dinsdag 3 november 2020

Pieperpuzzel.

onvervalste oeverpieper
Ik heb er al vaker wat over geschreven en ook deze keer spookt het weer door mijn hoofd. Hoe houd ik in godsnaam al die verschillende piepers uit elkaar? Kijk, die graspieper heb ik inmiddels wel enkele duizenden keren gezien en daar maak je mij ook niet veel meer over wijs. Die zit zogezegd op de harde schijf geëtst. Maar met name in deze tijd is de verwarring toch weer groot en dat komt door de trek van onder andere de andere piepers. Waterpiepers, oeverpiepers, graspiepers en een sporadische grote pieper passeren of blijven deze winter in ons land.

Aan de kust is de aanwezigheid van de diverse piepers weer anders dan in het binnenland en dan is een vergissing zo gemaakt. De vermeende waterpieper op Texel van afgelopen weekend bleek een oeverpieper te zijn. De uiterlijke kenmerken zijn niet zo heel spectaculair verschillende en dan heb je poppen al snel aan het dansen.
oeverpieper en waterpieper
 
Als die piepers nou eens dichtbij op een mooi open stukje doodstil bleven zitten dan is het nog wel te doen maar dat doen ze dus geen van allen. Erg beweeglijke vogeltjes, harde wind, graspollen, greppeltjes en tranende ogen zijn de beperkende omstandigheden waar ik dan mee te maken had.
 
En zo gebeurde het dus ook nu weer en werd een mooie oeverpieper voor een waterpieper aangezien. En wat zijn nu die kenmerkende verschillen die ik op mijn netvlies moet hebben om het verschil direct te kunnen zien? Ook al zit die vogel niet stil en zit het verder qua overige omstandigheden ook niet mee. Hier gaat tie dan;
 
- Van de roepjes moet je het niet hebben want die zijn vrijwel gelijk, dus die vergeten we maar.
- De waterpieper heeft een meer sprekend koppatroon met altijd een brede, duidelijke witte 
  wenkbrauwstreep.
- De buitenste staartpennen van waterpieper vertonen helder wit (zoals bij de meeste piepers),bij     
  oeverpieper is dat bruingrijsachtig, zelden witachtig.
- Bij waterpieper is de stuit duidelijker bruin, bij oeverpieper zijn de bovendelen inclusief de stuit  
  gelijkmatig olijf-groenbruin tot grijsbruin(dit is wel het lastigste kenmerk maar niet onbelangrijk).
 
het hele assortiment piepers bij elkaar
In de praktijk moet je deze verschillen vaak in een fractie van enkele seconden waarnemen en dat is dus vooral in het begin van het herfst en winter seizoen een klus. Ik heb altijd wat tijd nodig om deze kenmerken op het netvlies te krijgen en die in het veld tot een bruikbare determinatie om te zetten.
 
Ben je aan de kust dan is de kans op een water- pieper weer een stuk kleiner want deze piepers verblijven vrijwel alleen in het binnenland en de oeverpiepers zitten graag aan de kust. Dus dit is ook weer als een belangrijk hulpmiddel in te zetten. Zo zeldzaam het is, dat de oeverpieper in het binnenland te zien is, is de aanwezigheid van een waterpieper aan de kust en met die wetenschap in het achterhoofd kun je op basis van de biotoop een makkelijkere keuze maken dan op basis van de uiterlijke kenmerken. Dus goed inlezen is voor mij het devies. De combi van uiterlijke kenmerken en biotoop bepalen in dit geval de soort.
 
Wil je meer weten van de oeverpieper, klik dan op de link;

 

donderdag 29 oktober 2020

Poolse pont aan de zeedijk.

pontische meeuw, Noordzee 5 oktober 2019
Bijzondere meeuwen spotten blijft een fascinerende bezigheid. En naarmate je daar meer mee bezig bent en dus ook wat meer kennis over deze bijzondere meeuwen vergaard, wordt het ook steeds leuker. En ik dacht altijd dat je met heel veel geluk wel eens een keer zo’n aparte meeuw tegen kon komen.

Dat is ook niet gek want ze lijken allemaal zo op elkaar en zeker als nog in de juveniele kleden rondvliegen. En dan heb je het al gauw over de eerste drie a vier levensjaren. Daarna krijgen ze allemaal het volwassen kleed en zijn ze op basis van een aantal specifieke, en uniek voor de soort , kenmerken te herkennen.

pontische meeuw LLA afgelopen week
Je hoeft er niet persé de Noordzee voor op om een geelpootmeeuw of pontische meeuw te zien, Dat kan namelijk ook heel goed in de Biesbosch. Op de Noordzee heb je dan weer wel de vorkstaartmeeuw en drieteenmeeuw. Die zijn in het binnenland niet te zien. Ik heb de afgelopen jaren mijn handen vol gehad aan het determineren van de geelpoot en de pontische meeuw. 

