vrijdag 28 september 2018

Canadezen in het bos

Canadezen in het bos
Het afgelopen najaar en ook nu weer, slaapt een grote groep canadese ganzen in de boswachterij Dorst. Ze hebben het voormalige zwembad als slaapplaats uitgekozen en dat zou je zo een, twee, drie niet verwachten. Bij grote groepen ganzen denk je al snel aan grote, uitgestrekte polders of de Noordwaard in de Biesbosch. En aan slaapplaatsen van ganzen denk ik dan al snel aan de spaarbekkens in de Biesbosch.

Het zijn er een stuk of driehonderd plus. In de grote groep van vorig jaar zaten nogal wat exemplaren met een halsband en door deze ganzen op www.geese.org te melden, kwam ik er achter dat ze in Tilburg en Den Bosch waren "geringd" en op waarneming.nl ontdekte ik dat ze overdag gemeld worden in Tilburg, de wijk Reeshof. Waar deze grote groep in de zomer slaapt is me nog niet duidelijk geworden maar in het najaar en winter kiezen ze dus voor het voormalige zwembad om de nacht door te brengen.

Een goede keus volgens mij want je kunt je bijna geen stillere plek voor de nacht voorstellen dan dit bos. In de groep van dit najaar zitten geen ganzen met halsbanden, dus waar die beesten van vorig jaar gebleven zijn is mij een raadsel. Het zal heus wel dezelfde groep zijn maar misschien wisselt de samenstelling regelmatig. Morgenvroeg weer eens goed in de groep speuren of er deze keer wel een halsband bijzit.

Als het licht wordt beginnen de ganzen wat onrustig rond te zwemmen en worden ze ook steeds luidruchtiger, tot er een soort startsein gegeven wordt en alles de lucht ingaat. Op weg naar de ontbijttafel. Een half uur na zonsopkomst is alles weg en is de rust wedergekeerd en is het zwembad weer van de meerkoeten.

Wil je meer weten van deze zogenaamde bosgans, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grote-canadese-gans

dinsdag 25 september 2018

Ringmussen in de Oranjepolder.

5 ringmussen in het najaarszonnetje
In de Oranjepolder leeft al jaren een flinke groep ringmussen. Ze zijn zeer honkvast en bezetten de kruinen van een rijtje knotwilgen langs de Vissersweg. Vanaf het vroege voorjaar tot ver in de herfst verblijven ze hier en hoor je ze al van grote afstand tsjilpen. Als het echt wintert, vertrekken ze richting de woonwijk en zoeken ze het gezelschap van de huismussen op. De groepen mengen en gezamenlijk struinen ze tuinen en voedertafels af op zoek naar eten.

De ringmussen onderscheiden zich hier dus van de huismussen die een heel jaar door in hetzelfde gebied blijven. Die zitten zomer en winter in dezelfde klimop- of beukenhagen. De ringmus houdt dus van het echte buitenleven en laat zich alleen maar leiden door het voedselaanbod. Ik heb er overigens geen benul van hoe het met deze populatie mussen gesteld is. Naar mijn idee is de omvang van de groep al jaren stabiel. Gemiddeld wordt zo'n musje een jaar of drie dus de groep ververst met een flink tempo.

huismusvrouwtje
In het voorjaar heb ik nog een sterk staaltje van mussenmoed kunnen zien. In een van de solitaire populieren aan de Kromgatweg had een koppel buizerds een groot nest gebouwd. Van een flinke afstand keek ik vrijwel dagelijks naar de vorderingen die de buizerds in het broedseizoen maakten. En toen ik op een ochtend daar weer met de verrekijker stond, zag ik ringmussen aan de onderkant van het buizerdnest het nest inklimmen.

moeilijk te zien, maar de
ringmus nestelt in het buizerdnest
Ik had al eens gehoord dat ring-mussen wel eens vaker inwonen bij andere nestelende vogels maar bij een roofvogel inwonen, dat was nieuw voor mij. Het was geen op zichzelf staande waarneming, want de dagen erna lette ik er op en zag steeds weer de ringmussen druk in de weer aan de onderkant van het inmiddels grote buizerdnest.

Heel apart want ze brengen een groot deel van het jaar samen door in de knotwilgen en tuinen in de buurt, maar broeden doen sommigen dus klaarblijkelijk liever in afzondering van soortgenoten. Het lijkt ergens op commensalisme waar de ene soort voordeel van de ander heeft en de ander geen last of voordeel heeft van de eerste.

