vrijdag 10 september 2021

Op de vaste stek gezien.

doortrekkend paapje
Alweer heel wat jaren komen tijdens de voorjaar- en najaarstrek kleine zangvogels door ons land op weg naar Afrika om daar te overwinteren. Een aantal van die soorten zoals paapjes en tapuiten kiezen dan voor de Biesbosch en dan heeft met name de Noordwaard de voorkeur. 

Wat mij hieraan opvalt is dat deze vogels niet zomaar ergens in de Noordwaard neerploffen en daar een paar dagen tot een paar weken uitrusten en opvetten. Nee, ze zitten altijd in dezelfde hoek van de Noordwaard, in de polder Groote Muggenwaard. Makkelijk te vinden en het zijn altijd meerdere vogels. 

rustende tapuit
Soms zit er nog een roodborsttapuit, graspieper of rietgors bij maar het zijn vrijwel altijd paapjes en tapuiten. Op goede momenten in het voor- en najaar zijn dat soms wel acht tot tien vogels. Zo ook afgelopen week toen ook weer meerdere paapjes samen met een graspieper en rietgors de weidepaaltjes bemanden. Omdat je dit fenomeen al jaren kent, is het ook erg voorspelbaar geworden en gaat de verrassing er wel een beetje af.

Maar toch geeft deze bijna "vaste waarde" in het juiste seizoen wel te denken. Wat is er zo aantrekkelijk aan dit specifieke kleine gebiedje want zo zijn er maar genoeg in de Noordwaard te vinden? 
paapje en rietgors
Maar de grootste vraag is wel, hoe weten al die vogels dat het hier te doen is. Gemiddeld worden deze zangers maar een paar jaar met af een toe een uitschieter die wat ouder wordt. 

Dus in de loop van de jaren is de hele populatie wel een of meerdere keren ververst en toch blijven ze trouw naar hier komen. Is dit een stukje overlevering van oud naar jong? Is er iets genetisch gaande zoals bij de koekoek of evolutionair ontstaan zoals de grote vaste trekroutes van Siberiƫ naar Afrika zijn ontstaan? Op de een of andere manier is in het wereldje van de paapjes en tapuiten dit paradijselijke stekje bekend geworden als veilig, voedselrijk en vooral rustig totdat die vogelaar weer naar ze staat te loeren.

Wie zal het zeggen maar het is toch weer hele leuke breinbreker. Op internet en in mijn vogelboeken heb ik nog niets gevonden wat mij in de juiste richting stuurt maar ik geef nog niet op. 

Wil je meer weten van deze kleine doortrekkertjes, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/paapje

dinsdag 7 september 2021

Een jonge zwartkopmeeuw?

eerstejaars zwartkopmeew
De kleine meeuwtjes zijn in dit blog al vaak aan bod geweest en dat is niet voor niets zo. Ik vind de kleine meeuwtjes als je met meeuwen liefhebbers praat, altijd wat ondergewaardeerd. De aandacht gaat vrijwel altijd uit naar de grote meeuwen want die zijn moeilijk te herkennen en vragen extra veel kennis van de jaarkleden en dat kunnen er soms wel vier zijn. Bij de kleine meeuwen ligt dat allemaal wat eenvoudiger. Meestal maar twee en soms een derde jaarkleed maken het allemaal wat overzichtelijk.

Toch moet je zeker in die eerste twee jaar ook goed opletten en kun je zomaar een determinatie foutje van formaat maken. En dat gebeurde mij afgelopen week dus ook. 
lichtbruin, grijs, wit en zwart
Ik zag een jonge meeuw die wat kleiner oogde dan een kokmeeuwtje en daardoor ging ik er gemakshalve maar vanuit dat het een dwergmeeuwtje moest zijn. Ik had die op de bewuste plek al vaker gezien en sterker nog dat is misschien wel de beste plek om dwergmeeuwtjes te zien.

Het bleek dus een eerstejaars zwartkopmeeuw te zijn. Hij zat in het water waardoor de poten niet zichtbaar waren en dat is in dit geval toch wel belangrijk. Roze bij de dwergmeeuw, zwart bij de zwartkopmeeuw. Verder zien die eerstejaars kleden er vergelijkbaar uit. Lichtbruin, wat grijs, wat grauwwitte veertjes en nog geen uitgesproken tekening. De kenmerkende zwarte kop zie je volgend jaar pas. 

twee adulte zwartkopmeeuwen
De eerstejaars kokmeeuw die in de buurt dobberde zag er duidelijk anders uit en had achter het oog dat zwarte vlekje al duidelijk zichtbaar en dat miste die jonge zwartkop waardoor de keuze voor een kokmeeuw al snel afviel. 

En met deze wetenschap zal ik niet snel meer aan een dwergmeeuw denken. Temeer ook omdat de dwergmeeuw niet voor niets zo heet want die is echt nog een flink stuk kleiner dan de kokmeeuw.

Volgend jaar zomer ziet dit beestje er heel anders uit en is dan makkelijk te herkennen. De komende zeven maanden zijn ze hier afwezig en zitten ze wat zuidelijker in Europa. 

