dinsdag 29 juni 2021

Niet zo grauwe franjepoot.

afgelopen vrijdag bij Vroon(Westkapelle)
Elk jaar komt wel een keer een franjepoot voorbij maar nu middenin het broedseizoen is dat wat aparter. Dit is ook voor franjepoten de broedperiode en dan horen ze op de toendra ter zitten en niet in Vroon bij Westkapelle. Toch zat daar een vrouwtje in zomerkleed op een van de plassen. Druk bewegend zoals ik dat ook ken van franjepoten. 

De grauwe franjepoot is de kleinste van de drie die je hier tegen kunt komen. De rosse franjepoot en grote franjepoot zijn beide groter dan de grauwe. En klein is ook echt klein bij deze vogel want ze is net zo groot als een ijsvogel en zelfs ietjes kleiner dan een zanglijster. Dat zie je pas als er een andere vogel bij de franjepoot in de buurt staat.

franjepootje(l) en kl mantelmeeuw(r)
Op het eerste oog dacht ik dat het om een mannetje ging want deze steltloper was prachtig getekend en gekleurd. Maar bij franjepoten is dat net andersom, het vrouwtje is mooier dan het mannetje. Hij is veel minder mooi gekleurd en getekend en oogt zelfs wat flets vergeleken bij het vrouwtje. Maar voor beide geslachten geldt, ze zijn zeker niet grauw van kleur te noemen. Dit geldt trouwens ook voor de rosse en grote franjepoot. 

Op de een of andere manier zie ik de franjepoten niet als steltlopers maar dat zijn ze dus wel. Ze leggen net als alle andere steltlopers ook 4 eieren, het zijn nestvlieders en ze broeden langs het water. Alle kenmerken van steltlopers alleen zie je ze nooit in groepen of op het strand en weides lopen. Altijd zenuwachtig rodjes zwemmen om insectjes van het wateroppervlak te pikken.  Dat ik dat idee heb komt ook wel omdat ik ze zo weinig zie en nooit met meerdere vogels samen.

In Nederland verblijven momenteel, zover ik weet, slechts twee franjepoten. Een in Vroon en een in het Lauwersmeer. Twee stuks is niet veel maar in deze periode twee teveel want ze horen nu gewoonweg ergens anders te zijn. 

Ik verwacht de eerste trekvogels pas in augustus, dan gaan ze op pad naar het zuiden en overwinteren daar tot aan de Arabische zee toe. 

Wil je meer weten van dit zenuwachtige steltlopertje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grauwe-franjepoot

vrijdag 25 juni 2021

Kanariegele wielewaal.


wielewalenbosje in de Biesbosch
Wielewalen ken ik alleen van vochtige bosjes, vooral aangeplant met hoge populieren. Ik hoorde deze maand wielewalen in gebieden als het Merkske bij Baarle Nassau, Huis ter Heide en de Biesbosch in polder de Langeplaat(de rand ervan) en De Doolhof. Zeker dat laatste gebied is erg interessant voor de wielewaal. Veel rust, hoge bomen en een vochtige omgeving. Met name in De Doolhof verblijven alweer jaren achtereen wielewalen. 


Als ik dus een wielewaal wil horen, ga ik naar een van bovengenoemde gebieden. In het juiste seizoen, succes verzekerd. Ik denk dat ik door deze ervaring en gewoonte niet snel denk aan een wielewaal in een volledig anders samengesteld gebied. En daar heb je een knoert van een valkuil waar ik makkelijk in pas. 

Afgelopen maandag liep ik in alle vroegte door de Boswachterij Dorst, een droog bos met flink wat naaldbomen en droge zandgronden. Oude leemputten en zandverstuivingen maken dit een totaal andere omgeving en hier zie ik bijvoorbeeld kruisbekken, goudvinken en nachtzwaluwen en zeker geen wielewalen. 

en nu ook in Dorst
Maar daar kun je je aardig in vergissen blijkt nu maar weer. Op het stuk bij het voormalige zwembad waar de hoge sparren de zandverstuiving omzomen klonk het geluid van een wielewaal. Ik dacht eerst nog dat ik voor de gek werd gehouden door een gaai want als er in het bos een echt goede imitator woont dan is dat de gaai wel. 

Het geluid is echter zo herkenbaar en hoe goed een gaai ook kan imiteren, hier kon hij echt niet tegenop. De wielewaal varieert ook niet en bleef de hele tijd hetzelfde geluid produceren. Nu bleek later dat sinds 1992 in Dorst geen wielewaal meer is ontdekt. Dat hij er in die jaren niet heeft gezeten weet ik niet maar dat hij is waargenomen en genoteerd is op de site van waarneming.nl was tot op heden niet gebeurd. Een primeur dus.

De wielewalen maken een goed jaar door en worden overal gehoord, dat is ook wel eens anders geweest. Nu ben ik heel erg benieuwd of dit een trend is en of we de komende jaren ook weer volop kunnen genieten van deze bijzonder opvallende vogel. En hoe is het dan toch mogelijk dat je deze knalgele opvallende vogel amper te zien krijgt? 

Wil je meer weten van deze kingsize kanarie, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/wielewaal

dinsdag 22 juni 2021

Dossier vale gier.


