dinsdag 21 januari 2025

Zeearenden volgen.

koppel zeearenden 14 jan 2025
In de Biesbosch ligt de polder de Groote Muggenwaard en dat is voor een koppel zeearenden dat hier in de buurt verblijft een soort "all inclusive" resort. Hier zitten enkele duizenden eenden en ganzen die voor deze twee reuzen een vrij makkelijke prooi zijn. 

Afgelopen week zag ik een van de twee met een half afgekloven brandgans naar een hoog-spanningsmast vliegen waar hij nog wat stukjes malse ganzenborst van het skelet knaagde. De andere zeearend zat een paar meter verder toe te kijken en leek niet veel interesse te hebben in de restjes die de andere zeearend over had.

prooiresten smaken nog best
Toen ik wat beter keek zag ik dat beide vogels geringd waren en de zeearend met de prooi had ook nog eens een GPS zender op zijn rug zitten. Op de zwarte pootring las ik WN36 af en bij de andere zeearend zag ik dezelfde zwarte ring ook met de letters WN maar de twee cijfers kon ik jammer genoeg niet aflezen. De vogel had in de modder gestaan waardoor de cijfers onleesbaar waren geworden.(later bleek dat WN43 te zijn)

De twee zeearenden hebben deze mast uitgekozen als hun vaste uitkijkpost waarvandaan ze een prima zicht op de gedekte tafel hadden. Ze hebben na wat onderzoek alweer een paar jaar een territorium in de Biesbosch maar zijn tot nu toe nog niet tot broeden gekomen. Misschien is dit het eerste jaar dat het gaat gebeuren. Het mannetje(links op de bovenste foto) is ouder dan 4 jaar en dat kun je aan de spierwitte staart zien. Maar het vrouwtje heeft die witte staart nog niet maar die is aan het verkleuren van bruin naar wit.

samen zeilen boven de Noordwaard
Je kon goed zien dat deze twee goed met elkaar konden opschieten want behalve naast elkaar zitten in de hoogspanningsmast, zag ik ze ook samen vliegen en dat samen vliegen zag er erg interessant uit. De twee zochten elkaar hoog in de lucht steeds op om dan samen de thermiek op te zoeken en samen in de zelfde richting in een glijvlucht richting de rivier te zeilen. Dat patroon herhaalden ze steeds opnieuw en de richting waarin dat gebeurde geeft te denken. Zou dat de richting van het aanstaande broedterritorium zijn? Stel dat het lukt dan hebben we er weer een broedpaar bij en zo groeit het aantal broedparen zeearenden langzaam verder. Ik ben benieuwd hoe het luchtruim boven de Noordwaard er over 6 maanden uitziet.

Wil je meer weten van deze kolossale luchtacrobaat, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zeearend


donderdag 16 januari 2025

Het is weer bosuilentijd.

bosuil deze week
Een bosuil is al heel vroeg met de voorbereidende werkzaamheden voor het aanstaande broed seizoen bezig. Het nachtelijke roepen is begonnen en daarmee worden de vrouwtjes geroepen en als het goed is, roepen de vrouwtjes terug. Dat terugroepen is korter en hoger van geluid maar niet te verwarren met een andere vogel in het nachtelijke bos. Dat roepen gaat nog wel even door en helpt mij met het vinden van de verschillende territoria.

Ook al is het de meest algemene uil van ons land, het blijft een lastige soort om te zien. Maar als je eenmaal weet waar zijn territorium is, dan kan hij daar jarenlang te zien zijn.


bosuil in een zwaar gehavende boom
Ze zijn erg honkvast en trouw aan hun gebiedje. Door de jaren heen wist ik steeds weer een nestboom te vinden maar die werd dan door een flinke storm omgeblazen, weg bosuilenstek en kon ik weer opnieuw gaan zoeken. Dat die bomen omwaaien is eigenlijk ook niet eens zo gek want het zijn bomen die iets mankeren anders waren ze niet hol. Een uil hakt geen nest uit maar gebruikt een bestaande holte in een boom van bijvoorbeeld een specht.

Wat voor mij nieuw was, is dat onze bosuilen in de winter gezelschap krijgen van buitenlandse overwinterende bosuilen en daarmee groeit de bosuilenpopulatie in Nederland met 50% naar ongeveer 18.000 exemplaren. 

bijna onzichtbaar
En dat roept bij mij dan ook gelijk de vraag op, waar gaan die beesten dan overwinteren want onze eigen bosuilen beginnen nu zo'n beetje met het bezetten van de territoria en begint de baltsperiode. In hoeverre zitten die twee groepen bosuilen elkaar in de weg? Waarschijnlijk lossen ze dat op een handige manier op maar een feit is wel, er zitten nu volop bosuilen in ons land.

Toch de moeite om in het bos eens wat vaker omhoog te kijken. Als ze vrij zitten, gaan ze meesstal we in de buurt van de stam zitten waardoor ze wat uit het zicht zitten. Ja ze zijn niet op hun achterhoofd gevallen. Ook al zijn het een boel uilen, ze spotten is toch een ander verhaal. Deze week zag ik er een vrij zitten en het zou mij niet verbazen dat dit een buitenlander is. De plek klopt niet echt maar het was wel heel leuk om hem zo te zien zitten genieten van het ochtendzonnetje. 

