dinsdag 28 februari 2017

Met de mantel bedekt.

prachtige volwassen kleine mantelmeeuw
Wat een mooi begin van de dag!  Op dinsdag eenentwintig februari liep ik met de hond door de polder en zag ik ze vliegen. Niet figuurlijk maar ik zag ze letterlijk vliegen, kleine mantel-meeuwen. Ik kreeg er zelfs even kippenvel van want ik wacht dit seizoen alweer een tijdje op de eerste waarneming van kleine mantels in het binnenland. Ze zijn hier in onze omgeving een paar maanden volledig afwezig geweest en je kunt ze dan alleen nog langs de kust vinden. In de winter trekken ze zuidwaarts en een klein deel blijft hier, hoewel er dat ook steeds meer worden met die slappe winters van tegenwoordig. Wegtrekken is tegenwoordig niet noodzakelijk.

Maar zelfs aan de kust moet je moeite doen om ze te zien. Ik weet nog dat ik vorige maand in Zeeland naarstig op zoek was naar deze meeuw want ik had hem hard nodig voor de maandlijst van honderd. Mijn doel is om elke maand minstens honderd verschillende vogelsoorten te zien en ik kan vertellen, dat valt niet altijd mee. Er zijn namelijk maanden dat er gewoon weinig zijn, of ze zitten in Afrika of ze zijn er wel maar laten zich niet zien en niet horen.

en deze is bijna volwassen
Vanmorgen kwamen de mantels aanvliegen en toen de zweefvlucht omlaag in een lange bocht veranderde, zag ik de prachtig donkere dekveren van de vleugels. Ze gingen samen met een paar storm meeuwen in een open grasveld zitten. Wat een verschil, niet alleen qua grootte maar ook qua tekening en kleur. Net als de grote mantelmeeuw hebben ze een mooie antraciet grijze rug en grote gele snavel. Alleen heeft de grote mantel niet zulke "mooie benen" als de kleine mantel. Van die laatste zijn ze mooi geel gekleurd, terwijl de grote mantel minder mooie roze, vleeskleurige poten heeft. De grote mantel is ook echt groot en is een regelrechte bullebak vergeleken bij de veel elegantere kleine mantel. Nee, geef mij die kleine mantel maar, het complete plaatje van deze vogel is toch veel mooier.

De lijst van honderd soorten per maand, wordt de komende tijd een makkelijker te realiseren doel. Vanaf nu komen er wekelijks weer soorten bij en die laten zich ook allemaal uitbundig horen. Ja, gouden tijden breken weer voor even aan.

vrijdag 24 februari 2017

De goeie gaan altijd als eerste.


"De goeie gaan als altijd als eerste", wordt in Oosterhout weleens gezegd en dat is in dit geval ook zo. Er is een bijzondere vogelaar gestorven. Pierre Van de Calseyde is vandaag begraven en hiermee heb ik afscheid genomen van een goede vogelvriend. Pierre leerde ik heel wat jaren geleden in de IVN natuurtuin kennen. We stonden aan de vooravond van een enorme uitdaging, het bouwen van een eigen onderkomen. We gingen het gebouw zelf bouwen zonder geld, bouwvakkers en kennis. Maar we liepen over van energie en ambitie, zo ook Pierre. Hij was met de gidsencursus bezig en had onze natuurtuin uitgekozen om zijn kennis van de natuur naar een nog hoger peil te brengen. We lieten hem in de aanloop naar de bouwwerkzaamheden klinkers en tegels sjouwen, hij trok na een halve dag sjouwen wit weg maar gaf niet op en liet zich niet kennen. Dit misbruik was maar van korte duur want Pierre wist met zijn warme persoonlijkheid in no time een plekje in het team af te dwingen. Werd daarmee ook een van de gangmakers en zorgde ervoor dat onze werklust nooit afnam.

Later kwamen we elkaar weer tegen bij de vogelwerkgroep en genoten we van de excursies naar Surae, Mastbos, de Biesbosch en Zeeland. En ook binnen de vogelwerkgroep ontwikkelde Pierre zich tot een onmisbare schakel en zorgde voor veel humor. Hij werd en was dat tot kort geleden nog, een promotor van mijn blog. Waar het paste, wees hij met veel enthousiasme anderen op mijn vogelblog. Maar dat niet alleen, hij stimuleerde mij ook keer op keer met zijn mailtjes waarin hij mij aanmoedigde om er een boek over te schrijven. Veel te hoog gegrepen maar zijn enthousiasme werkte aanstekelijk.

