vrijdag 29 mei 2020

Grauwe klauwieren zijn er klaar voor.

koppeltje grauwe klauwieren
Ook weer zo´n zeldzame vogel waar je of geluk mee moet hebben of toevallig weet waar zo´n zeldzaam beestje jaarlijks terug te vinden is. Tot die categorie is de grauwe klauwier te rekenen. Een zeer zeldzame broedvogel die je bijna nergens meer tegenkomt.

Ik heb inmiddels wel in de gaten dat deze vogelsoort niet zo van onze strakke opgeruimde agrarische gebieden houdt. Maar zodra het gebied robuust genoeg is en wij er met onze fikken grotendeels vanaf blijven, kom je in de buurt van het ideale klauwieren leefgebied.

Ruige akkers met veel kruidige planten die massa´s insecten aantrekken, natuurlijke akkerafscheidingen met kleine boompjes,
braamstruiken, meidoorn en sleedoorn daar houden ze van. En zeker geen verkavelde polder uit de zeventiger jaren, die verafschuwen ze. Het devies is dus, niet teveel aankomen, een beetje sleutelen aan het waterpeil en zorgen voor rust dan komt het vanzelf goed.

vrijgezelle mannetjes klauwier
En dat laatste advies heeft bij een aantal van die voormalige agrarische gebieden fantastische resultaten opgeleverd. Kijk maar eens bij Huis ter Heide, de Zonzeelse polder en de Lage Vuchtpolder. In deze drie gebieden komen weer kwartels, poseleinhoen, grauwe klauwieren en broedende grutto's voor. En voor die laatste ben ik extra blij omdat die het toch wel heel erg zwaar heeft. De grauwe klauwier doet het stilletjes aan wat beter en afgelopen week zag ik zelfs twee mannetjes en een vrouwtje foerageervluchten maken. Aan broeden zijn ze nog niet toe, dat gaat volgende maand gebeuren. Mijn hoop is toch wel gevestigd op de aankomst van een tweede vrouw. Dan zouden dus twee broedpaartjes grauwe klauwieren hier vlakbij tot broeden komen.

Wil je meer weten van deze zeer zeldzame klauwier, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grauwe-klauwier

dinsdag 26 mei 2020

Orpheusspotvogel, wah?

 Ὀρφεύς,spotvogel  (Orpheus spotvogel)
Soms is je gevoel volgen nog niet zo verkeerd. Afgelopen zondag hoorde ik een spotvogel zingen en niet veel later zag ik hem ook uitbundig zijn best doen. Iets in zijn lied klonk anders dan de liedjes van de twee spotvogels die ik die ochtend iets eerder al gehoord had. Ik miste het snerpende `tussendoor` deuntje maar ja dat is niet direct een reden om `ongerust` te worden. De spotvogel en ook de bosrietzanger staan er om bekend dat het fantastische imitators zijn, dus een variatie op het bekende liedje zou best kunnen. Dat de vogel een stuk sneller zong dan de gewone spotvogel was me nog niet eens opgevallen.

En deze spotvogel zat ook nog eens luid en duidelijk in de top van een jong boompje en deed geen moeite om het zicht te blijven en dat doet een spotvogel juist wel. Een mooie kans om deze vrolijke zanger eens goed op de foto te zetten. Alles bij elkaar genomen, zorgde deze ontmoeting toch voor wat twijfel. Zou het dan toch een niet alledaagse spotvogel zijn? Ik meldde de vogel voor de zekerheid als onzekere Orpheus- spotvogel en voegde mijn beste foto´s toe.

zeer korte handpenprojectie
Wat ik nog niet zo in de gaten had, was het belang van de handpenprojectie en als ik dat van tevoren had geweten was de determinatie een stuk makkelijker geweest. De handpennen van een Orpheus zijn namelijk een derde korter dan die van de spotvogel. Weer wat geleerd.

Gelukkig had ik die foto waar dat heel goed op te zien was voor de moderator van waarneming.nl beschikbaar. Hier rechts is goed te zien dat de handpennen een stuk korter zijn dan bij een `gewone` spotvogel. Die handpennen steken ver voorbij de stuit en liggen naast de staart. Toen de waarneming als `prima Orpheus` werd goedgekeurd was ik vanzelfsprekend blij. Een nieuwe zeldzame soort zelf ontdekken, weliswaar met wat hulp van waarneming.nl is altijd leuk Het gaat immers over slechts enkele vogels per jaar die ons land aandoen.
 Ὀρφεύς, Orpheus
Maar die naam is mij nog steeds een raadsel. Vaak zie je wel de naam van een weten-schapper terug in de vogelnaam maar deze is toch wel bijzonder te noemen. Orpheus(of Ὀρφεύς) was een semi-mythische figuur die in de Griekse mythologie tot de zeven wijzen wordt gerekend en gedood werd door zeven nimfen.

