dinsdag 28 november 2017

Rode wouw in the air.

rode wouw met zijn diep gevorkte staart.
Even dacht ik dat de rode wouw die afgelopen zaterdag over ons hoofd vloog de weg kwijt was. We stonden in de Oude Dooijemanswaard in de Biesbosch en hadden vooral oog voor de watervogels. Niet gek, want deze vogels zie je nu het meest en het makkelijkst. De meeste zangvogels en steltlopers zijn hier nu weg en de zogenaamde wintervogels zoals eenden, ganzen en zwanen trekken de aandacht.

Daarom was de laagvliegende rode wouw een mooi en uniek moment. Met verbazing zagen we de grote vogel met zijn kenmerkende diep gevorkte staart laag overvliegen. Hij draaide wat en liet zich omhoog hoog brengen door de thermiek, voor zover die er kon zijn, want het weer was niet helemaal je dat.

Deze noordelijke vogel broedt met name in Zweden, oost en noordoost Europa en trekt in het najaar naar het zuiden. De trek van deze vogels start zo'n beetje rond oktober en loopt door tot in november, De vogels zijn dan vooral in het oosten van ons land te zien en dan moet er eigenlijk ook een stevige oostenwind staan anders is Duitsland van noord naar zuid de te volgen route. Deze maand zijn er amper tien in Nederland gezien en dan zoals te verwachten, nog het meeste in het oosten van ons land.

Sinds een paar jaar, zo ongeveer vanaf 2010 broeden er weer een paar koppels rode wouwen in de buurt van Neede in Gelderland, vlak bij de Duitse grens. Het zou prachtig zijn als deze vogels zich ook in Brabant zouden vestigen. Er zijn plekken te bedenken die daar voor in aanmerking komen, Strabrechtse heide, Loonse en Drunese duinen, de Grote Peel om maar eens een paar robuuste natuurgebieden te noemen.

Maar wil je meer weten van deze gevorkte wouw, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=179

vrijdag 24 november 2017

Meeuwen Masterclass.

Pierre
Deze week heb ik een lezing, zeg maar gerust een masterclass, over meeuwen bijgewoond. Een lezing die in alle opzichten bijzonder was. In de eerste plaats ter herinnering en herdenking van Pierre, een goede vogelaar die begin dit jaar is overleden en in de tweede plaats de lezing die in nagedachtenis aan hem werd georganiseerd.

Het zou geen simpel geanimeerd verhaaltje over meeuwen worden, nee het werd een lezing over meeuwen voor gevorderden en dat was een under-statement. Meeuwen, verdeelt in grote en kleine meeuwen, was nog te overzien maar daarna ging het al snel over grote meeuwen in eerste, tweede , derde en vierde kalenderjaar. Een verenkleed dat enigszins versleten was en deels door de rui vervangen was door frisse nieuwe veren.

8 = tertials
Een hoofdrol was weggelegd voor de tertials. De vijf kleine veertjes, en het zijn er bij alle vogels altijd vijf, die over de veren van de armveren zitten als de vleugel ingeklapt naast het lichaam ligt. Deze vijf kleine veertjes bepalen vaak in welk stadium het verenkleed verkeerd en zelfs in welk deel van het jaar het verenpakket gezien wordt. Strak omlijnd, gekarteld, donker met een rafelig lichter randje of amper met een  tekening en vaal grijs.

Veel meeuwen zien er, zeker in het eerste jaar, qua kleur en voorkomen bijna allemaal hetzelfde uit. Het komt dan aan op de details zoals poten, snavels, kleur en plaats van de ogen in de kop en de tertials(daar heb je ze weer). De juiste combinatie bepaalt de soort en levensjaar. Zilvermeeuwen, kleine en grote mantelmeeuwen ging nog wel.

