donderdag 27 december 2018

Asgrijze zwaantjes, wat een geluk.

Afgelopen maandag zat in de Gecombineerde Willemspolder, tussen een groep van 79 knobbelzwanen, slechts een gezinnetje kleine zwanen. Een koppel met maar liefst drie asgrijze jonge zwanen, dat weer wel. We weten van de knobbelzwanen dat de gezinnen ruim een jaar samenblijven maar dat is ook niet zo moeilijk want ze blijven een lange tijd in hetzelfde gebied. Kleine zwanen zijn het merendeel van hun leven op trek en verblijven maar een maand of drie in de broedgebieden in Siberië en zijn verder bezig met het heen en weer vliegen naar de overwintergebieden.

In velerlei opzicht is deze winter weer geheel anders dan de voorgaande jaren en winters. Jaren geleden zaten de grote groepen kleine zwanen 
541X
alweer ruim een maand in de Willemspolder maar dat is de laatste jaren compleet veranderd. Afgelopen winter maakte ik het ook al mee, het aantal kleine zwanen neemt namelijk erg snel af. Hier in de polder en ook elders in het land en dat komt enerzijds door de lage jongen opbrengst maar dat is een trager trendverloop en anderzijds door de klimaatverandering en dat lijkt een snellere verandering teweeg te brengen.

De laatste jaren was het aantal meegebrachte jongen in de winter erg laag. Het gaat dus niet goed met de soort. Maar wat we nu vooral zien is dat de kleine zwanen niet verder zuid- en westwaarts vliegen. Ze blijven hangen in Letland, Denemarken, Polen en noord Duitsland. Dat ik dat zeker weet, komt omdat ik in 2015, 2016 en 2017 veel halsbanden heb afgelezen. Door nu de levensloop van deze vogels weer eens te lichten, kan ik zien waar ze nu gezien en gemeld worden.

een deel van de levensloop van 209E wit

Neem nou 541X wit, voor het laatst gezien in januari 2017. Deze kleine zwaan doet mee aan een onderzoek naar de oostelijke trekroute dat door Didier Vangeluwe uit Brussel geleid wordt. Deze kleine zwaan is na zijn laatste bezoek aan de Willemspolder niet meer in Nederland gezien. De vogel zit nu in Veldres, Pampali in Letland en het ziet er naar uit dat hij daar voorlopig wel blijft hangen. Aan de oostelijke trekroute is hij dus nog niet begonnen.

Of wat dacht je van 209E, een vrouwtje voorzien van een GPS zender op zonnecellen. Zij is na een winter van 2016/2017 in Oosterhout ook niet meer terug geweest. Afgelopen winter is ze niet verder dan Flensburg in Duitsland gekomen en vandaag de dag, 24 december, zit ze in Nørre Bork, Denemarken.

Slechts 2 van de 24 halsbanden is deze winter verder doorgevlogen naar Nederland. 22 vogels komen na de winter van 2016/2017 niet verder meer dan Polen, Letland, Denemarken en Duitsland. En waarom zouden ze ook? De winters zijn minder streng, waarschijnlijk is er voedsel genoeg en hoeven ze minder vlieguren te maken. Ik ben blij voor deze  zwaantjes en hoop dat ook de jongen productie zich herstelt. Jammer voor ons, want ik denk dat deze prachtige vogels uiteindelijk uit ons winterlandschap verdwijnen.

Wil je meer weten van deze mooie zwaantjes, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-zwaan

dinsdag 25 december 2018

Altijd maar weer die exoten.

casarca ook wel roestgans genoemd
Een casarca is een eend en geen gans, al zou je dat op het eerste gezicht niet zeggen. Het is een flink beest en dat maakt de verwarring toch wel compleet. En dan komt daar ook nog eens bij dat casarca's nogal eens het gezelschap van nijlganzen opzoeken, ook zo iets verwarrends. De casarca die ik afgelopen zaterdag in de Biesbosch zag, stond ook bij twee nijlganzen en de casarca die een paar jaar geleden bij ons in de Oranjepolder stond, had ook het gezelschap van een paar nijlganzen gekozen.

De casarca is verwant aan de bergeend en beiden worden het dan ook wel halfganzen genoemd. Dat er nu nog een in de Biesbosch zit, is wel bijzonder te noemen want in de winter trekken ze hier weg. In het najaar is de concentratie het grootst en dat klopt ook wel want dan zitten er maar genoeg in de Biesbosch, twintig vogels is geen uitzondering.
keizergans

Behalve deze bijzondere eend kwam ik in de Biesbosch al vaker van die gekke beesten tegen zoals de keizergans en een paar jaar geleden zat een sneeuwgans vlak bij de veerpont naar Dordrecht. Die sneeuwgans was ongeringd en waarschijnlijk een wilde vogel. Jammer genoeg is deze prachtige gans doodgereden.

