dinsdag 13 oktober 2020

Weerzien met de bosuil.

de bosuil in maart 2020
De afgelopen anderhalf jaar zag ik in de Boswachterij Dorst, vrijwel wekelijks een bosuil in een boomholte zitten. Onverstoorbaar zat hij hij daar volkomen op zijn gemak, volledig vertrouwend op zijn schutkleur die perfect matchte met de stam van de beukenboom. Niets leek hem te kunnen verstoren tot die pittige storm van afgelopen maart. In heel het beukenbos was maar 1 boom gesneuveld en laat dat nu net de nestboom van de bosuil zijn. Wat was dat jammer. Ik heb deze uil regelmatig in dit blog genoemd en ook zijn foto geplaatst.

Een tijdje dacht ik dat ik hem voorgoed kwijt was. Op mijn wandelingen door Dorst bleef ik altijd speuren naar bomen met grote gaten, oud zwarte spechtgaten of dode bomen waar een uil in zou kunnen nestelen. Van maart tot deze week, zeg maar wekelijks was dat wel een keer aan de orde. Ik vond een plekje met meerdere bomen met grote gaten en die bomen had ik in mijn wandelroute opgenomen. Ik dacht nog "als er ergens een geschikt plekje voor een bosuil is, dan is dit het wel". 

de bosuil afgelopen week
Zeker zes keer heb ik daar van een afstandje alle gaten van de bomen afgespeurd en geen bosuil gezien. Tot deze week, toen zat in een dode boom wel een bosuil. Ogen dicht, niets in de gaten, zich volkomen veilig voelend, zat hij daar. Wel alert want nadat ik mijn tweede foto had genomen, zakte de uil plots naar beneden, alsof hij op het knopje van de lift naar de kelder had gedrukt. 

Ook al is het de meest voorkomende uil in ons land, het blijft lastig om er een te zien. In Dorst zitten meerdere paartjes en ik schat dat het toch wel eens om vier paartjes zou kunnen gaan. Ik baseer dat aantal op het aantal roepende bosuilen die ik de afgelopen jaren daar gehoord heb. Ik weet dat bosuilen hun hele leven trouw blijven aan hun territorium en ik heb ze dus vaker op verschillende vaste plekken gehoord. Een zo'n bekende vaste plek of territorium, is vlakbij restaurant Beum. Ze zeggen ook weleens dat bosuilen extreme standvogels zijn, dus dat geeft ook wel aan dat als je er een gehoord hebt, je die vogel daar ook vaker kunt horen en zien.

Wil je meer weten van deze prachtige nachtvogel, klik dan op de link;
 

vrijdag 9 oktober 2020

Doe mij maar een blako.

Er zijn maar weinig vogels die al enkele jaren op mijn wensenlijstje staan. Ik laat het zogezegd altijd maar gebeuren. Soms komt er wat op je pad en soms ook niet en dat is prima. Een van die "wensvogels" die wel op mijn wensenlijstje stond is de bladkoning.

De bladkoning is zo'n doortrekker die je een keer gezien moet hebben. In september en oktober komen ze over ons land en dat doen ze meestal langs de kust. Ze zijn piepklein, niet uitbundig gekleurd, schuw en ze zingen als vanzelfsprekend niet in deze tijd van het jaar. Kortom, ze sturen op die manier aan op een toevallige ontmoeting. Je kunt ook niet zeggen, ik ga eens naar de begraafplaats in Westkapelle om de bladkoning te bekijken, zoals je dat afgelopen jaar bijvoorbeeld wel kon doen voor de wilde zwaan in Hooge Zwaluwe of deze zomer voor de kolgans in Lage Zwaluwe.

eerst de goudlijster en daarna de blako
Die begraafplaats in Westkapelle is trouwens wel een topstek om de bladkoning te zien maar er zit helaas geen garantie op. Daar heb ik dus al een paar keer voor niets tussen de graven van Koppejan, Copoolse, Dieleman en Hamelink doorgelopen en geen bladkoning gezien.

En zoals het zo moest zijn, stonden we afgelopen week geduldig te wachten op het voorbij vliegen van de zeldzame dwaalgast, de goudlijster, vloog er zomaar een bladkoning voorbij. Eindelijk een bladkoning. Hij vloog samen met een goudhaan een duindoornstruikje in en liet zich even goed bekijken. De olijfgroen veertjes met de lichte streep op de vleugel, gele stuit en de lange lichte oogstreep die ver over de kop doorliep waren goed te zien. Onmiskenbaar en de waarneming werd die dag ook nog eens dik honderd keer bevestigd op de site van waarneming.nl. 

