dinsdag 31 januari 2017

Kolgans HP6

locatie slaapplaatstelling "Gat van den Ham".
De afgelopen week stond voor mij volledig in het teken van de ganzen en zwanen. Zo nam ik afgelopen zaterdag deel aan de slaapplaatstelling van ganzen en zwanen in de Biesbosch. De slaapplaatstelling wordt twee keer in de winter gehouden en zaterdag 21 januari was de tweede telling van deze winter. Op dertien plekken in de Biesbosch staan in alle vroegte tellers klaar om de ganzen en zwanen te tellen die vanuit hun slaapplaats naar de foerageer gebieden buiten de Biesbosch trekken. Het zijn meestal gras- en stoppelakkers waar voedsel gezocht wordt. Daar waar nog resten van bieten of aardappelen liggen, zie je ze ook in soms enorme aantallen foerageren. De Overdiepse polder bij Waspik is zo´n polder en is vooral geliefd bij de kolganzen.

HP6
In totaal werden die zaterdagochtend bijna 90.000 kolganzen geteld. En ik denk dat deze ganzen met name in de Overdiepse polder foerageren. Zoveel zijn nog nooit tijdens de slaapplaatstelling geteld en ook andere ganzen waren in veel grotere aantallen dan anders vertegenwoordigd. Ik vermoed dat het deze ochtend de jagers in de Biesbosch waren die met hun schoten zowat alles de lucht injoegen.

De dagen daarna ben ik nog in de polders in de omgeving geweest en zag daar ook steeds grote aantallen kollen. En in navolging van mijn zoektocht naar geringde kleine zwanen ging ik ook hier op zoek naar ganzen met ringen en halsbanden. In de Overdiepse polder bij Waspik was het raak. Twee kollen met zwarte halsband en witte letters konden bijgeschreven worden. De 6E4 en HP6 heb ik vanzelfsprekend ingevoerd op de site van www.geese.org . Van kolgans 6E4 was niet veel bekend, hij was pas twee keer eerder gemeld en de ringdatum was verder ook niet bekend. Later kwamen daar 6N9, 6P4 en BZ9 bij. Kolgans BZ9 is met ruim 7 jaar veruit de oudste geringde kolgans in onze omgeving.

Van kolgans HP6 was overigens een flinke levensloop beschikbaar. Dit vrouwtje is op 21-11-2013 bij Maren Kessel geringd en heeft sindsdien heel wat van Nederland, Duitsland, Polen, Estland en Rusland gezien. Deze kolgans is in mei 2016 voor het laatst gemeld op het laagland van Kostroma waar de rivier de Wolga en de rivier Kostroma samenkomen.
En dit jaar  is zij uiteindelijk via Damme in België weer bij ons in Waspik in de Overdiepse polder terechtgekomen. Kollen brengen de zomer door in het uiterste noorden van Rusland. Ze broeden daar op de toendra’s tot in het westelijke deel van Siberië. Ze arriveren pas in juni in Siberië, de broedgebieden waar dan soms nog sneeuw licht. Of deze gans daar al tot broeden is gekomen weet ik niet. In de levensloop op de site van geese.org wordt dat ook niet duidelijk. En in augustus beginnen ze alweer aan de lange tocht naar het Westen, mogelijk is onze polder dan weer de eindbestemming. Zo zijn ze dus twee derde van het jaar bezig met heen en weer reizen.

Wil je meer weten van deze kleine globetrotter, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=120

vrijdag 27 januari 2017

Wilde zwanen

zes wilde zwanen in de Hardenhoek(Biesbosch)
De laatste blogs gingen over kleine zwanen in de polder bij Oosterhout en nu komen de wilde zwanen aan bod. In de Gecombineerde Willemspolder zie ik al jaren geen wilde zwanen meer, de laatste keer was op zes februari in 2014, toen zaten daar een week lang twee wilde zwanen. Het is al een cadeau om kleine zwanen in de polder te zien maar het is als de jackpot winnen als je daar wilde zwanen ziet.

Ik weet niet wat het is, maar kleine- en wilde zwanen zijn voor mij absoluut de mooiste wintervogels die je je maar kunt voorstellen. Ze oefenen op mij een enorme aantrekkings- kracht uit. Het komt denk ik ook omdat er zoveel om te doen is, de nieuwsbrief van Wim Tijsen die je steeds weer van allerlei wetenswaardig- heden voorziet, de halsbanden aflezen en melden wat het ook zo leuk maakt. De diverse onderzoeksprojecten met de daarbij behorende informatie en ontdekkingen maken het zo interessant. Je wilt er meer van weten en helpen data te verzamelen door ringen af te lezen.

Wilde zwanen overwinteren met name in noordoost Nederland en op de randmeren van de Veluwe. Het moet behoorlijk koud zijn, willen ze verder zuidwaarts trekken en in Brabant te zien zijn. Ik was dan ook blij verrast om in de Biesbosch, Hardenhoek en Muggenwaard twee groepjes van respectievelijk zes en acht stuks wilde zwanen te zien. In totaal overwinteren zo'n 2500 wilde zwanen in Nederland en dat aantal groeit gestaag want het gaat goed met deze zwanen die voornamelijk in noord Scandinavië en Rusland broeden. Sinds een aantal jaren broeden ook twee paar wilde zwanen on oost Drenthe en men verwacht dat er op termijn wel eens paar koppels meer zich hier gaan vestigen.

