vrijdag 31 juli 2020

Toch nog kwartels.

2 kwartel territoria
De aanhouder wint, zullen we maar zeggen. De vierde poging om in de Noordwaard kwartels te inventariseren leverde een aantal roepende kwartels op. In tegen-stelling tot de gebruikelijke inventarisatie momenten, laat in de avond bij gunstige weersomstandigheden als het schemert, was het deze keer prijs in de zogenaamde "na nacht". Oftewel tegen de ochtend als het nog donker is en de zon nog een uurtje of wat op zich laat wachten. Dat is ook een zeer geschikt moment.

In deze tijd van het jaar betekent dat dat je 's-morgens om een uur of vier op je post moet zijn. Deze week was in eerste instantie een diepe teleurstelling toen ik op een van de beste plekken aankwam. De polder Eijerwaard was namelijk helemaal platgemaaid. Alle kruidige planten en grassen die normaal gesproken een perfecte bescherming voor de kwartels zijn, lagen fijn gemaaid te drogen. Bijna klaar om afgevoerd te worden. Wat dat voor de kwartels in dit gebied betekent laat zich raden.

Vorig jaar is hetzelfde gebeurd, ook toen was alles verstoord. Rijkswaterstaat heeft als eigenaar van het gebied een heel ander beeld bij de Noordwaard en heeft maar een doel voor ogen, een snelle doorstroming van het overtollige water in het gebied. Alle overlegorganen met de thema's Gebiedsvisie Biesbosch, Gebiedsvisie NL Delta, Gebiedsvisie Noordwaard en Toekomstvisie Parkschap NP de Biesbosch hebben nog maar weinig bereikt en dat is jammer. Maar dit terzijde.

uitgesproken kwartelland
De kwartelinventarisatie in de zogenaamde na nacht leverde deze keer wel een aantal roepende kwartels op. Gelukkig maar want het seizoen om deze vogels te inventariseren loopt op zijn eind.

Morgenochtend ga ik de laatste kwartel-inventarisatie van dit seizoen doen. De polder de Zalm is dan aan de beurt. Ik heb in de afgelopen jaren slechts een keer een roepende kwartel in het gebied gevonden en ik hoop dat die er morgen ook weer zit. De algemene indruk is dat dit jaar minder kwartels in onze gebieden zitten. Ook in de Lage Vuchtpolder zitten flink minder kwartels. De zes roepende kwartels op een ochtend van een paar jaar geleden heb ik bij lange na niet gehaald. Het hoeft daarom nog niet slechter te gaan met de vogel maar het is wel jammer dat je ze nu opeens stukken minder hoort. Laten we hopen dat volgend jaar een beter kwarteljaar is.

Wil je meer weten van de "kwik-me-dit", klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kwartel

dinsdag 28 juli 2020

Kijk wie kruipt daar?

is dit een taigaboomkruiper?
Afgelopen week zag en hoorde ik in de Boswachterij Dorst zoals gewoonlijk de boomkruipers weer volop roepen. Herkenbaar geluid en dat hoor je eigenlijk het hele jaar door wel. Dit in tegenstelling tot veel andere zangvogels die je alleen net voor en in de broedperiode hoort. Ik ga er dan ook altijd blind vanuit dat het de "gewone", bij ons algemeen voorkomende boomkruiper is. Ik ga er ook vanuit dat de andere soorten boomkruipers zoals de taigaboom-kruiper en de kortsnavelboomkruiper hier niet voorkomen.

Maar met dit soort aannames moet je voorzichtig zijn, er kan namelijk altijd wel eens een keer een uitzondering in het gebied zitten. Net zoals de temminck strandloper die afgelopen maand in de Bleeke Heide zat of de maand ervoor, de orpheus spotvogel bij Het Merkske. Hele ongebruikelijke soorten voor de gebiedjes in kwestie. En dat overkwam mij afgelopen week dus ook in de buurt van het oude zwembad Surea. Ik dacht namelijk een boomkruiper te zien en maakte een foto.

zoek de verschillen
Een korte check van deze foto liet een toch wat anders uitziende boomkruiper zien maar dat zegt nog steeds niets. Binnen een soort kunnen veel verschillende variaties voorkomen. De koploper hierin zijn kemphanen die niet alleen in kleur maar ook in postuur enorm van elkaar kunnen verschillen.

lange snavel=gewone boomkruiper
Mijn "nieuwe" boomkruiper had een paar kenmerken die wel eens bij de taigaboomkruiper zouden kunnen passen. De snavel was korter, de rugtekening was zeker niet gelijkmatig getrapt zoals van de "gewone" boomkruiper en hij had in het geheel geen witte toppen aan de handpennen.