Pierre schreef eens,
          Man toch! Jij moet schrijver worden en die verhalen publiceren in een boek. Er bestaan
          zoveel tenen-tergende vogelboeken met onleesbare vogelwijsheid dat een boek zoals jij
          zou publiceren aan velen de goesting tot vogelen zou opwekken en tevens vogelwijzer van   
          zouden worden. Je bent gewoon een meesterverteller.
          Weer dank voor dit verhaal.
          Pierre

Een groot compliment van een ongelooflijk aardige man, een pure vogelaar die die ik zeker zal missen. Wat was het fijn om hem gekend te hebben.

dinsdag 21 februari 2017

Koer-lie, koer-lie.

koer-lie, koer-lie klonk zijn lied
Eergisteren liep ik mijn maandelijkse watervogeltelling ronde door de Oranjepolder en De Blokken. Een rondje van veertien kilometer waar ik inmiddels precies weet waar ik moet kijken en tellen. Ik maak op deze ronde vrijwel nooit verrassingen mee en weet ook wat ik waar kan verwachten. Toch blijft dat een fijne wandeling die nooit verveeld en is een mooie aanleiding om naar buiten te gaan en te bewegen. Er hing nog wat nevel die overgebleven was van de dag ervoor waardoor er niet overal vrij zicht was. Maar de vogels lieten zich op diverse plaatsen horen, zo ook een scholekster en een wulp, koer-lie, koer-lie riep hij herhaaldelijk. Deze wulp is voor deze polder en de watervogeltellingen een nieuwe soort. Dit is inmiddels het derde seizoen dus dat geeft wel hoe bijzonder deze waarneming is.

Het klinkt gek dat wulpen en ook alle andere steltlopers meetellen in een watervogeltelling. Trouwens ook meeuwen, reigers, aalscholvers en zelfs ijsvogels horen in deze categorie thuis. Het is dan ook opletten geblazen, niet alleen goed in de waterlopen, plassen en sloten kijken maar ook in de weides, bomen en zelfs hoogspanningsmasten want daar zitten vaak aalscholvers na de visvangst te "drogen".

Een wulp is de grootste steltloper van West Europa en komt overal bij ons in de buurt voor behalve in de Oranjepolder. In de zomer vliegen ze over als ze van en naar hun slaapplaats en foerageergebieden gaan. In de Willemspolder zitten er in de winter ook altijd wel een stuk of veertig en bij Wagenberg soms wel het dubbele. Wat deze eenzame of verdwaalde wulp hier deed weet ik niet maar ik was er blij mee.

Dat wulpen het in Nederland moeilijk hebben is geen nieuws. Alle steltlopers hebben het lastig in Nederland in tegenstelling tot veel andere landen waar bijvoorbeeld de wulp het steeds beter doet.

Nemen ze bij ons jaarlijks met een paar procent af, in andere landen nemen ze jaarlijks juist weer met een paar procent toe. Ik denk dat met name de agrarische wereld met hun intensieve beheer van de akkers en weides hier een ingrijpende rol in spelen. En wat te denken van het laag gehouden waterpeil wat natuurlijk ook van doorslaggevende betekenis is. Te droge velden zijn niet interessant voor steltlopers, kijk maar eens wat dat met de grutto's doet.

Wil je meer weten van deze steltloper met zijn enorme lange snavel, klik dan op;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=253

vrijdag 17 februari 2017

Vinkenslag gehoord.

Vanmorgen hoorde ik de eerste vink van het jaar zingen. Hij maakte zijn vinkenslag zelfs helemaal af. Vaak hoor je in het vroege voorjaar de vinken zingen maar die maken dan hun slag nog niet helemaal af. Deze vroege vogel dus wel en dat in februari. Nu hebben we wel een paar voorjaarsachtige dagen achter de rug, dus deze vink kan daardoor op het verkeerde pootje zijn gezet.

Onwillekeurig moest ik terugdenken aan een ontmoeting die ik in december in de polder had. Ik liep daar met mijn tellijst voor de watervogeltelling toen ik aangesproken werd door een man van mijn leeftijd. Hij vroeg wat ik aan het doen was en na een kort gesprek bleek hij een oude bekende van mij te zijn. Wij hadden samen op de lagere school gezeten en samen hadden we vroeger ook vogeltjes gevangen, we hadden het destijds voornamelijk op vinken voorzien.

vinkenslag in beeld
Ik denk dat ik toen een jaar of negen of tien was. We zaten dan bij hem thuis in de bijkeuken en loerden over de rand van het deurkozijn naar de kolenzeef die een meter of tien verder opgesteld stond. We strooiden dan wat brood onder de zeef die schuin omhoog gehouden werd door een houtje met daaraan een touwtje van en meter of tien vastgebonden. Wij hadden het andere eind van het touwtje vast en trokken het houtje er onderuit als er vinken, groenlingen, mussen, merels of wat er op dat moment niets vermoedend onder de zeef zat te eten. Wat "onbruikbaar" voor de handel was, lieten we weer los. Deze manier van vinken vangen werd ook wel "op het vinkentouw" zitten, genoemd.
De mannetjes vinken gingen in de volière en als die een mooie vinkenslag konden maken werden ze door de vader van mijn schoolvriendje verkocht. Deze vinken werden dan gebruikt in wedstrijdjes waar de vink die de mooiste en meeste vinkenslagen in een vastgestelde tijd maakte, verkozen werd tot de winnaar van de wedstrijd. De vinkenslag kun je al vanaf februari horen maar de eerste van het jaar is toch altijd weer bijzonder.
(hiernaast een foto van een vinkenslagwedstrijd)

Wil je de vinkenslag horen, klik dan op de link  https://www.youtube.com/watch?v=VxkKhJqsqQA

dinsdag 14 februari 2017

Handige Harry in de tuin

Handige Harry
Het was al een paar keer opgevallen, De pindanetjes verdwenen uit de tuin en de vetbollen lagen op de grond. Ik zie dagelijks de "grote" vogels in de tuin bezig, twee tortels, twee á drie houtduiven, een paar eksters, soms ook een paar gaaien en wel drie kauwen. Die laatsten vliegen in een streep door naar de pindakaaspot en helicopteren als een kolibrie voor de pot en weten zo steeds een hapje te nemen wat dan op de schutting verder opgegeten wordt. Ze likken hun snavel erbij af, lippen kan ik niet zeggen want die hebben ze niet.