Eindelijk dat kleine Russische doortrekkertje gezien. Ze zijn op weg van Siberië naar Afrika en passeren ons land in de herfst. Ik hoop de komende maand nog zo'n waarneming te kunnen den want ze kunnen nog een maandje door ons land vliegen. Opletten dus.

Wil je meer weten van dit Russische mini doortrekkertje, klik dan op de link;

dinsdag 6 oktober 2020

De gouden goudlijster

goudlijster(zoothera dauma), (foto Arko Huangh) 
Soms lacht het geluk je toe. Niets vermoedend over zee turend, op zoek naar mooie wintergasten zoals de kuifduiker, zee eenden, eiders en de roodkeelduiker, stonden we op de Brouwersdam. We zagen ze allemaal voorbij komen toen we aangesproken werden door een vogelaar. En zoals dat zo vaak gebeurt, klonk het, "en......nog wat moois gezien?"

Wij niet zo maar hij wel, en gaf ons de gouden tip van de geheim gehouden goudlijster die slecht een paar kilometer verderop zat. In een tuintje in Ouddorp zat deze dwaalgast die uit de buurt van de Oeral komt, zeer schuw is en in de trek naar zuidoost Azië vliegt. Wat doet zo'n beestje in Godsnaam in Ouddorp?

We werden verrast en niet alleen door deze zeer zeldzame dwaalgast maar voornamelijk door het aantal vogelaars die deze geheim gehouden vogel al gespot hadden. Hoezo geheim gehouden? Ik ken de omgeving daar erg goed en was uiterst verbaasd over het aantal geparkeerde auto's. Zoveel zie ik er daar zelfs op een mooie zomerdag niet eens. 

samen met 81 vogelaars stonden we daar
De goudlijster vliegt door het struikgewas van de ene tuin naar de andere maar vanuit de tuin waar we samen met de andere vogelaars stonden, hadden we de grootste kans om hem te zien. Iedereen op afstand van elkaar, zoals dat in deze tijd hoort.

Tot twee keer toe vloog de goudlijster voorbij, net te snel voor een foto. Toen vonden we het wel genoeg. Een zeldzaamheid spotten is altijd leuk maar het is minder leuk als je daar tussen tientallen andere vogelaars staat.

Ik ben nu wel eens benieuwd wat er met deze vogel gaat gebeuren? De vogel heeft tijdens de trek van de Oeral een foute beslissing genomen en is niet afgeslagen naar zuidoost Azië maar naar Ouddorp. Hij zal de winter hier wel goed dorkomen maar dan? Op een gegeven ogenblik moet hij ook weer terug en ik vraag mij af of dat gaat lukken want volgens mij is zijn kompas of GPS defect. En als dat zo is, hoe ziet zijn verdere leven er dan uit? Hier een soortgenootje vinden is uitgesloten en dan wordt het toch een eenzaam bestaan. Ik heb toch wel met hem te doen en blijf stilletjes hopen dat het goedkomt.

Wil je meer weten van deze gouden vondst, klik dan op de link;  https://nl.wikipedia.org/wiki/Goudlijster


vrijdag 2 oktober 2020

Roepende rode wouw.

rode wouw, vanmorgen 2 oktober
In deze tijd van het jaar maak je nog weleens kans op een overvliegende rode wouw. Het blijft een bijzondere en zeldzame ontmoeting, alhoewel dat wel aan het veranderen is. Zo langzaam maar zeker is dit een soort die zich van uiterst zeldzaam voorkomend tot bijna algemeen voorkomend ontwikkelt. Elk voorjaar en najaar zie ik er wel een paar, meestal in de Biesbosch. 

Ook neemt het aantal broedparen in ons land verder toe. En wat de meesten niet verwachten, ze broeden ook bij ons in de buurt. Afgelopen jaar heeft een koppel gebroed in de Strijbeekse heide en dit jaar heeft een koppel bij Hoeven gebroed. Enkele jaren geleden was dit voorrecht voorbehouden aan de provincies Gelderland en Overijsel.

Strijbeekse heide
Vorige week vrijdag, 25 sep. had ik weer het genoegen om een rode wouw te "ontmoeten". Dit exemplaar vloog over en riep volop. En dat is bijzonder want meestal betreft het een doortrekkend exemplaar en die roepen niet zo en deze vogel bleef maar roepen en bleef een hele tijd in het gebied.

En dat zou dus kunnen duiden op territoriaal gedrag. Niet zo gek want in dit gebied heeft vorig jaar met zekerheid een koppel gebroed. Wat ik niet wist is dat de vogels die hier in Brabant voorkomen, waarschijnlijk vogels zijn die vanuit België naar ons zijn getrokken want daar doet de vogel het goed. 

