zaterdag 29 augustus 2020

Godzijdank een klever.

boomklever hoog in de top
In deze periode zijn de meeste vogels in de rui. Dat merk ik vooral aan de oorverdovende stilte in het bos. Vrijwel geen enkele vogel zingt nog en je hoort hooguit nog wat contact roepjes.

Deze periode van doffe ellende duurt zo'n week of zes tot acht en dan is iedereen weer voorzien van een nieuw verenpakje. En dan mag er weer wat meer geluid gemaakt worden want dan is het weer een stuk veiliger. Met zo'n nieuw degelijk verenpak is wegvluchten een stuk makkelijker dan in een oude rafelige jas. Ik hoor af en toe nog een mees roepen, de tjiftjaf gaat nog wel door met zingen maar dan heb je het toch ver gehad.

Je hoort nog amper spechten, hooguit een alarmroepje of contactroep, mezen houden hun snavel, boompiepers en -leeuweriken zijn stil of weg en ook de grote groep grote lijsters is stil en mogelijk al deels vertrokken. Merels en zanglijsters zingen niet meer, kortom, het is de komende tijd stil.
naar beneden lopen is een makkie voor deze vogel

In het bos vliegen nog twee uitzonderingen rond, die laten zich nog wel flink horen en dat zijn de boomkruiper en de boomklever. Vooral die laatste met zijn gevarieerde en luide lied is nog goed te horen. Het is een levendige bosbewoner die geen seconde stilzit en van boven naar beneden en weer terug over de stam heen en weer loopt. En tijdens dat heen en weer wandelen, tettert het vogeltje er lustig op los. Ja, het is een handige jongen. Een vermakelijk tafereel wat een welkome aanvulling is op de stille tocht door het bos.

Ik zag een paar jaar geleden nog een staaltje van creativiteit van een boomklever. Hij had een eikel in de schors van een boom klemgezet en zat flink op de schil van de eikel te hakken om zo bij de zachte zaadhelften te komen. Mijn aandacht werd toen door dat hakken getrokken want ik dacht dat een specht in de boomstam zat te hakken. Daar leek het geluid namelijk erg op. Wat een kracht!

Boomklevers zijn wat dat betreft op meerdere fronten creatief want als ze in het broedseizoen een spechtennest in gebruik nemen, "metselen" ze een deel van de opening dicht zodat andere vogels niet naar binnen kunnen en de eieren en jongen veilig opgeborgen liggen.

Wil je meer weten van deze drukste druktemaker van het bos, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomklever

vrijdag 28 augustus 2020

Het puttertje van.....

putter op de kaardenbollen in de IVN Natuurtuin
Het puttertje van Fabritius kennen we allemaal. Prachtig gedetailleerd en kleurecht geschilderd. Dit prachtig `gekooide` vogeltje zie ik trouwens liever in het wild rondvliegen, alhoewel dat vogeltje van Fabritius er voor eeuwig is en die wilde varianten zijn er maar zeer tijdelijk. Ze worden namelijk niet oud, net als al die andere kleine zangertjes.

Daarom moet ik mij er steeds van bewust zijn dat ik te maken heb met een prachtig gekleurde vogeltje en moet ik niet te snel doorlopen als ik putters hoor. Er zitten maar genoeg putters in de polder, bos en Biesbosch. je komt ze overal tegen en dat maakt dat dit bijzondere vogeltje ook alledaags wordt. Zonde om er zomaar aan voorbij te gaan dus.

De bijnaam of naam die vroeger vaker gebruikt werd, is distelvink en dat klopt als een bus. Ik zie ze inderdaad vaak op de uitgebloeide pluizige distelbloemen zitten.
Oranjepolder met her en der distels
Ook kaardenbollen staan bij de putters op de lijst van favoriete foerageerplekken. In de winter zie ik ze vaak in groepen door de Oranjepolder vliegen, soms wel dertig putters bij elkaar. Vooral langs Het Kromgat vliegen ze van els naar els en peuteren de zaadjes uit de elzenproppen. Hoe een bijzonder vogeltje toch zo alledaags kan zijn.

Andere bijnamen van vinkachtigen zijn vlasvink voor kneu en groenling en botvink voor de gewone vink. Voor vinken werden in het verleden dus bijnamen verzonnen maar dat terzijde.

 https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/putter

Sterker terug dan ooit.

ooievaar in de Oranjepolder
Ooit waren ze bijna uitgestorven in Nederland maar de ooievaar heeft zijn "veerkracht" laten zien en is weer helemaal terug in het agrarische landschap. In mijn jeugd waren ze vrijwel compleet weg door het gebruik van "gewasbeschermers", zoals dat tegenwoordig zo mooi heet.

