dinsdag 16 oktober 2018

Kleine zilvers.


8 kleine zilvers(6 op de foto) bij elkaar.
Twee keer per jaar staat de vogelwereld op zijn kop. Dat weten we inmiddels wel, in het voorjaar en het najaar vliegen vogels over de hele wereld heen en weer. Vogels die normaal gesproken aan de kust te zien zijn, zie in die periode even in het binnenland.

Lekker makkelijk want dan hoef je niet ver te rijden om deze vogels te bekijken en zulke vogels zijn bijvoorbeeld de koereiger en de kleine zilverreiger. Die laatste zat afgelopen maand in flinke aantallen in de Biesbosch. In de Noordwaard net buiten Werkendam zaten ze soms in groepen bij elkaar.

Het zijn er maar een paar honderd die vooral in de Delta rusten en vandaar verder doortrekken naar het zuiden. Een mooie waarneming voor de Biesbosch want daar zijn ze maar even te zien.

grote (broer) zilverreiger
Als je de kleine zilverreiger zo alleen in de slootkant ziet staan, valt het niet zo op dat hij werkelijk klein is. Staat deze kleine reiger in de buurt van een grote mantelmeeuw of bergeend dat zie je pas wat een klein vogeltje het eigenlijk is. Die zijn, al zou je het niet zeggen, een stuk groter dan deze reiger.

In de vlucht is deze reiger nog het makkelijkst te herkennen aan zijn "voeten", die zijn namelijk geel en de rest van de poten zijn zwart. Andere reigers hebben niet van die opvallende "schoenen". Trouwens, 
koereigertje in de Biesbosch
in Engeland wordt de kleine zilverreiger wel eens de "lady with the golden slippers" genoemd, een hele mooie toepasselijke naam.
De koereiger is ook zo'n bijzondere bezoeker van de Noordwaard. Afgelopen maanden waren die ook regelmatig te zien, niet in die grote aantallen maar een paar kon je er altijd wel vinden. De koereiger is zelfs nog ietsje kleiner dan de kleine zilverreiger en heeft een wat lomper silhouet en hij kijkt ook wat norser.

Wil je meer weten van deze mooie spierwitte reiger, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-zilverreiger

vrijdag 12 oktober 2018

Gevaarlijke vogeltrek.

het oververmoeide zwartkopje rust uit op een kist vis
Bij de vogeltrek heb je altijd een wat roman-tisch beeld. Vogels die in het najaar vanuit het hoge noorden naar het warme zuiden vliegen. De ene soort navigeert op de stand van de sterren en de maan, de ander volgt het magnetisch veld en weer anderen volgen de infrastructuur zoals kustlijn en grote rivieren.

Dat zo'n tocht niet zonder gevaar is kunnen we ook nog wel bedenken maar daar krijgen we eigenlijk maar weinig van mee. Het grootste gevaar is de jacht en vogelvangst met netten in zuid Europa en minder bekend is de dreiging van rovers, uitputting en weersomstandig-heden.

Dat komt natuurlijk ook omdat wij daar niet echt bijzijn als het op deze tocht misgaat en daarom schrijf ik er nu een keer over omdat ik het verschijnsel van zeer nabij heb gezien.

een echte zeevogel, jan van gent
Vanaf een schip op de Noordzee keken we naar zeevogels zoals jan van genten, grote jagers, zeekoeten, noordse stormvogels en pijlstormvogels toen een jonge zwartkop op het dek landde. Het beestje was oververmoeid, overwon zijn angst en bleef rustig tussen ons inzitten. Hij bleef de hele dag aan boord en at de voedselrestjes van het dek, zat zelfs even op de neus van mijn rechterschoen. Ook een roodborst, koperwiek en winterkoning kwamen kort aan boord om even op adem te komen. De roodborst was waarschijnlijk op weg naar Engeland om daar te overwinteren. De routebeschrijving van de winterkoning kende ik niet en de koperwiek kon later zomaar op de 2e Maasvlakte landen.

meeuwen op zoek naar een lekker hapje
En toen besefte ik dat er voor heel veel vogels geen schip in de buurt is als ze over zee vliegen, op weg naar het zuiden waar het weer lekker, en voedsel in overvloed is. Ondertussen vlogen kramsvogels, gele kwikken en piepers over de boot. Kwieke vleugelslagen, zo fit als een hoentje en nog geen tekenen van vermoeidheid ook op weg naar het zuiden.

