vrijdag 28 april 2017

koolmezen in de kast.

Een teken van broedactiviteit is het tikken van koolmezen in de nestkast. `s-morgens in alle vroegte, het begint dan net licht te worden, worden de nestkasten geïnspecteerd, insectjes gevangen en wordt de nestkast gekeurd en soms ook afgekeurd. Het bouwen van het nest in de kast is niet lang geleden begonnen. Meesjes pluizen plukjes mos uit elkaar en verzamelen haren van onze hond die in de tuin zijn achtergebleven. Dat zorgt voor de extra isolatie want wat extra warmte kunnen de eitjes wel gebruiken. De temperatuur blijft deze dagen flink achter bij wat normaal is voor de tijd van het jaar.
De nestkasten zijn welkome hulpmiddelen voor de koolmezen in onze wijken en tuinen. Maar in het buitengebied moeten de mezen zelf aan de slag en dan zie je dat deze vogeltjes soms heel creatief kunnen zijn. Zo hebben de koolmezen in de IVN natuurtuin een boerenzwaluwnest omgebouwd tot een lekker warm en behaaglijk mezennestje, bekleed met mos en veilig onder het afdak.

Merels beginnen in maart al aan hun eerste legsels en gaan door tot in augustus, als nest nummer drie van het jaar uitgebroed wordt. In de klimop die in onze tuin staat zijn de bouwwerkzaamheden alweer een paar weken geleden begonnen. De mezenkast aan de gevel is volgens mij door koolmezen geclaimd, dat waren vorig jaar nog de pimpelmezen die daar succesvol hebben gebroed maar die hebben nu het nakijken. In de coniferen van de buren zit een koppel heggenmussen te broeden. Waar ik helaas nog geen activiteiten heb waargenomen is in de spreeuwen nestkasten. Afgelopen najaar met grote zorg door mij in elkaar gezet.

pimpeltje in de kast
De eksters op het plein zitten hoog en droog in de top van de volwassen plataan, die door de stormachtige wind flink heen en weer zwiept. Het nest kan het hebben en veert soepeltjes mee. De koppels groenlingen zijn zover nog niet, die hebben het nog veel te druk met zonnebloempitten pellen. Een van de laatste keren dat ik het silootje in de voortuin vul, de restanten van de vetbollen en pindanetjes heb ik a; opgeruimd. Er is straks meer dan genoeg voedsel te vinden en insecten en ander natuurlijk voedsel is veel beter voor de jongen die straks geboren gaan worden. Die zijn niet in staat om het vet van de vetbollen te verteren. Soms zie ik dat mensen het hele jaar door bijvoeren en ook vetbollen laten hangen. Goed bedoelt maar vetbollen zorgen voor onnodige sterfte van jonge vogeltjes.

dinsdag 25 april 2017

Vogel van het jaar.

koekoek(Wikipedia)
Elke ochtend, soms nog ruim voor zes uur luisterde ik of ik de koekoek kon horen. Ik werd er een beetje ongeduldig van want het liep al naar eind april en het kon toch niet waar zijn dat ik de koekoek, de vogel van het jaar 2017, pas in mei zou horen? Koekoeken worden vanaf eind maart gemeld, nu al bijna een maand geleden. Mijn vroegste waarneming ooit, was al niet vroeg, die stond namelijk genoteerd op twaalf april 2012 in Oostkapelle.

En ook nu zijn we in Oostkapelle en is het al de drieëntwintigste april geweest en heb ik nog steeds geen koekoek gehoord. Het geluid van de koekoek klinkt, ook al is het meer roepen dan zingen, heerlijk en doet zo zomers aan, net als het geluid van een zingende veldleeuwerik. Samen maken ze het "plaatje" compleet.

de tijd tikte weg.
Vanmorgen was het dan eindelijk zover, koe-koek, koe-koek klonk het in de verte. Het is grijs, fris en allesbehalve voorjaarsweer, toch is dit nu door deze zomergast een heerlijke dag. De koekoek is over drie maanden alweer vertrokken en kunnen we maar even van deze vogel genieten. De karekieten, heggenmussen en andere waardvogels denken daar overigens wel anders over.

Deze ochtend kon niet meer stuk, ik had de koekoek gehoord. De komende tijd ga ik zeker op zoek naar de plekken waar ik de koekoek kan en mag verwachten. De Oranjepolder, Willemspolder, Gat van den Ham, Zonzeelse polder, Biesbosch, Ouddorp, Oost- en Westkapelle, noem maar op, allemaal stekken van de koekoek waar we hem vaker zullen horen dan zien.