Wil je meer weten van de dappere ringmus, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ringmus

vrijdag 21 september 2018

Najaarstrek op gang.

kolganzen zijn er ook al
Gisteren, donderdag 20 september genoten we nog van een zomerse dag. De herfst en winter lijken nog ver weg maar dat kan zomaar omslaan. Vanmorgen viel het er dan ook met bakken uit, geen weer om vogels te spotten.

In het hoge noorden hebben de vogels de knoop al doorgehakt en zijn naar het zuiden vertrokken en zelfs al gearriveerd in de Boswachterij Dorst. Op drie plekken in het bos zag en hoorde ik de eerste sijzen van het seizoen. Een groep van 42 stuks vloog op en vloog al roepend van berkentop naar berkentop. Ook de appelvinken zijn al terug, alhoewel die hier het hele jaar te zien en te horen zijn. De appelvinken zoeken elkaar in het najaar wel op en trekken in de winter samen op. Dat maakt het wel eens stuk makkelijker om deze schuwe en verborgen levende vogel te zien.

grote zaagbek
nog zo'n typische wintergast


Ik twijfel nog een beetje maar volgens mij hoorde ik 's-avonds laat ook een kolgans roepen. Hoog in de lucht klonk de schrille roep van de gans, veel scherper en sneller dan de roep van een grauwe gans. Die roept op een lagere toon en laat nog twee korte kreten na de roep horen. De kolganzen komen al sinds het begin van deze maand binnen, nog wel in kleine aantallen maar ze zijn onderweg. Ook de toendrarietganzen, brilduikers en grote zaagbekken worden al gemeld.

Dus ondanks de nog zomerse temperaturen is de najaarstrek van de wintergasten al volop op gang en over niet al te lange tijd zit ons land weer helemaal vol met overwinteraars. Afgezien van het slechte weer ben ik toch wel weer blij dat het zover is en wordt vogelkijken weer een uitdaging.

dinsdag 18 september 2018

Nieuwe bewoner van de polder?

de witte patser in volle glorie
Afgelopen weekend zijn de watervogeltellingen weer begonnen en dat betekent een stevige wandeling van 14 kilometer door de Oranjepolder. Elke maand, rond de 15e, worden alle watervogels in de Oranjepolder en op de twee grote plassen bij Raamsdonksveer geteld. De eerste wandeling van het seizoen is altijd een lastige want al het blad zit nog aan de bomen en struiken waardoor het zicht op de sloten en waterlopen zoals Het Kromgat beperkt is.

Ik weet zeker dat ik daardoor de nodige water-vogels mis. Waterhoentje en meerkoeten zitten in de rietkragen en als ze zich niet laten horen, ontdek ik ze ook niet. De aantallen liggen in september dan ook altijd een stuk lager dan in de komende maanden. Maar naast mijn spiedend oog voor watervogels ben ik ook altijd alert op andere mooie poldervogels. En deze keer viel mij een opvallende buizerd op.
vroege wandeling in de polder

Deze buizerd is vrijwel helemaal wit alleen de vleugels zijn bruin gekleurd. De vogel stond kaarsrecht tegenover een geheel bruine buizerd en het leek erop dat er een non verbale discussie gaande was. Wie is groter en sterker en maak dat je wegkomt leek de vogel met zijn houding te willen zeggen. Ik zie elke dag altijd wel een stuk of drie buizerds in de polder rondvliegen of op paaltjes zitten maar deze witte kende ik nog niet.
Het kan een doortrekker zijn of een jonge buizerd van dit jaar die hier zijn territorium probeert te vestigen. Maar dan zal hij toch van goede huizen moeten komen want de vaste bezetting van de polder zal niet snel wijken.
Die middag ben ik nog maar eens gaan kijken of hij nog in de polder rondvloog en jawel hoor in dezelfde akker als die ochtend stond de witte patser nog parmantig in het zonnetje te pronken. Het wit spatte van zijn verenpak af, hij was van meer dan honderd meter al te zien.
Het zou een mooie aanwinst voor deze winter in de polder zijn, makkelijk te spotten en te volgen. En dan leer je ook weer wat zo'n vogel dagelijks in de polder uitvreet.

Wil je meer weten van deze succesvolste roofvogel van Nederland, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/buizerd

donderdag 13 september 2018

Vreemde vliegende valk.

koolzaadvelden, valkparkieten paradijs
Enige tijd geleden kwamen in dit blog de exoten al eens ter sprake. Ik heb het dan over nijlganzen, fazanten, parkeenden, monniks- parkiet en zwarte zwanen om er maar een paar te noemen. Aan mijn lijstje waargenomen exoten in het veld is weer een soort toege-voegd.