Wil je meer weten van deze lastige jonge meeuw, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwartkopmeeuw

vrijdag 3 september 2021

Overal bontbekjes?

bontje in zomerkleed(voorgrond)
Het zijn in het seizoen misschien wel de meest voorkomende en tegelijkertijd ook de minst opvallende steltlopertjes die er zijn. Bonte strandlopers kom je in het steltloper seizoen eigenlijk overal wel tegen en daardoor zijn ze ook wat gewoontjes geworden. Ik betrap mijzelf er ook op dat ik ze maar weinig aandacht geef, terwijl het prachtige vogels zijn die zeker nu nog in zomerkleed prachtig getekend zijn.

Meestal zie ik ze aan de kust in grote groepen en af en toe een enkeling in het binnenland. Ik ken ze voornamelijk van de Zeeuwse kust en in het binnenland ken ik ze van de Biesbosch. Bij laag water op de grote slikplaten in de Noordwaard van de Biesbosch. Daar zitten ze soms met een paar honderd bij elkaar. Ze staan vooral bekend als kustvogels en daar zie ik ze dan ook in grotere aantallen dan hier.

nog een beetje zomerkleed
In deze tijd arriveren ze uit de broedgebieden die ver noordelijk liggen. Het arctisch gebied is in de korte zomer daar het broedbiotoop en daarbuiten zitten ze vooral in het zuiden en overwinteren ze dus ook in Nederland. De afgelopen dagen ben ik ze weer op verschillende plekken tegengekomen. Nog niet in grote groepen maar wel in de verschillende kleden. Van een volledig zomerkleed tot een mooi grijswit winterkleed en alle variaties daartussen. 

Die verschillende kleden in deze periode zorgen bij mij wel eens voor verwarring. Ik wil nog wel eens denken dat ik dan bijvoorbeeld met een krombek strandloper te maken heb. Maar jammer genoeg is dat er deze afgelopen weken nog niet van gekomen. 

bontje in volledig winterkleed
De snavel van de bontbek buigt pas op het eind wat naar beneden terwijl die van de krombek vanaf de basis een lichte boog naar beneden maakt. Maar qua grootte zijn ze zeker in winterkleed goed te vergelijken. Trouwens een kanoet in winterkleed lijkt ook op een bontje maar die is wel een slag groter en dat maakt het er dus niet makkelijker op.

We zitten nu nog in de piek van de trek en dan kun je ze dus overal wel tegenkomen. De afgelopen paar weken alleen al kwam ik ze tegen in Noordervroon, Huis ter Heide, Noordwaard, PlanTureluur en Herkingen. 

Wil je meer weten van deze "grijze muis" onder de stellopers, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/bonte-strandloper

dinsdag 31 augustus 2021

Hoezo klein?

van links naar rechts; kanoet, bontbekplevier,
kleine strandloper, bonte strandloper
Vandaag zagen we aan de kust een mooi clubje kleine strandlopers. Op het eerste gezicht zou ik deze kleine steltloper niet direct als kleine strandloper herkennen. Ook omdat ik deze steltlopertjes niet al te vaak tegenkom maar ook omdat je een referentie nodig hebt om te zien dat dit de enige echte kleine strandloper is.

Met een andere vogel vergelijken maakt de determinatie van deze kleine steltloper een stuk makkelijker. En wat is het dan toch een klein vogeltje en wat is het toch ongelooflijk knap dat zo'n piepklein vogeltje in het najaar van het arctisch broedgebied via Nederland naar Afrika vliegt. 

Om ze te zien is de kust toch wel de beste plek want de najaarstrek gaat langs redelijk vaste routes en dan is het binnenland niet de eerste aangewezen route. In de Biesbosch wordt wel eens een melding van een kleine strandloper gedaan maar het blijft een zeer zeldzame waarneming.

slikplaatjes, ideaal foerageergebied
Ik zag ze vandaag tussen meeuwen zitten en wat is het grootte verschil dan toch enorm maar een kleine strandloper naast een bontbekpleviertje is ook gigantisch. Een bontbekje is al een kleine vogeltje maar wordt een reus naast een kleine strandloper.

Het groepje van acht kleine strandlopers bewoog zich op een slikje behendig tussen de meeuwen, sternen en anders steltlopers door. Wat mij opviel is, dat de strandlopertjes niet bang waren van de mantelmeeuwen, terwijl een mantelmeeuw met gemak een lijster in zijn geheel doorslikt.

dan ben je echt klein
De bonte strandlopers die er omheen foerageerden komen qua uiterlijk nog het dichtstbij. Ze zijn iets groter en hebben een donkere buik. Dat maakt het verschil en maakt het dus ook duidelijk. De kleine strandloper heeft een witte buik en een wat kortere snavel, verder is het gedrag identiek. Het voert te ver om ook andere steltlopers die er op lijken te noemen want die zaten vandaag niet in het gebied. Met wat geluk zitten de kleine strandlopers de komende maand nog aan de kust en lukt het nog een keer om ze te zien. Daarna duurt het tot april om ze weer te zien, dan gaan ze weer naar het poolgebied. 