Tijdens mijn rondje met onze hond door de duinen bleef ik aandachtig luisteren maar hoorde hem niet meer. Wel kreeg ik nog een kleine bonus mee in de vorm van zingende sprinkhaanzangers, boomleeuwerik, graspieper, grasmus, roodborsttapuit en zag ik op de grond, tapuit en beflijsters. Wat kan het voorjaar toch mooi zijn maar het is pas af als de koekoek er is.

Wil je meer weten van deze broedparasiet klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=117

vrijdag 21 april 2017

Boommuis in de tuin?

Zo door de jaren heen groeit het soortenlijstje met tuinvogels gestaag. Deze week is er weer een nieuwe soort bijgekomen, de boomkruiper. Ook door ons wel liefkozend de boommuis genoemd. Dit kleine vogeltje kroop langs de stam van onze acacia naar de kruin en bleef daar een tijdje zitten. Een leuke waarneming want ze zijn doorgaans behoorlijk anoniem, je oog moet er maar net opvallen. Als ze zich niet laten horen weet je amper van hun bestaan af. De bruine kleur valt perfect weg tegen de achtergrond van bruine schors. Aan de rand van de wijk, bij de sportvelden zitten er meer en vrijwel dagelijks hoor je daar de heldere korte roep.

In onze tuin zijn we in de loop der jaren de meest uiteenlopende vogelsoorten tegengekomen. Het begon met zwarte roodstaarten bij de oplevering van het huis, later een verdwaalde of oververmoeide watersnip die even kwam uitblazen, een meerkoet die de uitgang kwijt was en steeds tegen de tuindeur aanliep, een vrouwtje wilde eend die even wat rust in de vijver zocht, een ijsvogel die de goudvissen uit de vijver ving, een groep van 12 groenlingen die zich vol vrat met zonnebloem pitten en een tot vervelens toe stelende blauwe reiger. En verder alle tuinvogeltjes die je in een tuin mag verwachten. Laatst nog een zwarte kraai die aan de pindakaaspot hing, 't moet toch niet gekker worden.

zoek de boommuis
De boomkruiper klimt langs de stam naar boven, insecten zoekend in de schors en als hij na zijn speurtocht boven in de boom is aangekomen vliegt hij weer naar beneden om de tocht naar boven opnieuw aan te vangen. De boomklever daarentegen is in staat om ook weer naar beneden te kruipen. Vandaar ook zijn naam, boomklever. Die valt niet zomaar naar beneden en plakt volgens mij zelfs nog aan het plafond maar die is bij ons in de wijk niet waar te nemen. Nee daarvoor moet ik toch echt wel naar het park of het bos of lang genoeg wachten totdat onze wijk groener wordt met veel oude grote en ook dode bomen.

Boomkruipers komen niet veel noordelijker dan Nederland voor, terwijl je dat toch wel zou denken met al die bomen in Scandinavië. Boomklevers komen daar weer wel in hele grote aantallen voor. Een paar jaar geleden tijdens onze vakantie in Noorwegen werden we in onze blokhut omsingeld door klevers. Wat een traktatie was dat, net als de kruiper die deze week onze tuin bezocht.

Wil je meer weten van de boommuis, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=17

dinsdag 18 april 2017

Genieten in een bijzondere polder.

middendeel van de natte Noorderplaat
Een polder van een heel andere categorie dan de Oranjepolder is de Noorderplaat in de Biesbosch. De Oranjepolder is een agrarisch gebied met grasland en her en der een tarwe akker, een aardappel veldje en wat maïs. Er is dus veel activiteit en beweging te zien. Er lopen redelijk wat wegen en zandpaden door waar de bewoners van de wijk Dommel- bergen gebruik van maken om te wandelen te sporten of de hond uit te laten.

De Noorderplaat is een omdijkte natte rietpolder. In een ver verleden werd hier riet gesneden wat gebruikt werd voor oa. de daken van boerderijen, hooischelven en schuren. Er komen nauwelijks mensen, je moet namelijk over een bootje beschikken om er te komen en er zijn geen wegen of paden. Er is slechts een dijk waarover je kunt lopen en de polder goed kunt zien
Oranjepolder met vooral grasland
Dat betekent dat de vogels die in beide polders voorkomen ook erg verschillend zijn. In de Oranjepolder zitten ongeveer 20 tot 30 soorten variërend van houtduif, merel, blauwe reiger tot ringmus en waterhoen. In de Noorderplaat en trouwens ook in de Vijfambachten en Ruwenhennip, eveneens natte rietpolders, zitten vooral zangvogels als, rietzanger, blauwborst, snor, kleine karekiet, rietgors en zeer bijzonder, de roerdomp, baardman en de bruine kiekendief. Die laatst broedt daar volgens mij dit jaar ook, nadat de nieuwe klepduikers in gebruik zijn genomen en de waterstand weer een stuk hoger is. Nee, hier kom je geen dikke houtduiven tegen.
roerdomp bij de polder Maltha
Deze klepduikers zorgen ervoor dat er weer voldoende water staat en de verlanding en bebossing een halt is toegeroepen. Er is weer volop ruimte voor riet, overjarig riet en water. Het wordt weer als jaren geleden. Afgelopen weekend heb ik daar weer volop van genoten. Heel vroeg in de ochtend, zo rond een uur of half zes liep ik daar met een paar fanatieke vogelaars rond en konden we weer een imposante lijst opmaken. Hoogtepunt was wel het "hoempen" van de roerdomp.