Wil je meer weten van deze prachtige wintergast, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=245

dinsdag 24 januari 2017

Kleine zwaan 208E wit

 
twee jonge geringde kleine zwanen
In een vorig blog meldde ik de aanwezigheid van een vijftal geringde kleine zwanen in de Gecombineerde Willemspolder in Oosterhout en dat is veel. Maar afgelopen weekend sloeg alles, ik telde maar liefst 19 halsbanden op een groep van 144 kleine zwanen. Een van de zwanen was 541X wit die op 2 februari 2016 voor het eerst in Ruddervoorde, West Vlaanderen was gezien. Deze zwaan was toen 2 jaar en is een dochter van 544X(moeder) en 546X(vader) en is nadat ze in België was gezien nog een keer in Vught gezien en is daarna waarschijnlijk naar Siberië vertrokken. Mijn melding van deze zwaan was de eerste in Nederland van dit nieuwe winterseizoen, ze is op 30 oktober jl. wel gezien op de Sehlendorfer binnensee in Duitsland

Deze zwaan doet mee aan een Belgisch onderzoek van Didier Vangeluwe naar de veranderende trekroutes die nog maar recent in beeld zijn. De vogels zijn uitgerust met GPS zenders en hebben de letter X op de halsband(is normaal gesproken een E). Deze vogels zijn in de
zwaantje 270E
Yamal peninsula in Siberië geringd en behoren tot de Oostelijke populatie die via Kazachstan zelfs naar China vlogen en een deel van deze populatie koos een wat makkelijkere route naar de Griekse Evros-delta. Dat maakte deze waarneming dus extra bijzonder want 541X koos dus voor de Westelijke route en koos in het bijzonder voor de Gecombineerde Willemspolder, hemelsbreed een kilometer van mijn huis. En wat voel ik mij dan toch bevoorrecht om bij mij om de hoek deze speciale kleine zwaan te zien.

In de groep kleine zwanen zat ook een andere vrouwtjes kleine zwaan met halsband 208E wit en dat is ook een bijzondere vogel. Ze heeft nog maar een korte historie en is nog maar een weekje geleden in Nederland geringd. Wat haar bijzonder maakt is het type halsband. Dit is een 3D geprinte halsband met GPS antenne en wordt door zonnecellen van stroom voorzien. Dat is nieuw in de ringerswereld, voorheen werden daar gewoon batterijen voor gebruikt met een beperkte levensduur en dat is nu dus opgelost. Deze ringen zijn in Burgers Zoo getest op tamme knobbelzwanen en worden nu dus in het veld ingezet. Deze lichtgewicht ringen registreren elk moment dat ze in aanraking komen met water en geven elk uur via internet duizenden gegevens over positie en lichaamshouding van de zwaan door. En ook deze bijzondere zwaan zit dus gewoon bij ons in de polder.
een mooi gemengd clubje zwanen
Als je nu nog niet nieuwsgierig bent geworden en meer wilt weten van de deze bijzondere vogels dan weet ik het ook niet meer. Maar goed, stel dat je meer wilt weten van de kleine zwanen, stuur dan een mailtje naar Wim Tijsen met de vraag je de nieuwsbrief toe te sturen en hij stuurt je een keer of vier, vijf per winterseizoen een prima informatieve nieuwsbrief over de kleine zwaan. Zijn mail adres is; wimtijsen@ziggo.nl

 

vrijdag 20 januari 2017

Kleine zwaan 541X wit

kleine zwanen zover het oog reikt
Er is een wereld voor mij opengegaan. Ik ben al jaren geïnteresseerd in het wel en wee van de groep kleine zwanen die overwinterd in de Gecombineerde Willemspolder. Dus als geïnteresseerde zwanenliefhebber was ik afgelopen dinsdag op zoek naar het aantal jongen en eventuele ringen in de enorme groep knobbel- en kleine zwanen. Er zaten maar liefst 280 zwanen in de weilanden, en in die groep zaten dus 177 kleine zwanen waaronder 24 juveniele vogels. Weinig jongen en dat is al jaren geen nieuws, ik geloof dat dat het afgelopen broedseizoen iets van 7% jongen heeft opgeleverd.

Cygnus bewickii, met halsband 541X wit
Maar in de groep ontdekte ik vier halsbanden, 541X wit, 239E wit, 267E geel en 208E wit. Natuurlijk wilde ik deze vier halsbanden melden en zocht ik in de nieuwsbrieven van Wim Tijsen naar informatie hoe ik deze halsbanden kon melden. De witte halsband 541X heb ik gemeld bij Didier Vangeluwe, hoofd van het Belgisch ringwerk en verbonden aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuur- wetenschappen. En dat is niet zomaar een zwaantje wat ik daar heb gemeld.
Deze kleine zwaan maakt deel uit van een select groepje zwanen dat aan een speciaal onderzoek naar trekroutes van deze vogels meedoet, waarvan vermoed wordt dat zij hun trekroute aan het verleggen zijn naar meer oostelijke routes. Ik kom daar in een volgend blog nog op terug. Ik heb haar(het is een vrouwtje)levensloop inmiddels van Didier Vangeluwe ontvangen.

De twee andere halsbanden horen bij elkaar en dat is nog eens leuk om te vertellen. Ik heb deze twee gemeld op de site van www.geese.org en wat blijkt? Het is een koppel met een jong. Dit gezinnetje is rond 20 december in Nederland gearriveerd en zwerven sindsdien door Brabant en Zeeland. Het is alleen jammer dat ik het jong van dit koppel nog niet heb ontdekt. De juveniele kleine zwaan moet de halsband 207E wit hebben maar die heb ik nog niet in de groep van 24 jongen kunnen ontdekken. Vanmiddag nog maar eens met de telescoop op pad. Want je begrijpt het natuurlijk wel, nu wil ik ze ook allemaal zien.