Wil je meer weten van deze kleinste steltloper bij ons aan de kust, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-strandloper

vrijdag 27 augustus 2021

De zeldzame morinelplevier.

duizenden steltlopers in de lucht bij Tureluur
De plevieren familie is in deze tijd van het jaar bij ons goed vertegenwoordigd. Ze keren terug van de broedgebieden en komen hier uitrusten en opvetten en daar zagen we afgelopen maandag al flink wat soorten mee bezig. Trouwens de kievit behoort ook tot deze familie. De komende tijd kunnen we ze nog in steeds groter wordende groepen zien. 

Met name de Noordwaard in De Biesbosch en vooral Zeeland zijn van die plevieren hotspots. In Zeeland is Plan Tureluur misschien nog wel de beste plek om grote groepen plevieren te zien, vooral goudplevieren komen daar graag. Soms gaan wel tienduizend vogels de lucht is als er weer eens een slechtvalk overvliegt. 

morinel- en goudplevier
Vlakbij Tureluur zagen we in een gerooide aardappelakker meer dan vijftig bontbekplevieren maar daar waren we niet voor gekomen. In deze akker had ik een paar dagen eerder twee morinelplevieren gezien en daar wil je wel een stukje voor omrijden. Morinelplevieren zijn een stuk zeldzamer dan al die andere plevieren die we hier tegen kunnen komen. Helaas zaten ze daar niet meer want de boer was in deze akker aan het werk geweest en dat zal ze verstoord hebben.

Het was ook weer even geleden dat ik de morinelplevier had gezien, dat was namelijk in 2018. Doordat de vogel zijn zomerkleed al deels verruild heeft door het winterkleed valt hij een stuk minder op. In zomerkleed ziet de vogel er prachtig uit met de oranje-roestbruine buik en borst en helderwitte lange oogstreep is het een plaatje. 
goudplevieren
De morinel is nu aan het "verbleken" naar zijn winterkleed en ziet er daardoor minder spectaculair uit maar het blijft een prachtige vogel. Je kunt goed zien dat het een plevier is en hij lijkt qua grootte en silhouet dan ook op de goud- en zilverplevier. 

De morinellen van afgelopen week zaten in een akker en waren door de kleur van de klei maar moeilijk op te sporen. Ze zijn ook niet erg beweeglijk en zitten lang op dezelfde plek. 

Wil je meer weten van deze prachtplevier, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/morinelplevier



dinsdag 24 augustus 2021

De ene flamingo is de andere niet.

duizenden flamingo's bij Lake Nakuru in Kenia
Als ik aan flamingo's denk, denk ik altijd aan de enorme groepen greater en lesser flamingo's die wij jaren geleden zagen in Lake Nakuru in Kenia. En dat terwijl hier niet eens zover vandaan ook flamingo's leven. Op de een of andere manier zijn dat voor mij geen "echte" flamingo's omdat ik ze niet zo bij het Nederlandse klimaat vind passen en ook de omgeving of habitat hier is niet echt specifiek voor flamingo's te noemen. Toch leven ze hier en het zijn er ook nog eens een flink wat.

Maar daar zit ook meteen het addertje onder het gras want 90% van die flamingo's bij ons in Nederland zijn exoten. Van oorsprong ontsnapte
"echte" inheemse flamingo's
collectie- of dierentuin exemplaren. Het zijn ook geen inheemse flamingo's maar Chileense flamingo's en er schijnt ook nog een CaraĆÆbische flamingo tussen te zitten. Om ze te zien moet je naar Battenoord op Goeree. En gisteren was ik daar en zag inderdaad alleen maar exoten en geen "echte" flamingo's. Allemaal geringd en goed te herkennen, ze zijn ook veel kleurrijker dan onze inheemse vogels. 

Maar dat is geen enig en uniek onderscheidend kenmerk. Nee, dan gelden er weer meer regels zoals bij zoveel vogels. Alle onderscheidende kernmerken moeten kloppen anders zit je er vrijwel altijd naast.
Chileense flamingo
Die fout wordt heel veel gemaakt, op slechts een enkel kenmerk wordt een soort gedetermineerd en wordt vergeten dat een enkel kenmerk vaak ook bij andere vogels kan voorkomen. Het is de combinatie die de soort bepaald. Ik heb die fout in het verleden maar genoeg gemaakt maar al doende leert men en word je ook steeds kritischer op je eigen waarnemingen en ook hier geldt weer, "bij twijfel niet inhalen".

Maar goed, ik had het over echte en onechte flamingo's. Ik heb van de Chileense exoten en inheemse flamingo's goede foto's kunnen maken en dan zie je het vrijwel direct. Een van de belangrijkste kenmerken is de kleur van de poten. Chilenen hebben veel roze, hebben rode knieƫn en zijn kleiner. De zwarte snavelpunt loopt bij hun ook verder door. Europese vogels niet, die zijn lang, witter en de flink langere poten hebben geen rode knieƫn. De Europese flamingo's van gisteren zaten in een grote plas bij Plan Tureluur, Zierikzee. De Chilenen zaten bij Battenoord op Goeree.