Vandaag kwam daar weer een handigheidje bij, ze pakken het touwtje van het pindanetje vast, tillen het netje op en houden het touwtje met hun pootje vast, dat herhalen ze totdat ze gemakkelijk bij de pinda's kunnen. Dat kunstje ken ik van de putters, die daar hun naam aan te danken hebben. Puttertjes werden vroeger in kooitjes gehouden
puttertje van Fabritius
en moesten om te kunnen drinken, zelf hun "emmertje" water putten door het touwtje met een met water gevuld vingerhoedje omhoog te hijsen. Op het schilderij "Het puttertje van Fabritius" is goed te zien hoe dat er dat vroeger uitzag. Onze kauw, die volgens mij het schilderij van Fabritius nooit gezien heeft, en niet ook weet hoe de putter aan zijn naam komt, heeft dat dus helemaal zelf uitgedacht, de handige Harry!

Er zijn meer vogels die van handigheidjes hebben bedacht, zanglijsters die een smidse aanleggen om slakkenhuisjes te breken, eksters die walnoten van een meter of vier vijf naar beneden laten vallen om zo bij de voedzame inhoud te komen, meeuwen doen datzelfde met schelpen die ze uit zee opvissen, kraaien die noten op de rijbaan laten vallen en wachten totdat ze kapotgereden worden en zo de inhoud op kunnen eten. Zo zullen er zeker nog meer voorbeelden van vogels die handigheidjes bedenken te noemen zijn.

Maar in de verkiezing van de "handigste Harry" is wat mij betreft de kauw de grote winnaar. Het vraagt toch wat meer behendigheid en inzicht om én het netje op te hijsen, én vast te houden, én opnieuw te hijsen totdat je erbij kunt. En dan hebben we niet eens over de kolibrie kunsten die ze ook nog wel een vertonen.

Meer informatie over Handige Harry kun je lezen als je klikt op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=97

vrijdag 10 februari 2017

Hoor wie gilt daar

links in de rietkraag klonk het gegil.
Nog even genieten van een winterse speldenprik. Vanmorgen viel er wat motsneeuw en lag de temperatuur zo rond het vriespunt. Kwart voor acht begint het nu licht te worden en gaan we de goede kant op. De wandeling van twaalf kilometer ging een kleine tweeëneenhalf uur duren, dat wist ik zeker want ik loop deze route ongeveer een keer per twee weken. Nog niet veel vogels zijn wakker en het blijft dan ook nog een tijdje stil als ik langs het riviertje De Donge langs 's-Gravenmoer loop. Her en der dobberen de meerkoeten en eenden in kleine plukjes op het water en er zitten redelijk wat kuifeendjes bij.

Op zich is er niet veel nieuws te vertellen want dit is zo'n periode waarin nog niet veel gebeurd. Ik zag wel grote groepen kolganzen, knobbelzwanen en kleine zwanen in de velden zitten maar dat is zoals gezegd, geen nieuws. Tot ik de roep van een waterral hoorde. Een gillend geluid dat een keer of vier vijf herhaald wordt , steeds iets zachter dan de voorgaande kreet. Het geluid sterft zeg maar uit. Vogelaars noemen het wel eens het geluid van een gillend speenvarken en daar lijkt het inderdaad een beetje op. Langs De Donge hoor ik dat geluidje meestal in de in de winter en ik vermoed dat dit dus wintergasten zijn.

waterral(foto Wikipedia)
Waterrallen uit het noorden en oosten van Europa trekken in de winter naar het milde klimaat bij ons in het westen. Die van ons blijven of trekken naar Engeland en Frankrijk. Een andere trek dan we gewoonlijk kennen van veel vogels, die van noord naar zuid trekken. In de winter verblijven behoorlijk wat rallen bij ons en je kunt ze eigenlijk overal wel horen daar waar een flinke rietkraag langs het water staat. Een waterral zien is even een ander verhaal, ze leven zeer verborgen en laten zich niet of nauwelijks zien. Met wat geluk kun je ze in een flinke vorstperiode voor de riet- kraag langs over het ijs zien lopen maar dan heb je echt geluk gehad.

Ik heb ze nu al tientallen keren gehoord en pas twee keer gezien. Die keren zitten dan ook op mijn netvlies gebrand en dat is mij dus langs De Donge helaas nog niet gelukt, ook vanmorgen weer niet. Een keer zag ik een waterral in Westkapelle, vlak achter de zeedijk. Hij scharrelde voor de rietkraag langs en had mij niet in de gaten en ik had mijn fototoestel niet bij de hand. Zo stonden we beiden niet op te letten.

Wil je meer weten van dit gillende ralletje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=238

dinsdag 7 februari 2017

Winter, een aflopende zaak!?