Wil je meer weten van deze mooiste wintergasten, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=112


dinsdag 17 januari 2017

Nationale vogeltelling

 
deze gaai wordt er van verdacht een pindanet te
hebben gestolen
Volgende week is de Nationale tuinvogeltelling. In het weekend van 27 en 29 januari worden in heel Nederland de tuinvogels geteld en doorgegeven aan SOVON en de Vogelbescherming. Ik doe daar zelf ook alweer een aantal jaren aan mee en tel dan op het beste moment van de dag. In de ochtend is het bij ons altijd een drukte van jewelste in de tuin. De vogels gaan dan namelijk op pad om de lege maagjes te vullen en weten dat bij ons een goed gevulde dis te vinden is.

Vetbollen, zonnebloempitten, voedersilo's, pinda netjes etc. Ik strooi dan nog wat los voer op de grond zodat de dikke houtduiven, kauwen, gaaien en eksters ook mee kunnen eten. De torteltjes zijn handig genoeg om in het voederhuisje de lekkerste zaden en gebroken mais op te pikken.

Wat trouwens niet aardig en zelfs ondankbaar is, is dat de eksters en de gaaien complete pinda-
netjes lospeuteren en ermee vandoor gaan. Dat is nu al een paar keer gebeurd en dat zou een torteltje nooit doen, daar zijn ze te lief en te sociaal voor. Ze maken zelfs plaats voor een merel of het dominante roodborstje wat deze winter in onze tuin bivakkeert.

Zo in de ochtend kan het gebeuren dat er meer dan tien soorten in onze tuin foerageren. De meest opvallende tuinvogels zijn dit jaar de vinken, vier tegelijk en elke dag van 's-morgens tot 's-avonds. Ook nieuw dit jaar zijn de huismussen, die zagen we de afgelopen jaren niet in onze tuin, wel in de tuinen van de buren en in de

struiken in de wijk. Afgelopen jaar waren dat niet de vinken maar de groenlingen met soms tien tot twaalf vogels tegelijk.

Het lijstje van deze winter is tot nu toe als volgt;
merel, huismus, heggenmus, winterkoning, roodborst, koolmees, pimpelmees, vink, groenling, kauw, ekster, gaai, houtduif en turkse tortel. Geen zeldzame soorten, wel de meest voorkomende tuinvogels. In een ver, ver verleden hebben we nog wel eens een meerkoet en wilde eend in de vijver gehad en zelfs een ijsvogel die de goudvissen uit de vijver ving en op een keer een zwarte roodstaart maar dat waren toevalstreffers.

Ik weet niet hoe ik de blauwe reiger moet noemen die elke week wel een keer in de tuin zit en naar de vissen in de vijver staat te loeren. Het zit een beetje tussen vandaal en terrorist in. Hij heeft in de loop der jaren heel wat schade aangericht. Zelfs een goudkarper van een centimeter of vijfentwintig was een paar keer de klos. Hij was te groot en te zwaar om op te eten en lag dan achtergelaten op het terras naar adem te happen. Ik heb hem zo een paar keer moeten redden en snel teruggezet in het water. Wonder boven wonder knapte hij steeds weer op, elke keer met wat meer littekens op de flanken tot het op een keer genoeg was en hij het leven liet. Dus ja, gemengde gevoelens bij het zien van een blauwe reiger in de tuin.

Tip; begin alvast met wat extra te voeren, dan weten de vogels je tuin over 2 weken zeker te vinden!
Wil je meer weten of meedoen met de Nationale tuinvogeltelling, klik dan op de link;
https://www.tuinvogeltelling.nl

vrijdag 13 januari 2017

Anthus Godlewskii

mongoolse pieper(foto Wikipedia)
Nee, dit is niet de naam van een Poolse stukadoor maar de naam voor een Mongoolse pieper. Het was moeilijk om de drang van het waarnemen van een nieuwe soort te weerstaan. Zo schreef ik onlangs nog in mijn blog dat ik niet veel meer onderneem om een nieuwe soort waar te nemen. Het afvinken van een nieuwe soort is voor mij niet zo belangrijk, het waarnemen van een nieuwe soort om te genieten van een uitzonderlijke vogel is wel een reden om op pad te gaan. Zo ging ik de afgelopen twee weken tot driemaal op pad voor een nieuwe soort, wel bij mij in de buurt want kilometers rijden heb ik er niet voor over.


en nu dan de 10e in de Biesbosch
Zo zag ik de afgelopen weken de roodhalsgans(zie mijn blog van 23 december), de grote zee eend in de Biesbosch bij de Deeneplaatweg(2 januari) en gisteren was de Mongoolse pieper aan de beurt. De onopvallende pieper zat bij de Kroonbrug in de Biesbosch en werd daar al drie dagen gezien en gemeld op waarneming.nl. Toen ik bij de Kroonbrug aankwam zag ik een mannetje of twaalf, behangen met fototoestellen met lenzen van het formaatje pedaalemmer, telescopen en verrekijkers en er liepen zelfs vogelaars tussen met grote parabool richtmicrofoons en koptelefoons op het hoofd. Om er een hernia aan over te houden.

Kroonbrug
Dat was even makkelijk zoeken voor mij, ik sloot mij gewoon aan bij de groep en liep mee naar de hotspot waar de Mongoolse pieper rondhing. Hij zat aan de rand van het pad op de grens van het kort gemaaide gras en de kruidige zoom daarnaast. Hij liet zich steeds even zien als hij weer een metertje verder ging zitten. Maar om nu te zeggen, ja dat is duidelijk de Mongoolse pieper en geen duin-, water-, oever-, boom-, gras- of grote pieper, nee dat kan ik niet zeggen. Het is een alledaagse pieper zonder echt opvallende kenmerken. Als je het niet weet en net als ik een vogelaar bent die niet echt thuis is in de bijzondere soorten, dan zou je hem zo als waterpieper uitschelden. Het is trouwens pas de tiende waarneming in Nederland en de eerste waarneming van deze vogel in Brabant, dus in dat opzicht is het wel de moeite waard om te gaan kijken.