Met name die laatste is in grote delen van het jaar in de Noordwaard te vinden en valt ook goed op tussen de andere meeuwen. Hoog op de poten, wat lang gerekt lichaam, plat voorhoofd, witte kop en een lange, vrij dunne snavel om maar een paar kenmerken te noemen. Het is wel zo dat je ze allemaal bij een vogel moet kunnen ontdekken om redelijk zeker te zijn van de soort.

Ook de geelpoot heeft zo zijn specifieke eigen kenmerken. Alleen een rode oogring en gele poten is onvoldoende want het verendek is dan doorslaggevend. Als dat namelijk asgrijs is, zit je al in de buurt van een geelpoot. Is het bovendek antracietgrijs dan heb je te maken met een kleine mantelmeeuw. Kortom, het plaatje moet compleet zijn om met zekerheid de soort vast te stellen.

de Poolse ringers site
De geringde pontische meeuwen aan de kust die ik hier op de foto’s heb staan zijn vogels die in Polen geringd zijn en hier nu rondzwerven. Ik heb ze op de site van www.ring.stornit.gda.pl  gemeld en ik hoop er ook nog een keer een reactie op te krijgen. 

Geringde vogels maken het ook alweer wat makkelijker want dan weet je ook zeker dat je met de soort goed zit. Zie je bijvoorbeeld een kleine mantelmeeuw met een zwarte ring met witte letters, beginnend met een “J” dan weet je dat je te maken hebt met een Noorse meeuw en dat is weer een ondersoort van de kleine mantelmeeuwen die hier rondvliegen. En dat gaat zo maar door en je bent nooit uitgeleerd. Alhoewel, ik ken er een paar en die zijn volgens mij echt uitgeleerd en weten alles. Om jaloers op te worden.

Wil je meer weten van de bijzondere pontische meeuw, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/pontische-meeuw

dinsdag 27 oktober 2020

Leuk op de begraafplaats?

de Pallas boszanger van dichtbij
Amper een dag later nadat ik de bruine boszanger in Westkapelle aan het Puinpad heb gezien, diende zich weer een nieuwe zeldzame vogel aan. Nu zat de vogel op de begraafplaats van West Kapelle. Op 9 oktober schreef ik al over deze topstek tijdens de vogeltrek en dat is tot half oktober ook echt zo.

Ik stond achter het graf van Leuntje Geleijnse(1893-1947) in de bosjes te turen. Het is toch gek om daar op die plek vogels te spotten. Een begraafplaats is geen plek om te juichen als je een mooie nieuwe vogelsoort ontdekt. Maar het is niet anders, de zeldzame trekvogels volgen de kustlijn en passeren zo ook Westkapelle. Uitrusten en wat eten doe je dan graag op een rustige plek en daar is de begraafplaats vlak bij de vuurtoren dan ook uitermate geschikt voor. Heel veel mensen maar die zijn erg stil en rustig.

twee dagen eerder wat hoger in de boom
In de struiken zat daar alweer een paar dagen een Pallas boszanger. Ook een piepklein bruingroen vogeltje wat in hetzelfde rijtje thuishoort als de bladkoning en bruine boszanger. De Pallas is wat schuwheid betreft het tegenovergestelde van de bruine boszanger. Die laatste blijft diep in de struiken zitten, terwijl de Pallas boszanger juist op de voorgrond treed. Hij laat zich graag zien en ook benaderen. Een meter of drie vindt dit beestje geen probleem.

Deze Pallas is nog zeldzamer dan de bladkoning die ik een paar weken eerder bij Ouddorp zag en het was dan ook de eerste keer dat ik hem in levende lijve zag. Niet gek want hij  leeft normaal gesproken in zuidelijk Siberië, ten oosten van de Oeral. Op trek naar het zuiden volgen ze de kustlijn en passeren zo ook ons land. Met wat geluk zijn ze tot volgende maand nog te spotten en ik ga dan ook graag nog een keer op zoek naar dit vogeltje.

Wil je meer weten van deze piepkleine lange afstandstrekker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/pallas-boszanger

vrijdag 23 oktober 2020

Aan de rand van het land.

wat lijken ze op elkaar
Aan de rand van het land, bij Westkapelle aan het Puinpad was het te doen. Al enkele dagen achtereen werd daar de bruine boszanger gezien en gehoord. Wij waren een weekje op vakantie en zaten vlak in de buurt dus dan moet je toch een keer een poging wagen om de bruine boszanger te spotten.

Bij de bruine boszanger heb ik steevast het liedje van Travasi in mijn hoofd, “kleine wasjes, grote wasjes, stop maar in je wasmachine”. Waarom weet ik niet maar dat is al jaren zo, zolang ik van het bestaan van die bruine boszanger heb gehoord. Grappig en niet vervelend bedoeld.  Bij sommige vogels heb je een ezelsbruggetje nodig om hem te onthouden en bij de ander heb je gewoon een beeld gevormd. 