Pontische meeuwen, zwartkopmeeuwen en geelpootmeeuwen werden alweer wat lastiger te determineren maar met wat oefening in het veld vermoed ik dat het op den duur wel gaat lukken. Hoewel de zwartkop-meeuw in zomerkleed geen probleem is en in winterkleed zie je ze hier amper want dan zitten ze toch in het zuiden.
adult zilvermeeuw C6

En zo zijn per meeuw details die de soort kenmerken en onderscheidend zijn. Als dat onderscheid er niet is, kunnen ringen uitkomst bieden. Overal worden meeuwen geringd en wordt onderzoek gedaan naar trekroutes, foerageergedrag, leeftijden en voortplanting. Zelf lees ik ringen ook af en meld alle afgelezen ringen van ganzen en zwanen op www.gees.org , ringen van lepelaars en meeuwen heb ik wel afgelezen maar nog niet gemeld. Onlangs zag ik op de dijk bij Westkapelle een adult zilvermeeuw met rechts de gele pootring C6. Ik ben benieuwd wie dit is en waar het beestje vandaan komt. Ik hoop dat Theo mij uitsluitsel geeft. Hij heeft mij in ieder geval gemotiveerd om nog scherper naar meeuwen te kijken. Een mooie herinnering aan Pierre, zo heeft hij mij toch weer aangemoedigd om verder te kijken dan mijn neus lang is.

dinsdag 21 november 2017

Krijg de pestvogel.

Afgelopen week was een topweek als het om het waarnemen van bijzondere vogelsoorten gaat. Zo kwam ik langs de kust bij Westkapelle, Oostkapelle en Neeltje Jans, de grote zee-eend, parelduiker en kleine alk tegen. Maar daar bleef het niet bij, in de tuin van kasteel Westhove aan de rand van Oostkapelle, kwamen wij een vrij zeldzame pestvogel tegen. Deze zeldzame wintergast zat in de top van een gelderse roos, een van de favoriete foerageerplanten van deze besseneter uit het hoge noorden tot in Siberië toe.

Het was alweer heel wat jaren geleden, om precies te zijn, 23 januari 2011, dat ik de pestvogel voor het eerst en voor het laatst zag. Bijna zes jaar later kon ik er weer een in volle glorie bewonderen en niet zomaar. De vogel bleef rustig zitten en ik kon hem tot op vier meter benaderen.

Ze hebben een voorkeur voor gelderse roos en dat is best gek als je weet dat deze vogels in Scandinavië en noord Rusland juist in sparrenbossen leven en dan voornamelijk van insecten leven. Ik denk dat je dit eetpatroon ook een beetje kunt vergelijken met dat van de koolmezen die in de zomer ook van insecten leven en in de winter overschakelen naar zaden.

gelderse roos in de tuin van kasteel Westhove, Oostkapelle
De vogel heeft met zijn mooie kuif en prachtige kleuren een tropisch uiterlijk waar een mooie poëtische naam beter bij zou passen, "de prachtmerel", "de gemaskerde lijster" of "de bruine kuifmerel" om maar wat te noemen. Zeker geen vogel om de pest aan te hebben, hoewel dat heel vroeger wel het geval was. Steeds als de pest uitbrak, verscheen de pestvogel ten tonele. Gelukkig weten we nu wel beter maar de naam is onveranderd gebleven. En met wat geluk zien we deze vogel de komende maanden nog ergens een keertje.
Wil je meer weten van deze toch wel zeldzame wintergast, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=165

vrijdag 17 november 2017

Parels, mooie parels.

Deze week zat ik voor wat betreft vogels waarnemen helemaal uit de richting. Een weekje Oostkapelle zorgt dan weer voor hele andere vogelsoorten. Vlak bij zee en vlak bij de topstekken van Nederland, maak je weer hele andere dingen mee. De wind, noordwesten wind met kracht zeven, zorgt weer voor hele andere vogelsoorten en dat vraagt ook weer een hele andere kennis van vogels. Het vogelboek kan en mag niet ver uit de buurt zijn want anders kom je er gewoonweg niet aan uit. Ook is regelmatig op de site van www.waarneming.nl kijken een must. Daar lees je onder andere waar de bijzonderheden te vinden zijn. De afgelopen dagen heb ik dat dan ook steeds trouw gedaan.

Zo zagen wij dat bij de vluchthaven van Neeltje Jans verschillende bijzondere soorten te zien waren. De naam vluchthaven geldt dan in barre tijden dus ook voor zeevogels. Ik las dat de kleine alk, parelduiker, kuifaalscholver en oeverpieper hier hun toevluchtsoord gezocht hadden. Het was vanmiddag droog, erg grijs en vrijwel windstil en dat is dan toch wel het moment om er even op uit te trekken. Bij aankomst in de vluchthaven zagen we direct al waar het te doen was. Verschillende telescopen en fototoestellen met enorme telelenzen stonden aan de kade opgesteld. Aanschuiven maar! De kleine alk was erg moeilijk te vinden maar de parelduiker zwom nog gewoon, vol in het zicht rond en het was dan ook geen enkel probleem om hem te vinden. Twee hele mooie soorten die je normaal gesproken niet makkelijk tegelijk tegenkomt.

