vrijdag 29 juli 2022

Boompiepers

boompieper
De meeste boompiepers zijn uitgezongen en dan wordt het lastig om ze nog te zien. Best gek eigenlijk want ze zitten nog steeds in hetzelfde gebied en hebben zelfs enkele jonge piepers om zich heen. Het seizoen van uitbundige zang is relatief kort als ik dat bijvoorbeeld vergelijk met de boomleeuwerik die in dezelfde biotoop leeft. Die begint al eind februari, begin maart met zingen en dan zijn de boompiepers nog niet eens in dit deel van Europa gearriveerd. De boompiepers beginnen pas in april te zingen en in mei begint het broedseizoen en dat is vergeleken met de boomleeuwerik best laat. Volgende maand is het gedaan en vertrekken de boompiepers alweer.

De boomleeuwerik is ook nu nog makkelijk te vinden in het bos en die blijft ook nog wel even. Zingen doet hij niet meer maar je vindt ze nog makkelijk scharrelend op de grond op de grote open vlakt in Dorst. 
Pas in het najaar vertrekken ze naar Zuid Europa en gaan lang zo ver niet dan de boompiepers die makkelijk naar Mali kunnen vliegen. Toch best apart als je ziet dat de twee soorten zo dicht naast elkaar in hetzelfde gebied leven met dezelfde voorkeuren. 

boomleeuwerik
Veel van hun gedrag komt overeen en toch zijn ze zo verschillend. De boompieper is in zijn gedrag slechts voor een klein deel verschillend van de boomleeuwerik, de laatste zit graag op de grond terwijl de pieper graag in de top van een boompje zit. Het voedsel in het gebied van de twee zal nauwelijks verschillen en er zijn meer overeenkomsten dan verschillen te bedenken 

Hoe komt het dan toch dat ze in de trekperiode zo enorm verschillend zijn, de afstand die ze afleggen naar de winterverblijven is groot, de periode dat ze afwezig zijn of aanwezig zijn bij ons is ook al zo groot. En dan vraag ik mij wel eens af, nemen vogels dingen van elkaar over? Dingen die ze slimmer doen dan de ander of goede tips die ze zouden kunnen delen. Of blijft ieder zijn ding doen of dat nou handig is of niet? 

boompieper 25 mei
Dat vogels van eenzelfde soort elkaar informeren is wel duidelijk. Dat zie ik bijna dagelijks als ik wat walnoten in de tuin leg. Eerst komt een ekster en na een uurtje zijn het soms wel vier eksters die noten komen zoeken. Die ene ekster tipt de andere eksters. Maar boomleeuweriken, tippen de boompiepers niet over de makkelijkste overwinter gebieden. Nee, die laten de boompiepers lekker doorvliegen naar Mali.

Wil je meer weten van de boompieper, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boompieper

dinsdag 26 juli 2022

zwermende spreeuwen

ouderwets grote groep spreeuwen
Grote zwermende groepen spreeuwen ken ik alleen maar uit mijn herinneringen van jaren en jaren geleden. Heel lang geleden zag ik, ik denk dat het in de zeventiger jaren was, in de buurt van Raamsdonk, zo richting 's-Gravenmoer wel eens grote groepen spreeuwen. ik denk zelfs dat dat in de Gecombineerde Willemspolder was. In mijn herinnering waren dat enkele tienduizenden spreeuwen die tegen de avond in de meest prachtige formaties vlogen. 

Ik zie het schouwspel nog zo voor mij en misschien maak ik het wel mooier dan het in werkelijkheid was. Maar ja, dat heeft dan met de vele, vele jaren, dat het geleden is, te maken. Je maakt sommige mooie herinneringen dan toch iets mooier dan ze in werkelijkheid waren.

Enkele jaren geleden zat in het centrum van Oosterhout nog een mooie groep van een kleine 4.000 spreeuwen. Deze groep zwermde boven het centrum om na het vliegen van de meest prachtige formaties neer te ploffen in een grote laurierhaag bij de flats van Oosterheem. De bewoners van die flats vonden dat om de een of andere reden geen goed plan en stonden 's-avonds in de handen te klappen om de spreeuwen te verjagen. God weet waarom ze dat deden want als ze eenmaal in de stuiken zaten, waren ze na 2 minuten stil. In ieder geval hebben ze hun zin gekregen en heeft de Gemeente de struiken gerooid en waren de spreeuwen voorgoed verjaagd.

mooi in formatie zwenken
Afgelopen week ontdekten we op een avond een hele grote groep spreeuwen in de Willemspolder. Ik kan nog niet goed inschatten hoe groot deze groep is maar het zijn er toch weer een kleine 4.000 denk ik. Ze vliegen rond 21.00 uur in een rechte lijn Zuidwaarts, regelrecht naar de slaapplaats. Nu is het nog een klus om uit te zoeken waar ze zwermen oftewel verzamelen voordat ze naar de slaapplaats gaan. En als ik die plaats gevonden heb, kan ik proberen het aantal vogels te schatten. In ieder geval een opsteker want met spreeuwen gaat het ook al jaren niet goed.

wil je meer weten van deze luchtacrobaten, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/spreeuw

vrijdag 22 juli 2022

Blij met wespendieven.