Maandag om een uur of zeven in de avond kwamen de app-jes binnen. "Vale gieren op weg naar het zuidoosten" en ze waren onderweg van Zuid Holland naar Brabant. Niet veel later waren ze al boven Hank en vlogen richting de A27. Twaalf stuks hoog in de lucht, schroevend op de thermiek waren ze op weg naar het zuiden. Op weg naar huis zeg maar want hier hebben vale gieren niet veel te zoeken. Waarschijnlijk zijn ze door de stevige zuiden wind van de afgelopen dagen naar het noorden afgedreven en waren ze hier terecht gekomen.

vale gier in Stijbeek
Ik twijfelde of ik in de auto zou springen en richting Waspik zou rijden want daar koersten ze regelrecht op af. En die twijfel is er niet voor niets want op de een of andere manier liggen die vale gieren en ik elkaar niet zo. Dat is denk ik zo'n vijftig jaar geleden gebeurd toen een vale gier in Dongen was neergestreken. Die enorme vogel heeft daar een paar weken rondgehangen en ik ben toen niet gaan kijken en ik denk dat dat toen met vervoersproblemen te maken heeft gehad. Ik wilde wel maar ging niet en dat bleek een cruciale vergissing geweest te zijn want daarna is de vale gier voor mij een soort "hoofdpijndossier" geworden. 

Je krijgt in je leven niet heel veel kansen om een vale gier hier in de buurt te spotten en dan moet je geen kansen laten liggen. Een vale gier op je Nederlandse lijst, liefst in de Biesbosch, dat is de ultieme wens. Een paar jaar geleden deed zich een tweede kans voor toen een grote groep vale gieren vanuit de Dordtse Biesbosch op weg was naar huis. Zuidwaarts, richting de A16, en ook toen had ik weer genoeg tijd om ze ergens op te pikken. Ik heb toen elk weggetje in de buurt van Zonzeel doorkruist om maar zicht te krijgen op deze groep gieren maar tevergeefs. Ze waren ongezien gepasseerd.

een onvolwassen vale gier(geen gele snavel)
Maar goed, ik ben afgelopen maandagavond dus toch op pad gegaan, richting Waspik. Ik heb daar gezocht en regelmatig de hemel afgespeurd want ik had al wel begrepen dat ze hoog zaten, maximaal gebruik maken van de thermiek. En dat is nodig ook want een vale gier is eigenlijk een lomp beest, lopen ziet er met die korte pootjes niet uit en lijkt meer op waggelen zoal een gans dat doet, vliegen is ook al geen voor de hand liggende manier om terug te vliegen want daar hebben ze onvoldoende spieren voor. Daarom zijn ze aangewezen op thermiek en daar kunnen ze als geen ander maximaal gebruik van maken. Zonder ook maar een vleugelslag kilometers ver zweven daar zijn ze gewoonweg specialisten in en de Pyreneeën zijn dan niet eens zo ver weg.

Ook deze poging van mij leek weer kansloos te zijn. Geen vale gieren op mijn Nederlandse lijst, daar zag het echt naar uit. Ze waren nog voor Waspik, waar ik stond, naar het zuidwesten gevlogen, richting Breda. De andere dag werd ik nog getipt op slapende vale gieren in Strijbeek maar ik had de moed al een beetje opgegeven. Ik wist bijna zeker dat ze net vertrokken zouden zijn als ik daar aankwam. Ook nu weer volop twijfel maar uiteindelijk toch nog een poging gewaagd.

ruzie met een buizerd
Om 6.45 uur in Strijbeek aangekomen kreeg ik het bijna zekere nieuws dat ze vertrokken waren. Als ik het niet dacht en waarom keek ik er ook niet van op? De vale gier is echt mijn "hoofdpijndossier", dacht ik nog. Maar als je goed nadenkt, konden ze nog niet vertrokken zijn want er is zo vroeg geen thermiek en daarom moesten ze nog in het gebied zijn, gewoon wachten dus. Tegen negen uur vloog de eerste op vanuit een goed verborgen plekje in het bos, niet veel later de volgende en uiteindelijk waren ze tegen tienen vertrokken en stonden ze op mijn lijst. Ik heb ze prima kunnen bekijken, prachtig! Dossier gesloten!

Wil je meer weten van deze Zuid Europese gigant, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/vale-gier

vrijdag 18 juni 2021

Dronevlucht

wulpennest,
rechts 1 week later
De weidevogels beschermen is in eerste instantie veel door de velden lopen en nesten zoeken. Vooral kieviten en in een later deel van het voorjaar leggen ook scholeksters hun eieren in de kale akkers. We proberen dan de nesten te vinden voordat de boer met zijn zware machines de velden bewerkt.

De nesten worden gemarkeerd en indien nodig tijdelijk verplaatst zodat de boer het land toch kan bewerken en de nesten gespaard worden. Vaak gaat dat in samenspraak met de boeren en willen ze daar ook aan meewerken. Alweer een paar jaar horen we en zien we in onze polder ook wulpen en ik weet bijvoorbeeld ook dat in 2012 daar ook een wulpennest beschermd is. In de jaren daarna weet ik niet of dit nog eens is gebeurd. 

de drone op zoek naar het nest
De wulpen baltsen er de laatste weken lustig op los en dat duidt op mogelijk broedende wulpen. Nu legt die wulp zijn eieren het liefst goed verborgen in het hoge gras en zo'n nest vinden, is voor ons een bijna onmogelijke klus. De wulp maakt een mooi rond nestje in het hoge gras en vouwt de grassprieten over het nest als dat tijdelijk verlaten wordt. Daarmee wordt het nest vrijwel onzichtbaar.

