dinsdag 20 april 2021

Ik wou dat ik een wouw zag.

Noorderplaat in de vroege ochtend
Niets is zo onvoorspelbaar als de vogeltrek. De vogeltrek op zich staat vast, zelfs de periode waarin een vogel vanuit Afrika in Nederland aankomt en dat kan zelfs tot op de week precies voorspelt worden (tenminste als we een normaal voorjaar hebben). Maar de exacte koers wordt door een onvoorspelbare factor bepaald en dat is bijvoorbeeld de windrichting. Een harde westenwind of een harde oostenwind bepalen dan de exacte route naar het verkozen broedgebied. 

Zo zie je bijvoorbeeld tijdens de kraanvogel trek dat de vogels bij westenwind over Duitsland en het Nederlandse grensgebied noordwaarts vliegen. Maar bij een stevige oostenwind of noordoostenwind kunnen deze kranen zomaar over ons hoofd naar het noorden vliegen. Dus tijd en richting staan vast maar de exacte koers is variabel.

Deze situatie maakte ik afgelopen week in de oude rietpolder, de Noorderplaat in de Biesbosch mee. De vroege BMP telling(Broedvogel Monitoring Project) van SOVON stond namelijk op het programma.

zwarte wouw(Y.Seminario)
De dag ervoor was een zwarte wouw aangekomen in de Noordwaard en zou hoogstwaarschijnlijk daar de nacht doorbrengen, Deze vogel is van Afrika op weg naar de broedgebieden in het noorden van Europa. Waarschijnlijk heeft de wind de koers bepaald en ervoor gezorgd dat hij bij ons in de buurt verzeild is geraakt.

Ik had in diverse landen in en buiten Europa vaker zwarte wouwen gezien maar nog nooit in Nederland. De vroege tocht, nog in het donker, voer langs de polder waar de zwarte wouw mogelijk overnacht heeft. Opletten dus! Al gauw was duidelijk dat we de vogel niet zouden zien, hij zat niet in de Ganzewei en in ons telgebied leek niets wat voorbij vloog op een zwarte wouw. De roofvogels vlogen die ochtend in flinke aantallen want we tikten makkelijk de tien bruine kiekendieven aan, drie zeearenden, twee visarenden, twee haviken en een buizerd vlogen voorbij.

Buitenkooigat met aan de overkant de
Ganzenwei waar de zwarte wouw sliep
Laag over het riet zagen we een donkere roofvogel jagen. Heel anders dan een kiekendief die je met zijn kenmerkende vlinderachtige en trage vlucht makkelijk herkent. Stugge vleugelslag, vastberaden vliegend, donker en kop met een lichtere kleur dan het lijf naar beneden zocht de vogel naar een prooi. De twijfel sloeg toe, dit leek wat weg te hebben van een kiekendief maar dan anders. Toen de vogel voorlangs vloog was de gevorkte staart het verlossende kenmerk, dit is de zwarte wouw die hier sinds gisteren verbleef. 

Eindelijk mijn eerste zwarte wouw in Nederland. Ik had de vogel met wart extra inspanning al eerder kunnen zien want vorig jaar vloog er ook een over alleen zag ik die niet ook al werd ik via een appje ingeseind dat de vogel er aankwam. Wat geduld betaalt zich uiteindelijk uit in een mooie zeldzame waarneming, zo zie je maar.

Wil je meer weten van deze bijzondere verschijning, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwarte-wouw

vrijdag 16 april 2021

Toch nog een klapekster gespot.

Klapekster in april
Een klapekster spotten is niet vanzelfsprekend. Dat was het in het verleden in de winter wel. In de bossen van Dorst, Strijbeekse Heide, Bleeke Heide en Biesbosch waren altijd al de geijkte plekken om een klapekster tegen te komen. Maar de laatste paar jaar moet ik daar steeds meer moeite voor doen. Dit jaar stond de teller nog op nul en had ik mijn pijlen alweer op de komende winter gericht. Later in het jaar zou ik dan een nieuwe kans krijgen om de vogel bij te schrijven op de jaarlijst van 2021.

Meestal lukt dat wel en loop ik er zo nog wel een keer tegenaan. Maar de steeds maar aanhoudende winter waar we nu alweer weken in verzeild zijn geraakt (die ikzelf zo gigantisch beu ben), zorgde ervoor dat de drang om te vertrekken voor sommige vogels nog niet zo groot is. 

Polder Lepelaar in de vroege ochtend
In de bossen van Dorst zitten bijvoorbeeld nog steeds flink wat kleine en grote barmsijzen. En zo zat er dus, tegen alle verwachtingen in, nog een hele late klapekster in de Polder Lepelaar in de "natte" Biesbosch.

Een zeldzaamheidje zo half april en in Nederland kun je ze amper op een paar vingers van een hand tellen. Zo weinig zijn er nu bij ons nog aanwezig. Ik ben benieuwd of dit een mannetje of vrouwtje is geweest want de ze broeden eigenlijk al vanaf eind maart en we zitten nu half april. 

Karakteristieke houding van de klapekster
Zou dit een jonge vogel van afgelopen jaar zijn en nog aan zijn of haar eerste broedseizoen gaan beginnen? En broeden in Nederland zit er niet in want het laatste broedgeval dateert alweer van ruim twintig jaar geleden. 

