel, niet gegrepen door een kat, niet tegen een raam gevlogen, zomaar dood liggend, midden op de stoep. De kenmerken, sterk vermagerd en slordig verenkleed herkende ik niet in dit stoffelijk overschot. Of het virus de dader is weet ik dus niet. Ik heb als laatste herinnering aan deze mooie tuinvogel een foto gemaakt(zie de onfortuinlijke vogel hierboven)
huissteekmug
Toen ik thuis kwam heb ik van deze waarneming direct melding gemaakt op de site van SOVON. Samen met de Vogelbescherming worden alle meldingen geregistreerd en wordt de omvang van deze besmetting nauwlettend gevolgd. De merel- sterfte valt ons mensen pas op als er massaal merels sterven, dan is de ellende dus al even gaande en daarom is het belangrijk om elke dode merel vanaf nu te melden.
de boosdoener in beeld

Helaas is het te laat voor de merels want er is geen behandeling mogelijk maar het is wel belangrijk om de omvang van de sterfte te weten. Wetenschappers melden ook dat na de sterfte de populatie relatief snel hersteld, dat is dan voorlopig het enige lichtpuntje in dit drama. Ik ben ook benieuwd of de sterfte zichtbaar wordt als andere vogelsoorten sterven. Dus als het virus de ijsvogels treft, waar en wanneer wordt dat duidelijk? Ik let de komende weken wel extra op of ik meer dode vogels vind.

Wil je meer weten van deze vogelziekte of een sterfgeval melden, klik dan op de link; https://www.sovon.nl/actueel/nieuws/vragen-en-antwoorden-over-usutu-virus

dinsdag 4 oktober 2016

De blauwe schicht

de bewuste sloot
De ijsvogel is een zeldzame verschijning niet alleen in de Oranje- polder maar gewoon in heel Nederland. Je moet ze maar eens in je blikveld zien te vangen, het is een snelle flits die laag over het water voorbij scheert. Ik zie en hoor de ijsvogels nu vrijwel dagelijks, in de Oranjepolder, de Willemspolder, langs De Donge, of de Noordwaard en de Kievitspolder om het even waar.

Het geluid is voor mij inmiddels heel herkenbaar en als ik dat hoge schelle piepje hoor, kijk ik automatisch naar het water en houd mijn blik op een vast punt, meestal flitst hij dan door mijn blikveld en kan ik hem "afvinken" voor de soortenlijst van die dag.

In september alleen al heb ik 24 ijsvogels gezien, in de maand augustus ook 23, maar de meest bijzondere waarneming deed ik vanmorgen toen ik in de Oranjepolder door mijn verrekijker over de brede sloot, achter de enige boerderij in dit gebied, naar vogels speurde. Ik zag drie vogels recht op mij afvliegen op amper een halve meter boven het water. Ik bleef ze volgen en zag dat het ijsvogels waren. Vlak voor mij stegen ze een kleine meter en sloegen rechtsaf richting de Kwestieuze brug. Dat had ik nog nooit gezien, drie ijsvogels die in formatie voorbij vlogen. Ik viel even stil en betrapte mijzelf er op dat ik met open mond in het niets stond te staren, ik was zogezegd in "extase".

Ik schreef enige tijd geleden al in dit blog over de ijsvogels en de broedsuccessen van de afgelopen jaren. In het succesjaar 2008 werden door SOVON meer dan achthonderd broedparen geregistreerd en onlangs werd de hoop uitgesproken dat de duizend broedparen gehaald zouden kunnen worden als de omstandigheden goed zouden blijven. Nu dat is het afgelopen jaar wel gebleken, zachte winter en steeds meer meldingen op waarneming.nl, dus het kan niet mis gaan zou je denken. Niets is minder waar want het Usutuvirus waart rond. We kennen dit virus van de grote merelsterfte in Duitsland(300.000 dode merels in 2012) en nu van de grote merelsterfte in Oost Nederland. Wat weinig mensen weten, is dat dit virus overgebracht door steekmuggen, ook dodelijk is voor spreeuwen, huismussen en ijsvogels. Ik houd mijn hart vast en moet er niet aan denken dat er door dit virus een abrupt einde gaat komen aan de gestage groei van de populatie van een van Nederlands mooiste vogels.

