dinsdag 27 november 2018

zwartkop in november

mannetje zwartkop in november
Een zwartkop associeer ik met het voorjaar en de zomer en niet zo zeer met de herfst en winter, ook al weet ik dat ze hier een heel jaar door kunnen zitten. Niet in de aantallen die we hier in het voorjaar horen en zien maar er zitten er altijd wel een paar en heel soms kom je ze dan ook tegen. Ze houden van struiken en het halfopen landschap zoals de Oranjepolder. Ik hoor en zie ze daar meestal vanaf half maart. Dan komen de eerste vogels weer terug naar ons land.

Veel zwartkoppen trekken in het najaar weg en steken ook de Noordzee over om in Engeland te overwinteren. En dat is denk ik de reden dat ik er een op volle zee zag. Zo'n dertig kilometer uit de kust bij Scheveningen landde een zwartkop vrouwtje op de boot. Uitgeput en oververmoeid werd alle angst overwonnen en zat het beestje een tijdje op de neus van mijn rechterschoen. Ik vroeg mij af hoe het met dit beestje af zou lopen. Nu al uitgeput en nog een paar honderd kilometer over water vliegen voor de boeg. Ik ben bang dat zo heel wat trekvogels oververmoeid in zee storten en verdrinken. Slachtoffers van de vogeltrek waar we niets of nauwelijks iets van meekrijgen.

vrouwtje zwartkop rust uit
op een kistje vis
Zonder dat ik naar ze op zoek was zag ik dus in oktober zwartkop vrouwtje en deze november maand zag een zwartkop mannetje in de Biesbosch. Het zijn mooie waarnemingen voor de tijd van het jaar en nu heb ik mij voorgenomen om de komende decembermaand wat meer moeite te doen om een zwartkopje te vinden. Die paar over-blijvende vogels, daar moet ik er toch wel een van kunnen vinden.

Voorwaarde is wel dat we geen strenge winter krijgen anders kan het zomaar gedaan zijn met die paar achterblijvers. Of ze vertrekken alsnog of ze leggen het loodje. Dat laatste is natuurlijk niet te hopen.

Wil je meer weten van deze over het algemeen verborgen levende zangvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwartkop

vrijdag 23 november 2018

Krams en koper, wintergasten.

kramsvogel
Afgelopen week viel het mij op dat er al heel veel kramsvogels en koperwieken gearriveerd zijn. Dat kan dus duiden op een slechte bessenopbrengst in het noorden van Europa. Dat vermoeden had ik al en beschreef ik ook in mijn blog over de pestvogel van vorige week. Eind september, begin oktober waren er ook al volop sijzen in de bossen bij Dorst te zien en te horen en nu dus pestvogels, koperwieken en kramsvogels. Het kan naar mijn idee geen toeval zijn dat al die vogels in grote aantallen en al zo vroeg hier zijn. Zou de droogte van de afgelopen zomer die, net als hier, ook in het noorden heerste, de oorzaak zijn?

Voor de vogelliefhebbers is dat een mooie bijkomstigheid maar voor de vogels is dat natuurlijk niet best. Dan moet het wel heel erg
een alerte koperwiek in het veld
slecht gesteld zijn met het voedselaanbod. Een andere reden dat al die vogels massaal naar hier komen, moet wel een strenge winter zijn, wanneer ze amper aan voldoende voedsel kunnen komen.

Wij kunnen nu volop genieten van deze prachtige vogels en ik hoop stiekem dat daar nog een paar hele bijzondere soorten bij-komen zoals de notenkraker want die staat alweer heel wat jaren op mijn verlanglijstje. Dat is echt zo'n vogel die maar heel af en toe uit zijn oorspronkelijke habitat door een extreme winter of grote voedselschaarste, een tekort aan hazelnoten, verdreven wordt.

Er is dit jaar, op 31 oktober en rond 20 november slechts een tweetal meldingen van een aanwezige notenkraker geweest. Dus van een invasie is ook dit jaar geen sprake. Waarom al die andere noordelijke soorten zoals kramsvogel, koperwiek, sijs en pestvogel, wel in flinke aantallen deze kant op zijn gekomen is gissen. Ik vermoed nog steeds dat het om voedselschaarste oftewel een tekort aan bessen is.

Wil je meer weten van de kramsvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kramsvogel

dinsdag 20 november 2018

Kleine zwanen op Texel.

kleine zwaan
Afgelopen maanden hing in de Biesbosch, de polder Oude Hardenhoek, een achtergebleven kleine zwaan rond. Een gek gezicht om op een warme zomerse dag een uitge-sproken wintervogel te zien. Kleine zwanen komen eind oktober naar onze contreien om hier te overwinteren en zijn zo rond februari weer op weg naar Siberië om daar te broeden. Een kort seizoen van een maand of drie en de rest van de tijd zijn ze bezig met heen en weer vliegen, van Siberië naar hier en terug.