De komende weken moet ik goed opletten want dan kunnen redelijk wat rode wouwen doortrekken naar het zuiden. Nu zitten we hier wat westelijk van de trekroute en moeten we het geluk hebben dat e wind ons een beetje helpt en de vogels onze kant op drukt.

Overigens, navraag bij de boswachter leerde dat van dit jaar niet bekend is of er weer bij de Stijbeekse heide gebroed is. Het blijft gissen wat de reden van dit gedrag was deze rode wouw maar leuk was het wel.

 Wil je meer weten van deze supermooie roofvogel, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/rode-wouw


dinsdag 29 september 2020

Grote zilvers in de polder.

grote zilverreiger
De grote zilverreigers zitten weer in de Oosterhoutse akkers en velden. Ze zijn vrijwel het gehele voorjaar en zomer weggeweest en verbleven in de broedgebieden. Die broedgebieden liggen hier wel een eindje vandaan terwijl je zou denken dat ze wel in de Biesbosch zouden broeden maar dat is dus niet het geval. 

In de oude rietpolders zoals de Vijfambachten en Noorderplaat zijn in het voorjaar wel wat van die schermutselingen waargenomen maar tot broeden kwam het tot op heden niet. Broeden doen ze dus met name in de Oostvaarder plassen en De Wieden. Het zijn er in totaal maar een paar honderd en de meeste die we hier nu zien, komen niet van hier maar ergens uit de rest van Europa en die komen hier om te overwinteren.

En als er hier dus overwintert wordt, moet er ook ergens geslapen worden en dat gebeurt dus wel ergens in de Biesbosch of ergens hier in de buurt. Op de een of andere manier is dat nog steeds een mysterie want de exacte slaapplaats is nog steeds niet gevonden. 

groep grote zilvers bij de Pipeluur in Dieren
op 25 september 2019
Wel zien we 's-avonds tijdens de slaapplaatstellingen zilverreigers en soms ook wel kleine groepjes reigers de Biesbosch invliegen maar daar blijft het dan ook bij. Tijdens de slaapplaatstellingen blijft het dus bij slechts enkele waarnemingen en niet de aantallen die je zou verwachten aan de hand van het aantal vogels wat overdag bij ons in de regio foerageert.

Gisterenmiddag bijvoorbeeld, zaten maar liefst 42 grote zilverreigers in de Gecombineerde Willems-polder in Oosterhout. Het kan haast niet anders dan dat dit al een groep vogels uit een ander deel van Europa is. Die komen hier de komende tijd eten en ook ergens slapen. Het zou kunnen dat langs de Donge, tussen Oosterhout en 's-Gravenmoer, bij de Groenendijk overnacht wordt maar dat moet ik nog uitzoeken. 

mogelijke nieuwe slaapplaats
Ik heb in ieder geval het vacante slaapplaats telgebied van grote zilverreigers op de site van SOVON geclaimd. De komende tijd ga ik daar regelmatig, als het begint te schemeren, kijken of er ook daadwerkelijk grote zilverreigers gaan slapen. Wie weet wat er allemaal te zien is?

Het is sowieso al interessant hoe deze vogels de weg weten en vinden in onze regio, waar is genoeg eten te vinden en is het makkelijk voor handen en waar kunnen we ergens een veilige slaapplaats vinden? Op de een of andere manier weten ze dit dus en zijn ze bekend met de mogelijkheden in onze regio. Heel apart hoe dat werkt.

Wil je meer weten van deze statige witte verschijning, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grote-zilverreiger 


vrijdag 25 september 2020

Een invasie van buizerds?

een lege Oranjepolder
Nu het najaar er aankomt en de zomer zijn kracht verliest, verandert er ook weer heel wat in de vogelwereld. Een soort wisseling van de wacht vindt plaats, zomergasten vertrekken, winter- gasten zijn onderweg naar hier en er zijn er al een paar gearriveerd. Een mooie periode die altijd weer wat verrassingen oplevert.

(Scandinavische)
buizerd
In de afgelopen weken hebben de boeren weer flink huisgehouden in de Oranjepolder, akkers zijn geschoren, mest geïnjecteerd, slootkanten geschoond en bermen gemaaid. Een kale bedoeling dus, die ook weer zorgt voor meer overzicht. Ik vind een rommelige polder een stuk interessanter maar de leegte zorgt er wel voor dat we vogelbewegingen goed kunnen volgen.  

Zo vielen de grote aantallen buizerds wel heel erg op. Ik ben gewend om tijdens een rondje polder een stuk of drie, vier buizerds te zien. Meestal roepend en schroevend op de thermiek hangen ze dan ver boven je. Ook bijzonder trouwens is, dat het geluid van een buizerd zo enorm ver draagt, je hoort ze al van ver en ziet ze als een klein stipje hoog aan de hemel hangen. 


