donderdag 26 november 2020

Ken je de barmsijs?

de Boswachterij 's-morgensvroeg
Kijk, een vink is een vink en een groenling is een groenling en een roodborst is een roodborst en dat is lekker duidelijk. Geen vergissing mogelijk als je ze ziet zitten en dat maakt het ook vooral makkelijk. Maar dat ligt bij een paar van die wintersoorten net even anders, want een barmsijs is niet altijd een “gewone” barmsijs en een kruisbek is ook niet altijd een “gewone” kruisbek.

Zo had ik afgelopen dinsdag zo’n twijfelgevalletje bij de hand. Ik zag in de boswachterij Dorst een groep sijzen en daar zaten zeker drie barmsijzen tussen en daar heb je het dan. Zijn dit dan kleine barmsijzen of grote barmsijzen? Altijd een lastig moment als je in het najaar de eerste barmsijzen uit het hoge noorden weer eens tegenkomt. 

Langzaam kropen de details weer tevoorschijn, grote barmsijzen zijn niet groter dan kleine barmsijzen(tenminste niet opvallend waarneembaar), grote barmsijzen zijn lichter en grijzer, kleine barmsijzen zijn wat donkerder en warmer gekleurd en daar moet je het dan mee doen.

een "gewone" kruisbek in Dorst
En nog zoiets maak je ook mee als je kruisbekken en grote kruisbekken tegenkomt. Die grote kruisbekken zag ik een paar jaar geleden bij Chaam, met dikke stierennekken zoals dat in sommige vogelgidsen beschreven staat en die zijn veel zeldzamer dan de “gewone” kruisbekken. En daarom betreft het in misschien wel 90% van alle kruisbek ontmoetingen geen grote kruisbek.

De barmsijzen van afgelopen dinsdag waren erg druk en hingen in de top van de boom aan de berkenkatjes. Door die meestal onmogelijke houdingen kreeg ik maar weinig kans om ze goed te bekijken maar een paar foto’s helpen mij later uit de brand. Het bleken overduidelijk kleine barmsijzen te zijn, warmbruine tint en een rozerode gloed op de borst. Die felrode pet is geen onderscheidend kenmerk dat hebben de grote barmsijzen namelijk ook.

kleine barmsijs afgelopen dinsdag in Dorst
Ik hoop nu werkelijk dat dit weer eens een mooi barmsijzen jaar wordt want dat is ook niet elk jaar het geval. Het voedselaanbod, of liever gezegd het gebrek aan voldoende voedsel in het noorden, is vaak de reden dat ze naar hier komen. Een slecht bessenjaar ofzo, Idem dito voor de grote kruisbekken. 

Een veeg teken dat het in het noorden niet helemaal goed zit met het voedselaanbod is ook de aanwezigheid van grote groepen kramsvogels en koperwieken. De eerste heb ik al in oktober gezien en daarna zie ik ze vrijwel elke week op verschillende plekken, of het nu het bos, de polder of de kust is, ze zitten overal.

Wil je meer weten van de kleine en grote barmsijs, klik dan op de twee onderstaande linkjes;


dinsdag 24 november 2020

De allerlaatste boertjes?

boerenzwaluwen afgelopen zomer
Elke november en januarimaand tellen we aan de rand van de Biesbosch de uitvliegende ganzen en zwanen. Deze slaapplaatstelling doen we vanaf de dijk bij Lage Zwaluwe en we kunnen vanaf deze plek de ganzen uit de spaarbekkens zien vertrekken en de Amer oversteken naar de agrarische gebieden ten zuiden van de Biesbosch

De ganzen foerageren op de weilanden en op oogstresten achtergebleven op de akkers bij Drimmelen, Made, Lage en Hooge Zwaluwe. Net voor zonsopkomst begint het spektakel en vliegen duizenden ganzen het water over, tegen de harde wind in laag blijvend om nog enigszins in de luwte van de dijk te blijven.

twee rustende boertjes
Bij Drimmelen staat een collega teller en samen tikken we in een uurtje 7.000 grauwe ganzen en 6.000 kolganzen af. In totaal vliegen vanuit de hele Biesbosch ruim 53.000 kolganzen en 13.000 grauwe ganzen op. Dat zijn serieuze aantallen een geeft het belang van zo’n groot rustgebied maar weer eens aan.

Tijdens zo’n telling houden we natuurlijk ook alle andere vogels goed in de gaten en zo kom je ook wel eens wat bijzonders tegen. Wij hadden deze keer het geluk om boerenzwaluwen te zien en dat is voor 21 november behoorlijk uitzonderlijk. Eerst drie stuks en later, zeg maar elk half uur daarna een of twee boertjes. In totaal toch ruim tien boerenzwaluwen die ook vanaf de ”overkant”, uit de Biesbosch naar het zuiden vlogen. Ze bleven steeds even bij het gemaal rondvliegen en vingen daar de laatste muggen voor het ontbijt.