Een raadselachtige waarneming want ik kan hem niet goed plaatsen in deze tijd van het jaar. Voor de jaarlijst een mooie extra waarneming maar daarbij hoort ook enige bezorgdheid of de vogel toch wel fit genoeg is voor de verre thuisreis.

Wil je meer weten van deze witte winterse verschijning, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/klapekster

dinsdag 13 april 2021

Heerlijk hoempende roerdompen.

goed gecamoufleerde roerdomp
Eind maart riep, op een vroege ochtend aan de rand van de oude rietpolder De Vijfambachten in de Biesbosch, de roerdomp. De eerste van het broedseizoen en zeker niet de laatste want er staan de komende tijd vijf vroege broedvogel inventarisaties op het programma. De ene keer in de Vijfambachten en Ruwen Hennip, de andere keer in de grote rietpolder, de Noorderplaat. 

Elke telling levert wel een paar roepende roerdompen op. Af en toe vliegt er een op en naarmate het broedseizoen vordert, neemt die kans op een zichtwaarneming toe. Straks als de jongen groter worden, zijn de ouders druk met foerageer- vluchten en is de kans op een zichtwaarneming groter. 

De roerdompen in de oude rietpolders gedijen hier prima. Na het herstel van de water in- en uitlaat en een goed beheer van de polder en waterstand, is hier een roerdompen paradijs ontstaan. De telling in de Noorderplaat van afgelopen weekend, door een collega teller, leverde maar liefst zeven roepende roerdompen op. Volgens mij een record. 

roerdomp in paalhouding
Elk jaar probeer ik iedere individuele roerdomp op basis van zijn gehoemp te "herkennen". Het schijnt zo te zijn dat elke roerdomp zijn eigen liedje zingt of hoempt. De combinatie van hoempen; hard-zacht, lang-kort en aantal keren hoempen in de verschillende combinaties maakt het mogelijk om elke individuele roerdomp te herkennen. Echt lukken wil het nog niet. In de Noorderplaat zat een roerdomp, in het meest westelijke stuk van de rietpolder, die elke keer drie hoempen liet horen en elke hoemp duurde even lang. Dat was dus zijn "handtekening". 

Onderzoekers die zich hier op hebben toegelegd, hebben jaren nodig om in een bepaald gebied de vogels op hun baltsroep te herkennen. Dus ik heb niet de illusie dat ik de roerdomp van vorig jaar in het westelijke deel van de Noorderplaat weer herken. Ik ga het natuurlijk wel proberen, al zal het een moeilijke klus worden, want dit jaar zitten daar dus zeven roerdompen en zie hem er dan maar eens tussenuit te pikken.

Dat in deze polder nu zeven vogels zitten te roepen, is bijzonder want volgens mij is dit gebied te klein voor zoveel vogels. Een roerdomp heeft een flink territorium nodig en het seizoen is nog jong dus het kan zijn dat er nog een paar vogels het gebied uitgedrukt worden. Geen probleem want in de Biesbosch er zijn nog genoeg lange en brede rietkragen beschikbaar.

Wil je meer weten van deze bijzonder schuwe rietvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/roerdomp

vrijdag 9 april 2021

Is de grote barmsijs echt groot?

kleine barmsijs
Op 1 april en dat is geen grap, maar ook in de week daarna, vlogen in de Boswachterij Dorst nog tientallen kepen, sijzen en barmsijzen rond. Ik had er eigenlijk al niet meer op gerekend dat deze wintergasten nu nog hier zouden zijn maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat deze sijzen en kepen op doorreis zijn en vanuit wat zuidelijker gelegen gebieden op weg zijn naar huis. De hele winter kom je hier wel eens een paar sijzen, barmsijzen en een incidentele keep tegen maar zoveel dat er nu zitten heb ik de hele winter nog niet meegemaakt. 

De vogels hadden een uitgesproken voorkeur voor de berken met hun bloeiende katjes. Ik denk dat ze daar voldoende voedsel uit weten te halen om de lange reis naar huis te kunnen maken. Nadeel van deze vogels is dat ze graag in de toppen van de bomen foerageren, erg druk en opvliegerig zijn. Het valt daarom niet mee om elke individuele vogel goed te bekijken. Elke keer vloog de groep op , maakte een rondvlucht en landde weer in de toppen van de boom ernaast of wat verder en nogal eens net iets te ver voor mij.

grote barmsijs(m)
Toch lukte het om de barmsijzen steeds even beter te bekijken. Het kan ook zijn dat ik steeds dezelfde sijs een tiental keren heb bekeken. Er zit wel degelijk verschil in de soorten, de `gewone` sijs heeft altijd wat geels in het kleed. De vrouwtjes wat minder dan de bijna kanariegele mannetjes sijzen. De verschillen tussen de barmsijzen liggen een stuk subtieler. De grote barmsijs die tussen de kleine barmsijzen zat, viel wel op door de felrode kleur op een bleek, bijna wit-grijs verenkleed. De grote barmsijs is niet zozeer zichtbaar groter maar wel anders gekleurd dan de kleine barmsijs die echt wat warmer bruin gekleurd is.