Het nest zoeken door in het veld naar sporen te zoeken is een riskante actie want de wulp is erg verstoringsgevoelig. En dat niet alleen, je kunt zomaar een nest kapot trappen want ze liggen erg goed verscholen. De hulp van Het Brabants Landschap was een uitkomst want zij hebben de mogelijkheid om een nest op te sporen met een drone uitgerust met een warmtecamera.

Op die manier vonden we een aantal "warme" plekken in het veld van onder andere twee hazen en een kievit. Een andere warme plek bleek later een leeg wulpennest te zijn. We wisten toen nog niet dat de wulp zijn eieren nog moest gaan leggen. Daar kwamen we anderhalve week later achter toen de boer het gras maaide. Hij ontdekte het nest zodat het nest voor de komende weken beschermt kan worden.

Een deel grasland wordt de komende weken ongemoeid gelaten zodat de wulp zijn werk kan doen. We verwachten dat de eieren eind deze maand uitkomen en de jonge wulpen dan ongeveer 35 tot 40 dagen in het gebied rond zullen lopen. Daarna zijn ze vliegvlug en kunnen ze het gebied verlaten. Al die tijd lopen ze groot gevaar, predatoren zoals vossen, meeuwen, kraaien, marterachtigen liggen op de loer.

Wil je meer weten van de grootste steltloper van Europa, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/wulp

dinsdag 15 juni 2021

Een bouwmeester aan het werk.

nest van de buidelmees
Bijna tien jaar geleden, hoorde ik op aanwijzen van een van de hoofdtellers tijdens een BMP telling in de Biesbosch, dat er vermoedelijk een buidelmees zat te roepen. Op de een of andere manier drong het geluid niet tot mij door en bleef het bij een "mogelijke" waarneming. Ik twijfelde te zeer om er iets van te vinden en bleef al die jaren hopen op een tweede kans. Die tweede kans heb ik maar genoeg gekregen want de BMP tellingen zijn al die jaren onafgebroken doorgegaan maar leverde nooit meer een ontmoeting met een buidelmees op.

Die buidelmees mij tot vorige week zondag wachten. Opnieuw na een BMP telling ging ik op pad om de buidelmees te spotten. Deze keer zou het iets makkelijker worden want de buidelmees was al eerder gespot en was ook al ver met het bouwen van zijn nest, dus dat moet deze keer wel lukken. Deze mannetjes buidelmees heeft aan de rand van een plasje in een overhangende wilg een prachtig nestje gebouwd en tijdens het bouwen roept hij continu dus hem zoeken op geluid was ook nog een optie. Hij hoopt met continu roepen een vrouwtje te lokken en voor de zekerheid bouwt hij dan ook nog een paar reserve nestjes. Het vrouwtje kiest een van die kasteeltjes uit en gaat daar haar eieren leggen. 

op weg naar het nest
Nu maar hopen dat er ook nog een vrouwtje opduikt anders is al dat roepen en bouwen voor niets geweest. Ook voor ons is het te hopen dat er een vrouwtje opduikt want een levensvatbare broedpopulatie buidelmezen kunnen we in de Biesbosch wel gebruiken. En dat zou op nog een manier wenselijk zijn, want de allereerste broedende buidelmees in Nederland werd in 1962 ook in de Biesbosch waargenomen. En die pionier van toen verdient een opvolger.

Het nest is een waar kunstwerkje en gemaakt van rietpluimen en pluisjes van lisdoddes, Het bolletje hangt aan een dunne wilgentak en met zelfs een klein zuchtje wind, danst het nestje in de boom op en neer. Ik denk dat de jonge buidelmeesjes zo in slaap gewiegd worden. De locatie van dit nest is behoorlijk verborgen en is ook vaker de locatie van buidelmezen geweest. 

mannetje in het nest
De Pannekoek zoals het gebied heet was een paar weken gelden ook al de hotspot voor de grote karekiet en jaren gelden werd hier ook de eerste middelste bonte specht gezien. Een topstek voor bijzondere soorten dus.

De mannetjes buidelmees maakte er flink werk van en leidde ons direct naar de nestlocatie. Wat dat betreft is dat niet zo handig want dan komen er meer mensen kijken met het risico van verstoring. Het nest lijkt helemaal af maar daar denkt dit mannetje anders over en gaat stug door met bouwen en verfraaien van zijn woning. Van een vrouwtje is nog geen spoor te bekennen en dat is zorgelijk te noemen. We zitten nu in de eerste helft van juni en dan hoort deze soort toch ook aan het broeden te zijn. Stel dat er alsnog een vrouwtje komt opdagen dan is het aanpoten geblazen om nog op tijd een gezond nestje buidelmezen groot te brengen. Ik denk en vrees dat dit een goede poging is maar dat het daar dan ook bij blijft.

Wil je meer weten van deze bouwmeester, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/buidelmees

vrijdag 11 juni 2021

De zomerse ralreiger.


de ralreiger aan de Bandijk
Ik ben nog maar net bekomen van de ontmoeting met de woudaap of een volgende uiterst zeldzame reigersoort kruist mijn pad. Niet letterlijk want voor de ralreiger moest ik wel even op pad terwijl de woudaap wel letterlijk mijn pad kruiste. De woudaap zat in de rietkraag toen door de kreek voeren en bleef tot op het laatste moment zitten. 