Een koperwiek vloog laag over het water, recht op een groep foeragerende grote mantel-meeuwen af en dat was een onherstelbare fout. Een mantelmeeuw wist de koperwiek uit de lucht te plukken en dook ermee het water in, de natte koperwiek verdween in de gulzige bek van de meeuw en werd zo een hapje tussendoor.

Het is goed om de trek ook eens van andere kant te zien maar liever niet te vaak, want ik had toch wel met ze te doen.

dinsdag 9 oktober 2018

Mag het een "pontje" meer zijn?

grote pontische meeuw
Een van de hotspots in Nederland om meeuwen te spotten is de zeedijk bij Westkapelle. In mijn vorige blog schreef ik daar al wat over en toen ging het met name over de vrij zeldzame geelpootmeeuw. Naast deze zeldzame meeuw zagen we daar nog een zeldzame meeuw, de pontische meeuw.
Wat jaren geleden werd de pontische meeuw als ondersoort van de geelpootmeeuw beschouwd maar die zienswijze is veranderd en wordt deze meeuw als zelfstandige soort gezien. Deze meeuw komt van oorsprong voor rond de Kaspische zee en Zwarte zee en trekt met name aan het eind van de zomer rond en is bij ons in het land te zien.

Deze meeuw is voor mij een lastige en moeilijk te herkennen. De meeuwenexcursie heeft mij wel weer wat meer kennis opgeleverd maar het blijft de komende tijd vooral de boeken er op naslaan. De pontische meeuw is vrij groot maar heeft een kleine
3e winter pontische meeuw
kop en donker oog. De op het eerste gezicht gelijkende zilvermeeuw heeft een veel grotere kop en geen oranjerode oog ring. Een volwassen zilvermeeuw heeft een hele lichte iris en dat heeft de pont dus niet. Dus daar ga ik mij de komende tijd meer op richten als ik weer eens wat meeuwen bij elkaar zie staan.

Tijdens de meeuwenexcursie ontdekten we zowel geelpootmeeuwen als pontische meeuwen in verschillende kalenderjaren. Met name de jonge onvolwassen meeuwen zijn erg moeilijk uit elkaar te houden. Dan komt er nog wat bij, noordelijke vogels uit Scandinavië ruien eerder dan onze meeuwen waardoor de kleden van de vogels in de verschillende kalenderjaren ook nog eens een verschillend rui stadium laten zien en hou dat maar eens uit elkaar.

Wil je meer weten van deze van oorsprong oost Europese meeuw, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/pontische-meeuw

vrijdag 5 oktober 2018

Het geslacht Larus.

volwassen geelpootmeeuw(Larus michahellis)
Een van de lastigste, zo niet dé lastigste groep vogels, zijn de meeuwen. Het aantal meeuwensoorten is nog wel te overzien maar de onderlinge verschillen zijn soms minimaal, zeker als de vogels nog in hun eerste, tweede, derde en soms ook vierde levensjaar zitten. Er zijn meer vergelijkbare overeenkomsten dan verschillen te ontdekken en je moet er dan ook een studie van maken om die verschillen te kunnen ontdekken.

Gisteren was zo'n meeuwenstudiedag aan de zeedijk bij Westkapelle. Onder leiding van een echte meeuwen-specialist, zeg maar gerust een autoriteit op het gebied van meeuwen gingen we op zoek naar de verschillende soorten. Behalve zilver-, kok-, kleine mantel-, grote mantel- en stormmeeuwen zochten we ook naar geelpootmeeuwen en pontische meeuwen. Deze twee laatste soorten zijn erg lastig te herkennen omdat er bij ons gewoonweg niet heel erg veel zitten en je nauwelijks ervaring opdoet in het determineren van deze soorten.

De vogels komen aan het eind van de zomer naar ons land
juveniel mannetje geelpootmeeuw
en kunnen dan de hele winter hier blijven hangen. Ook zijn er al een paar broedgevallen in Nederland bekend, maar die zijn op de vingers van twee handen te tellen. Er worden wel steeds meer geelpootmeeuwen waargenomen maar of dat komt omdat er ook echt meer naar ons land komen is maar de vraag. Het kan ook zomaar zijn dat de kennis van meeuwen steeds grote wordt en er daarom steeds meer gezien worden.