Genoeg geschiedenis zo en nou hoop ik dat deze Orpheus(spotvogel) dit leed bespaard blijft. Normaal leeft dit beestje in het zuiden van Europa en overwintert in Afrika. De opwarming van de aarde zou er zomaar eens voor kunnen zorgen dat dit vogeltje zijn noordelijke grens steeds wat verder opschuift en steeds vaker bij ons te zien en te horen zal zijn. Maar dan zijn we denk ik toch heel wat jaartjes verder en moeten we het voorlopig doen met dit soort incidentele waarnemingen ook wel gelukstreffers genoemd.

Wil je meer weten van deze mythologische vogel, klik dan op de link
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/orpheusspotvogelvogels/

vrijdag 22 mei 2020

Jonge geluk in de natte Biesbosch

zeearend op het nest
Ze blijven tot de verbeelding spreken, zee-arenden. Het blijft altijd weer tot de verbeelding spreken als je er een over ziet vliegen. De spanwijdte van bijna tweeëneen-halve meter, de uitstraling en kracht maken indruk. In deze tijd leven twee koppels in de Biesbosch en in de winter vliegen hier wel tien zeearenden rond. Jonge beesten, veelal uit Duitsland en Denemarken. In deze periode is het wel wat rustiger, de twee koppels broeden of zorgen voor de jong uitgekomen vogels. De vluchten die ze nu nog maken, zijn voedsel-vluchten en die maken ze niet meer dan nodig.

Afgelopen zondag, na de BMP(Broedvogel Monitoring Project) telling in de Noorderplaat is het van daaruit maar een heel klein stukje varen naar de nestboom van de zeearend.
Noorderplaat
De boom ligt wat dieper in een bomenstrook langs het water en je moet je bootje dan goed positioneren om het nest te kunnen zien. Het is een totaal ander gebied dan de oude rietpolders waar we inventariseren. Die zijn wijds, nat en met heel veel riet. En ook dit jaar zijn in de Noordwaard maar ook in de Vijfambachten weer grote stroken riet gemaaid waardoor veel water zichtbaar wordt.
Op die open watervlakten is het voor de zeearend makkelijk jagen. Hij hoeft zich maar uit het nest te laten vallen en hij zeilt zo naar de overkant waar de ganzen voor het oprapen liggen. Het zou dus zomaar kunnen dat we daardoor de zeearenden wat minder in de Noordwaard zien.

Zoals ik het afgelopen zondag kon zien, heeft ons koppel zeearenden dit jaar een jong uitgebroed. Nu maar hopen dat het sterk genoeg is om op te groeien en volwassen te worden. Dit jong is al behoorlijk groot en zit fier rechtop in het nest en gaat een spannende tijd tegemoet.

Na een aantal zeer succesvolle jaren met steeds twee jongen is het de afgelopen paar jaar wat minder gesteld met dit koppel. En hoe het met het koppel zeearenden aan de Dordrechtse kant van de Biesbosch is gesteld weet ik niet. Het is te hopen dat hier wel twee jongen uitvliegen zodat het aantal Biesbosch arenden blijft uitbreiden want er is voldoende ruimte voor een derde paar zeearenden. In het buitenland, Duitsland bijvoorbeeld broeden zeearenden veel dichter bij elkaar dan bij ons. Blijven hopen dus.

Wil je meer weten van onze grootste roofvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zeearend

dinsdag 19 mei 2020

Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is.

porseleinhoen in de Biesbosch
Van sommige vogels blijft het herkennen van hun zang een lastig verhaal. Op de een of andere manier blijft het riedeltje of deuntje niet hangen en er zijn ook vogels waar je de zang of roep maar een keer hoeft te horen om hem nooit meer te vergeten. Van die laatste categorie kan ik er drie zo noemen die ik direct herken ook al heb of had ik die zang maar een of een paar keer gehoord. De spotvogel, de kwartel en het porseleinhoen zijn drie van de vogels die ik direct herkende na slechts een keer gehoord te hebben. Voor het porseleinhoen zat daar zelfs drie jaar tussen. Zo herkenbaar en zo bijzonder is het geluid. Dat vergeet ik dus nooit meer.