De kleine barmsijzen waren samen met een groep kepen al van verre te horen en te zien. Steeds een korte vlucht en luidruchtig foeragerend in de toppen van de berken en lariksen in een tijd dat het broedseizoen voor hun over minder dan twee weken begint. Opmerkelijk om ze dan hier nog te zien. In gedachten wenste ik alle sijzen, groot en klein een goede thuisreis toe. 

Wil je meer weten van de grote en kleine barmsijs, klik dan op de link,
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grote-barmsijs
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-barmsijs

dinsdag 6 april 2021

Ransuilen broeden opnieuw in de polder.

volwassen ransuil
Ik vermoed dat elk jaar, en dat ook alweer jarenlang, ransuilen in de Oranjepolder leven en ook broeden. Door de jaren heen kom ik ze steeds weer tegen. Bijvoorbeeld in de Natuurtuin van het IVN, waar ze ook wel eens gebroed hebben of ik kom ze tegen bij de voetbalclub SCO die afgelopen jaar als broedlocatie aan de beurt was. Ook de volkstuintjes, de schaatsbaan, onze eigen tuin en langs het Kromgat zijn allemaal plekken waar ik ze wel eens ben tegengekomen. Het is zeg maar een redelijk stabiele populatie die misschien ook wel meer vogels voortbrengt die elders, buiten de Oranjepolder een eigen territorium bezetten. Deze, verder erg kale en wat doodse polder, levert zo stiekempjes aan toch wel eens wat moois op. 

Want naast ransuilen leven hier minstens twee koppels torenvalken, af en toe een koppel boomvalken en twee koppels buizerds die ook allemaal jongen voortbrengen en hier van een goed gevulde muizentafel eten. Er leeft verder weinig in die weilanden met Engels raaigras, waar zowat de hele polder uit bestaat, maar muizen gedijen er dus kennelijk goed in. 

de vier jonge ransuilen
In de IVN Natuurtuin in de Oranjepolder zijn alweer een tijdje geleden vier jonge ransuilen geboren en die heb ik destijds goed kunnen volgen. Dat kwam omdat ik het geluk had dat vrij snel nadat ze waren uitgevlogen, ik de jongen in de boomgaard van de tuin een tijdje kon volgen. Ze waren erg honkvast en werden nog gevoerd door de ouders. Ze bleven daar ruim een maand rondhangen om daarna uit te vliegen.

De ransuilen van dit jaar zitten nu vlakbij de sportvelden in de Oranjepolder en hebben volgens mij ook weer jongen. Het is er namelijk de tijd voor want in februari zoeken de koppels een oud kraaien- of eksternest en bezetten dat nest om te broeden. Met wat geluk, en dat hangt ook van de muizenstand af, vliegen hier de komende maand ook weer jonge ransuilen uit. Het vrouwtje roept elke avond en het roepje duidt op een vrouwtjes uil die op of bij het nest zit. 

twee toch wel verschillende broers of zussen
Met de ransuilen gaat het in ons land ook alweer een hele tijd niet goed en het is daarom extra fijn dat hier elk jaar een koppel aanwezig is en de stand hier niet verder terugloopt. Het koppel moet wel voor voldoende nageslacht zorgen want anders houdt het hier ook een keer op. En op die ontwikkeling heb je weinig zicht, het aantal vogels wat uiteindelijk jaarlijks uitvliegt en volwassen wordt is mij dus niet duidelijk. Jonge vogels kunnen tientallen kilometers verder een eigen territorium bezetten.

Het gekke van deze vogels is, is dat ze vaak in de nabijheid van bebouwing verblijven. Je zou denken dat ze met name in de bossen leven maar dat is niet zo. Vlakbij agrarisch gebied met bebouwing heeft de voorkeur. Dus wat dat betreft, klopt dit plaatje in de Oranjepolder wel. Ik wacht met spanning af totdat ik de jongen in of bij het nest om voedsel hoor bedelen. Vandaag zat de ransuil op de rand van het nest en dat zou dus kunnen betekenen dat de eerste jonge uilen al uit het ei zijn gekomen. 

Wil je meer weten van deze mooie nachtelijke verschijning in onze polder, klik dan op de link;

vrijdag 2 april 2021

Een gekuifde houthakker.

de kuifmees bij het nest in aanbouw
Het is begin april en al een flink deel van de broedvogels is gearriveerd of komt de komende dagen en weken aan. Ik wacht deze week op de grasmus en sprinkhaanzanger. Afgelopen week zijn de snor, gekraagde roodstaart, boompieper gearriveerd en dan noem ik niet alles want dan wordt de opsomming zo groot dat er geen eind aan lijkt te komen.

Deze meeste vogels zijn nog niet direct klaar om te broeden, dat gaat de komende weken gebeuren alleen de standvogels zijn alweer een stapje verder en als je een beetje oplet, maak je daar genoeg van mee. De vogels zijn zo druk dat ze niet allemaal even oplettend zijn. Zo zag ik de kuifmees zijn nestholte uithakken in een dode berk. Hij leek zowaar op een specht, de houtsplinters vlogen in het rond. 