In de Oranjepolder vliegt namelijk alweer een paar maanden een valkparkiet rond. Je hoort hem al van ver en hij lijkt het hier wel naar zijn zin te hebben. De houtduiven moeten niets van hem hebben en vliegen steeds op als hij al schreeuwend aankomt vliegen. Het is een grijze valkparkiet met witte vleugelranden en schouder.
een gezin valkparkieten in Australië

De valkparkiet komt oorspronkelijk uit Australië en wordt hier als volièrevogel gehouden. In Australië vind je de valkparkiet in grote getalen in agrarische gebieden, dus wat dat betreft is hij hier wel op zijn plaats. We kennen naast de grijze variant ook de witte met een geel en oranje kop. Aardig om te weten is dat het geen parkiet maar een kleine kaketoe is met de prachtige Latijnse naam Nymphicus hollandicus.

Met het warme weer van de afgelopen maanden, zal deze vogel zich makkelijk in leven weten te houden. Zeker de restjes koolzaad op de akkers waar hij nu dagelijks te zien is, voorzien hem van voldoende voedsel.

valkparkiet begin 1800
toen al een tam huisdiertje
Ik vermoed dat deze vogel is gaan vliegen omdat de baasjes op vakantie moesten en geen oppas konden vinden. In de Lage Vuchtpolder bij Teteringen zag ik de afgelopen tijd een blauwe en een gele grasparkiet vliegen. Ook daarvan denk ik dat ze het veld moesten ruimen toen de eigenaars op vakantie wilden. Typische verschijnselen van deze tijd van het jaar en jammer dat mensen zo met huisdieren omgaan.

De komende maanden worden spannend voor dit beestje, gaat hij de herfst en de winter overleven? De monniksparkieten in Ouddorp zijn winterhard net als de halsbandparkieten in Den Haag waarvan de aantallen steeds maar toenemen. Deze vogels komen oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en Azië.

Wil je meer weten van deze kleine kaketoe, klik dan op de link;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Valkparkiet

dinsdag 11 september 2018

Porseleinhoen laat zich zien.

porseleinhoen in de Biesbosch
Dit jaar heb ik voor het eerst sinds jaren en jaren weer eens een porseleinhoen gehoord. De laatste keer was in 2012 tijdens de purperreigertelling in de Sliedrechtse Biesbosch. Het leek erop dat de Biesbosch geen goede leefomstandigheden voor het porseleinhoen bood.

Een paar jaar geleden zijn een in de Brabantse Biesbosch ingrijpende werkzaamheden uitgevoerd en is het gebied voor een aantal bijzondere en ook zeldzame moerasvogels langzaam aan steeds geschikter geworden Dat ontdekte ik dit voorjaar toen ik tijdens de broed-vogel inventarisatie(BMP telling) een porseleinhoen hoorde roepen. Een geluid dat je, als je het eenmaal een keer gehoord hebt, nooit meer vergeet. Men schat overigens dat er in heel Nederland nog geen 300 broedparen broeden.

Een porseleinhoen in het voorjaar horen is al heel wat en ik was er dan ook heel erg blij mee, maar een porseleinhoen zien, leek een onmogelijke opgaaf. Deze zeer schuwe en verborgen levende moerasvogels laten zich vrijwel nooit zien. Ik had mij daar al bij neergelegd, tot ik op waarneming.nl een paar keer zag dat in de polder Vogelzang in de Biesbosch porseleinhoentjes werden gezien en gefotografeerd.

de ondiep randen en rietkragen zijn hier ideaal
Een uitgelezen kans om er een te zien. Tegen de avond, windstil en bewolkt, ideaal om er een te spotten, stopten we bij de porseleinhoen hotspot. En vrijwel direct was het raak, maar liefst twee porseleinhoentjes kregen we in het vizier, foeragerend, in de rietkraag. Ze liepen voor het riet langs, verdwenen weer even en kwamen dan weer even in de modderbodem pikkend tevoorschijn.

Prachtige vogels die ook wel veel weghebben van waterhoentjes en waterrallen. De be-wegingen en bouw van de vogels is verge-lijkbaar alleen het verenkleed verschilt. Het porseleinhoen is warm bruin met zwarte en witte randen langs de veertjes waardoor ze wat gestippeld lijken. Een stevige rood/oranje snavel en groene poten. Vergissen is dan eigenlijk niet mogelijk.