De meeuw is wat grof, dikker dan de kleine mantelmeeuw, lichter gekleurd maar donkerder dan de zilvermeeuw en doet nog het meest denken aan een zilvermeeuw met gele poten. En dan heb ik het over het volwassenkleed. Heb je het over jonge meeuwen van zeg maar een of twee jaar dan heb je echt de hulp van een specialist nodig. Het zal daarom nog wel een tijdje duren voordat ik in staat ben om de geelpoot zonder probleem uit een groep te pikken.

Wil je meer weten van deze mooie maar vooral onzichtbare meeuw, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/geelpootmeeuw

dinsdag 2 oktober 2018

Aalen boven het bos.

aalscholver in de vlucht
Wat niet zo bekend is, is dat aalscholvers ook in grote groepen naar het zuiden vliegen. Maar dat doen ze eigenlijk alleen als het flink vriest. Ze kiezen eerst voor een verblijf aan de kust en als het echt te gek wordt dan gaan ze echt weg. Met die wetenschap ergens weggeborgen in mijn achterhoofd liep ik vanmorgen door de Boswachterij op zoek naar mooie bosvogels zoals de bosuil, goudhaan en goudvink.
Het werd licht, er hing een mooie lage nevel over het oude zwem-bad, de grote groep canadese ganzen had geen haast en de beesten dobberden nog wat rond. Ze overnachten hier in het zwem-bad en trekken in de ochtend naar de foerageergebieden, zelfs tot in de wijk Reeshof bij Tilburg toe.

En toen ik daar zo van stond te genieten, kwam de eerst groep van 17 aalscholvers overgevlogen, strak in een "V" vliegend. Niet veel later nog een groep, dit keer waren het wel 50 aalscholvers, ook weer in een "V" in dezelfde richting vliegend. Ik denk dat deze aalscholvers richting kust gaan om daar de komende maanden te "overwinteren". Zou deze vroege trek een koude periode aankondigen of is dit gewoon een standaard gedrag wat mij nu pas goed opvalt?

volop grote canadese ganzen in het bos
Ik hoop dat het laatst het geval is want op een vroege koude periode zit ik niet te wachten. En de aalscholvers ook niet want die beginnen namelijk in december al met de voorbereidingen van het broedseizoen en dan moet het wel een beetje leuk weer zijn.

Over niet al te lange tijd zie je dan aalscholvers met een witte broedvlek op de flanken vliegen als voorbereiding op een nieuw seizoen.

Maar goed, de waarneming van bijna 70 overvliegende aalscholvers maakte deze vroege boswandeling weer speciaal. En zo is het eigenlijk elke keer wel en is er iets bijzonders in het bos te beleven.


vrijdag 28 september 2018

Canadezen in het bos

Canadezen in het bos
Het afgelopen najaar en ook nu weer, slaapt een grote groep canadese ganzen in de boswachterij Dorst. Ze hebben het voormalige zwembad als slaapplaats uitgekozen en dat zou je zo een, twee, drie niet verwachten. Bij grote groepen ganzen denk je al snel aan grote, uitgestrekte polders of de Noordwaard in de Biesbosch. En aan slaapplaatsen van ganzen denk ik dan al snel aan de spaarbekkens in de Biesbosch.

Het zijn er een stuk of driehonderd plus. In de grote groep van vorig jaar zaten nogal wat exemplaren met een halsband en door deze ganzen op www.geese.org te melden, kwam ik er achter dat ze in Tilburg en Den Bosch waren "geringd" en op waarneming.nl ontdekte ik dat ze overdag gemeld worden in Tilburg, de wijk Reeshof. Waar deze grote groep in de zomer slaapt is me nog niet duidelijk geworden maar in het najaar en winter kiezen ze dus voor het voormalige zwembad om de nacht door te brengen.

Een goede keus volgens mij want je kunt je bijna geen stillere plek voor de nacht voorstellen dan dit bos. In de groep van dit najaar zitten geen ganzen met halsbanden, dus waar die beesten van vorig jaar gebleven zijn is mij een raadsel. Het zal heus wel dezelfde groep zijn maar misschien wisselt de samenstelling regelmatig. Morgenvroeg weer eens goed in de groep speuren of er deze keer wel een halsband bijzit.

Als het licht wordt beginnen de ganzen wat onrustig rond te zwemmen en worden ze ook steeds luidruchtiger, tot er een soort startsein gegeven wordt en alles de lucht ingaat. Op weg naar de ontbijttafel. Een half uur na zonsopkomst is alles weg en is de rust wedergekeerd en is het zwembad weer van de meerkoeten.