de vluchthaven Neeltje Jans met de topstek
Het is een prachtige duiker met een witte eivormige vlek op de flanken en dat kenmerkt deze vogel. Er zwemmen heel wat duikers in deze provincie rond maar parelduikers zijn redelijk zeldzaam, ook al wordt de soort "vrij algemeen" genoemd. Ik kende vogel al van een eerdere ontmoeting in het hoge noorden van Schotland. Daar zwom in de zomer een paartje in het prachtkleed rond. Dat zomerkleed is nu in Nederland niet waar te nemen. Hij is nu gehuld in het enigszins saaie winterkleed maar dat volstaat voor mij ook. Het is een forse duiker die steeds maar even boven is en dan weer voor een flinke tijd vissend ,onderwater doorbrengt. Broeden gebeurt in het noorden van Europa en alleen in de winter kun je ze hier in de omgeving zien. Ook in het binnenwater worden ze wel waargenomen zoals dit jaar nog bij de Petrusplaat in de Biesbosch.

Wil je meer weten van deze ppppppparelduiker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=163

dinsdag 14 november 2017

Een ijsvogel op bezoek.

Een ijsvogel spotten is niet zo moeilijk, vrijwel dagelijks kom ik er wel een tegen. In de polder, langs Het Kromgat, in de Biesbosch en in de Boswachterij Dorst om maar eens een paar plaatsen te noemen. Het gaat dankzij de milde winters van de afgelopen jaren goed met deze prachtige vogel.

Maar vanmorgen zat er zomaar een in onze tuin, en ook al is dat niet de eerste keer, het is wel heel erg bijzonder. Een paar jaar geleden gebeurde dat ook eens en zagen we de ijsvogel zelfs met een goudvisje in de bek op een tak van onze acacia zitten. De ijsvogel van vanmorgen kwam zover niet want wij liepen door de huiskamer en dat was toch iets te bedreigend voor hem. Het zou dus wel eens kunnen, dat de ijsvogel op zijn rondje langs de watertjes van de wijk, onze tuin nog een keer aandoet en een duik in een van onze vijvers neemt. Er zitten genoeg jonge visjes in die hij makkelijk kan vangen. Morgen ga ik eerst een goede uitkijkpost maken want een vervolgbezoek is zeker welkom.

Dit jaar zou wel eens een topjaar voor de ijsvogel kunnen zijn en wordt de magische grens van 1000 broedparen gehaald. Het jaar 2007 was ook zo'n topjaar met bijna 1000 broedparen en dat record gaat er denk ik dit jaar wel aan. De komende winter zal allesbepalend zijn en als die is, zoals die de afgelopen jaren is geweest, maak ik mij nergens druk om.

Maar als dat nu eens niet zo is, en we krijgen een strenge winter met veel ijs, dan ziet het er slecht uit voor komend broedseizoen. Als er dan nog ergens open water is, kun je meerdere ijsvogels bij elkaar zien en hun overlevingsstrijd van dichtbij meemaken. Overigens geen spektakel waar ik naar uitkijk.

Wil je meer weten van deze azuurblauwe vogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=94

vrijdag 10 november 2017

Subtropische verrassing.

Een bijzondere waarneming is altijd leuk en het is soms erg moeilijk om met zekerheid te zeggen welke soort het dan betreft. Neem bijvoorbeeld een bladkoning of pallas' boszanger. Het vraagt een meer dan gemiddelde kennis van vogels om deze soorten te herkennen. Maar er zijn ook bijzondere en zeldzame waarnemingen van vogels, waarbij de soort geen enkele twijfel met zich meebrengt. Zo'n waarneming deden we afgelopen weekend toen we de hop van dichtbij zagen.