DDT werd volop gebruikt en doodde niet alleen de schadelijke insecten maar ook alle dieren die in de voedselketen zaten, insecteneters stapelden het gif, roofvogels en ook ooievaars aten de insecteneters en stapelden lekker door tot ze erbij neervielen. En zo werd het landschap leger en leger.

ook statig in de (v)lucht
De dalmatiƫr van boer Taks uit de Potten-bakkerstraat liep altijd mee het veld in als Taks zijn gewassen aan het beschermen was en als hij klaar was, kwam hij met een geel/groene hond met zwarte stippen thuis. Gek dat die hond het loodje niet gelegd heeft, maar ja, die at waarschijnlijk geen insecteneters of ooievaars.

Maar nu zie je overal ooievaars en zeker in de afgelopen maand toen ze tijdens de trek in grote getale op de wieken gingen. Hier in de Oranjepolder zaten op een zaterdagochtend 12 ooievaars in een akker. Bij Huis ter Heide kwam ik op een vroege wandeling maar liefst 56 ooievaars tegen en zoveel had ik er nog nooit bij elkaar gezien. Mooi om te zien.
een deel van de groep ooievaars in Tilburg

Op die laatste plek kan ik ze, als ik dat wil, de hele winter nog zien want er blijven altijd een paar luierikken achter die het gemak van een snelle en makkelijke afhaalmaaltijd wel zien zitten. De vuilstort van Tilburg voorziet honderden zo niet duizenden meeuwen van een makkelijke maaltijd en daar hebben een paar ooievaars de kunst van afgekeken.

Terugkijkend op mijn jeugd, die overigens een aaneenschakeling van wonderlijke gebeurtenissen was, heb ik toch behoorlijk wat mooie vogels moeten missen. Geen ooievaars, blauwe reigers en buizerds in de Oranjepolder om er maar eens een paar te noemen. En ik zat toch dagelijks met mijn schepnetje in die Oranjepolder. Dus ondanks alle vervelende bijwerkingen van de vijftiger en zestiger jaren is het toch nog aardig goed gekomen met die Oranjepolder.

Wil je meer weten van deze statige poldergast, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ooievaar

dinsdag 25 augustus 2020

Verrassende karekieten.

pa/ma kleine karekiet waakt bij de jonge vogels
De tweede helft van augustus is bijna voorbij en dan denk je dat het broedseizoen voor de meeste vogels ruim achter de rug is en dat is ook zo. Maar toch zijn er nog wat van die laatbloeiers of laatbroeiers. Ik weet bijvoorbeeld dat merels wel drie legsels in een seizoen kunnen hebben en het laatste legsel vliegt dan in augustus uit en zo zijn er nog wel meer te noemen.

Maar er zijn er ook waar ik dat niet van wist en daar kom je dan al turend in het veld achter. Dit is voor mij ook de meest leerzame methode om mijn vogelkennis te vergroten. De praktijk werkt bij mij altijd beter dan de theorie. Ik lees maar genoeg over vogels en ik leer er ook van, daar niet van, maar de natuur ervaren werkt bij mij beter. Het "veldwerk" daar moet ik het wel van hebben en zo leerde ik afgelopen weekend ook weer wat over de kleine karekiet.

bedelende jong kleine karekiet
Ik was namelijk in de veronderstelling dat de kleine karekiet in mei of juni broedt en niet veel later in de zomer alweer wegtrekt naar het zuiden. Dit is de theorie en die klopt over het algemeen ook. Maar zoals altijd zijn er uitzonderingen. Eind juli, begin augustus trekken de kleine karekieten weg maar dat is niet altijd zo ontdekte ik.

In de Zonzeelse zitten nu, in de tweede helft van augustus, nog kleine kleine karekieten die nog bedelen om voedsel en gevoerd worden door hun ouders. Die zijn zeker nog niet klaar voor de trek en zullen nog wel even hier moeten blijven totdat ze groot en sterk genoeg zijn. Dus er zijn al vogels weg, terwijl hier ook nog vogels met hun legsel in de weer zijn. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat het eerste legsel mislukt is door predatie, weersom-standigheden of andere ellende en dat dit een tweede poging is.

Ik zie ook wel een voordeel voor deze "karren", want toen zij aan hun late legsel begonnen waren al heel wat koekoeken vertrokken. En dat is dus weer een grote bedreiging minder want de karekiet is de favoriete waardvogel voor de koekoek. Dan had deze kleine dreumes het zeer zeker niet gered en nu heeft hij, al is het toch laat in het seizoen, nog een kans om volwassen te worden.