Een woudaap is zeldzaam en in de Biesbosch is deze kleine reiger in de afgelopen twintig jaar pas zes keer waargenomen. Dat is erg weinig en dan denk je dat je de zeldzaamste wel te pakken hebt maar dat is niet zo.
de ral heeft een visje gevangen
De ralreiger, ook een zeer zeldzame reiger, is in de Biesbosch nog minder waargenomen. Daar zijn slechts twee twijfelachtige, niet goed onderbouwde waarneming van bekend. Nu is deze reiger ook geen broedvogel in Nederland en is het "slechts" een zomergast wat hem overigens niet minder interessant maakt. 

De ralreiger zat ondanks zijn zeldzaamheid niet eens op een zo moeilijke plek. De vogel was goed te volgen vanaf de bandijk en hij werd van die afstand ook niet verstoord.

woudaap
Hij was volledig op zijn gemak en viste in het ondiepe water van de plas die tussen de dijk en de Merwede lag. De vele omgevallen bomen zorgde voor voldoende beschutting en was zo te zien ook een kraamkamer van allerlei vissoorten. De reiger had geen enkele moeite om een grote hoeveelheid kleine visjes weg te werken. Het ene na het andere visje verdween in de reigernek. 

De ralreiger is dus een zomergast terwijl die woudaap een broedvogel in Nederland is. Beide uiterst zeldzaam en cadeautjes als je ze een keer tegenkomt. Maar hoe noem je dat als je deze twee zeldzaamheden binnen een week tegenkomt? 

Wil je meer weten van deze zomerse reiger, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ralreiger

dinsdag 8 juni 2021

Boomvalken bezetten de polders.

mogelijke nestboom voor de boomvalk
in de Langeplaat(Biesbosch)
Zo rond half mei arriveren de boomvalken in de polders. In de Oranjepolder en Vughtpolder zijn ze elk jaar wel te vinden. Meestal in en van de  hoogspanningsmasten. En in de Vuchtpolder alweer voor het derde jaar in de dezelfde mast. Deze van oorsprong vogels van het heidelandschap hebben jaren geleden noodgedwongen hun leefgebieden moeten verlaten. 

Haviken en bosuilen zijn in deze gebieden niet de meest sympathieke vogels te noemen. Ze pakken wat ze pakken kunnen ook al is het een prachtige boomvalk en dat terwijl het barst van de dikke malse houtduiven. Laten ze die eerst eens uitdunnen voordat ze aan deze prachtige roofvogel beginnen. 

boomvalk in de
hoogspanningsmast
De boomvalk lust wel een vogeltje maar bovenaan op zijn menukaart staan toch vooral libellen en pas dan een zwaluw of ander klein ding. En vanwege deze voorkeur moet je ze toch in de buurt van water zoeken. In de Biesbosch liggen een paar grote natte polder waar veel libellen leven en dan weet je het al. Hier leven vrijwel zeker boomvalken. 

In de Noorderplaat en nu ook in de Langeplaat jagen ze dat het een lieve lust is. Vanmorgen zaten drie boomvalken, laag bogen het jonge riet, achter elkaar aan. De eerste schermutselingen van het nieuwe broedseizoen? Het zou zomaar kunnen. In een van de bomen aan de oostkant van de polder zit een kraaiennest in oude halfdode boom en dat zou dus wel eens de thuisbasis kunnen worden van een koppeltje boomvalken. Dat ik daaraan denk, komt omdat een uurtje later een boomvalk uit deze boom opvloog. Hij zat zowat op de rand van het gebruikte kraaiennest en vloog pas op toen we onder de boom liepen.

de Langeplaat in de vroege ochtend
Als het de komende weken wat warmer wordt en veel libellen uitsluipen wordt de boomvalkentafel gedekt. En dat is de mooiste tijd om in de rietpolders te gaan kijken naar jagende boomvalken. Deze luchtacrobaten slopen al vliegend de vleugels van de libel en eten de hapklare maaltijd in no time op. Op naar de volgende glazenmaker, paardenbijter, platbuik, korenbout of oeverlibel. De ene ziet er nog smakelijker uit dan de andere.

De boomvalk trekt in het najaar weer weg en overwintert in het zuiden en dat doen de andere valken zoals de torenvalk en slechtvalk niet. Die kun je hier de hele winter zien. Een andere valkensoort, het smelleken komt juist naar hier om te overwinteren. En de zeldzaamste, de roodpootvalk komt hier alleen tijdens de trek voorbij en broedt hier niet. Er is dus in de valkenfamilie geen eenduidige lijn te trekken en dat zorgt ervoor dat het hele jaar door wel het een of andere valkje te spotten is.

Wil je meer weten van deze valk met rode broek, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomvalk

vrijdag 4 juni 2021

Zwart hoeft niet zwart te zijn.

een echte zwarte rotgans op 7 mei jl.
Als hij iets niet is, dan is het wel zwart. De zwarte rotgans is in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, veel witter dan een "gewone" rotgans. De gewone rotgans komt in ons land, tot deze maand ongeveer, in echt grote aantallen voor. Daarna gaat ook deze gans ergens anders broeden en zijn we hem een maandje of drie kwijt.
 