Wil je meer weten van deze spookachtige nachtbraker. klik dan op de link;

maandag 13 januari 2025

Het houtsnippen mysterie.

houtsnippengebied
Er zijn van die vogels die in redelijke aantallen, verspreid door heel ons land voorkomen maar die je niet of nauwelijks ziet. En dan bedoel ik niet eens de echte nachtvogels maar een vogel die je ook overdag tegen zou kunnen komen namelijk de houtsnip. Foerageren doen zo trouwens ook wel 's-nachts. Om een idee te geven, de hele ravenpopulatie in Nederland is ongeveer 250 broedparen groot terwijl de houtsnippenpopulatie maar liefst 3500 broedparen groot is. Het tegenwoordig makkelijker om een raaf te spotten dan om een houtsnip te vinden.

Afgelopen week was het dan zover dat ik met een goede kennis op houtsnippensafari ben gegaan. We gingen naar een gebied waar bewezen houtsnippen voorkomen. Geen incidenteel exemplaar maar een heuse winterpopulatie. De Nederlandse houtsnippen worden in de winter vergezeld van vogels uit Noord- en Oost-Europa. Alhoewel ook gezegd wordt dan onze snippen naar het zuiden en Groot-Brittanniƫ wegtrekken.

houtsnip verstopt onder de struiken
De houtsnippen zijn liefhebbers van flinke stukken bos, lekker vochtig, een dikke bodem van bladeren, humus en mos en een redelijk dichte ondergroei. En ja, ze hebben nogal wat noten op hun zang. Alhoewel die zang niet veel voorstelt en zich beperkt tot een knorrend geluid wat mij doet denken aan het kwaken van een kikker. Het gebied waar we de houtsnippen gingen zoeken, beantwoorde aan alle eisen van de snip en het werd daarmee voor ons een soort jungletocht met kruipen, sluipen, klimmen en waden door het dichtbegroeide bos.
Het kostte dan ook nogal wat tijd om door het perceel te komen en het duurde dan ook een flinke tijd voor de eerste snip gevonden was. De vogel zat verscholen in het dichte struweel en zat redelijk goed verborgen achter een dikke tak waardoor een foto maken niet mogelijk was. Maakt niet uit, de eerste snip was gezien en niet heel veel later vonden we nummer twee, Missie geslaagd. Soms moet je er veel voor doen maar dan heb je ook wat. Weer een mooie soort voor de jaarlijst van 2025.

Wil je meer weten van deze geheimzinnige vogel, klik dan op de link;

zaterdag 11 januari 2025

Een bijzondere duiker.

ijsduiker jan 2020 Oosterscheldekering
Afgelopen week begon het nieuwe vogeljaar goed. Een dagje naar Zeeland kan namelijk mooie waarnemingen opleveren en dat was deze keer ook het geval. Een prachtige ijsduiker dobberde in de luwte van een dijk op een groot water. De wind was bijna niet te harden en ik had er niet veel hoop op om deze bijzondere duiker te vinden. Het is sowieso een lastig beest want hij houdt flink afstand en is meer onder water dan boven water te zien. Hij duikt om de haverklap weg en als hij dan eindelijk even boven water is, zit hij hij net iets te ver weg om een foto te maken. 

De enorme dolksnavel valt dan gelijk op en ook het formaat van de vogel is enorm. Hij is vergeleken met een roodkeelduiker twintig centimeter langer en als je dat in het water ziet dobberen dan valt dat slagschip ook direct op. 
ijsduiker met een visje
3 dec 2021 Philipsdam

De ontmoeting met deze knaap was de eerste weer eens sinds drie jaar. Zo lang was het alweer geleden dat ik een ijsduiker had gezien. Er zijn er nooit zo heel veel in ons land en dan meestal ook nog eens op plekken waar je niet vaak komt. Ze hebben niet vaak een vaste stek en kunnen door het hele land waargenomen worden. En om er nu speciaal een verre tocht voor te ondernemen gaat mij te ver. Hoewel er een keer een in de Biesbosch heeft gezeten maar dat is weer wat langer geleden.

IJsduiker in zomerkleed
Jasper National Park, jul 2001
De ijsduikers die ik hier heb gezien waren altijd in hun winterkleed gehuld en eigenlijk is dat een saai kleed om te zien, ooit heb ik een exemplaar in zomerkleed gezien maar dat was dan ook in het gebied waar ze broeden namelijk Noord-Canada. Deze zomerse ijsduiker liet zich ook veelvuldig horen wat werkelijk een prachtig mysterieus geluid is zeker ook omdat de omgeving erg stil was en we geen last hadden van omgevingsgeluiden zoals snelwegen of andere geluidsververvuiling. En ik weet mij nog te herinneren dat ook toen die enorme dolksnavel opviel. Ik ken maar weinig zeevogels die net zo'n enorme snavel hebben en eigenlijk komt alleen de Jan van gent daarbij in de buurt. In ieder geval kan ik weer een paar jaar tegen nu ik hem weer eens heb gezien al hoop ik wel op een eerdere ontmoeting.

