dinsdag 30 juli 2019

Drukke slaapplaats.

afgeladen masten
Als het broedseizoen achter de rug is en er is geen werk meer aan de winkel zoals een territorium bezetten, vrouwtje of een mannetje zoeken, nest bouwen, indringers verjagen, voedsel zoeken voor de kleintjes etc. etc. dan heb je vrije tijd. Die tijd is nu voor veel vogels aangebroken en ja wat doe je dan? De kraaien, kauwen en roeken allemaal familie en verwant, zoeken elkaar op en genieten op de gemaaide velden van de oogst- resten.

In de Oranjepolder zitten makkelijk duizend vogels op de velden, veel jongen worden nog gevoerd en er lijkt geen vuiltje aan de lucht. Een prima zomer dus. En in de avond ontvouwt zich een prachtig schouwspel. Het lijkt een beetje op wat spreeuwen ook doen, maar dan iets minder spectaculair. Er wordt geen adembenemend luchtballet opgevoerd maar het zit er niet ver vandaan.
op weg naar bed

Al die kraaiachtigen verzamelen zich tegen de schemer in een rijtje populieren en maken daar met veel kabaal kleine proefvluchten. De groep groeit en groeit totdat het er vele honderden zijn. Vandaar vliegen ze in een soort los verband formatie van de bomen naar de hoog-spanningsmasten en terug. Dat houden ze zo een klein uurtje vol om van daaruit ineens naar de slaapplaatsen te vertrekken.

Ik denk dat de vogels in de hoge populieren langs de Oude Veerseweg overnachten of nog wat verder door naar de Willemspolder. Wat met name opvalt is dat deze groep met drie soorten kraaiachtigen uitstekend met elkaar kan opschieten. Er wordt niet gevochten en men gaat zo op het oog op een vriendschappelijke manier met elkaar om. Wel zoeken de soorten elkaar op en dat is met name tijdens de vlucht goed te zien. De veel kleinere kauwen vliegen bij elkaar in de grote groepen grotere roeken en kraaien. De roeken op hun beurt mengen zich ook niet met de rest en zitten met name bovenop de draden van de mast.

Het is een bijzonder fenomeen en is de komende weken nog goed te volgen. Op een mooie warme zomeravond is het in de Oranjepolder genieten van deze grote groep vogels.

vrijdag 26 juli 2019

De snorrende sprinkhaanzanger.

.
zingende sprinkhaan in de Biesbosch
Net nu de meeste rietvogels hun snavel houden en diep verscholen in de dikke, uitbundige rietkragen hun kroost verzorgen, hoor ik op steeds meer plekken de sprinkhaanzanger zingen. En laat dat nou net een rietvogel zijn die ik met name in het vroege voorjaar, zo vanaf de tweede helft van april, hoor en juist in de zomermaanden in het geheel niet. Ik heb er mijn lijstje met waarnemingen maar eens op nageslagen en inderdaad, de sprinkhaanzanger hoor ik na de eerste week in juli niet meer.

De afgelopen twee weken, dus na half juli, hoorde ik de sprinkhaanzanger in de Lage Vughtpolder, de Zonzeelse, de Spieringpolder, Oostdijk en de Zouwe Boezem. Volop zingend in de top van de rietpluimen. En dat is wel handig want dan kun je de vogel goed bekijken en je ervan gewissen dat het wel degelijk om een sprink-
gestreepte binnenkant van de staart is goed te zien
haan gaat en niet om een snor. De binnenkant van de staart van de sprinkhaanzanger is "getekend" of donker gestreept en de binnenkant van de staart van de snor is egaal bruin gekleurd.

Los van deze uiterlijke kenmerken kun je heel goed aan de omgeving waar de vogel zit te zingen, afleiden om welke van de twee snorrende rietvogels het gaat. De sprinkhaanzanger houdt niet van hele natte voeten, dus zal zijn rietveld of struikjes opzoeken in een wat drogere omgeving, vandaar ook zijn voorkomen in de duinen van Oostdijk, terwijl de snor daar helemaal niets van moet hebben. Nee, die zit liever in overjarig en vooral klets-natte rietvelden. De Noorderplaat, in de "natte" Biesbosch is zo'n topstek. Daar hoor je vooral de snorren zingen en ratelen.