De hop had ik lang geleden al een keer gezien tijdens een vakantie in Tunesië maar nog niet eerder in Nederland. Een mooie nieuwe soort voor mijn soortenlijst. Van de hop is bekend dat hij flink stinkt en daarom de bijpassende bijnaam stinkhaan heeft gekregen. De geur hebben we afgelopen weekend niet geroken, terwijl dat toch goed had gekund zo dichtbij zat hij. De stinkhaan zat namelijk op een metertje of tien van ons vandaan en stoorde zich in het geheel niet aan onze aanwezigheid. Hij ving de ene na de andere worm, emelt en ander insect dat in de bodem zat. Hij was denk ik te gulzig en kon de vele lekkernijen niet weerstaan.

vogelparadijs Texel, de Slufter
De hop is een doortrekker en zeldzame gast in Nederland, alhoewel er ook enkele broedgevallen bekend zijn. Slecht 1 of 2 broedgevalletjes van jaren geleden en dan nog in het oosten van het land. Het bolwerk van broedende hoppen in Europa is Spanje maar ook Portugal doet mee. Verder moet je ze in Afrika en Azië zoeken, dus een hop in Nederland zien, is zeer bijzonder.

Wil je meer weten van dit stinkdier met veren, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=88

dinsdag 7 november 2017

De eerste brilduiker

mannetje brilduiker
Ik moest even goed kijken maar toen wist ik het ook zeker, brilduikers. Nog niet geheel in het bekende winterkleed of nog niet helemaal volwassen maar duidelijk genoeg getekend om ze als brilduiker vast te stellen. De mannetjes misten de witte wangvlek nog(ik denk dat dat het brilletje moet voorstellen) maar verder was het winterkleed al "op orde". De brilduiker is een typische wintergast en is vrijwel altijd op groot water te vinden, in kleine watertjes of polders zie je ze vrijwel nooit. Het is voor Nederland een zeldzame broedvogel en eigenlijk alleen een wintergast. In de Biesbosch zie ik ze altijd bij de Hoge Hil, Hardenhoek en de Nieuwe Merwede.

broedkorf voor eenden
De brilduiker broedt het liefst in boomholtes en ik kan me dat ook nog goed herinneren van een vakantie in Finland waar de bril-duikers op meer dan anderhalve meter hoog in nestkorven hadden gebroed. Die nestkoven worden daar op anderhalve meter en hoger aan bomen bevestigd en ook nog eens gebruikt door de brilduikers. Hier in de polder zie je ook nestkorven maar die staan net boven het wateroppervlak op een driepoot van wilgenhout en worden ze met name gebruikt door wilde eenden en niet door brilduikers want die broeden hier niet.

De nesten worden in boomholtes gemaakt en soms gebruiken ze de nesten van spechten. De jongen moeten als ze net uit het ei zijn, want het zijn nestvlieders, direct een grote sprong in het diepe maken. Ze landen dan weliswaar op de harde grond maar ze houden aan die klap niets over.
Dat ze deze sprong zonder problemen kunnen maken komt ook doordat ze een lege maag hebben, zouden ze wat gegeten hebben dan zouden ze de sprong niet overleven,

Wil je meer weten van deze knappe wintergasten, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=25

donderdag 2 november 2017

Sijsjes, een winterse verrassing.

mannetjes sijs
Zondag de klok een uur verzet en het is weer lekker vroeg licht. Ik zou het jammer vinden als we in de nabije toekomst de zomertijd afschaffen. Mijn biologische klok heeft er geen last van en heb ik sowieso geen last van de tijd, alhoewel die wel erg snel voorbij kan gaan. De tijd vliegt en vanmorgen vlogen de sijzen over.
De wintertijd is vanzelf ook sijzentijd, net als dat voor veel wintervogels geldt. Ik denk dat deze twee vrouwtjes sijzen voor mij de vroegste waarneming was van de afgelopen zeven jaar. Wat ik terug kon vinden, was de datum van 8 november 2015, ook langs Het Kromgat in de Oranjepolder. De essen en elzensingel is in de winter een geliefde plek voor sijzen, vinken, putters en groenlingen. Hele groepen vogels foerageren op de elzenproppen en er staat genoeg voor de hele winter.

schooiende maskerwevers in 
Tanzania
De mannetjes sijs kan soms zo geel als een kanarie zijn en met een mooi zwart kopje doet hij mij soms denken aan de wevers in Afrika. Alleen zijn wevers eerder verwant aan de mussen en de sijzen tot de familie van de vinkachtige behoren maar het zijn allebei zaadeters.