Wil je meer weten van deze krassende rietbewoner, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-karekiet

vrijdag 21 augustus 2020

Door de boomvalk verrast.

boomvalk in zijn geliefde "nestboom"
Als je een beetje goed oplet, wordt je regelmatig verrast door een onverwachte zomergast. Dat is mij de laatste weken een paar keer overkomen met de boomvalk. Ik wist dat de boomvalk in de Vuchtpolder broedt en dat doet hij zelfs voor het tweede jaar in de zelfde hoogspanningsmast. En vorige week vlogen de boomvalken door de Noordwaard en ik weet ook dat de boomvalken vlakbij de Noorderplaat broeden, waarschijnlijk ook in een hoogspanningsmast.

En de verrassing van deze week was een koppel broedende boomvalken in de Oranjepolder. En ook hier is een hoogspanningsmast de "nestboom". In de afgelopen jaren was altijd wel een boomvalk bij ons in de polder te vinden maar het bleef een zoekplaatje waar ze ergens zaten. Dan weer achter de schaatsbaan en het jaar daarop aan de overkant in de Willemspolder.

de bewuste mast in de Oranjepolder
Dit koppel zit voor de verandering achter in de noordwest hoek van de polder op de plek waar straks de nieuwe 380Kv masten komen samen met de vele honderden zonnepanelen en de twee enorm hoge windmolens van dik 200 meter hoog. Dus dit is vrijwel zeker de laatste keer dat de boomvalken deze hoek als hun territorium kunnen kiezen. Wellicht is de 150Kv mast bij ons vlakbij de nieuwe stek voor dit koppel. Maar dat is dan ook maar voor een of twee jaar want die masten gaan gelukkig weg.

De kraaien die de nesten voor de boomvalken bouwen moeten dan creatief worden want voor broedende boomvalken bij ons in de polder zijn we dus afhankelijk van de zwarte kraaien. En niet alleen de boomvalken zijn afhankelijk van de kraaiennesten maar ook de ransuilen maken dankbaar gebruik van de gebruikte kraaiennesten.

Die hebben dit jaar precies diagonaal aan de andere kant van de Oranjepolder gebroed. Bij de schaatsbaan zijn zeker twee jonge ransuilen uitgevlogen. Dankzij de kraaien dus, die ook de nestvoorziening van de torenvalken voor hun rekening hebben genomen. Zo zie je maar dat de door de boeren vervloekte kraai en tot op zekere hoogte ook door vogelaars vervloekt vanwege zijn predatie van jonge vogels, zeer waardevol of zelfs van levensbelang is voor andere vogels
.
Wil je meer weten van deze voormalige bosrand bewoner, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomvalk

dinsdag 18 augustus 2020

Een purper gekleurde lucht.

juveniele purperreiger in de Kievitswaard
Halverwege augustus gaat het gebeuren, de purperreigers gaan op pad. Zo rond de 20e - 28e vertrekt de grote bulk van de "purren" naar Afrika en met wat geluk zie ik ook hier weer  purperreigers overkomen. Ik weet nog van afgelopen jaar, dat ik in die periode met mijn telescoop redelijk wat tijd op zolder heb doorgebracht. En maar turen richting de Amercentrale en westelijk daarvan, richting het zuiden. Dat is zo'n beetje de route die ze volgen.

Vorig jaar is het een paar keer gelukt om er een aantal te zien, de eerste keer waren het vier vogels en een paar dagen later toen de trek echt goed op gang kwam zelfs achttien en twaalf exemplaren. Ze vliegen dan in lijn, niet hoog maar wel verbazend snel.

jonge pur in het nest in het Aart Eloyenbosch
Dat ik nu aan die purpertrek denk, komt ook door de purperreigers die nu in de Noordwaard te zien zijn. Het gaat hier trouwens allemaal om juveniele vogels die vermoedelijk in de Sliedrechtse Biesbosch zijn geboren. In het Aart Eloyenbosch, een van de mooiste stukjes Biesbosch, leeft een kleine kolonie purper-reigers en dat zou dan betekenen dat ze toch een goed geslaagd broedseizoen achter de rug hebben. De zeven purren van afgelopen weekend foerageren in de kreken van de Kievitswaard en dat zegt dan weer iets over de kwaliteit van het gebied.

De Noordwaard verandert niet echt, ook nu zijn de voormalige akkers en weiden weer gemaaid, net zoals dat vanaf het begin in 2016 gaat. Dat de vogels het gebied gevonden hebben, is voor ons natuurlijk prachtig maar broeden zullen de purren in dit gebied niet doen. Aan de overkant broeden ze in een soort mangrovebos. De wilgjes van een meter of vier-vijf staan dicht op elkaar in een extreem nat gebied. Je kunt er alleen met een waadpak in en dan nog is het een soort survivaltocht naar de broedkolonie. Een aantal jaren achtereen ben ik mee geweest naar deze kolonie om de jongen te tellen. De lelijkerds laten zich makkelijk zien in de op ooghoogte gebouwde nesten.

