donderdag 26 februari 2026

Rode wouw heeft het naar zijn zin.

overvliegende rode wouw
(Red Kite, Milvus Milvus)
Het lukt mij niet om elk jaar een rode wouw op mijn jaar lijst te krijgen. Het aantal rode wouwen neemt in ons land langzaamaan toe en vooral in het oosten en zuiden van ons land is de kans het grootst om er een te zien. Hier in de buurt maak je in de Biesbosch nog de meeste kans omdat rode wouwen dit gebied in hun trekroute hebben opgenomen. Een paar weken geleden zag ik er een dankzij een oplettende teller tijdens de maandelijkse watervogeltelling. Heel ver weg maar herkenbaar en deze ochtend zag ik er een jagend in de Biesbosch in polder De Plomp.

Deze rode wouw bleef de hele ochtend in de polder rondvliegen, jagen en soms ook een prooi eten. Af en toe even op een tak zitten maar vooral vliegend. 

al weer even geleden
Achthuizen 20 okt 2010
De wind was krachtig en haalde makkelijk windkracht vier-vijf. De rode wouw liet zich soms wegwaaien en draaide dan soepel tegen de wind in en gleed omlaag naar de luwte van de bomenrij aan de overkant van de uitgestrekte rietpolder, Andere roofvogels kregen hem ook in de gaten en waren regelmatig bij hem in de buurt te zien. De bruine kiekendief vrouw en twee buizerds hielden deze vreemdeling in de gaten maar vielen hem verder niet lastig wat kraaien meestal wel doen.

rode wouw boven polder De Plomp
23 februari 2026
Pas als deze roofvogels in de buurt van de rode wouw vlogen zag je pas dat de rode wouw een kleine dertig procent groter was. Dat verklaart mogelijk ook dat ze hem toch wel met rust lieten. De wintertalingen hadden het er niet zo op en vlogen steeds in grote groepen op en maakten dat ze wegkwamen. De rode wouw had volgens mij meer oog voor de kleine zoogdieren op de dijk. Hij deed daar steeds een uitval en ik vermoed dat de mollen en muizen vandaag een slechte dag hadden. 

Uiteindelijk zal deze rode wouw verder trekken en richting zijn broedgebied gaan waar dat ook mag zijn. In ieder geval broeden ze niet in de Biesbosch maar wie weet gaat dat ooit nog een keer gebeuren. Hij bezorgde ons met zijn aanwezigheid in ieder geval een mooie ochtend.

Wil je meer weten van deze rooie rover, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/rode-wouw

maandag 23 februari 2026

Waar zijn de matkoppen toch gebleven?

matkop, boswachterij Dorst, 10 feb 2021
(Willow Tit, Poecile Montanus)
Als het met een vogel slecht gaat dan is dat de matkop wel. Jaren geleden was het geen kunst om ergens een matkop te zien en te horen. Maar die tijd ligt alweer ver achter mij. Matkoppen houden van oude en ook natte bossen en die ken er wel een paar. Onder andere de Doolhof in de Biesbsoch is zo'n oud, zompig nat bos met oude bomen en veel rottend hout. En daar hoor ik al zeker twaalf jaar de matkoppen roepen. Elk voorjaar kom ik hier een paar keer voor een broedvogelinventarisatie en de matkop hoor ik daar altijd wel roepen. Ik moest daaraan denken toen ik vorige week maandag eindelijk weer een matkop in het bosje van de Ganzewei hoorde.

De komende maanden ga ik daar weer naar de Doolhof en hoop ook weer op de matkoppen. Ik ben daar nu niet zo zeker meer van want het gaat met de matkoppen heel snel achteruit. 
boswachterij Dorst, 28 dec 2020
Als ik daar goed over nadenk dan zijn de mat-koppen in de boswachterij Dorst inmiddels uiterst zeldzaam geworden. De laatste keer dat ik in de boswachterij matkoppen zag en hoorde is ook alweer twee jaar geleden en de keer daarvoor is zelfs vijf jaar geleden. Kun je nagaan!