Oranjepolder in februari
Het is inmiddels weer februari en de winter vordert gestaag. We hebben nog niet met extreme kou te maken gehad en dat is maar goed ook want er zijn nogal wat vogels die daar slecht tegen kunnen. Denk maar aan de ijsvogels en blauwe reiger. Wat mij betreft blijft het zo en ik zie dat er ook vogels bij zijn die er net zo over denken. Met name de ekster op het plein voor ons huis en de roeken in de Oranjepolder zijn al begonnen met het verslepen van wat takken. Ik denk dat de renovatie van de nesten van het afgelopen jaar inmiddels in gang is gezet.

Voorzichtig zingt de heggenmus, knikken de futen naar elkaar, roffelt de specht voorzichtig op een boomstam en paren de wilde eenden. Gedrag dat vooral bij het voorjaar hoort en dat stemt je vrolijk. Ik vermoed dat de kleine zwanen zich in de Gecombineerde Willemspolder voor de lange terugreis naar huis groeperen want hun aantal zit nu al boven de tweehonderd. Allemaal voorzichtige voortekenen van een nieuw seizoen.

Dat groeperen van vogels is een echt winterdingetje. Spreeuwen, eenden, putters, meeuwen, meerkoeten en ook waterhoentjes zoeken elkaar in de winter op. Waarom dat ze dat precies doen is mij niet geheel duidelijk. Ze trekken niet gezamenlijk naar warme streken maar blijven gewoon in Nederland. Geeft samenscholen een gevoel van veiligheid omdat een groot deel van de natuurlijke bescherming weg is? Het kan bijna niets anders zijn, want een groot nadeel hiervan is dat een groot deel van het schaarsere voedsel nu gedeeld moet worden met de vele soortgenoten.

waterhoentje in Het Kromgat
In de Oranjepolder zijn het zo'n kleine twintig waterhoentjes die dicht bij elkaar over het lage dijkje van Het Kromgat scharrelen. Samen zwemmen en wegrennen als ik er met de hond aankom. Even plotseling verdwijnen als er een dun laagje ijs ligt en god weet waar ze dan ergens uithangen. Als het ijs dooit, zijn ze direct terug alsof er niets gebeurd is. Een wonderlijk fenomeen! Nog even en ieder gaat zijns weegs, koppeltjes zoeken een eigen gebiedje uit om daar aan het nageslacht te werken. Het is duidelijk, de winter is een aflopende zaak.

donderdag 2 februari 2017

Laatste nieuws kleine zwanen

Op 24 januari schreef ik in mijn blog over de kleine zwaan 208E wit. Deze zwaan is uitgerust met een zeer innovatieve 3D geprinte GPS halsband. De halsband wordt (figuurlijk) in de lucht gehouden door zonnecellen zodat we nog in lengte van dagen voorzien worden van informatie over het reilen en zeilen van 208E wit. Elk uur maakt de halsband contact met internet en verstuurt de halsband alle verzamelde data. De eerste resultaten komen nu binnen en via de nieuwsbrief van Wim Tijsen werd ik blij verrast met de aandacht die deze zwaan daarin kreeg. Op het kaartje staat in het oranje het door Brabant en Zeeland afgelegde traject aangegeven.

Eerste bewegingen nieuwe witte GPS halsbanden NIOO
Bron: NIO
Van drie gezenderde kleine zwanen komt nu informatie binnen(201E t/m 209E zijn met een 3D geprinte GPS zender uitgerust).

Groen = 201E momenteel bij Nederweert (LB)
Blauw = 206E momenteel bij Nijkerk (GLD)
Oranje = 208E momenteel bij Oosterhout(NB)

Opvallend in dit patroon is te zien dat de vogels  door de invallende winterkoude, weer terugkeerden na eerst noordwaarts gevlogen te zijn. Dat is bij 201E en 206E goed te zien. Terwijl 208E, "onze" kleine zwaan, twijfelde  om naar Engeland over te steken en toch weer terugkeerde naar de kust en uiteindelijk dus weer naar Brabant.
Ik heb nog eens in de levensloop van 208E gekeken en inderdaad, ze(het is namelijk een vrouwtje) trekt na 2 januari weg uit Brabant en landt in Bruinisse, vervolgens verder Zeeland in, de Noordzee op om vervolgens na de vorstperiode op 20 januari weer terug te komen in Oosterhout en hier te blijven tot op de dag van vandaag.

De groep kleine zwanen groeit gestaag en dagelijks komen er kleine plukjes bij. Ik telde gisteren maar liefst 213 kleine zwanen in de weilanden van de Willemspolder. Ik vermoed dat als de club compleet is(als dat al kan) gezamenlijk de terugreis wordt aanvaard. Zoals dat elk jaar gaat, gaat dat ergens in de loop van deze maand gebeuren. Dus pak je kans en ga ze nog even bekijken, want het duurt zeker een maand of acht, negen voordat ze weer terug zijn.

dinsdag 31 januari 2017

Kolgans HP6

locatie slaapplaatstelling "Gat van den Ham".
De afgelopen week stond voor mij volledig in het teken van de ganzen en zwanen. Zo nam ik afgelopen zaterdag deel aan de slaapplaatstelling van ganzen en zwanen in de Biesbosch. De slaapplaatstelling wordt twee keer in de winter gehouden en zaterdag 21 januari was de tweede telling van deze winter. Op dertien plekken in de Biesbosch staan in alle vroegte tellers klaar om de ganzen en zwanen te tellen die vanuit hun slaapplaats naar de foerageer gebieden buiten de Biesbosch trekken. Het zijn meestal gras- en stoppelakkers waar voedsel gezocht wordt. Daar waar nog resten van bieten of aardappelen liggen, zie je ze ook in soms enorme aantallen foerageren. De Overdiepse polder bij Waspik is zo´n polder en is vooral geliefd bij de kolganzen.