De komende twee a drie weken gaat het weer los en kunnen zomaar 400 tot 500 purren overvliegen. Altijd in de avond, zo rond een uur of acht a negen.

Wil je meer weten van deze zeldzame reiger, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/purperreiger

vrijdag 14 augustus 2020

Zwaluwen hebben het gehad.

boerenzwaluw met jongen
De zwaluwen hebben het gehad want het broedseizoen is achter de rug. Er is niet veel meer te doen dan dik te worden. Flink wat vetreserves opbouwen voor de tocht naar de winterverblijven.

De gierzwaluwen waren er het eerst mee klaar en die zijn stipt op een augustus vertrokken. Amper drie maanden hier en alweer op weg naar hun "tweede" huis. Van een huis of nest kun je niet spreken want de beestjes blijven dag en nacht in de lucht hangen Daar kan ik mij over blijven verbazen, hoe krijgen ze het toch voor elkaar?

huiszwaluw
De oever- en huiszwaluwen gaan ook binnen-kort en de boerenzwaluw blijft hier het langst van het stelletje. die zijn hier trouwens ook als eerste weer terug en eind maart kun je ze alweer tegenkomen. Die verdelen hun tijd mooi gelijk over de twee "thuislanden". Half jaartje hier, half jaartje daar. 

De huiszwaluw is qau tekening wel de mooiste van het stel, alhoewel een boerenzwaluw op kleur ook prachtig is maar de huiszwaluw heeft met zijn verenpakje iets deftigs, Het lijkt een soort jacquet met dat scherp getekende blauw-zwarte en witte patroon.
huiszwaluw in het nest
Die witte stuit knalt er echt uit als de vogel voorbijraast en maakt hem dat ook zo herkenbaar. Het nest wordt het liefst onder witte dakranden of overstekken gebouwd en ziet er degelijk uit ook al is het gemaakt van modder en speeksel. Het wordt zo hard als cement en blijft makkelijk een seizoen lang zitten. Maar dan is het ook genoeg en valt het van lieverlee uit elkaar. Volgend jaar een nieuwe ronde met nieuwe kansen.

Wil je meer weten van deze chique zomergast, klik dan op de link;

dinsdag 11 augustus 2020

Jonge klauwieren.

 
2 bedelende jonge grauwe klauwieren
Het gaat goed met een van de zeldzaamste broedvogels van Nederland. Tenminste dat idee heb ik vanwege een artikel in het AD over het broedsucces van de grauwe klauwier bij Het Leersumse Veld op de Veluwe en mijn eigen waarneming van een succesvol koppel grauwe klauwieren.

Het koppel klauwieren dat ik alweer met enige regelmaat de afgelopen maanden heb gevolgd, heeft dit jaar zeker twee jongen voortgebracht. Het zijn levendige beestjes die constant om eten en dat is een goed teken. De vogels zijn nog niet zelfstandig en zijn nog enkele dagen of een weekje afhankelijk van pa en ma. Niet veel later deze maand of begin september moeten ze op de wieken en zeker 10.000 km vliegen. De bestemming is Congo, Kenia, Tanzania of daar ergens in de buurt.
mannetje grauwe klauwier
Onvoorstelbaar eigenlijk, want echte vliegconditie of navigatie ervaring hebben ze niet. Ik snap nu ook wel waarom zoveel vogels op die trek sneuvelen. Ik meen mij te herinneren dat tijdens de trek zo'n twaalf miljoen vogels(het gaat om allerlei soorten) het om de een of andere reden niet redden.

Toch hebben de ouders van deze twee jonge vogels het alweer drie jaar op rij voor elkaar gekregen om dat retourtje zonder noemenswaardige schade heen en weer te vliegen. Het tweede mannetje in dit gebied heb ik na de balts van dit voorjaar niet meer gezien en is dus doorgetrokken naar een nieuw territorium op zoek naar een vrouwtje. En als het dus allemaal uitkomt, hebben we volgend jaar mogelijk een paar koppeltjes extra in het gebied zitten.

De twee jonge klauwiertjes van vanmorgen zagen er in ieder geval patent uit. Het boevenmaskertje begint zich langzaamaan te tonen en dat zou dus op twee mannen kunnen duiden. Vrouwtjes klauwieren zien er minder "crimineel" uit en missen die zwarte oogstreep en teugel. Een mooi broedseizoen dat volgend jaar misschien wel tot een tweede broedpaar leidt?

