dinsdag 18 februari 2020

De drie musketiers.

nog maar eens een poging wagen
(2e kalenderjaar vogels)
Ook deze winter zijn er weer heel wat zee-arenden bij ons op bezoek. Vooral jonge of juveniele zeearenden zwerven wat in het rond. In de Noordwaard kan het daarom zomaar gebeuren dat je de zeearenden op ver-schillende plekken over ziet komen vliegen. Soms alleen, soms in tweetallen en zoals afgelopen week zelfs een drietal. Ik vermoed, op basis van mijn eigen inschatting, dat het om een stuk of vier jonge vogels gaat.


juveniele zeearend, 2e kalenderjaar
Daarnaast wordt het gebied alweer een paar jaar door vier volwassen vogels bewoond. Of de vier jonge vogels "eigen kweek" zijn, weet ik niet maar een van de club van drie van afgelopen zaterdag is een vogel die afge- lopen jaar in Dordrecht is geboren. Die heeft dus nog wel wat te leren.

Dat zag ik vrijdag en zaterdag gebeuren en het leek er zelfs op dat de drie samen optrokken om samen hazen te gaan vangen. Nou is dat voor een beetje lompe zeearend een haast onmogelijke opgave. Want vergeleken met een lenige en snelle haas is de zeearend echt niet snel genoeg laat staan wendbaar genoeg.
de "drie musketiers" moeten even overleggen
Een zeearend is het sterkst in de lucht en kan met gemak een nijlgans op volle snelheid uit de lucht plukken. Hij spant zich amper in, versnelt even en vliegt boven de nijlgans die hij dan eenvoudigweg vastpakt en doodt. Een haas vangen, is een ander verhaal en ondanks de spectaculaire bewegingen boven de akker, lukte het de drie musketiers niet. "Een voor allen, allen voor een", ging deze keer niet op. De samenwerking is nog niet optimaal genoeg.

Het waren zeker twee juveniele vogels die waarschijnlijk te onervaren waren maar wel een leerzame ochtend hadden. Op die manier worden de jachtvaardigheden wel weer wat verder ontwikkeld. Ook bij de Krammer en Volkerak overwinteren meerdere zeearenden.
lachen die hazen de zeearend uit?
Afgelopen winter waren dat maar liefst negen vogels en zo wordt Nederland langzamerhand door de zeearenden ingepalmd. Er is nog volop ruimte voor een paar koppels, voedsel genoeg alleen een goede nestboom is lastig te vinden.

Ze hebben de voorkeur voor een grote, oude en breed vertakte boom waar een enorm nest in gebouwd kan worden. Een nest kan makkelijk een diameter van 1.70 meter hebben, formaatje tweepersoonsbed of minimaal een twijfelaar.

Wil je meer weten van deze luchtschepen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zeearend

zaterdag 15 februari 2020

Knappe roodhalsgans.

on-geringde roodhalsgans
Toch een van de zeldzaamste ganzen van de winterperiode is de roodhalsgans. Zelfs de zeldzame dwerggans en kleine rietgans die in ons land in de winter maar af en toe gezien worden door enkele vogelaars, zijn in grotere aantallen aanwezig dan de roodhalzen.

Roodhalzen zijn in de winter op de vingers van een hand te tellen. Vaak worden ze dan in het noorden gezien en af en toe zakt er eentje wat verder naar het zuiden af. En die ene afzakker zit nu alweer een paar weken vlak bij ons in de Zonzeelse polder en wisselt die plek regelmatig af met een dagje Noordwaard in de Biesbosch.

Hij trekt op met een flinke club brandganzen en kolganzen. Met veel moeite heb ik de roodhals op mijn foto's minutieus bekeken of hij geen ring droeg en dat was "gelukkig" niet het geval. Stel dat hij die wel aanhad dan had ik met een zogenaamde collectievogel te maken. Dat ik daar 100% zeker van wilde zijn, komt omdat in de Biesbosch ook een roodhals werd gemeld met een zwarte ring aan de rechterpoot en dat is dan mogelijk een ontsnapt exemplaar.

hij zit hier in deze groep
Deze roodhals is in zijn broedgebied, het arctische deel van Rusland, het afgelopen najaar met de kolganzen meegekomen om hier te overwinteren. Hij heeft dus de verkeerde afslag genomen want de roodhalzen over-winteren normaalgesproken in de buurt van de Zwarte Zee. Qua afstand zal het waarschijnlijk niet zo heel erg veel uitmaken en gezien de milde winters hier, kun je bijna over vergelijk-bare omstandigheden praten.