Het geluid van de snor is wat lager, warmer van klank terwijl de zang van de sprinkhaanzanger, hoger en wat blikkerig klinkt. Dus de combinatie van uiterlijk en biotoop helpt je het onderscheid tussen de beide soorten te maken.

Wil je meer weten van deze blikken rietzanger, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sprinkhaanzanger

dinsdag 23 juli 2019

Boomvalk steeds vaker een poldervogel.

boomvalkvrouwtje op het nest
Wat is het toch een onmogelijke plek om in een hoogspanningsmast te broeden. De boomvalk in de Lage Vughtpolder broedt, net als de boomvalken in de Oranjepolder en Willems- polder in een hoogspanningsmast. Open en bloot, nauwelijks bescherming op een lelijke plek. Zaten de boomvalken vroeger aan de randen van heidevelden en open vlakten van bossen, zitten ze nu dus vooral in agrarisch gebied. Verdreven door de havik en noodge-dwongen een volledig andere habitat gekozen.

Van de ene kant knap dat de vogel zich zo kan aanpassen maar van de andere kant is het jammer dat zo'n prachtige roofvogel bijna geheel uit zijn oorspronkelijke broedgebieden verdreven is.

Hij wordt wel geholpen met het vinden van een nest want het aantal "leegstaande" kraaien- en eksternesten is wel flink toegenomen, dus daar ligt het niet aan. De soort heeft het lastig maar dat komt ook vooral door de jacht op boomvalken in het Middellandse zee gebied.

waakzaam mannetje
In mei, toen de boomvalken net uit de overwintergebieden terug waren, kon je in de Biesbosch zomaar zes jagende boomvalken zien. Uitgehongerd vlogen ze laag over de rietvelden, op zoek naar libellen.

Gisteren viel het trouwens erg op dat de boomvalk echt een andere vogel in de vlucht is dan de torenvalk. De torenvalk kwam te dicht bij het nest van de boomvalk en het mannetje reageerde daar direct op. Vlak achter elkaar aanjagend waren de verschillen erg goed te zien. De torenvalk met zijn veel langere rechte staart, de boomvalk met zijn gebogen vleugels en korte staart kon ik zo mooi vergelijken.

De torenvalk hield het nog lang vol en was ook een flink stuk groter maar dat kan ook te maken hebben met het geslacht van de vogels. Een mannetjes boomvalk is kleiner dan het vrouwtje en dat is ook zo bij torenvalken. Dus bij deze confrontatie kan het zijn geweest dat een vrouwtje torenvalk door een mannetjes boomvalk werd verdreven.

Wil je meer weten van deze kleine valkensoort, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomvalk

vrijdag 19 juli 2019

De tweede leg.

een hapje voor de bedelende jonge blauwborst
Halverwege juli zingen nog maar weinig vogels en dat komt omdat het broedseizoen zo goed als voorbij is. Tenminste, dat zeggen we dan, maar het broedseizoen is nog in volle gang. De vogels die nu nog actief zijn met zingen en voedseltransport zijn met name vogels die met de tweede leg van het seizoen bezig zijn. De blauwborst, boompieper en zwarte roodstaart zag ik de afgelopen dagen volop met voedsel slepen.

Wat wel bijna geheel gestopt is, is de zang of balts van de mannetjesvogels, die zijn klaar en hoeven niet meer zo nodig te zingen. Het territorium is mogelijk succesvol verdedigd tegen ongewenste concurrenten, de vrouwtjes hebben ingestemd met de avances van de mannetjes, het gebouwde nest en het broedterritorium voldeed ook aan de eisen.

een geduldig wachtende jonge zwarte roodstaart
De vrouwtjes en soms ook de mannetjes zijn nu nog niet klaar met de zorg voor het nageslacht en dat werd me de afgelopen dagen wel duidelijk. Ik zag verschillende vogels met voer vliegen wat duidt op nesten met jonge vogels of net uitgevlogen jongen die ergens verscholen op eten zitten te wachten. Die zorg kan nog wel een paar weken duren en pas daarna kun je zeggen dat het broedseizoen voorbij is en dan zitten we alweer in augustus. En zelfs dan kan de merel nog druk zijn met het derde legsel van het seizoen.

De piek is in ieder geval achter de rug, de zang stopt en de rui periode kan beginnen want dat verenpakje is na het broedseizoen aan vervanging toe. Over enige tijd trekken de vogels weer weg en dan is een stel stevige nieuwe veren een noodzaak om veilig de lange tocht te maken.