Dus de specifieke kenmerken van een boomkruiper leken te ont-breken en de kenmerken van de taiga, met name de kortere snavel en rommelige vleugel streep klopten veel beter. Toch houd ik nog enige reserve bij deze waarneming want zo'n taigaboomkruiper komt wel in Nederland voor maar niet in deze periode. Gelukkig heb ik een goede foto bij mijn waarneming kunnen voegen en de waarneming op onzeker gezet. Ik laat het dan graag aan de deskundigen over om de waarneming te beoordelen. Zonder goede foto had ik deze waar-neming niet gemeld want daar heb je niets aan. "Meten is Weten" zeggen ze wel eens en zo zie ik deze onzekere waarneming ook. Wel weer heel leerzaam en leuk om mee bezig te zijn.

Wil je meer weten van deze taiga bewoner, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/taigaboomkruiper

vrijdag 24 juli 2020

Krijsend de nacht in.

de avond valt in de Oranjepolder
Avond na avond, tijdens het late wandelingetje met de hond, vliegen de blauwe reigers over. Ze zijn op weg naar de slaapplaats achter de voetbalvelden van SCO. Het is dan een uur of half elf en al behoorlijk aan het schemeren. De reigers houden, tijdens de laatste vlucht van de dag, steeds contact met elkaar. Korte kreten kondigen hun komst aan.
En dat is dan weer makkelijk om ze te spotten want erg hoog vliegen ze niet, waardoor ze niet zo heel makkelijk te zien zijn. Ze vliegen ter hoogte van de boomtoppen waardoor ze opgaan in de achtergrond van het groen. Met de verrekijker spotten lukt wonderlijk genoeg wel erg goed. Niet dat ik de vogels van dichtbij wil zien maar die kijker haalt op de een of andere manier veel meer licht binnen dan ik dat met het blote oog kan.

blauwe reiger
Hierdoor kan ik dus zien om hoeveel vogels het gaat. Het aantal reigers verschilt overigens per avond en het aantal schommelt tussen de 17 en 24 exemplaren. Ik overzie slechts een kwart van de mogelijk gekozen aanvliegroutes dus het uiteindelijke aantal reigers zal nog een stuk hoger liggen. Het kan dus dat ze de ene keer uit de Oranjepolder komen en de dag erna uit de Willemspolder.

Behalve dat de manier van contact houden opvalt, valt nog wat op en dat is het gekozen tijdstip waarop de vogels naar bed gaan. Het overvliegen naar de slaapplaats gebeurt maar in een hele korte tijdsspanne, binnen vijf tot maximaal tien minuten is alles voorbij. Je zou bijna gaan denken dat ze daar met elkaar afspraken over maken maar het ligt denk ik iets anders.

Alles heeft in de vogelwereld te maken met de opkomst en ondergang van de zon. Zij laten hierdoor hun dag- en nachtritme bepalen. Er waren in de afgelopen week avonden bij dat er wel acht blauwe reigers vlak bij elkaar overvlogen en allemaal riepen ze wel een keer. Elke kreet klonk weer net iets anders maar allemaal waren het overduidelijk reigerkreten, van die lelijke krijsgeluiden. Kort en krachtig en hard, blij dat ze naar bed kunnen want in deze tijd zijn het maar korte nachtjes.

Wil je meer weten van deze spookachtige overvliegende schimmen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/blauwe-reiger

dinsdag 21 juli 2020

Late valken.

jonge torenvalk net buiten het nest
Vorige week schreef ik al dat de broedperiode van de groene specht niet zo strak hoeft te verlopen als de broedperiode van bijvoorbeeld de gierzwaluw. Ze hebben als standvogel gewoon wat meer tijd om de zaakjes zoals de voortplanting te regelen. Een andere stand-vogel die ook wat meer rek in die periode heeft is de torenvalk. Zo'n torenvalken koppel die daar wat ruim mee omgaat, is het koppel valken dat nu broedt in de Oranjepolder.

Het begin van deze jaarlijkse cyclus verliep voor dit koppel niet zoals gepland. Voor het tweede jaar op rij was dezelfde hoogspannings-mast als broedplek uitgekozen. Ook nu was een gebruikt kraaiennest het doel. Vorig jaar was dat ook het geval en zat een koppel kraaien op amper vijf meter ook te broeden.
de thuisbasis
Dat zorgde voor constante spanningen en conflicten. Ik denk dat de kraaien dit jaar geen zin hadden in de dagelijkse burenruzies en nog voordat de torenvalken konden beginnen met broeden werden ze door de kraaien al verjaagd.

ook een jonge torenvalk van dit jaar
(maar een veel volwassener dier)
Maar wat ik niet zo direct had verwacht, is dat de valken volhardend zijn en als ze hun zinnen eenmaal op een nestlocatie hebben gezet, ze ook alles zullen doen om die te claimen. Het duurde alleen een week of zes langer voordat ze zover waren en dat ze het oude nest in gebruik konden nemen. De kraaien waren al klaar en waren vertrokken zodat de burenruzies ook achterwege konden blijven. Deze verlate broedpoging is dus voor torenvalken als standvogel niet echt een probleem. Die rek zit er dus gewoon in.