De zang van een braamsluiper daarentegen is zo algemeen, zo gewoon en past bij zoveel andere vogels dat je er als het ware "overheen" luistert. Het geluid heeft geen bijzondere melodie, klank, volume of variatie. Soms doet de zang van de braamsluiper denken aan de zang van een pimpelmees. Iets lager van klank, iets harder maar verder lijkt het hier toch wel een beetje op. En zo zijn er nog wel een paar te noemen die een vergelijkbaar geluidje produceren. De braamsluiper komt meer voor dan ik in eerste instantie dacht. Het is een echt algemene soort die in vrijwel heel Nederland te horen is. De beste plekken om de braamsluiper te horen is aan de kust. De duinstruwelen hebben zijn voorkeur en ik hoor ze het vaakst bij Ouddorp en Neeltje Jans.

braamsluiper aan de Zeeuwse kust
De zang is maar kort te horen en dit is de beste tijd. Afgelopen week hoorde ik de braam-sluiper bij De Kwade Hoek en een paar weken eerder bij een duinovergang in Ouddorp. Maar leuker nog was de zingende braamsluiper aan de Bandijk in de Biesbosch. Dit vogeltje op de foto zetten is een ander verhaal. En wat dat stiekeme gedrag betreft doet hij zijn naam eer aan en sluipt hij door het struikgewas.

Een mooie zang of baltsvlucht is er niet bij, net zomin een mooie hoog gelegen zangpost. Vorig jaar april dacht ik een grasmus te zien en naar later bleek dat ik bij toeval een braam-sluiper had gefotografeerd. Een geluk bij een ongelukje zullen we maar zeggen alhoewel er niet over een ongelukje gesproken kan worden.

In de maanden maart tot en met eind mei is een toptijd om de vogelgeluiden weer te herkennen. Heb je de geluiden na een maandje of twee weer een beetje tussen de oren zitten, beginnen de alweer aan een zwijgzame periode van een maand of acht, negen. De broedtijd is dan voorbij en daarmee ook de noodzaak om te zingen. Het devies is dan ook, maximaal naar buiten en luisteren naar die krengen!

Wil je meer weten van de stiekeme braamsluiper, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/braamsluiper

vrijdag 15 mei 2020

Piepers uitbroeden.

waakse graspieper
Graspiepers zijn al vaker aan bod gekomen en dan ging het met name om de herkenning van het geluid of het verschil in het verenpak van de verschillende piepersoorten. Ik had daar in het verleden nogal eens moeite mee. Maar als zo vaak, door het vele doen, krijg je steeds meer ervaring. Ook de biotoop, de tijd van het jaar, de vertrokken soorten piepers en de soorten die net gearriveerd zijn zorgen voor een steeds beter wordende determinatie.

De graspiepers is wel de meest algemene pieper en is ook het hele jaar hier te vinden. De graspieper wordt door weidevogelbeschermers en ook door SOVON als weidvogel gezien en ik tel de graspiepers dan ook mee in de tellingen van de Noordwaard.


goed verborgen nest
Afgelopen week was in aan de kust en liep bij Ouddorp door een duin-vallei. Die wandeling is elke keer weer een traktatie, een prachtige natuur met heel veel zingende vogels. En het is ook een gebied met een meer dan gemiddelde variatie aan vogels. Ik denk dat dat te maken heeft met de combinatie van grote open vlakten, waterpartijen, dikke rietkragen, duinstruikgewas en ook wat bomen. Er is voor elke vogel wel wat te vinden. En ook hier komen graspiepers volop voor. In dit gebied broeden nu talloze vogels en de graspieper is er een van. De graspieper broedt op de grond, goed verstopt en vrijwel onvindbaar.


piepers in de dop
Ik zag een graspieper opvliegen vlakbij een graspol en dat is verdacht te noemen. Typisch zo'n plekje voor een nestje. Ik zag direct dat ik het bij het juiste eind had. Goed verscholen tegen de graspol aan met wat overhangende grassprieten was het nest perfect gecamoufleerd. Vijf eitjes lagen in het kommetje van strootjes, de vogel op korte afstand alarmerend. Snel wat foto's gemaakt en de vogel met rust gelaten. Voor mij de eerste keer dat het lukte om een nestje graspiepers te vinden. Als de graspieper niet was opgevlogen dan had ik het nestje nooit gevonden.

Wil je meer weten van deze goed verborgen weidevogel, klik dan op de link
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/graspieper

dinsdag 12 mei 2020

In mei leggen alle vogels een ei.

scholeksters vanmiddag in de Willemspolder
In mei leggen alle vogels een ei, dat is een oud gezegde en is deels ook waar. Voor de weide-vogels is mei echter de maand waarin de jongen vliegvlug worden of zelfs al enkele weken zijn. Een aantal weidevogels begint al in maart met broeden en met name de kieviten beginnen erg vroeg met broeden. De echte vroege kieviten, die sterk genoeg zijn en voldoende in conditie komen, zijn zelfs in staat om nu het tweede legsel af te hebben. Dat zijn er niet veel, amper 30% komt voldoende in conditie voor een tweede leg.