Langs het Puinpad, vlak achter de hoge duinen was het een drukte van jewelste, niet van speurende vogelaars maar van enorme groepen overtrekkende vogels die op weg waren naar betere oorden. Het waren vooral vinken, lijsters, merels, sijzen, houtduiven, spreeuwen en kepen. Vast en zeker zaten in die enorme groepen vogels ook bijzondere exemplaren maar die waren er voor mij in dit geweld niet uit te halen. Ze zochten de luwte van de hoge duinen want er stond een stevige zuidwesten wind.

enorme groepen laag overvliegende vogels
De bruine boszanger is geen vogeltje wat je zo een, twee, drie herkent struikgewas verborgen houdt, zeker niet als hij zich diep in het struikgewas verborgen houdt.  Het roepje is daarentegen, als je het tenminste eerst goed hebt beluisterd, wel goed te herkennen. Ik trof op het Puinpad een ervaren vogelaar die met geluidsopname apparatuur de wacht hield. Hij was al een half uur aan het zoeken maar vond hem niet. Een tijdje later toen we samen richting de laatste melding van een dag ervoor liepen, hoorden we hem luid en duidelijk. Hij bleef onzicht-baar maar zat werkelijk niet verder dan twee meter van ons vandaan. De vogelaar kon een perfecte opname maken.

Twee dagen later bezocht ik de plek opnieuw en ook nu duurde het weer een half uur voordat ik hem hoorde terugroepen. Ik speelde het geluid wel dertig keer af op mijn telefoon en werd uiteindelijk beloond met exact dezelfde zang als mijn opname.

De bruine boszanger lijkt op een soort tjiftjaf, leeft in zuidoost Azië en overwintert in Noord India tot in Mongolië. Jaarlijks worden ze in deze periode bij ons waargenomen, Het zijn de zogenaamde afzwaaiers en vermoedelijk vinden ze de weg ook weer terug. Het aantal bruine boszangers is van een enkeling per seizoen naar een vijftal of iets meer gegroeid wat de kans op een waarneming alleen maar vergroot. Ik was er weer blij mee maar vind het wel jammer dat hij net niet een metertje verder naar de rand van het pad kwam zodat ik hem ook kon zien of beter nog ook kon fotograferen.

Wil je meer weten van deze vrolijke boszanger, klik dan op de link; https://nl.wikipedia.org/wiki/Bruine_boszanger

dinsdag 20 oktober 2020

Graspiepers op trek.

 

graspieper

Jaar na jaar, in de eerst week van oktober, komt de trek van de graspiepers op gang. En niet zo’n beetje ook want als je het op een mooie dag treft, kun je honderden piepers over zien trekken. Zeker zes jaar geleden waren wij daar al eens getuige van tijdens een wandeling door de Gecombineerde Willemspolder.

Honderden piepers kwamen naar beneden, vlogen vlak boven ons naar het weiland dat voor ons lag. Massaal lieten ze zich in het gras vallen en waren dan ook direct uit beeld. Ze zaten daar te rusten na de eerste of een van de eerste lange etappes naar het zuiden. Dat maakte toen zo’n indruk dat ik de jaren erna steevast in de eerste week van oktober met mijn hoofd achterover door de polder en het bos loop.

De hemel afspeurend naar grote groepen piepers, meestal gewaarschuwd door een of een paar roepende piepers, zie ik ze dan voorbij komen. Ze vliegen net te hoog om op te vallen en je moet dus goed kijken om ze op te merken. Meestal groepjes van vijf tot tien vogels en af en toe wat grotere groepen. Het begint al vroeg en gaat tot in het begin van de middag door. Daarna wordt het een stuk stiller, tijd om te foerageren en te rusten.

graspieper in het voorjaar
Na een dag of tien hebben we het wel gehad met de trek van de graspiepers. En nu gelijk daarna is de trek in volle hevigheid losgebarsten, honderden lijsters, vinken, veldleeuweriken maar ook houtduiven en merels en noem maar op vertrekken nu massaal. Veel van die soorten vertrekken ook in het hoge noorden en komen naar ons en vullen zo het vogelbestand weer een beetje aan.

Ik denk dat de waterpiepers de wacht de komende weken gaan aflossen en het zal mij benieuwen of ik de eerste waterpiepers dit weekend al in de Noordwaard of Noorder Vroon zal zien? 

De waterpiepers komen de graspiepers deze winter aflossen en zien ons land als een lekker warme streek met voldoende voedsel dit in tegenstelling tot de graspiepers die toch liever naar zuid Europa gaan.

Wil je meer weten van deze pieper die in de vlucht veelvuldig piept, klik dan op de link; 

https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/graspieper

 

donderdag 15 oktober 2020

De jodelende boomleeuw.

boomleeuwerik op de grond in Dorst
Een van die vaste bewoners van de boswachterij Dorst is de boomleeuwerik. Vanaf eind februari hoor ik daar de eerste boomleeuwerik jodelen en dat gaat dan tot aan september door. Op het laatst wat minder uitbundig maar ze zitten er. Op het laatst zijn ze wat zwijgzamer en verzamelen ze zich meestal op de grote open vlakte. Ze zitten dan met vier tot soms wel acht vogels bij elkaar en vliegen pas op het aller-laatste moment op alsof ze met elkaar afgesproken hebben, wie het langst durft te blijven zitten.