De roodhals die hier zit, is een volwassen exemplaar, eentje die de trip naar het zuiden mogelijk al vaker gemaakt heeft. Dus wat hem bezield heeft om dan naar hier te komen is niet te zeggen.

Dat het trouwens een volwassen beest is, kun je zien aan de witte strepen op de vleugels. Bij jonge vogels zie je 4,5 of 6 witte strepen, terwijl een volwassen vogel maar twee witte strepen heeft. En die zijn luid en duidelijk op de foto te zien.

Wil je meer weten van deze zeer speciale gans, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/roodhalsgans

dinsdag 11 februari 2020

Zwarte zeekoet

2020, zwarte zeekoet in zomerkleed
Elke winter loont een tripje naar de Brouwers-dam, er is altijd weer iets speciaals te zien. Zijn het, het ene jaar, ijsduikers, parelduikers of ijseenden, is het, het andere jaar een zeldzame kleine alk of zwarte zeekoet.

Dit jaar is wat zeldzaamheden aan zee betreft een topjaar te noemen, want alle bovenge-noemde bijzonderheden zijn aanwezig. De parelduikers zijn nu met maar liefst 16 exemplaren wel het ruimst vertegenwoordigd, ijseenden met vier stuks en de zwarte zeekoet, zwemt daar alleen en in zijn zomerkleedje rond. De zwarte zeekoet zie ik met wat geluk elk jaar wel een keer. Het ene jaar in winterkleed, zoals het in deze tijd ook hoort, en heel af en toe in zomerkleed zoals dat dit jaar het geval is.  Dat zomerkleed is vermoedelijk van afgelopen jaar en is de vogel niet naar winterkleed geruid. Een prachtig beest dat meer tijd onder water dan boven water doorbrengt.

2018, zwarte zeekoet in winterkleed
En dat laatst maakt het dan weer extra lastig om hem eens goed te bekijken, laat staan om hem eens uitgebreid op de foto te zetten. Heb je hem net in je zoeker staan, verdwijnt de vogel alweer onder het wateroppervlak om vervolgens tientallen meters verder weer boven te komen. Natuurlijk net op een plek waar je hem niet verwacht.

Het is best lastig om de zwarte zeekoet in de verschillende kleden te onderscheiden. De vogels zien er in de winter totaal anders uit dan in de zomer en als zo'n vogel dan een keer niet naar het winterkleed ruit, zijn de rapen gaar. Zeker als beide kleden tegelijkertijd aanwezig zijn. Kijk maar eens naar de foto's en je begrijpt de verwarring. Nog even en deze bijzondere wintergast vertrekt weer naar zijn zomerverblijf en dat hoeft niet een zo ver weg te zijn, want ze broeden al in de buur van Denemarken.

Wil je meer weten van deze soms zwarte en soms grijze voel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwarte-zeekoet

vrijdag 7 februari 2020

Zwervende geelgorzen.

geelgors in de winter is net zo geel als in de zomer
De geelgors is een echte bewoner van de hoge zandgronden, hoe droger, hoe beter. Trek gerust een lijn van Tilburg naar Groningen en ten oosten van deze lijn komen ze voor. Geel-gorzen komen nauwelijks in onze omgeving voor, hier is het te nat, teveel kleigronden met hun specifieke beplantingen om interessant te zijn voor geelgorzen.

Des te interessanter is de grote groep geel-gorzen die vlakbij Breda, bij de Bleeke Heide van Chaam is neergestreken. Het is nu zeg maar de meest westelijke plek in Nederland waar je geelgorzen kunt zien, zeker in die aantallen want het zijn er makkelijk honderd of meer.
Geelgors in de Maashorst

Deze groep van zeker honderd geelgorzen trekt daar op met meer dan tweehonderd groenlingen. De akkers waar ze op foerageren zijn vorig jaar beplant geweest met, zoals ik dat nu inschat, een groenbemester. De deels vergane plantenresten hebben nog voldoende zaadjes voor de vogels en ze vliegen dan ook steeds op en neer van de kleine eikenboompjes naar de akkers. Ook de groenlingen doen mee en dagelijks, en dat alweer enkele weken achtereen, worden daar handenvol zaadjes verorberd. Ik ben daarom des te benieuwder naar het moment van vertrek. Hoelang gaat dat nog duren?