De zwarte rotgans daarentegen is de zeldzaamste van de drie rotganzen die je bij ons tegen kunt komen. De aantallen zwarte rotganzen in ons land, kun je op de vingers van een tot maximaal twee handen tellen. De zwarte rotgans gaat in het broedseizoen naar oost Siberië en Alaska en legt daarmee de grootste afstand van de drie af. Rotganzen en ook witbuik rotganzen trekken veel minder ver weg en zijn meestal ook weer eerder terug.

de zwarte(l) tussen de "gewone" rotganzen
De zwarte rotgans zie je als je geluk hebt, tussen de gewone rotganzen zitten en valt dan op door zijn helder witte flanken. De gewone rotgans, maar ook de witbuik rotgans hebben veel grijzere flanken. En ook de witte keelvlek is bij de zwarte rotgans veel breder en duidelijker te zien dan de keelvlek bij de andere twee rotgans soorten.

Ik snap de verwarring dan ook goed want bij een zwarte rotgans denk je al gauw aan een hele zwarte vogel en zeker niet aan veel lichtere of veel wittere gans de gewone rotgans. Het goed determineren van rotganzen is net als bij meeuwen een vak apart. Je hebt voor een goede determinatie meestal veel "vlieguren" in het veld nodig of een hele goede gids die je op weg helpt de verschillen goed op te merken.

"gewone" rotgans
De kans dat ik een zwarte of witbuik tref is dan ook klein en het gebeurt mij ook te vaak dat ik de groepen niet scherp genoeg bekijk en daardoor een afwijkend exemplaar mis. Begin deze maand scande ik weer eens een grote groep rotganzen want je weet maar nooit. De zwarte viel mij direct op en ik "schold" hem direct uit voor een witbuik rotgans, zo wit was dit beest in vergelijking met de andere rotganzen. Het bleek later een zwarte te zijn. Nog mooier natuurlijk want het is een uiterst zeldzaam beest.


Wil je meer weten van deze verwarrende ganzen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/de-ene-rotgans-is-de-andere-niet

dinsdag 1 juni 2021

Woudapen zijn geen apen.

bootje aan de dijk van de telplot
De woudaap stond al een tijdje op mijn wensenlijstje. Ik had jaren geleden een keer een tip gekregen van een woudaap in de Zonzeelse polder. De vogel zou daar al een paar jaar gezien zijn en dat wilde ik ook. Aan het eind van de zomer als er gemaaid wordt in deze natte polder werd de vogel waargenomen in de rietkraag. Je kunt het gebied niet echt in en je moet dan met de telescoop de randen van de overgebleven rietkragen afspeuren. 

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan want zelfs met de telescoop heb je geen goed zicht op de beste plekken.

op het riet balancerende woudaap
Het bleef dus alweer een paar jaar met een vast plek op de wensenlijst. De hoop was er wel maar het vertrouwen slonk. Afgelopen week stond een broedvogel telling in de Lange Plaat op het programma. Een geheel nieuw gebied voor mij en een gebied dat nog vrij nieuw in de ontwikkeling is waar je nog niet veel van mag verwachten. Het gebied is wat grootte vergelijkbaar met de Noorderplaat en moet er in de toekomst ook meer op gaan lijken. Robuuste rietvelden en een stabiel hoog waterpeil ideaal voor roerdompen, baardmannen en bruine kiekendieven en al die andere echte rietvogels.

Na de telling is het nog een klein uurtje varen naar het haventje waar het bootje thuishoort en nog maar amper honderd meter varen leverde onverwacht een van de mooiste rietvogels op. Eindelijk kan hij van mijn wensenlijstje, de woudaap in levende lijve, balancerend op een paar rietpijlen aan de rand van de rietkraag.
onopvallend in de rietkraag maar toch 
goed te zien
Hij kan niet veel wegen want dat houden deze dunne rietpijltjes niet en toch ziet hij er fors uit. De helft van het formaatje kwak denk ik en hij heeft de bouw van een roerdomp. Het is overigens een vrouwtje of een zogenaamde subadult, een vogel van afgelopen jaar. En als dat zo is, is gelijk de grote vraag; "is deze woudaap in de Biesbosch geboren?" Dat zou prachtig zijn want dan kan een vervolg waarneming in de toekomst mogelijk zijn. Blijven hopen dus!

In ieder geval een zeldzame ontmoeting die bijna gedoemd was om eeuwig op mijn wensenlijstje te staan. En dat zou ook geen schande zijn geweest want er leven maar een stuk of dertig, veertig broedparen in Nederland. En dan te bedenken dat zo'n zeventig jaar geleden honderden broedparen in Nederland leefden.

Wil je meer weten van dit zeer zeldzame reigertje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/woudaap

zaterdag 29 mei 2021

Oogverblindend mooie steltkluut.

een mooie volwassen steltkluut(v)
Elk jaar weer spannend, is de steltkluut in de buurt of niet. Vorig jaar in ieder geval niet. Tenminste niet in de gebieden waar ik kom. De steltkluut is soms in redelijke aantallen in de buurt te zien en dan heb ik het niet over tientallen maar zo her en der een koppeltje en soms nog een paar meer. Dit jaar drie stuks op doortrek of heel misschien toch broedend in de Bleeke Heide en een mogelijk broedend paar in de Biesbosch.