Wespendief in Dorst
Ik moet elk jaar flink wat moeite doen om een wespendief te zien. Ik denk dat er maar weinig roofvogels zijn die zo verborgen leven als deze wespendief. Als ik er al een zie is dat meestal tijdens de trek. Het zijn dan, meestal in mei, de eerste vogels die in het voorjaar uit het verre Zuiden aankomen en ook als ze in het najaar weer teruggaan. In Dorst heb ik slechts een paar keer het geluk gehad om een wespendief in de zomer te zien. Kun je nagaan hoe lastig dit beestje te vinden is.

Tot dit jaar dan. Want nu zie ik meerdere keren per week wespendieven in Dorst. Soms alleen, hoog in de lucht, cirkelend op thermiek en ook al een paar keer een koppel. Deze wespendieven zitten meestal in het meest Westelijke deel van de Boswachterij. En zelfs al een paar keer op de rand waar het bos overgaat in de Oosterhoutse Golclub. Doordat ik de wespendieven nu zo frequent tegenkom, ben ik ook het geluid beter gaan herkennen. Ik geloof niet dat ik dat geluid in de voorgaande jaren wel eens gehoord heb. 
wespendief met zijn kleine duivenkopje

Het geluid is echt anders als dat van een buizerd en dat geluid is eigenlijk het enige geluid dat in de buurt komt van het geluid van een wespendief. De buizerd miauwt een beetje als een kat en zijn roep bestaat zeg maar uit een lettergreep. De roep van een wespendief heeft twee lettergrepen, en klinkt als piiiiii-ju. Qua volume en toonhoogte verschillen de twee geluiden niet veel. Ook het cirkelen op thermiek ziet er van beide roofvogels hetzelfde uit dus verwarring en een vergissing liggen op de loer.

Het hoge piiiii-ju klinkt momenteel veelvuldig boven de Boswachterij en dat is natuurlijk veelbelovend. Twee wespendieven die samen boven de Boswachterij cirkelen zouden zomaar voor nageslacht kunnen zorgen. En nu is de tijd want wespendieven broeden een stuk later dan bijvoorbeeld buizerds en dat heeft weer te maken met de late aankomst, soms pas in juni, uit Afrika. Dat betekent dat in de eerste plaats in Dorst volop voedsel beschikbaar is en in de tweede plaats dat de Boswachterij steeds verder geschikt raakt voor bijzondere soorten en dan bedoel ik niet alleen vogels.

Wil je meer weten van deze stiekemerd uit Dorst, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/wespendief

dinsdag 19 juli 2022

Jong grut in het bos

jonge havik in Dorst
Ook roofvogels hebben hun broedseizoen zo goed als afgerond. Dat gebeurt best wel een beetje stiekem. Want kijk, mezen, merels en mussen doen niets stiekem. Ze vliegen rond met voer, alarmeren luidkeels en maken zich druk, zonder ook maar een beetje moeite te doen om hun broedplaats verborgen te houden. Roofvogels daarentegen doen dat wel even anders. Ten eerste wordt het nest meestal hoog en goed verborgen gebouwd en als het eenmaal zover is, verloopt het hele verdere broedproces relatief stiekem. 

En dat het broedseizoen van de roofvogels zo goed als voorbij is, daar kom ik eigenlijk bij toeval achter. Het zijn de jonge roofvogels die laten zien dat hun ouders die broedperiode succesvol hebben afgerond. Zo joeg afgelopen zaterdag een jonge slechtvalk achter een zwarte kraai aan en dat laat mooi zien dat hij nog niet weet welke prooi wel op zijn menukaart kan staan en welke niet. Nee, een kraai is toch net een maatje te groot voor een jonge slechtvalk. 

volwassen havik
En gisteren zag ik een jonge havik in het bos zijn best doen om zijn ouders te verleiden om hem nog een keertje te voeren. Ik denk dat het jagen hem nog niet zo goed afgaat en van de honger zijn ouders om een lekker hapje vraagt. De jonge havik vloog al roepend of bedelend van boom naar boom. Nog niet zo schuw als zijn ouders want die laten dat gedrag niet makkelijk zien. Die zie je meestal in een flits tussen de bomen door wegschieten. Nee die jonge roofvogels hebben het niet makkelijk als ze op het punt zijn aanbeland dat de ouders stoppen met voeren en ze op eigen benen komen te staan. 

In de Boswachterij Dorst leven meerdere koppels haviken en ik kan zo ongeveer wel inschatten waar die verschillende territoria zich bevinden. En deze jonge havik komt vermoedelijk uit het deel van het bos tussen de grote laatste plas en het spoor. Daar hoor je een flink deel van het jaar haviken roepen. En zo hoor en zie ik regelmatig jonge roofvogels die nog veel moeten leren en dit is ook een mooi moment om roofvogels eens wat beter te bekijken want meestal gebeurt dat toch op een flinke afstand.