Afgelopen dinsdag de dertiende, liep ik zo vroeg als mogelijk door het bos. Het was net een beetje licht geworden en de ochtend zag er vriendelijk uit. Weinig wind, licht bewolkt en een flauw zonnetje, eindelijk na al die regen van de laatste tijd. Voor het bos valt er nog steeds veel te weinig regen en wat dat betreft mag het nog wel een tijdje doorgaan. De poelen zijn nog lang niet gevuld.

boomleeuwerik in de herfst
Op de open vlakte zat weinig, de groepen grote lijsters zijn vertrokken en de sijzen en kepen zijn nog niet gearriveerd. We zitten zogezegd in een wak. Wat ik daar in deze tijd van het jaar dus nog niet eerder had gehoord was een zingende boomleeuwerik. Deze zingende boomleeuw zong uit volle borst en dat klonk best vreemd. Het gejodel hoor je eigenlijk niet in de herfst te horen, dat verwacht je alleen in het voorjaar en begin van de zomer. Deze boomleeuwerik dacht er dus duidelijk anders over en maakte mij in ieder geval blij met zijn lied dat half oktober over de grote vlakte van het bos klonk.
 
Veel boomleeuweriken trekken weg maar nooit ver weg. Zo richting Frankrijk en Spanje, veel verder gaan ze niet en er zijn ook boomleeuweriken die gewoon hier blijven. Meestal hebben we dan te maken met een zachte winter. Ik moet daar wel direct bij zeggen dat ik ze nog nooit in de winter in Dorst gezien heb, maar wat niet is, kan nog komen.

Wil je meer weten van deze bosvogel, klik dan op de link; 
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomleeuwerik

dinsdag 13 oktober 2020

Weerzien met de bosuil.

de bosuil in maart 2020
De afgelopen anderhalf jaar zag ik in de Boswachterij Dorst, vrijwel wekelijks een bosuil in een boomholte zitten. Onverstoorbaar zat hij hij daar volkomen op zijn gemak, volledig vertrouwend op zijn schutkleur die perfect matchte met de stam van de beukenboom. Niets leek hem te kunnen verstoren tot die pittige storm van afgelopen maart. In heel het beukenbos was maar 1 boom gesneuveld en laat dat nu net de nestboom van de bosuil zijn. Wat was dat jammer. Ik heb deze uil regelmatig in dit blog genoemd en ook zijn foto geplaatst.

Een tijdje dacht ik dat ik hem voorgoed kwijt was. Op mijn wandelingen door Dorst bleef ik altijd speuren naar bomen met grote gaten, oud zwarte spechtgaten of dode bomen waar een uil in zou kunnen nestelen. Van maart tot deze week, zeg maar wekelijks was dat wel een keer aan de orde. Ik vond een plekje met meerdere bomen met grote gaten en die bomen had ik in mijn wandelroute opgenomen. Ik dacht nog "als er ergens een geschikt plekje voor een bosuil is, dan is dit het wel". 

de bosuil afgelopen week
Zeker zes keer heb ik daar van een afstandje alle gaten van de bomen afgespeurd en geen bosuil gezien. Tot deze week, toen zat in een dode boom wel een bosuil. Ogen dicht, niets in de gaten, zich volkomen veilig voelend, zat hij daar. Wel alert want nadat ik mijn tweede foto had genomen, zakte de uil plots naar beneden, alsof hij op het knopje van de lift naar de kelder had gedrukt. 

Ook al is het de meest voorkomende uil in ons land, het blijft lastig om er een te zien. In Dorst zitten meerdere paartjes en ik schat dat het toch wel eens om vier paartjes zou kunnen gaan. Ik baseer dat aantal op het aantal roepende bosuilen die ik de afgelopen jaren daar gehoord heb. Ik weet dat bosuilen hun hele leven trouw blijven aan hun territorium en ik heb ze dus vaker op verschillende vaste plekken gehoord. Een zo'n bekende vaste plek of territorium, is vlakbij restaurant Beum. Ze zeggen ook weleens dat bosuilen extreme standvogels zijn, dus dat geeft ook wel aan dat als je er een gehoord hebt, je die vogel daar ook vaker kunt horen en zien.

Wil je meer weten van deze prachtige nachtvogel, klik dan op de link;
 

vrijdag 9 oktober 2020

Doe mij maar een blako.

Er zijn maar weinig vogels die al enkele jaren op mijn wensenlijstje staan. Ik laat het zogezegd altijd maar gebeuren. Soms komt er wat op je pad en soms ook niet en dat is prima. Een van die "wensvogels" die wel op mijn wensenlijstje stond is de bladkoning.