Wil je meer weten van het voor vogels dodelijke Usutuvirus, klik dan op de link;
https://www.dwhc.nl/vragen-usutuvirus/

donderdag 29 september 2016

Reiger vangt bot.

Een heel ongewoon en op zijn minst onverwacht tafereel, een grote zilverreiger die in de Biesbosch een platvis vangt. Vandaag zagen we de desbetreffende zilverreiger worstelen met een net gevangen vis. Hij had ook wat omstanders om zich heen verzameld die minstens net zo verbaasd waren als wij. Een kleine zilverreiger, diverse kokmeeuwen en een kraai stonden links en rechts naast hem. De bot was, schat ik een centimeter of vijftien tot twintig. De reiger probeerde de vis met de kop eerst naar binnen te laten glijden, maar die was te breed. Logisch want de platvis is plat en breed met beide ogen aan een kant van de kop, de "bovenkant" genoemd. Keer op keer wierp hij de vis een stukje omhoog om hem daarna op te vangen met zijn lange smalle gele snavel. Een onbegonnen actie.

Zwaaikom eind vijftiger jaren
De vis, een bot behoort niet tot het standaard menu van de grote zilverreiger. Normaal vangen ze voorntjes, bliekje of baarsjes, mooi rond en niet te lang, glijden deze visjes in de vorm van een torpedo met de kop naar voren, makkelijk naar binnen. Een bot is een platvis die normaal gesproken in zout water zoals de Delta en de Wadden voorkomt maar ook makkelijk kan leven in brak en zoet water. Deze platvissoort komt ook in de Rijn tot in Zwitserland voor.

Ik kan me nog goed herinneren dat ik als klein manneke vaak botjes en krabben ving in de "zwaaikom" van het Wilhelminakanaal. De zwaaikom was een verbreding van het kanaal zodat de Zweedse coasters, nadat ze hun houtlading voor de Simfa, een houtfabriek in Oosterhout gelost hadden, konden keren. In die tijd stond het Wilhelminakanaal via de Biesbosch nog in directe verbinding met de Noordzee. We hadden destijds ook eb en vloed in het kanaal en niet te weinig ook. Met springtij kwam het voor dat het water tot op de brug stond en de auto's langzaam door het water richting Den Hout reden. Met de voltooiing van de Deltawerken verdween het tij in Oosterhout.
                                                                     
Deze vis, de bot, familie van de schol, kan dus in zoet water leven maar het is vele jaren geleden dat ik er een in het binnenland heb gezien, groot was de vreugde dus en tegelijkertijd enorm veel spijt dat mijn camera met telelens honderd meter verderop nog in de auto lagen.

De bot leeft bij voorkeur in een getijde gebied en aangezien dat we dat niet meer hebben in Oosterhout zal de bot uiteindelijk ook wel vertrokken zijn. In de Biesbosch heb je dat nog wel, weliswaar in geringe mate maar dus voldoende voor de bot om dit gebied als zijn leefgebied te maken. Met deze waarneming en de herinnering aan vroeger maakte dat het weer een topdag was.

dinsdag 27 september 2016

Pestkop gezien.

buizerd wordt gepest door een kraai
Wat me vanmorgen opviel, was de mopperende kraai die een jagende torenvalk achterna zat en hem flink verstoorde bij zijn dagelijkse klusje, prooien vangen. Het is het gedrag wat je wel vaker bij zwarte kraaien en ook eksters ziet. Kraaien die roofvogels achterna zitten en schijnaanvallen uitvoeren. Zwarte kraaien jagen in de Oranjepolder achter torenvalken en buizerds aan en proberen zo de roofvogels uit hun gebied te verjagen en als dat niet lukt proberen ze hem wel zoveel mogelijk dwars te zitten. Irritant gedrag waar de roofvogels uiteindelijk ook genoeg van krijgen en wat verderop hun geluk gaan beproeven. Waarom kraaien dit doen weet ik eigenlijk niet. Roofvogels hebben een redelijk ander dieet dan zwarte kraaien en roofvogels loeren in deze tijd echt niet op jonge vogels, dus ook niet op jonge kraaien en een goede reden voor dit gedrag is daarom ook niet aan te wijzen.