Wil je meer weten van deze vogels met een Zorro masker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grauwe-klauwier

vrijdag 7 augustus 2020

Visdieven stelen geen visjes.

volwassen visdief
Van alle sternen die bij ons voorkomen is de visdief wel de bekendste en meest algemeen voorkomende soort. Zowel aan de kust als in het binnenland kom ik ze regelmatig tegen.

In de Biesbosch zitten er altijd wel een stelletje. Je hoort ze meestal al aankomen en dansen dan elegant voorbij en breken die dansende vlucht abrupt af voor een plotselinge duik in het water. Soms hebben ze dan een klein visje te pakken maar vaak zijn het ook alleen maar schijnbewegingen. Het maakt deze vogel tot een levendig beestje en dat moet je wel willen zien. Ze zijn een beetje gewoontjes geworden voor mij en dat is eigenlijk best jammer.

jonge visdief met donkere snavel
Elke keer als ik aan de kust ben, langs een rivier loop of in de Biesbosch ben, is de kans groot dat ik ze zie of hoor. Ik zie ze zelfs in de grote vijver bij ons om de hoek. Altijd maar een paar weken in het voorjaar en daarna zijn ze weg naar hun broedgebied. Tenminste dat denk ik want hier in de buurt is geen geschikte broedplek te vinden. Aan de kust, bijvoorbeeld bij Tureluur, zitten ze in flinke kolonies bij elkaar en in de Biesbosch is de groep wat kleiner maar broeden doen ze er wel. Het is zo'n vogel net als een houtduif, kraai of knobbelzwaan waar je geen moeite voor doet. Ik kom ze toch vanzelf tegen en goed bekijken doe ik ze ook niet meer waardoor de vogel door mij onterecht zwaar ondergewaardeerd wordt.
vissende visdieven aan de kust(maandag3 augustus)
Afgelopen maandag zag ik weer volop visdieven maar deze keer trokken ze wel mijn aandacht want er vlogen veel jonge vogels tussen. Ze hebben de rode snavel nog niet waardoor ik nogal eens op het verkeerde been wordt gezet. Is het een grote stern, dwergstern of zelfs een noordse, daar denk ik dan aan. Maar het zijn bijna altijd jonge visdieven. Die andere sternen zijn in deze tijd bijna allemaal al weg, behalve de dwergjes. Die zitten er nog wel. Het broedseizoen is voor hen weer achter de rug en de jonge vogels weten niet wat hun te wachten staat. De trek naar zuidwest Europa of de westkust van Afrika is aanstaande. Ze zitten hier nog wel een maandje of twee en dan is het gebeurd.

Wil je meer weten van deze luchtacrobaat, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/visdief

dinsdag 4 augustus 2020

Is de trek al begonnen?

zomertortel
Gistermorgen, zo rond een uur of acht, negen zag ik in de duinen van Flakkee de eerste tekenen van de najaarstrek. Normaalgesproken zou ik daar in deze tijd van het jaar niet zo bewust bij stilstaan als het niet zulke bijzondere vogels betrof. Ik werd door twee vogels aan het denken gezet. Het waren namelijk purper- reigers die laag overvliegend naar een duinplasje vlogen en daar uiteindelijk ook neerstreken. Ik kon ze zo goed bekijken.

Purperreigers, van oorsprong moerasvogels, bewoners van het binnenland, de laagveen gebieden zoals bij de Nieuwkoopse Plassen, de Zouweboezem, Weerribben en Wieden, verwacht je niet aan de kust. Ik heb alleen purperreigers tijdens de voorjaarstrek bij Breskens aan de kust gezien. Maar ja, aan het eind van de zomer moeten ze toch ook weer terug. Waarschijnlijk vliegen ze langs dezelfde route weer naar het zuiden. Dit is niet vanzelfsprekend, er zijn namelijk ook vogels die in het najaar een veel meer oostelijke route kiezen dan in het voorjaar als ze hier naartoe komen.

purperreiger
Niet alleen deze twee purperreigers, die wat aan de vroege kant de terugreis zijn begonnen, zijn vertrokken. Ook twaalf zomertortels vlogen in een soort van formatie over. Zij kozen een duidelijk zuidelijke route.

Normaalgesproken zitten ze niet in grote groepen bij elkaar zoals de purperreigers dat juist wel doen. Vanwege dit gedrag ga ik ervanuit dat het trekgedrag is. Van beide soorten is deze beweging aan de vroege kant. De zomertortels vertrekken meestal begin september en van de purperreigers weet ik dat de trek zo vanaf twintig augustus begint.