De bladkoning is zo'n doortrekker die je een keer gezien moet hebben. In september en oktober komen ze over ons land en dat doen ze meestal langs de kust. Ze zijn piepklein, niet uitbundig gekleurd, schuw en ze zingen als vanzelfsprekend niet in deze tijd van het jaar. Kortom, ze sturen op die manier aan op een toevallige ontmoeting. Je kunt ook niet zeggen, ik ga eens naar de begraafplaats in Westkapelle om de bladkoning te bekijken, zoals je dat afgelopen jaar bijvoorbeeld wel kon doen voor de wilde zwaan in Hooge Zwaluwe of deze zomer voor de kolgans in Lage Zwaluwe.

eerst de goudlijster en daarna de blako
Die begraafplaats in Westkapelle is trouwens wel een topstek om de bladkoning te zien maar er zit helaas geen garantie op. Daar heb ik dus al een paar keer voor niets tussen de graven van Koppejan, Copoolse, Dieleman en Hamelink doorgelopen en geen bladkoning gezien.

En zoals het zo moest zijn, stonden we afgelopen week geduldig te wachten op het voorbij vliegen van de zeldzame dwaalgast, de goudlijster, vloog er zomaar een bladkoning voorbij. Eindelijk een bladkoning. Hij vloog samen met een goudhaan een duindoornstruikje in en liet zich even goed bekijken. De olijfgroen veertjes met de lichte streep op de vleugel, gele stuit en de lange lichte oogstreep die ver over de kop doorliep waren goed te zien. Onmiskenbaar en de waarneming werd die dag ook nog eens dik honderd keer bevestigd op de site van waarneming.nl. 

Eindelijk dat kleine Russische doortrekkertje gezien. Ze zijn op weg van Siberië naar Afrika en passeren ons land in de herfst. Ik hoop de komende maand nog zo'n waarneming te kunnen den want ze kunnen nog een maandje door ons land vliegen. Opletten dus.

Wil je meer weten van dit Russische mini doortrekkertje, klik dan op de link;

dinsdag 6 oktober 2020

De gouden goudlijster

goudlijster(zoothera dauma), (foto Arko Huangh) 
Soms lacht het geluk je toe. Niets vermoedend over zee turend, op zoek naar mooie wintergasten zoals de kuifduiker, zee eenden, eiders en de roodkeelduiker, stonden we op de Brouwersdam. We zagen ze allemaal voorbij komen toen we aangesproken werden door een vogelaar. En zoals dat zo vaak gebeurt, klonk het, "en......nog wat moois gezien?"

Wij niet zo maar hij wel, en gaf ons de gouden tip van de geheim gehouden goudlijster die slecht een paar kilometer verderop zat. In een tuintje in Ouddorp zat deze dwaalgast die uit de buurt van de Oeral komt, zeer schuw is en in de trek naar zuidoost Azië vliegt. Wat doet zo'n beestje in Godsnaam in Ouddorp?

We werden verrast en niet alleen door deze zeer zeldzame dwaalgast maar voornamelijk door het aantal vogelaars die deze geheim gehouden vogel al gespot hadden. Hoezo geheim gehouden? Ik ken de omgeving daar erg goed en was uiterst verbaasd over het aantal geparkeerde auto's. Zoveel zie ik er daar zelfs op een mooie zomerdag niet eens. 

samen met 81 vogelaars stonden we daar
De goudlijster vliegt door het struikgewas van de ene tuin naar de andere maar vanuit de tuin waar we samen met de andere vogelaars stonden, hadden we de grootste kans om hem te zien. Iedereen op afstand van elkaar, zoals dat in deze tijd hoort.

Tot twee keer toe vloog de goudlijster voorbij, net te snel voor een foto. Toen vonden we het wel genoeg. Een zeldzaamheid spotten is altijd leuk maar het is minder leuk als je daar tussen tientallen andere vogelaars staat.

Ik ben nu wel eens benieuwd wat er met deze vogel gaat gebeuren? De vogel heeft tijdens de trek van de Oeral een foute beslissing genomen en is niet afgeslagen naar zuidoost Azië maar naar Ouddorp. Hij zal de winter hier wel goed dorkomen maar dan? Op een gegeven ogenblik moet hij ook weer terug en ik vraag mij af of dat gaat lukken want volgens mij is zijn kompas of GPS defect. En als dat zo is, hoe ziet zijn verdere leven er dan uit? Hier een soortgenootje vinden is uitgesloten en dan wordt het toch een eenzaam bestaan. Ik heb toch wel met hem te doen en blijf stilletjes hopen dat het goedkomt.

Wil je meer weten van deze gouden vondst, klik dan op de link;  https://nl.wikipedia.org/wiki/Goudlijster


vrijdag 2 oktober 2020

Roepende rode wouw.

rode wouw, vanmorgen 2 oktober
In deze tijd van het jaar maak je nog weleens kans op een overvliegende rode wouw. Het blijft een bijzondere en zeldzame ontmoeting, alhoewel dat wel aan het veranderen is. Zo langzaam maar zeker is dit een soort die zich van uiterst zeldzaam voorkomend tot bijna algemeen voorkomend ontwikkelt. Elk voorjaar en najaar zie ik er wel een paar, meestal in de Biesbosch. 