Ik liep vorige week een grote ronde van vier uur door de polder om tijdens deze tocht alle watervogels te inventariseren en zag op heel wat plekken in de kale velden groepjes buizerd zitten. Soms wel acht in een veld en meestal drie tot vier stuks, maar bij elkaar waren het meer dan vijfentwintig buizerds. Nog nooit eerder zoveel buizerd bij elkaar gezien en dat maakt dus deze periode zo interessant want dan kun je dit soort ongewone waarnemingen doen.

 (Scandinavische)jonge buizerd?

Nu vraag ik mij wel af wat hier de reden van is. Trekken deze buizerds weg? Zijn ze hier omdat er op de lege velden heel veel voedsel makkelijk beschikbaar is? Hebben we hier te maken met "buitenlanders" die hier komen overwinteren? 

Kortom, hoe verklaren we dit fenomeen? Ik weet wel dat alle noordelijke buizerds vanaf september hun broedgebied verlaten en naar het zuiden trekken en het zou dus zomaar kunnen zijn dat nu, eind september, zo'n grote groep doortrekt en hier even pauzeert. Ik denk dat ik het hier maar eens op houd.

Wil je meer weten van deze meest succesvolle roofvogel van ons land, klik dan op de  link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/buizerd


dinsdag 22 september 2020

sprinkhaan in het bos

Al vaker is de vogeltrek in dit blog aan bod gekomen en niet voor niets ook. Elke keer word je verrast door ongewone waarnemingen of verrassende situaties. Enkele jaren geleden, om maar eens een voorbeeld te geven, zag ik op een mooie ochtend in november in de Noordwaard ruim driehonderd watersnippen. Is dat bijzonder of niet? Of in het vroege voorjaar, in een pas omgeploegde akker in de Willemspolder, net klaar voor het nieuwe groeiseizoen, zaten bijna vijftig knalgele kwikstaarten. Net terug uit het warme zuiden en vermoeid in deze akker neergestreken. Ook zo'n wonderlijk schouwspel. En zo zijn er elk jaar wel momenten te benoemen die je nooit zult vergeten.

sprinkhaanrietzanger, zoals hij voluit heet
En naast grote groepen op trek zie je soms ook vogels op plekken waar je ze normaal gesproken nooit tegenkomt. Die zijn zeker zo bijzonder. En dat gebeurde onlangs in de Boswachterij Dorst. In een struikje zag ik verschillende vogels van tak naar tak springen en ik ging er gemakshalve vanuit dat het ook nu weer een groep mezen was. Mijn verbazing was groot toen ik wat beter keek in die struik en daar een grasmus samen met een sprinkhaanzanger zag zitten.

De grasmus kan daar nog, die zie je en hoor je wel vaker in Dorst maar die sprinkhaan, dat was toch wel een hele bijzondere ontmoeting. Een sprinkhaanzanger is veel meer een vogel van de Noordwaard in de Biesbosch of 't Pompveld bij Dussen. 
zijn maatje, de grasmus in Dorst

Min of meer natte gebieden met hier en daar een rietkraagje afgewisseld met wat struikjes of een boompje. Niet al te nat want daar houdt hij niet van want dat is meer het gebied van zijn neef de snor. 

De Boswachterij Dorst heeft deze vogel niets te bieden en het kan alleen maar zijn dat deze sprinkhaan hier even op adem wilde komen. De tocht naar het zuiden is nog lang en gevaarlijk en wie weet komt deze vogel wel uit het "verre en hoge" noorden en is hij op doorreis?

Die tocht maakt hij trouwens 's-nachts en overdag is het rusten en eten geblazen. Energie innemen en verbranden daar gaat het de komende weken om en zijn rateltje horen we pas weer over een half jaar. Het is voor mij dus in deze tijd opletten geblazen, voordat ik het weet gebeurt er iets bijzonders, zomaar onder mijn neus.

Wil je meer weten van deze ratelende rietvogel, klik dan op de link;

vrijdag 18 september 2020

De uilen collectie.

ransuil in de Oranjepolder
Voor mij zijn uilen de meest mysterieuze groep vogels van alle vogels. Moeilijk te spotten en vaak berust een ontmoeting op puur toeval. Je kunt niet zoals bij eenden naar een waterpartij gaan om ze eens goed te bekijken. Afgelopen maanden ben ik behoorlijk verwend met een gezin ransuilen die in de bomen- en struikensingel tussen SCO en IJsco gebroed hebben. Vrijwel elke avond hoorde ik ze roepen en zag ik op een goede avond vlot 3 ransuilen jagen in de weilanden ernaast. elk jaar vinden ze wel een plekje in de Oranjepolder maar ze vinden is dan vaak een ander verhaal.

kerkuilen veer
In de afgelopen maand vond ik op het fietspad langs het Kromgat al vier veren van een ruiende kerkuil. Maar hem spotten is een ander verhaal want ondanks mijn inspanningen om elke avond met de hond tegen een uur of elf de polder in te gaan heeft tot nu toe nog niets opgeleverd.