Wil je meer weten van deze zeldzame moerasvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/porseleinhoen

vrijdag 7 september 2018

Geheimzinnige bosuil

vroege wandeling in het bos
Een echt vroege boswandeling levert altijd wat op, zo ook deze keer. Het begon al goed met een roepende goudvink en wat verder van mij vandaan, hoorde ik een zwarte specht roepen. Het typische zwarte spechten cru-cru-cru klonk in het nog halfduistere bos. Een goed begin van een mistige ochtend die later overging in een stevige regenachtige ochtend.

In het oude beukenbos, wat dieper in boswachterij, staat een oude niet zo gezonde beuk waar begin dit jaar tijdens een stevige storm een enorme tak van afbrak. Zeg maar dat een van de twee dikke zijtakken van de stam was gescheurd. Dat dit kon gebeuren was goed zichtbaar want in de stam zat een grote zwarte rotte opening en laat die opening nu een prima nestplaats zijn voor een liefhebber van holtes, de bosuil een echte holenbroeder. 

onopvallende bosuil
Al een paar keer dat ik daar voorbij wandel zit de bosuil diep in de opening net over de rand naar buiten te kijken. Ik hoop zo dat dit zijn definitieve nestplaats wordt want dan is hij in de loop van het seizoen mooi te volgen. Ze zijn zeer honkvast en ik zie deze bosuil nu alweer een maand of twee op deze plek, ik heb dus goed hoop. Het kan zelfs zo zijn dat deze bosuil zijn verdere leven in dit territorium blijft, over "honkvast zijn" gesproken!

Bosuilen ken ik vrijwel uitsluitend van hun roep wat dat doen ze in het winterseizoen met grote regelmaat. Zo hoorden we de bosuil regelmatig in het stadspark in de buurt van de muziektent, bij het klooster Sint Catharinadal en in de Biesbosch bij de Bloemplaat, Vijfambachten en Ruwen Hennip.

Met deze uil gaat het dus zo slecht nog niet, de aantallen blijven al een jaar of tien stabiel. De bosuil is ook niet bedreigd en wat misschien niet bekend is, is dat dit de meest voorkomende uil van Nederland en zelfs Europa is.

Wil je meer weten van deze grote onbekende veel voorkomende uil, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/bosuil

dinsdag 4 september 2018

Morinelplevier op de lijst gezet.

een ideale stoppelakker voor de morinel
Al heel wat jaren speur ik in Zeeland naar plevieren, goud- en zilverplevieren, bontbek-, kleine- en strandplevieren en met grote regelmaat zie ik ze ook. Als het seizoen maar juist is, kom je ze ook tegen bij Plan Tureluur, het eilandje Markenje en bij Noordervroon in Westkapelle. Behalve die ene, de morinelplevier, dat wilde maar niet lukken. In de nazomer trekken de morinellen door ons land op weg naar de overwinteringsgebieden en in het voorjaar komen ze opnieuw voorbij als ze gaan broeden in het uiterste noorden van Scandinavië en verder weg richting Rusland. Deze zeldzame doortrekkende vogels zie je dan langs de kust en zelden of nooit bij ons in het binnenland.

onopvallende en lastig te ontdekken morinelplevier
Afgelopen week zag ik regelmatig meldingen op waarneming.nl van morinelplevieren in Zeeland. Het moest er daarom maar eens van komen en op een dag, al vroeg in de ochtend, vertrokken we naar de kust. Met name bij Meliskerke werd alweer een paar dagen op rij een koppel gemeld dus dat werd het startpunt van die dag. Morinellen hebben een voorkeur voor kaal akkerland, een graanstoppelakker of een akker waar mais heeft gestaan.

Behalve die bewuste dag dus, want na lang speuren zagen het koppel tussen een groep goudplevieren in een grasakker staan. Qua formaat zijn ze even groot, ook de bouw is hetzelfde alleen de goudplevier mist de lange lichtgele
zomerkleed(L) en winterkleed(R)
tot in de nek doorlopende oogstreep en witte streep op de borst. Hét kenmerk van de morinelplevier. Een morinelplevier in broedkleed is heel wat makkelijker te herkennen. Dan is de borst en buik oranjerood en de kop is dan ook scherper getekend waardoor de oogstreep die tot in de nek doorloopt, helemaal goed opvalt maar die aanblik kun je in deze tijd wel vergeten. Het is in deze tijd een onopvallende vogel die geheel in de achtergrond kan opgaan.

Des te groter was de vreugde van de ontdekking van deze nieuwe soort voor mij. Eindelijk een morinelplevier en nog wel twee ook, goed in de lens van de telescoop maar net iets te ver weg voor een duidelijke foto. Die foto is wel gemaakt als bewijsfoto bij mijn waarneming.