Wil je meer weten van het broedseizoen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/beleefdelente

dinsdag 16 juli 2019

Vreemde vogel in de sloot?

waakzaam maar zeker niet schuw
De Oranjepolder op zich is geen topstek als het op vogels aankomt. Soms een mooie passant zoals een ooievaar, boomvalk of bosrietzanger maar dat is het dan ook. De randen van de polder en dan met name de rand met Het Kromgat, is een ander verhaal, daar is met regelmaat wel wat bijzonders waar te nemen. Zo zit er nu alweer een maand of vier een cetti's zanger en hoorde ik een maandje geleden nog een spotvogel in het struikgewas. En in de winter zitten er maar genoeg kramsvogels en koperwieken.

En afgelopen week is er weer een bijzondere waarneming bijgekomen. Het is dan weliswaar geen vogel maar daarom zeker niet minder bijzonder. Vlakbij de woonwijk, op de grens van de wijk en de polder, loopt een brede sloot en daar zit nu al een hele week een bever.

en zo doet hij dat.
Ik vermoed dat het een jonge bever van een jaar of twee is die op eigen benen is komen te staan nadat de jonge bevers van dit jaar zijn plaats in de familieburcht hebben ingenomen. Al zwervend is hij hier terecht gekomen en vond op zijn tocht een mooi rijtje malse, jonge wilgen. Die wilgen worden een voor een vakkundig kort gemaakt. De stammetjes van een centimeter of tien doorsnee worden in een oogwenk omgelegd. De bever doet zich tegoed aan de bast en laat de kale "beverstokjes" achter. Inmiddels liggen er tientallen en wordt de oever van de sloot wat kaler.

Deze bever is niet heel erg schuw want als je rustig op enige afstand blijft staan, gaat hij gewoon door met zijn dagelijks beslommeringen zoals poetsen en knagen. Het zal niet lang meer duren en alle wilgjes liggen om en is de voedselvoorraad uitgeput en gaat de bever vanzelf weer weg. Op zoek naar een beter en definitief leefgebied waar een burcht gebouwd kan worden en gezorgd kan worden voor nageslacht. Dat zal niet in de Oranjepolder zijn want daar zijn geen geschikte plekken te vinden.

Wil je meer weten van het grootste knaagdier van Europa, klik dan op de link;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Bever_(dier)

vrijdag 12 juli 2019

Regenwulpen op zijn retour.

foeragerende regenwulp
Veel vroeger dan ik had verwacht is ook de regenwulp al op weg naar het zuiden. Ik wist dat bijvoorbeeld de Scandinavische groenpootruiter nu op trek is naar het zuiden maar de regenwulp had ik eigenlijk volgende maand pas verwacht. En dat komt omdat de laatste regenwulpen in het voorjaar pas rond half april naar het noorden trokken. Ik ging er vanuit dat deze vogels ongeveer drie tot een kleine vier maanden op de taiga tot in west Rusland zouden broeden en pas daarna hier aan zouden komen. Op deze manier wordt het broedseizoen wel heel kort en bijna een haastklus.

Ik zag gisteren mijn eerst "najaars" regenwulp in Zeeland, het opvallende koppatroon viel mij direct op. En afgelopen week hing een groepje van dertig tot veertig wulpen in de Willemspolder rond, maar die heb ik niet aan een nader onderzoekje kunnen onderwerpen maar dat zouden dus ook al regen-wulpen geweest kunnen zijn. Regenwulpen trekken volgens mij in kleinere groepjes door. Tot nu toe zag ik de regenwulpen pas vanaf begin augustus en mijn vroegste datum ooit was 25 juli 2017(nou zegt dat natuurlijk ook niets, zeker als je de boeken er op naslaat).
een krabbenschaartje gaat er wel in.
Wat deze vroege terugkeer betekent weet ik nog niet. Het zouden nu bijvoorbeeld regenwulpen kunnen zijn waarvan het legsel mislukt is, en er geen noodzaak meer is om daar te blijven hangen en het zinvoller is om nu al richting de winterverblijven te trekken. Of het zou ook kunnen, dat dit vrouwtjes regenwulpen betreffen die zoals mij onlangs verteld is, net als bij gewone wulpen eerder dan de mannetjes en jongen zuidwaarts trekken, de mannen en jongen komen dan pas over een paar weken. Het blijft gissen.