De ene roerdomp riep consequent zes keer achter elkaar op eenzelfde toonhoogte en volume, de andere roerdomp "hoempte" steeds vier keer waarbij de derde hoemp steeds zacht en maar net hoorbaar was. Heel mooi en zeer bijzonder om zo elke individuele roerdomp te leren kennen. Een voorrecht om in deze zeer bijzondere gebieden van ons Nationaal Park rond te mogen lopen.

Wil je meer weten van de Noorderplaat in de De Biesbosch, klik dan op de link van boswachter Jacques van der Neut; http://www.fotoneut.nl/wp/wp-content/uploads/2015/10/Noorderplaat.pdf

vrijdag 14 april 2017

Weidevogelbescherming

waarschijnlijk is dit nest ook leeggeroofd.
Vol goede moed en vol verwachting hebben we de afgelopen weken door de tarwe akkers gelopen, Op zoek naar nesten die we voor de enorme landbouwmachines wilden beschermen Goede afspraken met de boeren moesten ervoor zorgen dat we de kwetsbare kieviten een handje zouden helpen hun jongen groot te brengen. Na al die dinsdagmiddagen hadden we in de diverse percelen ruim dertig nesten gevonden, in mandjes gelegd en goed geregistreerd voor Het Brabants Landschap. Zij monitoren het vliegvlug percentage en onder-steunen de boeren en werkgroepen waar nodig.

twitterbericht eierdiefstal
Zo ver zo goed zou je zeggen. Tot het eerste bericht de wereld werd ingestuurd. "In Oost Brabant werden kievitsnesten leeggeroofd", was de kop van het Nieuwsbericht wat ook als tweet verder ging. Daar bovenop een item op TV in het zes uur nieuws, "kievitseieren uit nesten gestolen". En daarna het bericht van de coördinator van de weidevogelbescherming Raamsdonk, "22 van de 26 nesten zijn leeg geroofd". Van Oost Brabant naar Oosteind is maar een klein stukje moeten ze gedacht hebben  "Ze", de onverlaten die het op de eieren van de kievit gemunt hebben. Voor een paar centen nesten leegroven, een kwetsbare groep weide vogels treffen en alleen al in "onze" percelen, zo'n tachtig potentiële jonge weidevogeltjes stelen.

Wat moet je daar nou mee? De teleurstelling maakt plaats voor verontwaardiging, wat voor mensen zijn dit toch die zoiets gewetenloos doen? En hoe voorkom je deze laffe streken? Vanmiddag met elkaar uitgebreid gesproken hoe we verder gaan met beschermen want dat blijven we natuurlijk wel doen. Ook kwam uitgebreid ter sprake wat we met de eierdieven zouden doen als we ze te pakken zouden krijgen. De groep van ietwat gezapige ouderen die de weidevogels een warm hart toe dragen veranderde in een groep opstandige mannen die tot elke actie bereid waren, Satudara of No Surender waren op dat moment kaartclubjes vergeleken met ons. De lijst met ideeën is te lang en te gruwelijk om in mijn blog op te nemen, maar dat kun je je wel voorstellen.

Wil je meer weten van weidevogelbescherming, klik dan op de link;
http://www.brabantslandschap.nl/zelf-aan-de-slag/vrijwilligerswerk/weidevogelbescherming/

dinsdag 11 april 2017

Blauwborst gehoord en gezien.

Een ongewone ontmoeting afgelopen zaterdag, is de aanleiding van dit verhaaltje over de blauwborst. Ik stond afgelopen zaterdag in mijn waadpak tot aan mijn middel in de grote poel in de IVN natuurtuin om het jonge opgeschoten riet af te snijden toen op een paar meter naast mij aan de rand van de rietkraag een blauwborst uit volle borst ging zitten zingen. Heel bijzonder om dit vanuit het water voor de rietkraag langs mee te maken. Zo zie je deze bijzonder mooie vogel ook eens van de andere kant.