De eerste kleine zwanen worden nu alweer gemeld, weliswaar in kleine aantallen maar dat zal de komende tijd langzaamaan toenemen. Tenminste dat hoop ik wel. Afgelopen jaar bleek dat grote groepen kleine zwanen niet meer de moeite namen om helemaal tot hier te komen. De winters zijn een stuk milder en het voedsel is dichtbij ook goed beschikbaar. Dus wie weet verdwijnen de kleine zwanen in de toekomst ook uit ons winterbeeld.

 
Daarom was ik maar wat blij om op Texel een groepje van 5 en een groepje van 7 kleine zwanen te zien. De vogels stonden beide keren in ondiep water zodat ik niet kon zien of de vogels geringd waren.

De kleine zwanen die twee jaar geleden hier in de Gecombineerde Willemspolder bij Oosterhout verbleven, hadden een halsband om de nek en er zat ook een zwaan tussen met een GPS zender die op zonnecellen werkt. Elk half uur werd een signaal verzonden zodat de onderzoekers exact wisten wat deze zwaan aan het doen was.

Geen van deze geringde zwanen vond het de moeite waard om in de winter van 2017/2018 naar Nederland te komen. Ik zag op de site www.geese.org dat deze dieren in noord Duitsland en Denemarken de winter doorbrachten.
Op Texel zat naast een kleine aantal kleine zwanen ook een wilde zwaan. Die heb ik helaas niet gezien en ook van deze zwanensoort verbleef tot eind mei een exemplaar in de Noordwaard. Van deze zwanen is bekend dat ze al in februari vertrekken naar de broedgebieden in noord Scandinavië en Siberië. Er broeden sinds een paar jaar zelfs een paar koppels in Nederland, dus was de wilde zwaan in de Biesbosch mogelijk een van `onze` Nederlandse wilde zwanen.

Wil je meer weten van deze mooie kleine, maar niet zo kleine zwaan, klik dan op de link+
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-zwaan

vrijdag 16 november 2018

Noorse ondersoort J486R.

adulte kleine mantelmeeuw op de zeedijk
Alweer een paar maanden geleden was ik op de zeedijk bij Westkapelle en deed ik een poging de verschillende meeuwen, die daar in soms grote groepen rusten, te herkennen. Dat valt niet kan ik gerust zeggen. Soms lukt het maar dat gaat ook meer keren mis. En dan is een ring aflezen en melden een uitkomst. Zo las ik bij een kleine mantelmeeuw het ringnummer J486R (zwart links) af.

Deze meeuw had ik met de afgelezen ringgegevens bij www.waarneming.nl gemeld met het verzoek om mij te helpen met melden van deze specifieke ring. Dat werkt altijd goed en na verloop van tijd kreeg ik het bericht om deze ring bij een Noorse site te melden. Nu was dit niet zomaar een kleine mantelmeeuw maar een noorse kleine mantelmeeuw. Dit is een officiële ondersoort die zo op het oog niet te onderscheiden is van "onze" kleine mantelmeeuwen. Dat onderscheid is alleen maar te maken als de vogel geringd/geboren is in Noorwegen. Deze noorse kleine mantelmeeuw komt eigenlijk alleen maar in Noorwegen, Zweden en Denemarken voor

ringgegevens van de noorse kleine mantelmeeuw J486R
De Latijnse naam van deze meeuw wijkt ook iets af en heet dan Larus Fuscus Intermedius, terwijl onze kleine mantel gewoonweg Larus Fuscus heet. De vogel die ik op de zeedijk bij Westkapelle zag is in 2016 geboren en geringd en enkele maanden later naar Portugal vertrokken. Sinds dit jaar is de vogel weer naar het noorden gevlogen en hangt nu alweer even bij Westkapelle rond.

De ongeringde kleine mantelmeeuw op de foto kan dus ook een noorse ondersoort zijn maar zonder ring is dat dus niet vast te stellen. Zo zijn er trouwens ook nog Baltische, Russische, Aziatische en Britse ondersoorten kleine mantelmeeuwen en ook alleen maar te herkennen aan de ringen die bij de geboorte zijn aangebracht.