En verder, de middelste bonte specht, enkele jaren geleden nog een echte zeldzaamheid, is zo zelfverzekerd dat hij gewoon doorgaat als ik vlakbij sta. De ransuilen in de Oranjepolder zijn alweer even bezig en ik denk dat de eerste jongen al uit het ei zijn. De vrouwtjes ransuil stond vanmorgen op de rand van het nest en dat doet ze niet zomaar.

Maar de kuifmees is toch wel de meest bijzondere in dit rijtje. Een klein meesje die niet het gereedschap heeft zoals een specht dat heeft moet het toch maar voor elkaar krijgen om een nestholte uit te hakken. Ik heb een tijdje met verbazing staan kijken hoe snel elke keer een pluk houtsnippers naar buiten werd  gekieperd. 

en weer een pluk hout-
snippers de deur uit.
Kijk, van een specht verwacht je niet anders dan dat de splinters in het rond vliegen maar van een kuifmees met dat superdunne snaveltje verwacht je dat niet. Ook de hoogte van dat nest in de boom valt op. De kool- en pimpelmezen nestelen toch graag boven de een meter vijfenzeventig maar deze kuifmees bouwt zijn nest op een kleine tachtig centimeter boven de grond. Ik heb zelfs een keer een nest van een kuifmees in een boomstronk op amper twintig centimeter boven de grond gezien.

Als dit legsel lukt, kan het zomaar een territorium voor het leven worden. De vogels blijven dan hun hele leven in dit gebied en zolang de boom het houdt, is dat de komende jaren hun broedplekje. De voorkeur voor dode bomen leeft bij veel vogels en dat is ook een riskante keuze want als er een boom om kan waaien dan zijn dat wel oude dode bomen. Laten we hopen dat dit koppel een goed keuze gemaakt heeft en hier nog jaren te bewonderen is.

Wil je meer weten van deze prachtige houthakker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kuifmees

dinsdag 30 maart 2021

Roekenkolonies in 2021.

een aantal roekennesten in Waspik
De eerste ronde roekennesten tellen zit er weer op. Over twee weken loop ik de tweede ronde. Deze ronde zijn alleen de nesten(in aanbouw) geteld en over twee weken check ik of deze afgebouwde nesten ook worden bewoond door de roeken. 

Het viel mij dit jaar op dat de roekenkolonies erg in "beweging" zijn. Vier kolonies zijn verlaten en drie nieuwe kolonies zijn erbij gekomen. Je kunt niet spreken van het opschuiven van bestaande kolonies want de nieuwe kolonies liggen helemaal niet in de buurt van de "oude" verlaten kolonies. Het blijken dus reislustige types te zijn. 


De aantallen roeken van een paar oude bestaande kolonies neemt gestaag af. Zo is kolonie op de hoek van de A27-A59, Knooppunt Hooipolder van een goede honderdtachtig nesten in 2011, gedaald naar tachtig nesten. De kolonie in Waspik aan de Waspikseweg is gedaald van tweehonderd nesten naar amper negentig nesten. 

En de nieuwe kolonies zijn nog klein en kwetsbaar maar erg belangrijk. Het is daarom ook maar de vraag of die de komende jaren doorgroeien? Overall blijft het totaal aantal nesten hier in de regio min of meer stabiel. Maar vergelijk je de aantallen van nu met de aantallen van een kleine tien jaar geleden dan zijn we toch ruim honderd nesten kwijtgeraakt.

ze zijn er klaar voor
De afname van het aantal vogels hier in de regio loopt ook gelijk met de landelijke trend. Maar wat is hier nieuw aan, zoals met zoveel vogelsoorten nemen de aantallen gestaag af. Ik merk dat dat vooral in het "buitengebied" aan de hand is. De verregaande mechanisatie, verdroging van het landschap, schaalvergroting, sleepslangen en intensieve landbouw spelen daar onherroepelijk een rol in. 

Je kunt amper een vogelsoort van het agrarisch gebied noemen waar het in de afgelopen jaren steeds beter mee is gegaan. De patrijs, kievit, grutto, scholekster, roek, veldleeuwerik, ringmus, gele kwikstaart, graspieper, wulp, wilde eend, ze hebben het allemaal zwaar. Ik kan eigenlijk maar twee soorten noemen waar het wat beter mee gaat en dat zijn de roodborsttapuit en de zwarte kraai

De roeken nemen sinds 1990 jaarlijks met bijna 5% af! Een jaartje of dertig dat deze dalende lijn te zien is, betekent dat we het over serieuze aantallen hebben en het eind is nog niet in zicht. Ik ben benieuwd wat voor veranderingen in de agrarische sector we nog meemaken waardoor de vele soorten wat meer kansen krijgen.

Wil je meer weten van deze knapste kraaiachtige, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/roek

vrijdag 26 maart 2021

Walsende spreeuwen.

een fractie van wat over ons heen kwam
Echt hele grote zwermen spreeuwen heb ik al heel wat jaren niet meer gezien. De laatste redelijk grote zwerm was in 2017, die in het centrum van Oosterhout. Aan de Leijsenhoek vielen 's-avonds tegen de schemer, en daar kon je de klok op gelijk zetten, een kleine 4.500 spreeuwen in de laurierstruiken om daar de nacht door te brengen. 