Zijn het dan jonge vogels die al eerder vertrekken of zijn het incidenten en blijft de grote meute nog gewoon hier? Het blijft gissen maar het viel mij op dat dit niet het gewone gedrag is van deze twee zeldzame soorten. Zeker de purperreigers verwacht je niet aan de kust tenzij het dus in de trek-periode is. De ander soort, de zomertortel is inmiddels een kustvogel geworden en niet omdat de vogel zich hier heeft aangepast, nee, omdat hij zich in de rest van het land niet meer thuis voelt. Er is teveel aan de hand met het natuurlijke leefgebied van dit mooie duifje. In ieder geval waren deze twee mooie waarnemingen weer de overpeinzing waard. En of het zo is? Ik weet het niet maar het zou zomaar kunnen.

Wil je meer weten van deze twee schaars geworden broedvogels, klik dan op de link,
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/purperreiger
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zomertortel

vrijdag 31 juli 2020

Toch nog kwartels.

2 kwartel territoria
De aanhouder wint, zullen we maar zeggen. De vierde poging om in de Noordwaard kwartels te inventariseren leverde een aantal roepende kwartels op. In tegen-stelling tot de gebruikelijke inventarisatie momenten, laat in de avond bij gunstige weersomstandigheden als het schemert, was het deze keer prijs in de zogenaamde "na nacht". Oftewel tegen de ochtend als het nog donker is en de zon nog een uurtje of wat op zich laat wachten. Dat is ook een zeer geschikt moment.

In deze tijd van het jaar betekent dat dat je 's-morgens om een uur of vier op je post moet zijn. Deze week was in eerste instantie een diepe teleurstelling toen ik op een van de beste plekken aankwam. De polder Eijerwaard was namelijk helemaal platgemaaid. Alle kruidige planten en grassen die normaal gesproken een perfecte bescherming voor de kwartels zijn, lagen fijn gemaaid te drogen. Bijna klaar om afgevoerd te worden. Wat dat voor de kwartels in dit gebied betekent laat zich raden.

Vorig jaar is hetzelfde gebeurd, ook toen was alles verstoord. Rijkswaterstaat heeft als eigenaar van het gebied een heel ander beeld bij de Noordwaard en heeft maar een doel voor ogen, een snelle doorstroming van het overtollige water in het gebied. Alle overlegorganen met de thema's Gebiedsvisie Biesbosch, Gebiedsvisie NL Delta, Gebiedsvisie Noordwaard en Toekomstvisie Parkschap NP de Biesbosch hebben nog maar weinig bereikt en dat is jammer. Maar dit terzijde.

uitgesproken kwartelland
De kwartelinventarisatie in de zogenaamde na nacht leverde deze keer wel een aantal roepende kwartels op. Gelukkig maar want het seizoen om deze vogels te inventariseren loopt op zijn eind.

Morgenochtend ga ik de laatste kwartel-inventarisatie van dit seizoen doen. De polder de Zalm is dan aan de beurt. Ik heb in de afgelopen jaren slechts een keer een roepende kwartel in het gebied gevonden en ik hoop dat die er morgen ook weer zit. De algemene indruk is dat dit jaar minder kwartels in onze gebieden zitten. Ook in de Lage Vuchtpolder zitten flink minder kwartels. De zes roepende kwartels op een ochtend van een paar jaar geleden heb ik bij lange na niet gehaald. Het hoeft daarom nog niet slechter te gaan met de vogel maar het is wel jammer dat je ze nu opeens stukken minder hoort. Laten we hopen dat volgend jaar een beter kwarteljaar is.

Wil je meer weten van de "kwik-me-dit", klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kwartel

dinsdag 28 juli 2020

Kijk wie kruipt daar?

is dit een taigaboomkruiper?
Afgelopen week zag en hoorde ik in de Boswachterij Dorst zoals gewoonlijk de boomkruipers weer volop roepen. Herkenbaar geluid en dat hoor je eigenlijk het hele jaar door wel. Dit in tegenstelling tot veel andere zangvogels die je alleen net voor en in de broedperiode hoort. Ik ga er dan ook altijd blind vanuit dat het de "gewone", bij ons algemeen voorkomende boomkruiper is. Ik ga er ook vanuit dat de andere soorten boomkruipers zoals de taigaboom-kruiper en de kortsnavelboomkruiper hier niet voorkomen.