Wil je meer weten van deze toch wel stiekeme roofvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/havik

vrijdag 15 juli 2022

Het succesnummer van de week.

mannetje grauwe klauwier op de uitkijk
Heel voorzichtig groeit hier in de buurt de populatie grauwe klauwieren. Ze waren helemaal weg en waren zelfs bijna weg uit Nederland. Nog maar twintig jaar geleden leefden nog maar slechts vijftig koppeltjes klauwieren in Nederland. Onvoorstelbaar dat door intensieve landbouw, ruilverkaveling en verstedelijking een hele populatie die al eeuwen in Nederland voorkwam, bijna verdwenen was. En dat verdwijnen van deze soort ging bijna ongemerkt. Gelukkig staat de populatie er nu een stuk beter voor.

Grote robuuste ruige natuurgebieden met singels en houtwallen, vinden de grauwe klauwieren prachtig. 

drie hongerige jonge klauwieren
Hier kunnen ze broeden, jagen en rustig leven. Want verstoringen kunnen ze niet waarderen. De klauwieren in het natuurgebied waar ik eergisteren was, is al een paar jaar het domein van deze prachtige roofvogeltjes, want dat zijn het. Weliswaar jagen ze niet op konijnen of duiven, ze hebben wel een voorkeur voor grote insecten, kleine amfibieĆ«n en zelfs zangvogels. Alweer vier jaar geleden zag ik hier het eerste koppeltje broeden en nu zijn dat er al vier. 

Het koppel wat nu drie jongen heeft zit voor het eerst in de singel met kleine berkjes, bramenstruiken en een flinke eik  die als uitkijkpost dient. De drie kleine klauwiertjes zitten geduldig te wachten totdat het eten wordt gebracht. En dat ze nog gevoerd worden, betekent dat ze niet langer dan twee weken geleden uit het nest zijn gevlogen en in deze periode worden ze door het mannetje gevoerd. 

net gevoerd door pa klauwier
Het vrouwtje laat al na een week de boel de boel en laat het voeren aan het mannetje over. Het mannetje was er druk mee en vloog vanaf zijn hoge uitkijkpost steeds het weiland in om vervolgens terug naar de bramenstruik te vliegen waar het kroost zat te wachten.

Als ik zo zonder wetenschappelijke onderbouwing of bewijzen door reken, is sinds 2019, toen het eerste koppel hier ging broeden, de populatie elk jaar met 1 koppel gegroeid. Nu in 2022 dus vier koppels en mogelijk komt daar dus volgend jaar nummer 5 bij. Het leefgebied is er groot genoeg voor en volgens mij is hier ook volop voedsel beschikbaar. 

Wil je meer weten van deze zeldzame maar opkrabbelende vogelsoort, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grauwe-klauwier

dinsdag 12 juli 2022

Hij is een echte huismus.

de bewuste rietkraag in Geertruidenberg
Dat is iemand die graag thuis is en niet veel op pad gaat, zo zijn sommige mensen maar dat is ook typerend voor een huismus. En dat is ook zo voor de groep huismussen bij ons. Het hele jaar door scharrelen ze hier rond, vrijwel dagelijks in de tuin, broedend onder de dakrand en vooral veel discussiƫren of misschien is het wel ruziƫn, wie zal het zeggen? Het is zeker geen trekvogel zoals de grutto of bosrietzanger.


huismussen in de rietkraag
Nu wil het geval dat ik benaderd werd door een goede bekende uit Geertruidenberg die zich afvroeg welke vogels zich bij hem in de buurt in een rietkraag ophielden. Een grote groep vogels van naar schatting honderd exemplaren, verzamelden zich dagelijks in een rietkraag langs de Donge. Ik dacht eigenlijk direct aan spreeuwen, kwikstaarten of boerenzwaluwen die zich na het broedseizoen in grote groepen verzamelen en samen een slaapplaats opzoeken, vaak in een rietkraag. Maar het is nu begin juli en dan is dat wat aan de vroege kant maar ja, je weet nooit dus maar eens poolshoogte gaan nemen.

Gisterenavond hadden we op de Dongedijk afgesproken om de vogels te bekijken en het duurde even voordat de eerste groepjes aankwamen. Het bleek om huismussen te gaan, het waren aardig wat vogels die steeds in kleine groepjes in het gebied rondvlogen, van de rietkraag het graanveld in of even overstaken naar de andere kant van de Donge. 

een honkvaste huismus bij ons in de tuin
Kijk, dit is natuurlijk de periode van het jaar dat de aantallen vogels het grootst zijn en dat geldt ook voor huismussen. De meeste vogels hebben een of meerdere nestjes grootgebracht en daar leven nu nog best wat vogels van. Dat aantal neemt naarmate het jaar vordert gestaag af. Slechts enkele jonge vogels overleven dit eerste levensjaar. Maar in deze tijd zijn er nog veel jonge mussen en die zijn reislustiger dan hun ouders. Ouders zijn behoorlijk honkvast en kunnen zelfs aan een tweede legsel begonnen zijn en zullen niet snel in een grote groep het leefgebied verlaten. Ze zijn sowieso niet reislustig en blijven in een straal van een paar honderd meter van hun broedplek, terwijl de jonge vogels juist erg reislustig zijn. Dat zijn ze totdat ze zelf toe zijn aan een eigen nest, dan worden het ook echte huismussen die niet graag van huis gaan.

