dinsdag 23 augustus 2022

Zangertjes op trek.

paapje, op trek
De vogeltrek is alweer een paar weken bezig en dat gaat vrij onopvallend. Veel zangertjes zoals grasmussen, braamsluipers, fitissen, koekoeken, bosrietzangers en spotvogels zie amper nog. Ik hoor ook minder vogels zingen maar dat komt doordat het broedseizoen is afgelopen. Al deze vogels vertrekken dus letterlijk in alle stilte naar het Zuiden. Je hebt het dus eigenlijk niet zo in de gaten maar er is nu al volop beweging in de vogelwereld gaande.

Ik word door de aankomst van andere trekvogels gewezen op deze beweging want de paapjes en tapuiten zijn nu hier te zien, terwijl die hier niet broeden. Ze broeden wel in Nederland maar niet bij ons in Brabant. Dit is zeg maar de eerste golf trekvogels uit het "Noorden". De volgende reeks trekvogels komt weer van wat verder weg en zo volgen de soorten die op trek zijn elkaar op.

tapuit, ook op trek
Volgende maand vliegen de kraanvogels voorbij en over een dikke maand komen bijvoorbeeld de kramsvogels en koperwieken naar hier. Eind oktober arriveren de sijzen en kepen. Weer wat later vliegen de kleine zwanen en wilde zwanen deze kant uit en zo gaat dat maar door totdat het winter wordt. Dan is alles opgeschoven en hebben we een heel andere soortenrijkdom in onze omgeving. 

Veel vliegbewegingen gebeuren buiten ons gezichtsveld. Flink wat vogels vliegen namelijk 's-nachts en daar merk je niets van behalve de korte contactroepjes die ik dan 's-avonds laat in de polder hoor. 

roodborsttapuit & paapje
Vooral lijsters laten zich dan horen. Begin oktober vertrekken bijvoorbeeld de graspiepers massaal en die kun je dan wel overdag zien. In de Willemspolder zagen wij een keer honderden graspiepers in een grasveld binnenvallen. Even rusten en door.

Veel vogelaars vinden deze tijd een stille tijd. Als ze het dan over de vogelzang hebben, hebben ze gelijk maar ze bedoelen dan vaak dat er weinig te doen is op vogelgebied en dat is dus absoluut niet waar. Je moet in deze tijd alleen anders naar vogels kijken want er is juist heel veel te beleven. Het is alleen net even anders dan de voorbije vijf maanden.

vrijdag 19 augustus 2022

Een boswulp.

9 augustus, een wulp in Dorst
Twee weken geleden, op 9 augustus, zag ik 's-morgensvroeg in de Boswachterij Dorst een wulp langs het oude zwembad lopen. Bijzonder dacht ik nog en ik kreeg zo'n zelfde reactie van een andere vogelaar. Die reageerde ook verbaasd dat een wulp in het bos zat. Een wulp is bij ons namelijk het meest bekend als weidevogel die in het agrarische gebied leeft en in het najaar en winter vooral aan de kust zit.

Vanmorgen dacht ik weer terug aan die wulp en bedacht mij ineens dat die waarneming helemaal niet zo bijzonder is. Die is hooguit bijzonder in deze tijd, de eenentwintigste eeuw. 

een beetje hei, is dat herstel?
Want in de vorige eeuw toen we zo'n beetje vanaf de zeventiger jaren te maken kregen met de verzuring van de natuur, veranderde de azijnzure regen de natuur compleet. In die tijd was het effect op de natuur dramatisch. 

Ook de heide kreeg het zwaar te verduren en moest plaats maken voor grassen. En dat was voor de wulp de druppel die de emmer deed overlopen. Het oorspronkelijke leefgebied van de wulp was namelijk het bos- en heidegebied. Wulpen broedden destijds op de heidevelden en helemaal niet in het agrarische gebied zoals dat nu doen. Je hebt nog wel echte wulpenbolwerken in het Oosten van ons land en dan met name op de overgebleven heidegebieden. Maar deze wulp kwam dus poolshoogte nemen in het leefgebied van zijn bet-bet-overgrootouders. 

wulpen in de wei


Een nostalgisch tripje naar vroeger en daar zag deze wulp op 9 augustus jl, dat na vijftig jaar het oorspronkelijke broedgebied nog geen streep verbeterd is. Onbewoonbaar verklaard voor en door wulpen. Ik hoop werkelijk niet dat het gebied voor altijd ongeschikt blijft en de Boswachterij weer net als vroeger zijn heidevelden en stuifzanden terugkrijgt. Ik kan het mij niet herinneren, maar in de "goeie oude tijd" kwamen wij in de zomer vaak in Dorst om te zwemmen en toen moet het bos nog in orde zijn geweest, de grote open vlakte was stuifzand en de wat hoger gelegen velden waren geheel begroeid met heide. Jammer dat ik daar geen actieve herinnering meer aan heb, maar daar hebben meer mensen last van.