Hoe deze vogel hier terecht is gekomen, is een groot vraagteken. Normaal is deze vogel thuis in Zuid-Siberië, Mongolië, China en Tibet en broed op het Indisch subcontinent. Deze vogel moet wel erg veel rugwind uit het Oosten hebben gehad om hier terecht te komen. Ik ben werkelijk benieuwd of deze vogel ooit de weg terug naar huis vindt.

Wil je meer weten van deze zeer zeldzame en bijzondere bezoeker van de Biesbosch, klik dan op de link; https://www.dutchavifauna.nl/species/mongoolse_pieper

dinsdag 10 januari 2017

Zijn vogels wel eens ijsvrij?

Hoe gaan vogels om met extreme weersomstandigheden? Als je goed om je heen kijkt, zie je dat vogels zich prima aan kunnen passen aan ongewone weersomstandigheden. Het zal de overlevingsdrang in combinatie met instincten zijn die ervoor zorgt dat vogels barre tijden doorkomen. Storm, hitte en mist zijn denk nog de mist vervelende extreme weersituaties waar de vogels mee te dealen hebben, maar vorst, sneeuw en ijzel zijn wel de dodelijkste weervormen die je je kunt voorstellen.

Zo zag ik vrijdagochtend een ijsvogel op een tak zitten naast de schaatsbaan in de Oranjepolder. De vogel zat daar bij een van de laatste stukjes open water in de polder. De rest van alle sloten en plassen was voorzien van een dun laagje ijs wat er voor zorgde dat de ijsvogel niet bij zijn geliefde en o zo
Zou deze ijsvogel strek genoeg zijn?
noodzakelijke voedsel kon komen. Hij kan het wel proberen om er doorheen te duiken maar dat zal hem niet meer dan een flinke koppijn en een kromme snavel opleveren. Deze ijsvogel bleef tot op het laatste moment zitten en vloog pas op toen ik hem tot op amper drie meter was genaderd. Hij maakte dan een korte vlucht van een meter of tien en wachtte weer tot ik er weer was en zo herhaalde zich dat een keer of acht. Veel onnodig verspilde energie waar hij die dag wel eens last van kan hebben gehad. Geen voedsel en toch het kacheltje laten branden op gemiddeld veertig graden houd je niet lang vol. Vogels hebben een hogere lichaamstemperatuur dan mensen. Als wij een lichaamstemperatuur van veertig graden hebben, liggen we te rillen en te ijlen in bed.

Zaterdagochtend maakte ik weer een ander fenomeen mee, ijzel. Hoe gaan de vogels daar mee om? Ik speurde in de polder naar vogel activiteit om te kunnen zien wat ze nu deden om ijsvrij te blijven. De eenden zwommen in een groot wak in Het Kromgat en het leek erop dat zij vooral in beweging bleven om ervoor te zorgen dat het water niet dichtvroor. Ze leken geen last van de ijzel te hebben, op zijn tijd een keer flink schudden en de rommel was weer voor even verdwenen. Reigers zitten ineengedoken langs de bevroren slootkanten en verstoken zo weinig mogelijk energie. Normaal gesproken waren ze allang opgevlogen maar nu wint de winst van de energiebesparing het van de angst voor ons mensen. De waterhoenen kunnen als geen andere vogel zomaar compleet uit het gebied verdwijnen, daar waar ik dagelijks groepjes van tien en twaalf hoentjes zag, zit nu helemaal niets meer. Ik vermoed dat zij een goed heenkomen in de rietkragen zoeken en wachten op betere tijden. Meerkoeten zijn de echte bikkels van de ijzige polder, ze scharrelen in het gras en wroeten in de sneeuw en ijzellaag op zoek naar brandstof voor het motortje en ook zij schudden een keer om het verenpakje schoon en droog te houden.

Kortom, elke vogel heeft zijn eigen manier om met extreem weer om te gaan, de zwakkere vogels zullen het niet redden als dit weer lang aanhoudt maar dat hoort ook zo. De natuurlijke selectie zorgt uiteindelijk voor het voortbestaan van de soort. En zo is het nu eenmaal.

vrijdag 6 januari 2017

Winterse wandeling

kramsvogel in de polder(februari 2016)
Winterse wandeling door de Gecombineerde Willemspolder met veel vogels. Natuurlijk kom je al de gebruikelijke soorten tegen zoals blauwe reigers, wilde eenden, houtduiven, meerkoeten, knobbelzwanen, kraaien, kauwen etc. Hoewel, knobbelzwanen met meer dan zestig vogels bij elkaar is wel een typisch winterbeeld en over een kleine twee maanden zwermen ze ook weer uit naar de broedgebieden om daar alvast kwartier te maken.

Maar waar ik op zo'n ochtendwandeling in het winterseizoen altijd extra op let, zijn de wintergasten uit verre streken. De kans dat je ze tegenkomt is niet vanzelfsprekend. Nee, je moet altijd goed opletten en akkerranden, bosjes en waterpartijen zorgvuldig afspeuren.
Vanmorgen startte ik vrijwel direct, en het was nog bijna donker, met de roep van een waterral.