de andere kant van de dijk
Het zou dus zomaar kunnen dat de groep huismussen aan de Donge een groep jonge vogels is die een mooi plekje gevonden heeft met veel voedsel en volop bescherming van de dichte rietkraag. Het heeft dus niets met trekgedrag te maken maar vooral met zwerfgedrag van jonge vogels. Het kan zelfs zo zijn dat de jongen uit verschillende familiegroepen samen optrekken en zo grote groepen van wel honderd exemplaren of meer kunnen vormen. Ze leggen dan ook grotere afstanden af dan hun ouders en kunnen wel een paar kilometer verder vliegen. Het kan dus zijn dat we hier aan de Donge te maken hebben met een verzameling jonge huismussen van verschillende familiegroepen uit Geertruidenberg. Weer wat geleerd!

Wil je meer weten van deze uiteindelijk honkvaste huismussen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/huismus

vrijdag 8 juli 2022

Soms kan het gek lopen

de twee jonge blauwe reigers
Kolonievogels broeden in groepen, vlak bij elkaar in bomen en eigenlijk nooit alleen. Maar als zo vaak zijn er altijd wel uitzonderingen te noemen of te zien. Tijdens de broedvogeltellingen worden die kolonievogels altijd genegeerd want die broeden dan toch meestal ergens anders. In de telgebieden waar ik de broedvogels tel zitten nooit kolonies aalscholver, blauwe reigers of roeken om er maar eens een paar te noemen. Deze uitgesproken kolonievogels zitten heel ergens anders en doen dus tijdens de tellingen niet mee.

Ik schreef al dat er altijd wel ergens een uitzondering te zien is, nou dat was in de Ganzenwei in de Noordwaard ook het geval. 

doorgang naar de Ganzewei(L)
In een klein populierenbos dat trouwens op instorten staat door het hoge water, zit zomaar een broedende blauwe reiger. En daar broedt deze eenling ook alweer een paar jaar op rij. Heel apart want op meerdere plekken in Noordwaard zitten kolonies blauwe reigers, dus je afzonderen van zo'n groep is niet nodig er zijn meer groepen waar je je bij aan kunt sluiten waardoor je een stuk veiliger bent.

Daar denkt dit koppel dus anders over.en blijft trouw aan dezelfde boom in de Ganzewei. Ze zijn daar ook nog eens succesvol en brengen elk jaar wel een paar jongen groot. 
waaks op een afstandje
Deze meest algemene reigerssoort in de Biesbosch is een van de negen Nederlandse reigers die ik vorig jaar heb gezien. Dat zal dit jaar niet zomaar lukken. Vorig jaar zag ik in de Biesbosch de blauwe reiger, kleine zilverreiger, grote zilverreiger, purperreiger, roerdomp, woudaap, ralreiger en koereiger. Alleen de kwak zag ik buiten de Biesbosch, de rest dus in de Biesbosch en dat geeft toch wel weer aan hoe uitzonderlijk divers geschikt dit super natuurgebied is. Het is trouwens alweer een paar jaar geleden dat de kwak in de Noordwaard zag en dat was destijds net achter de schuur van Staatsbosbeheer bij de Witboomkil.

Maar goed, de blauwe reiger is hier dus succesvol in de Ganzewei en is daarmee misschien wel trendsetter en krijgt zijn gedrag navolging en wordt het nog eens een echte kolonie. In ieder geval zitten ze op een mooi plek, ook voor ons want je krijgt niet vaak zo'n goed zicht op een nest met jonge reigers. 

Wil je meer weten van deze meest brutale reiger van ons land, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/blauwe-reiger

dinsdag 5 juli 2022

Is er nog iets om te kempen?

foeragerende kemphaan
Net als de grutto's, keren nu ook de kemphanen terug uit de broedgebieden. Of deze kemphanen zijn klaar met broeden of, en dat zou jammer zijn, zijn ze hier omdat hun legsels mislukt zijn. Dat kan door predatie zijn maar ook door het intensieve maaien van de boeren. Ik weet dat door het vele maaien de rustperiodes in het grasland steeds korter worden en in die korte periode is een weidevogel niet in staat om een legsel succesvol groot te brengen. Hierdoor is sowieso het aantel broedende kemphanen in agrarisch gebied dramatisch afgenomen en worden ze steeds zeldzamer. Deze prachtvogel moet nu flink geholpen worden anders is het straks helemaal gedaan met deze soort.

Ze houden van nat en zeker ook wat wilder, ruiger grasland en zeker geen kale eentonige raaigrasvelden waar we nu mee doodgegooid worden. Deze groene woestijn is trouwens mede de oorzaak van de sterke afname van de biodiversiteit. En dit is naast de vele ingrepen die de veeteelt en akkerbouw in de natuur hebben gedaan, is de natuurwaarde van het agrarisch gebied tot bijna nul gereduceerd.

kemphanen verzamelen zich in de Noordwaard
Dat heeft dus, net als op zoveel weidevogels, een sterk negatief effect gehad waardoor we nu met een gemiddelde afname van weidevogels van meer dan zestig procent zitten en voor sommige soorten zelfs met een afname van negentig procent. En het ergste is dat de afname nog niet stopt waardoor uitsterven van een soort in Nederland op korte termijn niet uitgesloten is. 