De wevers die ik in Tanzania gefotografeerd heb, waren bijna handtam en dan zie je die verwantschap met mussen wel heel sterk terug. Mussen kunnen ook de nabijheid van mensen opzoeken en dan het liefst de terrasjes waar nog wel eens een kruimeltje van tafel valt. Dat zal een sijs niet snel doen, telkens als ik een stukje dichterbij kwam vlogen ze op en gingen een paar elzen verder zitten. Met wat geluk blijven de sijzen hier hangen en kunnen we ze de rest van het najaar en winter zien.

Wil je meer weten van de winterse verrassing, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=197

dinsdag 31 oktober 2017

Kleine zwanen komen eraan.


op een frisse februari ochtend, begin 2017 zaten ruim 170 kleine zwanen in de polder
De kleine zwanen zijn onderweg van de arctische toendra´s langs de Barentszzee naar hier en hebben nu al de helft van de enorme reis achter de rug. De laatste waarnemingen van kleine zwanen met de halsbanden 285E, 230E, 209E, 231E dateren van 21 oktober jl. Ze hangen nu rond in Letland (bij het Ringing Center Estonia, Leho Luigujöe) en rusten daar uit van de lange tocht. Als ze weer wat aangesterkt zijn, of opgevet zijn, zoals dat in de vogelwereld heet, vliegen ze naar het zuidwesten. Via Denemarken en noord Duitsland vliegen ze door naar Nederland en ook wel verder door naar Engeland en Frankrijk.

kleine zwanen
Als ze dan in Nederland aankomen, blijven ze altijd wat langer hangen op de grote meren. Het Lauwersmeer, Veluwemeer en randmeren zijn dan favoriet. Pas als het kouder wordt, zoeken ze de akkers op en dan is de Gecombineerde Willemspolder met zijn maïsstoppel- en aardappelvelden een ware hotspot voor deze wintergasten. Ook eten ze graag van het Engels raaigras, is dat ook nog ergens goed voor(en voor de koeien natuurlijk). Deze bloemloze en insectenarme akkers zorgen er jammer genoeg voor dat hier amper nog weidevogels leven, maar dat terzijde.

wilde zwanen 14 januari 2017, Biesbosch
Af en toe zitten in deze vaste groep van ongeveer tachtig kleine zwanen, een paar wilde zwanen, maar dat is niet altijd het geval. De meeste wilde zwanen vliegen via Nederland door naar Engeland. De laatste paar jaren zit daar wel een verschuiving in maar dat is hier in de Willemspolder niet echt te merken. De laatste wilde zwaan die ik bij ons in de polder zag, was op 16 februari 2014. In de Biesbosch zijn ze wat makkelijker te zien.
De kleine zwanen blijven dan tot februari hier in Nederland en als ze flink aangesterkt, gaan ze weer op pad naar Siberië voor het zeer korte broedseizoen. Ongelofelijk maar waar, de kleine zwanen zijn per jaar meer tijd kwijt met reizen tussen de broedgebieden en winterverblijven dan dat ze ergens lang verblijven. Ze foerageren in Siberië op de knolletjes van het fonteinkruid en dat is daar gedurende drie maanden ruim voorhanden, lang genoeg om de broedperiode door te komen.

Wil je meer weten van de kleine zwaan, die echt niet zo klein is, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=112
  

vrijdag 27 oktober 2017

De drie van Surae.

Surae in de vroege ochtend
Vanmorgen heb ik mijn wekelijkse wandeling door de Boswachterij Dorst gemaakt. Liefst zo vroeg mogelijk loop ik door het bos, als er nog geen wandelaars, joggers of fietsers de rust verstoren. Als ik met mijn gezicht door de spinnenwebben loop is het goed, dan ben ik de eerste die dat pad bewandelde. Reeën en konijnen schrikken zich wezenloos, gaaien vliegen krijsend op en vanmorgen schrokken de groene spechten van mijn aanwezigheid. Het is niet mijn bedoeling om als eerste de dieren te verstoren maar dat gebeurt gewoon.

jonge koolmees
Op dit vroege tijdstip worden de vogels in volgorde wakker, roodborst, merel, winterkoning, mezen zijn altijd vroeg, vlak daarna vinken, boomkruiper en -klever. Spechten zijn altijd laat, die slapen graag uit. Bij het oude zwembad barste het vanmorgen letterlijk van de ganzen. Makkelijk 400 grote canadese ganzen en een paar grauwe- en nijlganzen laten luid van zich horen. De candezen vliegen in groepjes van twintig, dertig stuks op en vertrekken naar de foerageergebieden. Allemaal vogels die makkelijk waar te nemen zijn.
 