Maar met dit soort aannames moet je voorzichtig zijn, er kan namelijk altijd wel eens een keer een uitzondering in het gebied zitten. Net zoals de temminck strandloper die afgelopen maand in de Bleeke Heide zat of de maand ervoor, de orpheus spotvogel bij Het Merkske. Hele ongebruikelijke soorten voor de gebiedjes in kwestie. En dat overkwam mij afgelopen week dus ook in de buurt van het oude zwembad Surea. Ik dacht namelijk een boomkruiper te zien en maakte een foto.

zoek de verschillen
Een korte check van deze foto liet een toch wat anders uitziende boomkruiper zien maar dat zegt nog steeds niets. Binnen een soort kunnen veel verschillende variaties voorkomen. De koploper hierin zijn kemphanen die niet alleen in kleur maar ook in postuur enorm van elkaar kunnen verschillen.

lange snavel=gewone boomkruiper
Mijn "nieuwe" boomkruiper had een paar kenmerken die wel eens bij de taigaboomkruiper zouden kunnen passen. De snavel was korter, de rugtekening was zeker niet gelijkmatig getrapt zoals van de "gewone" boomkruiper en hij had in het geheel geen witte toppen aan de handpennen.

Dus de specifieke kenmerken van een boomkruiper leken te ont-breken en de kenmerken van de taiga, met name de kortere snavel en rommelige vleugel streep klopten veel beter. Toch houd ik nog enige reserve bij deze waarneming want zo'n taigaboomkruiper komt wel in Nederland voor maar niet in deze periode. Gelukkig heb ik een goede foto bij mijn waarneming kunnen voegen en de waarneming op onzeker gezet. Ik laat het dan graag aan de deskundigen over om de waarneming te beoordelen. Zonder goede foto had ik deze waar-neming niet gemeld want daar heb je niets aan. "Meten is Weten" zeggen ze wel eens en zo zie ik deze onzekere waarneming ook. Wel weer heel leerzaam en leuk om mee bezig te zijn.

Wil je meer weten van deze taiga bewoner, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/taigaboomkruiper

vrijdag 24 juli 2020

Krijsend de nacht in.

de avond valt in de Oranjepolder
Avond na avond, tijdens het late wandelingetje met de hond, vliegen de blauwe reigers over. Ze zijn op weg naar de slaapplaats achter de voetbalvelden van SCO. Het is dan een uur of half elf en al behoorlijk aan het schemeren. De reigers houden, tijdens de laatste vlucht van de dag, steeds contact met elkaar. Korte kreten kondigen hun komst aan.
En dat is dan weer makkelijk om ze te spotten want erg hoog vliegen ze niet, waardoor ze niet zo heel makkelijk te zien zijn. Ze vliegen ter hoogte van de boomtoppen waardoor ze opgaan in de achtergrond van het groen. Met de verrekijker spotten lukt wonderlijk genoeg wel erg goed. Niet dat ik de vogels van dichtbij wil zien maar die kijker haalt op de een of andere manier veel meer licht binnen dan ik dat met het blote oog kan.

blauwe reiger
Hierdoor kan ik dus zien om hoeveel vogels het gaat. Het aantal reigers verschilt overigens per avond en het aantal schommelt tussen de 17 en 24 exemplaren. Ik overzie slechts een kwart van de mogelijk gekozen aanvliegroutes dus het uiteindelijke aantal reigers zal nog een stuk hoger liggen. Het kan dus dat ze de ene keer uit de Oranjepolder komen en de dag erna uit de Willemspolder.

Behalve dat de manier van contact houden opvalt, valt nog wat op en dat is het gekozen tijdstip waarop de vogels naar bed gaan. Het overvliegen naar de slaapplaats gebeurt maar in een hele korte tijdsspanne, binnen vijf tot maximaal tien minuten is alles voorbij. Je zou bijna gaan denken dat ze daar met elkaar afspraken over maken maar het ligt denk ik iets anders.

Alles heeft in de vogelwereld te maken met de opkomst en ondergang van de zon. Zij laten hierdoor hun dag- en nachtritme bepalen. Er waren in de afgelopen week avonden bij dat er wel acht blauwe reigers vlak bij elkaar overvlogen en allemaal riepen ze wel een keer. Elke kreet klonk weer net iets anders maar allemaal waren het overduidelijk reigerkreten, van die lelijke krijsgeluiden. Kort en krachtig en hard, blij dat ze naar bed kunnen want in deze tijd zijn het maar korte nachtjes.

Wil je meer weten van deze spookachtige overvliegende schimmen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/blauwe-reiger

dinsdag 21 juli 2020

Late valken.

jonge torenvalk net buiten het nest
Vorige week schreef ik al dat de broedperiode van de groene specht niet zo strak hoeft te verlopen als de broedperiode van bijvoorbeeld de gierzwaluw. Ze hebben als standvogel gewoon wat meer tijd om de zaakjes zoals de voortplanting te regelen. Een andere stand-vogel die ook wat meer rek in die periode heeft is de torenvalk. Zo'n torenvalken koppel die daar wat ruim mee omgaat, is het koppel valken dat nu broedt in de Oranjepolder.