De kemphaan heeft een ongelooflijk gevarieerde verenkleed, het verschil in mannetjes en het verschil in grootte maakt het soms niet makkelijk. De kleur van de poten kan zelfs verschillen, mannetjes in een geheel wit verenkleed tot een vrijwel zwart gekleurd mannetje is allemaal mogelijk. Kemphanen, met name vrouwtjes, tussen tureluurs is al opletten geblazen. Het verendek van de rug geeft wel wat meer duidelijkheid. De geschubde veren op de rug vallen namelijk nogal op. 

De komende tijd zal het aantal kemphanen in de Biesbosch en dan voornamelijk in de Noordwaard alleen maar toenemen en ik weet nog dat een jaar of drie vier geleden dat aantal kemphanen soms opliep tot wel duizend vogels met ooit een keer een compacte groep van zeshonderd vogels. 

Dat heb ik daarna niet meer gezien en ik vrees dat die tijd ook definitief voorbij is. De afname in aantallen zal wel niet zo snel gaan zoals ik hier nu beschrijf maar dat die afname echt merkbaar is, is voor mij wel duidelijk.

Wil je meer weten van deze verdwijnende weidevogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kemphaan

donderdag 30 juni 2022

Futen in de maak.

nestinspectie
Gisterenochtend, de laatste dag van juni, liep ik door de Zonzeelse polder. Niet het meest spectaculaire vogelgebied in deze tijd van het jaar. Het gras staat namelijk hoog en de meeste vogels zijn klaar met broeden en houden hun snavel of zijn zelfs al vertrokken. Kieviten en grutto's zijn wat verderop de Amer overgestoken en verzamelen zich in de Noordwaard om te foerageren en uit te rusten. 

Toch is het in de Zonzeelse lekker wandelen want in de vroege ochtend komen daar niet veel mensen en dan heb je weleens kans op een verrassing. 
een mooi koppeltje futen
De ene keer een porseleinhoen die zich probeert te verstoppen in de rietkraag de andere keer een gezin vossen die zich in de ochtendzon zit te warmen. Gisteren was de verrassing niet spectaculair maar wel de moeite waard want een fuut zat haar nest te fatsoeneren en ik kon zo mooi in het nest kijken en zag dat ze vier eieren had gelegd.

Altijd leuk om zoiets te zien, zeker nu de vogels nog in hun mooiste kleed rondzwemmen. Komende winter zien ze er minder spectaculair uit en schuiven ze flink stuk op naar het Westen en kom je ze in flinke aantallen aan de kust tegen, net zo grijs/wit als de roodkeelduikers, kuifduikers en parelduikers. Ze lijken dan op een afstandje allemaal op elkaar. Ze schakelen dan net zo makkelijk over van zoet water naar zout water en worden niet zeeziek van de hoge golven.

Ondanks hun schitterende verenkleed zijn het wat anonieme vogels. Je komt ze overal tegen en ze stellen niet zulke hoge eisen aan hun leef- en broedgebied.en ik denk dat het daarom komt dat ik er niet zo veel aandacht aan besteed of het moet zijn zoals gisterenochtend dat je een mooi inkijkje in een nest hebt. Straks als de jongen uit het ei zijn gekropen breekt een drukke tijd aan voor de futen, De jongen zijn nestvlieders en zijn dus direct uit het ei in staat om zelf eten te zoeken en kunnen zich ook direct verplaatsen. Neemt niet weg dat pa en ma de "handen" vol hebben aan deze jonkies.

Wil je meer weten van deze mooie maar een beetje anonieme watervogel; klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/fuut

dinsdag 28 juni 2022

Uitgeteld voor 2022.

Noorderplaat, 17 juni vroeg
De laatste BMP telling(Broedvogel Monitoring Project) van dit seizoen zit er weer op. Dat is altijd een ochtend om weer met enige weemoed terug te kijken op een reeks van supermooie ochtenden met prachtige ervaringen en indrukken. Er is voor mij niet veel mooiers te bedenken. Deze laatste ochtend is ook een van de pittigste ochtenden van de reeks want de wekker gaat dan om 2.00 uur. Het is dan de bedoeling om uiterlijk om 3.15 uur weg te varen naar de Noorderplaat in de Biesbosch, voor mij de laatste BMP plot van het seizoen 2022. En dan moet je daar toch een uur voor zonsopkomst aanwezig zijn. 

kleine karekiet
Van de ene kant is dit een iets lastigere telling omdat je dan te maken hebt met net gearriveerde vogels en het verder vooral reeds aanwezige broedvogels zijn die of met hun tweede ronde bezig zijn of nog volop voedsel aan het zoeken zijn voor de jongen uit het eerste nest van dit jaar. Alles wat er moet zitten, zit er dan ook en het loopt allemaal wat door elkaar en dat kan verwarrend zijn.