Wil je meer weten van dit noordelijke slagschip, klik dan op de link;

dinsdag 7 januari 2025

Massa's kuifeenden.

overwinterende kuifeenden dobberen maar wat
Het aantal overwinterende kuifeenden in de Biesbosch is nog steeds enorm. Duizenden kuifeenden hebben zich in de Noordwaard en op de spaarbekkens verzameld en brengen hier de winter gezamenlijk door. Dat doen ze al jaren en jaren en het lijkt erop dat de aantallen niet echt kleiner worden. Weer eens wat ander dan al die sombere verhalen over verdwijnende soorten. Nee het gaat gewoon goed met de kuifeend.

Het is in Nederland geen grote broedpopulatie maar in het najaar, zo naar de winter toe nemen de aantallen toe. 

kuifeend mannetje 18 nov 2015
Onze kuiven vertrekken naar het zuiden en de noordelijke kuiven komen naar hier om te overwinteren in ons milde klimaat, En dat aantal overwinteraars is niet gering en is gewoon het tienvoudige van onze broedpopulatie dus dat zijn er nogal wat. Op het spaarbekken, de Petrusplaat zitten zomaar 500 tot 1000 exemplaren. In de Spieringpolder zitten ook makkelijk 500 exemplaren en dan neem ik het Hollands Diep aan het eind van de Biesbosch, Het krekenstelsel en de twee andere spaarbekkens niet eens mee. 

Afgelopen week heb ik twee grote groepen kuiven minutieus bekeken op zoek naar een verdwaalde topper. Die lijkt sprekend op een kuifeend, is net iets groter en anders getekend. 
topper vrouwtje, 4 dec 2024
Zeker het vrouwtje verwar je zo met een kuifeenden vrouwtje. Maar helaas zat er voor mij geen topper tussen. Begin december zag ik nog een topper vrouwtje in Zeeland en dat is ook een aannemelijke plek om er een te zien. Toch loont het wel de moeite om in de Biesbosch tussen de kuiven te speuren. Elk jaar zit er wel eentje tussen.

De kuifeenden in deze tijd zijn prachtig van kleur en je kunt zien dat ze aan het begin van de herfst hun verenkleed geruid hebben. De kleuren zijn fris en de tekening is scherp. En om ze dan in van die grote groepen samen te zien is prachtig. Wat overigens wel opvalt is dat de verhouding mannen en vrouwen niet in evenwicht is. Het zijn over het algemeen mannen, zeg maar in de verhouding 65% mannen en 35% vrouwen. Dat is misschien zorgelijk behalve als het aantal vliegvlugge jongen maar groot genoeg is.

Wil je meer weten van deze prachtige kleine eend, klik dan op de link;

donderdag 2 januari 2025

Zijn er nog jonge kleine zwanen?

jonge kleine zwaan, feb 2023
Het is een jaarlijks terugkerend onderwerp, de aankomst van de eerste kleine zwanen bij ons in de polder. De datum van de eerste vogels schuift ook alweer enkele jaren steeds iets verder op. De tijd van de aankomst vaan de eerste kleine zwanen in november ligt alweer een eindje achter ons. Ook december is geen zekerheidje meer. Des te blijer was ik toen ik vorige week op 23 december de eerste twee kleine zwanen tussen de grote groep knobbelzwanen zag zitten. Toch nog in dit jaar.

Het is nu de spannende vraag of ze blijven en of er binnenkort meer bij komen en de belangrijkste vraag van alle vragen over de kleine zwanen is, hoeveel jongen brengen ze mee? Ik weet dat het al jaren niet goed met ze gaat en de aantallen meegebrachte jongen steeds lager liggen wat uiteindelijk een bedreiging van het voorbestaan van de soort is. De jaren van 7% of meer meegebrachte jonge zwaantjes halen we al tijden niet meer. En dat als je weet dat voor het voortbestaan van de soort 12% jonge kleine zwanen per jaar nodig is. De populatie is snel aan het vergrijzen en dat voorspelt dus niet veel goeds.

koppel kleine zwanen met 6 jongen
Willemspolder 16 jan 2016
Ook de groep kleine zwanen is kleiner dan jaren geleden maar dat heeft ook een andere reden. Door het veranderende klimaat hoeven de vogels ook niet meer zover naar het zuiden te vliegen en stoppen ze tijdens de jaarlijkse trek een stuk dichter bij huis. 

De weinige asgrijze jonge zwanen die met de ouders meekomen hebben dus straks geen weet meer van het bestaan van Nederland als geschikt overwintergebied en dan is het helemaal afgelopen. Ook al zou er weer een periode aanbreken van koude winters dan is het maar de vraag of we ze hier dan weer gaan zien.
Willemspolder 23 jan 2021
Volgens mij is dit gedrag voor een deel ook door de ouders overgedragen door ze in de praktijk de trek mee te laten maken. Kortom, ook in dit geval is er een grote verandering op komst en gaan de vogelaars van de toekomst naar heel andere vogels kijken dan wij dat nu doen.