Meestal gaat zo'n achteruitgang van een vogel-soort vrij geruisloos en zijn ze opeens verdwenen. In de Doolhof hoorden we tijdens de inventari-satierondes bijvoorbeeld ook altijd wielewalen jodelen en ook die zijn daar inmiddels verdwenen. Heel vreemd eigenlijk want het gebied is in het geheel niet veranderd. 
matkop, 20 dec 2017 polder De Zalm
Het hele gebied en de polders daaromheen zijn nog steeds hetzelfde en worden op dezelfde manier beheerd. Het bos wordt alleen maar ouder en voldoet daarmee nog steeds prima aan de eisen van de matkoppen. Wat dan de oorzaak van de achteruitgang van de soort is, is slechts gissen.

 In het agrarisch gebied waar de veranderingen al jaren gaande zijn snap ik wel dat die veranderingen zijn weerslag op de natuur hebben. Want die boeren kunnen er wat van. Soms gebeurt er iets positiefs en vestigt een soort zich in een gebied. Neem nou de Oranjepolder waar sinds een paar jaar ook een paar cetti's zangers leven en dan in dezelfde periode zijn de patrijzen daar verdwenen. Van vijf roepende mannen op een mooie voorjaarsavond naar slechts een patrijs in het afgelopen jaar. En nu hoor ik geen enkele patrijs meer in onze polder. Voor patrijzen moet ik nu naar de Gecombineerde Willemspolder. En ook daar staat de populatie onder druk en dat ga ik volgende week verder uitzoeken.

Wil je meer weten over deze verdwijnsoort, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/matkop

donderdag 19 februari 2026

Lepelaars wagen het er op.

lepelaar,18 feb 2025
(Eurasian Spoonbill)
(Platalea Leucorodia)
Vorig jaar februari zag ik de eerste groep lepelaars uit het zuiden arriveren. De groep was op de weg terug uit de overwintergebieden en bleven maar kort in de Biesbosch. Ze kwamen daar aan en begonnen direct fanatiek te foerageren. Ze zeefden het water aan de ondiepe waterkant van een brede watergeul in de Noordwaard. Ze waren een maand of vier-vijf weggeweest en waren uitgehongerd van de lange reis. Ik denk dat ze nog geen half uur bleven en vertrokken tegelijk alsof er een fluitsignaal had geklonken. Ik was altijd in de veronder-stelling dat alle lepelaars in de winter uit Nederland weg waren maar dat is dus niet altijd het geval. Er overwinteren altijd een aantal lepelaars maar dat is meestal niet in de Biesbosch.

Af en toe zie ik aan de kust nog weleens een lepelaar maar ook dat is maar sporadisch het geval. Tot deze winter dan want nu verblijven nog steeds twee lepelaars in de Noordwaard. Ik kan mij niet zo herinneren dat ik in andere winters hier lepelaars zag. 

lepelaar NFP6
De twee lepelaars in de Noordwaard zijn niet ziek en verplaatsen zich regelmatig van de ene waterplas naar de andere, van de ene polder naar de andere en foerageren wanneer ze daar zin in hebben. Deze twee zijn echte opportunisten en handelen volgens mij uit eigenbelang. Want wat is er mooier dan de lange gevaarlijke reis over te slaan en lekker makkelijk zonder die enorme krachtsinspanning hier te blijven? 

Er is hier immers genoeg eten te vinden en de grootste gok is dat het een strenge winter wordt en de boel langdurig dichtgevroren is. Maar daar hoeven ze niet bang voor te zijn want dat is alweer heel wat jaren geleden. Behalve deze twee lepelaars zag ik afgelopen week ook nog een lepelaar bij Kerkwerve. Deze vogel was geringd en de pootring was ook nog eens goed 

foeragerende groep lepelaars, 18 feb 2025
af te lezen. Ik ga de cijfer/letter combinatie nog melden op de site van de onderzoekers. De groep van zeven lepelaars van vorig jaar 18 februari zijn nog geen vijftien minuten in de Noordwaard geweest. Tijdens deze korte pauze hebben ze in een razend tempo voedsel naar binnen gewerkt, voldoende voor de volgende etappe. IN het noorden van ons land zijn verschillende grote broedkolonies te vinden en ook op de Wadden is een belangrijke broedkolonie. Vanuit deze kolonies zijn de lepelaars succesvol door heel Nederland verspreid en is de populatie in ons land goed voor 25% van de Europese populatie.