Een vogel waarvan je verwacht dat hij anderen pest is de pestvogel. Maar het gekke is dat deze wintergast helemaal niemand pest, hij werd heel vroeger wel gezien als de brenger van de pest, maar dat is een ander verhaal. En als je de pestvogel eens goed bekijkt, zie je een prachtige vogel die weliswaar streng kijkt maar ook erg sociaal is, ze zijn altijd met een groepje en zitten niemand dwars. Maar daar gaat het nu niet over, het gaat over pesten door kraaien.

Kraaien zijn wat het pesten betreft erg handig, vaak met z'n tweeën en soms ook samen met eksters proberen ze de roofvogels, tot zeearenden toe, het leven zuur te maken. Ze gaan soms zo ver dat ze door handig samenwerken in staat zijn om prooien van buizerds af te pakken. Buizerds vind ik ook altijd wat sloom en gelaten reageren op al dat gepest. Nooit zie je een buizerd of torenvalk eens flink uit zijn plaat gaan en de pestkop eens een flinke aframmeling te geven. Nee, wat dat betreft zijn roofvogels in de polder een stelletje slappelingen die niet veel te vertellen hebben en hun imposante verschijning niet echt inzetten om de kraaien en eksters op voorhand op andere gedachten te brengen.

Dus, als het gaat om voedsel bemachtigen snap ik dat gedrag van kraaien wel, stelen van de buizerd of torenvalk is een stuk makkelijker dan zelf een prooi vangen. Maar zomaar pesten van een overvliegende buizerd of torenvalk snap ik niet goed en ik moet zeggen dat mijn speurwerk op internet ook niet veel heeft opgeleverd. nergens een goede wetenschappelijke onderbouwing van dit typische gedrag. Daarom, stop met pesten, het is nergens voor nodig!

vrijdag 23 september 2016

300 snippen in de knip.

een paar foeragerende watersnippen
Heel af en toe kom je in de Oranjepolder een vogel tegen die hier niet zijn vaste woongebied heeft en dat is in dit geval de watersnip. Tijdens de Atlastellingen in 2012 en 2013 hebben we de watersnip in de Oranjepolder gezien en hebben we deze soort ook gemeld bij SOVON. Eind 2013 zaten in een grasakker een twintigtal watersnippen. Uitrusten voor de trek naar Afrika. Ik moest gisteren aan deze waarnemingen terugdenken omdat ik in de polders Muggenwaard en Kievitswaard, onderdeel van de Grote Noordwaard, heel veel watersnippen heb gezien. Werkelijk waar, in totaal telde ik in dit gebied ruim driehonderd watersnippen, 303 om precies te zijn, onwaarschijnlijk veel vond ik dat.

De watersnip leeft normaal gesproken verborgen in natte weides, gemaaide rietvelden en natte oeverbegroeiing en zoekt zijn voedsel op de tast in een zachte modderige bovenlaag van de bodem. Door zijn lange snavel is hij in staat om in de vochtige tot natte modderige bodem te zoeken naar insecten, larven, spinnen, wormen en slakjes. Je ziet hem niet snel zitten, door het prachtige verenkleed wat hij heeft, bruin met lichte beige, wat gelige lengtestrepen. Hij vertrouwt ook op zijn schutkleur en vliegt pas op het allerlaatste moment op.

een uitgestorven Nederlandse snip
Lang geleden was ik al gek op de snip en deed er werkelijk alles aan om er zoveel mogelijk te pakken te krijgen. Wat een lastige klus was dat, maar gisteren had ik er zomaar bijna driehonderd in een keer te pakken en rekende mij al rijk. Ik geloof dat ik er vroeger zelf nooit meer dan een in handen heb gehad, want als ik er een had dan brandde hij al in mijn zak en kocht er weer iets onzinnigs van. Ik denk dat het en paar LP's waren van wat onduidelijke bandjes?