En hoe het verder gaat met de kleine zwanen weet ik niet maar wat ik wel weet is dat met dit klimaat beleid het voor deze vogels hoogstwaarschijnlijk te laat is. De aarde warmt verder op, de temperatuur is in het broedgebied van de kleine zwanen te hoog en daardoor broeden ze niet meer. Of ze zich snel genoeg aanpassen om nieuwe broedgebieden te zoeken vraag ik mij ook af en ziet het er niet best uit voor mijn lievelingsvogel.

Wil je meer weten van deze prachtige wintergast, klik dan op de link;

maandag 30 december 2024

Waar zijn de groenlingen?

mannetje groenling
Als het zo langzamerhand winter wordt, als de gemiddelde temperatuur minder aangenaam is en als de dagen meer donker dan licht zijn, is het tijd om naar de plekken te gaan waar je de vogels in mooie wintergroepen kunt zien. Dat klinkt eigenlijk niet zo aantrekkelijk om er op uit te trekken maar dat kan ik toch "warm" aanbevelen. 

Het duurt altijd even voordat deze wintergroepen ontstaan en ze elkaar opzoeken om samen deze sombere tijd uit te zitten en nu op het eind van het jaar is het dan zover.

mooie groep groenlingen, 29 dec 2020
Mooie groepen vinken, kepen, sijzen en groenlingen zijn vanaf nu te zien als je de plekken tenminste weet. Het zijn in deze tijd van het jaar redelijk honkvaste groepen die als ik er op uitga dan steevast in hetzelfde gebied weer tegenkom. Kepen en sijzen in de Boswachterij Dorst, vinken en groenlingen op de Strijbeekse Heide. Ze zullen vast ook op andere plekken te vinden zijn maar voor mij zijn dit de vaste stekken waar succes verzekerd is, Tenminste dat was in het verleden zo en daar moet ik het eens over hebben.


in een winters zonnetje, 19 feb 2019
Want afgelopen week liep ik daar mijn vaste rondje op zoek naar de groepen groenlingen en vinken en dat was een grote teleurstelling. De aantallen van enkele jaren geleden worden bij lange na niet meer gehaald. Zeg maar dat in een winter van een jaar of vijf geleden, tussen de 200 en 300 groenlingen in het gebied foerageerden dat er dat nu nog maar een stuk of 30 zijn. Het gaat nu dus om een goeie 10% van wat hier dus in het verleden zat. Voor vinken geldt dat ook maar dat zijn er nog net wat meer. Wat de oorzaak is weet ik niet. Ik weet dat bij groenlingen "het geel", een vervelende besmettelijke en dodelijke ziekte een oorzaak zou kunnen zijn. Veel groenlingen zijn daaraan gestorven maar zeker weten doe ik dat niet.

Ook de trek naar betere overwintergebieden, slechte broedresultaten, voedsel(insecten) tekorten voor de jonge vogels, het kan van alles zijn wat deze aantallen zo snel doet teruglopen. In de gebieden waar ik ze normaal altijd in grote aantallen zag is veel gedaan om ze te helpen. Ander maaibeleid, kruidenrijke en bloemrijke stroken aanleggen die voor de benodigde insecten moeten zorgen, alles is gedaan. Maar of dat op tijd is geweest weet ik niet.

De komende weken kom ik vaker in dit gebied en ga ik op zoek naar de grote wintergroepen vogels maar of ik die zal vinden, daar twijfel ik aan. Mocht ik ze zien dan maak ik daarvan in dit blog melding van.

Wil je meer weten van deze gele kanarie van de kouwe grond, klik dan op de link;

donderdag 26 december 2024

Hoe oud is een zeearend?

volwassen zeearend met een geheel
gele snavel en lichte kop
In de Biesbosch zijn het hele jaar door zeearenden te zien. Je hoeft er zelfs geen moeite voor te doen want het zijn behoorlijk actieve beesten die met grote regelmaat overvliegen. Met hun enorme vleugels zijn ze zo een eindje weg en ze bestrijken zo in een vloek en een zucht met gemak het hele gebied. Er leven een paar koppels volwassen vogels en behoorlijk wat jonge beesten. Ze zijn niet allemaal geboren in dit gebied maar vaak overwinterend want de voedselrijkdom is hier enorm. Duizenden ganzen, eenden eb vissen staan op de menukaart en die worden dan ook dagelijks gekozen als ontbijt, lunch en diner.

Wat ik wel lastig vind, is het vaststellen van het jaarkleed van de betreffende vogel want vanaf het eerste jaar tot het vierde jaar zien ze er min of meer hetzelfde uit. Daarna zien ze er met hun spierwitte staart beduidend anders uit, die witte staart hebben de jonge exemplaren de eerste vier jaar nog niet. En eigenlijk gaat voor mij de determinatie van het jaarkleed niet verder dan dat. En ook al heeft de arend een witte staart, dan is het nog steeds geen volwassen exemplaar. Dat kan zomaar nog twee jaar duren en is de vogel in zijn 7e jaar pas echt volwassen.

2e-3e voorjaar zeearend
Om de leeftijd vast te stellen is het ook nog eens zo dat je de vogel in zijn geheel moet kunnen bekijken om vast te kunnen stellen in welk kalenderjaar de vogel zit. En dat is zo ongelooflijk moeilijk want de vogel vliegt vaak op grote afstand voorbij en krijg je amper de kans om naar alle kenmerken te kijken. 