De blauwborst is geen alledaagse verschijning in de Oranjepolder. Ik weet wel dat er al heel wat jaren blauwborsten rond de waterzuivering verblijven. En ook de rietkraag bij het zanddepot van de waterzuivering is een favoriete plek. De rietstrook tussen de polder en de Statendamweg herbergt ook een paar koppels en ik denk dat je het dan hebt over een koppel of vier, vijf voor de hele Oranjepolder. Veel meer zullen het vast niet zijn.

De blauwborst is pas een paar weken terug uit zijn of haar overwinteringsgebied en is nu dus druk op zoek naar een geschikte nestgelegenheid. Ze geven de voorkeur aan oud of overjarig riet afgewisseld met wat lage struikje en open plekjes en naar mijn idee moet dat dan ook het gebied rond de natuurtuin zijn. Je ziet daar inderdaad alle ingrediënten voor een ideale biotoop voor de blauwborst.

Ik vermoed dat deze blauwborst op zoek was naar wat malse insectjes en met zijn zang de vrouwtjes uitnodigde om naar de brede rietstrook tussen de natuurtuin en de Statendamweg te komen. Het is zeker de moeite waard om een rondje door de polder, rond de IVN natuurtuin te lopen. Ik denk dat we blauwborst daar de komende tijd regelmatig kunnen horen zingen.

Wil je meer weten van deze prachtige zangvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=8

zaterdag 8 april 2017

Roekie roekie

een van de grotere roekenkolonies in onze buurt.
De roekenkolonies lopen weer aardig vol. Mijn eerste rondje langs de kolonies leverde in totaal 625 nesten op. Niet gering en met een wisselende bezetting per kolonie ten opzichte van vorig jaar. Er zijn kolonies die dit jaar kleiner zijn en er zijn kolonies die ook flink gegroeid zijn. Een kolonie is een paar honderd meter verplaatst en er is een geheel nieuwe kolonie bijgekomen. Veel ontwikkelingen die het weer extra leuk maken om dit broedseizoen de kolonies een keertje vaker te bezoeken. Met name de kolonie tussen Waspik en 's-Gravenmoer is de moeite van een extra bezoekje meer dan waard. Daar zitten maar liefst 161 nesten vlak bij elkaar.

Corvus frugilegus
Dat niet iedereen blij is met zo'n grote familie vogels voor de deur of in de straat bleek wel toen ik aandachtig naar boven stond te kijken hoeveel nesten er waren gebouwd en of er al roeken vast op het nest zaten. Een man die in zijn voortuin aan het werk was, vroeg mij wat ik aan het doen was. We raakten in gesprek en het werd mij al snel duidelijk dat hij maar een ding wilde en dat was dat de roeken zo snel mogelijk zouden verdwijnen. De herrie, de rommel was hem een doorn in het oog. Ja, ik kan het mij ook wel voorstellen want wat maken die roeken een kabaal.

verspreiding roeken
In onze regio is de roek nog flink vertegenwoordigd maar als je naar het verspreidingsgebied van de roek kijkt, dan zie je dat wij hier op de rand het verspreidingsgebied zitten, veel westelijker in Brabant dan Oosterhout zitten ze niet. Er is nog wel een kolonie in Etten-Leur maar dat was het dan. Het is geen liefhebber van de natte klei maar meer van de drogere en hogere gelegen zandgronden.

Nog zo'n interessant weetje over de roek is, dat met name de weide- vogels geen angst hebben van roeken. Je ziet de kievit en schol-eksters vaak in paniek door de lucht razen als er een kraai, buizerd of meeuw in de buurt is, dat zie je dus niet als er een roek overvliegt

Kieviten durven hun nest ook in de buurt van een kolonie te bouwen en dat komt omdat de roek geen eieren eet en dus geen bedreiging vormt. Roeken eten liever wormen, slakken en insecten maar heel soms staan ook een muis of noten op het menu.

Wil je meer weten van deze deftige vogels, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=180

dinsdag 4 april 2017

Knobbels.

nest in aanbouw
Vandaag heb ik met verwondering en bewondering naar een koppel knobbelzwanen gekeken. In iets meer dan een dag hebben ze achterin de polder in Het Kromgat een knaap van een nest gebouwd. Ik schrijf "hebben ze" maar het moet "heeft zij" zijn. Volgens mij is al het werk door het vrouwtje gedaan. Het nest ligt ongeveer anderhalve meter van de kant af in een flinke pluk oud riet, veilig voor vandalen en predators. Dat hebben ze deze keer eens goed bekeken. Afgelopen jaren kozen ze soms van die onmogelijke plekken uit, midden in de wijk, vlak naast de honden uitlaatstrook, naast het fietspad of langs een drukke weg. Hoe verzinnen ze het toch steeds weer.