Wil je meer weten van deze grootste stelloper van Europa, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/wulp

dinsdag 16 augustus 2022

Voedselcrisis?

wegtrekkers?
Het valt op dat veel vogels al naar het Zuiden wegtrekken en dat is vroeg. Of ze ook daadwerkelijk vroeger vertrekken dan andere jaren kan ik niet met zekerheid zeggen. Het valt mij maar ook anderen op dat sommige soorten die je normaal gesproken in deze tijd nog kunt tegenkomen, nu al weg zijn of nog maar sporadisch gezien worden. Grauwe klauwieren, gierzwaluwen, spotvogels zijn van die soorten die je in deze tijd nog tegen moet kunnen komen. Weliswaar in kleinere aantallen dan vorige maand maar toch, ze moeten er nog zijn.

De mensen die ik spreek, zeggen vrijwel allemaal dat deze vroege trek mede veroorzaakt wordt door de gigantische afname van insecten. Afgelopen jaar was dat ook al in het nieuws, toen werd gemeld dat 75% van alle insecten verdwenen was. 
gisteren dansende insecten boven een berk
Weinig voedsel kan dus een mogelijke oorzaak zijn. Met dat verhaal in het achterhoofd loop ik nu alweer een week door de natuur en regelmatig denk ik hieraan. Inderdaad, 's-avonds weinig insecten rond de buitenlamp in de tuin, vrijwel geen insecten op de voorruit van mijn auto en ik ben amper door muggen gestoken ook al staat het slaapkamerraam wijd open en zouden de muggen ongestoord hun gang kunnen gaan. Naast het vroege vertrek, vertrekken nu dus vogels die nog niet sterk genoeg zijn en het is de vraag nog maar of ze hun eindbestemming halen.

spotvogel, putter, tjiftjaf en grasmus
vlak bij elkaar in een struik
Afgelopen week in Huis ter Heide zag ik bij een grote braamstruik een wolk insecten, uit de wind, aan de schaduwkant van de braam vliegen. In die braam barstte het van de vogeltjes, putters, grasmussen, spotvogels, roodborsttapuiten en tjiftjafs. De ene uitval na de andere uitval werd naar deze dansende insecten gedaan door steeds een of twee van de eerder genoemde soorten. Hmmmm, ze waren toch weg dacht ik eerder nog? 

Gisterenochtend zag ik een herhaling van dit tafereel maar nu in de Boswachterij Dorst. De wolk insecten was groot en is dus zeg maar een soort "vliegend buffet" voor vogels. Ook hier lagen de vogels op de loer en pikten hun graantje mee. Boompiepers, verschillende mezen, tjiftjaf, grauwe vliegenvanger en bonte vliegenvanger profiteerden volop van dit ruime aanbod. Volgens mij geen reden om eerder te vertrekken.
een boompieper lust ook
muggen

Het dramatische verhaal van de achteruitgang van insecten en het om die reden vroege vertrek van veel vogels naar het Zuiden geloof ik zeker maar er zijn ook, weliswaar hele kleine, lichtpuntjes als je maar oplet. 

Ik hoop werkelijk dat het aantal insecten en ook het aantal soorten insecten langzaamaan weer herstelt zodat de vogels wat langer hier blijven en goed doorvoed de verre tocht kunnen maken. Des te groter is de kans dat ze volgend jaar weer naar hier terugkeren. Leve de klimaatmaatregelen???

vrijdag 12 augustus 2022

Roofvogels zweven liever.

twee zwevende wespendieven
Gisterenochtend was weer zo'n ochtend dat de roofvogels echt zin hadden om te vliegen. Ik weet niet waar dat aan ligt maar je hebt van die ochtenden die niet veel anders zijn dan gisterenochtend en dan vliegt geen enkele roofvogel. Op deze dagen als de temperatuur snel stijgt, ontstaat ook al vroeg thermiek en daar houden ze van. Zonder een enkele vleugelslag omhoog schroeven en dan lekker zweven. Ze vliegen nergens naartoe genieten van het uitzicht en doden de tijd daar hoog in de lucht. Lijkt mij ook wel wat.

Gisteren dreven de buizerds, volop miauwend op grote hoogte over. Die twee waren duidelijk met elkaar in gesprek, roepen en antwoorden, daar leek het op. 
loerende slechtvalk
Wat later op de ochtend hoorde ik van ver een wespendief aankomen. Het bleken ook nu weer twee vogels te zijn die volop gebruik maakten van de thermiek. Waarom de ene ochtend anders dan andere ochtend is, terwijl de weersomstandigheden in mijn ogen gelijk zijn, kan ik dus niet beredeneren. 

En het waren die ochtend niet alleen de grote zwevers die het luchtruim kozen. Een torenvalk werd wat verderop achterna gezeten door een stelletje kraaien, op de een of andere manier liggen deze twee elkaar niet want dit zie ik wel vaker gebeuren. Weer wat verderop zat een slechtvalk op een hoogspanningsmast de buurt nauwlettend in de gaten te houden. Ik zag hem tot twee keer toe tevergeefs een uitval doen. Wat een spektakel deze ochtend en weer eens iets anders dan die kleine zangertjes of watervogels.