De waterral is weliswaar een standvogel en deels een trekvogel, een soort waarvan maar een klein deel wegtrekt. In de wintermaanden komen nogal wat waterrallen vanuit het oosten naar ons land om hier te overwinteren. Deze soort trekt dus niet zoals veel andere vogels
koperwiek(ook feb. 2016)
van het hoge noorden of vanuit ons land naar het warme(re) zuiden maar trekken vooral van oost naar west. Onze waterrallen zijn ook nog niet allemaal weg want het wintert nog niet echt en zo is de waterrallenstand in deze periode behoorlijk hoog en heb je grote kans er een te horen. Trekken ze wel weg, dan is dat vooral naar Groot Brittannië en Frankrijk. Horen is niet zo'n kunst, ze gillen er lustig op los maar zien is een ander verhaal, ze leven namelijk erg verborgen. Deze ochtend hoorde ik op nog twee andere plaatsen langs De Donge een roepende waterral, pik binnen, 't is winter.

Wat verderop kon ik genieten van een flinke groep kramsvogels, deze lijsterachtige komt wel vanuit het hoge Noorden naar ons land. Ze laten zich al van verre horen en het geluid is heel herkenbaar. Naarmate ik dichterbij kwam, werden ze stiller en vlogen ze een voor een op en trokken De Donge over naar de bosschages aan de overkant. Het was een mooi groepje van tweeëndertig vogels. Niet veel verder zag ik de grote witte vlek van de vaste wintergasten van deze polder, de kleine zwanen. Het zijn inmiddels meer dan vijftig vogels, geen van allen geringd en de geelpoot van afgelopen jaar zat er ook nog niet tussen.

kleine zwanen(winter 2015/2016)
Ik hoop dat die de komende weken nog arriveert want de groep moet nog groeien naar een stuk of tachtig vogels. Daarmee kwam ik vandaag op drie specifieke wintergasten en mistte ik nog wel de sijzen, koperwieken en de blauwe kiekendief, die laatste verblijft hier elke winter. Die houd ik wel tegoed voor de volgende keer.

Deze wandeling leverde bijna vijftig soorten op en dat is niet mis want deze polder met het riviertje De Donge is niet het meest ideale vogelgebied te noemen. De wandeling van ruim tweeëneenhalf uur zorgt er echter wel voor dat nauwelijks een soort aan mijn scherpe oog en oor ontsnapt want op deze vroege ochtend ben ik zowat de enige voetganger in het gebied en is nog niets verstoord.

dinsdag 3 januari 2017

Nieuwjaarsdag

Vandaag, de eerste dag van het nieuwe jaar, ziet alles er weer gewoon als vanouds uit. Het is zelfs zo dat de vogels net doen of er niets is gebeurd. Dat verbaast mij wel na al dat geweld van de afgelopen nacht. In mijn blog van afgelopen vrijdag maakte ik mij nog volop zorgen om de vogels die in de aankomende nieuwjaarsnacht bruut verstoord zouden gaan worden door ontploffende cobra's, gillende keukenmeiden, strijkers en flitsende romeinse kaarsen. Ik had op internet diverse artikelen gelezen en radar-beelden bekeken van afgelopen nieuwjaars-nachten waarin tienduizenden vogels voor al dat geweld op de vlucht sloegen. De vogels laten vanmorgen een opvallende "veerkracht" zien, dat lijkt mij wel de meest gepaste omschrijving voor dat gedrag.

Natuurlijk is het zo dat de vogels moeten foerageren om in leven te blijven maar ze hebben wel de vrije keuze om dat te doen, daar waar zij zicht het veiligst voelen. En dat doen ze dus gewoon weer in het episch centrum van al die vuurwerkuitbarstingen. Het leek zelfs zo dat de serene rust van de vroege Nieuwjaars ochtend de vogels minder schrikachtig maakte. Het was zelfs gewoon druk in de tuin met een dikke houtduif, twee tortels, gaai, twee vinken, een merel(vrouwtje, zich in de vijver de kruitdampen van het lijf wassend), roodborst, huismussen, ekster, kauwen(die de pindakaaspot wel heel lekker vinden), kool- en pimpelmezen, twee felgroene groenlingen, en een scharrelend winterkoninkje. Geen slecht lijstje voor deze eerste dag van het nieuwe jaar.

Zou dat slecht werkende korte termijn geheugen er dan toch voor zorgen dat alle leed weer snel vergeten is? Als dat zo is, lost dat dus in een hoop gevallen wel een probleem op, blijft alleen een wreed verstoorde nachtrust over. Toch vermoed ik dat er wel degelijk veel slachtoffers gevallen zijn, vogels die niet goed in het donker kunnen navigeren en in paniek ergens tegenaan gevlogen zijn, het kan gewoon niet anders. En dan heb je ook nog al die vogels die de enorme stress van de afgelopen nacht niet op een goede manier hebben kunnen verwerken en er mogelijk blijvende lichamelijke schade aan overhouden. Kostbare energie en reserves die onnodig aangesproken zijn en ervoor kunnen zorgen dat er de komende tijd wel eens problemen kunnen ontstaan als het echt gaat winteren. Nee het kan niet anders zijn dat veel vogels die dreunen van al dat vuurwerk zomaar nog niet verteerd hebben.

Bekijk de actuele radarbeelden van de afgelopen Nieuwjaarsnacht, klik dan op de link;
http://horizon.science.uva.nl/fireworks/

vrijdag 30 december 2016

Vogels naar 2017?