Wil je meer weten van de exotische inheemse vogel, klik dan op de link;

vrijdag 20 augustus 2021

Waar zijn al die kemphanen toch?

kemphaan in de Noordwaard
Het ene jaar is het andere niet en dat geldt wel heel erg voor de vogelwereld. Daar kom ik ook nu weer eens achter nu ik in de telresultaten van de watervogel tellingen in de Noordwaard van de afgelopen paar jaar ben gedoken. Ik kwam hierop door mijn vragen die ik in mijn vorige blog had. Ik vroeg mij namelijk af waarom zoveel soorten steltlopers nu al, nog zo vroeg in de zomer, terug zijn uit de broedgebieden. Die vraag is voor mij nog steeds onbeantwoord maar daar kom ik nog wel een keer achter.

Wat mij in die telresultaten van de watervogeltellingen in de maand juli van de afgelopen paar jaar opviel, is dat kemp- hanen dit jaar in veel kleinere aantallen in de Noordwaard zitten dan in de jaren ervoor. Eigenlijk ziet dat er nu tegenovergesteld uit met al die andere soorten steltlopers. Die zijn nu wel aanwezig terwijl kemphanen amper te zien zijn. 

iets te diep?
Dit jaar lagen de dagtotalen kemphanen op een goede dag in juli op een kleine zeshonderd en dan zoals altijd loopt dat weer af in augustus. Vorig jaar lagen de dagtotalen ruim boven de duizend en soms wel op het dubbele van dit jaar. Wat zou hier de reden van zijn? Weer een vraag waar ik niet een twee drie een antwoord op weet. Er zijn een aantal factoren die mogelijk van invloed kunnen zijn.

en nog een.
En het is wel leuk om die jaren met elkaar te vergelijken want de omstandigheden in het gebied blijven elk jaar gelijk. Er wordt elk jaar stevig gemaaid en afgevoerd waardoor het open karakter elk jaar gelijk blijft. Als hier niets veranderd, is er geen reden om weg te blijven of om juist wel naar de Noordwaard te komen. Het zou dus aan de broedgebieden kunnen liggen of het kan aan de omstandigheden in de broed- gebieden liggen. Als de broedgebieden eveneens ongewijzigd blijven, dus de omstandigheden zijn min of meer optimaal om te broeden, wat is dan de bepalende factor om te vroegtijdig naar hier te vertrekken?

Het zou bijvoorbeeld aan het weer kunnen liggen. Kemphanen houden wel van een wat vochtiger broedgebied net als grutto's, kieviten en andere stellopers. En daar konden ze vorig jaar dus niet op rekenen, heet en droog was het met kans op mislukte legsels. Hitterecords werden in heel Europa gebroken en er viel maar weinig regen. 

Dit jaar is wel het tegenovergestelde gaande. Fris, regenachtig in heel Noord Europa en misschien wel gunstiger voor kemphanen te noemen met als gevolg meer geslaagde legsels? Er is dan geen reden om eerder naar hier te komen. 

Een andere mogelijke reden is dat vanwege de regenval hier en een wat hogere waterstand in de Noordwaard, kemphanen minder makkelijk kunnen foerageren en ook overnachten op de slikjes dan wat moeilijker is. En zo kan ik nog wel een paar redenen bedenken. Wie zal het zeggen? Het maakt de vogelwereld wel interessanter.

dinsdag 17 augustus 2021

Een assortimentje steltlopers.

29 juli, oeverloper op de oever
Als ik er zo eens goed over nadenk, dan is het broedseizoen van de steltlopers toch wel heel erg kort. Veel steltlopers zijn hier tot begin mei en moeten dan nog naar de broedgebieden in ScandinaviĆ« en soms nog veel verder naar SiberiĆ« vliegen. Daar aangekomen moeten ze gelijk aan de bak en dan denk ik altijd dat het nog een hele tijd gaat duren voordat ze weer terug zijn maar niets is minder waar. 

Vorige maand, eind juli, ben ik een paar keer aan de kust en in de Biesbosch geweest en zag hier vrijwel het hele assortiment steltlopers alweer rondlopen. Nog niet in de mega grote aantallen zoals in april, mei maar ze zijn toch alweer in redelijke aantallen aanwezig. 
27 juli, kanoeten en rosse grutto's
Ik was in de veronderstelling dat eind augustus de trek pas op gang zou komen maar eind juli zijn de eerste vogels dus alweer terug. Die vogels lopen veelal nog in hun zomerkleed rond en zijn dus amper drie maanden weggeweest. Het is dan toch bijna ondenkbaar dat deze vogels een succesvolle broedperiode achter de rug hebben?