Met het warme weer van de komende dagen zullen de roofvogels wel wat vroeger op de wieken gaan en gebruik maken van de thermiek. Ik kijk alweer naar boven want die weet wat voor moois over zweeft.

dinsdag 9 augustus 2022

In de Boswachterij Dorst

een van de leemputten
Elke wandeling in de Boswachterij levert wel iets bijzonders op. De afgelopen paar weken verbaasde ik mij steeds over de voor mij  "nieuwe" bossoorten. Een paar weken geleden zag ik een grote gele kwikstaart bij de leemputten, een week daarna een witgat, grote zilverreiger, wespendief, oeverloper en vandaag een wulp. Deze laatste maakte dat ik voor dit jaar op 100 soorten in Dorst uitkom. Dat is elk jaar wel zo maar niet eerder zo vroeg in het jaar en niet eerder met zulke voor het bos bijzondere soorten.

alles behalve een bosvogel
Vorig jaar hoorde ik voor het eerst een wielewaal uitbundig zingen en daar had ik dit jaar ook op gehoopt maar dat is jammer genoeg niet gebeurd. Die wielewaal was wel heel erg bijzonder want dit was de eerste sinds 1992 die hier werd waargenomen. En dan moet je weten dat in zeventiger jaren van de vorige eeuw in de Boswachterij maar liefst 24 wielewaal territoria werden vastgesteld. Er is zeg maar gerust, in de tussenliggende tijd, heel wat veranderd.
het prachtige beukenbos

Dat die veranderingen niet allemaal negatief zijn moet ook gezegd worden. In het verleden werd heel anders naar dit bos gekeken. Staatsbosbeheer zag dit als een productiebos waar met grote regelmaat hout geoogst werd. Omgevallen bomen werden netjes opgeruimd en recreatie was ook een van de hoofddoelstellingen met het natuurzwembad Surae voorop. Ik kwam hier als klein jongetje vaak met mijn ouders en zus. Hele vakanties brachten we hier door.

en die hoort er ook bij
Later zorgde zure regen voor ingrijpende veranderingen en gingen vooral veel naaldbomen dood. Daarna trad de grote verandering van het bos op. Er werd niet meer zo intensief gekapt, het zwembad verdween en niet alle omgevallen bomen werden opgeruimd. En sinds kort mag je er niet meer met honden en fietsen in. Het bos wordt steeds meer een bos wat met name aantrekkelijk is voor vogels. Waar vind je vijf spechtensoorten, wespendieven, raven, uilen, kruisbekken en in de winter honderden sijzen en kepen? 

Nee, niet alle veranderingen zijn verbeteringen maar hier kun je dat met een gerust hart wel zeggen. De natuur ontwikkelt nog steeds en de soortenrijkdom neemt nog steeds toe. 100 soorten in iets meer dan een half jaar zegt best veel over de kwaliteit van dit bos.

vrijdag 5 augustus 2022

Ooievaar als vuinisman.

De Spinder vanmorgen
Vuilnisbelten ken ik vooral van vroeger. Hier in Oosterhout had je er een aan de kanaaldijk bij de Korenbocht en later verhuisde die naar de Hillen. Niet letterlijk want het vuil aan de Korenbocht ligt er nog steeds en wordt straks een mooi park. Die aan de Hillen is ook al weg en is inmiddels een composteerbedrijf geworden. 

Maar die grote vuilnisbelt bij Tilburg bij de Spinder is nog steeds volop in gebruik. Dat ik het over een vuilnisbelt heb, komt omdat die plek een enorme aantrekkingskracht op vogels heeft. 

aan de rand van de vuilnisbelt
Een vuilnisbelt is een enorme gedekte tafel met ongelofelijk veel voedsel en het is daar lekker makkelijk foerageren. Enorme aantallen meeuwen, in alle soorten en maten, kraaien en roeken vliegen daar rond. En vanmorgen verbaasde ik mij over de gigantische groep ooievaars. Ze zitten er daar altijd wel maar nooit in de aantallen zoals ik die vanmorgen zag. Aan de rand van de belt zaten tussen de 150 en 175 ooievaars. Ik denk dat ze hier in deze tijd ook verzamelen voor de grote tocht naar Afrika. Nog even makkelijk opvetten en dan straks met z'n allen op weg maar het Zuiden.

marabou(familie van de ooievaar)
In de winter blijven hier altijd wel een paar ooievaars achter, niet veel maar een paar vinden het zo wel best. Waarom zo ver vliegen als je hier ook eten kunt vinden en met de kou valt het ook wel mee. In Afrika is voedsel zoeken een stuk makkelijker dan hier. Dat zou je zo een, twee, drie niet verwachten maar de vuilnis ligt daar in enorme hopen, open en bloot. Niks afvalverwerking of groenafval composteren, nee daar blijft alles gewoon liggen stinken en rotten. 