Ook neemt het aantal broedparen in ons land verder toe. En wat de meesten niet verwachten, ze broeden ook bij ons in de buurt. Afgelopen jaar heeft een koppel gebroed in de Strijbeekse heide en dit jaar heeft een koppel bij Hoeven gebroed. Enkele jaren geleden was dit voorrecht voorbehouden aan de provincies Gelderland en Overijsel.

Strijbeekse heide
Vorige week vrijdag, 25 sep. had ik weer het genoegen om een rode wouw te "ontmoeten". Dit exemplaar vloog over en riep volop. En dat is bijzonder want meestal betreft het een doortrekkend exemplaar en die roepen niet zo en deze vogel bleef maar roepen en bleef een hele tijd in het gebied.

En dat zou dus kunnen duiden op territoriaal gedrag. Niet zo gek want in dit gebied heeft vorig jaar met zekerheid een koppel gebroed. Wat ik niet wist is dat de vogels die hier in Brabant voorkomen, waarschijnlijk vogels zijn die vanuit België naar ons zijn getrokken want daar doet de vogel het goed. 

De komende weken moet ik goed opletten want dan kunnen redelijk wat rode wouwen doortrekken naar het zuiden. Nu zitten we hier wat westelijk van de trekroute en moeten we het geluk hebben dat e wind ons een beetje helpt en de vogels onze kant op drukt.

Overigens, navraag bij de boswachter leerde dat van dit jaar niet bekend is of er weer bij de Stijbeekse heide gebroed is. Het blijft gissen wat de reden van dit gedrag was deze rode wouw maar leuk was het wel.

 Wil je meer weten van deze supermooie roofvogel, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/rode-wouw


dinsdag 29 september 2020

Grote zilvers in de polder.

grote zilverreiger
De grote zilverreigers zitten weer in de Oosterhoutse akkers en velden. Ze zijn vrijwel het gehele voorjaar en zomer weggeweest en verbleven in de broedgebieden. Die broedgebieden liggen hier wel een eindje vandaan terwijl je zou denken dat ze wel in de Biesbosch zouden broeden maar dat is dus niet het geval. 

In de oude rietpolders zoals de Vijfambachten en Noorderplaat zijn in het voorjaar wel wat van die schermutselingen waargenomen maar tot broeden kwam het tot op heden niet. Broeden doen ze dus met name in de Oostvaarder plassen en De Wieden. Het zijn er in totaal maar een paar honderd en de meeste die we hier nu zien, komen niet van hier maar ergens uit de rest van Europa en die komen hier om te overwinteren.

En als er hier dus overwintert wordt, moet er ook ergens geslapen worden en dat gebeurt dus wel ergens in de Biesbosch of ergens hier in de buurt. Op de een of andere manier is dat nog steeds een mysterie want de exacte slaapplaats is nog steeds niet gevonden. 

groep grote zilvers bij de Pipeluur in Dieren
op 25 september 2019
Wel zien we 's-avonds tijdens de slaapplaatstellingen zilverreigers en soms ook wel kleine groepjes reigers de Biesbosch invliegen maar daar blijft het dan ook bij. Tijdens de slaapplaatstellingen blijft het dus bij slechts enkele waarnemingen en niet de aantallen die je zou verwachten aan de hand van het aantal vogels wat overdag bij ons in de regio foerageert.

Gisterenmiddag bijvoorbeeld, zaten maar liefst 42 grote zilverreigers in de Gecombineerde Willems-polder in Oosterhout. Het kan haast niet anders dan dat dit al een groep vogels uit een ander deel van Europa is. Die komen hier de komende tijd eten en ook ergens slapen. Het zou kunnen dat langs de Donge, tussen Oosterhout en 's-Gravenmoer, bij de Groenendijk overnacht wordt maar dat moet ik nog uitzoeken. 

mogelijke nieuwe slaapplaats
Ik heb in ieder geval het vacante slaapplaats telgebied van grote zilverreigers op de site van SOVON geclaimd. De komende tijd ga ik daar regelmatig, als het begint te schemeren, kijken of er ook daadwerkelijk grote zilverreigers gaan slapen. Wie weet wat er allemaal te zien is?

Het is sowieso al interessant hoe deze vogels de weg weten en vinden in onze regio, waar is genoeg eten te vinden en is het makkelijk voor handen en waar kunnen we ergens een veilige slaapplaats vinden? Op de een of andere manier weten ze dit dus en zijn ze bekend met de mogelijkheden in onze regio. Heel apart hoe dat werkt.

Wil je meer weten van deze statige witte verschijning, klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grote-zilverreiger 


vrijdag 25 september 2020

Een invasie van buizerds?

een lege Oranjepolder
Nu het najaar er aankomt en de zomer zijn kracht verliest, verandert er ook weer heel wat in de vogelwereld. Een soort wisseling van de wacht vindt plaats, zomergasten vertrekken, winter- gasten zijn onderweg naar hier en er zijn er al een paar gearriveerd. Een mooie periode die altijd weer wat verrassingen oplevert.