Men schat het aantal broedparen op duizend tot maximaal vijftienhonderd en de vogel staat op de rode lijst. In Vlaanderen is de watersnip ernstig bedreigd, daar is het dus nog slechter gesteld dan bij ons. Jaarlijks nemen de aantallen met ongeveer drie procent af en dat is echt zorgelijk. Er zijn wel weideherstelprogramma's waar nu al ruim tachtig weidevogelboeren aan meewerken en dat zou dan op termijn ervoor moeten zorgen dat de weidevogelstand op peil blijft. Ik ben benieuwd.

In Nederland komen vier soorten snippen voor, de houtsnip en tevens de grootste, het bokje en dat is dan de kleinste en de watersnip zit daar precies tussenin. Een buitenbeentje is de poelsnip die hier in de zomer sporadisch wordt waargenomen. Het snippen geslacht Gallinago telt in totaal zeventien soorten. De watersnippen die ik gisteren zag, zijn vrijwel zeker watersnippen die uit het Noorden komen en onderweg naar het Zuiden zijn om daar te overwinteren. Ze overwinteren in Zuid- en West Europa tot in Afrika, ten Zuiden van de Sahara toe. Ik vind het een topprestatie, want in de vlucht is de watersnip een zig-zaggend plomp vogeltje en is voorwaar geen soepele zwever die handig gebruik maakt van de thermiek en zo op z'n gemakje duizenden kilometers aflegt.

dinsdag 20 september 2016

Herfst in aantocht!


tafel- en kuifeenden op de Millenniumplas
Aan alles is te merken dat, ondanks de heerlijke temperaturen en de vele zonuren, de zomer zijn beste tijd heeft gehad. En niet alleen daaraan is te merken dat de zomer op zijn retour is, nee, ook de eenden laten middels hun verschijning zien dat de herfst er aankomt. De eclipskleden worden zo langzamerhand verwisseld voor het mooie kleurrijke winterkleed. Zo zag ik afgelopen zaterdag al een mannetjes tafeleend, mooi op kleur, midden op de Millenniumplas. En dat brengt me gelijk op het type eend die de tafeleend is, namelijk een duikeend.

Er zijn namelijk in onze binnenwateren twee soorten eenden, duikeenden en grondeleenden.

kuifeend, duikeend.
Grondeleenden worden ook wel zwemeenden genoemd maar dat vind ik te verwarrend want duikeenden zijn naar mijn idee ook eenden die zwemmen of in ieder geval doen ze alsof ze dat zijn. Met name de duikeenden zitten op groot en diep water en de tafeleend is er zo een, en die zie je eigenlijk nooit in kleine vijvertjes, sloten of vlieten(de kuifeend is daarop een uitzondering). Dus als je graag duikeenden zoals tafeleenden, kuifeenden, krooneend of topper wil zien ga dan naar de zandwinput of naar de Spieringpolder in de Biesbosch(voor de topper kun je trouwens beter naar het IJselmeer gaan). De duik eend ziet er qua bouw ook anders uit, hij heeft grotere poten en zwemvliezen en die poten staan ook veel verder naar achteren, staan rechtop net als een zwaan en ze hebben ook nog eens een grotere stevigere snavel dan de grondeleenden.

kenmerken van een typische grondel- of zwemeend
Grondeleenden zoeken hun voedsel aan het wateroppervlak of net daaronder en hebben dus niet van de grote poten nodig om diep te kunnen duiken. Je ziet ze tijdens het grondelen met hun kont in de lucht door het water peddelen. Dat zal een duikeend nooit doen. Het lichaam van de grondeleenden ligt hoger in het water, heeft een groter drijfvermogen en ze kunnen goed uit de voeten op het land waar ze ook wel grazen. Bij deze eenden zie je ook dat de poten meer in het midden van het lichaam zitten en ze hebben ook een fijnere snavel die erg geschikt is om bijvoorbeeld eendenkroos op te slobberen. Deze eenden waggelen ook meer en het zijn ook meer soorten die we regelmatig kunnen waarnemen, denk maar aan smient, wilde eend, pijlstaart, wintertaling, slobeend en krakeend(dit zijn de meest voorkomende zwemeenden in onze omgeving). Hoewel ik zelfs de muskuseend al een keer ben tegengekomen in Het Kromgat.