Dat kieviten zo vroeg zijn, komt natuurlijk ook omdat ze in de winter gewoon hier blijven en geen lange tocht uit Zuid-Europa of Afrika achter de rug hebben. Grutto's zijn om die reden nog maar net terug en ook nog maar net begonnen met broeden. Gisteren en vandaag stonden voor mij in het teken van deze weide-vogels. Gisteren weidevogels inventariseren in de Noordwaard en vandaag beschermen in de Willemspolder.
combinest(links 2x kievit, rechts 2x kluut)
In de Noordwaard zitten nogal wat vogels op eieren, wat kieviten, tureluurs, kluten, schol-eksters, wulpen en een enkele grutto. De kieviten in de Willemspolder zijn bijna allemaal klaar en trekken na gedane arbeid richting de Noordwaard waar ze zich in grote groepen verzamelen en bij laag water gezamenlijk foerageren op de slikken.

In de Willemspolder zijn de scholeksters nog volop aan hun seizoen bezig. Altijd wat later dan de kieviten en voor hun geldt wel degelijk het gezegde "in mei leggen alle scholeksters een ei". Dat laatste werd ook bevestigd want vandaag vonden we in drie verschillende akkers(bieten en maïs percelen) scholekster nesten. In de Noordwaard is het altijd wat lastiger om nesten te zoeken omdat we daar de vogels niet willen verstoren.


jong kluutje
Met name wulpen, tureluurs, kluten en grutto's zijn erg gevoelig voor verstoringen. En dat wil je natuurlijk niet. De vogels hebben het daar overigens nog wat moeilijker dan in de Willemspolder, dit agrarisch gebied trekt door de menselijke activiteiten minder makkelijk predatoren aan. In de Noordwaard is dat een ander verhaal en de vogels moeten daar knokken voor hun leven en hun nageslacht. En dat gaat soms ook mis, zoals voor deze arme jonge kluut
Toch ziet het broedresultaat er in de Noordwaard er goed uit en dat in tegenstelling tot het broedresultaat de Willemspolder. Dit jaar is weer een slechter jaar voor de kieviten en een klein lichtpuntje is  het licht toenemende aantal scholekster nesten. Hoe het met de broedende wulpen in de Willemspolder is, is niet duidelijk. Ze zitten er in ieder geval wel en geeft moed.

vrijdag 8 mei 2020

Je ziet 'm niet, hij zit in 't riet.

mannetje bruine kiek
In de Zonzeelse polder liggen een paar grote rietvelden. Niet in het water maar gewoon in de weilanden liggen twee grote rechthoekige percelen riet. Ik vermoed dat dit voormalige rietproductie velden zijn. In de laatste jaren is er geen rietpijl geoogst dus ik denk dat ze ze laten liggen voor wat het is. Dit overjarige riet heeft natuurlijk een zekere aantrekkings-kracht voor rietvogels.

Ik hoor hier nu alweer een paar weken de sprinkhaanzanger, rietgorzen en rietzangers zingen. Alle drie houden ze van robuuste rietkragen of -velden. En er leeft in het eerste rietveld vrijwel zeker ook een koppel bruine kiekendieven. Het hele jaar door kun je die bruine kieken hier zien zweven. Diep in de vleugels hangend "cruisen" ze over het eerste rietveld. Niet vaak komen ze naar de Zonzeelse, die op een metertje of honderd ernaast ligt, ze zijn hier erg honkvast.

De bruine kieken broeden op de grond en dat is toch wel erg bijzonder want alle roofvogels broeden toch in bomen en nestkasten.
haviksnest(bossen van Dorst)
Neem nou een buizerd, die bouwt zijn nest toch op een metertje of tien of hoger. Lager dan tien meter kom je de buizerd eigenlijk niet tegen. De torenvalk is ook al geen grondbroeder, sterker nog, die bouwt niet eens een nest en gaat liever in een nestkast zitten. De havik, zeearend en visarend zijn kampioen grote tot enorme nesten bouwers.

Trouwens een kiekendief is ook een havikachtige en binnen zo'n familiegroep kunnen dus ook echte uitersten op ver-schillende vlakken voorkomen, dus ook in de manier van nesten bouwen en broeden. De havik broedt in een gemengd bosgebied en ook nog eens een flink stuk boven de grond. Heel wat anders dan op de grond in een rietveld.

Omdat ik de vogel eigenlijk altijd wel ergens in de buurt zie, heb ik niet zo het idee dat dit een vrij zeldzame en schaarse broedvogel in Nederland  is. Maar niets is minder waar, we moeten het met amper duizend broedparen doen en het is maar de vraag of dit aantal kunnen behouden. Ik zie overal de leefomstandigheden voor veel vogelsoorten veranderen en dat is niet altijd in het voordeel van vogels. Ik hoop dan ook dat de eigenaar van de twee grote rietpercelen naast de Zonzeelse polder deze velden laat voor wat het ze zijn en zo misschien per ongeluk een zeldzaam broedpaar redt.