De buurtbewoners hadden daar een hekel aan en stonden vaak op hun balkonnetje in hun handen te klappen om ze te verjagen. De spreeuwen hadden daar geen boodschap aan en doken diep in de struiken en hielden na een minuut of twee stil en vielen met z'n allen als een blok in slaap. Uiteindelijk hebben die handenklappers het wel voor elkaar gekregen dat de Gemeente alle laurierstruiken gekapt heeft. Weg spreeuwen!

de Noorderplaat en onze positie 
bij het uitvliegen van de 30.000 spreeuwen
Ik moest hier afgelopen zaterdag om 6.15 uur weer aan denken want toen waren wij in de Noordwaard om de roerdomp te horen en terwijl we daar naar stonden te luisteren, rolde een enorme deken van spreeuwen over ons heen. Ik durf een voorzichtige schatting te maken en kom dan op een ruime dertigduizend, ja 30.000!! spreeuwen. Het zouden er ook meer kunnen zijn. Het waren zo ongelooflijk veel vogels en het geluid van de laag overvliegende vogels, net boven de boomtoppen op vijftien meter ofzo, was ook zo indrukwekkend. En bij Woudrichem, iets verder naar het oosten werden iets eerder maar liefst 54.000 spreeuwen geteld.

Zonder ook maar een geluidje te maken vlogen ze over en we hoorden enkel alleen het geluid van de vleugelslagen. Het leek wel het geluid van een op de snelweg voorbij zoevende vrachtauto. De vogels vlogen in een richting en maakten geen mooie zwermende bewegingen. 

Het was duidelijk dat de vogels net uit de slaapplaats in de Noorderplaat op weg waren naar de foerageergebieden. De massale vlucht 's-avonds boven de slaapplaats ziet er heel anders uit, dan zwermen de vogels in de meest fantastische formaties over en duiken uiteindelijk het riet in. Dat hebben we daar nog niet gezien. 

Ik ken die enorme groepen zwermende spreeuwen alleen van zo'n veertig jaar geleden. Toen zag je die enorme groepen nog wel eens in de polder tussen Raamsdonk en 's-Gravenmoer. Die groep was zo groot dat je hem van kilometers ver zag. Je moet denken aan de golfbewegingen van spreeuwen die je nu nog wel eens op TV ziet. En ook boven Rome vliegen ook honderdduizenden spreeuwen en zo moeten we het eigenlijk nu heden ten dage doen, met TV beelden want het echte werk is er niet meer bij.

Wil je meer weten van deze dansende luchtacrobaten, klik dan op de link;https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/spreeuw

dinsdag 23 maart 2021

Zwarthalzige kwikstaart(Temminck 1852)

een van de twee rouwkwikken
Vanaf eind februari trekken de zeldzame rouwkwikstaarten over, het zijn er maar een stuk of honderd. Dat doortrekken doen ze dan tot in april en dan zien we ze weer een tijd niet. De beste kans heb je aan de kust en soms heb je het geluk om er een in het binnenland tegen te komen. En laat dat laatste nu afgelopen vrijdag zijn gebeurd. Tijdens de inventarisatieronde in de Noordwaard zagen we zelfs twee rouwkwikken bij elkaar zitten op de oever van de Ganzenwei. Bijzonder en meestal een toevalstreffer. Het lastige is dat de rouwkwikken niet echt opvallen nu er ook nog eens veel witte kwikstaarten aanwezig zijn. Je bent dan al snel geneigd om er gemakshalve maar van uit te gaan dat het witte kwikken zijn en daarmee loop je het risico dat je de rouwkwik over het hoofd ziet.

zwarthalzige kwikstaart
De rouwkwik is ook weer zo'n vogel die, als je de kenmerken kent, toch echt verschilt van de witte kwikstaart. De zwarte rug valt dan nog het meest op en de twee witte strepen op de vleugel zie je door die donkere rug extra goed. De witte kwik heeft die strepen ook maar die heeft ook vrij lichte vleugels waardoor de strepen minder opvallen. De zwarte pet die beide kwikstaarten hebben, valt bij de witte kwik nog het beste op omdat die een scherpe aftekening naar de nek heeft terwijl de overgang van de pet naar de nek bij de rouwkwik veel vager is. 

Maar dat is dan alleen als de vogels volwassen zijn, uitgesproken getekend zijn en volledig uitgekleurd zijn. Daar tussenin heb je "tich" variaties en zelfs kruisingen en worden dus evenzoveel vergissingen gemaakt. Dus een goede foto is voor mij een must om mij te verzekeren van een correcte waarneming.

witte kwikstaart
De rouwkwikken broeden met slechts enkele paren in ons land en dan moet je ze in het noorden gaan zoeken. De rouwkwikstaarten broeden vooral in Engeland en Ierland en zijn daar net zo algemeen als de witte kwik bij ons. Ik denk dat ik al heel wat rouwkwikken gemist heb door een te gemakzuchtige houding, "ach het zal wel een witte kwik zijn".