De torenvalken zijn nu zover, het is zowat eind juli, dat de donsjongen bijna groot genoeg zijn om over een week uit te vliegen. Het kan ook nog een weekje later zijn maar op 1 augustus zijn ze vliegvlug en dat is bijna zes weken later dan normaal. Zo zie je maar dat die standvogels veel flexibeler zijn dan de trekvogels. Die hebben "harde deadlines" waar ze mee moeten dealen. Op tijd arriveren, partner zoeken, eieren leggen, uitbroeden en vertrekken in amper drie maanden. Daar zit zoveel speling echt niet in.

Wil je meer weten van de "klamper", zoals de torenvalk in Oosterhout heet, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/torenvalk

vrijdag 17 juli 2020

Het is groen en het lacht.

jonge groene specht(15 juli jl.)
Dit is wel, als het om groene spechten gaat, de luidruchtigste periode van het jaar. Je hoort ze overal roepen of lachen want daar lijkt het geluid van de groene op. De jonge vogels zijn uitgevlogen en door middel van die harde roep houden ze contact met elkaar. De jonge vogels, onbevreesd als ze zijn, vliegen door de wijk, landen op de stoep of zitten op de grasvelden in de buurt. Ze verkennen de boel en zoeken al zelfstandig voedsel.

Wat mij hieraan opviel is dat deze jonge vogels over een grote periode in het voorjaar en de zomer uitvliegen. Toch brengen ze maar een legsel per jaar voort en wat mij daaraan dus opviel was, dat het ene koppel vroeg begint en het andere pas laat in het seizoen aan de slag gaat. In de Oranjepolder zag ik jaren geleden op 6 juni 2010 een jonge groene specht, deze week een vergelijkbaar exemplaar en het is nu dus 15 juli! De laatste uitgevlogen jonge groene specht die ik wel eens heb gezien dateert van 29 augustus 2016. Kortom, de broedperiode van deze "standvogel" is dus erg groot en is grofweg uitgespreid over een periode van drie maanden.

jonge groene specht(29 augustus 2016)
Ik denk dat bij standvogels het allemaal niet zo nauw komt en er meer tijd genomen wordt om een legsel voort te brengen, ze hoeven immers toch niet weg er zit gewoonweg geen druk op.

Bij trekvogels zit dat dus heel anders en let het allemaal wel erg nauw. De aankomst hier is strak geregeld, het broedproces afgestemd op het voedselaanbod(het uitvliegen van of beschikbaar zijn van bepaalde insecten), het opgroeien en voldoende kracht verzamelen om de lange reis naar de overwintergebieden te maken. Het moet allemaal kloppen anders is alles voor niets geweest. Een heel ander leven dus. Ik denk dat je hiermee de broedperiode naast de vogeltrek wel als grootste verschil in de vogelwereld kunt aanduiden. Standvogels versus trekvogels. Daartussenin zitten nog jaarvogels, dwaalgasten en deeltrekkers.

Nee, dan hebben die standvogels het toch een stuk makkelijker, tenzij we dus weer eens een echte strenge winter krijgen want dan sneuvelen ze bij bosjes, ijsvogel, winterkoning, groene specht om er maar een paar te noemen.

Wil je meer weten van dit lachebekje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/groene-specht

dinsdag 14 juli 2020

'karekiet-koekoeken'

roepende koekoek in een boomtop
De meeste koekoeken hebben hun eieren gelegd en er zijn zelfs al koekoeken weggetrokken naar de overwinteringsgebieden. Dat gaat altijd sneller dan ik zou willen want het geluid van een roepende koekoek maakt mij altijd vrolijk. Het geluid hoort zo bij het voorjaar en de zomer. Ze zijn hier vanaf half april en half juli begint die trek al op gang te komen. Als laatste vertrekken de jonge koekoeken maar die roepen nog niet en waarom zouden ze ook want een partner zoeken, doen ze toch pas over een jaar als ze weer terug zijn. Jonge koekoeken kunnen wel tot in september hier rondhangen voordat ze vertrekken.