Als morgenavond het vuurwerk wordt aangestoken zitten de vogels nietsvermoedend diep in slaap op hun roest. Ik ben benieuwd wat dat enorme lawaai eigenlijk voor de vogels betekent? Het plotselinge geweld, de lichtflitsen en de drukgolven die in onze wijken overal vandaan komen, moet er wel voor zorgen dat veel vogels in blinde paniek opvliegen. Waar gaan ze dan naar toe? Ik geloof nooit dat vogels gewoon blijven zitten en doorslapen. Zien of horen doen we ze dan niet, terwijl ik daar de afgelopen jaren wel wat meer op let, voor zover dat dat met de nodige champagne achter de kiezen gaat.

radarbeeld van opvliegende vogels in Noord Holland
op oudejaarsavond tegen`24.00 uur

Ik denk dat we hier wel over verborgen dieren-leed kunnen spreken en denk ik maar aan dat korte termijn geheugen waar veel dieren niet veel aan hebben of wat bij veel dieren geheel ontbreekt. Toch kan een kortstondige heftige ervaring in het verdere leven wel degelijk impact hebben. Ik denk dan altijd maar aan onze hond die een keer op de mat bij de voordeur lag te slapen en een stapel folders op zijn kop kreeg. Dat hij die stapel op zijn kop kreeg is hij vrijwel direct vergeten, maar het geluid van de brieven- bus herinnert hem wel aan de schrikreactie die dat teweeg bracht. Dat geluid en die bijbehorende schokkende ervaring heeft hij vrijwel zeker in zijn lange termijn geheugen opgeslagen. Dat het daar opgeslagen is, komt door de herhaling van de sensatie van steeds opnieuw dat onverwachte geluid en de stapel papier die dan weer op de mat valt. Vervolgens scheurt hij nog steeds vrijwel dagelijks de post in repen en als hij er de tijd voor neemt maakt hij er confetti van.

Volgens mij werkt dat bij vogels ook zo, net als bij ons, de zoogdieren nauw verwant aan de vogels. Maar goed, hoe zit dat nu op Oudejaarsavond als om twaalf uur de fik er in gaat? Zo'n 5 miljoen overwinteraars en vele standvogels worden dan ruw verstoord en het kan niet anders zijn dan dat er ook schade aangericht wordt aan de vogelstand. In ieder geval, ondanks het voor vogels meest vervelende moment van het jaar, allemaal een heel mooi vogeljaar gewenst.
Wil je meer weten over deze brute verstoring van onze vogelwereld, klik dan op de link;
http://blog.oup.com/2015/12/new-years-eve-birds-exodus/

dinsdag 27 december 2016

Niet alledaagse puttertjes

puttertje op een kaardenbol
Als vanzelfsprekend vliegen ook deze ochtend de puttertjes langs Het Kromgat van els naar els opzoek naar de zaadjes die in de proppen van de elzenboom zitten. Ik ben er inmiddels al zo aan gewend dat ik er niet meer van opkijk, net als dat ik dat van de zwarte kraaien, meerkoeten en houtduiven in de polder niet meer doe. Ik kijk er niet meer van op want ze zijn er altijd en ik vind dat zo vanzelfsprekend dat ik zelfs langs deze vogels kijk, om te kijken of er nog vogels in de polder zitten. Niet goed te praten want alle vogels zijn bijzonder als je maar de nodige moeite neemt om ze goed te bekijken. Al is het dan niet meer voor hun uiterlijk maar wel dat je ze voor hun gedrag bekijkt en bestudeerd.

puttertje van Carel Fabritius 1654
Die puttertjes behandelen alsof ze alledaagse gewone vogeltjes zijn, dat verdienen ze zekere niet. Deze tropische verschijningen in ons koude polderlandschap maken deze donkere winterse dagen weer een beetje vrolijk. Vrolijk maar bedeesd kwetteren ze tegen elkaar en geven elkaar seintjes om naar de volgende boom te vliegen. Dit hechte clubje van bijna veertig vogeltjes zit vrijwel elke dag langs Het Kromgat. Ik kan ook bijna niet wachten totdat er een wat langere vorstperiode aanbreekt want ik weet nog goed van een paar jaar geleden dat de putters dan op het ijs, de gevallen zaadjes oppikken en uitzonderlijk goed benaderbaar zijn. Je kunt ze dan op een paar meter afstand bekijken en bezig zien. Vaak zitten er dan ook wat vinken, sijzen en groenlingen bij wat het kleurenplaatje compleet maakt. Want met name de mannetjes vinken en groenlingen zijn dan op hun mooist en passen goed bij de mooie puttertjes die allen tot de vinkachtigen behoren. Dat is trouwens ook goed te zien aan de wat dikke driehoekige snavel die uitermate geschikt is om zaden te eten.
zelfs in de schuur zag ik een puttertje

In deze wintergroepen worden de monogame paartjes gevormd die het komend voorjaar weer voor jongen gaan zorgen. En wat zeer in tegen-stelling is tot ons mensen, is dat de vrouwtjes de bouwwerkzaamheden aan het nest uitvoeren. Het mannetje brengt het bouwmateriaal naar het vrouwtje die daar een degelijk nestje van in elkaar zet. Is dat mannetje dan zo onhandig of is het een slimmerik die zich een beetje van de domme houdt en het vrouwtje het lastige constructiewerk laat doen? Het is wel zo dat de puttermannetjes vaak nestmateriaal voor hun eigen nest van vinken stelen en dat criminele gedrag past wel weer wat beter bij de mannetjes dan bij de vrouwtjes. Maar ze, die vrouwtjes, zeggen er ook niks van en pakken het nestmateriaal maar wat graag aan. Helers en partners in crime, dat is duidelijk.

Zou dat rood-zwarte maskertje dan toch een boevenmaskertje voor moeten stellen? Wil je meer weten van deze kruimeldieven, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=171

vrijdag 23 december 2016

Soortenjagen?

Soortenjagers ook wel twitchers genoemd, racen het hele land door om een nieuwe soort aan hun soortenlijst toe te voegen. Afvinken is het uiteindelijke doel. Toen ik pas begon met actief vogels kijken, vond ik dat ook leuk, een nieuwe soort aan mijn lijst toevoegen. De sperweruil in Zwolle, de ortolaan in de Biesbosch, de woestijntapuit in Kerkwerve, de steppekieviet in Liessel en een roodkopklauwier in Udenhout zijn een paar soorten die ik alweer een aantal jaren geleden aan mijn soortenlijstje heb toegevoegd.