Wil je meer weten van deze mooie statige vogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-mantelmeeuw

dinsdag 13 november 2018

Buizerd of ruigpootbuizerd.

een gewone buizerd met witte buik.
Regelmatig komt de buizerd voorbij, in de lucht en in mijn blog. Dat is ook niet zo gek want het is de meest succes-volle roofvogel van Nederland. Buizerds doen het erg goed en hun aantal groeit gestaag. Dat duidt natuurlijk ook op een goed leefomgeving met voldoende voedsel. Naast de actieve jacht op kleine prooidieren is de buizerd ook een echte opruimer. Kadavers en verkeersslachtoffers staan zeker op zijn menukaart.

Naast de "gewone" buizerd kunnen we in de winter nog een buizerdsoort zien en dat is de ruigpootbuizerd. Een echte wintergast die in een heel klein aantal te zien is. Ik denk dat er best wat meer in Nederland rondhangen want de ver-schillen met onze buizerd zijn niet erg groot. Ik denk dat daarom ook veel mensen niet altijd goed op de details letten en zomaar een ruigpoot over het hoofd zien. En andersom ook, een buizerd met enkele kenmerken van een ruigpoot wordt ook nog wel eens voor ruigpootbuizerd aangezien.

Een ruigpootbuizerd heeft een aantal hele specifieke kenmerken en die moeten allemaal aanwezig zijn, wil je een vogel als ruigpootbuizerd kunnen en mogen bestempelen.
een biddende ruigpootbuizerd in de Biesbosch
Zo heeft een ruigpoot altijd een donkere buik, een staart met een zwarte eindband, donkere pols-vlekken en een lichtgekleurde stuit. Mist de buizerd een van die specifieke kenmerken dan is de kans groot dat je een "gewone" buizerd ziet.

Het gedrag van deze buizerd, die overigens ook ietsje grote is dan de gewone buizerd, is ook anders. Deze vogel bidt als een torenvalk, alleen gaat dat net wat trager. Dat bidden is ook geen definitief determineringskenmerk want de gewone buizerd bidt ook wel eens.

De ruigpootbuizerd die ik afgelopen week zag, hing boven de polder De Kroon in de Noordwaard bij Werkendam. Ik vermoed zelfs dat dit dezelfde ruigpootbuizerd is die hier de afgelopen winter ook verbleef. Een prachtige en kolossale vogel die zich goed laat zien. Dus let deze winter maar eens goed op als je een buizerd ziet, check alle kenmerken en als je achter elk kenmerk een "vinkje" kunt zetten heb je een bingo, oftewel een prachtige ruigpootbuizerd gezien.

Wil je meer weten van de uitgesproken wintergast, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ruigpootbuizerd

vrijdag 9 november 2018

Rietreigers.

Bijschrift toevoegen
Het loopt weer tegen de winter en dan lijkt de kans op een ontmoeting met een roerdomp groter te worden. De vogels gaan dan zwerven en duiken dan soms op onverwachte plekken op. Daarnaast zijn er door broedsucces ook wat meer vogels die de kans vergroten dat je ze tegenkomt. Dat het dan ook goed mis kan gaan, bleek afgelopen week wel weer, toen in de Noordwaard bij Werkendam jammer genoeg een roerdomp doodgereden is.

Dat de roerdomp een trekvogel is, is minder bekend. Roerdompen uit oost Europa komen in de winter onze kant op en als de winters ook streng zijn, trekken de vogels door naar het zuiden. Begin dit jaar, in januari zag ik in de Biesbosch een roerdomp in de rietkraag staan, een prachtige volwassen vogel. In de maanden maart tot en met juni heb ik ze tijdens de broedvogeltellingen eigenlijk alleen maar gehoord en afgelopen weekend kon ik op Texel weer genieten van een prachtige roerdomp in de rietkraag van een klein plasje op het renvogelveld.

roerdomp in "paalhouding"
En rennen dat is wat een roerdomp dus echt niet doet. Dat is dus een echte tegenstrijdigheid. Een trage slome vogel op een renvogelveld. Want dat is tie, een slome vogel die heel behoedzaam door het riet en langs de rietkragen sluipt op zoek naar prooi. Met de snavel in het water zoekt de roerdomp naar libellenlarven, visjes en kleine amfibieën. Op het land zoekt de roerdomp naar muizen. Een gevarieerd menu en dan moet het niet echt moeilijk zijn om wat lekkers te pakken te krijgen.

Toch gaat het niet zo goed met deze mysterieuze vogel, de aantallen nemen gestaag af en dat komt dus zoals zo vaak door het verlies aan een geschikte leefomgeving. Een roerdomp heeft ongeveer een kilometer oude rietkraag nodig om te foerageren en haar nest te bouwen. Nou waar vind je nog riet en ruimte? In de Biesbosch zijn nog een paar geschikte stroken en die zijn dan ook bezet door de roerdomp. Ongeveer 800 koppels roerdompen weten nog een geschikt rietkraagje te vinden.