Dat is voor de verschillende mezensoorten heel anders gesteld. De koolmezen, staartmezen en pimpelmezen zijn niet zo schuw en zeer talrijk. Die kun je daar eigenlijk overal tegenkomen. Voor de kuifmezen, matkoppen en zwarte mezen is dat een ander verhaal. Vrijwel nooit kom je deze drie soorten op één wandeling tegen, maar altijd wel een van de drie soorten. Vanmorgen was het de beurt aan de matkop. Ik hoorde de matkop zelfs op meerdere plekken in het bos. Het geluidje verschilt zo van de andere mezen, dat vergissen niet mogelijk is.
 
de drie van Surae
Op de geijkte plekken waar ik met bijna 90% zekerheid de kuifmees ontmoet, bleef het vanmorgen stil. Dit was denk ik die onzekere 10% dat ze er niet zitten. De zwarte mees is wel de moeilijkste van de drie, die kom ik echt maar zelden tegen. Als je de geluidjes van deze drie kent, is het niet moeilijk meer, maar de aantallen dat is het grootste struikelblok, of beter gezegd het gebrek aan aantallen. Het zijn er maar enkelen en daarom duurt het even voordat je ze direct thuis kan brengen. Het is zeer de moeite waard om moeite te doen om "drie van Surae" te ontdekken.

Wil je meer weten van de matkop of willow tit, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=141

dinsdag 24 oktober 2017

Hippende Heggenmus

 
Van de heggenmus is bekend dat hij schuw is en teruggetrokken leeft, vaak in bossen, parken en ook in tuinen. Bij ons in de tuin zit al jaren een koppeltje en soms zijn het er even een stuk of vier. Duidelijk is dat dat niet in de broedperiode is want dan zou de hel uitbreken. Nee, territoriumgrenzen zijn er om gerespecteerd te worden. In de periode dat het er een stuk of vier zijn, zijn de grenzen open en is iedereen welkom en dan is het winter en wordt voedsel gedeeld.

De afgelopen dagen zie ik steeds een van de twee heggenmussen voor me uithippen, richting de schuur. Af en toe blijft het vogeltje zitten, kijkt mij aan en hipt weer een metertje of wat verder. Helemaal niet schuw en eerder geïnteresseerd  of nieuwsgierig wat ik in de schuur ga doen. Ik denk dat deze heggenmus mij inmiddels kent of herkent en goed in de gaten heeft dat er van mij geen gevaar uitgaat. De zang hoor ik de laatste weken ook weer, maar wel op een laag volume. Zachtjes preuvelt hij zijn liedje, dat is in het voorjaar wel even anders dan is van schuwheid totaal geen sprake. Dan zit de heggenmus juist open en bloot, bovenin de top van een boom uit volle borst te zingen.

met name de snavels zijn echt verschillend
De heggenmus is een insecteneter en is niet verwant aan de mussen. Een heggenmus heeft een dun spits snaveltje, prima geschikt om insecten en larven tevoorschijn te peuteren, De huis- en ringmus is meer verwant aan de Afrikaanse wever soorten dan aan de heggen-mus. Je ziet het ook goed aan de snavels van de huis- en ringmussen. Dat zijn van die dikke groffe snavels waar makkelijk zaden mee gekraakt kunnen worden.
heggenmus zingend in het voorjaar

Waarom hij dan toch de naam mus heeft gekregen is mij niet duidelijk. In ieder geval is het een mooi zangvogeltje dat als een van de eerste vogels, soms al in februari zijn mooie zang laat horen. Deze winter zal ik ook aan de heggenmussen denken als ik de voedertafel vol met zonnebloempitten leg. Wat klein geknipte meelwormen gaan er dan bij de heggenmussen wel in.

Wil je meer weten van deze soms wat schuwe zangvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=85

vrijdag 20 oktober 2017

Brutus de raaf.

vogelopvang Zundert, het verblijf van Brutus.
De afgelopen weken ben ik een paar keer naar de Vogelopvang in Zundert geweest. Ik had wat problemen met mijn verrekijker en telescoop. Zeg maar de gewone of gebruikelijke gebruiksslijtage van wat kleine beweegbare delen. Bij de Vogelopvang weten ze daar wel raad mee en zorgen er altijd voor dat die snel en adequaat verholpen worden.