Wil je meer weten van deze bijzondere passant, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/morinelplevier

vrijdag 31 augustus 2018

Jonge huismussen doen goed mee.

bijna uitgekleurde jongeman
Alledaagser kan het bijna niet, de doodgewone huismus die je overal waar wij ook zijn, tegen kunt komen. Staat er ergens in de wijk een beukenhaag, laurierhaag of dikke klimop schutting, dan zijn er wel huismussen te vinden. En niet een huismus of een paar maar het zijn er dan ook gelijk een hele hoop. Het zijn echte kolonievogels die ook, in zeg maar, los kolonie verband in de wijken broeden.

In het voorjaar hebben ze het erg druk en kwetteren ze er lustig op los, vliegen in groepjes achter elkaar aanjagend door de straten en tuinen, geen oog hebbend voor onze aanwezigheid. De jonge mussen zijn ondertussen al lang en breed uitgevlogen en kiezen nu hun eigen weg. En dat is soms erg ver van hun geboortenestje vandaan. Ze hebben niet zo'n binding met hun geboorteplekje. Er is ooit wel eens een jonge mus meer dan 500 km verder dan zijn geboorteplekje aangetroffen.

volwassen mannetjesmus
Het was, ja en ik schrijf het nog maar eens op, het was een zeer algemeen, veel voorkomende broedvogel waar de aantallen in de zeventiger jaren op een kleine 2 miljoen broedparen lagen en daar is nu, heden ten dage, amper een derde van overgebleven.

Door onze isolatiedrang is het voor de huismussen vrijwel on-mogelijk geworden om onder de dakpannen te nestelen. Daar-naast zijn nog tal van factoren te noemen die de achteruitgang van de huismus verklaren. Jammer, want het is een gezellig vogeltje dat ook nog eens niet schuw is en tot op een meter afstand de gemorste kruimeltjes komt oppikken.

huismus vrouwtje
Tussen de huismussen die ik onlangs rond mijn terrastafel gadesloeg, zaten ook wat jonge huismussen. Het is nog niet zo makkelijk om die jonge beestjes te  ontdekken want ze kleuren al vrij snel naar het volwassene kleed. De vrouwtjes zien er allemaal gelijk uit en is dat verschil tussen jong en oud niet of nauwelijks waar te nemen. Althans voor mij niet en een meer ervaren vogelaar ziet dat verschil mogelijk wel.

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is goed te zien en dat is bij de ringmus wel even anders. Bij deze mussensoort zijn de mannen en vrouwen hetzelfde gekleurd en getekend. Maar die zitten niet vaak in de woonwijken, hooguit in de winter als in het buitengebied wat minder voedsel beschikbaar is, dan willen ze de voedertafel nog wel eens bezoeken.

Een alledaagse verschijning wordt zo dus bijzonder en er moet een wonder gebeuren wil deze neerwaartse lijn omgebogen worden. Wil je meer weten van deze gevederde mensenvriend, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/huismus

woensdag 29 augustus 2018

De terugkeer van het witgatje.

witgat(tringa ochropus)
Het was denk ik, zo rond 21 april toen ik een witgatje in de Oranjepolder zag. Zie ook mijn blog van 24 april waar ik de ontmoeting met deze steltloper beschrijf. De witgatjes waren toen op trek naar het noorden om daar te gaan broeden. Witgatjes broeden niet in Nederland maar wel in Scandinavië en het dichtst bij ons in de buurt is Duitsland. Ik schreef in april dat ik de eerste witgatjes weer in september terug verwachtte maar dat was dus eergisteren, 21 augustus, al het geval, exact vier maanden later.
In de boswachterij Dorst vlogen
's-morgensvroeg vier witgatjes op. Langs de oever van de oude leemputten die door de extreem droge zomer nog maar amper water bergen, zaten ze hoogstwaarschijnlijk bij te komen van de lange vlucht naar hier.

Het is een stuk logischer te noemen dat de witgatjes in het bos te zien waren dan in Het Kromgat in de Oranjepolder. Dit water stroomt namelijk nogal en daar houden deze vogels niet echt van. Die geven de voorkeur aan stilstaand water in vochtige bossen al is daar nu geen sprake van.

Het broedseizoen inclusief de heen- en terugreis duurt dus precies vier maanden en dat is toch wel erg kort. De vogels brengen dus maar liefst acht maanden in het "buitenland" door in plaats van in hun geboorte- land. Dit geldt trouwens voor veel vogels en er zijn er ook die een nog veel korter verblijf in hun geboorteland doorbrengen.