Wil je meer weten van deze zeer schuwe reigerachtige, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/roerdomp

dinsdag 6 november 2018

Eindelijk weer een pestvogel.

1 van de 6 pestvogels
Eindelijk weer eens pestvogels. Het is een prachtige vogel die je in een jaar soms wel maar vaker niet ziet. De komst en aanwezigheid van pestvogels hangt volledig af van het voedselaanbod in de noordelijke leefgebieden van de vogel. Ze leven in het noorden van Scandinavië en Rusland en als het daar slecht gesteld is met de bessen dan moeten ze noodgedwongen naar het zuiden vliegen om daar de winter door te brengen.

En zoals het er nu uitziet, zijn in het hoge noorden weinig bessen beschikbaar want al een paar weken verblijven groepjes pestvogels in Nederland. Dat zijn er al meer dan afgelopen jaar. Met name in het noorden, zoals op Texel, kun je pestvogels zien.

En laten we hier nu een enorm rijk bessenjaar mee-maken. Ik zag nog nooit zoveel bessen aan de mei-doorns hangen als dit jaar. Het zal toch niet zo zijn dat de pestvogels daar lucht van hebben gekregen en daarom hier zijn. Lekker makkelijk de winter doorkomen, niet alleen door de milde winters maar ook door de rijk gevulde dis. Wat zouden het dan toch slimme vogels zijn.

Ze waren bijna tam, zo dicht kon je ze benaderen. Ze vlogen wel wat heen en weer maar waren nooit in paniek. Dat geeft ook wel aan in wat voor omgeving ze normaal gesproken leven. Ze zien daar hoogstwaarschijnlijk vrijwel nooit mensen en zien ons dan ook niet als een bedreiging. Ze eten met name graag de bessen van de gelderse roos. In de drie keer dat pestvogels heb gezien, foerageerden ze op bessen van de gelderse roos, het kan ook zijn dat dat toeval is, want ook de meidoornbessen staan hoog op het menu.
Het is nu vooral te hopen dat de invasie van pestvogels doorzet en dat ze wat verder naar het zuiden afzakken en ook hier in de buurt te zien zijn.

Wil je meer weten van deze bijzondere invasieve wintergast, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/pestvogel

donderdag 1 november 2018

De brutalen hebben de halve wereld.

blauwe reiger krabt zich eens achter de "oren".
In een vorig blog kwamen de kleine zilverreigers aan bod en schreef ik ook nog over de grote zilverreiger en koereiger. Deze reigers zijn stuk voor stuk schuwe vogels die je altijd op een afstandje ziet. Je ziet geen van deze drie reigers in bewoond gebied naar voedsel zoeken. Dat doen ze eigenlijk allemaal zonder uitzondering in de open polders, langs rivieren en in de Delta.

De blauwe reiger is daar een uitzondering op en die kwam zelfs bij ons in de tuin om de vissen uit de vijver te halen. Hij bleef dan soms onver-schrokken op de schutting zitten en moest je zelfs naar buiten en op hem toelopen om hem te verjagen en dan vloog hij nog met tegenzin op.

Hoe komt het toch dat dit familielid van de drie eerder genoemde witte reigersoorten zo onver-schrokken is? Nu verblijven die drie witte reigers niet een heel jaar bij ons in de buurt en dat doet
die blauwe wel en komen de witte reigers nog niet zo lang in Nederland voor als die blauwe, dat is allemaal waar. Maar als het om voedsel vergaren gaat, gaan de meeste vogels wel over de angstdrempel en daarom denk ik dat het een kwestie van tijd is dat ook de grote zilverreiger in de tuin op bezoek komt.

Want waarom zouden de witte reigers een makkelijk hapje uit de weg gaan? Ze hebben wat dat betreft een goed voorbeeld aan hun blauwe familieleden. En zo zie je maar dat als dieren lang genoeg in de buurt van mensen leven en wij op onze beurt in de buurt van de dieren er toch een zeker vertrouwen naar elkaar toe ontstaat. Steeds een stapje dichterbij en op een gegeven moment is het vanzelfsprekend geworden dat we in elkaars nabijheid leven en laten leven. Hoewel ik mijn buks soms wel wilde pakken om zo'n blauwe reiger mijn tuin uit te schieten als er weer eens een prachtig zelfgekweekte ronde glinsterende goudvis opgeslokt werd.

Ja, ik ben benieuwd of ik het nog mee ga maken hoe dit mini stukje evolutie zich ontwikkelt?

dinsdag 30 oktober 2018

Jan van gent als bijvangst.

volwassen/adulte jan van gent
Een bijvangst van het meeuwen spotten van de laatste tijd is de jan van gent. Langs de Zeeuwse zeedijken en dammen, op de boot zo'n dertig kilometer uit de kust van Scheveningen, overal doken ze op.