Een geweldige service waar je nul komma nul voor afrekent. "Nee, hoor Hans, service van de zaak", klinkt dan. Verder ook nog goed advies gekregen en weer een reden om hier terug te blijven komen.

close up van een betonschaar
En daarnaast is het ook goed om een keer door de vogelopvang te lopen en eens in de kooien te kijken met prachtige vogels. Vogels die helaas voor de rest van hun leven eenzame opsluiting hebben gekregen dankzij hun vroegere zelfzuchtige en egoïstische baasjes. De meeste vogels kunnen jammer genoeg hun vrijheid niet terugkrijgen. Een van die prachtige vogels en mijn favoriet is een raaf.

Deze raaf had ik enkele weken geleden een walnoot gegeven en die nam hij dankbaar aan, want ik mocht daarna zijn kopje aaien en hij genoot er zichtbaar van. De noot werd achter in de kooi verstopt. Toen ik afgelopen week mijn gerepareerde statief op ging halen, had ik wat extra walnoten voor de raaf bij me gestoken. Hij nam ze weer dankbaar aan en verstopte ze achter in de kooi. Toen hij zag dat we dat gezien hadden, nam hij de noten weer in zijn bek en verstopte ze op een plek die niet konden zien. De slimmerik, die ons ondanks de cadeautjes niet vertrouwde, kwam wel naar het gaas voor een aai over zijn bolletje.

Vol vertrouwen en ondanks de waarschuwing die aan het gaas hing, stak ik mijn vinger door het gaas en TSJAKKA, hij had 'm te pakken en liet niet meer los, het bloed trok weg uit mijn vinger en op mijn vinger ontstond rond de snavel een blauw randje. Ik voel die pijnlijke plek nu nog.

Het is dan wel geen haaksnavel zoals een roofvogel die heeft, maar hij is zo sterk als een betonschaar. Althans zo voelde het. Mijn gekerm werkte op de lachspieren van Wies en ik dacht nog, die walnoten kun je voortaan wel vergeten, vriend. En vanaf dat moment heeft deze eens zo vriendelijke, dankbare raaf een passende naam,  raaf Brutus.

Wil je meer weten van de Vogelopvang Zundert, klik dan op de link; http://www.vrczundert.nl/

dinsdag 17 oktober 2017

Keep, mooier dan een vink.

maïsstoppels in de Oranjepolder
Even de hond uitlaten in de polder en de verrekijker nog om de nek omdat ik vanmorgen weer een watervogeltelling heb gehad in de Oranjepolder. In de maïsstoppelakker tegenover de ingang van SCO had ik al verschillende keren vinken gehoord en gezien maar zoveel als er nu zaten had ik nog niet eerder gezien. Makkelijk veertig tot vijftig vinken zaten hier bij elkaar. De vogels scharrelden tussen de stoppels door, vlogen even op en landden enkele meters verder. Wat restjes oppikken en weer verder. Ik zocht de groep minutieus af en ontdekte, zoals ik ook hoopte, kepen in de groep.

Dus die zijn ook weer present en hebben de lange tocht van Scandinavië en west Rusland ook weer overleeft. De komende vier maanden kunnen we ze hier ook weer, meest doortrekkend zien, alhoewel je er dan wel voor op pad moet want de tuin zullen ze niet zo snel bezoeken. Het zijn liefhebbers van beukennootjes en dat is in de winter hun geliefde hoofdvoedsel. De boswachterij van Dorst is zo'n plek waar je ze wel kunt vinden en in een goed jaar zitten daar flink wat kepen. De trek van de kepen loopt van oktober tot april met als topmaand de oktobermaand

Kepen zien, is altijd een traktatie, want het is nooit dik gezaaid met deze vinkachtige. Het gedrag is hetzelfde als dat van vinken, zijn zang daarentegen, is heel anders en heeft soms wat weg van het snerpen van een groenling. Als een keep opvliegt is de bijna witte stuit goed waar te nemen, als de
keep op de grond zit, vallen de roestbruine en oranje vlekken in het verenkleed goed op en zie je goed het verschil met de vinken.
Hij is wat uitgesprokener getekend.

De piek van deze bonte vink is de komende twee weken tot begin november, dus pak je kans en speur de groepen vinken goed af en kijk in het bos ook goed rond.