Frustrerend als je weet dat hij daar elke avond en nacht zijn patrouille vlucht maakt. Soms ligt er ook nog een dode muis op het pad wat naar mijn idee aangeeft dat hij hier volop prooi vangt, zoveel zelfs dat hij er ook nog eens kwistig mee kan strooien en morsen. Met deze twee uilensoorten heb je het in de Oranjepolder wel gehad. Niet dat ik te klagen heb, nee hoor, het is meer dan ik een half jaar geleden zou verwachten.

steenuil in de Noordwaard, 3 september 2020
Naast de uilenjacht in de Oranjepolder ben ik de afgelopen weken ook op jacht naar de bosuil in de bossen van Dorst. Ik heb een paar mooie nestbomen gevonden waar een bosuil perfect in zou kunnen huizen. Ik geef de moed de komende tijd niet op want die bosuil zit in dat deel van het bos en ik zal 'm vinden. Een mooi "target" voor de komende tijd.

En dan een uil die ik eigenlijk niet zo op mijn lijst had staan, is de steenuil. Dit kleine ding zit niet zo in de gebieden waar ik vaak kom en ik reken ook niet zo op een ontmoeting en laat dat nou net wel gebeuren.

Wil je meer weten van een van deze nachtvogels, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steenuil

dinsdag 15 september 2020

Teer vogeltje of toch niet?

porseleinhoen in de Zonzeelse polder
De keren dat ik per jaar een porseleinhoen hoor of zie, is steeds op de vingers van een hand te tellen. Horen doe ik ze meestal in het voorjaar tijdens de BMP tellingen in de Biesbosch en zien doe ik ze meestal in augustus als ze wat minder schuw gedrag vertonen.

Waarom ze zich in augustus wat makkelijker laten zien is voor mij nog steeds een raadsel. Alweer een paar jaar is dat voor de mij de maand om ze zien. Soms bij toeval, zoals een paar jaar geleden in de Zonzeelse polder toen een porseleinhoen uit de sloot opvloog en voor mij langs is de brede vliet aan de andere kant van het pad landde. De vogel was weliswaar van mij geschrokken maar niet zo erg dat hij direct in het riet verdween. Het porseleinhoen bleef goed zichtbaar voor de rietkraag ronddobberen en liet zich zelfs goed fotograferen.

Nog nooit eerder was een porseleinhoen gezien in de Zonzeelse polder, wat een geluk. In het voorjaar daarna ben ik verschillende keren gaan luisteren maar heb hem niet meer gehoord. Het kan zijn dat dit toen ook al een doortrekker was alhoewel het gebied uitstekend ingericht is voor porseleinhoenen. Het water staat niet te hoog, veel robuust riet en ook wel wat open stukken waar het makkelijker foerageren is.

dit is zo'n Biesbosch hoen
Andere jaren moest ik steeds naar de Noordwaard om een porseleinhoen te zien. Horen deed ik ze steeds tijdens de Broedvogel Monitoring Project(BMP) tellingen in de zogenaamde "natte" Biesbosch. Met name de Vijfambachten, Ruwen Hennip en Noorder-plaat zijn uitgelezen plekken voor dit hoen.

In 2018 klonken ze in elke polder tijdens elke telling, wat een luxe was dat want daarvoor en ook daarna was het armoe troef. Dit jaar hebben we tijdens onze telling slechts 1 keer een roepend porseleinhoen gehoord en dat was in de Ruwen Hennip.

Ik hoop er op dat we volgend jaar weer eens een goed porseleinhoen jaar hebben, want de omstandigheden zijn gewoonweg perfect te noemen. Dankzij de inspanningen van Staatsbosbeheer zijn de oude rietpolders een paradijs voor ze geworden. En niet alleen voor het porseleinhoen maar ook voor de 7 roerdompen is het er goed toeven.

Wil je meer weten van deze kwetsbare porseleinen vogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/porseleinhoen

vrijdag 4 september 2020

Personal Assistant.

Oranjepolder ijsvogel
In de Oranjepolder ligt de IVN Natuurtuin en in die tuin zijn in de loop der jaren drie poelen aangelegd. De laatste poel dateert alweer van 2010 en deze poel wordt deels gevoed door kwelwater en er is geen verbinding met de omliggende sloten of waterlopen zoals Het Kromgat.