Ik ken geoefende vogelaars die ook dan in staat zijn om de leeftijd van de arend vast te stellen, een vak apart. Maar goed. de snavel is dus wel een hulpmiddel maar niet uitsluitend. Een 1e-2e voorjaar kalender vogel heeft namelijk een zwarte snavel met een gele mondopening en lichte teugel. Bij een 2e-3e voorjaar kalender vogel is de snavel iets lichter met meer geel en grijstinten rond de mondopening. 

1e-2e voorjaar zeearend
En naarmate de vogel steeds ouder wordt, wordt ook de snavel steeds geler totdat de zeearend zijn volwassen kleed heeft bereikt. Op de foto links vliegt een 1e kalenderjaar zeearend en door zijn houding kun je weer wat specifieke kenmerken terugvinden. De lichte oksel en de lichte banen op de ondervleugel verraden dat het hier om een 1e-2e kalenderjaar (waarschijnlijk 2e kalender voorjaar)vogel gaat. De snavel is al lichter van kleur terwijl die van een 1e kalenderjaar vogel geheel zwart is. Maar de warm bruine dekveren verraden dat het nog een jong exemplaar is. Vergeleken met een vogel van een jaar ouder zijn de verschillen niet heel erg groot en gaat het dus om de details.

Kijk voor mij is het schrijven van dit blog weer een mooie studieles want daarmee steek ik ook weer wat op.

Wil je meer weten van deze imposante Biesboschvogel, klik dan op de link;

maandag 23 december 2024

Watersnippen verhuisd.

foeragerende watersnip
Veel watersnippen zijn vertrokken. Ik hoor ze tijdens mijn vroege ochtendwandelingen niet meer roepen. Ik wist wel dat ze tot diep in november nog hier waren maar dan toch wel zo langzamerhand naar de overwintergebeden vertrokken. De aantallen namen dan per week af. Half december was het klaar en zijn ze hier weg. In de Biesbosch blijven er in de winter altijd wel een aantal overwinteren.

In het najaar zijn het makkelijk te spotten vogels want op de drooggevallen slikjes in de Biesbosch zie je ze dan driftig foerageren en opvetten maar ook bewegingsloos met de kop tussen de schouders naast elkaar tegen een pitruspol staan. Hoogtepunt voor mij was 21 september 2016 in de Galeiwaard in de Biesbosch waar toen 309 watersnippen bij elkaar stonden. Overigens nooit meer zo'n grote groep watersnippen gezien.

De laatste snippen hoorde ik hier vlakbij in de Oranjepolder. Ik loop hier hier een keer of vijf per week tussen een uur of halfzeven tot een uur of acht en in het donker hoor ik ze dan vanuit de natte graslanden roepen. De laatste tijd stond daar aardig wat water en dat is voor deze vogels ideaal. In het voorjaar hoor ik ze daar ook. Vaak overvliegend en soms ook rustend van de lange tocht terug naar hier. Ook tijdens onze weidevogelbeschermings activiteiten in het vroege voorjaar zie ik in de Willemspolder ook regelmatig watersnippen opvliegen.

verscholen in het gras
Ik was nieuwsgierig hoe het met ze gaat en dat zocht ik op. Als broedvogel blijft het aantal watersnippen redelijk op peil maar als doortrekker nemen ze jaarlijks met bijna vijf procent in aantal af. Wat dat betekent weet ik niet goed. Mogelijk dat de broedgebieden buiten Nederland minder geschikt zijn of is de trekroute veranderd? Ik weet het niet. Ik hoop in ieder geval dat onze populatie op peil blijft. 

Het geluid van een krassende op het allerlaatste moment opvliegende watersnip en de verwarde koers die de vogel vliegt is uniek en daar om mag ik ze zo graag.

Wil je meer weten van deze mekkerende snip, klik dan op de link.

donderdag 19 december 2024

Een Amerikaan in Drunen.

amerikaanse smient
Op de een of andere manier trok de aanwezigheid van de zeldzame amerikaanse smient bij Drunen mij niet. Al meer dan een maand verblijft deze eend in de watertjes in het buitengebied tussen Waalwijk en Drunen en ik had nog niet een keer zin gehad om te gaan kijken. En dat terwijl deze dwaalgast op mijn lijstje met verschillende vogelsoorten nog steeds ontbrak. 