Wil je meer weten van deze stoere overwinteraar, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/lepelaar

maandag 16 februari 2026

Scholeksters komen weer thuis.

ook een vroege scholekster, 25 feb 2020
(Eurasian Oystercatcher, Haematopus Ostralegus)
Vandaag, vrijdag 13 februari, arriveerden de eerst scholeksters in de Noordwaard. De hele winter tot nu toe zijn ze aan de kust geweest. Het is daar wat milder en minder koud dan in het binnenland en aan de kust is in de winter wat makkelijker voedsel te vinden. Met name met laag water is op de slikjes genoeg eten te vinden in de vorm van pieren, zagers en kleine schaaldieren. De scholeksters die nu terugkeren in het binnenland betekent echt nog niet dat het broedseizoen snel gaat beginnen. Nee, dat duurt echt nog wel een kleine twee maanden. Ze beginnen meestal wat later dan de kieviten die binnen een maand beginnen. Soms zijn die wel eens wat eerder en soms wat later. Zo gaat dat met de scholeksters ook, de omstandigheden moeten ideaal zijn.
massa's overwinterende scholeksters 
aan de kust, 1 nov 2024
De scholeksters van vandaag waren onaf-scheidelijk en vlogen regelmatig luid roepend op om vervolgens na een klein rondje vliegen weer op dezelfde plek te landen. De twee waren ook verschillend van grootte. De grootste van de twee is het vrouwtje die ook wat zwaarder is dan het mannetje. Dat betekent dus ook dat de snavel van het vrouwtje iets langer is dan die van het mannetje. Handig als er gefoerageerd wordt want als beide vogels op verschillende dieptes naar pieren en insecten zoeken zijn het geen concurrenten van elkaar.

grote groepen scholeksters 
Brouwersdam, 6 jan 2024
De eerste scholeksters arriveren nu in de Noordwaard en blijven daar dan wel even hangen voordat ze besluiten om verder te vliegen naar de broedgebieden. Dus het kan nog wel even duren voordat ze in de Gecombineerde Willemspolder arriveren. In de Willemspolder neemt het aantal broedparen elk jaar langzaam af en ik ben benieuwd of we hier weer negen broedparen kunnen vinden. Negen broedparen zou een mooi aantal kunnen zijn en betekenen dat het aantal broeders stabiel blijft. Landelijk nemen de aantallen broedparen jaarlijks met ongeveer vijf procent af en dat is niet best.

Wil je meer weten van deze vogel met rode feestneus, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/scholekster

donderdag 12 februari 2026

Zwervende velduilen.

velduil, 11 mei 2016 Willemspolder
(Short-eared Owl, Asio Flammeus)
Deze week zag ik op het nieuws dat in het dorpje Eemland in een weiland een groep van maar liefst vijftien velduilen was neergestreken. Van dit soort waarnemingen hoor je eigenlijk alleen maar als het een goed muizenjaar is. Geen muizen, geen velduilen zo werkt dat. Ze eten woel-, spits- en bosmuizen. Maar als ze de kans krijgen pakken ze ook een vogeltje of een klein konijntje. De vijftien velduilen zitten in een relatief klein gebied en daar jagen ze dus op muizen en als ik goed reken dan sneuvelen daar per dag vijftig-zestig muizen. Een velduil heeft namelijk drie a vier muizen per dag nodig. Dat zegt dus ook iets over de weilanden bij Eemland, die moeten dus vol zitten met muizen.

jagend al vroeg in de avond, 16 mei 2016
Dit nieuwsitem deed ons weer terugdenken aan het voorjaar van 2016 toen in de Gecombineerde Willemspolder een koppel velduilen was neergestreken. Van begin tot eind mei verbleven ze daar in een weiland langs de Kijldijk. Dit weiland was van een boer die op een meer natuurlijke manier zijn land bewerkt. Zeg maar minder intensief, geen zes maaibeurten per seizoen, geen tienduizenden liters stront uitrijden waardoor het gras zelfs wat kruidenrijk was. In dit soort graslanden is de biodiversiteit een stuk groter en daar leeft dus ook veel meer. Als je er maar afblijft.

Elke avond waren we daar te vinden om van het schouwspel van jagende uilen te genieten. Het waren meestal prachtige voorjaarsavonden en dat was voor de uilen ook ideaal. 
in de schemer van 12 mei 2016
2 jagende velduilen
Even hadden we zelfs het vermoeden dat de uilen hier aan de rand van het veld aan het broeden waren. Steeds als er een muis werd gevangen vlogen ze naar de achterrand van de akker en verdwenen ze steeds even uit het zicht. Het bleef bij een vermoeden want uitgevlogen jongen hebben we niet gezien en na drie weken vertrokken de uilen.