De roerdompen hadden het deze ochtend druk. Zeker vijf roerdompen vlogen laag over de rietpluimen om aan de randen van deze polder in de sloten naar kikkers of visjes te zoeken. Ook de rietzangers vlogen met insecten in de snavel rond en zaten ongerust te tikken in de rietstengels, net zolang totdat we voorbij waren gelopen. 

assortimentje mooie BMP soorten
Nog een enkele blauwborst had zin in een liedje, terwijl de kleine karekieten probeerden de boel te overstemmen. Rietgorzen en rallen moesten moeite doen om gehoord te worden. 

In het begin van het seizoen ligt het allemaal wat makkelijker. De eerste vogels, zoals rietzangers, arriveren al aan het begin van de BMP inventariseer periode, terwijl de kleine karekiet vanaf half april weer meedoet. Het is dan zeg maar, wat overzichtelijker want je doet vrijwel de gehele telling op gehoor. En na bijna een jaar is het eerst weer even wennen. Het herkennen van alle deuntjes is dan cruciaal want veel rietvogels zitten verborgen in het riet of het is op die vroege ochtend nog te donker om op zicht te kunnen tellen maar zingen doen ze.

het wordt mooier en mooier
En als alles al een beetje naar het einde van het broedseizoen loopt, moet de bosrietzanger nog binnenkomen. Met name bij BMP tellingen zijn datumgrenzen en fusieafstanden belangrijk voor de telresultaten en zeker daarna als uit de verzamelde informatie conclusies getrokken moeten worden. Nauwkeurigheid is daarom super belangrijk.

Kijk, voor datumgrenzen is het computer programma Autoclustering van SOVON een uitkomst, een karekiet voor 20 april is onwaarschijnlijk en dan grijpt Autoclustering in. Maar voor fusieafstanden is dit programma wel degelijk afhankelijk van een zorgvuldige registratie van elk afzonderlijke zanger of territoriaal gedrag. Zet je de "stip" op de kaart van bijvoorbeeld een snor te dicht bij een andere stip van een snor dan schrapt het programma er zomaar een vanwege de te kleine onderlinge afstand en loop je dus een broedvogel mis. Zorgvuldigheid staat voorop en een goede telling geeft voldoening.

Het seizoen is voorbij, we gaan een interessante periode tegemoet want het broedseizoen is voor veel vogels voorbij en breekt een ruiperiode aan. Eenden bijvoorbeeld krijgen een eclipskleed en zien er bijna allemaal hetzelfde uit. Ook weer een uitdaging maar heel anders en je hoeft er niet zo vroeg je bed voor uit. 

vrijdag 24 juni 2022

Is overzomeren een keus?

nonnetje(m), 
Alweer een paar jaar op rij, overzomert een nonnetje in de Biesbosch. Het ene jaar een vrouwtje, het andere jaar een mannetje. En ik dacht dat twee jaar geleden zelfs een koppeltje de zomer hier had doorgebracht. En soms denk ik dan dat het vogels zijn die zich hier best zouden willen vestigen en de lange reis naar de broedgebieden graag willen overslaan. 

Want zeg nou zelf, de Biesbosch met de Noordwaard is toch bijna een vogelparadijs? Ooit besloten de brandganzen hetzelfde en bouwden gestaag aan een fikse Nederlandse populatie. 

Op de spaarbekkens in de Biesbosch overzomeren ook nog eens middelste zaagbekken, en brilduikers dus waarom zouden hier geen nonnetjes willen blijven? Het aantal neemt niet toe en het blijft steeds bij een enkeling en dan begin je toch te twijfelen, wat is hier aan de hand? Is het beestje ziek of kan het deze afstand gewoonweg niet vliegen? Dat laatste is aan de hand met het nonnetje wat nu in de Noordwaard zit. 

nonnetje(v) juli 2021
Ik zag op een van mijn foto's dat hij een stuk van een vleugel mist en dan is het lastig vliegen. Ik vermoed zelfs dat deze vogel alleen rondjes kan vliegen vanwege die kapotte vleugel, als hij al kan vliegen. De vogel voelt zich hier in ieder geval thuis en zwemt en eet volop en je ziet hem ook op verschillende plekken opduiken wat aangeeft dat hij fit genoeg is om hier te overleven. Die komt de zomer wel door maar naar huis vliegen is er voor deze vogel nooit meer bij. 

de kapotte, halve vleugel is goed te zien
En stel dat hij een vrouwtje tegen zou komen wat hier ook overzomert, zou op die manier een Nederlandse populatie nonnetjes kunnen ontstaan? Is dat ook wat er aan de hand is met de groep van overzomerende kolganzen bij Lage Zwaluwe? Die zitten daar ook al jaren en de groep is vogels mij inmiddels uitgegroeid tot elf kollen. De helft heeft kapot geschoten vleugels en zijn gedoemd om hier hun verdere bestaan op te bouwen. Dan is overzomeren echt geen vrijwillige keus geweest. Het zou zomaar kunnen dat op deze manier een groep overwinteraars uitgroeit tot een groep standvogels, vogels die een heel jaar hier aanwezig zijn zoals wilde eenden, koolmezen en meerkoeten. 