Vorig jaar geen een bij ons in de buurt en dat kan ook een keer gebeuren. Dat wil niet zeggen dat ze er niet zijn of dat het plots slecht met ze gaat. Het kan ook gebeuren dat door de omstandigheden zoals het droge en warme voorjaar van vorig jaar de steltkluten weinig ondiep water konden vinden en door die omstandigheden een stekje verder weg moesten zoeken.
steltkluten langs de Nijl

Dit jaar is in maart redelijk wat water gevallen en zijn de omstandigheden mogelijk wel een stuk gunstiger voor deze ongelooflijk mooie steltloper. 

Je kunt aan de vogel zien dat dit eigenlijk geen vogel voor het koude Nedeland is. Nee, deze vogel hoort thuis in een lekker warm land met veel zon zodat de prachtige kleuren nog eens extra geaccentueerd worden. De felroze poten, het spierwitte lichaam en zwarte bovendek maken de vogel in het volle zonlicht oogverblindend mooi. En de vogel beweegt er ook naar, bedachtzaam worden de lange poten in het ondiepe water geplaatst en de bewegingen zijn gracieus.
steltkluut op een nestbeginsel
Ik ken de vogels van vakanties in het zuiden en zeker ook van de reis door Egypte waar we de steltkluten op de zandbanken van de Nijl zagen foerageren. Daar passen ze veel beter dan in dit veel te drukke land en vooral koude klimaat. 

Neemt niet weg dat ik super blij ben met de aanwezigheid van enkele van deze prachtvogels in onze omgeving. Veel noordelijker dan ons land komen ze trouwens niet. Volgens mij zitten we hier in het meest noordelijk deel van het verspreidingsgebied van de steltkluut.

Ik ben wel heel benieuwd of de koppels in de Biesbosch en Bleeke Heide tot broeden komen. Het lijkt er nu wel op dat er een serieuze poging gedaan wordt. De beide steltkluten zit alweer enkele dagen op dezelfde oever op dezelfde plekje in het gras wat op broedgedrag duidt. Normaal zie je ze eigenlijk alleen maar door het water lopen.

Wil je meer weten van deze bijzondere en zeldzame zomergast, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steltkluut

dinsdag 25 mei 2021

Volgens schema, de bosrietzanger.

zingende bosrietzanger 21 mei jl.
Die noordenwind van de afgelopen maand heeft veel vogels op hun terugreis naar de noordelijk broedgebieden parten gespeeld. De soms harde tegenwind zorgde ervoor dat sommige vogels wel twee weken langer onderweg waren naar hier. Grasmussen, kleine karekieten, zomertortels en braamsluipers hadden het zwaar. 

Maar dat gold niet voor de bosrietzanger want die komt altijd laat terug en die heeft dat slechte weer mooi gemist. Die heeft de terugreis, vergeleken met de ploeteraars van vorige maand, in een recordtijd afgelegd. Er wordt niet voor niets gezegd, "de laatste zullen de eerste zijn". Vanaf half mei kun je de bosrietzanger hier verwachten en dat was dus ook zo. Je kunt er, als de slechte weersomstandigheden geen roet in het eten gooien, de klok op gelijk zetten. 

de 1e bosrietzanger op 16 mei jl.
Op het hek van schaatsclub IJsco hoorde ik de eerste en enkele tellen later zag ik hem ook zitten. Het kuifje iets opgericht, kopje omhoog in de lucht gestoken en de snavel wijd open want er moet luid en duidelijk gezongen worden. Ik denk dat het deze bosrietzanger net zo zal vergaan als de braamsluiper bij ons om de hoek. Na een weekje zingen en vergeefs een vrouwtje proberen te lokken, is het tijd om verder te trekken naar betere jachtgronden. 

Hier in de buurt is voor deze vogels niet veel te halen en ik vermoed dat het eerder een tussenstop is om uit te rusten, op te vetten en de stembanden te smeren, dan wat anders. Zo komt de vogel uiteindelijk in topconditie aan in het uiteindelijke broedgebied en daar gaat het de vrouwtjes bosrietzanger om. Een kerel in topconditie heeft natuurlijk de voorkeur boven een uitgeputte, wat vermagerde en schorre man die net aankomt uit Zuid Afrika. Eigenlijk best logisch dat zo'n wereldreiziger zichzelf in alle anonimiteit een weekje rust gunt om op te knappen en op te frissen.

Ik ben bosrietzangers overal in Nederland tegengekomen, het is echt geen vogel van alleen maar duingebied of alleen maar polders met bosjes en rietkragen. Ze komen zowel aan de kust als in het binnenland voor en hun broedgebied is net wat droger dan dat van de kleine karekiet, alhoewel ik de kleine karekiet ook middenin de Boswachterij Dorst in de rietkraag van een klein vennetje tegenkom.

Als ze niet zingen, moet je echt goed opletten. het makkelijkst zijn nog de handpennen die van de bosrietzanger veel langer zijn dan de handpennen van de kleine karekiet. 

Wil je meer weten van deze langeafstandstrekker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/bosrietzanger

vrijdag 21 mei 2021

porseleinhoen

porseleinhoen in de Zonzeelse polder
Tussen 3.00 en 4.00 uur je bed uit maar dan heb je ook wat. Zo gaat dat deze weken, vroeg opstaan om die ene bijzondere rietvogel te horen. Zien is een ander verhaal want het porseleinhoen laat zich in deze tijd het liefst niet zien. Verborgen in de rietkragen zit het porseleinhoen te roepen, niet zomaar een roepje, nee het is een perfecte imitatie van het klappen van een zweep. 