Wil je meer weten van deze prachtige grondbroeder, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/bruine-kiekendief

dinsdag 5 mei 2020

Karekiet tettert er weer op los.

kleine karekiet
Ik moest er dit jaar lang op wachten om de eerste kleine karekiet te horen zingen. Nog net in april hoorde ik de eerste zingen in het riet van de Zonzeelse polder. Eerdere jaren had ik de eerste van het seizoen al dik een week eerder gehoord maar dat was dan ook diep in de "natte" Biesbosch. In de grote oude rietpolders arriveren de kleine karekieten net wat eerder dan in de gebieden daarbuiten. Waarom dat is weet ik niet maar het viel me nu wel erg op.

Normaalgesproken ben ik vanaf begin maart in deze oude rietpolders te vinden voor de BMP(Broedvogel Monitoring Project) maar het virus heeft daar een stokje voor gestoken. Alle vrijwilliger activiteiten waren geschrapt en onze inbreng werd voorlopig op de lange baan geschoven.

Ik liep er de afgelopen weken zelfs speciaal op. De oren gespitst om het bekende "kare-kare-kare-kiet-kiet-kiet" liedje op te vangen. Ik zag wel dat er al volop meldingen van zingende kleine karekieten waren maar ik vermoed dat daar ook nogal wat rietzangers tussen zaten. Niet iedereen hoort direct het verschil tussen een rietzanger en een kleine karekiet. Voor de een is het bekende geluid zo klaar als een klontje, voor de ander is het nog een gokje.

De eerst van dit jaar in Zonzeel
Ze komen altijd wat later aan dan de meeste rietvogels omdat ze van heel ver moeten komen. Deze lange afstandstrekkers moeten namelijk de Sahara oversteken. De laatste in de rij van rietvogels die nog moet arriveren is de bosrietzanger. Maar ja, die moet dan ook helemaal van Zuid-Afrika terugkomen. Die heeft de langste vlucht voor de boeg.

Afgelopen dagen hoor ik de kleine karekiet overal, ineens zijn ze allemaal terug. Langs Het Kromgat, in een rietstrook van een kleine twee kilometer, hoorde ik vier kleine karekieten zingen. Hoeveel zouden dat er dan in de oude rietpolders in de Biesbosch wel niet zijn? Afgelopen jaar zongen in de eerst week van mei in polder de Noorderplaat maar liefst 33 kleine karekieten. Serieuze aantallen!

Wil je meer weten van de op en top rietvogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kleine-karekiet

vrijdag 1 mei 2020

Snorren in het riet.


zingende snor

Vanaf begin april ben ik wekelijks in de Biesbosch te vinden voor de weidevogel inventarisatie. In de Noordwaard worden wekelijks alle weidevogels geteld en precies in kaart gebracht, waar zit wat en wat is het (broed)gedrag? Maar tijdens deze inventarisatieronde hoor en zie ik natuurlijk ook veel andere vogels. En wat in deze periode opvalt, is dat ik op meer plekken dan anders, snorren hoor zingen. Niet te verwarren met de sprinkhaanzangers die ook in de Noordwaard leven. Gelukkig hebben beide vogelsoorten een voorkeur voor een verschillend biotoop. Ik kom ze daarom ook nooit in hetzelfde gebied tegen. De snorren teken ik in op een kaart van de Noordwaard want het is een bijzondere soort die wel voor de BSP(Bijzondere Soorten Project) meetelt. Op deze kaart staan vooral de roofvogels, roerdompen, bauwborsten en dus ook snorren. 


sprinkhaanzanger met gevlekte binnenstaart

En bij twijfel of het een snor of een sprinkhaanzanger is, biedt de staart uitkomst. Beide soorten kiezen voor een hoge zangpost in het riet en zijn dan ook goed te bekijken. De binnenkant van de staart van de sprinkhaanzanger is gevlekt en die van de snor is egaal bruin gekleurd. Een geoefend oog ziet dan gelijk om welke soort het gaat. Nu is de zang in combinatie met de biotoop over het algemeen afdoende maar bij twijfel is de staarttekening dan een oplossing. In de polder Vogelenzang telde ik drie zingende mannen, aan de Bandijk bij de splitsing met de weg naar de camping een zingende man, langs de Deenenplaatweg ook een zingende man en aan de rand van polder Maltha zat ook een man te zingen. Ik kende de zingende snorren vooral van de oude rietpolders, Noorderplaat, Vijfambachten en Ruwen Hennip maar deze plekken komen daar nu bij.


Wil je meer weten van de zingende snor, klik dan op de link;
 
 

dinsdag 28 april 2020

Herken de steltloper?

witgat(L), groenpootruiter(R)
tureluur(L), oeverloper(R)
Steltlopers zien en herkennen is en blijft een uitdaging. En die uitdaging is in de winter het grootst omdat de winterkleden bijna zonder uitzondering grijs, wit, zwart getekend zijn. In deze periode zie je de eerste vogels alweer naar hun zomerkleed kleuren en dan worden ze opeens een stuk makkelijker te herkennen. Zo zag ik afgelopen week al een zwarte ruiter in zomerkleed. En als ze dichtbij zitten is het helemaal niet zo'n probleem meer maar dat is meestal niet het geval.