Nog nooit eerder zag ik zo laat in het seizoen boertjes en werd hier echt heel blij van. Met nog slechts een maand te gaan, zitten we immers al in de winter en hebben die boertjes echt niet veel tijd meer om warmere en vooral ook voedselrijkere oorden op te zoeken. 

Volgens mij zijn ze nog hier vanwege het warmere klimaat en daardoor de late beschikbaarheid van voedsel zoals muggen en vliegjes.

Wil je meer weten van deze laatvliegers, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boerenzwaluw

vrijdag 20 november 2020

Grauwe gans 4-27.

Bijschrift toevoegen
Ik heb niet zo de indruk dat de aantallen grauwe ganzen in de Noordwaard in het najaar en de winter enorm toenemen. Het hele jaar zitten in de Noordwaard makkelijk een paar duizend grauwe ganzen en in de winter neemt dat aantal wel wat toe maar dat aantal neemt nou ook weer niet spectaculair toe met grote aantallen winterasten. Daardoor heb ik ook een beetje het idee gekregen dat de ganzen redelijk honkvast zijn en de vogels die in de winter bij de “thuisploeg” aansluiten ergens uit de buurt komen en zeker niet van heel ver weg. Dat dacht ik dus!

Maar dan wordt je toch weer een keer verrast want in de polder Donderzand zaten toch weer een paar buitenlanders. Dat zie je niet aan de kleur van hun veren ofzo maar wel aan de halsband die om de nek van een van de grauwe ganzen zat. Een van de grauwe ganzen had een blauwe halsband met de lettercode 4-27.

Deze grauwe dame, want dat is ze, is vorig jaar als jonge vogel op 20 juni geringd in het Zweedse Kvismaren. 


Nadat ik de halsband had gemeld heb ik via de ringgegevens ontdekt dat in die plaats een ringstation gevestigd is, het Kvismare Bird Observatory. Vandaaruit worden diverse ringprojecten geïnitieerd en kun je vanuit een vogelkijkhut en vanaf platforms vogels spotten en er is zelf een bezoekerscentrum.

een sloot in Donderzand(augustus 2020)
Het is een reservaat met grote rietvelden en twee ondiepe meren. Ideaal voor watervogels. Jaren geleden zijn wij een keer van Udevalla via Örebro naar Karlstad gereden en laat die route op amper 15 km langs dit reservaat lopen. Wij zijn er ooit dus vlakbij geweest. Kijk, waar zo’n halsband aflezen al niet goed voor is. Krijg je zomaar een vakantieflashback en toeristische tips met een mogelijke vakantiebestemming in de schoot geworpen.

Nog even over de grauwe gans 4-27, die is nadat ze geringd is, niet meer gemeld op de site www.geese.org en is mijn melding pas de tweede keer. 

Ik denk dat Niklas Liljebäck, een van de ringers wel blij is met mijn melding want dat is na het ringen het eerste teken van leven van deze vogel. Ik ben eigenlijk wel benieuwd waar deze gans de vorige winter heeft doorgebracht en zou dit dan de eerste buitenlandse reis van haar zijn?

Daarom vind ik het ook belangrijk dat je ringen afleest en ook meldt, want dat geeft de ringers en onderzoekers inzicht in het gedrag van de vogels. Vogels voorzien van een GPS tracker kunnen bijna online gevolgd worden en dat is nog beter maar ook kostbaar.

Wil je meer weten van deze grootste ganzensoort, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grauwe-gans

dinsdag 17 november 2020

Zwarte ibis geknipt.

zwarte ibis
Het is alweer een hele tijd geleden dat ik de zwarte ibis in de Biesbosch wilde spotten. Het was augustus 2011 toen hij daar een aantal dagen achter elkaar werd gezien. In de Hardenhoek, waar altijd wel een paar duizend vogels zitten, scharrelde deze exotisch uitziende vogel rond. Ik wilde de ibis heel graag zien en reed een paar keer tevergeefs naar Noordwaard. 

Het zat mij destijds niet mee en het bleef jarenlang een zogenaamde "wenssoort" met in mijn achterhoofd, mijn tijd komt nog wel een keer. Heel af en toe overwoog ik een ritje naar Leidschendam te maken omdat daar een hele lange tijd, op een vast plek, een zwarte ibis zat. Maar op de een of andere manier kwam het er niet van.

wijds Texel
Op elf september deed de zwarte ibis de Noordwaard weer aan. Hij bleef aan de rand van de Nieuwe Merwede rondhangen met heel af en toe een kort uitstapje naar de Muggenwaard. Mijn tweede poging werd beloond en zag ik de vogel heel even in het plasje naast de rivier foerageren, daarna verdween de vogel uit het zicht naar de andere kant van het dijkje. 

Jammer genoeg geen goede foto en daar gaat het ook een beetje om. Nieuwe soorten zien is een maar vastleggen op de foto is twee, oftewel minstens zo belangrijk voor mij.

heilige ibissen en koereigers in Kenia
Het gaf niet want misschien zie ik hem over negen weer en pak ik dan mijn kans. Maar de tweede ontmoeting met deze enige inlandse ibis(ook familie van de lepelaar) kwam eerder en ook nog vrij onverwacht tijdens een weekendje Texel van een paar weken geleden. Daar stond  een zwarte ibis in een weiland. Makkelijk te zien en ook vast te leggen. Gelukkig, deze bijzondere waarneming is nu ook compleet. Deze zwarte ibis komt uit zuid Europa en verblijft zelfs tot op de dag vandaag op Texel.