Maar die zeldzame ontmoeting met een rouwkwik wordt daardoor wel een bijzondere ontmoeting. Nog een paar weken extra opletten want je weet maar nooit.In 1852 werd de rouwkwikstaart door de wetenschapper Temminck, zwarthalzige kwikstaart genoemd. Die naam klinkt niet net als rouwkwik trouwens want van die naam wordt je ook niet vrolijk terwijl je dat van het vogeltje juist wel wordt.

Wil je meer weten van deze zeldzame doortrekker, klik dan op de link; 
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/rouwkwikstaart

vrijdag 19 maart 2021

Uitzwaaiers!



klaar om te vertrekken
Afscheid nemen van de wintergasten valt zwaar. Het klinkt misschien dramatischer dan het is maar ik zal ze echt missen, de kleine zwanen, wilde zwanen, kolganzen, sijzen, kramsvogels en koperwieken om er maar eens paar te noemen. Ik kijk er in het najaar altijd zo naar uit om ze weer te zien en voordat je er erg in hebt, vertrekken ze weer naar hun zomerverblijven. En ik weet ook wel dat die vertrekkende wintergasten opgevolgd worden door de zomergasten oftewel, de broedvogels die er aan komen. Dus echt in een zwart gat val ik ook weer niet, nee het tegenovergestelde is waar. Het voorjaar is een drukke tijd voor een vogelaar.

Net in deze weken heb je zelfs een kleine overlap, de ene soort is nog net niet vertrokken en de andere is net gearriveerd. Het zijn topmaanden qua aantallen en soorten. De vertrekkende zwanen en ganzen vallen natuurlijk ook gewoon op omdat het ten eerste grote vogels zijn en ten tweede reizen ze meestal in grote groepen en dat valt op.

net gearriveerde (IJslandse) grutto's
De meeste zomergasten arriveren vrij onopvallend, ze zijn vaak klein en reizen niet altijd in grote groepen. Een enkele uitzondering is de grutto die wel in grote groepen arriveert en hier komt opvetten en uitrusten. Maar een blauwborst, gele kwikstaart of fitis arriveert niet met zoveel kabaal. De komende weken arriveren steeds meer vogels en worden de vertrokken vogels ruimschoots gecompenseerd door de broedvogels. 

Het duurt nu weer tot eind september, half oktober voordat we de eerste wintergasten weer zien en dat is toch een flinke periode waarin veel kan gebeuren. Ik hoop van harte dat met name de zwanen een mooie zomer hebben en straks weer met vele jongen hier de winter door komen brengen. Ik kijk er nu al naar uit.

dinsdag 16 maart 2021

Middelste bonte specht is een olievlek.

middelste bonte specht(m)
De middelste bonte specht was tot voor een paar jaar geleden een specht van het oosten en het zuiden van ons land. En nog wat langer geleden een vogel die hier niet eens voor kwam. Hier in het westelijke deel van het land kwam hij niet voor tot op een paar jaar geleden toen er in het Ulvenhoutse bos een paar mibo's gezien werden. Dat bleken blijvertjes te zijn en ook in andere bossen rond Breda en zelfs ook in Rijsbergen vestigden de middelste bonte zich. Het was dus een kwestie van tijd totdat ook de boswachterij Dorst werd aangedaan. Toch duurde dat een aantal jaren en in februari 2019 hadden we de eerste hier te pakken.

En nu, een paar jaar later zitten in Dorst zeker drie koppels middelste bonte spechten. Twee territoria ken ik nu twee jaar en deze week ontdekte ik een foeragerend koppel op een nieuwe plek. 

mibo in Dorst
Deze twee mibo's (afkorting voor middelste bonte specht) waren druk met het zoeken naar voedsel en waren na anderhalf uur nog steeds in dit gebied aanwezig. Wat ook opvalt is dat deze specht ook op horizontale takken foerageert, daar waar vrijwel alle andere spechten juist op de verticale boomstammen en takken zitten. Ondanks zijn zwijgzame en schuwe karakter is hij daardoor redelijk goed waar te nemen. 

Het zijn echte standvogels en ze kunnen jarenlang in hetzelfde gebied verblijven. Ze trekken in de winter ook niet weg en weten zich goed staande te houden. Het loont dus om de plekken waar je een mibo hebt gezien te onthouden en er later nog eens terug te komen. Het verschil tussen een mannetje en een vrouwtje vraagt specifieke kennis en je hebt een goede kijker of camera nodig om dat verschil te zien. 

De verschillen zitten met name in de rode pet, bij een mannetje is de tekening scherp tussen pet en voorhoofd en ook de overgang van de rode pet naar de zwarte nek is scherp. Bij een vrouwtje is dat een ander verhaal, daar is de overgang minder scherp en soms vlekkerig. 

Dus pas later dan 1997 in Nederland
(kaartje wikipedia)
Zeker de overgang naar de nek kan vaag en onscherp getekend zijn. Om hier een beetje vaardigheid in te krijgen is oefenen, oefenen en nog eens oefenen is het devies. Foto's helpen dan en leveren zo een mooi stukje huiswerk op

Zo verspreidt de soort zich langzaam maar zeker als een olievlek naar het westen van Brabant. Als een middelste bonte specht in de Biesbosch wordt gemeld is dat groot nieuws en gaan de Biesbosch vogelaars direct op pad. Daar is hij pas een enkele keer gemeld, zo bijzonder is hij in deze omgeving nog. 