Wil je meer weten van deze zingende zaag(want daar lijkt zijn roepje op), klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=98

vrijdag 13 oktober 2017

Nu al nonnetjes?

nonnetje vrouwtje
Wel heel vroeg in het seizoen maar wel erg leuk was de waarneming van een nonnetje. En vrouwtje om precies te zijn. Vorige week, op 2 oktober, zag ik in de Muggenwaard een nonnetje zitten. De nonnetjes zijn echte wintergasten en bij ons altijd in vrij kleine aantallen te zien. De meeste nonnetjes zitten rond het IJsselmeer en noordwest Nederland.

Net zoals het in de zomer een genot is om een zomertaling te zien. Deze twee eenden zijn maar schaars waar te nemen in onze contreien. Wil je grotere aantallen zien en niet teveel zoeken, dan moet je echt richting Flevoland gaan. Zomertalingen zitten voornamelijk en dan ook nog in kleine aantallen boven de grote rivieren.

Dit zijn dus twee eenden waar je moeite voor moet doen. Het nonnetje bijvoorbeeld heb ik nog niet eerder in oktober gezien. Mijn vroegste datum is 22 november 2012. Ik was daarom wel heel erg verrast om zo vroeg in het seizoen deze bijzondere eend te zien. Het vrouwtje is ook nog eens heel anders dan alle andere vrouwtjes eenden die eigenlijk allemaal egaal bruin zijn en nauwelijks opvallen. Het nonnetje vrouwtje heeft een mooie roestbruine kop en opvallende witte keel en borst.
Maar het mannetje is werkelijk waar een prachtvogel en misschien wel de mooiste eend die we hebben. Spierwit met enkele zwarte accenten is het een sprookjesachtige verschijning

In de Biesbosch zijn een paar van die geijkte plekken waar je ze in het seizoen vrijwel altijd kunt vinden. Hoge Hof, Lijnoorden en de Oude Hardenhoek zijn de hotspots. Altijd op het grote water en altijd maar een paar.

Wil je meer weten van deze opvallende en schaars voorkomende eenden, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=150

dinsdag 10 oktober 2017

Graspiepers in aantocht.

graspieper
De graspiepers vliegen over, nog niet veel tegelijk, maar het zijn er bij elkaar genomen al heel wat. Ik liep door de Gecombineerde Willemspolder en hoorde met grote regelmaat het bekende graspieperroepje boven mij klinken. De komende weken gaat het echt los met graspiepers. Honderden piepers of meer vliegen van noord naar zuid.

Zo'n twee jaar geleden maakten we in de eerste week van oktober mee dat in de Gecombineerde Willemspolder tientallen en tientallen graspiepers over ons heen vlogen en voor ons in de grasakkers landen om te rusten en te foerageren. Ze bleven maar komen en vielen in het gras waar ze ook gelijk uit het zicht verdwenen. Goed gecamoufleerd konden ze daar eten, uitrusten en later weer helemaal fit hun tocht vervolgen.

graspieper
Maar zoals zo vaak, kun je er nu niet van uitgaan dat de piepers dezelfde route volgen. Het enige wat vaststaat is dat vogels in het najaar naar het zuiden trekken en in het voorjaar weer terug naar de broedgebieden komen. Alles daar tussenin, de route, de rustgebieden, de foerageergebieden worden ter plaatse en afhankelijk van de omstandigheden bepaald. De route staat vast, de exacte invulling niet en dat maakt vogels kijken zo afwisselend en interessant.

Je komt ze werkelijk overal tegen, maar je moet wel opletten want ze kunnen zich behoorlijk onzichtbaar gedragen. Zelfs als ze al roepend overvliegen moet je de lucht boven je echt goed afspeuren om ze te ontdekken. En dan nog moet je goed opletten want de pieperfamilie is groot. Zo trekken in deze tijd, waterpiepers, oeverpiepers, duinpiepers, graspiepers, boompiepers, grote piepers over Nederland. Vorig jaar hadden we zelfs een tijdje een Mongoolse pieper in de Biesbosch.

Ja, die pieperfamilie is wereldwijd enorm groot. Er bestaan wereldwijd zo'n 42 verschillende soorten piepers. Voor elk type landschap is wel een pieper bedacht, zoals rots-, boom-, berg-, oever-, duin- prairie-en hooglandpieper om er maar eens een paar te noemen .
En wil je meer weten van die ene pieper, de zeer algemene graspieper, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=58