De geelgorzen trekken niet ver weg en gaan volgens mij terug naar oosten en noordoosten. Met name Drenthe is een geelgorzen bolwerk geworden

De laatste jaren nemen de aantallen daar toe, terwijl in de rest van ons lande de aantallen afnemen. Echte doortrekkers naar Scandinavië of Duitsland zitten hier niet. Het zijn geen echte trekvogels, het zijn eerder zwervers in eigen land.

Wil je meer weten van deze kanarie van de kouwe grond, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/geelgors

dinsdag 4 februari 2020

Oog in oog met....

Oog in oog met een parelduiker.
Het was alweer even geleden dat ik de parel-duiker had gezien, dat was namelijk op 11 november 2017. Het blijft altijd lastig om deze wintergast te spotten en je moet er vrijwel altijd voor naar de kust. Ze worden ook wel land- inwaarts gezien maar eigenlijk nooit bij ons in de buurt. Gisteren had ik het geluk om er aan de kust weer eens een paar te zien. Ik denk dat het er in totaal een stuk of zes waren.

In de winter ziet deze duiker er, net als de andere duikers die in de winter voor onze kust verblijven, hetzelfde uit. Een langgerekt grijs met wit lichaam en een scherpe dolkachtige snavel. Het komt dan aan op accenten zoals een witte plek ter grootte van een flink ei op de flanken bij de parelduiker tot een buiten proportionele dolksnavel bij de ijsduiker waar de rest van het lichaam ook anderhalf keer zo groot is als van een parelduiker en roodkeelduiker.

de "ei grootte" witte flank is goed te zien.
In de vlucht is het een ander verhaal, dan valt de roodkeelduiker weer op door de op- en neergaande beweging van het lichaam en doorhangende hals van de vogel. Dat hebben de andere duikers dan weer niet. En zo komt het aan op de details als het om herkenning van de soort gaat.

In de zomer wordt het allemaal weer een stuk makkelijker, dan zijn de duikers prachtig gekleurd en scherp getekend. Maar om je te kunnen vergapen aan deze prachtige vogels moet je wel op pad. Zo zag ik prachtig gete-kende ijsduikers in west Canada, parelduikers in hun krijtstrepen pak in Schotland en roodkeelduikers met donkerrode stropdas in Finland en Schotland. Wat een verschil met het min of meer saaie winterkleed, dan moeten ze het toch hebben van hun postuur en gedrag want dat is ook de moeite waard.

Wil je meer weten van de p-p-p-p-parelduiker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/parelduiker

vrijdag 31 januari 2020

Nog enkele dwergganzen.

Op de een of andere manier staat de zeer kwetsbare populatie dwergganzen niet zo op mijn netvlies. Ik ging er eigenlijk altijd vanuit dat de vogels in de winter zuidwaarts trekken en er dus ook een aantal bij ons in Nederland overwinteren. Net zoals dat met heel veel noordelijke soorten het geval is.

Hoeveel dwergganzen er zijn en waar ze precies naartoe trekken en verblijven wist ik niet. Nu blijkt dat de soort zeer kwetsbaar is en de aantallen inmiddels zo laag zijn dat de soort ernstig bedreigd wordt. De vogels die nu bij ons de winter doorbrengen komen uit Scandinavië en zijn daar jaren geleden opnieuw uitgezet nadat ze in Zweden en Finland uitgestorven waren.

De vogels zijn extreem gevoelig voor verstoringen tijdens het broedseizoen en door de toenemende druk van visserij en toerisme verdwijnt de soort langzamerhand.

Oude Land van Strijen
Maar genoeg negativiteit, voorlopig kan ik relatief dichtbij huis genieten van deze bijzondere gansjes. En dat doe ik, met de wetenschap van nu, veel te weinig. Nu ga ik een of twee keer per winter naar het Oude Land van Strijen in de Hoekse Waard want daar zitten er een paar, veel te weinig dus.

Gisteren vond ik, na enkele uren door de telescoop turen, een klein clubje van zeven dwergganzen. Het landschap daar is niet echt telescoopvriendelijk. Het slagenlandschap, oftewel de golvende natte natuurlijke weides, bieden de vogels veel beschutting en zorgen voor een optimale beschutting.

Ze hoeven maar weinig moeite te doen om uit het zicht van de kijker te blijven. Maar als je ze dan eenmaal vindt, dan weet je ook direct dat je met een compleet andere gans te maken hebt. Waar je eerst nog denkt dat je de soort kunt verwarren met een kolgans, zie je direct dat het een echt andere gans is.