Afgelopen zondag zag ik zo'n jonge koekoek, of liever gezegd, hoorde ik zo'n jonge koekoek. Niet het bekende koekoek geluid maar "psriee", "psriee", "psriee" etc. Toen ik het geluid hoorde leek het even op het geluid wat grote lijsters ook maken als ze opvliegen. De jonge koekoek vloog op uit een wilgje in de rietkraag naar de overkant van de Donge bij 's-Gravenmoer. Daarna vloog hij nog en paar keer op en bleef maar roepen. Dat geluid is dus de bedelroep van de jonge koekoek en aangezien de vogel de hele tijd in de buurt van de rietkraag bleef vermoed ik dat een karekiet de waardvogel van deze koekoek is.

kleine karekiet(waardvogel)
Die karekiet vloog ook bij de rietkraag rond en ik denk dat deze twee met elkaar te maken hebben. Als deze koekoek een vrouwtje is, zal ze volgend jaar ook een karekietennest zoeken om haar ei in te leggen. Als dit een mannetje is, kan hij een karekieten-koekoekenvrouwtje opzoeken maar alle andere vrouwtjes zoals een heggenmussen-koekoekvrouwtje of rietzanger-koekoekvrouwtje behoren ook tot de mogelijkheden. De vrouwtjes hebben die vrije keuze dus niet en hun eieren lijken dus ook sterk op die van het waardvrouwtje. Dus als dit een vrouwtje is, is volgend jaar ergens een karekietengezin de sjaak.

Het jong van afgelopen zondag heb ik verder niet goed kunnen bekijken, daar was hij te druk voor. Maar een jong is wel te herkennen aan de lichte of vrijwel witte vlek op het achterhoofd. Geeft verder niet, deze eerste ontmoeting met een roepend of bedelend koekoekenjong was weer prachtig en leerzaam.

Wil je meer weten van deze broedparasiet, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/koekoek

vrijdag 10 juli 2020

steltloper op z'n retour.

kanoeten en rosse grutto's
(deze vogels verblijven vaak in elkaars gezelschap)
De steltlopers die in het voorjaar hier aan-kwamen, zijn alweer even doorgetrokken en broeden nu in het noorden van Scandinavië of nog veel verder in Rusland en het arctisch gebied. Toch zijn er nu alweer steltlopers die terugkeren van de broedgebieden en hier weer aan de kust verblijven.

Het zou kunnen dat de legsels daar mislukt zijn of mogelijk zijn dit de eerste vogels die daar aangekomen waren en die zijn dan ook het eerste klaar en kunnen weer terug naar hier.
bij deze kanoet zijn nog wat sporen van het zomerkleed te zien
Ik zag er deze week in Zeeland maar genoeg rusten of fanatiek in de modder roeren om zo een lekker maaltje van larven, garnaaltjes en piertjes te vinden. Aansterken dus.

Opvetten is nu het devies want de verre tocht naar Afrika moet nog beginnen. Net 4.000 km achter de rug en nog eens 4.000 km voor de boeg.

Deze week vielen mij de vele steltlopers in Zeeland op, het hele assortiment steltjes is al aanwezig. Groenpootruiters, zwarte ruiters(in zomerkleed), bonte strandlopers(in zomerkleed), zilverplevieren(juveniele vogels), kanoeten, rosse grutto's, regenwulpen, bontbekplevieren, strandplevieren, maar die broeden hier net als de tureluurs, grutto's, kluten, wulpen, scholeksters en niet te vergeten de kieviten.

rosse grutto ook in zomerkleed
Ze zijn dus maar een maand of twee, drie in het broedgebied aanwezig en toch wordt het land of gebied waar de vogel geboren wordt, het "thuisland" van de vogel genoemd. Ook al brengt de vogel de overige negen maanden van het jaar elders door en dat zijn leven lang.

Zo zijn de gierzwaluwen en koekoek amper 3 maanden in ons land en de rest van het jaar verblijven ze in Afrika en zijn het dus "onze" vogels en is hier hun thuisland.

Nederland is met onder andere de Wadden en de Delta een pitstop op de lange route(de East Atlantic flyway) en een korte periode om weer op krachten te komen.

Wil je meer weten van deze enorme vogelmigratie, klik dan op de link;
http://globalflywaynetwork.com.au
(Australische site met tracking gegevens van 4 soorten steltlopers waaronder de kanoetstrandloper)

dinsdag 7 juli 2020

Wel eens een kwartel horen roepen.

ruige graslanden, daar houden ze van
De eerste kwarteltelling was geen succes maar dat is nu eenmaal het lot van een vogelaar. Je hebt niets zeker en daarbij moet je gewoon ook wat geluk hebben. En dat is maar goed ook want daardoor blijft het een interessante bezigheid. In de zomer en dan met name in de avond, worden de kwartels actief en roepen ze steeds maar weer hun bekende liedje "kwik-me-dit", "kwik-me-dit", kwik-me-dit".