Wil je meer weten van deze zogenaamde bosgans, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grote-canadese-gans

dinsdag 25 september 2018

Ringmussen in de Oranjepolder.

5 ringmussen in het najaarszonnetje
In de Oranjepolder leeft al jaren een flinke groep ringmussen. Ze zijn zeer honkvast en bezetten de kruinen van een rijtje knotwilgen langs de Vissersweg. Vanaf het vroege voorjaar tot ver in de herfst verblijven ze hier en hoor je ze al van grote afstand tsjilpen. Als het echt wintert, vertrekken ze richting de woonwijk en zoeken ze het gezelschap van de huismussen op. De groepen mengen en gezamenlijk struinen ze tuinen en voedertafels af op zoek naar eten.

De ringmussen onderscheiden zich hier dus van de huismussen die een heel jaar door in hetzelfde gebied blijven. Die zitten zomer en winter in dezelfde klimop- of beukenhagen. De ringmus houdt dus van het echte buitenleven en laat zich alleen maar leiden door het voedselaanbod. Ik heb er overigens geen benul van hoe het met deze populatie mussen gesteld is. Naar mijn idee is de omvang van de groep al jaren stabiel. Gemiddeld wordt zo'n musje een jaar of drie dus de groep ververst met een flink tempo.

huismusvrouwtje
In het voorjaar heb ik nog een sterk staaltje van mussenmoed kunnen zien. In een van de solitaire populieren aan de Kromgatweg had een koppel buizerds een groot nest gebouwd. Van een flinke afstand keek ik vrijwel dagelijks naar de vorderingen die de buizerds in het broedseizoen maakten. En toen ik op een ochtend daar weer met de verrekijker stond, zag ik ringmussen aan de onderkant van het buizerdnest het nest inklimmen.

moeilijk te zien, maar de
ringmus nestelt in het buizerdnest
Ik had al eens gehoord dat ring-mussen wel eens vaker inwonen bij andere nestelende vogels maar bij een roofvogel inwonen, dat was nieuw voor mij. Het was geen op zichzelf staande waarneming, want de dagen erna lette ik er op en zag steeds weer de ringmussen druk in de weer aan de onderkant van het inmiddels grote buizerdnest.

Heel apart want ze brengen een groot deel van het jaar samen door in de knotwilgen en tuinen in de buurt, maar broeden doen sommigen dus klaarblijkelijk liever in afzondering van soortgenoten. Het lijkt ergens op commensalisme waar de ene soort voordeel van de ander heeft en de ander geen last of voordeel heeft van de eerste.

Wil je meer weten van de dappere ringmus, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ringmus

vrijdag 21 september 2018

Najaarstrek op gang.

kolganzen zijn er ook al
Gisteren, donderdag 20 september genoten we nog van een zomerse dag. De herfst en winter lijken nog ver weg maar dat kan zomaar omslaan. Vanmorgen viel het er dan ook met bakken uit, geen weer om vogels te spotten.

In het hoge noorden hebben de vogels de knoop al doorgehakt en zijn naar het zuiden vertrokken en zelfs al gearriveerd in de Boswachterij Dorst. Op drie plekken in het bos zag en hoorde ik de eerste sijzen van het seizoen. Een groep van 42 stuks vloog op en vloog al roepend van berkentop naar berkentop. Ook de appelvinken zijn al terug, alhoewel die hier het hele jaar te zien en te horen zijn. De appelvinken zoeken elkaar in het najaar wel op en trekken in de winter samen op. Dat maakt het wel eens stuk makkelijker om deze schuwe en verborgen levende vogel te zien.

grote zaagbek
nog zo'n typische wintergast


Ik twijfel nog een beetje maar volgens mij hoorde ik 's-avonds laat ook een kolgans roepen. Hoog in de lucht klonk de schrille roep van de gans, veel scherper en sneller dan de roep van een grauwe gans. Die roept op een lagere toon en laat nog twee korte kreten na de roep horen. De kolganzen komen al sinds het begin van deze maand binnen, nog wel in kleine aantallen maar ze zijn onderweg. Ook de toendrarietganzen, brilduikers en grote zaagbekken worden al gemeld.