Het moeilijkst in deze periode is de aankomst in winterkleed uit de overwintergebieden. Je hebt ze dan even niet gezien en moet je echt het geheugen weer even opfrissen. Met name de vogels die veel op elkaar lijken zoals zwarte ruiter en tureluur in winterkleed is in het begin weer even lastig. De zwarte ruiter met zijn lange
kemphaan(L), Steltkluut(R)
regenwulp(L), grutto(R)
dunne snavel die wat dieper in het water staat en daar vooral grondelt, de tureluur is wat kleiner met een kortere iets dikkere snavel staat meer op de oever en grondelt eigenlijk niet. Het zijn de kleinste details die het 'm doen.

Ook de groenpootruiter, die nu zo massaal in de Biesbosch aanwezig is, lijkt bijvoorbeeld op een bosruiter. Maar als die bosruiter bij een andere vogel zoals tureluur of kievit staat, zie je direct het verschil. Maar staat diezelfde bosruiter in zin eentje ver weg dan wordt het lastig. De vooral gezaagde rugdekveren vallen dan bij de bosruiter op en dat zie je bij de groenpootruiter weer niet.

Gelukkig zijn er ook steltlopers die een uniek kenmerk hebben, bijvoorbeeld de oeverloper met zijn witte punt tussen de beige borst en bruine vleugelrand, een wulp met zijn lange kromme snavel, de steltkluut op zijn lange rode stelten, de kemphaan in toernooikleed en de grutto met zijn enorme lange en rechte snavel. Die vallen dus wel mee maar dan de rest?

in zomerkleed wordt het een stuk makkelijker
Voor de eerder genoemde lastige steltjes neem ik voortaan de steltlopers bijbel mee. Inmiddels begint mijn auto op een kleine bibliobus te lijken en liggen er makkelijk 6 vogelboeken in. Want alles uit het hoofd weten en herkennen van met name steltlopers is een illusie.

Nee dan zijn de vogelgeluiden weer een stuk makkelijker, alhoewel je je daar soms ook aardig in kan vergissen. Veel vogels hebben hun eigen identieke lied en als dat liedje eenmaal tussen de oren zit, gaat het wel. Grasmus, zwartkop, kneu, tuinfluiter, gekraagde roodstaart, noem ze maar op, hebben allemaal hun eigen liedje.

vrijdag 24 april 2020

Gouden pluimen.

Bijschrift toevoegen
Het blijft altijd een bijzondere waarneming om een geoorde fuut in de Biesbosch te zien. Meestal zitten ze in onze omgeving op de spaarbekkens, groot en diep water. Vreemd, want in de broedtijd zijn ze daar juist niet te vinden. En heel soms zie je ze, zoals vandaag, in ondieper water en ook nog eens lekker dichtbij. Je moet echt het geluk hebben om ze zo tegen te komen.

De afgelopen weken worden ze ook regelmatig gemeld in de Dordrechtse Biesbosch. Daar ligt een nieuw ontwikkelt natuurgebied en daar worden nu wel zes koppeltjes waargenomen. De omstandigheden zijn daar ideaal met veel zegge en beschutte eilandjes en oevertjes.

Ik ken ze vooral van hun winterkleed en niet zozeer van het zomerkleed waar ze nu in rond zwemmen.
Maar als iets makkelijk is, dan is dat wel een geoorde fuut in zomerkleed. Dat is zo opvallend en spectaculair dat je je daar niet in vergissen kunt. De enige vogel waarmee je de geoorde fuut zou kunnen verwarren, is de kuifduiker maar die vind je niet in het binnenland. In de winter kun je ze wel samen tegenkomen, maar dat is dan wel aan de kust. Opvallend aan de geoorde fuut is het opvallende hoge voorhoofd en het kleine opgewipte snaveltje. Dat heeft alleen deze kleine fuut.

De oorpluimen lijken wel verguld, zo intens geel kunnen die zijn in het zachte zonlicht van het voorjaar. Ik hoorde ze ook roepen, ook weer een nieuwe gewaarwording. Dat had ik namelijk nog niet eerder gehoord.
Zodra het broedseizoen achter de rug is vertrekken ze alweer richting de kust. Het is geen echte trekvogel en de meeste vogels blijven dan ook hier. Ik ken wel een goede plek om grote aantallen in winterkleed te bekijken, dan moet je niet eens zo ver rijden naar Oude Tonge waar ze massaal op de Grevelingen bij elkaar zitten. Ze zwemmen, duiken en jagen dan in grote groepen op het grote water. Jagen is overigens een groot woord, ze foerageren gezamenlijk, dat is een betere omschrijving. Maar dat ze het gezamenlijk doen, vergelijkbaar met aalscholvers dat is zeker.