Een makkelijk en goed hoorbaar en bekend deuntje. En er zijn maar weinig plekken waar je dit lied kunt horen en dan moeten alle omstandigheden ook nog meezitten. Het meeste succes is te behalen op een warme zomeravond, weinig wind en vooral rust in het gebied. De biotoop let wel nauw, intensief beheerde graslanden, daar moeten ze niets van hebben. De voorkeur gaat uit naar kruidenrijk, ruig grasland. Een kwartel zien is andere koek, dat gaat niet een, twee, drie lukken. Ze leven nog veel meer verborgen dan patrijzen in de zomer. Die zie je vooral in het voorjaar en het winterhalfjaar.

de avond valt in de Noordwaard, het moment waarop
 de kwartels "kunnen" gaan roepen.
Het uitgestrekte gebied van de Noordwaard heeft een paar plekjes waar je de kwartel kunt horen en daar ben ik de komende weken actief aan het zoeken. Vorige maand maakte ik midden op de dag mee dat daar een kwartel in het veld zat te roepen, een mazzeltje. Het kan zijn dat deze vogel nog maar net gearriveerd was en in zijn enthousiasme of zelfs van blijdschap zijn lied liet horen.

Kwartels arriveren zo laat omdat ze op hun weg naar ons land al een eerste legsel hebben grootge-bracht. Dat doen ze ongeveer halverwege de route naar Nederland. Als ze dus hier arriveren is dat om hun tweede legsel en soms hun derde legsel uit te broeden. Bijzondere actie die je bij mijn weten bij geen enkele andere soort ziet.

Wil je meer weten van deze nachtbraker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kwartel

vrijdag 3 juli 2020

Zomerse kolganzen?

zomerse kolganzen in Lage Zwaluwe
In deze tijd, de tweede helft van juni arriveren de kolganzen in het uiterste noorden van Rusland.
Het broedseizoen begint dan pas want eerst moet daar de sneeuw weg zijn en dat duurt in Siberië nu eenmaal wat langer dan bij ons(als er bij ons al een keer wat sneeuw valt).

Vanaf april trekken de kollen hier weg en zie je ze steeds minder en in mei is het gedaan. En zo hoort het ook te zijn, ganzen trekken in de zomer weg uit Nederland en broeden dan ergens ver weg. In de zeventiger jaren gold dat eigenlijk wel voor alle ganzensoorten, brandganzen, grauwe ganzen, toendra rietganzen en kolganzen zag je dan niet meer in ons land en pas in de herfst kwamen ze dan langzaamaan terug om hier te overwinteren.

Na de zeventiger jaren bleven steeds vaker ganzen "overzomeren", met name de grauwe gans had al snel door dat je hier ook prima kon broeden en overleven zonder een risicovolle reis te ondernemen.
dit is nog een winterse kolgans, ook in Lage Zwaluwe

Ook de brandganzen trekken bijna niet meer weg en in de Biesbosch zitten ook nu nog flinke aantallen. Toendra rietganzen en kolganzen trekken nog wel massaal weg maar er is nu ook al een heel klein groepje kolganzen in Lage Zwaluwe die hier probeert te overzomeren. Ze zitten daar in een groep grauwe ganzen bij het Gat van den Ham. Mogelijk zijn dit nazaten van ontsnapte lokganzen maar evengoed zijn het gewoon achterblijvers die het hier wel best vinden. Een stuk of negen kollen hebben zich aangepast maar broeden hier in Lage Zwaluwe (nog) niet.

Het zou dus kunnen dat dit groepje pioniers hier mettertijd ook gaat broeden en dan zien we ze dus net als die andere ganzen het hele jaar rond in ons land. In ieder geval zijn het de afgelopen maanden de eerste kolganzen die ik hier in een zomerse omstandigheid heb gezien.

Wil je meer weten van deze kleine overzomeraar, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kolgans

dinsdag 30 juni 2020

Het gevecht van de zwarte stern.

zwarte stern in de Zouwe Boezem
Zwarte sternen zijn net als alle andere sternen, typische zomer- gasten. Eind mei, begin juni komen ze aan en vliegen soms ook via de Noordwaard, richting het Groene Hart. Aan de oostkant, in de buurt van Lexmond en Ameide vinden ze de meest geschikte broedplaats in de Zouwe Boezem. Ze worden wel geholpen met kleine vlotjes waarop ze hun nest kunnen maken. Vroeger toen het allemaal nog wat natuurlijker was, bouwden ze hun nestjes op de krabbescheervelden maar dat is voorbij. Het oude moerasland is inmiddels verdwenen en willen we de sternen behouden, moet het allemaal wat .kunstmatiger

Ik sprak een keer iemand die vertelde dat zwarte sternen ook op de gele plompbedden hebben gebroed die in de Donge groeiden. Maar daar heb ik nog steeds mijn twijfels bij. Ten eerste door de stroming want het is tenslotte een stromend riviertje waar amper gele plomp groeit en ten tweede door het ontbreken van krabbenscheer, een echte plant die het doet bij het verlanden van ondiep water. Daarbij was het riviertje in het verleden zeer sterk verontreinigd zodat leven er vrijwel onmogelijk was. Dus gerede twijfel over deze waarneming.

vlotje met ganzenwerend gaas
De vlotjes voor de zwarte sternen hebben sinds een paar jaar een hekje van gaas zodat de grauwe ganzen er niet op kunnen gaan zitten en het legsel vernielen. Een mooie oplossing en de sternen hebben er geen last van. Maar nu hebben ze weer last van een andere bedreiging, marterachtigen zwemmen naar de vlotjes en eten de eieren op en zo blijft het maar tobben voor deze vogels. Ik ben benieuwd wat de volgende bedreiging wordt?