Maar goed, dit is een hele gelukkige en veilige keuze. Bij het koppel scharrelt ook nog een jong van het afgelopen jaar rond. Het is de enig overgebleven jonge zwaan van een nest van vier tot zes jongen. Ik weet niet welke gezin dit is maar van de drie koppels in onze buurt hebben twee koppels ieder een jong overgehouden. En dat is toch een mager resultaat, twee jonge zwanen van de tien jongen die vorig jaar uit het nest zijn gekomen. Ik kan me ook niet herinneren dat ergens dode zwanen hebben gelegen en ik zie ook nergens jonge zwanen rondhangen. Het is denk ik voor de Oranjepolder gewoon een minder goed zwanenjaar geweest.

bijna volwassen zwaan
Dat ziet er trouwens voor de Gecombineerde Willemspolder heel anders uit, daar telde ik gisteren in een weiland zomaar eenenzestig zwanen, oudere en jongere zwanen zaten daar bij elkaar. Hier was nog niets te merken van een aanstaand broedseizoen. Deze koppels maakten duidelijk nog geen aanstalten om een stekje te zoeken waar ze de komende weken werk gaan maken van het broedseizoen.

Ik denk dat een minder jaar helemaal geen drama hoeft te zijn als je ziet hoe die zwanenstand zich de afgelopen tien, twintig jaar heeft ontwikkeld. Eerst zag je amper zwanen in de Brabantse polders, daar moest je toch de rivieren over. Er zit nu genoeg rek in de stand om een wat minder jaar makkelijk te compenseren met een goed broedseizoen. We houden het de komende tijd in de gaten!

vrijdag 31 maart 2017

Geluksvogel.

Ik wist niet dat het broedseizoen voor weidevogels zo stressvol was. Niet allen door de constante dreiging van predators als de vos, bunzing, kraai, ekster en reeën die niet uitkijken waar ze de hoefjes in de akker planten,, maar ook door de mens of de agrariër in het bijzonder.

Precies een week geleden hebben we in de akkers gezocht naar nesten van kieviten en daar stokken bij gezet in afwachting van het seintje van de agrariër dat hij de akker op gaat om het land te bewerken. Dat seintje kwam sneller dan verwacht en moesten we hals over kop de nestjes in mandjes plaatsen zodat we ze tijdens het bemesten op tijd konden verplaatsen. De boer zou binnen drie, vier dagen in de door ons afgezochte maïsakker mest injecteren.

De enorme machine met een tank van meer dan tien ton stront stond op zes grote banden die alles platwalsen wat in de route ligt, reed de akker op en ik liep naar het eerste gemarkeerde nest en nam het mandje weg om dat nadat de grond volgespoten was, op vrijwel de exacte plaats terug te leggen.

Dit klusje herhaald zich zo een paar keer totdat ik over het spoor van de tractor op weg naar het volgende nest over de akker liep. Tussen de bandensporen vond ik een compleet nest met vier eieren, ongeschonden. De tractor was er overheen gereden zonder iets te beschadigen. Deze kievit had geluk gehad, maar had nog meer geluk dat ik het nest vond en in een mandje kon plaatsen. Deze kievit had dus binnen tien minuten twee keer ongelofelijk geluk gehad, als dit geen succesvol legsel wordt dan weet ik het ook niet meer.

Nu is het dus afwachten tot de volgende bewerkingsronde als de akker geploegd wordt, dan moeten we opnieuw de mandjes voor de tractor uit de route halen en later terugplaatsen. Een dankbaar klusje als we daar later het resultaat van pas uitgevlogen jonge kieviten kunnen zien. Maar de kievit denkt daar natuurlijk heel anders over, die ziet de weidevogelbe- schermer als een bedreiging en zal er alles aan doen om hem uit de buurt van het nest te houden. Wat een stressvol leventje heeft zo'n kievit door de loop van de jaren heen toch gekregen. Ik heb hierdoor wel veel respect voor de kievit gekregen,

dinsdag 28 maart 2017

IJsvogeltjes gezien.


mannetje wachtend voor de ingang van het nest(rechtsboven).
Vorig jaar hebben ze ook op deze plek gebroed, alleen heb ik daar, door alle drukke werkzaamheden, maar erg weinig van mee gekregen Maar dat ga ik deze komende tijd goed maken en probeer ik zonder de vogels teveel te verstoren, mee te genieten van dit nieuwe voorjaars- en broed seizoen. In de afgelopen maanden heb ik de ijsvogels vrijwel elke ochtend voorbij zien of horen komen als ze, op zoek naar voedsel, laag over het Kromgat vlogen. Ik wist toen al dat het zeer waarschijnlijk zou zijn dat ze hier terug zouden komen. Er is hier in de hele polder ook niet zo'n geschikt plekje voor een nestholte direct aan het water te vinden.