(Scandinavische)
buizerd
In de afgelopen weken hebben de boeren weer flink huisgehouden in de Oranjepolder, akkers zijn geschoren, mest geïnjecteerd, slootkanten geschoond en bermen gemaaid. Een kale bedoeling dus, die ook weer zorgt voor meer overzicht. Ik vind een rommelige polder een stuk interessanter maar de leegte zorgt er wel voor dat we vogelbewegingen goed kunnen volgen.  

Zo vielen de grote aantallen buizerds wel heel erg op. Ik ben gewend om tijdens een rondje polder een stuk of drie, vier buizerds te zien. Meestal roepend en schroevend op de thermiek hangen ze dan ver boven je. Ook bijzonder trouwens is, dat het geluid van een buizerd zo enorm ver draagt, je hoort ze al van ver en ziet ze als een klein stipje hoog aan de hemel hangen. 


Ik liep vorige week een grote ronde van vier uur door de polder om tijdens deze tocht alle watervogels te inventariseren en zag op heel wat plekken in de kale velden groepjes buizerd zitten. Soms wel acht in een veld en meestal drie tot vier stuks, maar bij elkaar waren het meer dan vijfentwintig buizerds. Nog nooit eerder zoveel buizerd bij elkaar gezien en dat maakt dus deze periode zo interessant want dan kun je dit soort ongewone waarnemingen doen.

 (Scandinavische)jonge buizerd?

Nu vraag ik mij wel af wat hier de reden van is. Trekken deze buizerds weg? Zijn ze hier omdat er op de lege velden heel veel voedsel makkelijk beschikbaar is? Hebben we hier te maken met "buitenlanders" die hier komen overwinteren? 

Kortom, hoe verklaren we dit fenomeen? Ik weet wel dat alle noordelijke buizerds vanaf september hun broedgebied verlaten en naar het zuiden trekken en het zou dus zomaar kunnen zijn dat nu, eind september, zo'n grote groep doortrekt en hier even pauzeert. Ik denk dat ik het hier maar eens op houd.

Wil je meer weten van deze meest succesvolle roofvogel van ons land, klik dan op de  link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/buizerd


dinsdag 22 september 2020

sprinkhaan in het bos

Al vaker is de vogeltrek in dit blog aan bod gekomen en niet voor niets ook. Elke keer word je verrast door ongewone waarnemingen of verrassende situaties. Enkele jaren geleden, om maar eens een voorbeeld te geven, zag ik op een mooie ochtend in november in de Noordwaard ruim driehonderd watersnippen. Is dat bijzonder of niet? Of in het vroege voorjaar, in een pas omgeploegde akker in de Willemspolder, net klaar voor het nieuwe groeiseizoen, zaten bijna vijftig knalgele kwikstaarten. Net terug uit het warme zuiden en vermoeid in deze akker neergestreken. Ook zo'n wonderlijk schouwspel. En zo zijn er elk jaar wel momenten te benoemen die je nooit zult vergeten.

sprinkhaanrietzanger, zoals hij voluit heet
En naast grote groepen op trek zie je soms ook vogels op plekken waar je ze normaal gesproken nooit tegenkomt. Die zijn zeker zo bijzonder. En dat gebeurde onlangs in de Boswachterij Dorst. In een struikje zag ik verschillende vogels van tak naar tak springen en ik ging er gemakshalve vanuit dat het ook nu weer een groep mezen was. Mijn verbazing was groot toen ik wat beter keek in die struik en daar een grasmus samen met een sprinkhaanzanger zag zitten.

De grasmus kan daar nog, die zie je en hoor je wel vaker in Dorst maar die sprinkhaan, dat was toch wel een hele bijzondere ontmoeting. Een sprinkhaanzanger is veel meer een vogel van de Noordwaard in de Biesbosch of 't Pompveld bij Dussen. 
zijn maatje, de grasmus in Dorst

Min of meer natte gebieden met hier en daar een rietkraagje afgewisseld met wat struikjes of een boompje. Niet al te nat want daar houdt hij niet van want dat is meer het gebied van zijn neef de snor. 

De Boswachterij Dorst heeft deze vogel niets te bieden en het kan alleen maar zijn dat deze sprinkhaan hier even op adem wilde komen. De tocht naar het zuiden is nog lang en gevaarlijk en wie weet komt deze vogel wel uit het "verre en hoge" noorden en is hij op doorreis?

Die tocht maakt hij trouwens 's-nachts en overdag is het rusten en eten geblazen. Energie innemen en verbranden daar gaat het de komende weken om en zijn rateltje horen we pas weer over een half jaar. Het is voor mij dus in deze tijd opletten geblazen, voordat ik het weet gebeurt er iets bijzonders, zomaar onder mijn neus.