Onze ooievaars ontmoeten hier hun Afrikaanse collega's zoals maraboes, nimmerzatten, zadelbekooievaars en hamerkoppen. Prachtige beesten in een verschrikkelijk vieze omgeving. Jaren geleden nam een gids in Tanzania mij een keer mee naar een plek waar ik veel prachtige vogels zou kunnen zien. Uiteindelijk stond ik aan de rand van een enorme stortplaats waar het vreselijk stonk. Wel veel prachtige vogels, dat wel. Ik moest er vanmorgen weer even aan terugdenken toen ik al die ooievaars bij de vuilnisbelt van Tilburg zag staan.

dinsdag 2 augustus 2022

Een mooie blauwe flits.

het koppel in Dorst(1 aug 2022)
Een paar maanden geleden schreef ik al dat de ijsvogels het vorig jaar erg zwaar hadden. In de vorstweek in maart, toen al een aantal ijsvogels op eieren zat, stierven veel vogels. Wat een week flinke vorst niet aanricht. Tussen de 50 en 75% van alle ijsvogels is toen gestorven door voedselgebrek en kou. Dat gebeurt wel vaker en meestal herstelt zo'n populatie vrij snel, mits er niet weer een flinke vorstperiode is. Maar op de een of andere manier duurde dat nu veel langer dan andere jaren. Tenminste dat denk ik.

In de periode daarna, vanaf maart vorig jaar moest ik moeite doen om een ijsvogel te zien en ik kneep al in mijn handen als ik er een of twee in de maand zag. Ik was in de jaren daarvoor gewend aan een bijna dagelijkse ontmoeting met deze blauwe schicht. Ik kon niet in de polder of in de Biesbosch komen of er vloog er wel een voorbij. In het afgelopen jaar was dat dus wel anders.  

hier in de polder
We hebben nu alweer een flink deel van de broedperiode van 2022 gehad en ik merk nu pas dat de ijsvogels een goed seizoen hebben gehad. Ik zie ze nu alweer vaker en en ook in de Boswachterij Dorst vliegen ze nu weer rond. Dat heeft dus een dik jaar geduurd eer ze daar weer terug waren. De populatie herstelt zich vroeg of laat en de vogels die de vorst overleven zijn ook de sterkste vogels gebleken dus voor de soort is dat soms wel eens goed als er eens goed gesorteerd wordt.

In ieder geval doet het mij goed om ze weer met grote regelmaat te zien, zeker het koppel dat nu weer in de Boswachterij Dorst van leemput naar leemput vliegt. 

Wil je meer weten van deze blauwe schicht, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ijsvogel

vrijdag 29 juli 2022

Boompiepers

boompieper
De meeste boompiepers zijn uitgezongen en dan wordt het lastig om ze nog te zien. Best gek eigenlijk want ze zitten nog steeds in hetzelfde gebied en hebben zelfs enkele jonge piepers om zich heen. Het seizoen van uitbundige zang is relatief kort als ik dat bijvoorbeeld vergelijk met de boomleeuwerik die in dezelfde biotoop leeft. Die begint al eind februari, begin maart met zingen en dan zijn de boompiepers nog niet eens in dit deel van Europa gearriveerd. De boompiepers beginnen pas in april te zingen en in mei begint het broedseizoen en dat is vergeleken met de boomleeuwerik best laat. Volgende maand is het gedaan en vertrekken de boompiepers alweer.

De boomleeuwerik is ook nu nog makkelijk te vinden in het bos en die blijft ook nog wel even. Zingen doet hij niet meer maar je vindt ze nog makkelijk scharrelend op de grond op de grote open vlakt in Dorst. 
Pas in het najaar vertrekken ze naar Zuid Europa en gaan lang zo ver niet dan de boompiepers die makkelijk naar Mali kunnen vliegen. Toch best apart als je ziet dat de twee soorten zo dicht naast elkaar in hetzelfde gebied leven met dezelfde voorkeuren. 

boomleeuwerik
Veel van hun gedrag komt overeen en toch zijn ze zo verschillend. De boompieper is in zijn gedrag slechts voor een klein deel verschillend van de boomleeuwerik, de laatste zit graag op de grond terwijl de pieper graag in de top van een boompje zit. Het voedsel in het gebied van de twee zal nauwelijks verschillen en er zijn meer overeenkomsten dan verschillen te bedenken 

Hoe komt het dan toch dat ze in de trekperiode zo enorm verschillend zijn, de afstand die ze afleggen naar de winterverblijven is groot, de periode dat ze afwezig zijn of aanwezig zijn bij ons is ook al zo groot. En dan vraag ik mij wel eens af, nemen vogels dingen van elkaar over? Dingen die ze slimmer doen dan de ander of goede tips die ze zouden kunnen delen. Of blijft ieder zijn ding doen of dat nou handig is of niet? 

boompieper 25 mei
Dat vogels van eenzelfde soort elkaar informeren is wel duidelijk. Dat zie ik bijna dagelijks als ik wat walnoten in de tuin leg. Eerst komt een ekster en na een uurtje zijn het soms wel vier eksters die noten komen zoeken. Die ene ekster tipt de andere eksters. Maar boomleeuweriken, tippen de boompiepers niet over de makkelijkste overwinter gebieden. Nee, die laten de boompiepers lekker doorvliegen naar Mali.