opvliegende zwemeenden
Als laatste verschil tussen de twee soorten wil ik nog noemen dat de duikeend een alleseter is en de zwem- of grondeleend een planteneter is. Om te zien zijn eigenlijk alle eenden even mooi, van de mooiste en zeldzame krooneend tot de meest algemene soort, de wilde eend toe. Ben je een liefhebber van waterwild, nou dan kun je de komende maanden je hart ophalen als de meeste eenden elkaar opzoeken en in grote groepen samenkomen en te bewonderen zijn op de zandwinputten en Biesbosch. Bij de polder Malta zagen we tijdens de wintervogeltelling in de afgelopen winter wel 175 pijlstaarten bij elkaar. En in de Hardenhoek zijn in de winter meestal vele honderden, zo niet duizenden wilde eenden, wintertalingen en krakeenden te bewonderen.

zaterdag 17 september 2016

Nieuw telseizoen watervogels.

jonge meerkoet in de polder
Vandaag is het watervogel telseizoen 2016/2017 begonnen. Ik tel dan maandelijks alle watervogels in de Oranjepolder tot en met de twee grote zandwinputten bij Raamsdonksveer en neem aan de Zuidkant de reeks stadsvijvers mee die tussen de Gamma en de Veerseweg liggen. Een pittig rondje van een uurtje of drie. Ik ben hier vorig jaar oktober tot en met april in dit jaar mee begonnen en nu dus de tweede ronde van maandelijkse tellingen. De tellingen worden altijd in het weekend wat het dichtst bij de 15e van de maand ligt, gedaan.

telgebied Oranjepolder-De Blokken
Vergeleken met de tellingen uit het vorige seizoen is de meest opmerkelijke telling die van de meerkoeten. Dat waren er vandaag maar liefst honderdtwaalf en dat is een record(voor wat het waard is). Ik zie nog steeds heel wat om eten bedelende jonge meerkoeten en verwacht dat er daar nog wel wat van zullen sneuvelen. Opvallend is wel dat de meerkoeten vrijwel allemaal in de polder zitten en uit de wijk zijn weggetrokken en dat juist alle waterhoenen in de wijk zitten en amper in de polder te zien zijn. Die verhouding is in de winter gegarandeerd anders. Dan trekken met name de waterhoenen samen op langs Het Kromgat en scharrelen de meerkoeten in de stadsvijvers rond. Door het maandelijkse rondje ga je de vogels en hun gewoonten wel een stuk beter kennen.

Deze periode heeft nog wel een nadeel want ik heb langs Het Kromgat amper kunnen tellen omdat de oeverbe-groeiing zo dicht is, dat je het water niet kunt zien en dus ook niet weet wat daar allemaal rondzwemt. Ik ben wel benieuwd hoe de aantallen zich gedurende de winter zullen ontwikkelen en kom daar later op terug.

Oranjepolder
Een tweede bijzondere waarneming was het aantal ijsvogels. Nog nooit eerder zag ik op een ochtend zes ijsvogels. Bij de NION plas werd ik door een roepende ijsvogel begroet, hij vloog laag over het water van de plas over en ik kon hem mooi volgen. Toen ik mijn verrekijker liet zakken, stegen recht voor mijn neus uit het riet twee ijsvogels op en vlogen voor mij langs naar de overhangende wilg rechts van mij. Drie ijsvogels binnen dertig seconden, voor mij een eerste keer om dit mee te maken.

Verder leverde deze telling nog drie hele mooie waarnemingen op, namelijk een mannetje tafeleend op de Millenniumplas en een dodaars en drie krakeenden op de NION plas(op het kaartje de grootste rechthoekige plas). In totaal kwam de telling uit op 13 soorten(maximaal aantal van twintig soorten in het afgelopen jaar) Opvallend nog was het lage aantal meeuwen en twee koppels knobbelzwanen met ieder vijf jongen. Ik ben achteraf heel blij met dit resultaat want ik had toch een beetje het idee dat het nog wat vroeg in het seizoen was en er nog niet veel te zien zou zijn op meerkoeten en wilde eenden na dan. Volgende maand rond de vijftiende de volgende telling en ik ben nu al benieuwd hoe die er uit gaat zien.