Dus ondanks de nog zomerse temperaturen is de najaarstrek van de wintergasten al volop op gang en over niet al te lange tijd zit ons land weer helemaal vol met overwinteraars. Afgezien van het slechte weer ben ik toch wel weer blij dat het zover is en wordt vogelkijken weer een uitdaging.

dinsdag 18 september 2018

Nieuwe bewoner van de polder?

de witte patser in volle glorie
Afgelopen weekend zijn de watervogeltellingen weer begonnen en dat betekent een stevige wandeling van 14 kilometer door de Oranjepolder. Elke maand, rond de 15e, worden alle watervogels in de Oranjepolder en op de twee grote plassen bij Raamsdonksveer geteld. De eerste wandeling van het seizoen is altijd een lastige want al het blad zit nog aan de bomen en struiken waardoor het zicht op de sloten en waterlopen zoals Het Kromgat beperkt is.

Ik weet zeker dat ik daardoor de nodige water-vogels mis. Waterhoentje en meerkoeten zitten in de rietkragen en als ze zich niet laten horen, ontdek ik ze ook niet. De aantallen liggen in september dan ook altijd een stuk lager dan in de komende maanden. Maar naast mijn spiedend oog voor watervogels ben ik ook altijd alert op andere mooie poldervogels. En deze keer viel mij een opvallende buizerd op.
vroege wandeling in de polder

Deze buizerd is vrijwel helemaal wit alleen de vleugels zijn bruin gekleurd. De vogel stond kaarsrecht tegenover een geheel bruine buizerd en het leek erop dat er een non verbale discussie gaande was. Wie is groter en sterker en maak dat je wegkomt leek de vogel met zijn houding te willen zeggen. Ik zie elke dag altijd wel een stuk of drie buizerds in de polder rondvliegen of op paaltjes zitten maar deze witte kende ik nog niet.
Het kan een doortrekker zijn of een jonge buizerd van dit jaar die hier zijn territorium probeert te vestigen. Maar dan zal hij toch van goede huizen moeten komen want de vaste bezetting van de polder zal niet snel wijken.
Die middag ben ik nog maar eens gaan kijken of hij nog in de polder rondvloog en jawel hoor in dezelfde akker als die ochtend stond de witte patser nog parmantig in het zonnetje te pronken. Het wit spatte van zijn verenpak af, hij was van meer dan honderd meter al te zien.
Het zou een mooie aanwinst voor deze winter in de polder zijn, makkelijk te spotten en te volgen. En dan leer je ook weer wat zo'n vogel dagelijks in de polder uitvreet.

Wil je meer weten van deze succesvolste roofvogel van Nederland, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/buizerd

donderdag 13 september 2018

Vreemde vliegende valk.

koolzaadvelden, valkparkieten paradijs
Enige tijd geleden kwamen in dit blog de exoten al eens ter sprake. Ik heb het dan over nijlganzen, fazanten, parkeenden, monniks- parkiet en zwarte zwanen om er maar een paar te noemen. Aan mijn lijstje waargenomen exoten in het veld is weer een soort toege-voegd.

In de Oranjepolder vliegt namelijk alweer een paar maanden een valkparkiet rond. Je hoort hem al van ver en hij lijkt het hier wel naar zijn zin te hebben. De houtduiven moeten niets van hem hebben en vliegen steeds op als hij al schreeuwend aankomt vliegen. Het is een grijze valkparkiet met witte vleugelranden en schouder.
een gezin valkparkieten in Australië

De valkparkiet komt oorspronkelijk uit Australië en wordt hier als volièrevogel gehouden. In Australië vind je de valkparkiet in grote getalen in agrarische gebieden, dus wat dat betreft is hij hier wel op zijn plaats. We kennen naast de grijze variant ook de witte met een geel en oranje kop. Aardig om te weten is dat het geen parkiet maar een kleine kaketoe is met de prachtige Latijnse naam Nymphicus hollandicus.

Met het warme weer van de afgelopen maanden, zal deze vogel zich makkelijk in leven weten te houden. Zeker de restjes koolzaad op de akkers waar hij nu dagelijks te zien is, voorzien hem van voldoende voedsel.

valkparkiet begin 1800
toen al een tam huisdiertje
Ik vermoed dat deze vogel is gaan vliegen omdat de baasjes op vakantie moesten en geen oppas konden vinden. In de Lage Vuchtpolder bij Teteringen zag ik de afgelopen tijd een blauwe en een gele grasparkiet vliegen. Ook daarvan denk ik dat ze het veld moesten ruimen toen de eigenaars op vakantie wilden. Typische verschijnselen van deze tijd van het jaar en jammer dat mensen zo met huisdieren omgaan.