Het zijn supersnelle vliegers en ineens zijn ze er, schieten tussen de groepen meeuwen door en zijn ze vaak te snel af. De grote stukken makreel die overboord gingen, werden vaak door de jan van genten voor de snavels van de grote meeuwen weggekaapt.

2e kalenderjaar jan van gent.


Jan van genten zijn echte zeevogels en komen vrijwel nooit boven land of het moet om te broeden zijn. Dan zitten ze met tienduizenden bij elkaar op een grote rots zoals bij Bass rock voor de oostkust van Schotland. Ik heb ze daar tijdens een vakantie al eens gezien, de rots zag wit van de jan van genten en vogelstront. Boven de rots krioelde het van de jan van genten en van daaruit is het maar een pesteindje vliegen naar de Nederlandse kant van de Noordzee. Als de wind goed staat, noord of noordwest, liefst kracht 5 of meer dan worden deze zeezeilers naar ons deel van de Noordzee geblazen. Het is dan niet moeilijk om ze te spotten, ze zijn namelijk groter dan de meeste meeuwen en met hun spitse vleugels, plotselinge wendingen en duikvluchten vallen ze direct op.

juveniele jan van gent(voorjaar 2018)
Jan van genten zijn met name in de herfst, met een piek in oktober hier te zien, en er verblijven dan naar schatting een kleine 36.000 jan van genten in het Nederlandse deel van de Noordzee. In de winter trekken ze verder weg en blijven de hele winter op zee.

De jonge of juveniele vogels zijn bruin en nog niet zo mooi getekend zoals adulte vogels zijn. Daar doet zo'n jonge vogel toch een kleine vijf jaar over. Ik heb ze de afgelopen weken op zee in alle kleden kunnen zien.

De jonge vogels doen verder niet onder voor de volwassen exemplaren en zijn net zo dominant en brutaal in een groep meeuwen als hun volwassen voorbeelden. Wat dat betreft weten ze zich wel staande te houden, maar wat wil je als je er zo uitziet als op de foto hiernaast. Dan ga je als meeuw toch wel even uit de weg als deze griezel op je af komt vliegen. Ze hebben wel iets pre historisch in hun voorkomen.

Een mooie dag om een keer alle jaarkleden van de jan van gent van dichtbij te zien. Wil je meer weten van deze prachtige zeevogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/jan-van-gent

vrijdag 26 oktober 2018

Veelvraten.

meeuwen duiken op stukken toegeworpen makreel.
Dat een meeuw een flinke schrokop kan zijn, dat wist ik al. Ik had meeuwen in het voorjaar al eens een ei uit een nest zien wegkapen, een eendenkuikentje zien pakken en opeten en de afgelopen weken op zee meermaals grote stukken vis zien opschrokken. Die beesten weten er wel weg mee en zijn niet erg kies-keurig of het nu mantelmeeuwen of zilver-meeuwen zijn, geelpoten of pontische zijn, het zijn beesten waar je als klein vogeltje voor uit moet kijken.
Maar dat meeuwen echte roofvogels zijn, heb ik eigenlijk de afgelopen twee weken pas goed van dichtbij meegemaakt. Twee weken geleden zag ik op volle zee, zo'n dertig kilometer voor de kust van Scheveningen, een mantelmeeuw een laagvliegende koperwiek uit de lucht plukken en heelhuids naar binnen werken.

zie hier maar eens veilig langs te komen.
Het beestje volgde de kustlijn op weg naar het zuiden, hij was op trek en had al een paar duizend kilometer achter de rug toen het noodlot toesloeg. De mantelmeeuw slikte de vogel gewoon levend en wel, met veren en al door.

Vandaag kwam daar nog zo'n spectaculaire actie bij. Op de zeedijk bij Westkapelle zag ik de meeuwen van alle soorten in alle kalenderjaren voorbij vliegen, op zoek naar een hapje eten. Dat gaat vrij rustig, ze speuren de kustlijn en zeedijk af en duiken naar beneden als ze iets eetbaars vinden.

Zo op het oog niets bijzonders, tot het moment dat plotseling meerdere meeuwen de vleugelslag versnelden en achter een kleine vogels aangingen. Het leek wederom om een lijster-achtige te gaan. Wat beter gekeken, bleek het om een stormvogeltje te gaan, een zeldzaam vogeltje dat door de krachtige noordnoordwesten wind naar onze kust was geblazen.