Het is en blijft een discussiepunt wanneer je een vogel een exoot noemt en wanneer niet. SOVON beschouwt de casarca als exoot en de Vogelbe-scherming weer niet. De grote canadese gans is een beest wat van oorsprong uit Noord Amerika komt en men gaat er vanuit dat hij hier op eigen gelegenheid is gekomen, anderen zeggen dat het geïmporteerde vogels uit Engeland zijn die overgestoken zijn en zich hier gevestigd hebben.

de verongelukte sneeuwgans
Ze worden niet als exoot beschouwd. Ik vind het verhaal niet erg afwijken van de casarca die hier mogelijk uit Duitsland is neergestreken en ook geen exoot is.

Maar wat is dan het verschil met de nijlgans en bijvoorbeeld de fazant die wel als exoot bestempeld worden? Zo'n fazant leeft hier alweer een paar honderd jaar en is nog steeds een exoot. Het zal daarom wel aan mij liggen dat ik het niet helemaal snap maar een ding is duidelijk, er is voor mij niet echt een goed begrijpelijke definitie van een exoot te noemen als er zoveel verschillende ideeën en verhalen rond gaan.

Wil je meer weten van de casarca met de bijnaam roestgans, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/casarca

vrijdag 21 december 2018

Smelleken op bezoek.

polder De Kroon
Als je het over een niet alledaagse vogel hebt, dan komt het smelleken daar zeker voor in aanmerking. Toch zijn er elke winter altijd wel een paar te zien en in de Biesbosch, in polder De Kroon zag ik deze week een mannetje zitten. En dat is niet voor de eerste keer, afgelopen jaar zat ook juist in deze polder een mannetje smelleken op de grond. Op de grond, want daar zitten ze het liefst en jagen vaak laag boven de grond en verrassen zo opvliegende zangvogeltjes.
Met name de graspiepers en veldleeuweriken die er maar genoeg in de Biesbosch zitten, zijn regelmatig de sjaak. Het is ook een slim valkje die graag mee profiteert van de grote jongens die vaak alles de lucht injagen. De kiekendieven en zeearenden krijgen regelmatig alles de lucht in en daar eet het smelleken dan weer lekker van mee.

vrouwtje smelleken
Het is eigenlijk best vreemd dat dit kleine vogeltje, het kleinste valkje, graag op de grond zit, want dat is niet de beste uitkijkpost om een prooi te vinden. Als alles dan de lucht ingaat moet dit beestje ook omhoog en is dan ook kwetsbaar en een mogelijke prooi voor de grote jongens.

Deze polder heeft een zekere aantrekkings-kracht op roofvogels, zo zit er nu voor het tweede jaar een ruigpootbuizerd en zat dit voorjaar een slangenarend in het gebied. Er moeten massa's prooidieren zitten want naast deze bijzondere roofvogels, zitten er ook nog eens de "alledaagse" roofvogels zoals buizerd, havik, torenvalk en kiekendieven.

Wil je meer weten van kleinste valk, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/smelleken

dinsdag 18 december 2018

Boterbuikjes.

grote zaagbek mannetje bij de Ventjagersplaten
Boterbuikje is een mooie bijnaam voor een hele mooie zaagbek. De grote zaagbek komt in de winter naar Nederland en is met wat moeite wel te vinden. Meestal op groot water, rivieren, de Biesbosch of de Ventjagersplaten. Daar zag ik afgelopen week vanuit de vogelkijkhut bij de Hellegatsdam een flinke groep grote zaagbekken. Niet veel verder naar het westen vind je de middelste zaagbekken maar die zijn toch wat minder mooi. Die geven de voorkeur aan zout water en de grote zaagbek moet daar juist niets van hebben. Die zit liever in zoet water.

De grote zaagbek jaagt met zijn dunne getande snavel onder water en vangt daar zijn prooien. Vooral visjes en ongewervelde diertjes. In tegenstelling tot veel watervogels die over het algemeen plantaardig voedsel eten.
vrouwtjes grote zaagbekken

De mannetjes zijn mooi gekleurd en getekend en de vrouwtjes zijn wat minder opvallend getekend en lijken zelfs wat op de vrouwtjes middelste zaagbekken. Het verschil zit 'm met name in de kleurovergang van bruin naar wit op de hals. Bij de middelste zaagbek is de kleurovergang geleidelijk en bij de grote zaagbek is de kleurafscheiding scherp afge-tekend. Verder lijken de vrouwtjes wel op elkaar.