Al piekerend over deze waarnemingen ga je van alles denken. Zouden die enorme branden in Siberiƫ ervoor gezorgd hebben dat vogels hun broedgebied noodgedwongen eerder hebben moeten verlaten? Zijn de legsels mislukt door voedselschaarste? Vragen, vragen, vragen.
27 juli, zwarte
ruiter en tureluur
Het zal voor mij wel nooit duidelijk worden en voor hetzelfde geld is dit een normale gang van zaken en valt het mij nu toevallig op dat ze er alweer zijn. Wie weet?

Ik weet van de grutto's bij ons dat als het legsel mislukt is, ze vrijwel direct uit hun broedgebied vertrekken en daarom zie je ze soms in mei al in flinke groepen in de Biesbosch. Opvetten en goed doorvoed vertrekken naar Afrika.

De steltlopers die nu al hier vanaf eind juli zijn, hebben dan wel ruim de tijd om op te vetten en zijn dan in prima conditie om straks de volgende etappe aan te gaan en hebben dan een goede kans om gezond bestemming Afrika te bereiken. 


vrijdag 13 augustus 2021

Die gouwe grasmus.

een bedelende jonge grasmus
Laten we het maar eens een keer positief houden. Ik heb daar soms behoefte aan want er komt al genoeg negativiteit op ons af en daar word ik ook niet vrolijk van. In de natuur zijn, helpt dan. Waar ik dus vrolijk van word, zijn die grasmusjes want die doen het toch zo goed. Jaar na jaar groeit de populatie en daar krijg ik ook heel makkelijk iets van mee. Ik houd mijn oren en ogen open als ik in de natuur loop kom ik ze dan werkelijk overal in flinke aantallen tegen. In de bossen van Dorst, de Oranjepolder, Bleeke Heide, de Biesbosch, Huis te Heide, duinen van Goeree etc. etc.

En in deze tijd van het jaar, vlak na het broedseizoen, liggen die aantallen vogels per soort het hoogst. De ouderparen met hun jongen vliegen nu in familiegroepen rond en die aantallen lopen gedurende het verdere jaar gestaag terug. 

een deel van de familie van vijf
Veel van die vogels sneuvelen door ongelukjes, predatie en ziekten, dat is nu eenmaal de natuur. Niet opbeurend. Toch blijven er elk jaar weer net iets meer grasmussen over dan in een voorgaand jaar en daardoor groeit zo'n populatie. En daar word ik dan wel blij van. Grasmussen weten hoe ze dat moeten doen want elk jaar komen er weer een kleine 5% meer grasmusjes bij. In de afgelopen 35 jaar is de populatie zelfs verviervoudigd, alsof het niks is.

Die groei merk ik alweer heel wat jaren, van twee, drie roepende mannen in de polder zijn er dat nu zo'n acht en ook in het bos en op andere plekken hoor ik steeds vaker een roepende grasmus. 

oud en jong
Bij Huis ter Heide zitten een paar mooie familiegroepen die nu met hun jongen door het gebied trekken. Deze jongen zijn van de tweede leg van dit jaar en die hebben de mindere papieren om de trek naar Afrika te overleven dan hun iets oudere broers en zussen. De eerste leg is inmiddels volwassen, sterk en een stuk meer ervaren om alle gevaren te trotseren.  De komende weken gaat het er om spannen, dan staat de grote reis voor de deur en kan ik alleen maar hopen dat in april 2022 weer meer grasmussen terugkeren dan dit jaar. De groei moet tenslotte doorgaan! Als dit geen positief verhaal is, dan weet ik het ook niet meer.

Wil je meer weten van deze mooie krasmus, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grasmus

dinsdag 10 augustus 2021

teeh,teeh, teeh, teeeeeeeeeeeh, of zo iets.

de 5e van Beethoven klonk volop
Gisterenmorgen werd ik verrast door de zang van een geelgors. Ik hoopte ze nog wel te zien maar de hoop om ze in augustus nog te horen zingen had ik eigenlijk nog voor mijn wandeling door het Merkske al opgegeven. Want welke vogel zingt nog in augustus? Dat zijn er maar heel weinig. Ik hoor eigenlijk alleen nog de winterkoning, tjiftjaf en een verdwaalde zwartkop. Soms nog een mereltje maar verder is het qua zang erg stil. Je hoort nog wel wat vogels roepen en alarmeren maar de echte uitbundige zang die je in het voorjaar tijdens de baltsperiode hoort is over. 

Dus die zingende geelgors is een mooie uitzondering op de regel. Tijdens mijn wandeling door dit enigszins verwaarloosde natuurgebiedje hoorde en zag ik verschillende geelgorzen. 

jonge grauwe klauwier, tjiftjaf en grasmus
Veel westelijker in Brabant dan hier tref je ze niet meer aan. En het is voor mij niet voor te stellen dat zo'n vijftig jaar geleden de geelgorzen ook hier in het westen vrij algemeen waren. Wat de reden is geweest van de naar het oosten wegtrekkende zangers, weet ik niet. Het zou best wel eens door de ruilverkavelingen en intensieve landbouw van de zeventiger jaren en daarna kunnen komen.