De meeuwen achtervolgden de vogel en kregen hem ook te pakken, werd aan de vleugel vastgepakt en meegetrokken. Het leek einde oefening te worden voor dit stormvogeltje. Ik had met hem te doen en schreef hem met pijn in het hart al af. Treurig want het was mijn eerste stormvogeltje ooit.
Tot een oplettende vogelaar riep, "hij is los, kom op jongen, maak dat je wegkomt, je kan het." Het klinkt misschien gek maar ik was oprecht blij en stak mijn vuist in de lucht. 1-0 voor mijn eerste stormvogeltje.
Een onstuimig zeetje, precies wat de vogelaar graag ziet.

dinsdag 23 oktober 2018

Ontelbaar veel eenden.

zomaar een slikrandje waar een groep eenden, vooral smienten, met de kop in de veren zit
De komende zes maanden worden, rond de 15e van de maand, in de Noordwaard onderdeel van de Biesbsoch, alle vogels geïnventariseerd. We doen dat met een vast groepje tellers en tellen dan ruim een halve dag een groot deel van de "nieuwe" Biesbosch, het gaat dan namelijk om de oude landbouwpolders die begin 2016 plaats hebben moeten maken voor het project "ruimte voor de rivier". En daar gaat het in prioriteit ook om, het zo snel mogelijk bergen en weer afvoeren van grote hoeveelheden water die via de grote rivieren uit Duitsland worden aangevoerd. Op die manier houden ze op die momenten in Gorinchem en Dordrecht ook droge voeten.

op de voorgrond een pijlstaart man en verder wat krakeenden
Op de tweede plaats komt de natuur en dat gaat volgens mij nu alweer bijna drie jaar perfect samen. Ik zie tijdens de tellingen de aantallen watervogels alleen maar toenemen en ontwikkelt het gebied zich nog steeds, en gelukkig nog steeds in het voordeel van de vogels. De aantallen watervogels zijn zowat ontelbaar geworden. Tienduizenden eenden en vele duizenden ganzen hebben van de Noordwaard hun thuis gemaakt. De slikranden en modder-platen worden bezet door vrijwel alle eenden soorten die Nederland kent, de uitgestrekte graslanden met alle ruigte die er mag groeien zijn het domein van vrijwel alle ganzensoorten die Nederland kent, uitzondering is de rotgans die de kust boven de Noordwaard verkiest. Alhoewel ik die rotgans ook al een keer in de Noordwaard ben tegengekomen.

ook de soepeenden tellen mee.
Op zaterdag de dertiende hebben we alle polders in de grote Noordwaard afgestruind en kwamen we naast al die eenden en ganzen ook weer een paar hele bijzondere vogels tegen en dat zijn voor ons dan ook de krenten in de pap. In de Muggenwaard, een groot nat gebied met daaromheen een grote strook ruig grasland, zagen we een smelleken jagen. Een kleine valkachtige roofvogel die zigzaggend laag over de velden op zoek was naar prooi. Je moet goed opletten of je mist de kleinste roofvogel van Europa finaal.

Wat verderop vloog laag boven de polder Donderzand een rode wouw. Deze vogel was duidelijk op trek en we wisten van zijn komst. Via de groepsapp was de vogel een klein uurtje eerder al aangekondigd waardoor we extra alert waren en regelmatig de hemel afspeurden. Deze havikachtige vogel broedt ook in een klein aantal in Nederland maar komt in het oosten, Duitsland, Polen en Denemarken algemeen voor en mogelijk breidt de populatie zich langzaam westwaarts uit. Dat zou toch mooi zijn?

De komende maanden inventariseren we tot we de tel kwijt raken. De aantallen die we gaan zien spreken tot de verbeelding. Wat is het toch geweldig dat een grote ingreep in de natuur ook goede kanten heeft.

vrijdag 19 oktober 2018

Meeuwen zijn gevaarlijk..

foeragerende kleine en grote mantelmeeuwen
Op de een of andere manier wekken de meeuwen mijn interesse meer dan andere groepen vogels zoals bijvoorbeeld eenden en ganzen. Van de andere kant wil ik mij ook weer niet teveel verdiepen in deze groep vogels want ik ken een paar meeuwen specialisten en daar is volgens mij iets mis mee. Deze vogelaars weten alles van meeuwen maar hebben in het proces naar deskundigheid iets overgehouden. Ze zijn, zeg maar, een beetje kierewiet.