HP6
In totaal werden die zaterdagochtend bijna 90.000 kolganzen geteld. En ik denk dat deze ganzen met name in de Overdiepse polder foerageren. Zoveel zijn nog nooit tijdens de slaapplaatstelling geteld en ook andere ganzen waren in veel grotere aantallen dan anders vertegenwoordigd. Ik vermoed dat het deze ochtend de jagers in de Biesbosch waren die met hun schoten zowat alles de lucht injoegen.

De dagen daarna ben ik nog in de polders in de omgeving geweest en zag daar ook steeds grote aantallen kollen. En in navolging van mijn zoektocht naar geringde kleine zwanen ging ik ook hier op zoek naar ganzen met ringen en halsbanden. In de Overdiepse polder bij Waspik was het raak. Twee kollen met zwarte halsband en witte letters konden bijgeschreven worden. De 6E4 en HP6 heb ik vanzelfsprekend ingevoerd op de site van www.geese.org . Van kolgans 6E4 was niet veel bekend, hij was pas twee keer eerder gemeld en de ringdatum was verder ook niet bekend. Later kwamen daar 6N9, 6P4 en BZ9 bij. Kolgans BZ9 is met ruim 7 jaar veruit de oudste geringde kolgans in onze omgeving.

Van kolgans HP6 was overigens een flinke levensloop beschikbaar. Dit vrouwtje is op 21-11-2013 bij Maren Kessel geringd en heeft sindsdien heel wat van Nederland, Duitsland, Polen, Estland en Rusland gezien. Deze kolgans is in mei 2016 voor het laatst gemeld op het laagland van Kostroma waar de rivier de Wolga en de rivier Kostroma samenkomen.
En dit jaar  is zij uiteindelijk via Damme in België weer bij ons in Waspik in de Overdiepse polder terechtgekomen. Kollen brengen de zomer door in het uiterste noorden van Rusland. Ze broeden daar op de toendra’s tot in het westelijke deel van Siberië. Ze arriveren pas in juni in Siberië, de broedgebieden waar dan soms nog sneeuw licht. Of deze gans daar al tot broeden is gekomen weet ik niet. In de levensloop op de site van geese.org wordt dat ook niet duidelijk. En in augustus beginnen ze alweer aan de lange tocht naar het Westen, mogelijk is onze polder dan weer de eindbestemming. Zo zijn ze dus twee derde van het jaar bezig met heen en weer reizen.

Wil je meer weten van deze kleine globetrotter, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=120

vrijdag 27 januari 2017

Wilde zwanen

zes wilde zwanen in de Hardenhoek(Biesbosch)
De laatste blogs gingen over kleine zwanen in de polder bij Oosterhout en nu komen de wilde zwanen aan bod. In de Gecombineerde Willemspolder zie ik al jaren geen wilde zwanen meer, de laatste keer was op zes februari in 2014, toen zaten daar een week lang twee wilde zwanen. Het is al een cadeau om kleine zwanen in de polder te zien maar het is als de jackpot winnen als je daar wilde zwanen ziet.

Ik weet niet wat het is, maar kleine- en wilde zwanen zijn voor mij absoluut de mooiste wintervogels die je je maar kunt voorstellen. Ze oefenen op mij een enorme aantrekkings- kracht uit. Het komt denk ik ook omdat er zoveel om te doen is, de nieuwsbrief van Wim Tijsen die je steeds weer van allerlei wetenswaardig- heden voorziet, de halsbanden aflezen en melden wat het ook zo leuk maakt. De diverse onderzoeksprojecten met de daarbij behorende informatie en ontdekkingen maken het zo interessant. Je wilt er meer van weten en helpen data te verzamelen door ringen af te lezen.

Wilde zwanen overwinteren met name in noordoost Nederland en op de randmeren van de Veluwe. Het moet behoorlijk koud zijn, willen ze verder zuidwaarts trekken en in Brabant te zien zijn. Ik was dan ook blij verrast om in de Biesbosch, Hardenhoek en Muggenwaard twee groepjes van respectievelijk zes en acht stuks wilde zwanen te zien. In totaal overwinteren zo'n 2500 wilde zwanen in Nederland en dat aantal groeit gestaag want het gaat goed met deze zwanen die voornamelijk in noord Scandinavië en Rusland broeden. Sinds een aantal jaren broeden ook twee paar wilde zwanen on oost Drenthe en men verwacht dat er op termijn wel eens paar koppels meer zich hier gaan vestigen.