De komende maanden worden spannend voor dit beestje, gaat hij de herfst en de winter overleven? De monniksparkieten in Ouddorp zijn winterhard net als de halsbandparkieten in Den Haag waarvan de aantallen steeds maar toenemen. Deze vogels komen oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en Azië.

Wil je meer weten van deze kleine kaketoe, klik dan op de link;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Valkparkiet

dinsdag 11 september 2018

Porseleinhoen laat zich zien.

porseleinhoen in de Biesbosch
Dit jaar heb ik voor het eerst sinds jaren en jaren weer eens een porseleinhoen gehoord. De laatste keer was in 2012 tijdens de purperreigertelling in de Sliedrechtse Biesbosch. Het leek erop dat de Biesbosch geen goede leefomstandigheden voor het porseleinhoen bood.

Een paar jaar geleden zijn een in de Brabantse Biesbosch ingrijpende werkzaamheden uitgevoerd en is het gebied voor een aantal bijzondere en ook zeldzame moerasvogels langzaam aan steeds geschikter geworden Dat ontdekte ik dit voorjaar toen ik tijdens de broed-vogel inventarisatie(BMP telling) een porseleinhoen hoorde roepen. Een geluid dat je, als je het eenmaal een keer gehoord hebt, nooit meer vergeet. Men schat overigens dat er in heel Nederland nog geen 300 broedparen broeden.

Een porseleinhoen in het voorjaar horen is al heel wat en ik was er dan ook heel erg blij mee, maar een porseleinhoen zien, leek een onmogelijke opgaaf. Deze zeer schuwe en verborgen levende moerasvogels laten zich vrijwel nooit zien. Ik had mij daar al bij neergelegd, tot ik op waarneming.nl een paar keer zag dat in de polder Vogelzang in de Biesbosch porseleinhoentjes werden gezien en gefotografeerd.

de ondiep randen en rietkragen zijn hier ideaal
Een uitgelezen kans om er een te zien. Tegen de avond, windstil en bewolkt, ideaal om er een te spotten, stopten we bij de porseleinhoen hotspot. En vrijwel direct was het raak, maar liefst twee porseleinhoentjes kregen we in het vizier, foeragerend, in de rietkraag. Ze liepen voor het riet langs, verdwenen weer even en kwamen dan weer even in de modderbodem pikkend tevoorschijn.

Prachtige vogels die ook wel veel weghebben van waterhoentjes en waterrallen. De be-wegingen en bouw van de vogels is verge-lijkbaar alleen het verenkleed verschilt. Het porseleinhoen is warm bruin met zwarte en witte randen langs de veertjes waardoor ze wat gestippeld lijken. Een stevige rood/oranje snavel en groene poten. Vergissen is dan eigenlijk niet mogelijk.

Wil je meer weten van deze zeldzame moerasvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/porseleinhoen

vrijdag 7 september 2018

Geheimzinnige bosuil

vroege wandeling in het bos
Een echt vroege boswandeling levert altijd wat op, zo ook deze keer. Het begon al goed met een roepende goudvink en wat verder van mij vandaan, hoorde ik een zwarte specht roepen. Het typische zwarte spechten cru-cru-cru klonk in het nog halfduistere bos. Een goed begin van een mistige ochtend die later overging in een stevige regenachtige ochtend.

In het oude beukenbos, wat dieper in boswachterij, staat een oude niet zo gezonde beuk waar begin dit jaar tijdens een stevige storm een enorme tak van afbrak. Zeg maar dat een van de twee dikke zijtakken van de stam was gescheurd. Dat dit kon gebeuren was goed zichtbaar want in de stam zat een grote zwarte rotte opening en laat die opening nu een prima nestplaats zijn voor een liefhebber van holtes, de bosuil een echte holenbroeder. 

onopvallende bosuil
Al een paar keer dat ik daar voorbij wandel zit de bosuil diep in de opening net over de rand naar buiten te kijken. Ik hoop zo dat dit zijn definitieve nestplaats wordt want dan is hij in de loop van het seizoen mooi te volgen. Ze zijn zeer honkvast en ik zie deze bosuil nu alweer een maand of twee op deze plek, ik heb dus goed hoop. Het kan zelfs zo zijn dat deze bosuil zijn verdere leven in dit territorium blijft, over "honkvast zijn" gesproken!