Alle andere ibissoorten die in Nederland gezien worden, zoals de heilige ibis, zijn zogenaamde exoten en komen hier van oorsprong niet voor. Een paar van die mooie beesten, die wij in Afrika bij duizenden hebben gezien zijn de heilige ibis en de hadada ibis(die was wel wat zeldzamer). Daar trokken de heilige ibissen op met enorme aantallen koereigers en die hadada ibis lijkt trouwens sprekend op een zwarte ibis maar is wel een stuk dikker of plomper om te zien.

Wil je meer weten over deze exotisch verschijning, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwarte-ibis

vrijdag 13 november 2020

De allereerste zwartkopzanger.

Texel op zijn mooist, de Slufter
Elk najaar raken trekvogels uit koers en komen dan onder andere bij ons terecht, meestal langs de kust. Ik vind het altijd heel bijzonder dat die vogels ontdekt worden door oplettende vogelaars. Of er komen veel meer van die zeldzaamheden ons land binnengevlogen waardoor de kans op zo’n ontdekking een stuk groter is dan wij denken of er lopen heel veel hele goede vogelaars rond. Wie zal het zeggen?

Vorig weekend werden wij op Texel verrast met de aanwezigheid van een zwartkopzanger. Niet te verwarren met de bij ons veel voorkomende zwartkop. De laatste is een inheemse vogel die hier ook volop broedt en de zwartkopzanger is een dwaalgast die vorig weekend op Texel werd ontdekt. De zwartkopzanger is een vogel die op weg van noord Amerika naar zuid Amerika uit koers is geraakt. 

de bewuste begraafplaats
Ik denk dat veel meer van die vogels uit koers zijn geraakt maar een enkeling overleefd die gevaarlijk tocht over de Oceaan en de Noordzee, de rest valt ergens in zee. Deze zeldzaamheid heeft dus Engeland in zijn vlucht gemist en waaide zo naar het noorden van Texel en viel uitgeput neer op de begraafplaats van De Cocksdorp.

Voor mij was deze waarneming de vijfde bijzondere en zeldzame  soort van afgelopen maand. Het kan niet op! Zelf zou ik de vogel nooit als een zwartkopzanger kunnen herkennen, daarmee lijkt hij teveel op een bladkoning of Pallas boszanger. Hij past dus in deze categorie van kleine onduidelijke zangertjes.

zwartkopzanger
(foto René Pop)
De zwartkopzanger is de eerste vogel van die soort die Nederland bezoekt en het is dus daarom een super zeldzame waarneming. En of je het gelooft of niet, ik schreef het al, de vogel zat dus op de begraafplaats van De Cocksdorp. Begraafplaatsen hebben een enorme aantrekkings-kracht op vogels, dat wil je niet weten. Zo zag ik Pallas op de begraafplaats van Westkapelle en was daar ook de bladkoning gemeld maar die zag ik daar niet maar wel in Ouddorp.

Wil je meer weten van de super zeldzame voor het eerst in Nederland gevonden zwartkopzanger, klik dan op de link;

https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwartkopzanger

dinsdag 10 november 2020

Eenentwintigen.

een waakzame patrijs 
Met z’n eenentwintigen zaten de patrijzen in een weiland in de Gecombineerde Willemspolder. Ik zag dat de groep uit twee familiegroepen bestond, een familie van dertien vogels en een groep van acht vogels. Het zijn twee groepen met inmiddels volwassen vogels en zo'n groep wordt ook wel een klucht genoemd. 

In het voorjaar als de jongen nog klein zijn en je ziet dan een koppel patrijzen met jongen dan heb je het over een “slag” patrijzen en nu het in het najaar vrijwel allemaal volwassen vogels zijn, spreek je van een “klucht” patrijzen. Ik was blij verrast want ik had deze vogel al een beetje afgeschreven voor de Oosterhoutse polders. 

delen van de twee families in de Willemspolder
Voor de Oranjepolder is dat vrijwel zeker het geval want daar kom ik al een paar jaar geen patrijzen meer tegen, een enkele en incidentele waarneming daargelaten. De polders bij ons zijn ook niet echt geschikt voor deze akkervogel, we missen de ruige, kruidenrijke akkerranden en singels met struikjes die voldoende beschutting en bescherming bieden. Er is veel te weinig te eten omdat de gewassen amper nog insecten aantrekken en ga zo maar door. 
Kortom, voor de patrijs zijn we misschien wel een doodlopende weg ingeslagen en dat blijkt ook wel een beetje uit de aantallen die tegenwoordig nog geteld worden. Inmiddels missen we meer dan 95% van de oorspronkelijke populatie. 