Jaren geleden, tijdens een hele strenge winter, verbleef een koppel grote zaagbekken enkele dagen bij ons in de wijk. Ze foerageerden op een grote vijver bij ons om de hoek. Op veel plekken lagen toen de binnenwateren dicht, behalve bij ons in de wijk. De grote zaagbekken zijn ook in de Biesbosch te vinden maar ook daar alleen op het grotere water, de rivier of de wat verder achteraf gelegen open water zoals de Catharinaplaatjes halverwege de Deeneplaatweg.

De bijnaam boterbuikje kan ik niet goed plaatsen, de naam zou verwijzen naar de vogel in vogelvlucht waar de roomwitte buik opvallend zichtbaar zou zijn.

Wil je meer weten van de boterbuikjes, klik dan op de link
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grote-zaagbek

vrijdag 14 december 2018

Goud- en zilverplevieren.

Geen eerste(goud) of tweede(zilver) plaats voor de plevieren maar ze staan voor mij alle twee op de 1e plaats. Het zijn twee vogels die ongelooflijk veel op elkaar lijken en alleen maar door hun kleur van elkaar verschillen zijn de zilver en de goudplevier. Je moet ze echt in goed licht en niet al te ver weg zien anders zou je je goed kunnen vergissen.
een mooie goudplevier

Er is wel een groot verschil in hun gedrag op te merken. De goudplevieren die hier in de winter verblijven zoeken vooral elkaars gezelschap op en je ziet ze dan ook wel in enorme groepen bij elkaar door de lucht dansen of in groepen van wel duizend of meer vogels rustend in ondiep water of oeverzones. Een goed gebied om deze enorme groepen goed te bekijken is de Plan Tureluur bij Zierikzee.
een zilverplevier langs de oever

De zilver-plevier is qua gedrag een compleet andere vogel, een vrijwel solitair levende vogel die ook in de winter in ondiep water en oeverzones te zien is. Hij verblijft echter veel meer langs de kust dan hier in het binnenland. De goudplevieren daarentegen, kun je ook in grote aantallen in de Biesbosch tegenkomen.

Met name de Oude Dooijemanswaard en Hardenhoek zijn van die plevierrijke gebieden. Neemt niet weg dat je daar ook een verdwaalde zilverplevier tegen kunt komen maar die kans is wel klein.
twee goudplevieren
Dat de twee plevieren in verschillende habitats voorkomen heeft ook wel met het voedsel wat ze zoeken te maken. De goudplevier eet graag regen-wormen en kleine ongewervelde diertjes terwijl de zilverplevier een voorkeur heeft voor zeepieren en kleine zeediertjes zoals garnalen en wadslakjes.

Hun zomerkleed komt ook overeen, beide soorten krijgen een diepzwarte borst en buik en het bovendek kleurt dan respectievelijk goudkleurig en zilverkleurig. Dat zomerkleed krijgen wij maar heel even te zien want als ze in zomerkleed zijn, verkeren ze meestal in hun noordelijke broedgebied. Als ze na het broedseizoen maar hier komen zien we nog even dat prachtkleed wat dan langzaamaan naar hun winterkleed verkleurd. En dat winterkleed is hierboven op beide foto´s goed te zien.

dinsdag 11 december 2018

Eerste sneeuw(gorzen).

opvliegende sneeuwgorzen in de Kwade Hoek
Ze zijn weer in het land, sneeuw- en ijsgorzen. En net als afgelopen winterseizoen in flinke aantallen. De voorgaande jaren was het niet zo dik bezaaid met deze wintergasten die een voorkeur hebben voor het kustgebied. Op de natte zilte slikken van de Kwade Hoek vinden ze de zaadjes van zeekraal wel heel erg lekker. Meerdere groepen van 30-40 sneeuwgorzen vliegen heen en weer over het gebied, vallen neer, foerageren wat en vliegen weer op. Dat gaat zo de hele tijd maar door en je moet goed opletten waar ze steeds heen vliegen.