En daar zit mijn angst een beetje, want wat houd ik er aan over als ik straks, over een paar jaar of meer, ook alles van meeuwen weet. Nu denk ik van de andere kant dat ik mij niet al teveel zorgen hoef te maken want ik denk dat het mij niet gaat lukken om meeuwenexpert te worden.


juveniele geelpootmeeuw
In de wereld van de meeuwen heb je namelijk niet alleen te maken met het onderscheid van de verschillende meeuwensoorten maar heb je ook te maken met de vele verschillende verenkleden in de eerst drie tot vier levensjaren van een meeuw. Veel van die jaarkleden komen dan weer overeen met de kleden van een ander soort. Het verschil zit dan weer in de grootte van de vogel, de snavelvorm met wel of geen uitgesproken gonys en kleur van de poten om maar wat te noemen.

En alsof het nog niet gekmakend genoeg is, hebben vogels uit het noorden die in het najaar bij ons rondhangen, ook nog eens een verenpakket dat in een ander rui stadium is dan onze meeuwen. Dit alles zorgt er onherroepelijk voor dat er ergens in je hoofd iets knakt, onherstelbaar is en zorgt voor een verslaving aan meeuwen spotten. Je wil het gewoon weten. Dat laatste begint nu bij mij langzaam maar zeker de kop op te steken en raak ik steeds gefascineerder in die meeuwenwereld. Aankomende zondag is net als twee weken geleden een studiedag op zee gepland. Ruim 25 km uit de kust gaan we vanaf een schip de meeuwen weer aan een nader onderzoek onderwerpen. Ver op zee komen vrijwel alle meeuwen voor en kun je op een dag drieteenmeeuwen, pontische meeuwen, geelpootmeeuwen, zwartkopmeeuwen, kokmeeuwen, kleine- en grote mantelmeeuwen en misschien een vorkstaartmeeuw voorbij zien vliegen.

een buissnavelige
En het zal die dag al verwarrend genoeg zijn met daarbij ook nog eens de kans op een noordse stormvogel. De noordse stormvogel ziet er uit als een meeuw maar is dat niet, Dit is een vogel uit de orde van de buis-snaveligen en is familie van de stormvogels. Een bijzondere gast die graag in de buurt van schepen komt waar met name visafval overboord gegooid wordt. En dat gaan we dan ook doen, dus wie weet.

Maar het moet nu toch wel duidelijk zijn, dat ik toch een zeker risico ga lopen en dat het helemaal mis kan gaan met mij. Zoveel combinaties en variaties die ook nog eens niet stil zitten en door elkaar vliegen, als dat maar goed afloopt.

Stel dat het goed afloopt en ik met mijn meeuwenkennis weer een stap dichterbij kom en meeuwen ga herkennen, dan kom ik er nog eens op terug.

dinsdag 16 oktober 2018

Kleine zilvers.


8 kleine zilvers(6 op de foto) bij elkaar.
Twee keer per jaar staat de vogelwereld op zijn kop. Dat weten we inmiddels wel, in het voorjaar en het najaar vliegen vogels over de hele wereld heen en weer. Vogels die normaal gesproken aan de kust te zien zijn, zie in die periode even in het binnenland.

Lekker makkelijk want dan hoef je niet ver te rijden om deze vogels te bekijken en zulke vogels zijn bijvoorbeeld de koereiger en de kleine zilverreiger. Die laatste zat afgelopen maand in flinke aantallen in de Biesbosch. In de Noordwaard net buiten Werkendam zaten ze soms in groepen bij elkaar.

Het zijn er maar een paar honderd die vooral in de Delta rusten en vandaar verder doortrekken naar het zuiden. Een mooie waarneming voor de Biesbosch want daar zijn ze maar even te zien.

grote (broer) zilverreiger
Als je de kleine zilverreiger zo alleen in de slootkant ziet staan, valt het niet zo op dat hij werkelijk klein is. Staat deze kleine reiger in de buurt van een grote mantelmeeuw of bergeend dat zie je pas wat een klein vogeltje het eigenlijk is. Die zijn, al zou je het niet zeggen, een stuk groter dan deze reiger.

In de vlucht is deze reiger nog het makkelijkst te herkennen aan zijn "voeten", die zijn namelijk geel en de rest van de poten zijn zwart. Andere reigers hebben niet van die opvallende "schoenen". Trouwens, 
koereigertje in de Biesbosch
in Engeland wordt de kleine zilverreiger wel eens de "lady with the golden slippers" genoemd, een hele mooie toepasselijke naam.
De koereiger is ook zo'n bijzondere bezoeker van de Noordwaard. Afgelopen maanden waren die ook regelmatig te zien, niet in die grote aantallen maar een paar kon je er altijd wel vinden. De koereiger is zelfs nog ietsje kleiner dan de kleine zilverreiger en heeft een wat lomper silhouet en hij kijkt ook wat norser.