Op de een of andere manier ben ik die scoringsdrang of die drive kwijtgeraakt. Het hoeft voor mij niet zo nodig, koste wat kost nieuwe soorten aan het lijstje toevoegen. Toch wil ik nog wel eens de kriebels krijgen om een nieuwe soort te zien maar dan gaat het er mij nu vooral om dat ik een bijzondere vogel gewoon in het echt wil zien. En dan moet hij wel een beetje in de buurt zitten, ik ga er geen tientallen kilometers meer voor rijden. Een van die soorten die ik graag eens wilde zien is de roodhalsgans. Deze bijzonder mooi getekende gans doet ons land elke winter wel ergens aan. Meestal in Friesland, de Wadden en Zeeland en soms elders in het land. 

fragment van een schilderij van
d'Hondecoeter

Tijdens de laatste vergadering van de vogelwerkgroep werd een roodhalsgans genoemd die alweer een week in de Zonzeelse polder rondhing. Pas afgelopen weekend had ik tijd om hem op te zoeken, de hele Zonzeelse polder en omgeving afgezocht, oost, west, noord en zuid maar geen roodhals. Wel werd er een gemeld in de Overdiepsepolder. Ik besloot om laat in de middag toch maar naar Waspik te rijden en het er op te wagen. Tienduizend ganzen is zelfs nog een voorzichtige schatting, zoveel zaten er in de velden. Begin er maar eens aan, ik had er dan ook geen vertrouwen in dat het mij zou lukken om deze roodhals er tussenuit te pikken.

verspreiding roodhalsgans

Maar het moet wel een klein wondertje genoemd worden, want binnen een minuut liep hij door het beeld van mijn telescoop. Prachtig getekend, wat kleiner dan zijn collega kol-, grauwe- en canadese ganzen, liep hij te grazen. Net te ver om te fotograferen en het was ook net iets te donker of een behoorlijke foto te maken. Maar hij is bijgeschreven op mijn lijstje, niet om dat lijstje langer te maken, maar gewoon omdat ik deze prachtige gans graag wilde zien en wilde genieten van zijn uitzonderlijk mooie voorkomen.

Wil je meer weten van deze zeldzame gans waarvan er wereldwijd maar 56.000 zijn, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=185

dinsdag 20 december 2016

Het aards paradijs.

Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva 
Zaterdag werd ik tijdens een indrukwekkende bijeenkomst met een geweldige presentatie van Paul J Smith over vogels kijken in het aardse paradijs, naar een schilderij van Jan Brueghel, weer herinnerd aan de prachtige schilderijen van Melchior d'Hondecoeter. Ik was een paar jaar geleden, met name erg onder de indruk van het schilderij "het drijvend veertje" van Melchior d'Hondecoeter, wat ik in het Rijks zag hangen. De schilder die in de zeventiende eeuw op een onnavolgbare wijze vogels wist te schilderen. Hij schilderde prachtige realistische verzamelingen van de vogels uit zijn tijd. Veel vogels kennen we nu gelukkig ook nog maar er zijn ook vogels bij waarvan ik wel eens denk, hoe en waar heeft hij deze vogels gezien en hoe heeft hij ze zo nauwkeurig kunnen schilderen? Vogels uit Afrika, Azië, Australië en god weet waar allemaal vandaan.
"het drijvend veertje" van d'Hondecoeter
Ik weet wel dat ook Melchior zich in de bijbel verdiepte en zich door de Bijbelse verhalen liet inspireren maar vanaf vandaag denk ik dat ook de prachtige schilderijen van Jan Brueghel daar een rol in hebben gespeeld. Brueghel schilderde namelijk ook prachtige exotische vogels en schilderde zelfs dezelfde bijzondere soorten zoals de kroonkraanvogel, geelkuif kakatoe en agapornis die resp. uit Afrika, Australië en Madagaskar komen. Maar om nu direct over plagiaat of kopieerwerk te spreken gaat mij te ver. Brueghel was alweer tien jaar dood toen Melchior in 1636 werd geboren en de kans dat hij deze bijzondere vogels in het echt ook allemaal te zien kreeg was dus aanzienlijk groter dan de eeuw ervoor toen Brueghel ze feilloos op het opgespannen linnen wist vast te leggen.

oa geelkuifkakatoe
Maar na vandaag kijk ik toch anders naar de schilderijen van Melchior, zitten daar ook de fabels, sympathieën en antipathieën in verwerkt zoals die in de schilderijen van Jan Brueghel verwerkt zitten? Ik heb daar vanmiddag nog een paar uurtjes aan gespendeerd om er iets in te ontdekken, maar ik vermoed dat daar de diepere betekenissen niet in meegenomen zijn. Morgen nog maar eens een poging wagen want het verhaal van zaterdag nodigt wel uit om wat scherper waar te nemen en laat dat nou ook een van de belangrijkste eigenschappen van een vogelaar zijn, scherp waarnemen! Neemt niet weg dat het adembenemend mooie schilderijen zijn zoals ze zijn en zoals ik in mijn blog van 1 februari van dit jaar over d'Hondecoeter al schreef, als "Het Rijks" dat prachtige schilderij ooit weg doet, dan houd ik mij zeker aanbevolen. Tsja, je moet wat te dromen hebben.