Klein, bol kopje, gele oogring, witte bles die doorloopt tot op de kop, klein snaveltje en de chocolade kleurige korte nek en borst ziet er bij elkaar toch anders uit als bij een kolgans. Het ziet er allemaal net wat fijner uit, een prachtig beestje waar we heel zuinig op moeten zijn. Maar zeg dat maar eens tegen die Russen die dit gansje op de menukaart hebben staan.

Wil je meer weten van deze nog net levende fossielen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/dwerggans

dinsdag 28 januari 2020

Op een grauwe dag......

Grauwe ochtend met grauwe gorzen
Op een grauwe, nevelige, grijze en koude dag een grauwe vogel spotten. Dat klink niet echt opbeurend maar dat was het wel degelijk. Op deze grauwe dag kwam ik, welleswaar op enige afstand, oog in oog te staan met een paar grauwe gorzen. Ik denk dat zij dat niet zo hebben ervaren en mij amper in de gaten hebben gehad, toen ik door mijn telescoop stond te turen. Deze gorzen zaten in een grote groep geelgorzen die er overigens een stuk vrolijker uitzien met hun felgeel gekleurde lijfje.

grauwe gors
Het leken wel kanaries en het verschil met de groenlingen die ook in diezelfde boom zaten was groot. En dat terwijl mannetjes groenlingen soms, met het juiste licht, ook op kanaries kunnen lijken. Met een beetje fantasie, dat wel.

De grauwe gorzen vielen op omdat ze wat dikkig leken en uitsluitend bruin en bruingrijze veertjes hadden. Verder wel een typische gors om te zien. De dikke driehoekige snavel, wit oog ringetje, een iets lichter randje om de kin naar de nek, een flauw geel ondersnaveltje en gespikkelde of licht gestreepte borst maakte dat het een grauwe was. Ze vallen in een groep geel gorzen ook direct op door hun forse bouw. Even dacht ik nog aan een vrouwtje rietgors of een graspieper maar die heeft een te dun snaveltje, dus na nadere bestudering van het beestje was ik er snel aan uit, het waren grauwe gorzen.
geelgorsje, een van de ......

De groep vogels hier is werkelijk enorm, er zaten minimaal 250 groenlingen, 100 geelgorzen en naar mijn weten 2 grauwe gorzen in de groep. Opvallende vogels, ondanks hun weinig spectaculaire kleed, die uiteindelijk vrij gemakkelijk te ontdekken waren.

Deze gorzen zijn verre van algemeen bij ons en normaalgesproken moet je er echt voor in de auto stappen en een naar zuid Limburg of zelfs Groningen tuffen om er een paar te kunnen zien. Dit zijn echt zwervers die met de geelgorzen meegelift zijn en nu tijdelijk even bij ons zitten. Wel lekker als je de soort nog niet op je lijst hebt staan. Dat scheelt je toch al gauw een Eurootje of 32 benzinegeld.

Wil je meer weten van deze werkelijk zeldzame gors, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grauwe-gors

vrijdag 24 januari 2020

Weer eens wat anders.

Een grijze winterdag in de Biesbosch
met ideale plekjes voor witgatjes
Afgelopen week zag ik op verschillende plekken witgatjes. Deze kleine steltloper broedt niet bij ons maar wel dichtbij. In Duitsland wordt wel gebroed en dat is dus niet echt ver weg. Heel wat anders dan veel steltlopers die vele duizenden kilometers moeten vliegen om van hun overwintergebied naar hun broed-gebied te komen.

Een klein aantal witgatjes overwinterd hier en daarom is het toch elke keer weer bijzonder om er een te zien. Afgelopen maandag nog zag ik twee witgatjes in de Oranjepolder. Vlak achter de waterzuivering in een smal slootje vloog er een op en je kon heel mooi de witte stuit zien en de bekende roep horen.
de witte stuit goed zichtbaar en daar dankt de vogel
zij naam aan.
Het zijn volgens mij wel zwervers want ze blijven nooit lang ergens hangen. Ze scharrelen langs de oevertjes op zoek naar insectjes, wormpjes en zelfs kleine visjes. Eenmaal zo'n oevertje afgespeurd, vliegen ze weer door naar de volgende sloot.