Het water is zogezegd brandschoon, geen bestrijdings-middelen of meststoffen die het water kunnen vervuilen. En dat zie je ook aan het leven in en rond de poel. Als je langs het water loopt springen makkelijk zestig groene kikkers het water in en in dat water zwemmen honderden kleine stekelbaarsjes en tientallen kleine watersalamanders rond. Er is nooit vis in uitgezet en wat er zit is met vogels meegekomen.

ijsvogelparadijsje
Zoals ik de poel beschrijf is het een paradijselijke omgeving en dat vindt de lokale ijsvogel ook want die zie ik daar zoveel als ik maar wil. Elke keer als in de Natuurtuin ben, hoor ik de ijsvogel zijn aankomst aankondigen. Enkele tellen later, landt de vogel op een van de takken die ik in het water en oever heb gestoken om daar vandaan zijn uitval naar de stekelbaarsjes en dikkoppen te doen. Vaak met succes want er wordt op zo'n tak regelmatig een prooi doodgeslagen en doorgeslikt.

Begin dit jaar hebben we met de werkgroep besloten om een ijsvogel broedwand aan te leggen en zo is in de natuurtuin een ideale en optimaal ingerichte verblijfplaats voor ijsvogels ontstaan. Ik snap ook wel dat met het bouwen van een ijsvogelwand je niet direct een broedende ijsvogel mag verwachten want er zijn niet veel dakloze en zwervende ijsvogels die dringend op zoek zijn naar een nieuwe eigen woning.

Toch heb ik de stille hoop dat komend jaar of toch zeker wel het jaar daarop een ijsvogel besluit om hier te gaan broeden.
2010, de net gegraven ijsvogelpoel
Afgelopen week heb ik de poel voor de wand verder uitgegraven zodat voldoende water voor de wand staat want dat is een voorwaarde voor de woonkeuze van de ijsvogel. Rond de vis- en roesttakken heb ik alle waterplanten van de bodem verwijderd voor optimaal visgenot en ga zo maar door.

Alles voor het genot van deze blauwe schicht, ik ben de "personal assistant" van een van de mooiste vogels van ons land. En daar ben ik best een beetje trots op.

Wil je meer weten van de paradijsvogel van de Lage Landen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ijsvogel

dinsdag 1 september 2020

Paalzitters spotten.

kijk eens wat een wenkbrouwstreep
Het is een kwestie van timing want als je even niet oplet zijn ze voorbij. Paapjes zijn maar even te zien, terwijl het toch Nederlandse broedvogels zijn. Weliswaar een klein aantal, maar toch. Je zou ze toch bijna een heel jaar moeten kunnen zien behalve de winterperiode als de beestjes in Afrika zitten. 

Ze broeden niet bij ons in de buurt maar tijdens de trek in het voorjaar en najaar zie ik ze altijd wel even. Ik moet dan wel opletten want ze zitten dan niet overal. Vorig jaar zaten een stuk of tien paapjes in de Zonzeelse polder en ik kwam er toevallig bij uitgelopen. Een mooie bonus die ochtend want wanneer zie je zomaar tien paapjes op korte afstand bij elkaar zitten? Dit jaar is mij dat daar niet gelukt, sterker nog, er zit niet eens 1 paapjes in de Zonzeelse.

de bijvangst van die ochtend, een tapuit
En zo blijft het een verrassing om ze te zien. Dit jaar lukte het bij toeval in de Noordwaard waar op de plek waar vrijwel elk voorjaar en najaar de tapuiten even op adem komen. Op de beste ochtend van de week, zag ik negen paapjes op de wei-paaltjes zitten. En als toegift zaten daar ook nog eens twee tapuiten tussen.

De paapjes, goed herkenbaar aan de hele lange werkbrouwstreep die tot bijna op de achterkant van de kop doorloopt, waren volwassen en juveniele vogels op trek. Bij de jonge vogels is de wenkbrouwstreep niet zo wit als bij de volwassen vogels maar wel duidelijk aanwezig. De vogels broeden voornamelijk op de Drentse heide en zijn in de rest van ons land verdwenen. Jammer en moet ik het dus doen met twee keer per jaar een paar doortrekkers. Goed opletten dus want anders pak ik ernaast.

Die tapuiten die steeds in de buurt van die paapjes rondhangen zijn wel wat makkelijker te vinden want die broeden ook nog aan de kust waar ze de konijnenholen goed gebruiken. En samen maken ze er in deze periode toch weer een mooi plaatjes van.