Wil je meer weten van deze mooie witte watervogel die familie is van de zaagbekken; klik dan op de link;
 https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/nonnetje

dinsdag 21 juni 2022

Sprinkhaanzangers ratelen ook.

uit volle borst
Het geluid van de sprinkhaanzanger klinkt misschien wat blikkerig vergeleken bij het geluid van de snor maar dat maakt de zang absoluut niet minder mooi. De snor klinkt warmer en voller en lijkt door de wat lager toon ook wat verder te dragen. Daarbij komt ook nog eens dat veel mensen wat moeite hebben met hoge tonen. En dan nog iets, ze leven niet in zo'n voorspelbare biotoop waar de de snor woont. Die leeft in de kletsnatte rietvelden van de Biesbosch of Zouwe Boezem en zo zijn er nog wel wat uitgestrekte natte rietvelden hier in de buurt te vinden.

Jaren geleden zaten de snor en sprinkhaanzanger in de oude rietpolder, de Noorderplaat wel samen. Het westelijke deel was nat en ideaal voor de snor en het oostelijke deel was iets droger en er stond amper riet. Zo´n vijf jaar geleden is in de polder het waterpeil verhoogd en zijn de sprinkhaanzangers vertrokken en is de polder weer kletsnat en helemaal begroeid met riet. Ongeschikt voor de sprinkhaanzanger dus.

snorrende snor
De sprinkhaanzanger zal nooit voor kletsnatte voeten kiezen, dus de twee in dezelfde biotoop vinden is vrijwel uitgesloten. De sprinkhaanzanger neemt ook genoegen met een veel kleiner gebied als het maar een rustig gebied is. Niet al te natte rietstroken afgewisseld met wat kleine struikjes of jonge boompjes hebben de voorkeur. Je moet ze wel weten te vinden en je gehoor moet op scherp staan anders mis je ze gewoonweg.
snorrende sprinkhaanzanger
Ik heb door de jaren heen een paar van die standaard gebiedjes gevonden en daar hoor ik ze dan ook altijd. Het beste gebied is wel een natuurgebied bij Ouddorp. Daar zitten de sprinkhanen gewoon tegen de duinen in het struweel. Niks waterpartijen en zelfs geen riet. Toch vinden ze dit een lekker leefgebied. Je moet de strook wel weten te vinden want ze zitten daar nu ook weer niet overal. 

Enkele jaren geleden zag ik tijdens de vogeltrek zelfs een sprinkhaanzanger in de Boswachterij Dorst. Een wel zeer ongewone plek om zo´n vogel daar te zien. Ik werd in eerste instantie dan ook aardig op het verkeerde been gezet. 

De sprinkhaan is ook goed te herkennen aan de gestreepte binnenkant van de staart. Gelukkig zitten ze graag in de top van een tak of stengel zodat je ze goed kunt bekijken. De snor is egaal bruin en ook wat donkerder en egaal van kleur en kleed.

Wil je meer weten van dit ratelende buitenbeentje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sprinkhaanzanger

vrijdag 17 juni 2022

Havik in de wijk?

altijd op de loer
In de Oranjepolder krioelt het van de houtduiven en die komen ook bij ons de wijk in om in de tuinen naar voedsel te zoeken. Dat gebeurt ook bij ons, al laat onze hond dat niet toe en sprint hij elke keer naar buiten om een dikke houtduif de stuipen op het lijf te jagen. En behalve dat onze hond voor de duiven een serieuze bedreiging vormt, dreigt er ook nog eens een zeer serieus gevaar van boven. 

Vrijwel dagelijks kruist en havik over de rand van de wijk en de Oranjepolder. Best bijzonder want een havik is meer een jager van het buitengebied. Hij heeft die strook tot zijn jachtgebied gemaakt en is daar niet alleen heer en meester, hij is hier ook nog eens zeer succesvol. Met regelmaat slaat hij een houtduif die dit niet overleeft. 

Meestal wordt de kop van de romp gescheiden en blijft het dode lichaam op de stoep of weg liggen. En dat is zo jammer want in de wijk is altijd wel wat te doen en wordt deze jager bij het nuttigen van zijn maaltijd gestoord. De afgelopen twee weken zijn op mijn routje met de hond naar de polder, vier duiven gesneuveld en wie weet hoeveel meer elders in dit gebied. 

boven de wijk
Op zich kan ik hier prima mee leven, want zo werkt dat in de natuur alleen vind ik het erg jammer dat de havik niet de kans krijgt om zijn vangst op te eten. En dat is natuurlijk voor die gesneuvelde duif erg jammer dat hij uiteindelijk voor niets is gestorven. Hij ligt daar dan in de kant van de weg, in een plantsoen of op de stoep totdat iemand het stoffelijk overschot in de groenbak deponeert.

Het is opmerkelijk dat een havik zo dicht in de bewoonde wereld te zien is maar zeker niet uit te sluiten. 
Steeds vaker komen ze in onze buurt voor en dat komt ook denk ik, omdat deze soort nog steeds erg succesvol is en in aantal toeneemt. Daarmee neemt ook hun leefgebied grotere vormen aan. Ook de prooi in de vorm van houtduiven, past goed bij de soort anders zou je nog aan een overvliegende en jagende sperwer denken. 

De brede heupen en iets kortere staart passen goed bij een havik en niet bij de sperwer. Van de andere kant heeft de vogel op de bovenste foto een wel erg rechte staart!?