Maar ondanks de sombere toekomst is dit toch een opsteker van formaat want ten eerste heb ik nog nooit zoveel patrijzen bij elkaar gezien en ten tweede belooft dit flinke aantal vogels dat er komend jaar weer flink wat kansen zijn voor de nieuw te vormen koppels. Het lijkt mij sterk dat zo’n flinke groep vogels het niet voor elkaar krijgt om het aantal broedparen te verdubbelen. Nu maar hopen dat de intensieve bewerkingen van de weides en akkers niet teveel legsels vernielen en we uiteindelijk nog met lege handen zitten. 

Komend voor jaar kan ik in de avond nog weleens een poging doen om met geluid imitaties de roepende mannen uit de tent te lokken en zo de aantallen broedparen te bepalen. Het lijkt mij een goede manier om eens te checken of de groep van afgelopen week opgesplitst is in meer dan twee koppels.

Wil je meer weten van deze uiterst schuwe weidevogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/patrijs

vrijdag 6 november 2020

Grote zee eenden.

grote zee eend
Als je hier in de buurt echt grote groepen eenden wil zien, kun je naar de Noordwaard bij Werkendam gaan. Maar net iets verder, ook een goed half uurtje rijden, heb je nog zo'n topstek en dat zijn de Ventjagersplaten bij de Hellegatsdam. Vanaf de dijk en ook vanuit de vogelkijkhut heb je een prachtig overzicht over het grote water, het Haringvliet. 

In deze hoek is het relatief rustig, achter je hoor je wel het oorverdovende voorbij razende verkeer maar voor je ligt het prachtige stille zeer vogelrijke water.
Als je die herrie een beetje kunt negeren, is het werkelijk genieten geblazen. 

kijkhut(foto Paul Voorhaar)
Hier zag ik gisteren vogels die ik in de Noordwaard niet of nauwelijks tegenkom. Middelste zaagbekken en grote zee eenden zijn namelijk soorten die je niet zo snel in de Noordwaard tegenkomt. Als de vogels het water vanaf het Haringvliet zouden volgen en via het Hollands Diep oostwaarst zwemmen of vliegen, komen ze vanzelf via de Merwede in de Biesbosch terecht, dus het is in theorie mogelijk dat je ze daar ook kunt tegenkomen. In 2016 heb ik ook een keer vanaf de Deeneplaatweg op de Merwede, zes grote zee eenden zien zwemmen.

Gisteren zagen we vier grote zee eenden tussen de de duizenden eenden zwemmen. Ik denk dat er makkelijk 4.000 smienten ronddobberden. 
gisteren; een van de vier grote zee eenden
De grote zee eenden vallen met hun gitzwarte kleed goed op en waren ook goed te bekijken. Ze zaten wat aan de buitenrand van de grote groepen vogels samen met de middelste zaagbekken. Je kunt merken aan deze soorten dat je niet heel ver van het zoute water verwijderd bent.

Het is bijzonder dat deze toch uitgesproken zeevogel zo ver het binnenland in komt. Ze leven buiten het broedseizoen op zee, ze broeden aan de kust en ze eten mosseltjes, kokkels en kreeftachtigen. Nou dat voedsel vind je volgens mij amper in het Haringvliet net zo goed dat het water zoet is in plaats van zout.

Wil je meer weten van deze zwarte eend met een wit brilletje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grote-zee-eend

dinsdag 3 november 2020

Pieperpuzzel.

onvervalste oeverpieper
Ik heb er al vaker wat over geschreven en ook deze keer spookt het weer door mijn hoofd. Hoe houd ik in godsnaam al die verschillende piepers uit elkaar? Kijk, die graspieper heb ik inmiddels wel enkele duizenden keren gezien en daar maak je mij ook niet veel meer over wijs. Die zit zogezegd op de harde schijf geëtst. Maar met name in deze tijd is de verwarring toch weer groot en dat komt door de trek van onder andere de andere piepers. Waterpiepers, oeverpiepers, graspiepers en een sporadische grote pieper passeren of blijven deze winter in ons land.

Aan de kust is de aanwezigheid van de diverse piepers weer anders dan in het binnenland en dan is een vergissing zo gemaakt. De vermeende waterpieper op Texel van afgelopen weekend bleek een oeverpieper te zijn. De uiterlijke kenmerken zijn niet zo heel spectaculair verschillende en dan heb je poppen al snel aan het dansen.
oeverpieper en waterpieper
 
Als die piepers nou eens dichtbij op een mooi open stukje doodstil bleven zitten dan is het nog wel te doen maar dat doen ze dus geen van allen. Erg beweeglijke vogeltjes, harde wind, graspollen, greppeltjes en tranende ogen zijn de beperkende omstandigheden waar ik dan mee te maken had.
 