Dat de regenwulp een bijzondere waarneming is, staat vast. Slechts enkele duizenden vogels trekken in het voorjaar en najaar over ons land. Zo'n dertig jaar geleden, niet zo heel lang geleden, waren dat maar liefst 30.000 exemplaren. De terugval is dus groot  en zou wel eens te maken kunnen hebben met de toename van de vos en havik. De vogels kiezen dan voor een veiligere rustplaats alleen staat nog niet vast waar dat ergens is. De extra afstand die ze dan moeten vliegen maakt ze niet veel uit want het zijn lange afstand trekkers die in een keer van en naar Afrika vliegen.

Wil je meer weten van deze wulp die ook bij droog weer vliegt, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/regenwulp

dinsdag 9 juli 2019

Afrikaanse koereigers?

koereiger aast op een insectje
Afgelopen week was ik in de Biesbosch en kon daar genieten van maar liefst vier foeragerende koereigers. Koereigers zijn de laatste jaren wel vaker in de Biesbosch te vinden maar vier is best bijzonder.

Deze vier stonden in een weiland tussen de koeien en bij elke stap die de koeien zetten, probeerden ze de opvliegende insecten te vangen. En een kikkertje of wegvluchtend muisje zal ook wel gepakt worden.

Twee van de vier koereigers waren mooi op kleur en in een zomerkleed gehuld. De twee andere koereigers waren geheel wit en konden ook voor een zilverreiger doorgaan. Hun
links het zomer- of prachtkleed
houding en formaat verschillen van de zilverreigers en ze zijn ook minder aan water gebonden als de zilverreigers. De koereiger is geen exoot en uit zichzelf vanuit het zuiden deze kant opgekomen en er is zelfs in 2016 een succesvol broedgeval geweest. Ik hoorde een paar maanden geleden van een boswachter dat er mogelijk een broedgeval op de Sassenplaat was geweest maar is later niet bevestigd.

Het plaatje in de Biesbosch was precies zoals het hoorde en herinnerde mij aan een vakantie in Afrika waar we overal koe-reigers in de buurt van grote grazers zagen, van buffels tot giraffen en olifanten. Soms een enkeling maar meestal grote groepen bij elkaar. Op een tocht naar de Ngorongoro krater zagen we enorme groepen koereigers en heilige ibissen op de oever van een plas staan. In de plas lagen de nijlpaarden te slapen en was maar weinig beweging waar te nemen.
 
koereigers en heilige ibissen in Afrika
Dat kon je verder ook goed zien aan het gedrag van de koereigers en heilige ibissen die geduldig stonden te wachten totdat de nijlpaarden in beweging kwamen en alle insecten en visjes in rep en roer zouden brengen. Dan komen zij ook in actie en rennen achter alles wat beweegt aan en vullen ze hun magen.

De aantallen vogels hier of de aantallen in de grote uitgestrekte wildparken van Afrika is een wereld van verschil. Niet alleen de soortenrijk-dom maar ook de aantallen zijn een veelvoud aan wat wij hier hebben. Alles in het kwadraat of meer. Op de foto hierboven een fragment van wat daar allemaal rond zo'n plasje zat.

Wil je meer weten van deze witte Afrikaan, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/koereiger



zondag 7 juli 2019

Groenpootruiters komen eraan.

groenpootruiter tijdens de voorjaarstrek
Het is juli en dat betekent dat er al wat stelt-lopers vanuit de broedgebieden naar het zuiden afzakken. Een van die vroege vogels die het in het noorden nu zo onderhand wel gezien hebben is de groenpootruiter. De eerste waar-nemingen worden alweer gedaan en met wat geluk zitten ze vanaf deze week ook weer in de Biesbosch.

de Noordwaard met zijn kreekjes

De zomer is nog geen twee weken oud en je spreekt dan al over de najaarstrek als de eerste groenpootruiters in ons land arriveren. In juni zijn ze bij ons niet te vinden en dat geeft ook een strikte grens aan voor het begin van die najaarstrek. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik in juni wel op zoek ben geweest naar deze stelt-loper, maar ik heb hem zowel in de Biesbosch als bij Plan tureluur bij Zierikzee niet gevonden. Nu worden ze met name in het noorden van het land in flinke aantallen gezien en hier in het zuiden in kleine groepjes of zo een enkeling. De meeste waarnemingen worden in het westen, langs de kust gedaan. Straks als er weer volop groenpoten zijn, doen ze de Biesbosch ook aan.