Moet je je eens voorstellen, zestig jaar geleden leefden nog 16.000 broedparen in ons land en daar is nu nog amper een kleine 10% van over. Zouden er toen ook nesten leeggeroofd zijn door marterachtigen? Bijna niet voor te stellen dat er toen geen predatie voorkwam maar dat was natuurlijk in een beter evenwicht en was de biotoop nog oorspronkelijk en mogelijk minder toegankelijk voor deze rovertjes. Ik hoop dat de zwarte sternen het gaan redden en wie weet zien we ze ooit nog eens bij in onze buurt.

Wil je meer weten van deze zoetwater sternen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwarte-stern

vrijdag 26 juni 2020

Ransuilen, ze zijn er weer.

jonge ransuil in de acacia bij ons in de tuin
In de Oranjepolder, bijna om de hoek bij ons thuis, zijn de jonge ransuilen uitgevlogen. Ik wist nog niet eerder dat er zo vlakbij ransuilen hadden gebroed, totdat een paar jonge ransuilen 's-avonds in de schemer luid zaten te bedelen. Elke avond als ik de hond uitlaat in de polder hoor en soms zie ik ze ook.

Ik weet zeker dat minstens twee jonge rans-uilen zijn uitgevlogen, want ze zitten tegelijkertijd te roepen. Het kunnen er ook meer zijn maar dat weet ik niet zeker. Vorig jaar zat een koppel ransuilen aan de andere kant van de Oranjepolder te broeden en verschillende jaren ervoor, werd er ook al in de polder gebroed.

Zo wordt mij langzaamaan duidelijk dat de Oranjepolder een vaste uilenpopulatie heeft. Ik ben overigens benieuwd wat de verduurzaming van de Gemeente Oosterhout voor effect op deze vogels heeft. En ik bedoel dan de drie enorme windmolens die in de kleine polder gebouwd gaan worden. De turbulentie?, de enorme wieken en het constante gesuis/geraas, wat het gevoelige gehoor van de uilen zal beïnvloeden? Het zou zomaar kunnen dat er zo een einde gaat komen aan dit kostbare bezit.

winterroestplaats in de Biesbosch met 5 ransuilen
Het is alweer vijf jaar geleden dat zo'n jonge ransuil uit de Oranjepolder onze tuin uitkoos om de zomer door te brengen. Vanaf mei 2015 tot eind oktober van dat jaar zat de ransuil dagelijks bij ons in de tuin. Achterin de tuin, midden in de kruin van de acacia, keek de ransuil mij elke ochtend onderzoekend aan. Nooit bang en nooit opgevlogen bleef hij tot 's-avonds zitten. De planten helemaal wit gepoept braakballen en dode muizen lagen aan de voet van de acacia. Nu zitten dus jonge ransuilen in de bomensingel tussen het trainingsveld van SCO en het veld van de schaatsclub IJsco. Zodra deze uilen zelfstandig zijn, zoeken ze een eigen stekje op en blijven daar tot de herfst wonen net als destijds bij ons in de tuin. Zeg maar dat de ransuil in zijn eentje een "zomerroestplaats" bewoont.

jagende ransuil in de polder
Heel wat anders dan de winterroestplaats van de ransuil. Vanaf oktober tot in februari zoeken ze elkaar wel op en "roesten" ze gezamenlijk. In de Biesbosch was een bekende roestplaats en een veel te bekende roestplaats in de Boswachterij Dorst is inmiddels door alle drukte verlaten. Als het eenmaal bekend wordt waar de ransuilen samenkomen, komen daar ook mensen samen om foto's te maken. Op een gegeven moment zijn de uilen het zat en vertrekken ze. Gelukkig voor mij, weet ik de "nieuwe" roestplaats in de Boswachterij Dorst en om de uilen hun rust te gunnen, houd ik de roestplaats stil.

Ik las overigens in een onderzoeksverslag dat ransuilen die 's-winters in de stad of dorp roesten ongeveer 20 gram zwaarder zijn. Ze zijn dus in een betere conditie dan de ransuilen van het buitengebied, dus is het uiterst belangrijk dat de uilen in de polder en bossen goed beschermd worden.

Wil je meer weten van deze schemervogels, klik dan op de link;
 https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ransuil

dinsdag 23 juni 2020

Om door een ringetje te halen.

volwassen zilvermeeuw met 5//K, zwart op geel, rechts
Afgelopen week zag ik op een vroege ochtend op de zeedijk van Westkapelle weer veel meeuwen zitten. Altijd leuk om de groepen meeuwen af te speuren naar bijzondere exemplaren. Zo kun je nog wel eens een Noorse kleine mantelmeeuw(Larus Fuscus Intermedius) vinden, een ondersoort van de bij ons algemeen voorkomende kleine mantel-meeuw(Larus Fuscus).