Wil je meer weten van deze nieuwe stadsbewoner, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/havik

maandag 13 juni 2022

Volhardende huiszwaluwen.

huiszwaluw voor de schilderbeurt(aug 2016)
Dat het niet helemaal goed gaat met de zwaluwen is geen nieuws maar als er dan toch ergens nestjes te zien zijn dan is dat helemaal geweldig. Inmiddels zijn we dik 70% van alle huiszwaluwen kwijt, maar dat terzijde. Jaren geleden zagen wij bij een huis hier vlakbij de huiszwaluwen onder de witte dakoversteek druk met nestjes van dat jaar in de weer. Ze waren er ook nog eens succesvol en zorgden voor een kleine gezonde populatie. Totdat de boel opgeschilderd moest worden, toen was het over. De nesten werden verwijderd en de zwaluwen moesten het maar uitzoeken. Ook de jaren daarna werden de nesten, nog voordat ze voor bewoning werden opgeleverd, alweer van de dakoversteek afgestoken. Wegwezen dachten de bewoners van het huis.

nest in aanbouw
En nu, jaren later, doen de huiszwaluwen opnieuw een poging en hebben ze een paar nestjes kunnen maken. Als de bewoners van dit huis ze nu ook een kans geven, wordt het wel wat. Toch bijzonder dat de huiszwaluwen steeds opnieuw naar dezelfde plek terugkeren en dus niet zomaar opgeven. Roept bij ook gelijk de vraag op, waar zijn ze in de tussenliggende jaren geweest en hebben ze daar dan wel succesvol gebroed? En waarom blijven ze daar nu niet en nemen ze toch weer het risico om verdreven te worden? Zijn dit nu hardnekkige beestjes of gewoon volhouders.


Je zou bijna de stoute schoenen aantrekken en bij deze mensen aanbellen om te vragen of ze de huiszwaluwen willen sparen en ze de tip meegeven dat je onder de nesten een plankje kunt maken om de viezigheid op te vangen. Maar het lijkt mij sterk dat de mensen niet weten dat zwaluwen het niet makkelijk hebben. 

In ieder geval doet de huiszwaluwkolonie bij de Emmahoeve van Staatsbosbeheer in de Biesbosch het heel goed. Jaar na jaar zit de kolonie vol en vliegen daar volop jonge huiszwaluwen uit. Maar die kolonie wordt dan ook met rust gelaten en krijgen de vogels volop de gelegenheid om voor opvolging te zorgen.

Wil je meer weten van deze mooie insecteneter, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/huiszwaluw

Hieronder nog een kort filmpje van de huiszwaluwkolonie bij de Emmahoeve van Staatsbosbeheer

 

zondag 12 juni 2022

Vermomde zomertaling.

bijna in eclipskleed(04-06-2022)
Het broedseizoen is voor veel vogels nog volop bezig en voor een enkele soort begint nu pas goed en wel, denk maar eens aan de bosrietzanger. Maar er zijn ook al vogels die nu deze vermoeiende periode afsluiten en zich al klaar maken voor het vertrek naar de winterverblijven, denk hier maar eens aan de koekoek. Het is een komen en gaan van vogels en dan moet je ook goed opletten wat er gebeurd.

Zo zag ik vorige week mannetjes zomertalingen nog volop in hun prachtkleed en zomertalingen die al in hun eclipskleed rondzwemmen. Die laatste zijn dus als eerste klaar om met een fris verenpakketje naar het Zuiden te vertrekken. 
in zomerkleed(29-03-2019)
Dat de zomertaling nu al in eclipskleed rondzwemt, zorgt ervoor dat je ze over een paar weken niet meer herkent als zomertaling en gaan ze op in de bruine achtergrond van alle bruine eenden in eclipskleed. Dat verklaart ook dat je over een paar weken geen waarnemingen van zomertalingen hoort of ziet terwijl ze er nog wel zijn. 

Deze eend is de enige eendensoort die in de winter hier juist wegtrekt terwijl alle andere eendensoorten dan weer naar hier terugkeren. En wat je al helemaal niet zou verwachten, is dat de zomertalingen naar Afrika trekken en ten Zuiden van de Sahara, in de Sahel overwinteren. 

prachtkleed is wel op zijn plaats
De zomertalingen waren dit jaar in wat grotere aantallen aanwezig en tijdens de inventarisatierondjes in de Noordwaard kwamen we wel eens tot twintig exemplaren, iets wat in de jaren daarvoor niet een keer was voorgekomen. Nu weet ik ook wel dat zo'n uitzonderlijk jaar nog niets zegt over de aantalsontwikkeling van een soort want het kan met deze eend evengoed nog steeds bergafwaarts gaan.

Dat ik nu al een zomertaling in een "bijna" eclipskleed zag rondzwemmen maakte al wel veel duidelijk. Ze zijn over een paar weken niet weg maar ze zijn onherkenbaar en zijn hooguit aan hun formaat te herkennen. Ze zijn net als de wintertaling erg klein vergeleken bij een wilde eend. Opletten dus!

Wil je meer weten van deze langeafstands eend, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zomertaling