Los van al mijn gespeculeer kan ik iedereen oprecht aanraden om eens een kijkje te nemen op internet, er staan ontelbaar veel mooie doeken van Melchior d'Hondecoeter op. En wie weet ga je dan op een keer naar "Het Rijks" om te genieten van "het drijvend veertje" of van de 21 andere werken van Melchior. Welhaast een must voor een vogelaar.

vrijdag 16 december 2016

Exoten in Nederland

zwarte zwaan in de Muggenwaard
In deze tijd, waarin heel erg veel vogels, en dan hebben we het al gauw over miljoenen vogels, vertrekken of ons land passeren om naar warmere en betere oorden te vliegen, zie je dat de "exoten" het hier wel erg naar de zin hebben. Die vertrekken dus niet. Opvallend is dat zij hier ook in de winter blijven hangen en niet naar warmere oorden vertrekken.

Ik zal er een paar noemen die ik de afgelopen weken gezien heb; fazant, casarca, nijlgans, cetti's zanger(horen roepen), grote canadese gans, zwarte zwaan en mandarijneend. Officieel zijn grote canadese ganzen en cetti's zangers geen exoten maar ze komen oorspronkelijk niet uit Nederland, de cetti's komt uit Zuid Europa en de canadees komt oorspronkelijk uit Noord Amerika. Bijzonder als je ook nog eens meeneemt dat juist deze vogels dus uit warmere streken naar hier zijn gekomen, je zou juist denken dat die met het eerste beste graadje vorst op de wieken gaan en het voor gezien houden. Maar niets is minder waar, zij blijven juist hier in dat koude kikkerlandje.
grote canadese gans in Surea

Al deze zogenoemde 'vreemdelingen`, hebben het in ons land geweldig naar hun zin. En de meesten planten zich hier ook nog eens succesvol voort. De aantallen nijlganzen en grote canadese ganzen overstijgen de verbeelding, in de Muggenwaard telde ik op een ochtend meer dan negentig nijlganzen, in de Willems- polder zelfs meer dan honderd nijlganzen en meer dan honderd-vijftig Canadezen. Dat zijn dus geen uitzonderingen meer. Ze zitten niet verspreid in de Biesbosch of in de polder maar wel gewoon als groep bij elkaar.
mandarijneend
nijlgans met jongen in Surea
Ik kan me ook zomaar voorstellen dat deze grote aantallen, andere inheemse soorten behoorlijk dwars kunnen zitten. Zoals nijlganzen die zelfs het lef hebben om het nest van een buizerd in beslag te nemen. Mandarijneenden en ook zwarte zwanen broeden succesvol in Nederland. Fazanten, ooit uitgezet voor de jacht, worden flink bejaagd en vormen geen probleem en al helemaal niet als voedsel concurrent voor andere akkervogels, want zo noem ik ze maar even voor het gemak. Al met al vind ik dat er wel wat meer beheer op mag komen, voor mij mogen deze soorten best blijven maar het moet niet gaan overheersen en dat doet het nu soms wel.

maandag 12 december 2016

Piepers jassen

Piepers jassen of het verenkleedje van piepers.
graspieper vrouwtje
De trek van de piepers heeft zijn hoogtepunt alweer ruimschoots gehad. En wat was het toch weer verwarrend als een groep piepers over vloog. Zijn het nu allemaal graspiepers of zit er dan ook nog een waterpieper of meer tussen. Ik heb veel bewondering voor de vogelaars die dat onderscheid in een "split second" zien en of horen. Ik vind de geluiden sterk op elkaar lijken en in de vlucht is dat lastig van elkaar te onderscheiden, ze zijn voorbij voordat je er erg in hebt. Er zijn zelfs vogelaars, en dan hebben we het over de buitencategorie en we moeten dat misschien wel het elitekorps onder vogelaars noemen, die dan in zo'n groepje ook nog een oeverpieper waarnemen. Ik ben in zo'n situatie dan allang afgehaakt en maak een diepe buiging voor zoveel kennis en kunde.

Ik verzin het bovenstaande niet en zag onlangs op de groeps-app van de Biesboschvogelaars zo'n berichtje voorbij komen; "graspiepers overvliegend, met 2 waterpiepers en een oeverpieper bij de Spieringsluis", luidde het bericht. Na dit bericht voelde ik mij een beginner, zeg maar een speler van de zaterdagamateurs van voetbalvereniging Oosterhout die vol ongeloof naar een onnavolgbare treffer van een Ajaxied kijkt.
graspieper man
In de afgelopen maand oktober en november heb ik echt moeite gedaan om piepers wat sneller te leren determineren. En ik moet zeggen dat het me langzaam aan wat beter afgaat. De waterpieper is gelukkig wat lichter en als het licht dan een beetje goed is, kun je ze daarop onderscheiden van de wat donkere graspieper. Zitten ze op de grond dan kom ik er wel uit, de lange oogstreep bij de waterpieper die tot voorbij het oog loopt geeft dan meestal wel uitsluitsel. Maar toch, in deze donkere dagen is het allemaal wel lastig.

De graspieper komt bij ons in het voorjaar en zomer niet zoveel voor, ze broeden met name in noordoost Nederland en in Zeeland. De waterpieper komt hier alleen na de broedtijd voor als wintergast en komt uit midden Europa en broedt in het geheel niet in Nederland. We zien deze vogel dus maar weinig en dat maakt het er niet gemakkelijk op. De oeverpieper is bij ons in de buurt helemaal een zeldzaamheid en ik kan nu uit mijn hoofd niet eens zeggen wat de verschillen met de gras- en waterpieper zijn. Als je hem wilt zien moet je echt naar de kust, de Wadden en de Delta en dan alleen in de winter want broeden doen ze in de bergen van midden Europa. En tot slot, en daar hebben we het dan maar helemaal niet over, heb je ook nog duin- en boompiepers.

Wil je meer weten van de pieper die hier het hele jaar voorkomt, de graspieper, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/?vogel=58