Je ziet ze soms op de gekste plekken zoals een paar jaar geleden toen er een opvloog hier in de wijk. Het witgatje liep voorlangs een klein rietkraagje van een van de stadsvijvers en vloog op toen ik er met de hond langsliep.

De meeste mensen zou dat niet eens opvallen. En ik denk dat deze vogels op die manier hele gebieden anoniem uitkammen en zo de winter-periode doorkomen. De beste kans om een witgat te zien, heb je toch wel in de Biesbosch. Met name de Noordwaard bij Werkendam biedt ideale omstandigheden met zijn vele slootjes, plas-dras gebieden en in de winter natte velden. Afgelopen week hebben we ze daar ook nog gezien en gehoord. En in tegenstelling tot vele andere steltlopers zie je ze nooit in grote groepen.

Wil je meer weten van deze redelijk zeldzame steltloper, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/witgat

dinsdag 21 januari 2020

Nu even niet!

Vanmorgen liep ik door het bos, een dikke mistdeken hing over de bomen en zorgde ervoor dat de gebruikelijke geluiden van de omliggende plaatsen en de snelweg gedempt werden.

Heerlijk stil maar ook weer te stil als je graag een vogeltje tijdens de wandeling wilt horen en zien. Deze stilte deed mij gelijk weer denken aan het gesprek wat ik gisteren met een vogelaar had over de wintergasten die er nu niet zijn.

sijs in Dorst
Normaal gesproken vliegen in het bos volop sijzen, barmsijzen, kepen en ook wel appel-vinken rond maar nu dus niet. Heel af en toe zie of hoor je er een paar. Het kan zijn dat deze vogels er gewoonweg niet zijn deze winter. Ik ging er vanuit dat de strengere winters in het noorden en bijkomend de weinige uren dag-licht ervoor zorgden dat de vogels deze kant uitkomen maar er speelt nog een factor een belangrijke rol en dat is het voedselaanbod.

Vaak is voedselschaarste de reden dat vogels deze kant "uitgeduwd" worden. Het ontbreken van grote groepen wintervogels dit jaar kan er dus mee te maken hebben dat er in het noorden voldoende voedsel beschikbaar is en er geen reden is om zuidwaarts te trekken. Dat er voldoende voedsel in het noorden beschikbaar is, kan dus een reden zijn in combinatie met de zachte winter van nu, dat de vogels lekker dicht bij huis blijven.

zeldzame pestvogels in Hank
En dat heeft weer als voordeel dat je niet ver hoeft te vliegen, minder gevaar loopt en in een goede conditie aan het broedseizoen kunt beginnen. Heel veel voordelen voor de vogels en heel veel nadeel voor ons vogelaars. Ik hoop dat door deze mogelijke verklaring en mogelijke ontwikkeling het aantal vogels een boost krijgt en er op termijn weer meer vogels deze kant uitkomen. Dit jaar noemen we dan maar een "beurtjaar", een jaar dat de massale vogeltrek een keertje wordt overgeslagen.

Maar gelukkig waren de spechten deze ochtend wel actief, de klein bonte roffelde al, de grote bonte zat op een stam te hakken op zoek naar iets eetbaars en de zwarte specht speelde zijn verschillende deuntjes af, zitroep, vluchtroep en het "vliegwiel" waren al te horen. Toch nog een heerlijke wandeling


vrijdag 17 januari 2020

Alleen als hij ijs- en ijskoud is.

mannetje en vrouwtje ijseend?
Een vrij zeldzame wintergast kun je de ijseend wel noemen. Het is geen garantie dat deze mooie eend uit het hoge noorden elke winter voor onze kust te zien is. Na een aantal jaren op rij dat de vogel bij de Brouwersdam te zien was, is de vogel ook een paar jaar volledig afwezig geweest. Wat de reden van deze afwezigheid was, is voor mij onduidelijk.

Maar gelukkig is de vogel deze winter weer te zien. Afgelopen maand, half december zag ik hem weer voor het eerst en deze week voor de derde keer. De ontmoeting van afgelopen week was wel heel bijzonder. De ijseend dobberde steeds dichter naar de kant en zat op een gegeven moment zelfs op minder dan 2 meter voor de Dam.

Leuk voor de foto en de vogel vond het best. Net als de geoorde futen die ik op dezelfde dag
jonge ijseend een week eerder
ook al zo dichtbij mocht bewonderen.