Wil je meer weten van deze mooie spierwitte reiger, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-zilverreiger

vrijdag 12 oktober 2018

Gevaarlijke vogeltrek.

het oververmoeide zwartkopje rust uit op een kist vis
Bij de vogeltrek heb je altijd een wat roman-tisch beeld. Vogels die in het najaar vanuit het hoge noorden naar het warme zuiden vliegen. De ene soort navigeert op de stand van de sterren en de maan, de ander volgt het magnetisch veld en weer anderen volgen de infrastructuur zoals kustlijn en grote rivieren.

Dat zo'n tocht niet zonder gevaar is kunnen we ook nog wel bedenken maar daar krijgen we eigenlijk maar weinig van mee. Het grootste gevaar is de jacht en vogelvangst met netten in zuid Europa en minder bekend is de dreiging van rovers, uitputting en weersomstandig-heden.

Dat komt natuurlijk ook omdat wij daar niet echt bijzijn als het op deze tocht misgaat en daarom schrijf ik er nu een keer over omdat ik het verschijnsel van zeer nabij heb gezien.

een echte zeevogel, jan van gent
Vanaf een schip op de Noordzee keken we naar zeevogels zoals jan van genten, grote jagers, zeekoeten, noordse stormvogels en pijlstormvogels toen een jonge zwartkop op het dek landde. Het beestje was oververmoeid, overwon zijn angst en bleef rustig tussen ons inzitten. Hij bleef de hele dag aan boord en at de voedselrestjes van het dek, zat zelfs even op de neus van mijn rechterschoen. Ook een roodborst, koperwiek en winterkoning kwamen kort aan boord om even op adem te komen. De roodborst was waarschijnlijk op weg naar Engeland om daar te overwinteren. De routebeschrijving van de winterkoning kende ik niet en de koperwiek kon later zomaar op de 2e Maasvlakte landen.

meeuwen op zoek naar een lekker hapje
En toen besefte ik dat er voor heel veel vogels geen schip in de buurt is als ze over zee vliegen, op weg naar het zuiden waar het weer lekker, en voedsel in overvloed is. Ondertussen vlogen kramsvogels, gele kwikken en piepers over de boot. Kwieke vleugelslagen, zo fit als een hoentje en nog geen tekenen van vermoeidheid ook op weg naar het zuiden.

Een koperwiek vloog laag over het water, recht op een groep foeragerende grote mantel-meeuwen af en dat was een onherstelbare fout. Een mantelmeeuw wist de koperwiek uit de lucht te plukken en dook ermee het water in, de natte koperwiek verdween in de gulzige bek van de meeuw en werd zo een hapje tussendoor.

Het is goed om de trek ook eens van andere kant te zien maar liever niet te vaak, want ik had toch wel met ze te doen.

dinsdag 9 oktober 2018

Mag het een "pontje" meer zijn?

grote pontische meeuw
Een van de hotspots in Nederland om meeuwen te spotten is de zeedijk bij Westkapelle. In mijn vorige blog schreef ik daar al wat over en toen ging het met name over de vrij zeldzame geelpootmeeuw. Naast deze zeldzame meeuw zagen we daar nog een zeldzame meeuw, de pontische meeuw.
Wat jaren geleden werd de pontische meeuw als ondersoort van de geelpootmeeuw beschouwd maar die zienswijze is veranderd en wordt deze meeuw als zelfstandige soort gezien. Deze meeuw komt van oorsprong voor rond de Kaspische zee en Zwarte zee en trekt met name aan het eind van de zomer rond en is bij ons in het land te zien.

Deze meeuw is voor mij een lastige en moeilijk te herkennen. De meeuwenexcursie heeft mij wel weer wat meer kennis opgeleverd maar het blijft de komende tijd vooral de boeken er op naslaan. De pontische meeuw is vrij groot maar heeft een kleine
3e winter pontische meeuw
kop en donker oog. De op het eerste gezicht gelijkende zilvermeeuw heeft een veel grotere kop en geen oranjerode oog ring. Een volwassen zilvermeeuw heeft een hele lichte iris en dat heeft de pont dus niet. Dus daar ga ik mij de komende tijd meer op richten als ik weer eens wat meeuwen bij elkaar zie staan.

Tijdens de meeuwenexcursie ontdekten we zowel geelpootmeeuwen als pontische meeuwen in verschillende kalenderjaren. Met name de jonge onvolwassen meeuwen zijn erg moeilijk uit elkaar te houden. Dan komt er nog wat bij, noordelijke vogels uit Scandinavië ruien eerder dan onze meeuwen waardoor de kleden van de vogels in de verschillende kalenderjaren ook nog eens een verschillend rui stadium laten zien en hou dat maar eens uit elkaar.

Wil je meer weten van deze van oorsprong oost Europese meeuw, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/pontische-meeuw