Om te kunnen zien dat het een Noors exem-plaar betreft kan eigenlijk alleen maar als de vogel geringd is met een zwarte pootring met witte letters en de eerste letter is dan altijd een "J"(kleine mantelmeeuw) of blauw met "C" als eerste letter voor zilvermeeuwen. De kleine mantelmeeuw is dan door de Universiteit van Oslo geringd. Mijn eerste Noorse kleine mantelmeeuw, J486R zwart links, dateert alweer van 28-08-2018 ook op de zeedijk van Westkapelle.
zilvermeeuw met wit op blauw C.UOZ

Maar terug naar afgelopen week, toen zag ik verschillende zilvermeeuwen met kleurringen. Een volwassen zilvermeeuw met een gele ring en zwarte tekst 5//K aan de rechterpoot. Een andere volwassen zilvermeeuw had een blauwe ring met witte letters, C.UOZ.

Van deze laatste ring weet ik dat de meeuw in kwestie in Nidingen, Noorwegen geringd is. Bij elkaar toch zo'n 843 km van de zeedijk in Westkapelle vandaan. De gele ring is een Nederlandse ring, het is mogelijk dat deze meeuw in het Markizaat bij Bergen op Zoom is geringd of zelfs op de zeedijk van Westkapelle.



Poolse pontische meeuw D.842
Beide ringen zijn inmiddels gemeld en nu is het afwachten wat de reactie is. Want wanneer zijn de vogels geringd en hoe oud zijn deze vogels, mannetje/vrouwtje etc. Alle informatie is terug te lezen in de levensloop van deze vogels.

De ring van de pontische meeuw links is afkomstig uit Polen en de ring las ik af op volle zee, zo'n 20 kilometer ten westen van Scheveningen. Ook zo'n geweldige plek om bijzondere meeuwen en hun ringen te zien.

vrijdag 19 juni 2020

Bosrietzanger

't is dat hij volop zat te zingen want anders zou je je nog aardig kunnen vergissen. Op het uiterlijk determineren valt zeker niet mee en moet je de subtiele kenmerken van de soort paraat hebben. Ik heb het dan over de bosrietzanger die qua uiterlijk sprekend op een kleine karekiet lijkt. Het zouden zomaar broers kunnen zijn. Een van die kleine subtiele verschilletjes is de kleur van de pootjes. Maar zoals je op de foto hieronder kunt zien, zijn de pootjes van de bosrietzanger onzichtbaar en kun je daar het "merk" dus niet van afleiden.

                kleine karekiet                                          bosrietzanger
Ze zitten allebei in ongeveer hetzelfde gebied en je kunt ze dan ook vlak bij elkaar horen zingen. Op basis van de zang de soort bepalen is in dit geval een koud kunstje. De bosrietzanger heeft een heel herkenbaar gevarieerd lied en is net zo herkenbaar als dat liedje van de kleine karekiet. Zolang ze dus zingen is er zeg maar niets aan de hand.

De bosrietzanger van woensdagochtend zat uit alle macht zijn lied te zingen en ging daar zo in op dat ik hem vrij makkelijk kon benaderen. Dat lukt je eigenlijk alleen maar op het hoogtepunt van de baltsperiode. Op dat moment worden nogal wat angsten opzij gezet en/of overwonnen. Alles over hebben voor de aandacht van de dames, dat is nu dus gaande.

bosrietzanger nog eens duidelijk in beeld
Wat ik ook zo knap vind van deze vogel is de enorme afstand die ze afleggen van zuidoost Afrika naar hier. Ik denk dat ze door die enorme afstand ook als laatste zangvogel hier eind mei arriveren. Die late aankomst zorgt er ook voor dat het broedseizoen erg kort is en de terugtocht naar Afrika begin augustus alweer aanvangt. Amper drie maanden hier en de rest van de tijd in het warme Afrika.

Geen wonder dus dat de liedjes van de bosriet-zanger veel imitaties van Afrikaanse vogels bevatten. Jammer dat ik die niet als zodanig herken. De liedjes van de "gewone" rietzanger lijken op die van de bosrietzanger maar zijn veel en veel minder gevarieerd, daar zitten veel meer herhalingen in. De rietzanger is ook maanden eerder terug dan de bosrietzanger en ook nog eens een dikke maand eerder terug dan de kleine karekiet. Lekker handig want daardoor is het geluid van de rietzanger al geruime tijd goed vastgelegd op mijn harde schijf. Toch aardig belangrijk want al deze soorten kom ik op mijn diverse inventarisatie rondjes in de Biesbosch tegen en een juiste registratie is dan erg belangrijk.