De meeste vogels trekken na verloop van tijd weer door naar Afrika, tot onder de Sahara en een heel kleine deel blijft dan hier overwinteren. En als je ze dan wilt zien, is de Noordwaard bij Werkendam een prima plek om ze te spotten. Ze geven de voorkeur aan wat ondieper water met voldoende groene oevertjes en kreekjes. Ze scharrelen dan jagend achter kleine visjes aan, voor de oeverbegroeiing langs en blijven een beetje uit het zicht.

Volgende week gaat het dan gebeuren, de eerste groenpoot van de najaarstrek!

Wil je meer weten van deze statige steltloper, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/groenpootruiter

donderdag 4 juli 2019

Is de polder dood?

maaien voorbij de rand zodat
de slootrand instort
Elke dag loop ik een paar keer door de Oranjepolder en zie hoe de polder gebruikt wordt. Ik wil niet zeggen dat de polder misbruikt wordt maar het ziet en niet goed uit. Van de ene kant is de Gemeente Oosterhout de boosdoener en van de andere kant zijn dat de boeren die de polder tot een op zijn zachtst gezegd vogelarm gebied maken.

De gemeente maait alle wegbermen zodra er ook maar bloemen zichtbaar worden en laat het maaisel liggen, klepelen noemen ze dat. Het maaisel wordt niet opgeruimd waardoor de bodem bemest wordt en zorgt voor een eenzijdige begroeiing. Gras en brandnetels beheersen de bermen en er is nog maar weinig ruimte voor bloemen en insecten. En dan heb je de boeren nog die aan de andere kant van de sloot de akkers tot op de rand maaien, spuiten en bewerken. Ze gaan soms nog verder dan de rand zodat de tractor in de sloot wegzakt. Geen enkele mogelijkheid voor weidevogels om insecten te vangen, te broeden of jonge uitgevlogen vogels veilig onder te brengen.

Bijschrift toevoegen
En dat is dus het grote probleem, niet alleen bij ons in de polder maar overal waar de agrariërs onder druk van
banken en de betaalrekening hun vak uitoefenen en Gemeenten hun bestendige beleid uitoefenen, hebben we met deze verarming te maken. Met name de patrijs, weidevogel bij uitstek, icoon van de polder van weleer, heeft het meer dan moeilijk. Meer dan 97% van deze vogelsoort is verdwenen. Er is voor de patrijs gewoonweg geen voedsel meer te vinden in deze groene woestijn. Vijf-zes jaar geleden kon je in de polder 's-avonds nog makkelijk vijf roepende patrijzen horen, nu hoor je er geen een meer. Het is in onze polder over en uit met deze soort.

Als ik nu een patrijs wil horen of zien moet ik richting Zeeland waar de omstandigheden op de een of andere manier nog wel geschikt zijn voor deze vogels. Daar zie je ze nog wel vrij door de akker lopen. De patrijs hiernaast, liep afgelopen week voor mij uit op het pad richting de zeedijk. Een van de weinig patrijzen die ik dit jaar gezien of gehoord heb.

Enkele jaren geleden nog hoorde ik vrijwel elke avond in de polder wel een patrijs roepen. Nu geen een meer. Het Partridge project, gefinancierd door de EU, zou wel eens uitkomst kunnen bieden en de patrijs kunnen redden. In de buurt van Almkerk is zo'n gebied ingericht voor de patrijs en daar reageren de patrijzen direct op en gaan er broeden. Ook in de polder bij Raamsdonk, richting Waspik is zo'n 18 hectare vogelvriendelijk ingericht door de lokale ANV(Agrarische Natuur Vereniging). Nu maar hopen dat er meer van dit soort projecten gestart worden en de patrijs gered wordt.

Wil je meer weten van deze bijna uitgestorven vogel, de dodo van de polder, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/patrijs

vrijdag 28 juni 2019

Kwartels horen roepen.

uitgelezen kwartelgebied, de Lage Vughtpolder
Vanaf eind mei tot het eind van de volgende maand is het kwarteltijd. De kwartels zijn dan terug uit Afrika en zijn dan tegen de schemer goed te horen met hun aparte roepje. Je moet wel even wennen om dit bijzondere geluidje tussen al het vogelgekwetter te ontdekken. Het is ook weer zo'n geluidje waar je "overheen luistert".