Een voorbeeld in de omgekeerde volgorde is de gierzwaluw. Die broedt en verblijft hier tussen 30 april en 1 augustus en dat is dus een volle maand korter dan een witgatje. De gierzwaluw verblijft dus maar liefst negen maanden in het "buitenland". En daarmee is het dus meer een Afrikaanse vogel dan een oer Nederlandse vogel al denken wij daar graag anders over.

Nog zo'n mooi voorbeeld is de oer-oer Nederlandse vogel, de koekoek. Nederlandser kan bijna niet maar ook deze vogel leeft dik acht maanden in Afrika en maar vier maanden tijdens het broedseizoen bij ons. En is het dan nog wel een oer Nederlandse vogel te noemen?

Wil je meer weten van het willende witgatje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/witgat

donderdag 23 augustus 2018

Boomvalken in de polder.

jonge boomvalk in de Oranjepolder
Terug van weggeweest zullen we maar zeggen. De boom- valken zijn al jaren vaste broedvogels van de Oranjepolder en Gecombineerde Willemspolder. Elk jaar zag en hoorde ik de boomvalken in deze polders en heb ik ook regelmatig de nestplaats kunnen ontdekken. Vorig jaar heb ik ze voor het eerst niet gezien maar dat wil niet zeggen dat ze er niet waren.

Dit jaar werd ik geholpen door Wies, die op haar fietstochtje het koppel boomvalken ontdekte in een hoogspanningsmast in de Gecombineerde Willemspolder. Diezelfde dag ben ik daar gaan kijken en zag aan het gedrag, duidelijk dat daar gebroed is of in ieder geval de jongen rondhingen. Iedere andere vogel werd als indringer behandeld en fel verjaagd, van kauw, zwarte kraai tot buizerd.

Zelfs de buizerd koos eieren voor zijn geld toen een luid alarmerende boomvalk hem probeerde te torpederen. De boomvalk wist van geen wijken en keerde pas terug naar de mast toen de buizerd ver buiten het gebied was.

boomvalk in de polder op 21-8-2018
Zwarte kraaien, toch niet echt bange of schuwe vogels, wisten niet hoe snel ze de route moesten verleggen. En dat terwijl zij het juist zijn die onder andere de torenvalken de stuipen op het lijf jagen. Een boomvalk is net zo groot of zo klein, het is maar hoe je wil noemen, als een torenvalk, maar is dan toch andere koek. De alarmroep klinkt van beide valkjes bijna gelijk, de torenvalk wat korter, scheller en hoger van toon, de boomvalk laat zich vaak langdurig horen en klinkt wat zangerig.

bedelende jonge boomvalk
Dat de boomvalken zich nu zo nadrukkelijk laten horen, komt omdat de jongen in deze periode uitvliegen. Dat lijkt laat, maar dat is niet zo.

De boomvalken arriveren hier pas eind mei en tel daar ruim 30 dagen broeden en ruim 30 dagen voeren in het nest bij op en je zit al een het begin van augustus. Daarna worden de jongen nog een week of vier, vijf gevoerd en vertrekken de vogels vanaf begin september naar Afrika. Een kort en strak broedschema waarin niet veel fout mag gaan. Als je dat zo bekijkt is het een prestatie van formaat te noemen en volgens mij ook behoorlijk stressvol. Alles bij elkaar iets meer dan drie maanden waarbinnen alles moet gebeuren en dan ook nog moet kloppen

Wil je meer weten van deze straffe planner, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomvalk

dinsdag 21 augustus 2018

De roesteend.

de roesteend of casarca
De casarca blijft een aparte vogel. Zo groot als een kleine gans maar het is een eend. Hij wordt ook wel roesteend genoemd en qua kleur kan ik mij daar wel in vinden. Het kopje is licht gekleurd en het mannetje heeft een zwarte hals- band net als een turkse tortel.

Jaren geleden zag ik bij ons in de Oranjepolder een casarca met een nijlgans optrekken. Eerst scharrelden ze samen op de ondergelopen ijsbaan van IJSCO en wat later zaten ze achterin de polder vlak bij de IVN natuurtuin. Ik vond het toen een hele bijzondere vogel en vroeg mij af waar deze vandaan kwam?