Een paar jaar geleden nadat de klepduikers van de oude rietpolders in de Biesbosch waren hersteld en het waterpeil weer perfect op peil werd gehouden ontstond een fantastisch nieuw leefgebied voor een paar zeldzame rietbewoners. Roerdompen vonden het gebied al snel en hoempten daar dat het een lieve lust was. Ze riepen het uit van blijdschap leek het wel, niet veel later hadden de porseleinhoenen het gebied ook ontdekt en lieten daar met veel overgave hun zwepen zwiepen. Prachtig.
Biesbosch tegen de ochtend

Wat was ik blij toen ik de eerste keer in de Vijfambachten die zweep hoorde, dat was dus vijf jaar later, in april 2018. Ik kende het geluid alleen van de Sliedrechtse Biesbosch waar ik in 2013 tijdens een BMP-inventarisatie het geluid voor het eerst hoorde. Het was destijds een geluid dat indruk maakte en nooit meer uit mijn geheugen is verdwenen. 

Direct na de eerste zweepslag, wist ik met wie ik te maken had. Die BMP periode heb ik op meerdere plekken het porseleinhoen gehoord en vanaf toen hoor ik ze ieder broedseizoen roepen.

porseleinhoen in augustus
Het ene jaar zitten er meer te roepen dan het andere jaar. We zitten nu middenin het seizoen en de eerste heb ik begin deze maand alweer gehoord. De komende weken zal dat hopelijk vaker gebeuren. Ik kijk er nu al naar uit want het is toch wel de top waarneming van een telling. 

Zodra het BMP seizoen achter de rug is, is het ook gedaan met de waarneming van een roepend porseleinhoen. De rest van het voorjaar en zomer hoor ik ze niet meer. Ik kom ook niet meer inde gebieden waar ze broeden dus is het wachten tot het eind van de zomer.

Zo in augustus komen ze wat vaker tevoorschijn en lopen ze nog al eens voor de rietkragen langs en zijn ze goed te zien. Je moet er wel scherp op zijn want op de een of andere manier vallen ze amper op als ze dat doen. De schutkleur past perfect tegen de achtergrond van de rietkraag en ze vertrouwen daar ook erg op en zijn soms niet eens schuw.
Wil je meer weten van dit prachtige hoentje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/porseleinhoen

dinsdag 18 mei 2021

Braamsluiper om de hoek.

`onze` braamsluiper
De braamsluiper ken ik vooral van de kust en veel minder van het binnenland. Toch zitten ze hier ook en af en toe loop je er een keer tegenaan. Afgelopen jaar in de Biesbosch bij de Bandijk en een jaar of vijf terug ook wat dieper in de Biesbosch, aan de rand van de Noorderplaat. En een keer bij de Bleeke Heide dat was twee jaar geleden.

Dat ik ze hier wat minder tegenkom is mogelijk omdat het liedje niet zo opvallend is en al gauw opgaat in de het koor van vinken, mezen en groenlingen waar bijvoorbeeld de wijk mee vol zit. Vorige week hoorde ik de braamsluiper bijna bij ons om de hoek.
de prachtige duinen van Goeree
De dagen na mijn ontdekking hoorde ik de braamsluiper zelfs als ik de keukendeur opendeed zo dichtbij zat deze stiekemerd. Hij heeft het hier toch bijna een week volgehouden en toen heeft hij de moed om een vrouwtje te ontmoeten maar opgegeven. Ik denk dat hij toen maar doorgevlogen is naar de kust want daar zijn de kansen op een ontmoeting en nieuwe relatie een stuk groter.

In de duinen van Goeree om maar eens een topstek te noemen, zitten makkelijk tientallen braamsluipers.
De braamsluiper weet van geen ophouden.

Alleen al op onze wandeling van begin deze maand door het gebied hoorden we makkelijk tien braamsluipers dat geeft dan ook wel aan hoeveel er in het hele gebied zitten.

In noordoost Nederland kun je ook nog aardig wat braamsluipers tegenkomen net als langs de kust. De populatie in Nederland is niet zo groot dus ik moet er normaal gesproken wel voor op pad en dan met name tussen half april en half mei want dat is de periode dat ze volop zingen. Daarna wordt het stil en sluipt hij weer door de bramenstruiken en ander struikgewas.
Ik ben benieuwd of ik volgend voorjaar deze vogel weer tegenkom.

Wil je meer weten van deze sluiper, klik dana op de link, https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/braamsluiper

vrijdag 14 mei 2021

De schaarse bosruiter.

bosruiter, voor een keer goed zichtbaar
De bosruiter is toch wel een van de lastigste steltlopers van het seizoen. Ze zijn er maar even en dan moet je ook nog eens op de goede plek zijn om ze te spotten. Ze scharrelen altijd net wat meer in de begroeiing dan bijvoorbeeld een tureluur die je vaak al van ver langs de waterrand ziet lopen. De bosruiter is hier alleen te zien tijdens de trek en die is nu volop gaande en echt grote groepen zoals grutto's kun je wel vergeten.