Bosuilen ken ik vrijwel uitsluitend van hun roep wat dat doen ze in het winterseizoen met grote regelmaat. Zo hoorden we de bosuil regelmatig in het stadspark in de buurt van de muziektent, bij het klooster Sint Catharinadal en in de Biesbosch bij de Bloemplaat, Vijfambachten en Ruwen Hennip.

Met deze uil gaat het dus zo slecht nog niet, de aantallen blijven al een jaar of tien stabiel. De bosuil is ook niet bedreigd en wat misschien niet bekend is, is dat dit de meest voorkomende uil van Nederland en zelfs Europa is.

Wil je meer weten van deze grote onbekende veel voorkomende uil, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/bosuil

dinsdag 4 september 2018

Morinelplevier op de lijst gezet.

een ideale stoppelakker voor de morinel
Al heel wat jaren speur ik in Zeeland naar plevieren, goud- en zilverplevieren, bontbek-, kleine- en strandplevieren en met grote regelmaat zie ik ze ook. Als het seizoen maar juist is, kom je ze ook tegen bij Plan Tureluur, het eilandje Markenje en bij Noordervroon in Westkapelle. Behalve die ene, de morinelplevier, dat wilde maar niet lukken. In de nazomer trekken de morinellen door ons land op weg naar de overwinteringsgebieden en in het voorjaar komen ze opnieuw voorbij als ze gaan broeden in het uiterste noorden van Scandinavië en verder weg richting Rusland. Deze zeldzame doortrekkende vogels zie je dan langs de kust en zelden of nooit bij ons in het binnenland.

onopvallende en lastig te ontdekken morinelplevier
Afgelopen week zag ik regelmatig meldingen op waarneming.nl van morinelplevieren in Zeeland. Het moest er daarom maar eens van komen en op een dag, al vroeg in de ochtend, vertrokken we naar de kust. Met name bij Meliskerke werd alweer een paar dagen op rij een koppel gemeld dus dat werd het startpunt van die dag. Morinellen hebben een voorkeur voor kaal akkerland, een graanstoppelakker of een akker waar mais heeft gestaan.

Behalve die bewuste dag dus, want na lang speuren zagen het koppel tussen een groep goudplevieren in een grasakker staan. Qua formaat zijn ze even groot, ook de bouw is hetzelfde alleen de goudplevier mist de lange lichtgele
zomerkleed(L) en winterkleed(R)
tot in de nek doorlopende oogstreep en witte streep op de borst. Hét kenmerk van de morinelplevier. Een morinelplevier in broedkleed is heel wat makkelijker te herkennen. Dan is de borst en buik oranjerood en de kop is dan ook scherper getekend waardoor de oogstreep die tot in de nek doorloopt, helemaal goed opvalt maar die aanblik kun je in deze tijd wel vergeten. Het is in deze tijd een onopvallende vogel die geheel in de achtergrond kan opgaan.

Des te groter was de vreugde van de ontdekking van deze nieuwe soort voor mij. Eindelijk een morinelplevier en nog wel twee ook, goed in de lens van de telescoop maar net iets te ver weg voor een duidelijke foto. Die foto is wel gemaakt als bewijsfoto bij mijn waarneming.

Wil je meer weten van deze bijzondere passant, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/morinelplevier

vrijdag 31 augustus 2018

Jonge huismussen doen goed mee.

bijna uitgekleurde jongeman
Alledaagser kan het bijna niet, de doodgewone huismus die je overal waar wij ook zijn, tegen kunt komen. Staat er ergens in de wijk een beukenhaag, laurierhaag of dikke klimop schutting, dan zijn er wel huismussen te vinden. En niet een huismus of een paar maar het zijn er dan ook gelijk een hele hoop. Het zijn echte kolonievogels die ook, in zeg maar, los kolonie verband in de wijken broeden.