Wil je meer weten van de boompieper, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boompieper

dinsdag 26 juli 2022

zwermende spreeuwen

ouderwets grote groep spreeuwen
Grote zwermende groepen spreeuwen ken ik alleen maar uit mijn herinneringen van jaren en jaren geleden. Heel lang geleden zag ik, ik denk dat het in de zeventiger jaren was, in de buurt van Raamsdonk, zo richting 's-Gravenmoer wel eens grote groepen spreeuwen. ik denk zelfs dat dat in de Gecombineerde Willemspolder was. In mijn herinnering waren dat enkele tienduizenden spreeuwen die tegen de avond in de meest prachtige formaties vlogen. 

Ik zie het schouwspel nog zo voor mij en misschien maak ik het wel mooier dan het in werkelijkheid was. Maar ja, dat heeft dan met de vele, vele jaren, dat het geleden is, te maken. Je maakt sommige mooie herinneringen dan toch iets mooier dan ze in werkelijkheid waren.

Enkele jaren geleden zat in het centrum van Oosterhout nog een mooie groep van een kleine 4.000 spreeuwen. Deze groep zwermde boven het centrum om na het vliegen van de meest prachtige formaties neer te ploffen in een grote laurierhaag bij de flats van Oosterheem. De bewoners van die flats vonden dat om de een of andere reden geen goed plan en stonden 's-avonds in de handen te klappen om de spreeuwen te verjagen. God weet waarom ze dat deden want als ze eenmaal in de stuiken zaten, waren ze na 2 minuten stil. In ieder geval hebben ze hun zin gekregen en heeft de Gemeente de struiken gerooid en waren de spreeuwen voorgoed verjaagd.

mooi in formatie zwenken
Afgelopen week ontdekten we op een avond een hele grote groep spreeuwen in de Willemspolder. Ik kan nog niet goed inschatten hoe groot deze groep is maar het zijn er toch weer een kleine 4.000 denk ik. Ze vliegen rond 21.00 uur in een rechte lijn Zuidwaarts, regelrecht naar de slaapplaats. Nu is het nog een klus om uit te zoeken waar ze zwermen oftewel verzamelen voordat ze naar de slaapplaats gaan. En als ik die plaats gevonden heb, kan ik proberen het aantal vogels te schatten. In ieder geval een opsteker want met spreeuwen gaat het ook al jaren niet goed.

wil je meer weten van deze luchtacrobaten, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/spreeuw

vrijdag 22 juli 2022

Blij met wespendieven.

Wespendief in Dorst
Ik moet elk jaar flink wat moeite doen om een wespendief te zien. Ik denk dat er maar weinig roofvogels zijn die zo verborgen leven als deze wespendief. Als ik er al een zie is dat meestal tijdens de trek. Het zijn dan, meestal in mei, de eerste vogels die in het voorjaar uit het verre Zuiden aankomen en ook als ze in het najaar weer teruggaan. In Dorst heb ik slechts een paar keer het geluk gehad om een wespendief in de zomer te zien. Kun je nagaan hoe lastig dit beestje te vinden is.

Tot dit jaar dan. Want nu zie ik meerdere keren per week wespendieven in Dorst. Soms alleen, hoog in de lucht, cirkelend op thermiek en ook al een paar keer een koppel. Deze wespendieven zitten meestal in het meest Westelijke deel van de Boswachterij. En zelfs al een paar keer op de rand waar het bos overgaat in de Oosterhoutse Golclub. Doordat ik de wespendieven nu zo frequent tegenkom, ben ik ook het geluid beter gaan herkennen. Ik geloof niet dat ik dat geluid in de voorgaande jaren wel eens gehoord heb. 
wespendief met zijn kleine duivenkopje

Het geluid is echt anders als dat van een buizerd en dat geluid is eigenlijk het enige geluid dat in de buurt komt van het geluid van een wespendief. De buizerd miauwt een beetje als een kat en zijn roep bestaat zeg maar uit een lettergreep. De roep van een wespendief heeft twee lettergrepen, en klinkt als piiiiii-ju. Qua volume en toonhoogte verschillen de twee geluiden niet veel. Ook het cirkelen op thermiek ziet er van beide roofvogels hetzelfde uit dus verwarring en een vergissing liggen op de loer.