Wil je meer weten van deze ratelende rietvogel, klik dan op de link;

vrijdag 18 september 2020

De uilen collectie.

ransuil in de Oranjepolder
Voor mij zijn uilen de meest mysterieuze groep vogels van alle vogels. Moeilijk te spotten en vaak berust een ontmoeting op puur toeval. Je kunt niet zoals bij eenden naar een waterpartij gaan om ze eens goed te bekijken. Afgelopen maanden ben ik behoorlijk verwend met een gezin ransuilen die in de bomen- en struikensingel tussen SCO en IJsco gebroed hebben. Vrijwel elke avond hoorde ik ze roepen en zag ik op een goede avond vlot 3 ransuilen jagen in de weilanden ernaast. elk jaar vinden ze wel een plekje in de Oranjepolder maar ze vinden is dan vaak een ander verhaal.

kerkuilen veer
In de afgelopen maand vond ik op het fietspad langs het Kromgat al vier veren van een ruiende kerkuil. Maar hem spotten is een ander verhaal want ondanks mijn inspanningen om elke avond met de hond tegen een uur of elf de polder in te gaan heeft tot nu toe nog niets opgeleverd.

Frustrerend als je weet dat hij daar elke avond en nacht zijn patrouille vlucht maakt. Soms ligt er ook nog een dode muis op het pad wat naar mijn idee aangeeft dat hij hier volop prooi vangt, zoveel zelfs dat hij er ook nog eens kwistig mee kan strooien en morsen. Met deze twee uilensoorten heb je het in de Oranjepolder wel gehad. Niet dat ik te klagen heb, nee hoor, het is meer dan ik een half jaar geleden zou verwachten.

steenuil in de Noordwaard, 3 september 2020
Naast de uilenjacht in de Oranjepolder ben ik de afgelopen weken ook op jacht naar de bosuil in de bossen van Dorst. Ik heb een paar mooie nestbomen gevonden waar een bosuil perfect in zou kunnen huizen. Ik geef de moed de komende tijd niet op want die bosuil zit in dat deel van het bos en ik zal 'm vinden. Een mooi "target" voor de komende tijd.

En dan een uil die ik eigenlijk niet zo op mijn lijst had staan, is de steenuil. Dit kleine ding zit niet zo in de gebieden waar ik vaak kom en ik reken ook niet zo op een ontmoeting en laat dat nou net wel gebeuren.

Wil je meer weten van een van deze nachtvogels, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steenuil

dinsdag 15 september 2020

Teer vogeltje of toch niet?

porseleinhoen in de Zonzeelse polder
De keren dat ik per jaar een porseleinhoen hoor of zie, is steeds op de vingers van een hand te tellen. Horen doe ik ze meestal in het voorjaar tijdens de BMP tellingen in de Biesbosch en zien doe ik ze meestal in augustus als ze wat minder schuw gedrag vertonen.

Waarom ze zich in augustus wat makkelijker laten zien is voor mij nog steeds een raadsel. Alweer een paar jaar is dat voor de mij de maand om ze zien. Soms bij toeval, zoals een paar jaar geleden in de Zonzeelse polder toen een porseleinhoen uit de sloot opvloog en voor mij langs is de brede vliet aan de andere kant van het pad landde. De vogel was weliswaar van mij geschrokken maar niet zo erg dat hij direct in het riet verdween. Het porseleinhoen bleef goed zichtbaar voor de rietkraag ronddobberen en liet zich zelfs goed fotograferen.

Nog nooit eerder was een porseleinhoen gezien in de Zonzeelse polder, wat een geluk. In het voorjaar daarna ben ik verschillende keren gaan luisteren maar heb hem niet meer gehoord. Het kan zijn dat dit toen ook al een doortrekker was alhoewel het gebied uitstekend ingericht is voor porseleinhoenen. Het water staat niet te hoog, veel robuust riet en ook wel wat open stukken waar het makkelijker foerageren is.

dit is zo'n Biesbosch hoen
Andere jaren moest ik steeds naar de Noordwaard om een porseleinhoen te zien. Horen deed ik ze steeds tijdens de Broedvogel Monitoring Project(BMP) tellingen in de zogenaamde "natte" Biesbosch. Met name de Vijfambachten, Ruwen Hennip en Noorder-plaat zijn uitgelezen plekken voor dit hoen.

In 2018 klonken ze in elke polder tijdens elke telling, wat een luxe was dat want daarvoor en ook daarna was het armoe troef. Dit jaar hebben we tijdens onze telling slechts 1 keer een roepend porseleinhoen gehoord en dat was in de Ruwen Hennip.

Ik hoop er op dat we volgend jaar weer eens een goed porseleinhoen jaar hebben, want de omstandigheden zijn gewoonweg perfect te noemen. Dankzij de inspanningen van Staatsbosbeheer zijn de oude rietpolders een paradijs voor ze geworden. En niet alleen voor het porseleinhoen maar ook voor de 7 roerdompen is het er goed toeven.

Wil je meer weten van deze kwetsbare porseleinen vogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/porseleinhoen