Wil je meer weten van deze prachtige wintergast, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=245

dinsdag 24 januari 2017

Kleine zwaan 208E wit

 
twee jonge geringde kleine zwanen
In een vorig blog meldde ik de aanwezigheid van een vijftal geringde kleine zwanen in de Gecombineerde Willemspolder in Oosterhout en dat is veel. Maar afgelopen weekend sloeg alles, ik telde maar liefst 19 halsbanden op een groep van 144 kleine zwanen. Een van de zwanen was 541X wit die op 2 februari 2016 voor het eerst in Ruddervoorde, West Vlaanderen was gezien. Deze zwaan was toen 2 jaar en is een dochter van 544X(moeder) en 546X(vader) en is nadat ze in België was gezien nog een keer in Vught gezien en is daarna waarschijnlijk naar Siberië vertrokken. Mijn melding van deze zwaan was de eerste in Nederland van dit nieuwe winterseizoen, ze is op 30 oktober jl. wel gezien op de Sehlendorfer binnensee in Duitsland

Deze zwaan doet mee aan een Belgisch onderzoek van Didier Vangeluwe naar de veranderende trekroutes die nog maar recent in beeld zijn. De vogels zijn uitgerust met GPS zenders en hebben de letter X op de halsband(is normaal gesproken een E). Deze vogels zijn in de
zwaantje 270E
Yamal peninsula in Siberië geringd en behoren tot de Oostelijke populatie die via Kazachstan zelfs naar China vlogen en een deel van deze populatie koos een wat makkelijkere route naar de Griekse Evros-delta. Dat maakte deze waarneming dus extra bijzonder want 541X koos dus voor de Westelijke route en koos in het bijzonder voor de Gecombineerde Willemspolder, hemelsbreed een kilometer van mijn huis. En wat voel ik mij dan toch bevoorrecht om bij mij om de hoek deze speciale kleine zwaan te zien.

In de groep kleine zwanen zat ook een andere vrouwtjes kleine zwaan met halsband 208E wit en dat is ook een bijzondere vogel. Ze heeft nog maar een korte historie en is nog maar een weekje geleden in Nederland geringd. Wat haar bijzonder maakt is het type halsband. Dit is een 3D geprinte halsband met GPS antenne en wordt door zonnecellen van stroom voorzien. Dat is nieuw in de ringerswereld, voorheen werden daar gewoon batterijen voor gebruikt met een beperkte levensduur en dat is nu dus opgelost. Deze ringen zijn in Burgers Zoo getest op tamme knobbelzwanen en worden nu dus in het veld ingezet. Deze lichtgewicht ringen registreren elk moment dat ze in aanraking komen met water en geven elk uur via internet duizenden gegevens over positie en lichaamshouding van de zwaan door. En ook deze bijzondere zwaan zit dus gewoon bij ons in de polder.
een mooi gemengd clubje zwanen
Als je nu nog niet nieuwsgierig bent geworden en meer wilt weten van de deze bijzondere vogels dan weet ik het ook niet meer. Maar goed, stel dat je meer wilt weten van de kleine zwanen, stuur dan een mailtje naar Wim Tijsen met de vraag je de nieuwsbrief toe te sturen en hij stuurt je een keer of vier, vijf per winterseizoen een prima informatieve nieuwsbrief over de kleine zwaan. Zijn mail adres is; wimtijsen@ziggo.nl

 

vrijdag 20 januari 2017

Kleine zwaan 541X wit

kleine zwanen zover het oog reikt
Er is een wereld voor mij opengegaan. Ik ben al jaren geïnteresseerd in het wel en wee van de groep kleine zwanen die overwinterd in de Gecombineerde Willemspolder. Dus als geïnteresseerde zwanenliefhebber was ik afgelopen dinsdag op zoek naar het aantal jongen en eventuele ringen in de enorme groep knobbel- en kleine zwanen. Er zaten maar liefst 280 zwanen in de weilanden, en in die groep zaten dus 177 kleine zwanen waaronder 24 juveniele vogels. Weinig jongen en dat is al jaren geen nieuws, ik geloof dat dat het afgelopen broedseizoen iets van 7% jongen heeft opgeleverd.

Cygnus bewickii, met halsband 541X wit
Maar in de groep ontdekte ik vier halsbanden, 541X wit, 239E wit, 267E geel en 208E wit. Natuurlijk wilde ik deze vier halsbanden melden en zocht ik in de nieuwsbrieven van Wim Tijsen naar informatie hoe ik deze halsbanden kon melden. De witte halsband 541X heb ik gemeld bij Didier Vangeluwe, hoofd van het Belgisch ringwerk en verbonden aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuur- wetenschappen. En dat is niet zomaar een zwaantje wat ik daar heb gemeld.
Deze kleine zwaan maakt deel uit van een select groepje zwanen dat aan een speciaal onderzoek naar trekroutes van deze vogels meedoet, waarvan vermoed wordt dat zij hun trekroute aan het verleggen zijn naar meer oostelijke routes. Ik kom daar in een volgend blog nog op terug. Ik heb haar(het is een vrouwtje)levensloop inmiddels van Didier Vangeluwe ontvangen.

De twee andere halsbanden horen bij elkaar en dat is nog eens leuk om te vertellen. Ik heb deze twee gemeld op de site van www.geese.org en wat blijkt? Het is een koppel met een jong. Dit gezinnetje is rond 20 december in Nederland gearriveerd en zwerven sindsdien door Brabant en Zeeland. Het is alleen jammer dat ik het jong van dit koppel nog niet heb ontdekt. De juveniele kleine zwaan moet de halsband 207E wit hebben maar die heb ik nog niet in de groep van 24 jongen kunnen ontdekken. Vanmiddag nog maar eens met de telescoop op pad. Want je begrijpt het natuurlijk wel, nu wil ik ze ook allemaal zien.