mannetje ijsvogel met geheel zwarte snavel
De ijsvogel is een holenbroeder en heeft het liefst de wortelkluit van een omgevallen boom vlak aan de waterkant als nestplaats. Zij kan hier een mooie gang in uitgraven om achterin een nestkamer te maken waar de eitjes veilig gelegd kunnen worden. Zo'n nestgang kan variëren van 40 tot 100 cm. In maart 2013 waaide aan Het Kromgat een rijtje bij elkaar opgegroeide elzen om. Ik schatte ze een jaartje of acht tot tien, ouder niet, maar in ieder geval wel met een gezamenlijke wortelkluit van een metertje of tien lang, of breed. Het is maar hoe je het bekijkt. In deze aarden wal of kluit werden drie vlakbij elkaar gelegen ingangen gegraven, een daarvan leidt naar de nestkamer.

Ik zag ze elke keer, als ik daar liep, luid roepend voorbij vliegen en ik zocht een mooi plekje om mij te verschuilen zodat ik stiekem mee kon kijken. Geen slechte keus, want nog geen vijf minuten later kwamen ze allebei aanvliegen.

Een ijsvogel landde op een tak vlakbij en de andere ijsvogel, het mannetje landde recht voor mijn neus op een tak die naast de nestholte uit de aarden wal stak. Uitgebreid liet hij zich bekijken, onverstoorbaar bleef hij zitten terwijl mijn camera bleef ratelen, 60, 70, 80 beeldjes verder liet ik de sluiter los. Ik ben benieuwd wat er de komende tijd gaat gebeuren en ik tel grofweg het aantal dagen op, 6 tot 8 dagen eieren leggen, 18 dagen broeden, 25 dagen voeren in het nest, dus over een dag of 45 tot 50 vliegen de jongen uit. Dan praten we over de tweede week van mei. Die staat genoteerd!

Wil je meer weten van deze kleine blauwe schicht, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=94

vrijdag 24 maart 2017

Eieren zoeken.....

nesten markeren en noteren
...... en het is niet eens Pasen!

Het zag er veelbelovend uit, overal in de Gecombineerde Willemspolder buitelden de kieviten boven de natte akkers en weilanden. Vanmiddag zouden we onze eerste ronde voor de weidevogel bescherming Raamsdonk lopen. Deze eerste middag is er een van een reeks van tien dinsdagmiddagen waar we in een aantal percelen wintertarwe, oude tarwe akkers van vorig jaar en grasland op zoek gaan naar kievitsnesten. het is de bedoeling dat de nesten


een mooi vol kievitsnest
gemarkeerd worden en indien nodig verlegd
worden als de boeren de grond gaan bewerken. En dat gaat binnen twee weken ook gebeuren. De boeren werken met de weidevogelbe-scherming mee en passen hun grondbewerking schema op de broedende weidevogels aan. Later ploegen en bemesten, later inzaaien en graslanden eventueel uitgesteld maaien. Zij doen dat op vrijwillige basis en krijgen daar geen vergoeding voor.

Wat later in dit seizoen komen daar de nesten van scholeksters, veldleeuweriken en gele kwikstaarten nog bij. Het duurde niet lang voordat het eerste nest werd gevonden, bamboestok in de grond en registreren wat er lag. Zo ging het zeven keer en werden elke keer vier eieren in het nest gevonden. Mooie volle nesten dus.
beschermd nest
Daarna volgde nog een paar onvolledige nesten met respectievelijk twee en een ei. Geen slecht resultaat want als dat allemaal uitkomt volgens het broedresultaat van afgelopen jaar dan hebben we het over 31 eieren met een vliegvlug percentage van ruim 70%. Ruim twintig jonge kieviten zullen dan op deze twee percelen het luchtruim kiezen.

De gevonden nesten zijn in mandjes gelegd zoals te zien is op de foto hiernaast. Aanstaande week wordt het perceel met mest geïnjecteerd en moeten we de nesten voor de tractor uit verplaatsen. We leggen de nesten direct nadat de tractor voorbij is gereden weer terug en de kievit merkt hier niets van. Normaal gesproken gaan de nesten compleet verloren en moeten de kieviten weer opnieuw beginnen. De kans is echter erg groot dat het tweede nest niet uitkomt omdat het te laat in het seizoen is.

dinsdag 21 maart 2017

Snippen in de knip.