Het hoge piiiii-ju klinkt momenteel veelvuldig boven de Boswachterij en dat is natuurlijk veelbelovend. Twee wespendieven die samen boven de Boswachterij cirkelen zouden zomaar voor nageslacht kunnen zorgen. En nu is de tijd want wespendieven broeden een stuk later dan bijvoorbeeld buizerds en dat heeft weer te maken met de late aankomst, soms pas in juni, uit Afrika. Dat betekent dat in de eerste plaats in Dorst volop voedsel beschikbaar is en in de tweede plaats dat de Boswachterij steeds verder geschikt raakt voor bijzondere soorten en dan bedoel ik niet alleen vogels.

Wil je meer weten van deze stiekemerd uit Dorst, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/wespendief

dinsdag 19 juli 2022

Jong grut in het bos

jonge havik in Dorst
Ook roofvogels hebben hun broedseizoen zo goed als afgerond. Dat gebeurt best wel een beetje stiekem. Want kijk, mezen, merels en mussen doen niets stiekem. Ze vliegen rond met voer, alarmeren luidkeels en maken zich druk, zonder ook maar een beetje moeite te doen om hun broedplaats verborgen te houden. Roofvogels daarentegen doen dat wel even anders. Ten eerste wordt het nest meestal hoog en goed verborgen gebouwd en als het eenmaal zover is, verloopt het hele verdere broedproces relatief stiekem. 

En dat het broedseizoen van de roofvogels zo goed als voorbij is, daar kom ik eigenlijk bij toeval achter. Het zijn de jonge roofvogels die laten zien dat hun ouders die broedperiode succesvol hebben afgerond. Zo joeg afgelopen zaterdag een jonge slechtvalk achter een zwarte kraai aan en dat laat mooi zien dat hij nog niet weet welke prooi wel op zijn menukaart kan staan en welke niet. Nee, een kraai is toch net een maatje te groot voor een jonge slechtvalk. 

volwassen havik
En gisteren zag ik een jonge havik in het bos zijn best doen om zijn ouders te verleiden om hem nog een keertje te voeren. Ik denk dat het jagen hem nog niet zo goed afgaat en van de honger zijn ouders om een lekker hapje vraagt. De jonge havik vloog al roepend of bedelend van boom naar boom. Nog niet zo schuw als zijn ouders want die laten dat gedrag niet makkelijk zien. Die zie je meestal in een flits tussen de bomen door wegschieten. Nee die jonge roofvogels hebben het niet makkelijk als ze op het punt zijn aanbeland dat de ouders stoppen met voeren en ze op eigen benen komen te staan. 

In de Boswachterij Dorst leven meerdere koppels haviken en ik kan zo ongeveer wel inschatten waar die verschillende territoria zich bevinden. En deze jonge havik komt vermoedelijk uit het deel van het bos tussen de grote laatste plas en het spoor. Daar hoor je een flink deel van het jaar haviken roepen. En zo hoor en zie ik regelmatig jonge roofvogels die nog veel moeten leren en dit is ook een mooi moment om roofvogels eens wat beter te bekijken want meestal gebeurt dat toch op een flinke afstand.

Wil je meer weten van deze toch wel stiekeme roofvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/havik

vrijdag 15 juli 2022

Het succesnummer van de week.

mannetje grauwe klauwier op de uitkijk
Heel voorzichtig groeit hier in de buurt de populatie grauwe klauwieren. Ze waren helemaal weg en waren zelfs bijna weg uit Nederland. Nog maar twintig jaar geleden leefden nog maar slechts vijftig koppeltjes klauwieren in Nederland. Onvoorstelbaar dat door intensieve landbouw, ruilverkaveling en verstedelijking een hele populatie die al eeuwen in Nederland voorkwam, bijna verdwenen was. En dat verdwijnen van deze soort ging bijna ongemerkt. Gelukkig staat de populatie er nu een stuk beter voor.

Grote robuuste ruige natuurgebieden met singels en houtwallen, vinden de grauwe klauwieren prachtig. 

drie hongerige jonge klauwieren
Hier kunnen ze broeden, jagen en rustig leven. Want verstoringen kunnen ze niet waarderen. De klauwieren in het natuurgebied waar ik eergisteren was, is al een paar jaar het domein van deze prachtige roofvogeltjes, want dat zijn het. Weliswaar jagen ze niet op konijnen of duiven, ze hebben wel een voorkeur voor grote insecten, kleine amfibieën en zelfs zangvogels. Alweer vier jaar geleden zag ik hier het eerste koppeltje broeden en nu zijn dat er al vier. 

Het koppel wat nu drie jongen heeft zit voor het eerst in de singel met kleine berkjes, bramenstruiken en een flinke eik  die als uitkijkpost dient. De drie kleine klauwiertjes zitten geduldig te wachten totdat het eten wordt gebracht. En dat ze nog gevoerd worden, betekent dat ze niet langer dan twee weken geleden uit het nest zijn gevlogen en in deze periode worden ze door het mannetje gevoerd. 

net gevoerd door pa klauwier
Het vrouwtje laat al na een week de boel de boel en laat het voeren aan het mannetje over. Het mannetje was er druk mee en vloog vanaf zijn hoge uitkijkpost steeds het weiland in om vervolgens terug naar de bramenstruik te vliegen waar het kroost zat te wachten.