En zo gebeurde het dus ook nu weer en werd een mooie oeverpieper voor een waterpieper aangezien. En wat zijn nu die kenmerkende verschillen die ik op mijn netvlies moet hebben om het verschil direct te kunnen zien? Ook al zit die vogel niet stil en zit het verder qua overige omstandigheden ook niet mee. Hier gaat tie dan;
 
- Van de roepjes moet je het niet hebben want die zijn vrijwel gelijk, dus die vergeten we maar.
- De waterpieper heeft een meer sprekend koppatroon met altijd een brede, duidelijke witte 
  wenkbrauwstreep.
- De buitenste staartpennen van waterpieper vertonen helder wit (zoals bij de meeste piepers),bij     
  oeverpieper is dat bruingrijsachtig, zelden witachtig.
- Bij waterpieper is de stuit duidelijker bruin, bij oeverpieper zijn de bovendelen inclusief de stuit  
  gelijkmatig olijf-groenbruin tot grijsbruin(dit is wel het lastigste kenmerk maar niet onbelangrijk).
 
het hele assortiment piepers bij elkaar
In de praktijk moet je deze verschillen vaak in een fractie van enkele seconden waarnemen en dat is dus vooral in het begin van het herfst en winter seizoen een klus. Ik heb altijd wat tijd nodig om deze kenmerken op het netvlies te krijgen en die in het veld tot een bruikbare determinatie om te zetten.
 
Ben je aan de kust dan is de kans op een water- pieper weer een stuk kleiner want deze piepers verblijven vrijwel alleen in het binnenland en de oeverpiepers zitten graag aan de kust. Dus dit is ook weer als een belangrijk hulpmiddel in te zetten. Zo zeldzaam het is, dat de oeverpieper in het binnenland te zien is, is de aanwezigheid van een waterpieper aan de kust en met die wetenschap in het achterhoofd kun je op basis van de biotoop een makkelijkere keuze maken dan op basis van de uiterlijke kenmerken. Dus goed inlezen is voor mij het devies. De combi van uiterlijke kenmerken en biotoop bepalen in dit geval de soort.
 
Wil je meer weten van de oeverpieper, klik dan op de link;

 

donderdag 29 oktober 2020

Poolse pont aan de zeedijk.

pontische meeuw, Noordzee 5 oktober 2019
Bijzondere meeuwen spotten blijft een fascinerende bezigheid. En naarmate je daar meer mee bezig bent en dus ook wat meer kennis over deze bijzondere meeuwen vergaard, wordt het ook steeds leuker. En ik dacht altijd dat je met heel veel geluk wel eens een keer zo’n aparte meeuw tegen kon komen.

Dat is ook niet gek want ze lijken allemaal zo op elkaar en zeker als nog in de juveniele kleden rondvliegen. En dan heb je het al gauw over de eerste drie a vier levensjaren. Daarna krijgen ze allemaal het volwassen kleed en zijn ze op basis van een aantal specifieke, en uniek voor de soort , kenmerken te herkennen.

pontische meeuw LLA afgelopen week
Je hoeft er niet persé de Noordzee voor op om een geelpootmeeuw of pontische meeuw te zien, Dat kan namelijk ook heel goed in de Biesbosch. Op de Noordzee heb je dan weer wel de vorkstaartmeeuw en drieteenmeeuw. Die zijn in het binnenland niet te zien. Ik heb de afgelopen jaren mijn handen vol gehad aan het determineren van de geelpoot en de pontische meeuw. 

Met name die laatste is in grote delen van het jaar in de Noordwaard te vinden en valt ook goed op tussen de andere meeuwen. Hoog op de poten, wat lang gerekt lichaam, plat voorhoofd, witte kop en een lange, vrij dunne snavel om maar een paar kenmerken te noemen. Het is wel zo dat je ze allemaal bij een vogel moet kunnen ontdekken om redelijk zeker te zijn van de soort.

Ook de geelpoot heeft zo zijn specifieke eigen kenmerken. Alleen een rode oogring en gele poten is onvoldoende want het verendek is dan doorslaggevend. Als dat namelijk asgrijs is, zit je al in de buurt van een geelpoot. Is het bovendek antracietgrijs dan heb je te maken met een kleine mantelmeeuw. Kortom, het plaatje moet compleet zijn om met zekerheid de soort vast te stellen.

de Poolse ringers site
De geringde pontische meeuwen aan de kust die ik hier op de foto’s heb staan zijn vogels die in Polen geringd zijn en hier nu rondzwerven. Ik heb ze op de site van www.ring.stornit.gda.pl  gemeld en ik hoop er ook nog een keer een reactie op te krijgen. 

Geringde vogels maken het ook alweer wat makkelijker want dan weet je ook zeker dat je met de soort goed zit. Zie je bijvoorbeeld een kleine mantelmeeuw met een zwarte ring met witte letters, beginnend met een “J” dan weet je dat je te maken hebt met een Noorse meeuw en dat is weer een ondersoort van de kleine mantelmeeuwen die hier rondvliegen. En dat gaat zo maar door en je bent nooit uitgeleerd. Alhoewel, ik ken er een paar en die zijn volgens mij echt uitgeleerd en weten alles. Om jaloers op te worden.