Wil je meer weten van deze mooiste wintergasten, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=112


dinsdag 17 januari 2017

Nationale vogeltelling

 
deze gaai wordt er van verdacht een pindanet te
hebben gestolen
Volgende week is de Nationale tuinvogeltelling. In het weekend van 27 en 29 januari worden in heel Nederland de tuinvogels geteld en doorgegeven aan SOVON en de Vogelbescherming. Ik doe daar zelf ook alweer een aantal jaren aan mee en tel dan op het beste moment van de dag. In de ochtend is het bij ons altijd een drukte van jewelste in de tuin. De vogels gaan dan namelijk op pad om de lege maagjes te vullen en weten dat bij ons een goed gevulde dis te vinden is.

Vetbollen, zonnebloempitten, voedersilo's, pinda netjes etc. Ik strooi dan nog wat los voer op de grond zodat de dikke houtduiven, kauwen, gaaien en eksters ook mee kunnen eten. De torteltjes zijn handig genoeg om in het voederhuisje de lekkerste zaden en gebroken mais op te pikken.

Wat trouwens niet aardig en zelfs ondankbaar is, is dat de eksters en de gaaien complete pinda-
netjes lospeuteren en ermee vandoor gaan. Dat is nu al een paar keer gebeurd en dat zou een torteltje nooit doen, daar zijn ze te lief en te sociaal voor. Ze maken zelfs plaats voor een merel of het dominante roodborstje wat deze winter in onze tuin bivakkeert.

Zo in de ochtend kan het gebeuren dat er meer dan tien soorten in onze tuin foerageren. De meest opvallende tuinvogels zijn dit jaar de vinken, vier tegelijk en elke dag van 's-morgens tot 's-avonds. Ook nieuw dit jaar zijn de huismussen, die zagen we de afgelopen jaren niet in onze tuin, wel in de tuinen van de buren en in de

struiken in de wijk. Afgelopen jaar waren dat niet de vinken maar de groenlingen met soms tien tot twaalf vogels tegelijk.

Het lijstje van deze winter is tot nu toe als volgt;
merel, huismus, heggenmus, winterkoning, roodborst, koolmees, pimpelmees, vink, groenling, kauw, ekster, gaai, houtduif en turkse tortel. Geen zeldzame soorten, wel de meest voorkomende tuinvogels. In een ver, ver verleden hebben we nog wel eens een meerkoet en wilde eend in de vijver gehad en zelfs een ijsvogel die de goudvissen uit de vijver ving en op een keer een zwarte roodstaart maar dat waren toevalstreffers.

Ik weet niet hoe ik de blauwe reiger moet noemen die elke week wel een keer in de tuin zit en naar de vissen in de vijver staat te loeren. Het zit een beetje tussen vandaal en terrorist in. Hij heeft in de loop der jaren heel wat schade aangericht. Zelfs een goudkarper van een centimeter of vijfentwintig was een paar keer de klos. Hij was te groot en te zwaar om op te eten en lag dan achtergelaten op het terras naar adem te happen. Ik heb hem zo een paar keer moeten redden en snel teruggezet in het water. Wonder boven wonder knapte hij steeds weer op, elke keer met wat meer littekens op de flanken tot het op een keer genoeg was en hij het leven liet. Dus ja, gemengde gevoelens bij het zien van een blauwe reiger in de tuin.

Tip; begin alvast met wat extra te voeren, dan weten de vogels je tuin over 2 weken zeker te vinden!
Wil je meer weten of meedoen met de Nationale tuinvogeltelling, klik dan op de link;
https://www.tuinvogeltelling.nl

vrijdag 13 januari 2017

Anthus Godlewskii

mongoolse pieper(foto Wikipedia)
Nee, dit is niet de naam van een Poolse stukadoor maar de naam voor een Mongoolse pieper. Het was moeilijk om de drang van het waarnemen van een nieuwe soort te weerstaan. Zo schreef ik onlangs nog in mijn blog dat ik niet veel meer onderneem om een nieuwe soort waar te nemen. Het afvinken van een nieuwe soort is voor mij niet zo belangrijk, het waarnemen van een nieuwe soort om te genieten van een uitzonderlijke vogel is wel een reden om op pad te gaan. Zo ging ik de afgelopen twee weken tot driemaal op pad voor een nieuwe soort, wel bij mij in de buurt want kilometers rijden heb ik er niet voor over.


en nu dan de 10e in de Biesbosch
Zo zag ik de afgelopen weken de roodhalsgans(zie mijn blog van 23 december), de grote zee eend in de Biesbosch bij de Deeneplaatweg(2 januari) en gisteren was de Mongoolse pieper aan de beurt. De onopvallende pieper zat bij de Kroonbrug in de Biesbosch en werd daar al drie dagen gezien en gemeld op waarneming.nl. Toen ik bij de Kroonbrug aankwam zag ik een mannetje of twaalf, behangen met fototoestellen met lenzen van het formaatje pedaalemmer, telescopen en verrekijkers en er liepen zelfs vogelaars tussen met grote parabool richtmicrofoons en koptelefoons op het hoofd. Om er een hernia aan over te houden.