Als ik zo zonder wetenschappelijke onderbouwing of bewijzen door reken, is sinds 2019, toen het eerste koppel hier ging broeden, de populatie elk jaar met 1 koppel gegroeid. Nu in 2022 dus vier koppels en mogelijk komt daar dus volgend jaar nummer 5 bij. Het leefgebied is er groot genoeg voor en volgens mij is hier ook volop voedsel beschikbaar. 

Wil je meer weten van deze zeldzame maar opkrabbelende vogelsoort, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grauwe-klauwier

dinsdag 12 juli 2022

Hij is een echte huismus.

de bewuste rietkraag in Geertruidenberg
Dat is iemand die graag thuis is en niet veel op pad gaat, zo zijn sommige mensen maar dat is ook typerend voor een huismus. En dat is ook zo voor de groep huismussen bij ons. Het hele jaar door scharrelen ze hier rond, vrijwel dagelijks in de tuin, broedend onder de dakrand en vooral veel discussiëren of misschien is het wel ruziën, wie zal het zeggen? Het is zeker geen trekvogel zoals de grutto of bosrietzanger.


huismussen in de rietkraag
Nu wil het geval dat ik benaderd werd door een goede bekende uit Geertruidenberg die zich afvroeg welke vogels zich bij hem in de buurt in een rietkraag ophielden. Een grote groep vogels van naar schatting honderd exemplaren, verzamelden zich dagelijks in een rietkraag langs de Donge. Ik dacht eigenlijk direct aan spreeuwen, kwikstaarten of boerenzwaluwen die zich na het broedseizoen in grote groepen verzamelen en samen een slaapplaats opzoeken, vaak in een rietkraag. Maar het is nu begin juli en dan is dat wat aan de vroege kant maar ja, je weet nooit dus maar eens poolshoogte gaan nemen.

Gisterenavond hadden we op de Dongedijk afgesproken om de vogels te bekijken en het duurde even voordat de eerste groepjes aankwamen. Het bleek om huismussen te gaan, het waren aardig wat vogels die steeds in kleine groepjes in het gebied rondvlogen, van de rietkraag het graanveld in of even overstaken naar de andere kant van de Donge. 

een honkvaste huismus bij ons in de tuin
Kijk, dit is natuurlijk de periode van het jaar dat de aantallen vogels het grootst zijn en dat geldt ook voor huismussen. De meeste vogels hebben een of meerdere nestjes grootgebracht en daar leven nu nog best wat vogels van. Dat aantal neemt naarmate het jaar vordert gestaag af. Slechts enkele jonge vogels overleven dit eerste levensjaar. Maar in deze tijd zijn er nog veel jonge mussen en die zijn reislustiger dan hun ouders. Ouders zijn behoorlijk honkvast en kunnen zelfs aan een tweede legsel begonnen zijn en zullen niet snel in een grote groep het leefgebied verlaten. Ze zijn sowieso niet reislustig en blijven in een straal van een paar honderd meter van hun broedplek, terwijl de jonge vogels juist erg reislustig zijn. Dat zijn ze totdat ze zelf toe zijn aan een eigen nest, dan worden het ook echte huismussen die niet graag van huis gaan.

de andere kant van de dijk
Het zou dus zomaar kunnen dat de groep huismussen aan de Donge een groep jonge vogels is die een mooi plekje gevonden heeft met veel voedsel en volop bescherming van de dichte rietkraag. Het heeft dus niets met trekgedrag te maken maar vooral met zwerfgedrag van jonge vogels. Het kan zelfs zo zijn dat de jongen uit verschillende familiegroepen samen optrekken en zo grote groepen van wel honderd exemplaren of meer kunnen vormen. Ze leggen dan ook grotere afstanden af dan hun ouders en kunnen wel een paar kilometer verder vliegen. Het kan dus zijn dat we hier aan de Donge te maken hebben met een verzameling jonge huismussen van verschillende familiegroepen uit Geertruidenberg. Weer wat geleerd!

Wil je meer weten van deze uiteindelijk honkvaste huismussen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/huismus

vrijdag 8 juli 2022

Soms kan het gek lopen

de twee jonge blauwe reigers
Kolonievogels broeden in groepen, vlak bij elkaar in bomen en eigenlijk nooit alleen. Maar als zo vaak zijn er altijd wel uitzonderingen te noemen of te zien. Tijdens de broedvogeltellingen worden die kolonievogels altijd genegeerd want die broeden dan toch meestal ergens anders. In de telgebieden waar ik de broedvogels tel zitten nooit kolonies aalscholver, blauwe reigers of roeken om er maar eens een paar te noemen. Deze uitgesproken kolonievogels zitten heel ergens anders en doen dus tijdens de tellingen niet mee.