De ijseend is een vogel uit het hele hoge noorden, IJsland, noord Noorwegen tot ruim boven de poolcirkel. Een aardig eindje fladderen om naar hier te komen maar dan heb je ook wat. De ijseend zag ik een paar keer met een kleine mossel in de snavel. En wat is er nou lekkerder dan een verse Zeeuwse mossel?

Je kunt ook goed zien dat dit(rechts) een jonge vogel is, de gebruikelijke lange staart ontbreekt nog. Misschien is dit wel een jonge ijseend die dit jaar voor het eerst in Nederland geboren is. De Marker Wadden hadden voor de Nederland de primeur en wie weet groeit de populatie de komende jaren en wordt het een standvogel. Dat zou mooi zijn want normaal gesproken zie je de vogel maar een paar wintermaanden en de rest van het jaar niet.

Wil je meer weten van deze hele bijzondere eend, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ijseend

maandag 13 januari 2020

Geoord fuutje aan zee.

Bijschrift toevoegen
Geoorde futen zien er in de zomer prachtig uit met hun gouden wangen en bloedrode ogen. In de winter blijft daar maar weinig van over, de rode ogen veranderen vanzelfsprekend niet van kleur. De vogel verliest alle kleur en is dan wat grijzig met wat donkere accenten in de bovendelen. Niets  spectaculairs. Toch blijft het een interessant een aantrekkelijk beestje om te zien.

In de winter zijn ze ook wat makkelijker te zien en zijn dan met name langs de kust te vinden. Bij de Brouwersdam is de kans op een ontmoeting met dit kleine fuutje reëel en bij Oude Tonge een zekerheidje. Het is dan wel goed opletten geblazen want ook de kuif-duikers en roodhalsfuten zijn dan in deze regio aanwezig. De kuifduiker in vergelijkbare aantallen als de geoorde fuut en de roodhalsfuut veel minder en is hier voor de kust weer wat moeilijker terug te vinden.

Het verspreidingsgebied van de geoorde fuut ligt wat meer in centraal Europa, terwijl dat van de kuifduiker een stuk noordelijker daarvan ligt. De zuidgrens van het verspreidingsgebied van de kuifduiker, is zeg maar ongeveer de noordgrens van het verspreidingsgebied van de geoorde fuut.

Het bolle kopje en opgewipte snaveltje zijn de twee uitgesproken kenmerken van de geoorde fuut. Een kuifduiker heeft een plat voorhoofd en heeft daardoor een wat meer driehoekig kopje. Afgelopen week zaten opvallend veel geoorde futen voor de kust bij de Brouwersdam. Enkele tientallen vogels waren eenvoudig te bewonderen en waren ook opvallend mak. Uitstappen om een foto te maken was dan ook geen probleem, het had wat weg van poseren voor de fotograaf.

Wil je meer weten van dit parmantige fuutje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/geoorde-fuut

vrijdag 10 januari 2020

Goedemorgen meneer de burgemeester.

2e kalenderjaar kleine burgemeester
Een van de meest bijzondere meeuwen die je in ons land in de winter kunt zien, is wel de burgemeester. Zowel de grote als de kleine burgemeester komen alleen in de winter in bijzonder kleine aantallen bij ons voor. En natuurlijk is er altijd een uitzondering te benoemen en dat is, het hele vorige jaar, de aanwezigheid van een grote burgemeester in de 1e binnenhaven van Vlissingen. Normaal gesproken zijn ze aan het eind van de winter gevlogen, retour arctisch gebied.

De afgelopen weken zat een kleine burge-meester op de afvalberg van afval verwerker SUEZ in Dordrecht. Lekker makkelijk om een hapje te vinden, je hoeft er nauwelijks iets voor te doen want elke keer als een volle vuilniswagen zijn lading komt storten, wordt in feite de tafel rijk gedekt. Je moet er alleen snel bijzijn want je zit met een paar honderd collega's aan tafel. En, je moet tegen een sterk luchtje kunnen, want stinken doet het er als de hel.

grote burgemeester in Waalwijk
De kleine burgemeester en ook de grote burgemeester zijn beide prachtige meeuwen met een subtiel getekend verenkleed, geen zwarte handpennen zoals vrijwel alle andere meeuwen hebben en ook geen donkere accenten elders op het verenpakket. Mooi egaal beige/wit met subtiele lichtbruine randjes aan de veren. Het geeft de burgemeester, zoals het hoort, een chique tintje.