Ik had dat al eerder met de zang van de braamsluiper en ook met de eerste zingende spotvogels die ik hoorde. Die zag ik, of liever gezegd hoorde ik ook aan voor bosrietzangers met een nieuw bedacht liedje of imitatie van de een of andere Afrikaanse zangvogel.
alerte kwartel

De kwartelroep en ook de roep van bv. een porseleinhoen zijn zeldzaam om te horen en werden daarom door mij wel eens gemist. Scherp zijn op vogelgeluiden en zeker erg scherp zijn op kleine afwijkende geluidjes maken dat je ineens meer soorten hoort dan je eerst dacht dat er in een gebied zaten. Deze twee vogels, de kwartel en het porseleinhoen zijn geen liefhebbers van vliegen. En omdat ze zo verborgen leven en amper vliegen kom je ze niet of nauwelijks tegen. Heel gek eigenlijk dat ze niet van vliegen houden, want deze twee zijn, anders dan sommige soortgenoten, echte trekvogels en vliegen zomaar naar zuidelijk Afrika.

De kwartel vliegt dan maximaal 100 meter hoog en legt steeds korte afstanden af en is dus wel even onderweg. En is daarmee ook de enige fazantachtige die wegtrekt, de patrijs en de fazant blijven in de winter gewoon hier. Ook het porseleinhoen gaat naar Afrika terwijl zijn familieleden de waterral en het waterhoen in de winter gewoon hier blijven. Altijd weer die uitzonderingen!

Wil je meer weten van deze fazantachtige poldervogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kwartel

dinsdag 25 juni 2019

Torenvalken uitgevlogen.

slechts enkele dagen voor het uitvliegen
Dat ging afgelopen week sneller dan ik dacht. Het uitvliegen van de jonge torenvalken vanaf het nest op de hoogspanningsmast in de Oranjepolder. Ze vlogen naar mijn idee een weekje eerder uit dan ik verwachtte. En dat komt omdat de jongen nogal pluizig over de rand zaten te kijken en het verenpakket leek mij nog niet helemaal af en vliegklaar, maar niets was minder waar.

De vogels vlogen de rond de 14e al uit en zaten ook direct verspreid in de mast, op de grond in het gras en iets verderop in de bomen. Echt ver weg vliegen deden ze nog niet. Dat duurde nog bijna een week en dan nog zaten ze soms weer terug op het nest en bedelden om voedsel.

vliegoefeningen op het nest
Hoe dat uitvliegen ging dat wist ik eigenlijk niet, nooit zo over nagedacht. Ik dacht dat de jonge vogels al goed zouden kunnen vliegen en gelijk de omgeving zouden gaan verkennen maar dat is dus niet zo. Ze zijn nog wat onhandig en blijven in de buurt van het nest en de ouders. Die ouders zijn ook nog een tijdje druk met het voeren van de jongen want als je nog maar net een beetje kunt vliegen ben je zeker nog niet in staat om al biddend muizen te vinden en laat staan ze te vangen na een precisie duikvlucht.

Als je goed nagaat hoe dat werkt, zou je het eigenlijk wel kunnen snappen dat er nog een flinke periode van oefenen aan vooraf gaat. Pas na een tijdje van oefenen en bijgevoerd worden, komen de jonge valken op eigen poten te staan. Ik hoor en zie ze elke dag en van enig volwassen gedrag is nog geen sprake. Ik zag zelfs jonge valken onbeholpen korte vluchtjes maken van graspol naar onderste tree van de mast en dat leek nog in de verste verte niet op een meestervlieger die een volwassen torenvalk is.

vrijdag 21 juni 2019

Geelgorzen in Oost-Brabant.

geelgors in al zijn pracht
Als er ergens in Brabant meer geelgorzen dan vinken zitten weet je zeker dat je niet in West-Brabant bent. Als je hier een geelgors tegenkomt, dan is dat een toevals-treffer, een verdwaalde die de weg kwijt is. Maar zodra je oostelijk van Tilburg en Den Bosch komt, wemelt het van de geelgorzen.