Wil je meer weten van deze schaarse paalzitter, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/paapje

zaterdag 29 augustus 2020

Godzijdank een klever.

boomklever hoog in de top
In deze periode zijn de meeste vogels in de rui. Dat merk ik vooral aan de oorverdovende stilte in het bos. Vrijwel geen enkele vogel zingt nog en je hoort hooguit nog wat contact roepjes.

Deze periode van doffe ellende duurt zo'n week of zes tot acht en dan is iedereen weer voorzien van een nieuw verenpakje. En dan mag er weer wat meer geluid gemaakt worden want dan is het weer een stuk veiliger. Met zo'n nieuw degelijk verenpak is wegvluchten een stuk makkelijker dan in een oude rafelige jas. Ik hoor af en toe nog een mees roepen, de tjiftjaf gaat nog wel door met zingen maar dan heb je het toch ver gehad.

Je hoort nog amper spechten, hooguit een alarmroepje of contactroep, mezen houden hun snavel, boompiepers en -leeuweriken zijn stil of weg en ook de grote groep grote lijsters is stil en mogelijk al deels vertrokken. Merels en zanglijsters zingen niet meer, kortom, het is de komende tijd stil.
naar beneden lopen is een makkie voor deze vogel

In het bos vliegen nog twee uitzonderingen rond, die laten zich nog wel flink horen en dat zijn de boomkruiper en de boomklever. Vooral die laatste met zijn gevarieerde en luide lied is nog goed te horen. Het is een levendige bosbewoner die geen seconde stilzit en van boven naar beneden en weer terug over de stam heen en weer loopt. En tijdens dat heen en weer wandelen, tettert het vogeltje er lustig op los. Ja, het is een handige jongen. Een vermakelijk tafereel wat een welkome aanvulling is op de stille tocht door het bos.

Ik zag een paar jaar geleden nog een staaltje van creativiteit van een boomklever. Hij had een eikel in de schors van een boom klemgezet en zat flink op de schil van de eikel te hakken om zo bij de zachte zaadhelften te komen. Mijn aandacht werd toen door dat hakken getrokken want ik dacht dat een specht in de boomstam zat te hakken. Daar leek het geluid namelijk erg op. Wat een kracht!

Boomklevers zijn wat dat betreft op meerdere fronten creatief want als ze in het broedseizoen een spechtennest in gebruik nemen, "metselen" ze een deel van de opening dicht zodat andere vogels niet naar binnen kunnen en de eieren en jongen veilig opgeborgen liggen.

Wil je meer weten van deze drukste druktemaker van het bos, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomklever

vrijdag 28 augustus 2020

Het puttertje van.....

putter op de kaardenbollen in de IVN Natuurtuin
Het puttertje van Fabritius kennen we allemaal. Prachtig gedetailleerd en kleurecht geschilderd. Dit prachtig `gekooide` vogeltje zie ik trouwens liever in het wild rondvliegen, alhoewel dat vogeltje van Fabritius er voor eeuwig is en die wilde varianten zijn er maar zeer tijdelijk. Ze worden namelijk niet oud, net als al die andere kleine zangertjes.

Daarom moet ik mij er steeds van bewust zijn dat ik te maken heb met een prachtig gekleurde vogeltje en moet ik niet te snel doorlopen als ik putters hoor. Er zitten maar genoeg putters in de polder, bos en Biesbosch. je komt ze overal tegen en dat maakt dat dit bijzondere vogeltje ook alledaags wordt. Zonde om er zomaar aan voorbij te gaan dus.

De bijnaam of naam die vroeger vaker gebruikt werd, is distelvink en dat klopt als een bus. Ik zie ze inderdaad vaak op de uitgebloeide pluizige distelbloemen zitten.
Oranjepolder met her en der distels
Ook kaardenbollen staan bij de putters op de lijst van favoriete foerageerplekken. In de winter zie ik ze vaak in groepen door de Oranjepolder vliegen, soms wel dertig putters bij elkaar. Vooral langs Het Kromgat vliegen ze van els naar els en peuteren de zaadjes uit de elzenproppen. Hoe een bijzonder vogeltje toch zo alledaags kan zijn.

Andere bijnamen van vinkachtigen zijn vlasvink voor kneu en groenling en botvink voor de gewone vink. Voor vinken werden in het verleden dus bijnamen verzonnen maar dat terzijde.

 https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/putter

Sterker terug dan ooit.

ooievaar in de Oranjepolder
Ooit waren ze bijna uitgestorven in Nederland maar de ooievaar heeft zijn "veerkracht" laten zien en is weer helemaal terug in het agrarische landschap. In mijn jeugd waren ze vrijwel compleet weg door het gebruik van "gewasbeschermers", zoals dat tegenwoordig zo mooi heet.