De laatste jaren zijn hier in de buurt nogal wat bijzondere eenden gespot. De amerikaanse wintertaling, siberische taling en blauwvleugeltaling en dat zijn net zulke bijzondere dwaalgasten die wel mijn interesse wekte.

smient en amerikaanse smient
Gisteren toch maar eens gaan kijken want wie weet hoe lang hij nog in de buurt blijft. Hij zal toch een keer terug naar huis gaan, dacht ik nog. Ik volgde de route naar de waarneming van de dag ervoor met het idee dat dat een goed startpunt zou zijn naar de zoektocht van deze voor mij nieuwe soort. En dat was de juiste keus want na een paar minuten zag ik de smient al druk in de weer. Hij leek mij iets groter dan de "gewone" smient en de kleuren zijn in het winterkleed allemaal wat valer en fletser. Het is dus zeker geen mooiere smient dan "onze" smient. Het is trouwens een druk baasje, zwemmen, poetsen, de kant op en wat grazen en hup, weer het water in om wat rond te dobberen.

even grazen op de kant
Dat ritueeltje herhaalde zich verschillende keren achtereen. Hij nam amper rust en dat deden de andere smienten ook niet. Toch bijzonder omdat smienten een omgekeerd dag-nacht ritme hebben. Overdag slapen en 's-nachts foerageren. Deze smienten dachten hier dus anders over en dat maakte het voor mij een stuk interessanter want een slapende eend met de kop in de veren is niet zo interessant en daarbij heel moeilijk te herkennen als amerikaan. Een amerikaanse eend met de kop in de veren is vrijwel onherkenbaar omdat de kenmerkende bijna witte kopstreep dan uit het zicht is. 

Jaarlijks verblijven slechts enkele amerikaanse smienten in ons land. Meestal vanaf september tot het eind van de winter en daarna vertrekken ze weer. Ik ben dan benieuwd of deze vogels ook weer helemaal terug naar Noord-Amerika vliegen of zomaar ergens blijven hangen want voor een eend is het toch redelijk makkelijk om te overleven. Maar daar kom ik vrijwel zeker niet achter en blijft dat een vraagteken.

De amerikaanse smient staat nu dus op mijn lijstje maar behoort daarmee niet tot de topsoorten op mijn lijst. Nee dan moet je als vogel van goede huizen komen. Ik had gisteren meer over gehad voor een pestvogel terwijl ik die al vaker heb gezien. 

Wil je meer weten van deze dwaalgast, klik dan op de link;      https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/amerikaanse-smient

maandag 16 december 2024

Steenlopers onderzoeken de strekdammen.

winterse steenloper 13 december 2024 Cadzand
Zelfs in de winter zien steenlopers er kleurrijk uit. De meeste steltlopers hebben een grijswit tot grijs winterkleed en sommige soorten lijken dan erg op elkaar. Zilverplevier, kanoet, zwarte ruiter, tureluur, witgat en groenpootruiter om maar eens een handjevol grijze steltlopers te noemen die hier in de winter verblijven. De steenloper is wat dat betreft een van de weinige uitzonderingen en is daarom met zijn mooie bruine verenkleed ook erg makkelijk te herkennen. Daarbij kun je hem ook wel uittekenen op de bassaltkeien van de strekdammen op de stranden en langs de kust op de grote dijken van stenen en asfalt zoals de dijken van Westkapelle en Brouwersdam. Het is geen vogel die je vaak in de poeltjes of op de zandstranden en kwelders langs de kust ziet foerageren.

ook scholeksters weten de voedselrijke
strekdam te vinden
De steenloper heeft behalve zijn bruine bovendek ook nog een opvallende donkere borstpartij en halsband die afgezet is met een witte band. Het lijkt wel de beschrijving van een kledingstuk. In de zomer zijn de kleuren intenser en minder vaal maar dat neemt niet weg dat zijn winterkleed de moeite waard is. Het is daarbij een druk baasje waardoor je oog direct zijn richting in wordt getrokken. Ze pikken druk in het wier wat op de stenen groeit en kijken onder alles wat daar op te tillen is. Ze rekenen erop dat ze op die manier iets eetbaars weten te vinden. Vorige week vrijdag zag ik ze nog bezig en ze waren ook nog eens succesvol want de ene mossel na de andere werd tussen het wier en de stenen uitgepulkt.

steenloper in zomerkleed 27 juli 2021
Brouwersdam
De steenlopers hebben wel een mooi eet ritme want door eb en vloed is de eettafel niet altijd beschikbaar. Bij laagwater eten ze zoveel als ze kunnen want bij vloed kunnen ze vrijwel niet bij het geschikte voedsel komen. In die vloedperiode rusten ze en sparen ze hun energie om na een uur of zes weer volle bak aan "tafel" aan te schuiven en een vers mosseltje of kreeftje te consumeren. 

Het is in de winter wel lastiger om op gewicht en temperatuur te blijven want er is sowieso minder voedsel zoals insecten, torren en jonge visjes en is het menu iets beperkter. Daarbij verstoren wandelaars soms ook met hun honden de foeragerende vogels keer op keer. Elke keer opvliegen, kostbare energie verbranden en weer opnieuw je stekje uitpluizen naar geschikt voedsel. 

verplicht rusten bij hoogwater
haven Cadzand 27 maart 2024
De winterperiode is voor veel dieren geen toptijd. Toch komen veel steltlopers in de winter naar ons land omdat het hier, ook vanwege het klimaat, een paradijsje is vergeleken met de in de winter stijf bevroren broedgebieden die ook nog eens onder eens stevig pak sneeuw bedekt zijn. Misschien maak ik mij zorgen om niets en vinden ze deze omstandigheid prima want het is altijd beter dan bij min 40 in Siberiƫ te moeten zijn.