Een groepje watersnippen in een nat weiland, dicht bij elkaar en rustend. Die moeten wel uit Zuidwest Europa komen en hier even op adem komen. Als het "onze" watersnippen zijn dan trekken ze naar de natte gebieden met zachte bodem en als het doortrekkers zijn dan hebben ze nog een flink aantal kilometertjes voor de boeg want dan kan hun eindbestemming zo maar Rusland zijn.

De lange tocht heeft er waarschijnlijk flink ingehakt. Ik kon ze tot op een metertje of vijfentwintig benaderen, toen werden ze wat
onrustig maar bleven gewoon zitten. Daar waar ze anders luidkeels het luchtruim kiezen. Het waren er negen en zo te zien nog in prima conditie, die gaan straks zonder al te veel problemen aan het broedseizoen beginnen waar dat dan ook mag zijn.

favoriete biotoop van de snip.
Afgelopen najaar zaten veel watersnippen in de Noordwaard bij Werkendam. Nog even opvetten om de laatste etappe van de trek aan te vangen, op weg naar de Britse eilanden of zuidwest Europa, Daar had ik een keer het genoegen om er ruim driehonderd te zien. Druk foeragerend in het ondiepe water en op de slikplaten die droogvallen bij laag water. Ook al is dat tij daar maar minimaal, het was precies goed voor de vele watervogels en de steltlopers in het bijzonder.

De watersnip is net als zijn neven het bokje en houtsnip een anoniem vogeltje. Vaak verscholen in de oevervegetatie of vlak naast een flinke graspol of weipaaltje waar ze dankzij hun prachtige verenkleed opgaan in het geheel of de achtergrond. Vrijwel onzichtbaar, bewegingloos en pas op het laatste moment opvliegend. De wat slordige zigzaggende korte vlucht verraad dan dat het en snip is.

Tijdens de broedvogeltellingen in de Biesbosch heb ik nog nooit een watersnip horen baltsen en ik vraag mij af of met de aanleg van de "nieuwe" Noordwaard daar verandering in komt. Het lijkt erop dat het landschap beter ingericht is voor deze vogel. Ik ben benieuwd. De komende weken zullen het voornamelijk doortrekkers zijn die we zien en de komende paar maanden let ik extra op baltsende watersnippen, je weet maar nooit.

vrijdag 17 maart 2017

Wisseling van de wacht.

vertrekkende wintergast
Het is maar even, een paar weken per jaar, dat een aantal wintergasten en zomergasten samen, tegelijkertijd bij ons in de polder zitten. Ik zag vanmorgen nog een mooie groep kramsvogels in de boompjes langs de ijsbaan zitten. Deze wintergasten zaten zeg maar oog in oog met een reeds teruggekeerde zomergast, de roodborsttapuit. De roodborsttapuit een echte zomergast is amper een week terug van zijn verre reis naar zuid Europa en noord Afrika en is zich hier weer aan het "settelen" voor het broedseizoen. Eigenlijk is dat een uniek en bijzonder moment in het jaar en is de vogel dichtheid wat soorten aangaat in de Oranjepolder op zijn "dichtst".

De roodborsttapuit komt overal in Europa voor, inclusief Engeland en Ierland maar komt niet voor in Scandinavië en dat maakt het in onze polder zo bijzonder. Want de kramsvogel leeft in de zomer-maanden met name in het noorden, in
gearriveerde zomergast
Scandinavië en verder oostwaarts en de kans dat ze elkaar daar tegenkomen is dus vrijwel nihil. De kramsvogel overwintert in deze contreien tot in Frankrijk toe maar trekt in maart weer weg, binnen nu en enkele weken of zelfs dagen.

De roodborsttapuit weet zich ook dicht bij mensen onopvallend te bewegen. Maar ik herken het geluidje wat hij maakt alsof het onze eigen deurbel is. Op afstand hoor ik al of hij er zit of niet. Wat ik overigens niet wist is dat er wereldwijd zo ongelofelijk veel van zijn, geschat wordt dat het er zo'n 276 miljoen zijn inclusief enkele ondersoorten. Alsof je een emmer leegschud.

Ook kramsvogels zijn er in overvloed als je dat zo mag zeggen, maar dat zijn er wel heel veel minder dan de roodborst-tapuit. Van de kramsvogels schat men de populatie op een kleine 145 miljoen en van beide soorten is bekend dat de aantallen momenteel niet teruglopen en stabiel blijven. Ook niet verkeerd.

Wil je meer weten van de vogeltrek, klik dan op de link;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Vogeltrek

dinsdag 14 maart 2017

Dreigend gevaar!?

vrouwtje roodborsttapuit met jong
Op exact dezelfde plaats als afgelopen jaar zat op dinsdagochtend de vrouwtjes roodborst- tapuit op een weidepaaltje. Dus die is ook weer terug van een verre en ook zeker gevaarlijke trip naar Afrika. Deze kleine vogeltjes moeten heel wat gevaren doorstaan, de Sahara, stormen, roofvogels en jagers die het leuk vinden om op vogeltjes te schieten.