Wil je meer weten van deze prachtige fuut met zijn gouden hoofdtooi, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/geoorde-fuut

dinsdag 21 april 2020

Norse grasmus.

grasmusje met een plat kopje
Hij is al vaker het onderwerp van gesprek in mijn blog geweest, de grasmus. Ik zag ze afgelopen week weer terugkomen en vrijwel direct hoorde ik ook het gekras want anders kun je het zingen van deze vogeltjes niet noemen. Bij Zonzeel zaten ze ook op de draden en de paaltjes, vol in het zicht.

Ik denk dat ze nog te vermoeid waren om direct weg te duiken. Ik had zo mooi de gelegenheid om ze eens wat nader te bestu-deren en ze verschillen ook echt wel van elkaar. Zeg maar dat de ene grasmus de andere niet is. En dat is toch wel bijzonder omdat veel vogelsoorten identieke mannen of vrouwen kennen, kijk maar eens naar een winterkoning. De vogelsoort met de meeste onderlinge verschillen die mij zo te binnen schiet is de kemphaan, een totaal andere vogelsoort. Van zangvogels is mij die grote variatie niet zo bekend. Maar zogezegd, ook grasmussen verschillen dus onderling.

hier eentje met een bolle kop
Ik ken grasmussen vooral ook van dat bolle kopje maar dat hebben ze dus ook niet allemaal, er zat er een lekker te krassen met een plat kopje. En toen viel het mij ook op dat een grasmus, die behalve een slechte zanger is, ook nog eens een wat nors kijkend vogeltje is. Zouden zijn slechte zangkwaliteiten ook zijn humeur beïnvloeden? Het zit dit vogeltje in alle opzichten niet echt mee want ook zijn verenpakje is niet uitbundig gekleurd of mooi getekend, kortom het hele vogeltje stelt niet veel voor.

En toch maakt dit vogeltje mij elk jaar in april weer blij met zijn gekras. Weer een leuke soort die je maar in een paar maanden van het jaar te zien en te horen krijgt. Ik schreef in eerdere blogs al over deze vogel dat het steeds beter met ze gaat. De aantallen groeien gestaag en ik hoor ze op korte afstand van ons huis. Loop ik nog maar net de polder in dan hoor ik ze in de eerste struiken en singeltjes langs Het Kromgat al. Lekker!

Wil je meer weten van deze norse zanger, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grasmus

vrijdag 17 april 2020

Zwarte roodstaart maakt vreemde keuze.

zwarte roodstaart
Wat kunnen vogels soms toch vreemde keuzes maken. Neem nou de zwarte roodstaart. Ik ken deze vogel al heel wat jaren uit de tijd dat ik in Eindhoven werkte. Elke ochtend als ik op het industrieterrein uit de auto stapte werd ik begroet door het krassende geluid van deze vogel.

En elke ochtend vanaf half april zat hij dan op de dakrand van de grote grijze dozen van de fabrieken, kantoren, bouwmarkten en winkels. Hij had het daar prima naar zijn zin want jaar na jaar zag ik het beestje daar.

Om een zwarte roodstaart te zien kun je maar beter naar een industrieterrein rijden en niet naar de oorspronkelijke habitat van deze vogel. Dat zijn namelijk rotspartijen met spleten om in te broeden. Alhoewel een tripje naar een ver buitenland in deze tijd niet verkeerd is, als je maar niemand tegenkomt. Maar wat bezield deze vogel dan toch om de mooie, schone en stille natuur te verruilen voor een vervuilde, lawaaiige omgeving?

een zwarte roodstaart op een takje groen.
Ook hier in onze omgeving is de zwarte roodstaart op het industrieterrein te vinden. Vrolijk krassend op een dakrand van een enorme grijze metalen doos van een transport-bedrijf zit er ook zo een. Hij moet daar in die metalen en betonnen wereld zijn voedsel zoeken. Insecten en later in het seizoen ook bessen.

Ik kan me voorstellen dat in de schemer veel insecten rond het kunstlicht van alle lampen en lantaarns vliegen maar is dat de tijd dat de zwarte roodstaart foerageert? Overdag heeft een insect ook maar weinig te zoeken in deze doodse wereld. Bijzonder hoe zo'n vogel dan toch voor deze leefomgeving kiest en zich ook nog eens weet te handhaven.

Zijn neef de gekraagde roodstaart is hier in geen velden of wegen te vinden. Die heeft een betere keuze gemaakt en zit graag in de bossen, agrarisch gebied en ook in natte wilgenbossen. Maar daar later meer over.