Met name grote open natuurgebieden afgewisseld met bosjes, singels en houtwallen genieten de voorkeur. Het Natuurgebied De Maashorst bij Uden en Nistelrode is een waar geelgorzen eldorado. Ik wed dat er meer geelgorzen dan vinken zitten, zoals wij hier overal, soms wel om de vijftig meter, de vinkenslag horen, hoor je daar om de vijftig meter de "vijfde van Beethoven" klinken. Is misschien wat overdreven maar het zijn er echt veel.

De grens ligt van noord naar zuid, midden over ons land, rechts de (hoge) zandgronden en links van de grenslijn de kleigronden. Nu zitten wij ook op een grens van zand en 

klei maar dat is voor geelgorzen niet de goede grenslijn want deze grens loopt van west naar oost en heeft te maken met de afzetting van rivier-, ook wel zeeklei genoemd. De grote rivieren hebben eeuwenlang de het land over-spoeld en hier de klei achtergelaten.

Volgens de Vogelatlas van Nederland, zouden ten zuiden van Breda in de grensstreek ook geelgorzen voor moeten komen maar ook daar heb ik ze niet eerder gezien.

Er zijn dus vogels die net als de geelgors hele strikte "grenzen" hanteren, bijvoorbeeld de glanskop en raaf zijn vogels die liever in het oosten verblijven. Er zijn gelukkig veel vogels die het allemaal niet uitmaakt, net als de vink, de koolmees en zo zijn er nog talloze andere te noemen die zich overal thuis voelen en dat is maar goed ook. Om van de geelgors te genieten, rijd ik daarom wel een keer naar oosten van Brabant, want het is wel genieten van de zang van deze "klassieker".

Wil je meer weten van deze muzikale gors, klik dan op de link;
 https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/geelgors

dinsdag 18 juni 2019

Zomertortel in de wijk.

zomertortel in de wijk
Als je het over een echte zomergast hebt, dan kun je zeker hebben over de zomertortel. Een steeds zeldzamer wordende duif die je bijna nergens in onze omgeving kunt vinden. De eens zo algemene zomerduif is in rap tempo aan het verdwijnen. ik weet op Goeree nog een paar zomertortel bolwerken en ga daar ook regelmatig naartoe om ze te zien en het geluid van de zomertortel te horen. Een heerlijk zomers geluid dat in die regio gelukkig nog op veel plekken te horen is.

Maar wat was dat een bijzonder telefoontje, er zat namelijk bij iemand een zomertortel in een achtertuin niet eens zo ver bij ons vandaan. Slechts drie minuten fietsen voor mij en voor de zomertortel amper een minuut vliegen zat het beestje gretig vogelzaden te eten. Ik vermoed dat het een vogel was die net terug was uit het zuiden en hier even op adem zat te komen. Even aansterken en uitrusten om daarna weer op pad te gaan naar het broedgebied. Waar dat ergens is, blijft gissen.

de laatste zaadjes zijn opgegeten en de krop zit vol.
Langs de kust zijn de zomertortels nog vrij gemakkelijk te vinden. Met name de wat bredere duingebieden met duindoornstruiken, bramen, bomen en kale open stukken zijn ideaal voor deze vogels. Toch zijn er naar mijn idee bij ons in de buurt ook wel stukjes te vinden die passen in het voorkeursplaatje van de zomertortel. Met name het deel van de nieuwe Biesbosch, de Noordwaard ziet er volgens mij goed genoeg uit voor deze zomergasten.

Hoe het komt dat deze vogel hier vrijwel niet meer gezien wordt, weet ik niet. Heel af en toe wordt er een gemeld maar volgens mij gaat het dan niet om een broedgeval. De meldingen die ik voorbij zag komen gingen volgens mij voornamelijk om trekvogels. Wat is het dan toch een bonus als je als vogelliefhebber getrakteerd wordt op een zeldzame zomertortel in je tuin.

Wil je meer weten van deze zachtjes koerende duif, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zomertortel

vrijdag 14 juni 2019

Nachtzwaluwen in de Brabantse duinen.

Loonse en Drunese duinen met invallende duister
Er zijn niet zo heel veel vogels die 's-nachts leven, of beter gezegd, 's-nachts tot leven komen, Je hebt het dan al snel over de uilen en verder zijn maar weinig andere vogels te noemen die dat doen. In de zomer-maanden komt daar nog een speciale soort bij namelijk de nachtzwaluw.