Of de muizen waren op of ze gingen nu naar een gebied waar ze wel gingen broeden. We zullen het nooit weten maar het velduilen spektakel vergeten we natuurlijk nooit. 

Wil je meer weten van deze zwervende uil, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/velduil

maandag 9 februari 2026

Kleine rietgans op punt van vertrek.

kleine rietgans, Noordwaard, 12 apr 2024
(Pink-footed Goose, Anser Brachyrhynchus)
De kleine rietgans is toch wel een van de meest bijzondere ganzen die we hier in ons land kunnen zien. Vooral omdat ze over ons land naar de Belgische kust vliegen om daar te overwinteren. Ze overwinteren niet bij ons en alleen in de herfst zit een flinke groep even in Zuidwest-Friesland maar zodra het eind december is zijn ze daar ook weg. Verder moet ik het hebben van overvliegende vogels tijdens de trek en heel soms van een verdwaald exemplaar dat ergens op een niet bedoelde plek neerploft. Een van die doortrekkers koos ervoor om in de Noordwaard te landen om daar tussen de andere bruine ganzen de winter door te brengen. 

kleine rietgans in de Noordwaard, 2 feb 2026
Op zich geen slechte actie maar wel eenzaam. Ik vermoed dat dit een jong exemplaar is want volwassen vogels zullen dit niet snel doen. Het is geen opvallende gans dus het kan dat het weleens vaker is gebeurd. Ze vormen koppels voor het leven en ik weet niet of ze ook als koppels de najaars- en voorjaarstrek samenzijn. In de Noordwaard zit een eenling die mogelijk nog geen partner heeft. 

Als deze vogel deze maand weer noordwaarts vliegt, gaat dat in een keer naar Denemarken en daarna, zo tegen het voorjaar helemaal naar Spitsbergen. Deze eilandengroep met zijn rotsen, meer dan 500 kilometer ten noorden van Noorwegen, is het thuis van alle kleine rietganzen die in Nederland en België overwinteren. De IJslandse populatie overwinterd in Groot Brittannië.

groep doortrekkers naar België, 15 nov 2018
Onze kleine rietgans in de Noordwaard is meer niet dan wel te zien. Op de een of andere manier weet hij vrij gemakkelijk uit het zicht te blijven. Ik ben wel even bezig geweest om het te vinden en ik snap dan soms ook niet waarom hij zo gemakkelijk uit het zicht kan blijven en pas na de zoveelste keer met de telescoop de velden afspeuren ineens te zien was. Hij liep zelfs vrij opvallend tussen de grotere meer bruine grauwe ganzen. Hoe is het toch mogelijk dat je hem niet eerder gezien hebt. Deze kleine rietgans heeft al wel de mooie blauwe gloed op de bovenste dekveren. De poten zijn roze in plaats van helder oranje gekleurd zoals bij de toendra rietgans het geval is. Maar dan nog is een vergissing zo gemaakt. 

Wil je meer weten van deze bijzondere gans in de Noordwaard, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-rietgans

donderdag 5 februari 2026

De leeuwerik met de hoorntjes.

strandleeuwerik, Oostdijk 5 februari 2018
(Shore Lark, Eremophila Flava)
Soms zit het mee en ontmoet je onverwacht een bijzondere vogelsoort. Vorige week gebeurde dat in Zeeland waar een mooi clubje strandleeuweriken foerageerde in een veldje zeekraal. Strandleeuwe-riken zijn voor mij geen jaarlijkse waarneming en berust een waarneming meestal op toeval. Vorig jaar gebeurde mij dat op het stand van de Kwade hoek waar twee strandleeuweriken vlak voor mij opvlogen en zo steeds weer een stukje verder gingen zitten. Ik heb ze op die manier een paar honderd meter voor mij uit zien opstijgen en landen. 