Wil je meer weten van de bijzondere pontische meeuw, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/pontische-meeuw

dinsdag 27 oktober 2020

Leuk op de begraafplaats?

de Pallas boszanger van dichtbij
Amper een dag later nadat ik de bruine boszanger in Westkapelle aan het Puinpad heb gezien, diende zich weer een nieuwe zeldzame vogel aan. Nu zat de vogel op de begraafplaats van West Kapelle. Op 9 oktober schreef ik al over deze topstek tijdens de vogeltrek en dat is tot half oktober ook echt zo.

Ik stond achter het graf van Leuntje Geleijnse(1893-1947) in de bosjes te turen. Het is toch gek om daar op die plek vogels te spotten. Een begraafplaats is geen plek om te juichen als je een mooie nieuwe vogelsoort ontdekt. Maar het is niet anders, de zeldzame trekvogels volgen de kustlijn en passeren zo ook Westkapelle. Uitrusten en wat eten doe je dan graag op een rustige plek en daar is de begraafplaats vlak bij de vuurtoren dan ook uitermate geschikt voor. Heel veel mensen maar die zijn erg stil en rustig.

twee dagen eerder wat hoger in de boom
In de struiken zat daar alweer een paar dagen een Pallas boszanger. Ook een piepklein bruingroen vogeltje wat in hetzelfde rijtje thuishoort als de bladkoning en bruine boszanger. De Pallas is wat schuwheid betreft het tegenovergestelde van de bruine boszanger. Die laatste blijft diep in de struiken zitten, terwijl de Pallas boszanger juist op de voorgrond treed. Hij laat zich graag zien en ook benaderen. Een meter of drie vindt dit beestje geen probleem.

Deze Pallas is nog zeldzamer dan de bladkoning die ik een paar weken eerder bij Ouddorp zag en het was dan ook de eerste keer dat ik hem in levende lijve zag. Niet gek want hij  leeft normaal gesproken in zuidelijk Siberië, ten oosten van de Oeral. Op trek naar het zuiden volgen ze de kustlijn en passeren zo ook ons land. Met wat geluk zijn ze tot volgende maand nog te spotten en ik ga dan ook graag nog een keer op zoek naar dit vogeltje.

Wil je meer weten van deze piepkleine lange afstandstrekker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/pallas-boszanger

vrijdag 23 oktober 2020

Aan de rand van het land.

wat lijken ze op elkaar
Aan de rand van het land, bij Westkapelle aan het Puinpad was het te doen. Al enkele dagen achtereen werd daar de bruine boszanger gezien en gehoord. Wij waren een weekje op vakantie en zaten vlak in de buurt dus dan moet je toch een keer een poging wagen om de bruine boszanger te spotten.

Bij de bruine boszanger heb ik steevast het liedje van Travasi in mijn hoofd, “kleine wasjes, grote wasjes, stop maar in je wasmachine”. Waarom weet ik niet maar dat is al jaren zo, zolang ik van het bestaan van die bruine boszanger heb gehoord. Grappig en niet vervelend bedoeld.  Bij sommige vogels heb je een ezelsbruggetje nodig om hem te onthouden en bij de ander heb je gewoon een beeld gevormd. 

Langs het Puinpad, vlak achter de hoge duinen was het een drukte van jewelste, niet van speurende vogelaars maar van enorme groepen overtrekkende vogels die op weg waren naar betere oorden. Het waren vooral vinken, lijsters, merels, sijzen, houtduiven, spreeuwen en kepen. Vast en zeker zaten in die enorme groepen vogels ook bijzondere exemplaren maar die waren er voor mij in dit geweld niet uit te halen. Ze zochten de luwte van de hoge duinen want er stond een stevige zuidwesten wind.

enorme groepen laag overvliegende vogels
De bruine boszanger is geen vogeltje wat je zo een, twee, drie herkent struikgewas verborgen houdt, zeker niet als hij zich diep in het struikgewas verborgen houdt.  Het roepje is daarentegen, als je het tenminste eerst goed hebt beluisterd, wel goed te herkennen. Ik trof op het Puinpad een ervaren vogelaar die met geluidsopname apparatuur de wacht hield. Hij was al een half uur aan het zoeken maar vond hem niet. Een tijdje later toen we samen richting de laatste melding van een dag ervoor liepen, hoorden we hem luid en duidelijk. Hij bleef onzicht-baar maar zat werkelijk niet verder dan twee meter van ons vandaan. De vogelaar kon een perfecte opname maken.

Twee dagen later bezocht ik de plek opnieuw en ook nu duurde het weer een half uur voordat ik hem hoorde terugroepen. Ik speelde het geluid wel dertig keer af op mijn telefoon en werd uiteindelijk beloond met exact dezelfde zang als mijn opname.

De bruine boszanger lijkt op een soort tjiftjaf, leeft in zuidoost Azië en overwintert in Noord India tot in Mongolië. Jaarlijks worden ze in deze periode bij ons waargenomen, Het zijn de zogenaamde afzwaaiers en vermoedelijk vinden ze de weg ook weer terug. Het aantal bruine boszangers is van een enkeling per seizoen naar een vijftal of iets meer gegroeid wat de kans op een waarneming alleen maar vergroot. Ik was er weer blij mee maar vind het wel jammer dat hij net niet een metertje verder naar de rand van het pad kwam zodat ik hem ook kon zien of beter nog ook kon fotograferen.