Kroonbrug
Dat was even makkelijk zoeken voor mij, ik sloot mij gewoon aan bij de groep en liep mee naar de hotspot waar de Mongoolse pieper rondhing. Hij zat aan de rand van het pad op de grens van het kort gemaaide gras en de kruidige zoom daarnaast. Hij liet zich steeds even zien als hij weer een metertje verder ging zitten. Maar om nu te zeggen, ja dat is duidelijk de Mongoolse pieper en geen duin-, water-, oever-, boom-, gras- of grote pieper, nee dat kan ik niet zeggen. Het is een alledaagse pieper zonder echt opvallende kenmerken. Als je het niet weet en net als ik een vogelaar bent die niet echt thuis is in de bijzondere soorten, dan zou je hem zo als waterpieper uitschelden. Het is trouwens pas de tiende waarneming in Nederland en de eerste waarneming van deze vogel in Brabant, dus in dat opzicht is het wel de moeite waard om te gaan kijken.

Hoe deze vogel hier terecht is gekomen, is een groot vraagteken. Normaal is deze vogel thuis in Zuid-Siberië, Mongolië, China en Tibet en broed op het Indisch subcontinent. Deze vogel moet wel erg veel rugwind uit het Oosten hebben gehad om hier terecht te komen. Ik ben werkelijk benieuwd of deze vogel ooit de weg terug naar huis vindt.

Wil je meer weten van deze zeer zeldzame en bijzondere bezoeker van de Biesbosch, klik dan op de link; https://www.dutchavifauna.nl/species/mongoolse_pieper

dinsdag 10 januari 2017

Zijn vogels wel eens ijsvrij?

Hoe gaan vogels om met extreme weersomstandigheden? Als je goed om je heen kijkt, zie je dat vogels zich prima aan kunnen passen aan ongewone weersomstandigheden. Het zal de overlevingsdrang in combinatie met instincten zijn die ervoor zorgt dat vogels barre tijden doorkomen. Storm, hitte en mist zijn denk nog de mist vervelende extreme weersituaties waar de vogels mee te dealen hebben, maar vorst, sneeuw en ijzel zijn wel de dodelijkste weervormen die je je kunt voorstellen.

Zo zag ik vrijdagochtend een ijsvogel op een tak zitten naast de schaatsbaan in de Oranjepolder. De vogel zat daar bij een van de laatste stukjes open water in de polder. De rest van alle sloten en plassen was voorzien van een dun laagje ijs wat er voor zorgde dat de ijsvogel niet bij zijn geliefde en o zo
Zou deze ijsvogel strek genoeg zijn?
noodzakelijke voedsel kon komen. Hij kan het wel proberen om er doorheen te duiken maar dat zal hem niet meer dan een flinke koppijn en een kromme snavel opleveren. Deze ijsvogel bleef tot op het laatste moment zitten en vloog pas op toen ik hem tot op amper drie meter was genaderd. Hij maakte dan een korte vlucht van een meter of tien en wachtte weer tot ik er weer was en zo herhaalde zich dat een keer of acht. Veel onnodig verspilde energie waar hij die dag wel eens last van kan hebben gehad. Geen voedsel en toch het kacheltje laten branden op gemiddeld veertig graden houd je niet lang vol. Vogels hebben een hogere lichaamstemperatuur dan mensen. Als wij een lichaamstemperatuur van veertig graden hebben, liggen we te rillen en te ijlen in bed.

Zaterdagochtend maakte ik weer een ander fenomeen mee, ijzel. Hoe gaan de vogels daar mee om? Ik speurde in de polder naar vogel activiteit om te kunnen zien wat ze nu deden om ijsvrij te blijven. De eenden zwommen in een groot wak in Het Kromgat en het leek erop dat zij vooral in beweging bleven om ervoor te zorgen dat het water niet dichtvroor. Ze leken geen last van de ijzel te hebben, op zijn tijd een keer flink schudden en de rommel was weer voor even verdwenen. Reigers zitten ineengedoken langs de bevroren slootkanten en verstoken zo weinig mogelijk energie. Normaal gesproken waren ze allang opgevlogen maar nu wint de winst van de energiebesparing het van de angst voor ons mensen. De waterhoenen kunnen als geen andere vogel zomaar compleet uit het gebied verdwijnen, daar waar ik dagelijks groepjes van tien en twaalf hoentjes zag, zit nu helemaal niets meer. Ik vermoed dat zij een goed heenkomen in de rietkragen zoeken en wachten op betere tijden. Meerkoeten zijn de echte bikkels van de ijzige polder, ze scharrelen in het gras en wroeten in de sneeuw en ijzellaag op zoek naar brandstof voor het motortje en ook zij schudden een keer om het verenpakje schoon en droog te houden.

Kortom, elke vogel heeft zijn eigen manier om met extreem weer om te gaan, de zwakkere vogels zullen het niet redden als dit weer lang aanhoudt maar dat hoort ook zo. De natuurlijke selectie zorgt uiteindelijk voor het voortbestaan van de soort. En zo is het nu eenmaal.