De kleine burgemeester hoort thuis in Groen-land en met de juiste wind, waaien er wel eens een paar onze kant op. Ik denk dat je de aantallen op de vingers van een hand kunt tellen. Echte bijzonderheden dus. De grote burgemeester is een echte kustvogel en komt uit het arctisch gebied, Canada, Groenland en Rusland.

Die vogels zie je dan niet snel in het binnenland, behalve vorig jaar dan. Toen zat er even een bij de afvalverwerker in Waalwijk. Want, en dat klinkt een beetje gek, burgemeesters houden van stinkende hopen afval om daar wat eetbaars uit te vissen. De kans om een burgemeester in het binnenland te zien, neemt snel af want de afvalverwerkers ontwikkelen nieuwe methodes zodat afval niet meer open en bloot ligt. Weg gedekte tafel, weg burgemeesters en dat is de toekomst en daar moeten we het mee doen.

Wil je meer weten van deze chique meeuw met aanzien, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-burgemeester

dinsdag 7 januari 2020

De overtreffende trap.

grote trap(kori bustard-Ardeotis Kori) in Afrika
De overtreffende trap van vliegende vogels zien, is wel een vliegende grote trap zien.

Die heb ik in een ver verleden wel eens gezien, maar niet in Nederland. Ik moest daar weer aan terugdenken toen ik vorige week een grote trap bij Oostvoorne zag. Deze zwaarst wegende, vliegende vogel van Europa maar ook van Afrika is bij Oostvoorne alweer een paar dagen te bewonderen.

Hij zit wat ver weg in een weiland maar is makkelijk te herkennen, want ja, wat wil je als je een kilootje of 16 weegt, dat verstop je niet zomaar in een klein verenpakje. De spanwijdte is ook indrukwekkend, met 2.40 mtr. heeft het mannetje een spanwijdte die vergelijkbaar is met die van een zeearend.

Grote trap(Otis Tarda) in Oostvoorne
De grote trappen(ook wel kori bustards genoemd) die wij in Tanzania en Kenia zagen, hebben een andere Latijnse naam, namelijk Ardeotis Kori en bij ons heeft de grote trap de Latijnse naam Otis Tarda. Beide vogels horen tot de familie Otidiformes, oftewel de familie van de trappen, alleen het geslacht verschilt, de Afrikaan behoort tot het geslacht Kori en de Europeaan tot het geslacht Otis. Die Afrikaan weegt zelfs nog een paar kilo's zwaarder. Beide geslachten hebben een voorkeur voor uitge-strekte open en droge landschappen.

Dat deze grote trap hier in Oostvoorne zit, is dus een topprestatie van wereldformaat. De vogel zit steevast in hetzelfde veld en vindt daar voldoende voedsel. Nu half vogelend Nederland de vogel bezocht heeft, blijkt dat de vogel gezenderd is en een pootring(ak LT) heeft. En met deze informatie is al vrij snel duidelijk met wie we hier te maken hebben. Het is namelijk
Ngorongoro krater waar we de Kori bustards zagen
een Duitse vogel die in de buurt van Berlijn is geringd en meedoet aan een fokprogramma. Hij wordt daar in de buurt van Berlijn alweer een paar weken vermist. Met zijn logge lijf is hij dus een kilometer of 800 westwaarts gevlogen om hier te landen en aan te sterken. Ik ben benieuwd wanneer deze vogel besluit terug te vliegen en of hij de weg terug wel weet te vinden?

Voor hetzelfde geld vliegt deze vogel zuid-waarts en ontdekt hij zijn Spaanse familieleden en gaat hij daar verder met zijn fokprogramma. De populatie daar en verder oostwaarts in Europa is aanzienlijke groter dan de Duitse groep, die met veel moeite en zelfs een beetje krampachtig in stand gehouden wordt. Je kunt dat fokprogramma een beetje vergelijken met de Nederlandse pogingen om het korhoen voor Nederland te behouden wat eigenlijk ook een doodlopende weg is.

Wil je meer weten van deze otis, klik dan op de link;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_trap

vrijdag 3 januari 2020

Een elftal in een knollenveld.

5 patrijzen en een rotte kool.
Sommige vogels vertrouwen blindelings op hun schutkleur en blijven dan ook tot op het laatste moment zitten en vliegen, pas als het echt niet anders kan, met veel kabaal op. Ik ken dat van fazanten en ook een keer van een nachtzwaluw die zelfs helemaal niet opvloog toen ik op minder dan een meter voor het beestje stond. Zijn verdediging was de ogen sluiten zodat hij helemaal op een stuk boomschors leek. Ik liet hem met rust maar had hem met het grootste gemak op kunnen pakken.