En dat is meteen ook het lastigste vraagstuk over deze eend. Men vermoed namelijk dat de Nederlandse populatie ontstaan is uit ontsnapte collectie vogels, zeg maar, ontsnapt uit een volière. Maar de laatste jaren komen steeds meer casarcas uit oost Europa naar Nederland en kun je op het IJselmeer grote groepen casarcas zien. Dus wordt het steeds lastiger om vast te stellen of het nu echte wilde vogels zijn of ontsnapte vogels. Broeden doen ze overigens niet hier, vandaar ook dat je ze pas vanaf augustus weer bij ons ziet.

een casarca en nijlgans in de oranjepolder
Vorige week zag ik in de Hardenhoek vier casarcas maar dat waren ze dus niet allemaal als ik naar de meldingen op waarneming.nl kijk, er was iemand die daar twaalf casarcas had gezien.

En ik twijfel daar ook niet aan, want het kunnen makkelijk meer worden. En niet alleen in het IJselmeer of de Biesbosch zie je vanaf augustus een gestaag groeiend aantal casarcas. Twee jaar geleden zagen wij bij de Dintelse Gorzen maar liefst 31 casarcas op het water dobberen, dus wie weet hoeveel het er nog gaan worden.

Deze eend eet net als veel eenden en ganzen, gras, jonge scheuten en zaden en kan zich bij ons dus prima handhaven. Door zijn opvallende kleur kun je hem niet snel over het hoofd zien en is hij vaak van verre al te zien, Zeker in deze tijd is dat apart te noemen want alle andere eenden zien er nu bijna hetzelfde uit. Ze zitten namelijk volop in de ruiperiode en dragen allemaal het saai bruine eclipskleed.

Behalve deze casarca dan, die is nog net zo oranje als in het begin van het broedseizoen. Wil je meer weten van deze exoot die vreemd genoeg zo niet wordt genoemd, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/casarca

vrijdag 17 augustus 2018

Paapje in Surae

Boswachterij Dorst, de dag moet nog beginnen.
De afgelopen jaren loop ik wekelijks een flinke ronde door de Boswachterij Dorst. Meestal vroeg omdat ik op mijn wandelingen niet graag mensen tegenkom. Meestal zijn dat Nordic walkers, mountainbikers of kletsende wandelaars die het wild en vogels verstoren. Ik gun deze recreanten hun pleziertje maar niet als ik daar loop. Dat betekent om 5.30 uur het bed uit en tegen de ochtend  schemer op pad.

paapje op een paaltje, zo kennen we ze.
Het is vrij gebruikelijk om op die wandelingen, afhankelijk van het seizoen, tussen de dertig en vijftig verschillende vogelsoorten te horen en/of te zien. Maar nog niet eerder kon ik een paapje aan mijn soortenlijstje toevoegen. Deze ochtend speurde ik de lage bramenstruikjes en jonge berkjes af naar vogels. Meestal vind ik dan wel een roodborsttapuit, gekraagde roodstaart, grasmus en mezen. Soms aan de randen van de open vlakte ook een grote lijster, kneu, kruisbek, appelvink of goudhaan, in de winter zitten er ook nog kepen en vaak volop vinken.

Deze ochtend een mannetjes paap, een vogeltje dat naar mijn idee meer de voorkeur geeft aan open kruidenrijk grasland. Tenminste tot nu toe heb ik ze in dit soort gebieden gezien. De Biesbosch is zo'n gebied waar dit vogeltje zich prima thuisvoelt. Ik heb het nog even nagekeken en las dat ze ook van open heidegebieden houden en dat is natuurlijk precies het gebied waar ik hem vanmorgen zag. Het grote open gras- en heidegebied middenin het natuurgebied Surae.

Het gedrag is identiek aan de roodborsttapuit en het beestje deed nu ook niet anders. Opvliegen en weer landen in de top van een klein bramenstruikje. Opvallend was het zwarte maskertje met de helder witte oogstreep en verwarring met de gekraagde roodstaart lag op de loer. Even goed kijken en de vogel nam de twijfel weg, onmiskenbaar een mannetjes paap.

Het kan zijn dat dit vogeltje al aanstalten maakt om naar het zuiden te vliegen en een foerageerstop in de Boswachterij maakt. Broeden doen ze in dit gebied in ieder geval niet want dan had ik dat allang geweten.

Wil je meer weten van deze vrome vogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/paapje

dinsdag 14 augustus 2018

Zwermende kraaien en kauwen

hoogspanningsmasten als rustplaats
Zo te zien, is dit jaar een goed broedjaar voor de kauwen en kraaien geweest. Tegen de schemer verzamelen alle kraaien en kauwen zich in de Oranjepolder tot een enorme groep zwarte vogels. Ik denk dat het er makkelijk 400 tot wel 500 vogels zijn.