Wil je meer weten van deze vliegende krachtpatser, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/bosrietzanger

dinsdag 16 juni 2020

Zeezeilers.

een bijna volwassen jan van gent afgelopen oktober
Een echte zeevogel als de Jan van Gent zie je vrijwel nooit op de kant staan of zitten. Zeker in deze maand zijn de jan van genten niet of nauwelijks in onze kustwateren te vinden. De jan van genten zitten dan aan de andere kant van de Noordzee en broeden, bijvoorbeeld op het vogeleiland Bass Rock.

Al heel wat jaren geleden waren we een keer op vakantie in Schotland en zagen, toen we langs de oostkust noordwaarts trokken, dit vogeleiland liggen. Een grote helemaal wit gepoepte rots stak fier boven zee uit. Met het juiste licht er op, stak de witte puist strak af tegen de donkere zee. Prachtig om te zien en zeker toen we door onze kijkers keken. We zagen duizenden vogels rond de rots cirkelen en dat waren voornamelijk jan van genten. Dé top broedstek van deze vogels in de Noordzee.


de schitterende jan van gent van afgelopen vrijdag
Voor onze kust ken ik de jan van genten vooral van de zee tripjes vanuit Scheveningen. De jan van genten joegen achter de boot op de uitge-worpen makrelen en probeerden de concurren-tie te snel af te zijn. Meeuwen duiken lang zo diep niet als de jan van genten en dat gaf ze het onderscheidend voordeel.

En afgelopen vrijdag zag ik de jan van gent op een andere manier en dat is de reden dat hij het onderwerp van dit verhaaltje is. De vogel zat namelijk op de keien van de zeedijk bij Westkapelle. Een prachtige volwassen vogel zat daar uit te rusten. Geen idee waarom hij deze dijk had uitgekozen. De vogel zag er topfit uit en naar mijn idee is dit onnatuurlijk gedrag. Ze zweven normaal gesproken moeiteloos over de golven en houden dat dagen achtereen vol. Ook dobberen op de golven is iets wat bij hun natuurlijk gedrag hoort. Op het land verblijven doen ze volgens mij alleen in deze periode en dan alleen in de broedgebieden. Dus ik denk dat ik een mazzeltje heb gehad en een mooie ontmoeting had met een van de mooiste zeevogels van de Noordzee.

Wil je meer weten van deze zeezeiler, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/jan-van-gent

vrijdag 12 juni 2020

Een kwak reigers.

roerdomp in perfecte schutkleur
De reigerfamilie in Nederland is misschien wel de lastigste familie vogels om te zien. Over een paar van die familieleden struikel je zowat elke dag maar een flink deel van deze familie leeft zo verborgen dat het echte zeldzaamheden zijn die zelfs voor veel vogelaars buiten beeld blijven. Neem nou het woudaapje, roerdomp of de kwak daar moet je echt moeite voor doen. En al helemaal voor de groene reiger en ralreiger die je hier alleen als dwaalgast tegen komt.

Maar van die eerder genoemde drie zeldzame reigers, is de roerdomp de vogel die je nog het "makkelijkst" kunt zien. Wat later in het broedseizoen zie ik deze reiger op klaarlichte dag nog wel eens een voedselvlucht maken. Vorige week in de Noordwaard nog en deze week in de Kwade Hoek vloog een volwassen roerdomp voorbij. Eigenlijk zijn die drie zeldzame reigers, nachtvogels. Ze zijn dan actiever dan overdag en waarom dat eigenlijk is, weet ik niet. Volgens mij zie je overdag meer en is er ook meer voedsel actief zoals kikkers, muizen en insecten

Gisteren had ik het geluk een jonge kwak te zien, verborgen in het groen zat op een tak een flinke, volgroeide jonge kwak. In de Biesbosch een echte
de jonge kwak van gisteren
zeldzaamheid en moet ik zelfs teruggaan naar 2011 toen ik daar de eerste kwak tegenkwam en een jaar later in 2012 zag ik een jonge kwak vlakbij de Emmahoeve in de Noorwaard. Daarna duurde het tot 2019 eer ik er weer een zag. Dat was vorig jaar in een park midden in de stad Middelburg.

Deze jonge kwak zat op een tak te wachten tot er eten werd gebracht. Het duurt soms wel twee maanden voordat een uitgevlogen kwak volledig zelfstandig voedsel zoekt, hij wordt al die tijd bijgevoerd en moet in die tijd het "vak" van voedsel zoeken en vinden nog leren.

Het viel mij op dat deze vogel toch van een flink formaat was, want in mijn herinnering was een kwak een vrij kleine reiger om te zien. Deze kwak is toch wel qua grootte, twee derde van een blauwe reiger. Zo zie je maar dat je je flink kan vergissen als je een vogel zo maar eens af en toe ziet.

Wil je meer weten van deze nachtreiger van Nederland, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kwak