DDT werd volop gebruikt en doodde niet alleen de schadelijke insecten maar ook alle dieren die in de voedselketen zaten, insecteneters stapelden het gif, roofvogels en ook ooievaars aten de insecteneters en stapelden lekker door tot ze erbij neervielen. En zo werd het landschap leger en leger.

ook statig in de (v)lucht
De dalmatiër van boer Taks uit de Potten-bakkerstraat liep altijd mee het veld in als Taks zijn gewassen aan het beschermen was en als hij klaar was, kwam hij met een geel/groene hond met zwarte stippen thuis. Gek dat die hond het loodje niet gelegd heeft, maar ja, die at waarschijnlijk geen insecteneters of ooievaars.

Maar nu zie je overal ooievaars en zeker in de afgelopen maand toen ze tijdens de trek in grote getale op de wieken gingen. Hier in de Oranjepolder zaten op een zaterdagochtend 12 ooievaars in een akker. Bij Huis ter Heide kwam ik op een vroege wandeling maar liefst 56 ooievaars tegen en zoveel had ik er nog nooit bij elkaar gezien. Mooi om te zien.
een deel van de groep ooievaars in Tilburg

Op die laatste plek kan ik ze, als ik dat wil, de hele winter nog zien want er blijven altijd een paar luierikken achter die het gemak van een snelle en makkelijke afhaalmaaltijd wel zien zitten. De vuilstort van Tilburg voorziet honderden zo niet duizenden meeuwen van een makkelijke maaltijd en daar hebben een paar ooievaars de kunst van afgekeken.

Terugkijkend op mijn jeugd, die overigens een aaneenschakeling van wonderlijke gebeurtenissen was, heb ik toch behoorlijk wat mooie vogels moeten missen. Geen ooievaars, blauwe reigers en buizerds in de Oranjepolder om er maar eens een paar te noemen. En ik zat toch dagelijks met mijn schepnetje in die Oranjepolder. Dus ondanks alle vervelende bijwerkingen van de vijftiger en zestiger jaren is het toch nog aardig goed gekomen met die Oranjepolder.

Wil je meer weten van deze statige poldergast, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ooievaar

dinsdag 25 augustus 2020

Verrassende karekieten.

pa/ma kleine karekiet waakt bij de jonge vogels
De tweede helft van augustus is bijna voorbij en dan denk je dat het broedseizoen voor de meeste vogels ruim achter de rug is en dat is ook zo. Maar toch zijn er nog wat van die laatbloeiers of laatbroeiers. Ik weet bijvoorbeeld dat merels wel drie legsels in een seizoen kunnen hebben en het laatste legsel vliegt dan in augustus uit en zo zijn er nog wel meer te noemen.

Maar er zijn er ook waar ik dat niet van wist en daar kom je dan al turend in het veld achter. Dit is voor mij ook de meest leerzame methode om mijn vogelkennis te vergroten. De praktijk werkt bij mij altijd beter dan de theorie. Ik lees maar genoeg over vogels en ik leer er ook van, daar niet van, maar de natuur ervaren werkt bij mij beter. Het "veldwerk" daar moet ik het wel van hebben en zo leerde ik afgelopen weekend ook weer wat over de kleine karekiet.

bedelende jong kleine karekiet
Ik was namelijk in de veronderstelling dat de kleine karekiet in mei of juni broedt en niet veel later in de zomer alweer wegtrekt naar het zuiden. Dit is de theorie en die klopt over het algemeen ook. Maar zoals altijd zijn er uitzonderingen. Eind juli, begin augustus trekken de kleine karekieten weg maar dat is niet altijd zo ontdekte ik.

In de Zonzeelse zitten nu, in de tweede helft van augustus, nog kleine kleine karekieten die nog bedelen om voedsel en gevoerd worden door hun ouders. Die zijn zeker nog niet klaar voor de trek en zullen nog wel even hier moeten blijven totdat ze groot en sterk genoeg zijn. Dus er zijn al vogels weg, terwijl hier ook nog vogels met hun legsel in de weer zijn. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat het eerste legsel mislukt is door predatie, weersom-standigheden of andere ellende en dat dit een tweede poging is.

Ik zie ook wel een voordeel voor deze "karren", want toen zij aan hun late legsel begonnen waren al heel wat koekoeken vertrokken. En dat is dus weer een grote bedreiging minder want de karekiet is de favoriete waardvogel voor de koekoek. Dan had deze kleine dreumes het zeer zeker niet gered en nu heeft hij, al is het toch laat in het seizoen, nog een kans om volwassen te worden.

Wil je meer weten van deze krassende rietbewoner, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-karekiet