Gisterenavond ben ik weer naar de Loonse en Drunese duinen gereden om daar op de grote open vlakte naar de nachtzwaluwen te luisteren. Een mooie windstille avond leek ideaal maar ik was even vergeten dat de muggen dat ook fijn vinden. Ik stond daar als een soort windmolen in het wilde weg te maaien en was o zo dankbaar toen er een windje opstak. De nachtzwaluwen lieten zich goed horen en als er een aantal tegelijk zingen is het lastig te bepalen waar het geluid exact vandaan komt. Maar dat geeft niet, genieten geblazen! Op een gegeven moment dacht ik dat ik er een zag vliegen maar die was wel drie keer zo groot en bleek later een mooie bosuil te zijn die vlakbij op een dode boomstronk ging zitten. Op amper 30 meter van mij vandaan zat de uil en observeerde de omgeving, ik hield de adem in en durfde niet te bewegen, prachtig!

een onopvallende nachtzwaluw
De naam nachtzwaluw doet vermoeden dat deze vogel verwant is aan de huis-, oever- en boerenzwaluw maar dat is dus niet zo. Net als de gierzwaluw zijn ze geen familie van elkaar. En eigenlijk snap ik dat ook wel. Het is een totaal andere vogel, veel groter, leeft in de schemer en 's-nachts, zit in de lengterichting op een tak en trekt niet op met grote groepen soortgenoten  en dat doen de "echte" zwaluwen wel.

Dat zie je bijvoorbeeld goed bij oeverzwaluwen die samen een berg zand claimen en er in nestelen of huiszwaluwen die gezamenlijk een dak oversteek volplakken met nesten en dan boerenzwaluwen die met tientallen jarenlang een boerenschuur gebruiken om te nestelen. Dat doet de nachtzwaluw dus niet, die legt haar eieren op de kale grond, niet eens in een nestje en halverwege de broedtijd neemt het mannetje het broedsel over zodat het vrouwtje alweer aan de tweede leg kan beginnen. Ze hebben de voorkeur voor kale vlaktes in bossen en zitten overdag op de grond of op een tak. Allemaal net anders dan de "echte" zwaluwen maar wel zeer bijzonder en mysterieus.

Wil je meer weten van deze mysterieuze nachtbraker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/nachtzwaluw

dinsdag 11 juni 2019

Uilengebroed.

vier jonge ransuilen
Het gebeurd niet vaak dat je uilen hoort roepen of ziet vliegen en als dat gebeurd, heb je heel veel geluk. Het zijn vooral nachtdieren en dan zie ik het sowieso niet al te best. Zo stond ik afgelopen week bij ons in de Oranjepolder te luisteren naar de jonge, pas uitgevlogen ransuilen en hoorde het bedelgeroep om mij heen, maar zag ze niet. Het schemerde al flink en de lucht was flink bewolkt waardoor het zicht niet al te best was.

Met veel moeite ontdekte ik de laag over de weilanden vliegende ransuilen maar of het de jonge ransuilen of de oudervogels waren, dat was niet te zien, veel te donker.
vijf jonge steenuiltjes
Behalve de jonge ransuilen horen en zien, kreeg ik ook de kans om even in een nestkast van broedende steenuilen te kijken. Tijdens de nestkast controle van het IVN worden de nestkasten van de steen- en kerkuilen op broedsucces gecontroleerd. En wordt natuurlijk ook gekeken of de nestkasten na het broedseizoen schoongemaakt moeten worden.

De nestkast in een eikenboom in Oosteind was goed bezet met maar liefst vijf jonge steen-uiltjes. Goed beschermd door moeder steenuil zaten ze stil in een hoekje te wachten totdat ik de klep weer op de nestkast deed.

Zowel de steenuilen als de ransuilen maken tot op heden een goed broedseizoen door, net als de torenvalken, niet ver van de ransuilen, die zeker vier en mogelijk vijf jongen hebben. Dat zegt dus ook iets over het muizenaanbod. Dat moet enorm zijn. In Friesland zijn ook alweer zoveel muizen dat de boeren overwegen om de weilanden onder water te zetten om de schade aan de gewassen te beperken. Wie weet wat al die muizen in positieve zin kunnen veroorzaken, een explosie van velduilen misschien? In ieder geval kunnen we de komende weken volop genieten van uilen en valken.