Maar Het Merkske is voor veel vogels en zoog-dieren een fantastisch gebied en niet voor niets voelen veel mooie vogelsoorten zich hier helemaal thuis. Voor de wandelaar is het een blubberpad dat grotendeels overgroeid is met allerlei planten, grassen, rietpluimen en brandnetels. Niet uitnodigend maar dat vind ik weer fantastisch en ik kom er heerlijk niemand tegen. Remy, alleen op de wereld zeg maar.

Behalve die zingende geelgorzen zag ik reeƫn, hazen, een vos en zaten veel jonge vogels in de struiken. Jonge tjiftjafs, fitis, grasmussen, grauwe klauwier, mezen en een wielewaal. Dat geeft de relatieve rust in het gebied wel aan. Die geelgorzen verzamelen zich straks weer in enorme groepen en foerageren samen met honderden groenlingen op de Bleeke Heide. Je moet de plekjes wel weten maar als je die weet dan heb je ook wat. Een waar spektakel zeg maar en dat de hele winter door.

Wil je meer weten van deze zanger met zijn beroemde liedje, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/geelgors

vrijdag 6 augustus 2021

Purpers op pad.

voorbij vliegende purperreiger
Nog een paar weken en dan zit het broedseizoen er voor de purperreigers weer op en kunnen ze gaan overwinteren in Afrika. Ze vliegen dan de Sahara over om in de overwintergebieden te komen. In januari 2008 zagen wij ze overwinteren in het vogelrijke Gambia samen met acht andere reigersoorten zoals rifreigers, zwarte reiger, ralreiger, kwak, koereiger en grote en kleine zilverreigers.  Die purperreigers die we daar zagen, kunnen zomaar "Nederlandse" overwinterende purperreigers zijn geweest. Wie zal het zeggen?

De dichtstbijzijnde purperreigerkolonie voor ons was die van de Sliedrechtse Biesbosch. Ik ben verschillende keren mee geweest om deze kolonie te tellen. Met het waadpak aan door een soort mangrovebos ploeteren om bij de nesten te komen was werkelijk een avontuur en een uitdaging. Deze kolonie is nu sinds twee jaar verlaten en de purperreigers hebben zich verplaatst of zeg maar, verspreid over de Biesbosch. Ik weet alleen niet of ze ook al tot broeden zijn gekomen. 

In het broedgedrag van de purpers is wel wat veranderd. Van het broeden in lage, kleine wilgen met de nesten op minder dan twee meter zijn ze weer terug op de grond in het riet gaan broeden. Dat deden ze heel vroeger ook maar door predatie zijn ze gaan verkassen naar wat hogere broedgelegenheden. En nu lijkt het er op dat ze weer op de grond in het riet zitten.

Om een flinke populatie purperreigers te zien moet je nu wat verder rijden naar de Zouweboezem bij Lexmond. Daar vliegen de purperreigers nog volop rond en hoef je geen moeite te doen om ze te zien. Ik was daar eergisteren en zag zeker twaalf vogels vliegen. De exacte broedlocatie is mij nog steeds niet duidelijk maar foerageren doen ze in ieder geval in de weilanden van de Zouweboezem. Door hun bruin/gele strepen vallen ze in het hoge gras en riet niet op. Ze hebben een perfecte schutkleur en je ziet pas op het laatste moment omhoog vliegen.

de Zouweboezem
Dat kan nog een paar weken en dan is het gedaan en zijn ze weg. Ik kijk ook weer uit naar de avonden dat ze in flinke aantallen langskomen. 

Ze vertrekken in de avond een paar uurtjes voor de schemering en vliegen op redelijke hoogte in flinke groepen zuidwaarts. In los verband en soms in een treintje zie je ze dan voorbijkomen. Je kunt op een goede avond, eind augustus, begin september zomaar een club van twintig, dertig vogels zien vliegen. 

Wil je meer weten over deze bijna mooiste reiger, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/purperreiger

dinsdag 3 augustus 2021

Een dwerg in aalscholverland.

de dwergaalscholver
Toen ik hem dan uiteindelijk toch zag zitten dacht ik, wat doet zo'n beestje hier? Ik kreeg bijna medelijden met hem of haar. De dwergaalscholver die alweer een kleine twee maanden bij Utrecht en Nieuwegein zit, heeft het hier blijkbaar goed naar de zin en weet zijn kostje toch bij elkaar te scharrelen. Maar dit is in de verste verte niet het gebied waar hij thuishoort

Ik ben er maar eens even ingedoken want ik werd toch nieuwsgierig naar dit kleine aalscholvertje. Er zwom een meerkoet voorbij en die is niet eens zoveel kleiner dan deze vogel. Maar ja, hij heet per slot van rekening niet voor niets "dwerg"aalscholver. De spanwijdte van een aalscholver is ongeveer anderhalve meter en deze aalscholver komt niet verder dan een centimetertje of negentig. Van oorsprong komt deze dwerg uit de regio Griekenland, Turkije, voormalig JoegoslaviĆ« en Midden-Oosten en sinds enkele jaren broeden ook een aantal koppels in Noord ItaliĆ« en Oostenrijk. 

een "gewone" aalscholver
Het leefgebied van deze aalscholver is toch vooral in het binnenwater, moerassen, rivierdelta's en meren. En met onze moerassen, rietvelden, rivierdelta zou dat dus ook kunnen. En er zijn al meer vogels die langzaamaan hun leefgebied noordwaarts hebben uitgebreid, denk maar eens aan de cetti's zanger.