Wil je meer weten van deze vrolijke boszanger, klik dan op de link; https://nl.wikipedia.org/wiki/Bruine_boszanger

dinsdag 20 oktober 2020

Graspiepers op trek.

 

graspieper

Jaar na jaar, in de eerst week van oktober, komt de trek van de graspiepers op gang. En niet zo’n beetje ook want als je het op een mooie dag treft, kun je honderden piepers over zien trekken. Zeker zes jaar geleden waren wij daar al eens getuige van tijdens een wandeling door de Gecombineerde Willemspolder.

Honderden piepers kwamen naar beneden, vlogen vlak boven ons naar het weiland dat voor ons lag. Massaal lieten ze zich in het gras vallen en waren dan ook direct uit beeld. Ze zaten daar te rusten na de eerste of een van de eerste lange etappes naar het zuiden. Dat maakte toen zo’n indruk dat ik de jaren erna steevast in de eerste week van oktober met mijn hoofd achterover door de polder en het bos loop.

De hemel afspeurend naar grote groepen piepers, meestal gewaarschuwd door een of een paar roepende piepers, zie ik ze dan voorbij komen. Ze vliegen net te hoog om op te vallen en je moet dus goed kijken om ze op te merken. Meestal groepjes van vijf tot tien vogels en af en toe wat grotere groepen. Het begint al vroeg en gaat tot in het begin van de middag door. Daarna wordt het een stuk stiller, tijd om te foerageren en te rusten.

graspieper in het voorjaar
Na een dag of tien hebben we het wel gehad met de trek van de graspiepers. En nu gelijk daarna is de trek in volle hevigheid losgebarsten, honderden lijsters, vinken, veldleeuweriken maar ook houtduiven en merels en noem maar op vertrekken nu massaal. Veel van die soorten vertrekken ook in het hoge noorden en komen naar ons en vullen zo het vogelbestand weer een beetje aan.

Ik denk dat de waterpiepers de wacht de komende weken gaan aflossen en het zal mij benieuwen of ik de eerste waterpiepers dit weekend al in de Noordwaard of Noorder Vroon zal zien? 

De waterpiepers komen de graspiepers deze winter aflossen en zien ons land als een lekker warme streek met voldoende voedsel dit in tegenstelling tot de graspiepers die toch liever naar zuid Europa gaan.

Wil je meer weten van deze pieper die in de vlucht veelvuldig piept, klik dan op de link; 

https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/graspieper

 

donderdag 15 oktober 2020

De jodelende boomleeuw.

boomleeuwerik op de grond in Dorst
Een van die vaste bewoners van de boswachterij Dorst is de boomleeuwerik. Vanaf eind februari hoor ik daar de eerste boomleeuwerik jodelen en dat gaat dan tot aan september door. Op het laatst wat minder uitbundig maar ze zitten er. Op het laatst zijn ze wat zwijgzamer en verzamelen ze zich meestal op de grote open vlakte. Ze zitten dan met vier tot soms wel acht vogels bij elkaar en vliegen pas op het aller-laatste moment op alsof ze met elkaar afgesproken hebben, wie het langst durft te blijven zitten.

Afgelopen dinsdag de dertiende, liep ik zo vroeg als mogelijk door het bos. Het was net een beetje licht geworden en de ochtend zag er vriendelijk uit. Weinig wind, licht bewolkt en een flauw zonnetje, eindelijk na al die regen van de laatste tijd. Voor het bos valt er nog steeds veel te weinig regen en wat dat betreft mag het nog wel een tijdje doorgaan. De poelen zijn nog lang niet gevuld.

boomleeuwerik in de herfst
Op de open vlakte zat weinig, de groepen grote lijsters zijn vertrokken en de sijzen en kepen zijn nog niet gearriveerd. We zitten zogezegd in een wak. Wat ik daar in deze tijd van het jaar dus nog niet eerder had gehoord was een zingende boomleeuwerik. Deze zingende boomleeuw zong uit volle borst en dat klonk best vreemd. Het gejodel hoor je eigenlijk niet in de herfst te horen, dat verwacht je alleen in het voorjaar en begin van de zomer. Deze boomleeuwerik dacht er dus duidelijk anders over en maakte mij in ieder geval blij met zijn lied dat half oktober over de grote vlakte van het bos klonk.
 
Veel boomleeuweriken trekken weg maar nooit ver weg. Zo richting Frankrijk en Spanje, veel verder gaan ze niet en er zijn ook boomleeuweriken die gewoon hier blijven. Meestal hebben we dan te maken met een zachte winter. Ik moet daar wel direct bij zeggen dat ik ze nog nooit in de winter in Dorst gezien heb, maar wat niet is, kan nog komen.