Afgelopen winter werden we ook nog getrakteerd op strandleeuweriken en fraters die hetzelfde over-winteringsgebied uitgekozen hadden. Die 2 laatste vogels heb ik nog niet kunnen ontdekken in de twee keer dat ik de afgelopen week in het gebied was. Dat gaat als het wat kouder wordt, vast nog wel komen.

strandleeuwerik
Deze gorzen hebben ook nog gezelschap van onze rietgorzen, graspiepers en een flinke groep veldleeuweriken. De alarmroepjes klinken vrijwel constant als je door het gebied loopt. Pas op het allerlaatste moment vliegen de vogels op en laten zich dan goed horen. De alarmroepjes verschillen flink van klank en toon waardoor de verschillende vogels goed te herkennen zijn.

Waarom deze overwinteraars in zulke grote aantallen hier zijn neergestreken is mij niet helemaal duidelijk. Het kan te maken hebben met het voedselaanbod maar ook met het weer in de noordelijke streken.

Sneeuwgorzen en ijsgorzen worden de afgelopen weken ook gezien in de buurt van Terneuzen en zelf zagen we op Texel in de Slufter een groep van wel bijna honderd strandleeuweriken. Het lijken er bij elkaar dus meer te zijn dan in de afgelopen jaren.

En zoals ik hierboven al aangaf, zijn dat er dus ook aanzienlijk meer dan in de afgelopen jaren. Een sterk dalende trend tekende zich al jaren en jaren af. Begin deze eeuw is die daling ingezet en alleen het afgelopen jaar en dit jaar leeft het aantal weer op.

Wil je meer weten van winterse sneeuwgorzen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sneeuwgors

donderdag 6 december 2018

Boerenlandvogel.

Patrijs in het veld aan de Vissersweg
Het is alweer een paar jaar geleden dat ik patrijzen in de Oranjepolder tegenkwam. Ik had de moed al opgegeven en ging er vanuit dat het gedaan was met deze bijzondere poldervogel. Landelijk is de patrijs met 95% afgenomen en vrijwel verdwenen uit het boerenland.
Van oudsher was het boerenland goed bezet door patrijzen en vele andere boerenland- of weidevogels. Maar de monocultuur met zijn raaigrassen, het gebruik van gewasbeschermers(een mooie naam voor gif) en de vele grondbewerkingen met enorme machines hebben deze vogels het land uit gejaagd.

Het was dus des te verrassender om in de groene woestijn, vlak bij onze wijk een klucht patrijzen tegen te komen. Een stuk of zeven-acht volwassen vogels scharrelden door het hogere gras van een weide die normaal verstoken is van enig bodemleven. In deze tijd met de relatief hoge temperaturen leven er nog wel wat insecten en misschien ligt hier en daar nog een zaadje voor het oppikken maar het is een arme bedoeling en vet zullen deze patrijzen dus niet worden. Dat het volgens mij een klucht patrijzen was en geen slag patrijzen komt omdat ik in de groep geen jonge vogels kon ontdekken. Een groep volwassen vogels heet dan een klucht. Als het een koppel vogels met jongen is, noem je dat een slag patrijzen maar zoals gezegd was daar geen sprake van.
een mooie volwassen patrijs

Genoeg geklaag, laat ik vooral blij zijn met de waarneming van deze steeds zeldzamer wordende boerenlandvogel en mijn hoop is vooral gevestigd op de de Overdiepse polder bij Waspik. Daar hebben de boeren, verenigd in een ANV(Agrarische Natuur Vereniging) 18 hectare vrijgemaakt om vogelvriendelijk in te richten. Dat gaat komend voorjaar gebeuren en daar zal dan een patrijzenparadijs ontstaan. Ik kan bijna niet wachten!

Om de Oranjepolder ook vogelvriendelijk in te richten, heeft volgens mij niet zoveel zin. De recreatiedruk is hier enorm dus het is al heel bijzonder om hier patrijzen te zien. Veel honden lopen los in de velden en jagen alles op. Hazen, fazanten, roodborsttapuiten, noem maar op, ze zijn allemaal verdwenen. Nee, steek in de Oranjepolder vooral geen geld of energie in kruidenrijke akkerranden, daar zijn wel betere plekken voor te bedenken die veel meer opleveren.