Het koppeltje roodborsttapuiten dat hier in de polder broedt, zit in de akkerrand tussen de paardenwei en een grasakker, lekker rustig en weinig agrarische activiteiten. Afgelopen jaar bleek dat voor dit koppeltje een succesformule te zijn. Ze brachten drie jongen groot en waren vrijwel dagelijks wel te zien en te horen. Ik ben erg benieuwd hoe dat dit jaar gaat aflopen want ik hoorde dat de eigenaar van de paardenwei
stopt met de verhuur en de akker weer gaat
gebruiken om maïs te verbouwen en de daarbij behorende
kleurrijk mannetje
hoeveelheid mest in de grond te injecteren. Wei paaltjes uit

de grond trekken en prikkeldraad verwijderen, de favoriete stek van de roodborsttapuit. Er is weer behoorlijk wat rumoer en verstoring voor deze vogeltjes in het verschiet.

Enkele jaren geleden zaten de roodborsttapuiten aan de westelijke kant van de polder maar moesten ook daar verkassen omdat de boeren de grond intensiever gingen bewerken en ook alle wei paaltjes hadden verwijderd. Weg zangpost en weg uitkijkpunt, twee belangrijke redenen voor een roodborsttapuit om zich te vestigen. Ze verkasten naar de oostkant van de polder, een deel waar niet veel gebeurde zoals ik hierboven al beschreef. Maar dat gaat nu dus veranderen. Ik volg het wel en wee van deze familie op de voet en zal als dat nodig en interessant genoeg is, via mijn blog melden.

Wil je meer weten van deze kleurrijke akkerrandbewoner, klik dan op de link,
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=183

vrijdag 10 maart 2017

Nooit genoeg zwammen.

zwartkopmeeuw met spierwitte vleugels
Zwammen, de bijnaam van de zwartkopmeeuw, en vraag mij niet waar dat vandaan komt.

De Oranjepolder is, zoals ik al zo vaak schreef, te klein voor echt spectaculaire vogelwaarnemingen
Neem nou de "buurpolder", de Gecombineerde Willemspolder met blauwe kiekendief, kleine zwanen en af en toe ook wilde zwanen, meer dan dertig reeën enzovoorts enzovoorts. Dat is toch even wat anders, nee, de Oranjepolder is te klein en veel te druk met al die sportende mensen, verkeer en hondenuitlaters uit de wijk Dommelbergen. Ik ben er trouwens een van en loop weliswaar met verrekijker met de hond door de polder te speuren op zoek naar iets moois.

De groep meeuwen die ik elke dag van weiland naar weiland zie vliegen, bekijk ik de afgelopen week wat secuurder want de kleine mantelmeeuwen zijn nog maar net terug en om die te zien is elke keer weer een feestje. Het is zo'n mooie meeuw, groter, scherper getekend en mooiere kleuren dan al die andere meeuwen die hier te zien zijn. Stormmeeuwen zijn een beetje saai gekleurd en niet zo mooi getekend, al hebben ze wel een lief kopje, kokmeeuwen tekenen pas mooi in het voorjaar als het koptelefoontje ingeruild word voor een mooi donkerbruin kapje. Maar dan hebben we het normaal gesproken wel gehad, een zilvermeeuw met zijn strenge blik zie je alleen bij de waterzuivering.
zwartkopmeeuw
Afgelopen dinsdagochtend scande
ik de groep weer eens een keer en
zag drie mooie kleine mantels en een wat te grote kokmeeuw. Ik scande even terug want dat klopte niet, kokmeeuwen zijn ongeveer allemaal even groot en beduidend kleiner dan de mantelmeeuw. Het bleek hier om een zwartkopmeeuw te gaan., Een vogel die officieel pas volgende maand van zijn over- winteringsgebied terug hoort komen. Ik had ze vorige week ook al wel gezien langs de kust maar in het binnenland nog niet. Ik hoorde wel dat de twee broedparen van de Biesbosch(Hardenhoek) ook terug zijn.

De waarneming van dinsdag was daarom een hele bijzondere waarneming en bevestigt de berichten dat het steeds beter gaat met de zwartkopmeeuw. Hemelsbreed is de Hardenhoek niet ver weg van de Oranjepolder, een zuidelijke uitloper van de Biesbosch, en het zo zomaar kunnen zijn dat deze zwartkopmeeuw normaalgesproken daar rondhangt. Met wat geluk zien we hem wat vaker bij ons in de Oranjepolder.