Ze komen dus dichterbij maar hoe deze ene vogel nu hier verzeild is geraakt is mij een raadsel. Aan het verenkleed te zien, is dit een volwassen vogel in zomerkleed en is hij volgens mij in het voorjaar de verkeerde kant uitgevlogen. Hij zou in plaats van zuidwaarts richting Griekenland, noordwaarts richting Nederland zijn gevlogen. Zou er iets met zijn interne GPS systeem of kompas mis zijn? Een andere reden zou kunnen zijn dat deze pionier het plan opgevat heeft om het broedgebied verder noordwaarts uit te breiden. 

bijna even groot
Een ding weet ik dan zeker, succesvol wordt deze koloniebroeder nu niet en de terugweg is lang en gevaarlijk, als het ooit zover komt. Neemt niet weg, dat ondanks alle bedenkingen, het heel erg leuk is om zo'n zeldzame vogel van dichtbij te kunnen bekijken. 

Een poging vorige maand mislukte net, de vogel was die bewust ochtend net gevlogen om een weekje uit beeld te blijven. Daarna dook hij wat verder naar het zuiden op en daar zit hij nu nog.

Wil je meer weten van deze kleien aalscholver, klik dan op de link;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Dwergaalscholver

vrijdag 30 juli 2021

Jong gebroed zoeken.

jonge roodborsttapuiten en nachtegalen 
in de duindoornstruiken
Kijk, deze tijd is niet de mooiste tijd van het jaar voor een vogelaar. De meeste vogels zwijgen en laten zich niet makkelijk zien. Sommige vogels vertrekken al naar het zuiden zoals de koekoek en een dezer dagen de gierzwaluw. Niet veel later volgen er meer en zo wordt het steeds stiller. Het duurt dan weer een paar maanden voordat hier de "wintergasten" arriveren en we zitten deze tijd dus in een zogenaamd wak.

Niet helemaal trouwens want de jonge vogels zijn in grote getale aanwezig, redelijk onzichtbaar en zeker geluidloos want zingen doen ze pas over een klein jaar als ze zelf gaan nestelen.

gaai, blauwborst, rietzanger, rietgors
Je moet het dan over een andere boeg gooien en op gehoor de natuur ingaan heeft dan nog maar weinig zin. Wat meer tijd besteden aan rietstroken, lage begroeiing in de duinen, vrijstaande bosjes in het agrarisch gebied en in het bos in de boomtoppen turen, loont dan de moeite. 

Je moet namelijk niet vergeten dat het in deze tijd van het jaar krioelt van de jonge vogels. Dat wordt de komende maanden wel steeds minder want er sneuvelen nogal wat van die kleintjes, is het niet door de vogeltrek dan is het wel door onervarenheid en de aanwezigheid van rovers in alle maten en soorten.

Behalve dat het toch leuke soorten oplevert, leer je er ook weer wat van want sommige jonge vogels lijken in de verste verte niet op hun ouders. Het jeugdkleed is onopvallend en zorgt voor maximale bescherming. En dat is om te overleven ook nodig. 

3 jonge torenvalken
De nachtegalen zijn als jonge vogel, net als hun ouders vrijwel onzichtbaar maar de bedelroep is opvallend en niet te verwarren met andere zangers, de blauwborst laat zich goed zien maar is zo bruin als chocolade en andere vogels hebben een niet volledig uitgekleurd verenkleed waardoor je goed kunt zien dat het jonge vogels zijn.

De afgelopen week heb ik weer veel jonge vogels gezien en heel soms ook gehoord, Ik hoorde ze natuurlijk niet zingen maar wel de bedelroep om eten en die roep is niet altijd makkelijk te herkennen. 
steltkluut, bontbekplevier,
gekraagde roodstaart, grauwe
klauwier

Wat langer wachten en in de bosjes, boomtoppen of op de grond loeren levert dan wel wat op. De ouders verraden dan soms met wie ik te maken heb. Ze zitten dan met de snavel vol voer te alarmeren omdat ik de dicht in de buurt kom. Met wat speurwerk ontdek ik dan de hongerige jongen. Het is weer een andere manier van vogels kijken maar erg leerzaam.

Maar goed, over een paar weken ziet de vogelwereld er weer heel anders uit, veel zangers zijn dus zoals gezegd vertrokken en de steltlopers uit het noorden zijn dan weer hier. Om aan te sterken en op te vetten om daarna weer verder te gaan, fascinerende periode die bij mij eigenlijk als de stille en saaie periode te boek staat. Dat is het dus niet, het is alleen een kwestie van aanpassen.










woensdag 28 juli 2021

Boomvalken gespot.