In het voorjaar hebben ze het erg druk en kwetteren ze er lustig op los, vliegen in groepjes achter elkaar aanjagend door de straten en tuinen, geen oog hebbend voor onze aanwezigheid. De jonge mussen zijn ondertussen al lang en breed uitgevlogen en kiezen nu hun eigen weg. En dat is soms erg ver van hun geboortenestje vandaan. Ze hebben niet zo'n binding met hun geboorteplekje. Er is ooit wel eens een jonge mus meer dan 500 km verder dan zijn geboorteplekje aangetroffen.

volwassen mannetjesmus
Het was, ja en ik schrijf het nog maar eens op, het was een zeer algemeen, veel voorkomende broedvogel waar de aantallen in de zeventiger jaren op een kleine 2 miljoen broedparen lagen en daar is nu, heden ten dage, amper een derde van overgebleven.

Door onze isolatiedrang is het voor de huismussen vrijwel on-mogelijk geworden om onder de dakpannen te nestelen. Daar-naast zijn nog tal van factoren te noemen die de achteruitgang van de huismus verklaren. Jammer, want het is een gezellig vogeltje dat ook nog eens niet schuw is en tot op een meter afstand de gemorste kruimeltjes komt oppikken.

huismus vrouwtje
Tussen de huismussen die ik onlangs rond mijn terrastafel gadesloeg, zaten ook wat jonge huismussen. Het is nog niet zo makkelijk om die jonge beestjes te  ontdekken want ze kleuren al vrij snel naar het volwassene kleed. De vrouwtjes zien er allemaal gelijk uit en is dat verschil tussen jong en oud niet of nauwelijks waar te nemen. Althans voor mij niet en een meer ervaren vogelaar ziet dat verschil mogelijk wel.

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is goed te zien en dat is bij de ringmus wel even anders. Bij deze mussensoort zijn de mannen en vrouwen hetzelfde gekleurd en getekend. Maar die zitten niet vaak in de woonwijken, hooguit in de winter als in het buitengebied wat minder voedsel beschikbaar is, dan willen ze de voedertafel nog wel eens bezoeken.

Een alledaagse verschijning wordt zo dus bijzonder en er moet een wonder gebeuren wil deze neerwaartse lijn omgebogen worden. Wil je meer weten van deze gevederde mensenvriend, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/huismus

woensdag 29 augustus 2018

De terugkeer van het witgatje.

witgat(tringa ochropus)
Het was denk ik, zo rond 21 april toen ik een witgatje in de Oranjepolder zag. Zie ook mijn blog van 24 april waar ik de ontmoeting met deze steltloper beschrijf. De witgatjes waren toen op trek naar het noorden om daar te gaan broeden. Witgatjes broeden niet in Nederland maar wel in Scandinavië en het dichtst bij ons in de buurt is Duitsland. Ik schreef in april dat ik de eerste witgatjes weer in september terug verwachtte maar dat was dus eergisteren, 21 augustus, al het geval, exact vier maanden later.
In de boswachterij Dorst vlogen
's-morgensvroeg vier witgatjes op. Langs de oever van de oude leemputten die door de extreem droge zomer nog maar amper water bergen, zaten ze hoogstwaarschijnlijk bij te komen van de lange vlucht naar hier.

Het is een stuk logischer te noemen dat de witgatjes in het bos te zien waren dan in Het Kromgat in de Oranjepolder. Dit water stroomt namelijk nogal en daar houden deze vogels niet echt van. Die geven de voorkeur aan stilstaand water in vochtige bossen al is daar nu geen sprake van.

Het broedseizoen inclusief de heen- en terugreis duurt dus precies vier maanden en dat is toch wel erg kort. De vogels brengen dus maar liefst acht maanden in het "buitenland" door in plaats van in hun geboorte- land. Dit geldt trouwens voor veel vogels en er zijn er ook die een nog veel korter verblijf in hun geboorteland doorbrengen.

Een voorbeeld in de omgekeerde volgorde is de gierzwaluw. Die broedt en verblijft hier tussen 30 april en 1 augustus en dat is dus een volle maand korter dan een witgatje. De gierzwaluw verblijft dus maar liefst negen maanden in het "buitenland". En daarmee is het dus meer een Afrikaanse vogel dan een oer Nederlandse vogel al denken wij daar graag anders over.

Nog zo'n mooi voorbeeld is de oer-oer Nederlandse vogel, de koekoek. Nederlandser kan bijna niet maar ook deze vogel leeft dik acht maanden in Afrika en maar vier maanden tijdens het broedseizoen bij ons. En is het dan nog wel een oer Nederlandse vogel te noemen?

Wil je meer weten van het willende witgatje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/witgat