Ik schreef al dat er altijd wel ergens een uitzondering te zien is, nou dat was in de Ganzenwei in de Noordwaard ook het geval. 

doorgang naar de Ganzewei(L)
In een klein populierenbos dat trouwens op instorten staat door het hoge water, zit zomaar een broedende blauwe reiger. En daar broedt deze eenling ook alweer een paar jaar op rij. Heel apart want op meerdere plekken in Noordwaard zitten kolonies blauwe reigers, dus je afzonderen van zo'n groep is niet nodig er zijn meer groepen waar je je bij aan kunt sluiten waardoor je een stuk veiliger bent.

Daar denkt dit koppel dus anders over.en blijft trouw aan dezelfde boom in de Ganzewei. Ze zijn daar ook nog eens succesvol en brengen elk jaar wel een paar jongen groot. 
waaks op een afstandje
Deze meest algemene reigerssoort in de Biesbosch is een van de negen Nederlandse reigers die ik vorig jaar heb gezien. Dat zal dit jaar niet zomaar lukken. Vorig jaar zag ik in de Biesbosch de blauwe reiger, kleine zilverreiger, grote zilverreiger, purperreiger, roerdomp, woudaap, ralreiger en koereiger. Alleen de kwak zag ik buiten de Biesbosch, de rest dus in de Biesbosch en dat geeft toch wel weer aan hoe uitzonderlijk divers geschikt dit super natuurgebied is. Het is trouwens alweer een paar jaar geleden dat de kwak in de Noordwaard zag en dat was destijds net achter de schuur van Staatsbosbeheer bij de Witboomkil.

Maar goed, de blauwe reiger is hier dus succesvol in de Ganzewei en is daarmee misschien wel trendsetter en krijgt zijn gedrag navolging en wordt het nog eens een echte kolonie. In ieder geval zitten ze op een mooi plek, ook voor ons want je krijgt niet vaak zo'n goed zicht op een nest met jonge reigers. 

Wil je meer weten van deze meest brutale reiger van ons land, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/blauwe-reiger

dinsdag 5 juli 2022

Is er nog iets om te kempen?

foeragerende kemphaan
Net als de grutto's, keren nu ook de kemphanen terug uit de broedgebieden. Of deze kemphanen zijn klaar met broeden of, en dat zou jammer zijn, zijn ze hier omdat hun legsels mislukt zijn. Dat kan door predatie zijn maar ook door het intensieve maaien van de boeren. Ik weet dat door het vele maaien de rustperiodes in het grasland steeds korter worden en in die korte periode is een weidevogel niet in staat om een legsel succesvol groot te brengen. Hierdoor is sowieso het aantel broedende kemphanen in agrarisch gebied dramatisch afgenomen en worden ze steeds zeldzamer. Deze prachtvogel moet nu flink geholpen worden anders is het straks helemaal gedaan met deze soort.

Ze houden van nat en zeker ook wat wilder, ruiger grasland en zeker geen kale eentonige raaigrasvelden waar we nu mee doodgegooid worden. Deze groene woestijn is trouwens mede de oorzaak van de sterke afname van de biodiversiteit. En dit is naast de vele ingrepen die de veeteelt en akkerbouw in de natuur hebben gedaan, is de natuurwaarde van het agrarisch gebied tot bijna nul gereduceerd.

kemphanen verzamelen zich in de Noordwaard
Dat heeft dus, net als op zoveel weidevogels, een sterk negatief effect gehad waardoor we nu met een gemiddelde afname van weidevogels van meer dan zestig procent zitten en voor sommige soorten zelfs met een afname van negentig procent. En het ergste is dat de afname nog niet stopt waardoor uitsterven van een soort in Nederland op korte termijn niet uitgesloten is. 

De kemphaan heeft een ongelooflijk gevarieerde verenkleed, het verschil in mannetjes en het verschil in grootte maakt het soms niet makkelijk. De kleur van de poten kan zelfs verschillen, mannetjes in een geheel wit verenkleed tot een vrijwel zwart gekleurd mannetje is allemaal mogelijk. Kemphanen, met name vrouwtjes, tussen tureluurs is al opletten geblazen. Het verendek van de rug geeft wel wat meer duidelijkheid. De geschubde veren op de rug vallen namelijk nogal op. 

De komende tijd zal het aantal kemphanen in de Biesbosch en dan voornamelijk in de Noordwaard alleen maar toenemen en ik weet nog dat een jaar of drie vier geleden dat aantal kemphanen soms opliep tot wel duizend vogels met ooit een keer een compacte groep van zeshonderd vogels. 

Dat heb ik daarna niet meer gezien en ik vrees dat die tijd ook definitief voorbij is. De afname in aantallen zal wel niet zo snel gaan zoals ik hier nu beschrijf maar dat die afname echt merkbaar is, is voor mij wel duidelijk.

Wil je meer weten van deze verdwijnende weidevogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kemphaan