Niet alle steltlopers overwinteren hier, er zijn er ook maar genoeg die verder naar het zuiden vliegen maar van elke soort blijft hier in de winter wel wat hangen. Altijd leuk om eens langs de kust naar steltlopers te speuren. Je kunt dan best wel eens verrast worden . 

Wil je meer weten van deze bijzondere onderzoekende steltloper, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steenloper

donderdag 12 december 2024

Futen leven op in het bos.

vorige week een bosfuut in Dorst
Vorige week liep ik in de Boswachterij Dorst en zag daar het koppel futen dat het hele jaar in een van de leemputten rondzwemt. Behalve deze twee futen verblijven hier ook minstens twee koppels dodaarsjes, de kleinste futensoort van ons land. Sinds de enorme hoeveelheid water die hier vanaf vorig jaar oktober tot begin van idt voorjaar is gevallen hebben deze futen het bos weer gevonden. Jaren van droogte en lage waterstanden hadden ervoor gezorgd dat deze watervogels hier verdwenen waren. Heel af en toe zag ik nog wel eens een dodaars in het vroege voorjaar maar die bleef dan maar even en vertrok weer nadat het gebied af was gekeurd als broedgebied. 

Fuut in het eerste ochtendlicht
Het bos is dankzij die grote hoeveelheid water flink opgeknapt. Veel jong groen heeft ervan geprofiteerd en bomen die het niet makkelijk hadden zijn weer aan een tweede leven begonnen. Ook de vogels moeten het hierdoor weer beter hebben gekregen. Want waar water is en dan zeker waar ondiep stilstaand water is, leven veel insecten en leven veel muggen. Daar moeten dit broedseizoen veel jonge vogels van geprofiteerd hebben. Toch zijn de futen niet tot broeden gekomen en de twee koppels dodaars gelukkig wel. Die hebben verschillende jongen gekregen, hoeveel exact weet ik niet.

de kletsnatte zandverstuiving
vorige week zelfs met een beetje ijs

De futen zag ik vorige week prachtig synchroon zwemmen zoals ze dat in de baltsperiode ook doen. Ik hoop dat dit het voorbereidende werk voor komend voorjaar is. Het zou toch prachtig zijn als ze hier in de boswachterij weer tot broeden kwamen? Het waterpeil in de leemputten is heel de zomer prachtig hoog gebleven en het grondwaterpeil is perfect. Zo zie je maar wat water doet. Het bepaalt zoveel en zeker het broedsucces van de futen en dodaarsjes zijn hiervan afhankelijk want geen water geen vis en geen insecten en dus ook geen jongen.  Zelfs in de grote open kom, de zandverstuiving waar ik nog nooit van mijn leven zoveel water heb zien staan, staat al de hele zomer tot nu toe een aardige plas water. Het ziet er ook zo natuurlijk uit alsof het al jaren zo is, dat zelfs watersnippen deze plek hebben omarmd. Hier zie ik al vanaf het begin van dit jaar met regelmaat watersnippen opvliegen. Laten we hopen dat 2025 het jaar van de futen wordt.

Wil je meer weten van deze prachtige en sierlijke fuut, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/fuut

maandag 9 december 2024

Toppervrouwtje in de Delta.

topper vrouwtje, 4 dec 2024
Toppers lijken sprekend op kuifeenden maar als je ze eens goed bekijkt en er de tijd voor neemt zie je toch wel enkele uitgesproken verschillen. Het is dan ook vooral in het gedrag te zien. Naast het gedrag ziet de vogel er wel anders uit maar ook hier geldt weer dat je daar wel even de tijd voor moet nemen. Als je er niet op berekend bent kijk je makkelijk over deze vogel heel en scheer je hem over kuifeendenkam. 

Afgelopen week speurde ik de buitenhaven bij Stellendam af en had het toppervrouwtje vrijwel direct in de telescoop. Het was duidelijk een topper en geen kuifeend. Een stukje groter en drukker dan de vrij kalme kuifeend die meestal met de kop in de veer ronddobbert. De grote witte "ring" rond de snavel en de iet wat rode tot roodbruine gloed maakten het verschil. Jammer van het sombere en donkere weer waardoor de foto ook wat aan de donkere kant bleef.

De topper, een volwassen vrouwtje was erg actief en was veel onder water, bestreek al duikend een groot deel van de buitenhaven en dook op steeds onverwachte momenten en plaatsen op. Het is best bijzonder om hier een topper te zien want dit zijn meer vogels van de grote wateroppervlakten zoals de ondiepe Wadden, het IJselmeer en Markermeer. Daar kunnen in de winter duizenden toppers bij elkaar zitten. 

Een groot deel van de toppers overwintert in ons land en dan zie je maar weer hoe belangrijk bijvoorbeeld de Wadden zijn. Daar moeten we eigenlijk van afblijven en de boel met rust laten. Broeden doen ze in Noord-Europa en SiberiĆ« en niet hier. 

feb. 2017 Beneden Spieringpolder, Biesbosch
Zomaar een paar toppers komen zo zuidelijk als de Delta, die zijn denk ik gewoon doorgeschoten en kunnen het hier wel uithouden want ze zitten hier weken achter elkaar. Verder landinwaarts wordt het wel wat lastiger. Op een incidentele topper in de Biesbosch na, heb je het wel gehad denk ik.