Inmiddels komen in Nederland al bijna duizend broedparen voor. Toch weer een succesje voor een mooie vogelsoort in een tijd dat je eigenlijk altijd maar slechte berichten over de vogelstand hoort. 

Wil je meer weten van deze relatieve nieuwkomer in Oosterhout, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/middelste-bonte-specht

donderdag 11 maart 2021

Uitgehongerde grutto's

een klein deel van de uitgehongerde grutto's
Nog maar net een paar dagen na het weekje sneeuw en echte winterse temperaturen, arriveerden de eerste grutto's in de Noordwaard. Een jaarlijks terugkerend fenomeen in de laatste weken van februari en begin maart. De vogels komen massaal aan en kunnen na die lange tocht maar een ding en dat is eten, eten, eten. Je ziet ze dan vrijwel constant met de snavel in de prut roeren. De slikplaten in de Noordwaard zijn ideaal voor deze uitgehongerde vogels. Ze moeten voldoende aansterken om daarna de broedgebieden op te zoeken en er zitten ook nog eens flink wat IJslandse grutto's tussen en die moeten nog een stukje verder vliegen. 

Onze grutto's zijn meestal wat later omdat die uit
alarmerende grutto

Afrika moeten komen en de IJslandse grutto's gaan niet verder dan zuid Europa en zijn dus eerder hier maar moeten dan nog een heel eind naar het noorden. Onze grutto's zijn dan weliswaar wat later maar die zijn dan ook gelijk op hun eindbestemming. Een flink deel moet nog wel door naar Friesland en het Groene hart maar dat is een fluitje van een cent.

Als grutto's zo samen staan is het lastig om de IJslandse van de onze te onderscheiden. Nu heeft met name de IJslandse man een veel roder kleed dan de Hollander en dat valt best op maar als ze wat grijzer gekleurd zijn wordt het al een stuk lastiger en gaat het om subtiele verschillen en die moet je dan goed op het netvlies hebben en dan moet de vogel ook bereid zijn om mee te werken en niet als een bezetene door de groep en de modder te paraderen. 

Wil je meer weten van onze nationale vogel(sinds 2015), klik dan op de link; https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grutto

dinsdag 9 maart 2021

Het 1e kievitsei voor ons?

Kievit vrouwtje
Het is wel heel vroeg in het weidevogelseizoen maar de kieviten hebben er ondanks de lage temperaturen zin in. Op 2 maart zag ik in de Willemspolder de kieviten al uitbundig baltsen. Toegegeven, te vroeg in het seizoen voor een eerste kievitsei. Alhoewel er wel een jaar geweest is waarin het eerste ei op de laatste dag van februari gelegd en gevonden is. Het droge en zonnige weer van de afgelopen dagen nodigde in ieder geval uit om eens een rondje over een boerenkoolperceel te lopen. De boerenkool was eind 2020 geoogst en het veld lag te wachten op een fikse strontinjectie om daarna omgeploegd te worden.

De kieviten weten van niets want die hadden het voorjaar in de bol en hadden tussen de stoppels maar liefst zeventien nestjes gemaakt en er wordt wel gezegd, kuiltjes gedraaid. 
volle bak

De verse kuiltjes moeten nog bekleed worden maar dat is voor een kievit een karweitje van niets. Het eerste kievitsei is al gevonden in Wilnis dus het begint bij ons, de weidevogel beschermers van Raamsdonk toch wel te kriebelen. Want wij willen het eerste ei in Brabant vinden.

Onderling contact, een nieuwe groepsapp, stokken en schilderstape en een lekker zonnetje maakte voor ons de aftrap van een nieuw seizoen compleet. We vonden de nesten bij een eerste controleronde afgelopen vrijdagochtend vrij eenvoudig. Bij elk nest werd een bamboestok met een vlaggetje van schilderstape geplaatst. Dat maakte verdere controlerondes een stuk makkelijker, je vind de nesten dan snel terug en je hoeft zo minder door de akker te sjouwen. 

kievit- en scholekster nesten
Nu gaat het er om of die kieviten een ei willen leggen want dat kunnen wij helaas niet beïnvloeden. Vanaf nu wordt dagelijks een controleronde gelopen en worden de zeventien nesten "geschouwd".

Afgelopen jaar werd het eerste ei in Brabant op 9 maart gevonden en die datum komt al aardig dichtbij en wij hopen natuurlijk dat de Gecombineerde Willemspolder de eer krijgt. En vandaag de 9e maart is dat eerste Brabantse kievitsei nog steeds niet gevonden. De komende dagen hebben we te maken met veel regen en harde wind dus ik vermoed dat de kieviten de eieren nog even niet in de kuiltjes leggen en nog even wachten. De temperatuur is daarentegen prima en haalt de tien graden dus dat is geen stoorzender.

vrijdag 5 maart 2021

Het stiekeme jagertje.

mannetje smelleken
Ik ken geen grotere stiekemerd onder de roofvogels dan het smelleken. Dat komt deels ook omdat het een klein onopvallend roofvogeltje is en alleen maar in het winterhalfjaar hier verblijft. Slechts een paar honderd vogels overwinteren in ons land die oorspronkelijk uit Scandinavië en Rusland komen.