Anderhalve maand geleden had ik het al over de boomvalken in de polders om ons heen en was benieuwd naar de nieuwe stek van dit jaar. De boomvalken gebruiken altijd een oud nest van kraaien of ekster en bouwen zelf niets. Ze zijn dus afhankelijk van anderen om ergens te kunnen broeden en daarom weet je nooit waar ze ergens neerstrijken. Vaak zitten ze in de Oranjepolder en vorig jaar in de Willemspolder, hemelsbreed maar een paar honderd meter verder. 

Tot vorige week was ik er nog niet achter waar ze dit jaar zaten. Totdat we vorige week woensdag al fietsend in de polder van 's-Gravenmoer twee boomvalken hoorden en zagen. Ze stegen snel naar enorme hoogten en waren maar amper meer te zien om daarna in een vrije val bijna loodrecht naar beneden te duiken. Vlak boven een populieren bosje trokken ze aan de rem en maakten een een mooie boog langs de bomen. 

het populierenbosje in de polder
Het leek verdacht veel op een baltsvlucht maar zo aan het van de maand juli lijkt mij dat wat aan de late kant. Het zou kunnen want boomvalken zijn nu eenmaal late broedvogels. Ze komen sowieso al heel laat tot in juni terug uit Afrika en moeten dan nog starten met het broedseizoen. Het zou dus kunnen maar dan wordt het toch wel spannend of de jongen rond eind september wel op tijd wegkunnen. Ik twijfel maar zeg nooit, nooit.

Voedsel vinden ze hier maar genoeg. Volop libellen en een late zwaluw lukt ook nog wel. De vele libellen in de Donge lopen groot gevaar door deze twee en het is misschien wel de reden dat ze hier in de buurt een nest hebben gezocht. 

Boven het water van de Donge vliegen opvallend veel libellen en dat komt misschien ook wel door de grote bedden met gele plomp en waterlelies. Volop ruimte om de eitjes af te zetten. Het ziet er in ieder geval prachtig uit. Blijft nog de vraag, zitten naast dit koppel boomvalken nog meer boomvalken in de polders om ons heen? De komende tijd is het zeker niet verkeerd om eens door de polders te fietsen want dat is toch de beste manier om deze snelle jagers te vinden. Wordt vervolgd!

Wil je meer weten van deze kleine valk die pas in mei en juni arriveert, klik dan op de link;


vrijdag 23 juli 2021

Zwartkopmeeuw in de polder.

de oogst is binnen, de stront kan er in.
Afgelopen week zijn de boeren in de Oranjepolder druk geweest met het binnenhalen van gras en tarwe. De velden zijn nu leeg en zijn vrijwel direct daarna met tienduizenden liters stront geĆÆnjecteerd. Ik verbaas mij elke keer weer hoeveel van die tankwagens mest in een wei of akker worden geleegd. In een gemiddeld raaigras weiland zijn dat drie tankwagens van 32.000 liter, alsof het niks is. 

In een gemiddeld raaigras weiland is al niet veel bodemleven te bespeuren en wat er dan nog wel leeft wordt door die enorme hoeveelheid drijfmest de grond uitgejaagd. 

geringde zwartkopmeeuw met pier

Al die emelten, pieren en andere bodemdiertjes die er dan nog in zaten, worden vrijwel direct nadat ze hun kopjes boven de grond uitstaken, opgegeten door een paar duizend kraaien, kauwen, roeken, houtduiven, spreeuwen, kokmeeuwen, kleine mantelmeeuwen, stormmeeuwen en zwartkop- meeuwen. Een enorm vreetfestijn dat een paar dagen duurt.

Die laatste genoemde vogelsoort, de zwartkop- meeuw is in de Oranjepolder een zeer zeldzame bezoeker. Pas een keer eerder, maart 2017, heb ik die daar gezien. Afgelopen week zaten tussen al die vogels maar liefst acht zwartkopmeeuwen. Een van de vogels was geringd en dat is een meeuw die op het eiland in de Hardenhoek in de Noorwaard is geboren en geringd. In de afgelopen paar jaar is daar de populatie zwartkopmeeuwen uitgegroeid naar ongeveer 156 broedparen. 

kok- en zwartkopmeeuw
In totaal leven in de Biesbosch volgens de laatste telling van tien dagen geleden nu ruim 500 zwartkopmeeuwen, oudervogels en jonge uitgevlogen vogels tezamen. Van oorsprong komt deze meeuw uit de buurt van de Zwarte Zee en is langzaamaan in heel Europa te vinden. Nederland is wel het meest noordelijke verspreidingsgebied en hier krijgt deze meeuw steeds meer voet aan de grond. De komende tijd gaan de zwartkopmeeuwen weg richting het zuiden en blijven slechts enkele tientallen zwartkop meeuwen hier om te overwinteren. 

Wil je meer weten van deze voor Nederland vrij nieuwe meeuwensoort, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwartkopmeeuw