vrijdag 13 augustus 2021

Die gouwe grasmus.

een bedelende jonge grasmus
Laten we het maar eens een keer positief houden. Ik heb daar soms behoefte aan want er komt al genoeg negativiteit op ons af en daar word ik ook niet vrolijk van. In de natuur zijn, helpt dan. Waar ik dus vrolijk van word, zijn die grasmusjes want die doen het toch zo goed. Jaar na jaar groeit de populatie en daar krijg ik ook heel makkelijk iets van mee. Ik houd mijn oren en ogen open als ik in de natuur loop kom ik ze dan werkelijk overal in flinke aantallen tegen. In de bossen van Dorst, de Oranjepolder, Bleeke Heide, de Biesbosch, Huis te Heide, duinen van Goeree etc. etc.

En in deze tijd van het jaar, vlak na het broedseizoen, liggen die aantallen vogels per soort het hoogst. De ouderparen met hun jongen vliegen nu in familiegroepen rond en die aantallen lopen gedurende het verdere jaar gestaag terug. 

een deel van de familie van vijf
Veel van die vogels sneuvelen door ongelukjes, predatie en ziekten, dat is nu eenmaal de natuur. Niet opbeurend. Toch blijven er elk jaar weer net iets meer grasmussen over dan in een voorgaand jaar en daardoor groeit zo'n populatie. En daar word ik dan wel blij van. Grasmussen weten hoe ze dat moeten doen want elk jaar komen er weer een kleine 5% meer grasmusjes bij. In de afgelopen 35 jaar is de populatie zelfs verviervoudigd, alsof het niks is.

Die groei merk ik alweer heel wat jaren, van twee, drie roepende mannen in de polder zijn er dat nu zo'n acht en ook in het bos en op andere plekken hoor ik steeds vaker een roepende grasmus. 

oud en jong
Bij Huis ter Heide zitten een paar mooie familiegroepen die nu met hun jongen door het gebied trekken. Deze jongen zijn van de tweede leg van dit jaar en die hebben de mindere papieren om de trek naar Afrika te overleven dan hun iets oudere broers en zussen. De eerste leg is inmiddels volwassen, sterk en een stuk meer ervaren om alle gevaren te trotseren.  De komende weken gaat het er om spannen, dan staat de grote reis voor de deur en kan ik alleen maar hopen dat in april 2022 weer meer grasmussen terugkeren dan dit jaar. De groei moet tenslotte doorgaan! Als dit geen positief verhaal is, dan weet ik het ook niet meer.

Wil je meer weten van deze mooie krasmus, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grasmus

dinsdag 10 augustus 2021

teeh,teeh, teeh, teeeeeeeeeeeh, of zo iets.

de 5e van Beethoven klonk volop
Gisterenmorgen werd ik verrast door de zang van een geelgors. Ik hoopte ze nog wel te zien maar de hoop om ze in augustus nog te horen zingen had ik eigenlijk nog voor mijn wandeling door het Merkske al opgegeven. Want welke vogel zingt nog in augustus? Dat zijn er maar heel weinig. Ik hoor eigenlijk alleen nog de winterkoning, tjiftjaf en een verdwaalde zwartkop. Soms nog een mereltje maar verder is het qua zang erg stil. Je hoort nog wel wat vogels roepen en alarmeren maar de echte uitbundige zang die je in het voorjaar tijdens de baltsperiode hoort is over. 

Dus die zingende geelgors is een mooie uitzondering op de regel. Tijdens mijn wandeling door dit enigszins verwaarloosde natuurgebiedje hoorde en zag ik verschillende geelgorzen. 

jonge grauwe klauwier, tjiftjaf en grasmus
Veel westelijker in Brabant dan hier tref je ze niet meer aan. En het is voor mij niet voor te stellen dat zo'n vijftig jaar geleden de geelgorzen ook hier in het westen vrij algemeen waren. Wat de reden is geweest van de naar het oosten wegtrekkende zangers, weet ik niet. Het zou best wel eens door de ruilverkavelingen en intensieve landbouw van de zeventiger jaren en daarna kunnen komen.

Maar Het Merkske is voor veel vogels en zoog-dieren een fantastisch gebied en niet voor niets voelen veel mooie vogelsoorten zich hier helemaal thuis. Voor de wandelaar is het een blubberpad dat grotendeels overgroeid is met allerlei planten, grassen, rietpluimen en brandnetels. Niet uitnodigend maar dat vind ik weer fantastisch en ik kom er heerlijk niemand tegen. Remy, alleen op de wereld zeg maar.

Behalve die zingende geelgorzen zag ik reeën, hazen, een vos en zaten veel jonge vogels in de struiken. Jonge tjiftjafs, fitis, grasmussen, grauwe klauwier, mezen en een wielewaal. Dat geeft de relatieve rust in het gebied wel aan. Die geelgorzen verzamelen zich straks weer in enorme groepen en foerageren samen met honderden groenlingen op de Bleeke Heide. Je moet de plekjes wel weten maar als je die weet dan heb je ook wat. Een waar spektakel zeg maar en dat de hele winter door.

Wil je meer weten van deze zanger met zijn beroemde liedje, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/geelgors

vrijdag 6 augustus 2021

Purpers op pad.

voorbij vliegende purperreiger
Nog een paar weken en dan zit het broedseizoen er voor de purperreigers weer op en kunnen ze gaan overwinteren in Afrika. Ze vliegen dan de Sahara over om in de overwintergebieden te komen. In januari 2008 zagen wij ze overwinteren in het vogelrijke Gambia samen met acht andere reigersoorten zoals rifreigers, zwarte reiger, ralreiger, kwak, koereiger en grote en kleine zilverreigers.  Die purperreigers die we daar zagen, kunnen zomaar "Nederlandse" overwinterende purperreigers zijn geweest. Wie zal het zeggen?

De dichtstbijzijnde purperreigerkolonie voor ons was die van de Sliedrechtse Biesbosch. Ik ben verschillende keren mee geweest om deze kolonie te tellen. Met het waadpak aan door een soort mangrovebos ploeteren om bij de nesten te komen was werkelijk een avontuur en een uitdaging. Deze kolonie is nu sinds twee jaar verlaten en de purperreigers hebben zich verplaatst of zeg maar, verspreid over de Biesbosch. Ik weet alleen niet of ze ook al tot broeden zijn gekomen. 

In het broedgedrag van de purpers is wel wat veranderd. Van het broeden in lage, kleine wilgen met de nesten op minder dan twee meter zijn ze weer terug op de grond in het riet gaan broeden. Dat deden ze heel vroeger ook maar door predatie zijn ze gaan verkassen naar wat hogere broedgelegenheden. En nu lijkt het er op dat ze weer op de grond in het riet zitten.

Om een flinke populatie purperreigers te zien moet je nu wat verder rijden naar de Zouweboezem bij Lexmond. Daar vliegen de purperreigers nog volop rond en hoef je geen moeite te doen om ze te zien. Ik was daar eergisteren en zag zeker twaalf vogels vliegen. De exacte broedlocatie is mij nog steeds niet duidelijk maar foerageren doen ze in ieder geval in de weilanden van de Zouweboezem. Door hun bruin/gele strepen vallen ze in het hoge gras en riet niet op. Ze hebben een perfecte schutkleur en je ziet pas op het laatste moment omhoog vliegen.

de Zouweboezem
Dat kan nog een paar weken en dan is het gedaan en zijn ze weg. Ik kijk ook weer uit naar de avonden dat ze in flinke aantallen langskomen. 

Ze vertrekken in de avond een paar uurtjes voor de schemering en vliegen op redelijke hoogte in flinke groepen zuidwaarts. In los verband en soms in een treintje zie je ze dan voorbijkomen. Je kunt op een goede avond, eind augustus, begin september zomaar een club van twintig, dertig vogels zien vliegen. 

Wil je meer weten over deze bijna mooiste reiger, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/purperreiger

dinsdag 3 augustus 2021

Een dwerg in aalscholverland.

de dwergaalscholver
Toen ik hem dan uiteindelijk toch zag zitten dacht ik, wat doet zo'n beestje hier? Ik kreeg bijna medelijden met hem of haar. De dwergaalscholver die alweer een kleine twee maanden bij Utrecht en Nieuwegein zit, heeft het hier blijkbaar goed naar de zin en weet zijn kostje toch bij elkaar te scharrelen. Maar dit is in de verste verte niet het gebied waar hij thuishoort

Ik ben er maar eens even ingedoken want ik werd toch nieuwsgierig naar dit kleine aalscholvertje. Er zwom een meerkoet voorbij en die is niet eens zoveel kleiner dan deze vogel. Maar ja, hij heet per slot van rekening niet voor niets "dwerg"aalscholver. De spanwijdte van een aalscholver is ongeveer anderhalve meter en deze aalscholver komt niet verder dan een centimetertje of negentig. Van oorsprong komt deze dwerg uit de regio Griekenland, Turkije, voormalig Joegoslavië en Midden-Oosten en sinds enkele jaren broeden ook een aantal koppels in Noord Italië en Oostenrijk. 

een "gewone" aalscholver
Het leefgebied van deze aalscholver is toch vooral in het binnenwater, moerassen, rivierdelta's en meren. En met onze moerassen, rietvelden, rivierdelta zou dat dus ook kunnen. En er zijn al meer vogels die langzaamaan hun leefgebied noordwaarts hebben uitgebreid, denk maar eens aan de cetti's zanger.

Ze komen dus dichterbij maar hoe deze ene vogel nu hier verzeild is geraakt is mij een raadsel. Aan het verenkleed te zien, is dit een volwassen vogel in zomerkleed en is hij volgens mij in het voorjaar de verkeerde kant uitgevlogen. Hij zou in plaats van zuidwaarts richting Griekenland, noordwaarts richting Nederland zijn gevlogen. Zou er iets met zijn interne GPS systeem of kompas mis zijn? Een andere reden zou kunnen zijn dat deze pionier het plan opgevat heeft om het broedgebied verder noordwaarts uit te breiden. 

bijna even groot
Een ding weet ik dan zeker, succesvol wordt deze koloniebroeder nu niet en de terugweg is lang en gevaarlijk, als het ooit zover komt. Neemt niet weg, dat ondanks alle bedenkingen, het heel erg leuk is om zo'n zeldzame vogel van dichtbij te kunnen bekijken. 

Een poging vorige maand mislukte net, de vogel was die bewust ochtend net gevlogen om een weekje uit beeld te blijven. Daarna dook hij wat verder naar het zuiden op en daar zit hij nu nog.

Wil je meer weten van deze kleien aalscholver, klik dan op de link;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Dwergaalscholver

vrijdag 30 juli 2021

Jong gebroed zoeken.

jonge roodborsttapuiten en nachtegalen 
in de duindoornstruiken
Kijk, deze tijd is niet de mooiste tijd van het jaar voor een vogelaar. De meeste vogels zwijgen en laten zich niet makkelijk zien. Sommige vogels vertrekken al naar het zuiden zoals de koekoek en een dezer dagen de gierzwaluw. Niet veel later volgen er meer en zo wordt het steeds stiller. Het duurt dan weer een paar maanden voordat hier de "wintergasten" arriveren en we zitten deze tijd dus in een zogenaamd wak.

Niet helemaal trouwens want de jonge vogels zijn in grote getale aanwezig, redelijk onzichtbaar en zeker geluidloos want zingen doen ze pas over een klein jaar als ze zelf gaan nestelen.

gaai, blauwborst, rietzanger, rietgors
Je moet het dan over een andere boeg gooien en op gehoor de natuur ingaan heeft dan nog maar weinig zin. Wat meer tijd besteden aan rietstroken, lage begroeiing in de duinen, vrijstaande bosjes in het agrarisch gebied en in het bos in de boomtoppen turen, loont dan de moeite. 

Je moet namelijk niet vergeten dat het in deze tijd van het jaar krioelt van de jonge vogels. Dat wordt de komende maanden wel steeds minder want er sneuvelen nogal wat van die kleintjes, is het niet door de vogeltrek dan is het wel door onervarenheid en de aanwezigheid van rovers in alle maten en soorten.

Behalve dat het toch leuke soorten oplevert, leer je er ook weer wat van want sommige jonge vogels lijken in de verste verte niet op hun ouders. Het jeugdkleed is onopvallend en zorgt voor maximale bescherming. En dat is om te overleven ook nodig. 

3 jonge torenvalken
De nachtegalen zijn als jonge vogel, net als hun ouders vrijwel onzichtbaar maar de bedelroep is opvallend en niet te verwarren met andere zangers, de blauwborst laat zich goed zien maar is zo bruin als chocolade en andere vogels hebben een niet volledig uitgekleurd verenkleed waardoor je goed kunt zien dat het jonge vogels zijn.

De afgelopen week heb ik weer veel jonge vogels gezien en heel soms ook gehoord, Ik hoorde ze natuurlijk niet zingen maar wel de bedelroep om eten en die roep is niet altijd makkelijk te herkennen. 
steltkluut, bontbekplevier,
gekraagde roodstaart, grauwe
klauwier

Wat langer wachten en in de bosjes, boomtoppen of op de grond loeren levert dan wel wat op. De ouders verraden dan soms met wie ik te maken heb. Ze zitten dan met de snavel vol voer te alarmeren omdat ik de dicht in de buurt kom. Met wat speurwerk ontdek ik dan de hongerige jongen. Het is weer een andere manier van vogels kijken maar erg leerzaam.

Maar goed, over een paar weken ziet de vogelwereld er weer heel anders uit, veel zangers zijn dus zoals gezegd vertrokken en de steltlopers uit het noorden zijn dan weer hier. Om aan te sterken en op te vetten om daarna weer verder te gaan, fascinerende periode die bij mij eigenlijk als de stille en saaie periode te boek staat. Dat is het dus niet, het is alleen een kwestie van aanpassen.










woensdag 28 juli 2021

Boomvalken gespot.

Anderhalve maand geleden had ik het al over de boomvalken in de polders om ons heen en was benieuwd naar de nieuwe stek van dit jaar. De boomvalken gebruiken altijd een oud nest van kraaien of ekster en bouwen zelf niets. Ze zijn dus afhankelijk van anderen om ergens te kunnen broeden en daarom weet je nooit waar ze ergens neerstrijken. Vaak zitten ze in de Oranjepolder en vorig jaar in de Willemspolder, hemelsbreed maar een paar honderd meter verder. 

Tot vorige week was ik er nog niet achter waar ze dit jaar zaten. Totdat we vorige week woensdag al fietsend in de polder van 's-Gravenmoer twee boomvalken hoorden en zagen. Ze stegen snel naar enorme hoogten en waren maar amper meer te zien om daarna in een vrije val bijna loodrecht naar beneden te duiken. Vlak boven een populieren bosje trokken ze aan de rem en maakten een een mooie boog langs de bomen. 

het populierenbosje in de polder
Het leek verdacht veel op een baltsvlucht maar zo aan het van de maand juli lijkt mij dat wat aan de late kant. Het zou kunnen want boomvalken zijn nu eenmaal late broedvogels. Ze komen sowieso al heel laat tot in juni terug uit Afrika en moeten dan nog starten met het broedseizoen. Het zou dus kunnen maar dan wordt het toch wel spannend of de jongen rond eind september wel op tijd wegkunnen. Ik twijfel maar zeg nooit, nooit.

Voedsel vinden ze hier maar genoeg. Volop libellen en een late zwaluw lukt ook nog wel. De vele libellen in de Donge lopen groot gevaar door deze twee en het is misschien wel de reden dat ze hier in de buurt een nest hebben gezocht. 

Boven het water van de Donge vliegen opvallend veel libellen en dat komt misschien ook wel door de grote bedden met gele plomp en waterlelies. Volop ruimte om de eitjes af te zetten. Het ziet er in ieder geval prachtig uit. Blijft nog de vraag, zitten naast dit koppel boomvalken nog meer boomvalken in de polders om ons heen? De komende tijd is het zeker niet verkeerd om eens door de polders te fietsen want dat is toch de beste manier om deze snelle jagers te vinden. Wordt vervolgd!

Wil je meer weten van deze kleine valk die pas in mei en juni arriveert, klik dan op de link;


vrijdag 23 juli 2021

Zwartkopmeeuw in de polder.

de oogst is binnen, de stront kan er in.
Afgelopen week zijn de boeren in de Oranjepolder druk geweest met het binnenhalen van gras en tarwe. De velden zijn nu leeg en zijn vrijwel direct daarna met tienduizenden liters stront geïnjecteerd. Ik verbaas mij elke keer weer hoeveel van die tankwagens mest in een wei of akker worden geleegd. In een gemiddeld raaigras weiland zijn dat drie tankwagens van 32.000 liter, alsof het niks is. 

In een gemiddeld raaigras weiland is al niet veel bodemleven te bespeuren en wat er dan nog wel leeft wordt door die enorme hoeveelheid drijfmest de grond uitgejaagd. 

geringde zwartkopmeeuw met pier

Al die emelten, pieren en andere bodemdiertjes die er dan nog in zaten, worden vrijwel direct nadat ze hun kopjes boven de grond uitstaken, opgegeten door een paar duizend kraaien, kauwen, roeken, houtduiven, spreeuwen, kokmeeuwen, kleine mantelmeeuwen, stormmeeuwen en zwartkop- meeuwen. Een enorm vreetfestijn dat een paar dagen duurt.

Die laatste genoemde vogelsoort, de zwartkop- meeuw is in de Oranjepolder een zeer zeldzame bezoeker. Pas een keer eerder, maart 2017, heb ik die daar gezien. Afgelopen week zaten tussen al die vogels maar liefst acht zwartkopmeeuwen. Een van de vogels was geringd en dat is een meeuw die op het eiland in de Hardenhoek in de Noorwaard is geboren en geringd. In de afgelopen paar jaar is daar de populatie zwartkopmeeuwen uitgegroeid naar ongeveer 156 broedparen. 

kok- en zwartkopmeeuw
In totaal leven in de Biesbosch volgens de laatste telling van tien dagen geleden nu ruim 500 zwartkopmeeuwen, oudervogels en jonge uitgevlogen vogels tezamen. Van oorsprong komt deze meeuw uit de buurt van de Zwarte Zee en is langzaamaan in heel Europa te vinden. Nederland is wel het meest noordelijke verspreidingsgebied en hier krijgt deze meeuw steeds meer voet aan de grond. De komende tijd gaan de zwartkopmeeuwen weg richting het zuiden en blijven slechts enkele tientallen zwartkop meeuwen hier om te overwinteren. 

Wil je meer weten van deze voor Nederland vrij nieuwe meeuwensoort, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwartkopmeeuw

dinsdag 20 juli 2021

Jonge ransuilen op eigen benen.

2 van de 4 jonge ransuilen
in de polder
De jonge ransuilen bij ons in de polder staan bijna op eigen benen/poten. Ze roepen elke avond nog luidruchtig om voedsel en de ouders kunnen dan aan de bak. Als het schemert is het zover, de uilen komen tot leven en voor hun begint de nieuwe dag en werkdag voor de ouders. Die moeten deze week en misschien nog een of twee weken voor de kleintjes zorgen. Zo klein zijn ze dus niet meer en de meeste donsveertjes zijn vervangen door "echte" veren.

Ze kijken je met verbazing aan alsof ze zich verwonderd afvragen waarom ik daar geheel zonder veren rondloop. Ook zijn ze nog niet bang voor mensen want een vervelende ervaring hebben ze met ons nog niet gehad en hun ouders hebben een gezonde vrees voor mensen nog niet overgebracht. Ben maar niet bang, dat komt allemaal nog wel. 

winterse roestplaats in de Biesbosch
Elk jaar vliegen hier in de polder wel een aantal jonge ransuilen uit en die verspreiden zich verder de regio in, dat kan tot wel honderd kilometer ver zijn. Ik ben wel benieuwd of dat ook echt gebeurd en hoeveel uilen het redden en bijvoorbeeld een jaar of acht worden.

Aangezien dat de ransuil het niet makkelijk heeft, ben ik eerder bang dat er nogal wat sneuvelen en maar een incidenteel gevalletje het ook daadwerkelijk redt. Ondanks de dreiging, houdt de soort het hier in de polder goed vol. Over niet al te lange tijd vliegen ze uit en zoeken ze hun eigen weg. 
overzomerende uil
in onze tuin
De zomer komen ze zelfstandig door en zoeken een roestboom in de buurt, enkele jaren geleden was dat voor een ransuil bij ons in de tuin. Van mei tot november zat hij bij ons en is daarna vertrokken om nooit meer terug te komen.

In november zoeken ze hun familie weer op en vormen wintergroepen, vaak in familieverband zitten ze elke dag  in dezelfde roestboom en dat kan jarenlang dezelfde boom zijn. In Dorst is de roestboom van de ransuilen zo vaak bezocht door nieuwsgierigen dat ze daar helaas vertrokken zijn. Een nieuwe roestboom heb ik daar nog niet gevonden. 

Wil je meer weten van deze mooie nachtbraker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ransuil

vrijdag 16 juli 2021

Opmars van de raaf.

overvliegende raaf
In mijn vorige blog schreef ik al over zeldzame vogels die het tegenwoordig relatief goed doen en in dat rijtje kan de raaf niet ontbreken. Ook deze zeldzame vogel is "in het geheim" met een opmars bezig. Net als de grauwe klauwier verovert deze imposante kraaiachtige langzaam maar zeker de Brabantse zandgronden. De opmars vanuit het noorden en oosten gaat gestaag door en ze naderen het West Brabantse grondgebied. 

De raven broeden alweer voor het tweede jaar hier in de buurt en ook dit jaar weer succesvol.Ten westen van ons leven ook al een paar raven en dat was zeg maar vijf jaar geleden nog ondenkbaar. Toen werden enkel raven gespot in Oost Brabant en begon daar het eerste broedpaar en zorgde voor een verdere verspreiding richting het westen. De grote aantallen zaten voor die tijd op de Veluwe.
roepende, "baltsende" raaf

Eergisteren klonk in alle vroegte het "krok-krok" boven de vennen van Huis ter Heide. Hier wordt alweer een paar jaar succesvol door raven gebroed en dat is ook niet gek want wat is dat toch een prachtig natuurgebied. 

Je moet wel wat geluid weg kunnen filteren want de vuilstort "De Spinder" maakt wel wat herrie en de doorgaande weg zorgt met een beetje verkeerde wind ook voor geluidshinder maar verder is het een super gebied met een hele reeks bijzondere vogelsoorten waaronder de raaf.
Huis ter Heide

Afgelopen week klonk de roep van de kwartel en zongen de bosrietzanger, braamsluiper en spotvogel nog uit volle borst. Eergisteren waren de meesten stil en de komende dagen, weken zwijgen ze allemaal en moet ik tot volgend voorjaar wachten om ze weer te horen.

Maar los daarvan, waan je je in een mooie natuur die evengoed in Zweden of Schotland had kunnen liggen. Weids, afwisselend en leeg waar vind je dat nog? De raven in dit gebied doen het goed en zijn hier helemaal thuis. Ze zien of horen, is in dit grote natuurgebied nog niet zo makkelijk en vaak is de ontmoeting een toevalstreffer. Ik hoop werkelijk dat de populatie stand houdt en nog wat verder kan groeien. De raaf is een belangrijke schakel in het natuurlijk evenwicht en een goede opruimer. Het zou ook mooi zijn als de beheerder van dit gebied ervoor zou zorgen dat er ook wat op te ruimen is en er zo een gebied ontstaat voor nog meer van die pareltjes. Jammer dat de donderwolk in de vorm van de nieuwe 380Kv masten boven het gebied hangt.

Wil je meer weten van de grootste kraaiachtige in ons gebied, klik dan op de link;
 https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/raaf

dinsdag 13 juli 2021

Een lief roofvogeltje?

vrouwtje grauwe klauwier met jong
Grauwe klauwieren zijn in Nederland zeldzame vogels . Ze zitten niet overal en stellen erg hoge eisen aan hun leefgebied. Daarbij, en dat is maar goed ook, worden de bekende broedparen goed afgeschermd van de nieuwsgierigen onder ons. Met name fotografen maken er vaak een potje van en verstoren veel vogels voor het zogenaamde "perfecte plaatje". 

Ze gaan vaak grenzen over tot ergernis van veel natuurliefhebbers en waarvoor? Een foto die waarschijnlijk net niet goed genoeg is om in de National Geografic geplaatst te worden of mee kan doen met de Worldpress foto van het jaar verkiezing. 

mannetje grauwe klauwier(niet de vader)
De grauwe klauwieren zijn toch al in aardig wat aantallen onder ons maar onzichtbaar of onzichtbaar gemaakt en dat is maar goed ook. Dankzij deze relatieve rust, zijn de vogels in staat om langzaam maar zeker een groeiend leefgebied op te bouwen. Een van die koppels grauwe klauwieren heeft ook dit jaar weer succesvol gebroed en vliegen rond de nestplaats een paar van die kleintjes rond. Ik ben altijd benieuwd wat er van die kleintjes gaat worden want het aantal vogeltjes dat deze gevaarlijkste periode van hun leventje goed doorkomt is vrij klein. 

zorgzame vader
Als elk broedpaar uiteindelijk twee volwassen vogels oplevert die dat op hun beurt ook doen, blijft de soort bestaan. Mooier is nog dat het er een paar meer worden zoals bijvoorbeeld de grasmus, roodborsttapuit en cetti's zanger. Die doen het beter want daar groeit de populatie jaarlijks met een procentje of vijf. Twintig jaar geleden hadden we in Nederland nog amper vijftig broedparen grauwe klauwieren en dat is de afgelopen jaren voorzichtig gestegen naar ruim vijfhonderd. Die groei is ook deels te verklaren door het groeiend aantal hectaren natuur en de juiste inrichting daarvan.

Ik ben altijd erg voorzichtig en blijf op flinke afstand van de vogels en dankzij mijn telelens kan ik de vogels ongemerkt fotograferen. Dat levert geen topfoto's op maar daar gaat het ook niet om. Belangrijk is dat de vogels hier jaarlijks terug blijven komen en steeds opnieuw een aantal jonge klauwieren op de wereld zet. 

Wil je meer weten van dit toch wel geheimzinnige jagertje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grauwe-klauwier

vrijdag 9 juli 2021

Onopvallende stern.

een mooie witvleugelstern
Doordat veel jonge vogels rondvliegen die nog niet helemaal op kleur zijn, kijk ik ook wat minder scherp naar hun uiterlijk en geloof het allemaal wel. Bijvoorbeeld de rommelige veren en wat bruin gevlekte jonge kokmeeuwen of jonge merels die allemaal op de vrouwtjes merels lijken en jonge gekraagde roodstaarten die er uitziet als zoveel KBV-tjes(Kleine Bruine Vogeltjes)

Kortom, ik ben wat minder kritisch en scherp.
Dat bleek afgelopen weekend maar weer eens. De jonge zwarte sternen in verschillende groeistadia lijken niet eens op elkaar, laat staan op de mooie uitgekleurde ouders, zoveel verschillen. Het is zeg maar een rommeltje om te zien maar het zijn allemaal zwarte sternen. Tenminste dat dachten we. Tussen die zwarte sternen vlogen ook een paar witvleugelsternen rond. Als je niet erg kritisch bent, veeg je daar alle sternen op een hoop met het idee dat het toch allemaal zwarte sternen zijn. 

overvliegende zwarte stern
Dat komt ten eerste omdat je niet beter weet dan dat daar alleen zwarte sternen voorkomen en ten tweede omdat al die verschillende ontwikkelstadia van de jonge vogels ook verwarrend zijn en geen zwarte stern op de andere zwarte stern lijkt en ten derde, de witvleugelstern is geen Nederlandse broedvogel, dachten wij. En dan is de fout zo gemaakt. De witvleugelstern is, als je het eenmaal doorhebt, toch echt een andere vogel. De felrode poten, de witte bovenvleugel vallen goed op en die kenmerken zijn bij de zwarte stern echt niet te zien.

De witvleugelstern broedt hier dus tussen de zwarte sternen en dat is ook voor het eerst. De witvleugelsternen broeden normaal gesproken in Oost Europa en Siberië en niet hier. Daarbij kiest de witvleugelstern voor wat drogere gebieden dan de zwarte stern. En dat is nog het meest bijzondere, er wordt maar incidenteel een broedpaar in Nederland waargenomen. Bijvoorbeeld in 2019 toen er ook maar 1 broedpaar in Nederland was waargenomen.

De wijze les voor mij op deze dag was wel dat in de vogelwereld niets vanzelfsprekend is en dat elke vogel het verdient om goed bekeken te worden. Als ik dat nu eens volhoud dan wordt het nog wel eens wat.

Wil je meer weten van deze Oost Europese migrant, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/witvleugelstern

dinsdag 6 juli 2021

Het miegelt ervan.

de gecrashte jonge mus
Nog geen jaar eerder dan dit jaar is het mij zo opgevallen dat er zoveel jonge vogels uitgevlogen zijn. Waar dat aan ligt, kan ik niet zeggen. Misschien dat het mindere weer mij en de vogels actiever maakt. Met name de afgelopen drie jaar was het in deze periode steeds zo warm dat de vogels en ook ik liever de schaduw opzochten dan er op uittrokken. 

Ook in de tuin is het merkbaar want om de haverklap, vliegt er een jonge merel, houtduif of huismus tegen het raam. Ik heb al verschillende jonge vogels opgeraapt en onder de grote bladeren van de planten achterin de tuin gezet. Ze hebben het gelukkig allemaal overleefd.

de "uitgepeilde" jonge ransuilen
Eind juni en begin juli is de beste tijd om jonge uitgevlogen vogels te spotten. Vaak verraden de jonge vogels zichzelf doordat ze zitten te bedelen om eten. Eergisteren liep ik na 23.00 uur met de hond door de polder toen ik de jonge ransuilen hoorde roepen. Ik heb ze al een tijdje in de gaten maar nu kon ik door dat constante geroep de roestboom goed "uitpeilen". 

De dag erna ben ik op zoek gegaan en vond de jonge uilen in de boom waar ik die avond ervoor het geluid vandaan hoorde komen. Sowieso twee jonge ransuilen zaten daar naast elkaar en er zouden daar in de buurt nog weleens een paar jongen meer kunnen zitten.

de jonge groene specht schreeuwt om eten
Behalve in de polder en onze achtertuin zat in alle vroegte op het gras voor ons huis een groene specht met een jong en ze waren druk met het vangen van mieren. Die groene specht vliegt regelmatig door de straat en ik denk dat deze vogel aan de rand van de polder bij SCO een nest heeft uitgehakt in een wilg die langs het veld staat. Niet eens zover van de ransuilen vandaan. Ze waanden zich onbespied en zorgden ervoor dat ze de magen gevuld hadden voordat het leven in de wijk op gang komt. 

Je moet wel een beetje opletten maar dan heb je ook wat. Het geluid van de bedelende jonge vogels gaat vaak aan je voorbij maar luisteren naar vogelgeluiden levert zo vaak mooie waarnemingen op. Veel jonge vogels laten zich niet zomaar zien en dan helpt het wel als je goed luistert en op het geluid af gaat. Dus ogen open maar vooral ook de oren open of ze aanzetten om de mooiste vogels te zien.

vrijdag 2 juli 2021

Steltkluten hotspot.

bijna volgroeide steltkluten
In Hania's polder in de Dordtse Biesbosch broeden dit jaar voor het eerst steltkluten. Het deel waar ze nu broeden, Hania's polder ligt er nog maar een paar jaar. Het is een voormalig agrarisch gebied wat ingericht is als natuurgebied, net zoals de Noordwaard. Dwars door het gebied lopen wandelpaden met bruggetjes zodat de Dordtenaren hier de nodige buitenlucht en vitaminen op kunnen doen. En dat doen ze ook. Altijd mensen, te paard, op de fiets, op hardloopschoenen en wandelschoenen. Nooit is het echt stil en toch voelen veel vogels zich hier thuis. Op de een of andere manier gaat het hier goed samen.

Het gaat zelfs zo goed samen dat hier elk jaar wel iets bijzonders te melden is. Vorig jaar zaten hier heel wat paartjes geoorde futen en die hebben daar ook nog eens succesvol gebroed. Ik dacht dat dit jaar een herhaling van vorig jaar zou worden maar niets is minder waar.

donsjong
De geoorde futen waren dit jaar massaal afwezig maar daarvoor in de plaats kwamen de steltkluten. Samen met de geoorde futen is dit weer een bijzondere broedvogel in het gebied. Zeker niet algemeen en bijna bijzonder te noemen.

Vaak zie je dat een koppel steltkluten flink wat vogelaars aantrekt en ze worden dan ook op waarneming.nl als vrij zeldzaam beschouwd. Dat betekent dat de vijf koppels die nu in Hania's zitten wel eens de steltkluten hotspot van Nederland kan zijn. Drie van die koppels hebben jongen en ik dacht dat het drie koppels met drie jongen zijn en twee koppels zonder jongen.

het kleinste donsjong en waakse ouder
De jonge stletkluten zitten in heel verschillende ontwikkelingsstadia. Er lopen jonge steltkluten bij die al net zo groot zijn als de ouders alleen zijn ze nog niet helemaal "uitgekleurd" en het jongste trio is nog in het donsstadium en kunnen alleen nog maar een beetje pikken naar de insecten. De oudervogels van dit trio heeft het nu extra druk want de jongen lopen alle kanten uit en het gevaar komt ook van alle kanten. Blauwe reigers loeren op een kans, mantelmeeuwen zitten likkebaardend op het vinkentouw en de steltkluten maar alarmeren en en beschermen.

In het gebied wat eigenlijk niet eens zo heel groot is, zitten de stetkluten op een kluitje. In een klein deel van dit gebied, net veel groter dan twee voetbalvelden zitten nu dus bijna twintig steltkluten en ik denk dat je zo'n hotspot nergens in Nederland kunt vinden. 

Wil je meer weten van deze mooiste kluut, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steltkluut

dinsdag 29 juni 2021

Niet zo grauwe franjepoot.

afgelopen vrijdag bij Vroon(Westkapelle)
Elk jaar komt wel een keer een franjepoot voorbij maar nu middenin het broedseizoen is dat wat aparter. Dit is ook voor franjepoten de broedperiode en dan horen ze op de toendra ter zitten en niet in Vroon bij Westkapelle. Toch zat daar een vrouwtje in zomerkleed op een van de plassen. Druk bewegend zoals ik dat ook ken van franjepoten. 

De grauwe franjepoot is de kleinste van de drie die je hier tegen kunt komen. De rosse franjepoot en grote franjepoot zijn beide groter dan de grauwe. En klein is ook echt klein bij deze vogel want ze is net zo groot als een ijsvogel en zelfs ietjes kleiner dan een zanglijster. Dat zie je pas als er een andere vogel bij de franjepoot in de buurt staat.

franjepootje(l) en kl mantelmeeuw(r)
Op het eerste oog dacht ik dat het om een mannetje ging want deze steltloper was prachtig getekend en gekleurd. Maar bij franjepoten is dat net andersom, het vrouwtje is mooier dan het mannetje. Hij is veel minder mooi gekleurd en getekend en oogt zelfs wat flets vergeleken bij het vrouwtje. Maar voor beide geslachten geldt, ze zijn zeker niet grauw van kleur te noemen. Dit geldt trouwens ook voor de rosse en grote franjepoot. 

Op de een of andere manier zie ik de franjepoten niet als steltlopers maar dat zijn ze dus wel. Ze leggen net als alle andere steltlopers ook 4 eieren, het zijn nestvlieders en ze broeden langs het water. Alle kenmerken van steltlopers alleen zie je ze nooit in groepen of op het strand en weides lopen. Altijd zenuwachtig rodjes zwemmen om insectjes van het wateroppervlak te pikken.  Dat ik dat idee heb komt ook wel omdat ik ze zo weinig zie en nooit met meerdere vogels samen.

In Nederland verblijven momenteel, zover ik weet, slechts twee franjepoten. Een in Vroon en een in het Lauwersmeer. Twee stuks is niet veel maar in deze periode twee teveel want ze horen nu gewoonweg ergens anders te zijn. 

Ik verwacht de eerste trekvogels pas in augustus, dan gaan ze op pad naar het zuiden en overwinteren daar tot aan de Arabische zee toe. 

Wil je meer weten van dit zenuwachtige steltlopertje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grauwe-franjepoot

vrijdag 25 juni 2021

Kanariegele wielewaal.


wielewalenbosje in de Biesbosch
Wielewalen ken ik alleen van vochtige bosjes, vooral aangeplant met hoge populieren. Ik hoorde deze maand wielewalen in gebieden als het Merkske bij Baarle Nassau, Huis ter Heide en de Biesbosch in polder de Langeplaat(de rand ervan) en De Doolhof. Zeker dat laatste gebied is erg interessant voor de wielewaal. Veel rust, hoge bomen en een vochtige omgeving. Met name in De Doolhof verblijven alweer jaren achtereen wielewalen. 


Als ik dus een wielewaal wil horen, ga ik naar een van bovengenoemde gebieden. In het juiste seizoen, succes verzekerd. Ik denk dat ik door deze ervaring en gewoonte niet snel denk aan een wielewaal in een volledig anders samengesteld gebied. En daar heb je een knoert van een valkuil waar ik makkelijk in pas. 

Afgelopen maandag liep ik in alle vroegte door de Boswachterij Dorst, een droog bos met flink wat naaldbomen en droge zandgronden. Oude leemputten en zandverstuivingen maken dit een totaal andere omgeving en hier zie ik bijvoorbeeld kruisbekken, goudvinken en nachtzwaluwen en zeker geen wielewalen. 

en nu ook in Dorst
Maar daar kun je je aardig in vergissen blijkt nu maar weer. Op het stuk bij het voormalige zwembad waar de hoge sparren de zandverstuiving omzomen klonk het geluid van een wielewaal. Ik dacht eerst nog dat ik voor de gek werd gehouden door een gaai want als er in het bos een echt goede imitator woont dan is dat de gaai wel. 

Het geluid is echter zo herkenbaar en hoe goed een gaai ook kan imiteren, hier kon hij echt niet tegenop. De wielewaal varieert ook niet en bleef de hele tijd hetzelfde geluid produceren. Nu bleek later dat sinds 1992 in Dorst geen wielewaal meer is ontdekt. Dat hij er in die jaren niet heeft gezeten weet ik niet maar dat hij is waargenomen en genoteerd is op de site van waarneming.nl was tot op heden niet gebeurd. Een primeur dus.

De wielewalen maken een goed jaar door en worden overal gehoord, dat is ook wel eens anders geweest. Nu ben ik heel erg benieuwd of dit een trend is en of we de komende jaren ook weer volop kunnen genieten van deze bijzonder opvallende vogel. En hoe is het dan toch mogelijk dat je deze knalgele opvallende vogel amper te zien krijgt? 

Wil je meer weten van deze kingsize kanarie, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/wielewaal