Wil je meer weten van deze vogel met zijn bijzondere leefomgeving, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwarte-roodstaart

dinsdag 14 april 2020

De niet zo bonte vliegenvanger.

de vliegenvanger zingt zijn hoogste lied
Nu het voorjaar in volle gang is, knoppen lopen uit, vlinders vliegen door de tuin en de vogels keren terug uit het zuiden, is het goed opletten geblazen anders mis je veel van al dat moois. Dat de vogels terugkeren, houdt mij het meest bezig en dagelijks kijk ik omhoog en spits ik de oren, loerend op de aankomst van weer een nieuwe jaarsoort. Afgelopen week was wat dat betreft een mooie week met de bonte vliegenvanger, huiszwaluw, kwartel en zwarte roodstaart om er maar een paar te noemen.

Met name die bonte vliegenvanger is toch wel een aparte soort. Jaren en jaren kwam ik het beestje hier niet tegen en had ik geluk als ik er een in het oosten van ons land tegenkwam. Maar het gaat beter en beter met dit vogeltje en daardoor kom ik hem nu ook in de bossen van Dorst tegen. Alweer enkele seizoenen is hij een vast bewoner van het bos. Ik wist dat de bonte vliegenvanger al veel langer op de golfbaan broedde maar verder was het toch een lastige soort in deze omgeving.

waaks vlakbij het nest
Afgelopen week, ter hoogte van het oude zwem-bad, hoorde ik het liedje en viel het kwartje ook meteen. Dat moest 'm zijn. Een korte zoektocht in het struikgewas en daar zat hij op een hoogte van twee meter op een tak. Alarmeren en duidelijk aangevend dat ik de grens van zijn territorium was overgegaan. En op de een of andere manier ontdekte ik al vlot zijn nest, een piepkleine opening in een dode berk. Ze broeden in holtes van bomen maar kiezen ook makkelijk voor een nestkastje.

Maar deze vogel kiest dus voor een nestje in een boom. Goed om dit plekje te onthouden en heel af en toe eens te gaan kijken hoe het met deze vliegenvangers gaat.

Wil je meet weten van deze niet zo bont gekleurde vliegenvanger, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/bonte-vliegenvanger

vrijdag 10 april 2020

Uilengebroed in de Noordwaard.

koppel steenuilen
De afgelopen week heb ik steeds het geluk gehad om tijdens mijn rondje Noordwaard een koppel steenuiltjes te zien. Het is sowieso geen alledaagse ontmoeting want uilen leven toch vooral verborgen en zijn met name in de schemer en 's-nachts actief. Toch zoeken met nam de steenuilen de leefomgeving van mensen op.

Ze hebben een voorkeur voor rommelige boerenerven en boomgaarden. Het koppel wat ik de afgelopen weken steeds zie, hebben een hele andere keuze gemaakt. Ze hebben hun oog laten vallen op een elektriciteitshuisje langs een doorgaande weg. In de nok van het huisje is een opening gemaakt waardoor ze naar binnen kunnen. Dat dit huisje daarvoor geschikt is gemaakt, heeft te maken met het project "ruimte voor de rivier". In de jaren 2013-2015 zijn veel boerderijen met schuren afgebroken en zijn vrijwel alle bomen gekapt. Alles om ervoor te zorgen dat het teveel aan water snel door kan stromen. Snel erin en snel eruit en dan kun je geen obstakels gebruiken.

mannetje steenuil op de uitkijk
Veel uilen en andere roofvogels zijn daardoor hun nestplaatsen en leefgebied kwijtgeraakt. De Vogelwerkgroep Biesbosch heeft door de hele Noordwaard nestkasten geplaats, bosuil kasten, valkenkasten, kerkuil kasten en broedgelegen-heden voor steenuilen. In een ander elektriciteits-huisje dat op een veel rustigere plek staat en eigenlijk een veel geschiktere plek is, zit al jaren geen uil en zelfs geen kauw die ook graag in zo'n nis broedt.

Dat hier zomaar steenuilen zitten is nog niet zo vanzelfsprekend want als je grofweg een lijn trekt tussen Cadzand en Assen deel je ons land in tweeën en ten westen van die lijn komen amper steenuilen voor. De Noordwaard is eigenlijk een grensgeval als je naar deze lijn kijkt die ons land in tweeën deelt. Ze zitten vooral ten oosten van deze lijn, zeg maar op de zandgronden van ons land. En niet eens weinig ook, volgens SOVON leven er in de oostelijke helft van ons land dik 8.500 broedparen. Toch moet je er, om ze te zien, altijd moeite voor doen. In Oosteind heb je nog de beste kans want daar zitten toch zeker acht broedparen in de nestkasten van IVN Mark & Donge. En al die kasten hangen in de buurt van erven en boomgaarden.

Wil je meer weten van dit piepkleine uiltje, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steenuil