Wil je meer weten van deze bosvogel, klik dan op de link; 
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomleeuwerik

dinsdag 13 oktober 2020

Weerzien met de bosuil.

de bosuil in maart 2020
De afgelopen anderhalf jaar zag ik in de Boswachterij Dorst, vrijwel wekelijks een bosuil in een boomholte zitten. Onverstoorbaar zat hij hij daar volkomen op zijn gemak, volledig vertrouwend op zijn schutkleur die perfect matchte met de stam van de beukenboom. Niets leek hem te kunnen verstoren tot die pittige storm van afgelopen maart. In heel het beukenbos was maar 1 boom gesneuveld en laat dat nu net de nestboom van de bosuil zijn. Wat was dat jammer. Ik heb deze uil regelmatig in dit blog genoemd en ook zijn foto geplaatst.

Een tijdje dacht ik dat ik hem voorgoed kwijt was. Op mijn wandelingen door Dorst bleef ik altijd speuren naar bomen met grote gaten, oud zwarte spechtgaten of dode bomen waar een uil in zou kunnen nestelen. Van maart tot deze week, zeg maar wekelijks was dat wel een keer aan de orde. Ik vond een plekje met meerdere bomen met grote gaten en die bomen had ik in mijn wandelroute opgenomen. Ik dacht nog "als er ergens een geschikt plekje voor een bosuil is, dan is dit het wel". 

de bosuil afgelopen week
Zeker zes keer heb ik daar van een afstandje alle gaten van de bomen afgespeurd en geen bosuil gezien. Tot deze week, toen zat in een dode boom wel een bosuil. Ogen dicht, niets in de gaten, zich volkomen veilig voelend, zat hij daar. Wel alert want nadat ik mijn tweede foto had genomen, zakte de uil plots naar beneden, alsof hij op het knopje van de lift naar de kelder had gedrukt. 

Ook al is het de meest voorkomende uil in ons land, het blijft lastig om er een te zien. In Dorst zitten meerdere paartjes en ik schat dat het toch wel eens om vier paartjes zou kunnen gaan. Ik baseer dat aantal op het aantal roepende bosuilen die ik de afgelopen jaren daar gehoord heb. Ik weet dat bosuilen hun hele leven trouw blijven aan hun territorium en ik heb ze dus vaker op verschillende vaste plekken gehoord. Een zo'n bekende vaste plek of territorium, is vlakbij restaurant Beum. Ze zeggen ook weleens dat bosuilen extreme standvogels zijn, dus dat geeft ook wel aan dat als je er een gehoord hebt, je die vogel daar ook vaker kunt horen en zien.

Wil je meer weten van deze prachtige nachtvogel, klik dan op de link;
 

vrijdag 9 oktober 2020

Doe mij maar een blako.

Er zijn maar weinig vogels die al enkele jaren op mijn wensenlijstje staan. Ik laat het zogezegd altijd maar gebeuren. Soms komt er wat op je pad en soms ook niet en dat is prima. Een van die "wensvogels" die wel op mijn wensenlijstje stond is de bladkoning.

De bladkoning is zo'n doortrekker die je een keer gezien moet hebben. In september en oktober komen ze over ons land en dat doen ze meestal langs de kust. Ze zijn piepklein, niet uitbundig gekleurd, schuw en ze zingen als vanzelfsprekend niet in deze tijd van het jaar. Kortom, ze sturen op die manier aan op een toevallige ontmoeting. Je kunt ook niet zeggen, ik ga eens naar de begraafplaats in Westkapelle om de bladkoning te bekijken, zoals je dat afgelopen jaar bijvoorbeeld wel kon doen voor de wilde zwaan in Hooge Zwaluwe of deze zomer voor de kolgans in Lage Zwaluwe.

eerst de goudlijster en daarna de blako
Die begraafplaats in Westkapelle is trouwens wel een topstek om de bladkoning te zien maar er zit helaas geen garantie op. Daar heb ik dus al een paar keer voor niets tussen de graven van Koppejan, Copoolse, Dieleman en Hamelink doorgelopen en geen bladkoning gezien.

En zoals het zo moest zijn, stonden we afgelopen week geduldig te wachten op het voorbij vliegen van de zeldzame dwaalgast, de goudlijster, vloog er zomaar een bladkoning voorbij. Eindelijk een bladkoning. Hij vloog samen met een goudhaan een duindoornstruikje in en liet zich even goed bekijken. De olijfgroen veertjes met de lichte streep op de vleugel, gele stuit en de lange lichte oogstreep die ver over de kop doorliep waren goed te zien. Onmiskenbaar en de waarneming werd die dag ook nog eens dik honderd keer bevestigd op de site van waarneming.nl. 

Eindelijk dat kleine Russische doortrekkertje gezien. Ze zijn op weg van Siberië naar Afrika en passeren ons land in de herfst. Ik hoop de komende maand nog zo'n waarneming te kunnen den want ze kunnen nog een maandje door ons land vliegen. Opletten dus.

Wil je meer weten van dit Russische mini doortrekkertje, klik dan op de link;