Wat mij opvalt is dat de bosruiter wel in het binnenland in kleine groepjes te zien is en minder langs de kust te vinden is. Bij ons broedt hij al meer dan twintig jaar niet meer en dat deden ze in het verleden ook in het binnenland. Nu wist ik dat deze ruiter in het binnenland van Scandinavië en veel verder noordwaarts tot in Siberië broedt en niet hier. Maar tijdens de trek verwacht je hem dan toch ook langs de kust te zien. Met z'n allen op weg naar huis met hetzelfde doel, broeden! 

afgelopen vrijdag, vele duizenden steltlopers
Ik moest hieraan denken toen ik afgelopen vrijdag in Zeeland met grote verbazing naar de enorme hoeveelheid steltlopers stond te kijken. Alle soorten steltlopers in soms duizelingwekkende aantallen vlogen rond. Hele wolken vogels gingen de lucht in en maakten een sierlijke vlucht boven ons om daarna weer als massieve groep, schouder aan schouder op de kleine eilandjes neer te dalen. 

Opvetten en voldoende energie opslaan om het tweede deel van de reis in goede conditie af te maken, dat is is het doel. Je moet namelijk bij aankomst direct aan de bak en dat kost minstens zoveel energie als die lange reis maken. 

verscholen bosruiter
De broedtijd van de bosruiter begint al in mei en beide vogels broeden dus de dag dat ze weer verdergaan is eerdaags. Ze moeten nog een flink eindje vliegen en dan ook nog hun partner opzoeken en aan de slag gaan. Een nest bouwen stelt niet veel voor las ik. Ze maken een kuiltje in de dichte begroeiing maar dat kan ook in een boomstronk of zo zijn. Daar gaat niet veel tijd inzitten. Maar de dagen dat we ze nog kunnen zien zijn slechts op de vingers van een tot max twee handen te tellen. Dus er op uit zou ik zeggen. 

Wil je meer weten van deze elegante maar schaarse doortrekker, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/bosruiter



dinsdag 11 mei 2021

Huismus op het vinkentouw

mus op het vinkentouw
Mijn gras, mijn gras gaat het alweer een paar maanden. Mijn grasveldje is vrijwel geheel opgegeten door de emelten. Deze larven van de langpootmug houden heel erg van mijn gras en doen er zich volgens mij meer dan tegoed aan. Kale plekken en verkleuringen maken het tot een rampgebied. Ik ben er niet zo in thuis maar kwam er door de vogels in de tuin achter dat het emelten zijn.

Eerst hadden de merels deze lekkernij ontdekt en niet veel later de spreeuwen en in hun kielzog kwamen de huismussen mee. Nu hebben die huismussen dikke, korte snaveltjes waarmee je amper in de gazonbodem kunt roeren en dus alleen maar konden toekijken. Oftewel, ze hadden het nakijken. 

Maar je moet die huismussen niet onderschatten, ze observeerden die spreeuwen nauwgezet en zagen hoe snel en hoe makkelijk de spreeuwen grote hoeveelheden van deze vette wormpjes te pakken kregen. Ik schat in dat er per dag een halve kilo, op goede dagen, als ze allemaal aan het foerageren zijn, een hele kilo van deze wormpjes geconsumeerd worden.

de sufferd, waar is mijn emelt?
Doordat de spreeuwen zoveel vangen, worden ze ook wat nonchalanter en laten wel eens een emelt vallen. De huismussen zijn nu zover dat ze eerst de restjes van de spreeuwen opaten en er nu toe overgegaan zijn tot het stelen van de emelten. De spreeuwen zijn behoorlijk naïef en laten het zelfs gebeuren dat de huismus de emelt gewoon afpakt en dat gebeurt niet een keer maar vrijwel constant. De spreeuwen hebben dit spel niet eens in de gaten en laten het gewoon gebeuren. Deze manier van symbiose heb ik nog nooit eerder gezien. Een dier heeft het voordeel van het gedrag van een ander dier. Zo kan ik het gerust noemen denk ik.

Ik ken wel voorbeelden van vormen van symbiose in de natuur en die heb ik zelf ook waargenomen in Afrika waar de ossenpikkers de teken en andere insecten van de rug plukken van gazelles. De ossenpikker en de gazelle worden er allebei beter van(mutualisme genoemd), hier wordt alleen de mus er beter van en dan heet deze vorm van symbiose, parasitisme. Want de spreeuw ondervindt hier het nadeel en een voordeel voor de spreeuw is niet te benoemen
gelukt, een malse emelt gaat er altijd in.
Het schouwspel is fascinerend, de huismus is razendsnel en is de spreeuw heel vaak te snel af. Zodra de mus een emelt afgepakt heeft, rent hij onder de grote bladeren van de ligularia of achter in de tuin uit de buurt van de spreeuw en eet zijn buik vol om direct daarna de aanval weer op de volle spreeuwenbek te openen. 

Dit zien we nu al dagen gebeuren en de spreeuw leert hier niets van terwijl de huismus steeds vindingrijker wordt en dus ook steeds succesvoller wordt. Zo zie je maar dat een dikke stompe snavel niet perse een nadeel hoeft te zijn. Je gebruikt gewoon je verstand en de scherpe snavel van een ander om een lekker vorkje mee te prikken.

Je moet met deze "handicap" ook vindingrijker zijn dan een ander. Zo zie je op zee ook wel eens grote jagers achter meeuwen aanvliegen, net zolang totdat die meeuw zijn vers gevangen visje uitspuugt om aan die jager te ontkomen. Zo eet deze vogel ook lekker makkelijk een maaltje mee want zelf duiken naar een visje is er niet bij. En ook hier wordt de meeuw er niet beter van en is dit ook weer een vorm van parasitisme.