Eergisteren zag ik ook weer een sterk staaltje van "vertrouwen op je schutkleur" in de praktijk. In een oude boerenkoolakker, lagen naast een achtergebleven rottende kool, elf patrijzen. Veren flink bol zodat ze goed geïsoleerd tegen de kou helemaal opgingen in de achtergrond en nog meer op een paar bruin geworden boerenkolen leken.
3 "onzichtbare" patrijzen

Opvallend was dat ze op een paar meter van de weg in het veld lagen. Waarom niet een metertje of vijftig verder gaan liggen, dan weet je zeker dat je niet gestoord wordt.

De vogels lieten zich ook makkelijk benaderen en dat gaf mij mooi de gelegenheid om een paar foto's te maken. Ze vonden het allemaal best en dachten dat ik ze toch niet zag. Mooi wel dus! Het is elke keer weer een feestje om een klucht patrijzen te zien. Deze boerenland-vogel, waar je vroeger bijna over struikelde is nu, heden ten dagen vrijwel uitgestorven. De patrijzenstand is met wel 97% afgenomen. Dus je snapt wel dat als ik zo'n clubje tegenkom, ik daar wel blij van wordt.

ik ben een boerenkool.
Her en der wordt met subsidie uit Brussel een poging ondernomen om de patrijs te redden. De zogenaamde "Partridge Projects" zijn de laatste strohalmen voor de soort.

Hier vlakbij, in Almkerk loopt zo'n Partridge Project alweer een paar jaar en Het Brabants Landschap beheert en controleert het gebied met regelmaat. Met geluidsopnames worden de territoriale mannetjes uitgelokt om terug te roepen, zo wordt de patrijzenstand gemonitord. Of het daar al wat beter met ze gaat, weet ik niet.

Wil je meer weten van deze zo kwetsbare boerenlandbewoner, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/patrijs

dinsdag 31 december 2019

Knobbelzwaan 2UC3.

2UC3 aan de wandel in de Zonzeelse
Gisteren kwam ik in de Zonzeelse polder een knobbelzwaan met een gele halsband tegen. Geen onbekende, alhoewel ik nog niet eerder kennis had gemaakt met dit beest. Een vogelaar had mij al eens op zijn aanwezigheid gewezen maar toen was de hele ringcode 2UC3 nog niet bekend. De vogel zat in een groep van 46 knobbelzwanen. Altijd leuk om een ring of halsband af te lezen want met die code krijg je inzicht in het ringproject en vaak ook de geschiedenis van de specifieke vogel.

Op de site van geese. org is veel informatie te vinden maar dan heb je dus wel de ring- of halsbandcode nodig Deze vogel is voorzien van een gele halsband met een codecombinatie van vier letters/cijfers. En wat blijkt, deze knobbelzwaan doet mee aan een lang- lopend populatieonderzoek van de Zwanenwerkgroep Avifauna Groningen. Het project is in de winter van 1979 gestart en vanaf 1989 is de werkgroep gestart met het ringen met gele halsbanden. 2UC3 is dus een Groninger.

Zonzeel gisterenochtend vroeg
Een van de belangrijkste onderzoeksvragen is de "ongerichte" verspreiding(dispersie) van de vogels. Het tegenovergestelde hiervan is de gerichte verspreiding in het najaar tijdens de vogeltrek die vrijwel altijd zuidwaarts gaat en dan zijn het meestal een heleboel van dezelfde vogels die dat tegelijker-tijd doen. Het terug melden van halsbanden geeft dus inzicht in de verspreiding van de uitgevlogen jonge vogels, hoever verwijderd van hun geboortegrond, in welke richting vestigen de vogels zich, hoe oud worden ze, met wie leven ze samen en hoeveel jongen brengen ze voort. Allemaal interessant en deze detailinformatie zorgt er uiteindelijk voor dat de vogels beter beschermd kunnen worden.

Wat jammer genoeg niet duidelijk is van deze knobbel, is de leeftijd of ringdatum, het geslacht en de locaties waar de vogel allemaal geweest is. De eerste melding van deze knobbel is gedaan op 16 december van deze maand, ook in de Zonzeelse polder. Waar de vogel na zijn geboorte of ringdatum allemaal geweest is, is dus jammer genoeg onduidelijk.

Wil je meer weten van deftige knobbelzwanen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/knobbelzwaan