Afgelopen dinsdag en woensdag zag ik een smelleken in de Willemspolder. Dinsdag was het kwartje niet direct gevallen. We zagen het jagertje vliegen toen we onze hond in de polder uitlieten en de dag daarna viel hij weer op maar nu ging hij ook nog eens op een hek zitten zodat ik hem goed kon bekijken en direct herkende.

En daarbij komt ook nog dat ik in de winter minder op pad ga om vogels te kijken dan in het zomer halfjaar. Het smelleken is kleiner valkje dan een torenvalk en jaagt ook niet zo opvallend als een torenvalk, die vol in het zicht in de lucht hangt te bidden. De grotere neven zoals de boomvalk is hier juist in de zomer en is in de winter afwezig. De slechtvalk is echt groot en valt alleen al door zijn imposante postuur direct op. De slechtvalk is het hele jaar hier en jaagt niet eens zover van onze polder vandaan en broedt zelfs vlakbij bij op de koeltoren van de Amercentrale. Het smelleken zit graag op de grond en kan daar uren onbeweeglijk zitten turen.

het smelleken met lei blauwe rug
Wat ik niet wist is dat het smelleken graag in de nabijheid van blauwe kiekendieven verblijft. Die jagen net als het smelleken laag boven de grond en jagen zo nogal wat kleine vogeltjes op en dat zijn de prooien van het smelleken. Veldleeuweriken, graspiepers en vinken belanden zo op de menukaart van dit kleine stiekeme jagertje. En het is dus geen toeval dat in de Willemspolder deze winter ook weer twee blauwe kiekendieven overwinteren, een mannetje en een vrouwtje die dus onbewust aan het werk zijn voor een goedgevulde dis van dit mannetje smelleken.

De meeste smellekens overwinteren in het kustgebied en in veel mindere mate bij ons in het binnenland. Ik ken alleen polder De Kroon en Zalm in de Noordwaard als vast overwinteringsgebied van dit jagertje. Op dit moment zit de Willemspolder vol met prooi want je hoort nu overal de veldleeuweriken, graspiepers en witte kwikstaarten roepen en soms ook zingen(veldleeuweriken).

Woensdag durfde dit smelleken zelfs achter een opvliegende watersnip aan te vliegen en ik denk dat hij die ook wel kan hebben ondanks zijn grootte. De snip zit qua grootte net tussen een veldleeuwerik en merel in.

Wil je meer weten van deze noordelijke valk, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/smelleken

dinsdag 2 maart 2021

Ook een zonnecel gaat dood.

54X met GPS zender(17 feb 2021)
Toch nog even terugkomen op de gezenderde kleine zwanen die ook nu weer in de Willemspolder rondhangen. Vanaf begin januari toen de groep kleine zwanen gestaag groeide van een kleine zestig vogels naar ruim tweehonderd op de zestiende van vorige maand, zaten daar ook een paar zwanen met halsbanden en bij en zelfs twee met een GPS zender. 

De ene zwaan had de code 54X op de halsband staan en is dus alweer een wat oudere vogel. Het cijfer "X" kan duiden op een Belgisch ringproject door de Universiteit van Brussel en dat project dateert alweer van 2017. Ik heb nog wat onderzoek naar de herkomst gedaan maar kom er maar niet achter wie dit is. Begin dit jaar, op de twintigste januari zijn in oost Brabant weer kleine zwanen voorzien van een GPS zender en een witte halsband maar die hebben als laatste letter een "E". 

P67 ook met GPS zender(17 feb 2021)
De andere kleine zwaan in de polder had een metalen pootring met de cijfers "P67" en een witte halsband met GPS zender die ik niet kon aflezen. Die GPS zenders krijgen hun energie van de mini zonnecellen die op de halsband zitten en die halsbanden zorgen voor een zeer gedetailleerde registratie van de bewegingen die de vogel maakt. Zo is zelfs uit de verzamelde data af te lezen wat de vogel doet, slapen, vliegen en zelfs foerageren. Ik dacht dat die GPS halsbanden onbeperkt data zouden aanleveren maar dat is naar nu blijkt toch niet zo. 

Wim Thijsen meldde onlangs dat de GPS zenders van een jaar of drie geleden inmiddels "dood" zijn. De vogels lopen en vliegen nog met deze halsbanden rond maar leveren geen data meer aan. Dus ook die zonnecellen hebben een einddatum en overleven de zwanen zo hun eigen elektronica. Deze halsbanden hebben hun diensten bewezen en kunnen nog wel op de "ouderwetse" manier afgelezen en gemeld worden op www.geese.org. 
de snavels allemaal de zelfde kant uit
Een makkelijkere manier om kleine zwanen te identificeren is het snavelpatroon te vergelijken. Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden maar dat was amper tien jaar geleden nog een hele betrouwbare manier om kleine zwanen te herkennen. Het is wel een complexe registratie maar dan heb je ook wat.

Elke kleine zwaan heeft zo zijn eigen snavel-patroon oftewel zijn eigen gele snaveltekening. Dat snavelpatroon is te vergelijken met onze vingerafdruk, die is ook uniek. Kijk maar eens naar het snavelpatroon van de twee foto's hierboven.