Het begin van deze jaarlijkse cyclus verliep voor dit koppel niet zoals gepland. Voor het tweede jaar op rij was dezelfde hoogspannings-mast als broedplek uitgekozen. Ook nu was een gebruikt kraaiennest het doel. Vorig jaar was dat ook het geval en zat een koppel kraaien op amper vijf meter ook te broeden.
de thuisbasis
Dat zorgde voor constante spanningen en conflicten. Ik denk dat de kraaien dit jaar geen zin hadden in de dagelijkse burenruzies en nog voordat de torenvalken konden beginnen met broeden werden ze door de kraaien al verjaagd.

ook een jonge torenvalk van dit jaar
(maar een veel volwassener dier)
Maar wat ik niet zo direct had verwacht, is dat de valken volhardend zijn en als ze hun zinnen eenmaal op een nestlocatie hebben gezet, ze ook alles zullen doen om die te claimen. Het duurde alleen een week of zes langer voordat ze zover waren en dat ze het oude nest in gebruik konden nemen. De kraaien waren al klaar en waren vertrokken zodat de burenruzies ook achterwege konden blijven. Deze verlate broedpoging is dus voor torenvalken als standvogel niet echt een probleem. Die rek zit er dus gewoon in.

De torenvalken zijn nu zover, het is zowat eind juli, dat de donsjongen bijna groot genoeg zijn om over een week uit te vliegen. Het kan ook nog een weekje later zijn maar op 1 augustus zijn ze vliegvlug en dat is bijna zes weken later dan normaal. Zo zie je maar dat die standvogels veel flexibeler zijn dan de trekvogels. Die hebben "harde deadlines" waar ze mee moeten dealen. Op tijd arriveren, partner zoeken, eieren leggen, uitbroeden en vertrekken in amper drie maanden. Daar zit zoveel speling echt niet in.

Wil je meer weten van de "klamper", zoals de torenvalk in Oosterhout heet, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/torenvalk

vrijdag 17 juli 2020

Het is groen en het lacht.

jonge groene specht(15 juli jl.)
Dit is wel, als het om groene spechten gaat, de luidruchtigste periode van het jaar. Je hoort ze overal roepen of lachen want daar lijkt het geluid van de groene op. De jonge vogels zijn uitgevlogen en door middel van die harde roep houden ze contact met elkaar. De jonge vogels, onbevreesd als ze zijn, vliegen door de wijk, landen op de stoep of zitten op de grasvelden in de buurt. Ze verkennen de boel en zoeken al zelfstandig voedsel.

Wat mij hieraan opviel is dat deze jonge vogels over een grote periode in het voorjaar en de zomer uitvliegen. Toch brengen ze maar een legsel per jaar voort en wat mij daaraan dus opviel was, dat het ene koppel vroeg begint en het andere pas laat in het seizoen aan de slag gaat. In de Oranjepolder zag ik jaren geleden op 6 juni 2010 een jonge groene specht, deze week een vergelijkbaar exemplaar en het is nu dus 15 juli! De laatste uitgevlogen jonge groene specht die ik wel eens heb gezien dateert van 29 augustus 2016. Kortom, de broedperiode van deze "standvogel" is dus erg groot en is grofweg uitgespreid over een periode van drie maanden.

jonge groene specht(29 augustus 2016)
Ik denk dat bij standvogels het allemaal niet zo nauw komt en er meer tijd genomen wordt om een legsel voort te brengen, ze hoeven immers toch niet weg er zit gewoonweg geen druk op.

Bij trekvogels zit dat dus heel anders en let het allemaal wel erg nauw. De aankomst hier is strak geregeld, het broedproces afgestemd op het voedselaanbod(het uitvliegen van of beschikbaar zijn van bepaalde insecten), het opgroeien en voldoende kracht verzamelen om de lange reis naar de overwintergebieden te maken. Het moet allemaal kloppen anders is alles voor niets geweest. Een heel ander leven dus. Ik denk dat je hiermee de broedperiode naast de vogeltrek wel als grootste verschil in de vogelwereld kunt aanduiden. Standvogels versus trekvogels. Daartussenin zitten nog jaarvogels, dwaalgasten en deeltrekkers.

Nee, dan hebben die standvogels het toch een stuk makkelijker, tenzij we dus weer eens een echte strenge winter krijgen want dan sneuvelen ze bij bosjes, ijsvogel, winterkoning, groene specht om er maar een paar te noemen.

Wil je meer weten van dit lachebekje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/groene-specht