Het ging vorige week weer net even anders en vielen ze op in de lage vegetatie terwijl wij naar steltlopertjes zochten. De bonte strandlopers en drieteenstrand-lopers scharrelden net voor de leeuweriken langs en daardoor vielen ze op. De afstand was net iets te groot om een beetje nette foto te maken maar een bewijsplaatje zat er wel in. Strandleeuweriken doen hun naam eer aan want je ziet ze vrijwel uit-
bewijsplaatje, 23 januari 2026
sluitend aan de kust en dan heb je nog de  meeste kans als de kust zoals de Kwade Hoek een ruig strand heeft. Geen netjes schoonge-houden wit strand waar de badgasten in de zomer uitgestald op hun lakentjes liggen maar strand-zand afgewisseld met stroomgeultjes, zeekraal, helmgraspollen en lamsoorveldjes. Her en der flinke ruggen van aangespoelde messcheden en wrakhout. Kortom het mag best een rommeltje zijn want daar tussendoor is het namelijk goed foerageren. 

In dit gebied heb ik in het verleden het hele scala van zeldzame winterkustvogeltjes gezien, van ijsgorzen, fraters, sneeuwgorzen tot aan strandleeuweriken toe. De eerste twee zijn extreem lastig of je moet op Texel en de andere Waddeneilanden of het noorden van Friesland en Groningen zijn.

het strand van Oostdijk,6 november 2021
Daar zijn die twee zeldzaamheden nog wel te vinden. Hier in het Zuidwesten, de Delta, is dat allemaal een stuk lastiger geworden. Tien-vijftien jaar geleden lukte dat daar allemaal nog wel, mits het een beetje winter was. Met name in het hoge noorden van onder andere Scandinavië moest het dan flink winteren en dan kwamen ze wel naar het zuiden.Vooral de Kwade Hoek was voor bijvoorbeeld sneeuwgorzen een zekerheidje maar dat is nu ook al het geval niet meer. Ik ben het afgelopen jaar daar alweer twee keer tevergeefs op zoek gegaan naar deze gorsjes. Des te leuker was was afgelopen week de toevallige ontmoeting met de strandleeuweriken.

Wil je meer weten van de leeuweriken met de hoorntjes, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/strandleeuwerik
 

maandag 2 februari 2026

Parelduikers voor de kust.

adulte parelduiker in winterkleed
(black throated loon, Gavia Arctica)
In de winter kun je aan de kust de mooiste wintergasten vinden maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een hele dag zoeken naar zeldzaamheden kan wel eens tegenvallen als de weersomstandigheden niet echt meezitten. Harde wind, windrichting, regen/sneeuw en niet te vergeten he getij kunnen spelbrekers zijn. Afgelopen week zat juist heel veel mee en dan nog was het schrapen om bijzondere jaarsoorten te vinden.

Uiteindelijk vonden we de zeldzame en bijzondere strandleeuweriken, kuifaalscholver en parel-duikers. Geen slechte dag dus en voor mij waren de prachtige parelduikers wel de kers op de taart. 
Zeeland, 22 parelduikers, 4 februari 2021
Afgelopen jaar heb ik ze wel gezocht maar niet gezien. In de jaren daarvoor zag ik ze altijd wel een keer. Het kan altijd wel eens dat in een winter een bepaalde soort minder vertegenwoordigd is en daarbij komt dat niet elke waarneming van een bijzonderheid ook zichtbaar is op de site waarneming.nl. Zo was een paar jaar geleden de grote groep van 22 parelduikers in het Grevelingenmeer op "verborgen" gezet. De 22 parelduikers zaten daar meer dan een maand dus volledig anoniem. Maar weinig mensen wisten dit en dobberden de parelduikers daar zonder enige verstoring onbekommerd vlak langs de kant. Leuk voor ons maar voor mij volledig onduidelijk waarom hier zo geheimzinnig over werd gedaan.

Brouwersdam, 3 februari 2020
De parelduikers die nu aan de kust zitten, zijn met wat geluk terug te vinden alhoewel deze vogels minder plaatsgetrouw zijn en in het gebied wat rondzwerven. De vogels zitten dik in hun vrij saaie grijze winterkleed net als alle andere duikers trouwens. Als de duikers in zomerkleed zitten, zijn ze stuk voor stuk prachtig om te zien en zo enorm verschillend van elkaar.

Ze hebben schitterende kleuren en een meer dan scherpe tekening die van het verenkleed maken dat de vogels in de verste verte niet meer lijken op de saaie varianten die nu bij ons overwinteren. Nu lijken alle duikers wel wat op elkaar maar in het zomerkleed zien ze er heel verschillend en herkenbaar uit. Toch was ik heel blij met deze twee grijze parelduikers die er op los doken en meer onder water zaten dan erboven.

Wil je meer weten van deze vrij zeldzame duiker, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/parelduiker