Wil je meer weten van deze fazantachtige bijna uitgestorven veldhoen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/patrijs

maandag 3 december 2018

Barmsijzen, groot en klein.

een vroege ochtend in de Boswachterij levert altijd iets bijzonders op.
Vanmorgen liep ik met een paar goede vogelaars door de Boswachterij Dorst en dat is altijd handig. Want de geluidjes die je nu hoort, veelal contactroepjes en alarmroepjes lijken erg op elkaar. Veel zangvogelgeluiden die je in het voorjaar en zomer hoort, herken ik. Vaak uitbundig en luid maar dat is bij die contactroepjes wel even anders. Sijzen herken je, putter ook maar dat zijn dan ook veel voorkomende soorten. Nee, het wordt anders als je kleine barmsijzen en grote barmsijzen tegenkomt. Vaak een zacht roepje en zitten de vogels ook nog eens gemengd met sijzen en mezen in de toppen van de latriksen in het bos. Dan heb je in deze tijd van het jaar ook nog eens slecht licht en de verwarring is compleet.
grote barmsijs, witter en bleker
Daarom was het vanmorgen wel even lekker om geholpen te worden bij de determinatie en nu is het ineens niet meer zo moeilijk om de kleine en grote barmsijs uit elkaar te houden. Je denkt misschien dat het verschil in grote een prima determinatiekenmerk is maat hert tegendeel is waar. Juist bij barmsijzen, de grote en kleine, is dat aan de grote van de vogel niet te zien. Gek eigenlijk, je zou juist denken dat dat een goed kenmerk zou zijn.

Nee, bij barmsijzen zit het verschil in de kleur van de vogel. Een goed determinatie startpunt is kijken wat zit er in de groep vogels, zitten er vogels bij met een rode of oud-roze keelkleur
kleine barmsijs, bruiner en donkerder
dan heb je de eerste winst binnen, het zijn barmsijzen. Dan gaat het vervolgens om de kleur van het kleed, is dat beige en is het een wat warmere kleur, dan heb je de kleine barmsijs te pakken. Is het verkleed wit-grijs, zeg maar een beetje kille kleur, dan raad je het al, dan is het een grote barmsijs. De witte flankstreep verraad ook dat het een grote barmsijs is.

Zie je een grotere samengestelde groep vogels van mezen, sijzen, een enkele vink dan is de kans ook aanwezig dat er barmsijzen tussen zitten. Een echte wintergast en vaak ook doortrekker die nu volop aanwezig is in de Boswachterij Dorst. Handig om dan eens met een ervaren sijzenkenner rond te lopen die je handig de stapjes van de determinatie bijbrengt.

Wil je meer weten van de kleine en grote barmsijs. klik dan op de twee onderstaande linkjes;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-barmsijs
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grote-barmsijs

zaterdag 1 december 2018

Even een visje eten.


een platvisje is een mooie maar niet makkelijk buit.
Een paar weken geleden schreef ik al eens over de gulzige meeuwen die werkelijk alles naar binnen schrokken. Ik had ze zelfs vogels in de vlucht zien vangen en die werden snel en vakkundig naar binnen gewerkt. Zelfs een koperwiek, toch niet zo'n heel klein vogeltje verdween met groot gemak in de keel van een grote mantelmeeuw. Nu zijn het ook enorme vogels en het zijn zelfs de grootste meeuwen ter wereld, dus daar moet ook nogal wat brandstof in.

Het voedselpatroon is niet een, twee, drie te beschrijven maar als je een beetje oplet zie je toch wel wat ze zoal op het menu hebben staan. Ik noemde de voorbijvliegende vogels al, van visresten weten we dat het op de menukaart van de meeuw staat en ook schaal- en schelpdieren ontkomen er niet aan. Deze schrokop werkt al wat eetbaar is naar binnen.
braakbal
De schelpdieren zorgen niet alleen voor de broodnodige ingrediënten als eiwitten en calcium maar dienen ook als maalsteen in de maag zodat het eten verteerd kan worden. De afvalresten worden na verloop van tijd in de vorm van een braakbal verwijderd. Op het strand zie je soms zo'n braakbal liggen en dan is het de moeite om eens te kijken wat daar allemaal inzit,

Deze meeuw, ik kan niet zien welke meeuwen-soort deze braakbal heeft uitgespuugd, heeft een voorkeur voor mosseltjes. Het zou dus ook gerust een zilvermeeuw geweest kunnen zijn. Nu zijn mosselen voor meeuwen ook het makkelijkste schelpdier wat ze te pakken kunnen krijgen want als het laagwater is, kunnen ze de mosselen zo van de basaltblokken of palen van de houten golfbrekers halen en opeten. De restjes worden dan keurig verpakt in een braakbal en uitgespuugd. Als je een beetje in je omgeving oplet, kun je zelfs braakballen van kraaien en eksters vinden en vergeet niet dat zelfs roodborstjes braakballen uitspugen, maar zie die maar eens te vinden.

Wil je meet weten van deze enorme meeuw die ook voor roofvogel kan doorgaan, klik dan op de link
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grote-mantelmeeuw