Net als de spreeuwen, groeperen ze zich en vliegen wat heen en weer tot het tijd wordt om een roestboom te zoeken. Ze slapen ook allemaal bij elkaar en in de vroege ochtend gaan ze weer uit elkaar en gaan ze op pad om hier in de buurt te foerageren.

zwermende spreeuwen boven de Oranjepolder
We kennen dit gedrag ook van de spreeuwen maar daar zit wel een wezenlijk verschil in. De spreeuwen verzamelen zich ook tegen dat het donker wordt maar vliegen in een geordende formatie en schrijven prachtige figuren in de lucht. Ze doen dat ook zwijgzaam en alleen als ze dichtbij komen hoor je het zoevende geluid van de vleugels aanzwellen en uitsterven. Het past zo goed bij de voorbij vliegende wolken spreeuwen en maakt het schouwspel een beetje mysterieus.
Wat later vallen de spreeuwen als door een trechter in een boom of rietkraag. Op dat moment breekt een enorm gekrakeel uit en roept elke spreeuw om het hardst. Deze evaluatie van de voorbije dag duurt slechts enkele minuten en wordt het sereen stil en valt de nacht in.

foeragerende kraaien in de polder
Dat is bij de kraaien en kauwen wel even anders. Ze vliegen slordig door elkaar in een enorm langgerekt lint en tetteren er lustig op los. Het door de polder heen en weer vliegen, duurt wel een kwartier en van mooie patronen in de lucht schrijven is geen sprake. Je hoort de vlucht vogels al van verre aankomen en ze kiezen de hoogspanningsmasten als rustpuntje uit terwijl de groep groeit en groeit.

Als het bijna donker is, vertrekt de groep richting de Gecombineerde Willemspolder. Ik vermoed dat ze daar een paar populieren voor de nacht geboekt hebben. In de verte hoor ik dat het getetter vrolijk doorgaat. Pas als het echt donker is, verstomt het geluid en vallen de vogels een voor een in slaap. Morgenvroeg weer een drukke dag met geen enkele zekerheid of de avond weer gehaald wordt, want zo ziet het leven er van een vrije vogel eruit.

Wil je meer weten van deze zwartjassen. klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwarte-kraai

vrijdag 10 augustus 2018

Ze zijn er weer, Poolse zwanen.

Het jonge gezin knobbelzwanen in het Kromgat
Ook dit jaar is het koppel knobbel-zwanen in de Oranjepolder succesvol geweest. Ik vermoed namelijk dat het dezelfde zwanen zijn omdat ze met hun jongen door dezelfde watertjes zwemmen en de jongen gemixt ge-kleurd zijn. Zij hebben in dit voorbije broedseizoen zes jongen gekregen en vorig jaar hebben ze ook een mooi groepje jongen grootgebracht.

En vorig jaar zag ik al dat dit koppel zwanen geen raszuivere Hollandse knobbelzwanen waren. ik schreef daar vorig jaar het verhaal van de "Poolse" knobbelzwanen over.

een jonge Hollandse en Poolse jonge zwaan
Door de mix van grijze en witte jonge zwanen ook wel pullen genoemd, weet ik dat er Pools bloed in de aderen van de zwanen stroomt. In Polen werden jonge witte knobbelzwanen gefokt voor de donsindustrie en toen die industrie wegviel, werden de knobbelzwanen losgelaten.

Jonge knobbelzwanen zijn van oorsprong grijs behalve die Poolse dus. Dat Poolse bloed stroomt nog steeds door de aderen van een deel van de knobbelzwanen in Nederland en dat zie je dus heel even in het voorjaar en zomer.
Ook hier een Hollandse en Poolse jonge zwaan(aug 2017)

Het is niet zo dat allen knobbelzwanen gemixt bloed hebben, ik heb deze maand Zonzeelse polder ook knobbelzwanen met alleen maar grijze jongen gezien. Deze zwanen zijn dus niet gekruist en zijn dus nog echt wild. Ik noem ze liever wilde knobbelzwanen dan raszuivere knobbelzwanen want ook de Poolse knobbelzwanen zijn raszuiver.

Later als de jongen groot zijn en allemaal wit zijn, is het verschil alleen nog zichtbaar als de zwanen uit het water zijn. De wilde knobbel zwanen hebben diepzwarte poten terwijl de zwanen met Pools bloed lichtere, wat rose gekleurde poten heeft. Maar dat is nog niet zo makkelijk waar te nemen.

Wil je meer weten van deze statige witte verschijning, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/knobbelzwaan