Het zijn trouwens meestal de vrouwtjes die zuidelijker komen dan de mannetjes. Dus het mannetje hiernaast op de foto was een uitgesproken uitzondering op de regel. Die zat zelfs een aantal weken in de Biesbosch tussen de grote groep kuifeenden. Het was dan ook wel even zoeken om hem te vinden. 

Wil je meer weten van deze bijzonder wintergast, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/topper

donderdag 5 december 2024

Duikende alk voor de kant.

een beetje nieuwsgierig
Alken zijn echte zeevogels en lopen doen ze niet graag. Om een alk te zien moet ik bijna altijd de zee op en heel soms zie ik ze aan de kust. Meestal is dat geen goed teken want dan schort er iets aan het beestje. Als de wind een beetje gunstig staat en zijn best doet, kan ik ze wel eens voorbij zien vliegen. Het is dan goed opletten of het geen zeekoet is want die twee lijken in de vlucht sprekend op elkaar. Als aan de kust voorbij vliegen is dat meestal wel een flink stuk uit de kant.

de grote dikke snavel van de alk
De alk heeft een grote dikke snavel, de zeekoet een wat dunne spitse snavel en die laatste steekt ook zijn poten ver naar achteren. De poten van de alk zijn in de vlucht niet te zien. Ze vliegen razendsnel net als de zeekoeten en dat maakt de herkenning van de soort er niet makkelijk op. Als ik er niet zeker van ben welke van de twee het is en toch een melding wil maken op waarneming.nl, kies ik voor de optie "zeekoet of alk". Dan maak ik in ieder geval geen vergissing in de soort.

Gisteren stond ik aan de kust en dobberde een alk voor de kant. Dit was zeker geen zieke vogel want hij dook naar voedsel dat het een lieve lust was. Hij was meer onder water dan boven water. Heel soms zie ik dit gedrag van dichtbij en dat is prachtig om te zien. Hij heeft zo wel iets pinguĆÆnachtigs. Een zeekoet zit er met zijn dunne snaveltje dan wel wat anders uit terwijl de bouw verder hetzelfde is.

zeekoet met zijn spitse snavel
Ook die kom ik heel soms weleens onder de kust tegen. En die heb ik ook op deze plek gezien maar ook hier geldt weer dat je op zee een veel grotere trefkans hebt dan hier aan vanaf de kant aan de kust.

Zeekoeten en alken hebben het de afgelopen paar jaar wel erg slecht gehad met de vogelgriep en zijn duizenden vogels gestorven. Ik herinner mij de beelden nog van de nieuwsuitzendingen waarin je mensen met witte pakken en vuilniszakken langs de waterlijn zag lopen om dode zeekoeten en alken te rapen. Ik weet niet of het nu alweer wat beter gaat met deze prachtige en uitgesproken zeevogels. Het zou in ieder geval mooi zijn als dat zo was.

Wil je meet weten van deze bijzondere zeevogel, klik dan op de link;

maandag 2 december 2024

Over veerkracht gesproken.

Kokmeeuwen hebben het door de vogelgriep de laatste jaren niet makkelijk gehad. Veel vogels zijn gestorven en dat komt ook door het gedrag van deze koloniebroeder. Ze zoeken elkaar op en zitten in grote aantallen dicht opeengepakt bij elkaar op de nesten. Op het eiland in de Hardenhoek in de Biesbosch zitten in het broedseizoen makkelijk 2.400 broedparen en dat is met zo’n besmettelijke en dodelijke ziekte vragen om moeilijkheden.

broedkolonie van kokmeeuwen
Ik heb vorig jaar in de broedperiode de mannen in witte pakken de dode vogels zien rapen op het eiland. Vele honderden kokmeeuwen zijn toen gestorven en maar weinig eieren zijn toen uitgebroed laat staan dat kokmeeuwtjes destijds zijn uitgevlogen. De jonge vogels waren nog niet sterk en erg kwetsbaar dus dat kan zomaar een generatie gekost hebben.

En wat mij dit jaar opviel is dat de aantallen toch weer op niveau waren. Heel bijzonder om te horen dat ook dit jaar weer dik 2.300 kokmeeuwen op het eiland hebben gebroed. 

kokmeeuw op het nest
Over veerkracht gesproken! Toch knap dat zo’n groep zich in zo’n korte tijd kan herstellen. Ditzelfde succesverhaal heb ik overigens onlangs ook al een keer gehoord van grote sternen. Een hele populatie was door deze dodelijke ziekte weggevaagd en dit jaar zaten daar op de bekende broedplaatsen weer flinke groepen grote sternen te broeden. Werkend aan een volledig herstel. Wat een geweldig nieuws was dat toch.

Ik denk dat door zo'n "zuivering" de sterke exemplaren overblijven en dat die ook de sterkste en grootste legsels produceren en dan kan zo'n hele groep snel in aantal toenemen. Neemt niet weg dat de ziekte ook nu nog steeds de kop weer opsteekt en ook sterke beesten aantast en  uiteindelijk neemt zo populatie toch af. 

Wil je meer weten van deze veerkrachtige meeuw, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kokmeeuw