zondag 12 juni 2022

Vermomde zomertaling.

bijna in eclipskleed(04-06-2022)
Het broedseizoen is voor veel vogels nog volop bezig en voor een enkele soort begint nu pas goed en wel, denk maar eens aan de bosrietzanger. Maar er zijn ook al vogels die nu deze vermoeiende periode afsluiten en zich al klaar maken voor het vertrek naar de winterverblijven, denk hier maar eens aan de koekoek. Het is een komen en gaan van vogels en dan moet je ook goed opletten wat er gebeurd.

Zo zag ik vorige week mannetjes zomertalingen nog volop in hun prachtkleed en zomertalingen die al in hun eclipskleed rondzwemmen. Die laatste zijn dus als eerste klaar om met een fris verenpakketje naar het Zuiden te vertrekken. 
in zomerkleed(29-03-2019)
Dat de zomertaling nu al in eclipskleed rondzwemt, zorgt ervoor dat je ze over een paar weken niet meer herkent als zomertaling en gaan ze op in de bruine achtergrond van alle bruine eenden in eclipskleed. Dat verklaart ook dat je over een paar weken geen waarnemingen van zomertalingen hoort of ziet terwijl ze er nog wel zijn. 

Deze eend is de enige eendensoort die in de winter hier juist wegtrekt terwijl alle andere eendensoorten dan weer naar hier terugkeren. En wat je al helemaal niet zou verwachten, is dat de zomertalingen naar Afrika trekken en ten Zuiden van de Sahara, in de Sahel overwinteren. 

prachtkleed is wel op zijn plaats
De zomertalingen waren dit jaar in wat grotere aantallen aanwezig en tijdens de inventarisatierondjes in de Noordwaard kwamen we wel eens tot twintig exemplaren, iets wat in de jaren daarvoor niet een keer was voorgekomen. Nu weet ik ook wel dat zo'n uitzonderlijk jaar nog niets zegt over de aantalsontwikkeling van een soort want het kan met deze eend evengoed nog steeds bergafwaarts gaan.

Dat ik nu al een zomertaling in een "bijna" eclipskleed zag rondzwemmen maakte al wel veel duidelijk. Ze zijn over een paar weken niet weg maar ze zijn onherkenbaar en zijn hooguit aan hun formaat te herkennen. Ze zijn net als de wintertaling erg klein vergeleken bij een wilde eend. Opletten dus!

Wil je meer weten van deze langeafstands eend, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zomertaling


dinsdag 7 juni 2022

Boom met boomvalken.

koppel boomvalken
Ze zijn er maar een maand of vijf en dan zijn ze weer gevlogen. Boomvalken zijn echte zomervogels want ze komen pas laat terug uit Afrika en nog voordat de herfst toeslaat zijn ze weer vertrokken. Een kleine tien jaar broeden ze nu in de Oranjepolder en Gecombineerde Willemspolder. Het is maar net waar in mei of juni een degelijk kraaiennest vrijkomt want zelf bouwen ze geen nesten. Hier in de polder komen ze dan niet verder dan een nest in een hoogspanningsmast. Dat schijnt dus ook aan alle eisen te voldoen.

Gisteren zag ik een koppel boomvalken in een heel andere omgeving, Een ruig natuurgebied waar weinig mensen komen, kruidenrijke velden, singels met struiken en kleine boompjes en her en der een bosje met flink hoge bomen. Meestal populieren en wat eiken, niet wat je een, twee, drie boomvalken gebied zou noemen. Toen de boomvalken nog geen "last" van haviken hadden, en aan de randen van heidevelden broedden, was er geen reden om die biotoop te verlaten. 

boomvalk in een hoogspanningsmast
(in de Gecombineerde Willemspolder)
Tegenwoordig moeten ze wel uitwijken naar veiligere gebieden en dan zijn de polders uitermate geschikt. Hier heb je aardig wat water en leven hier vaak ook voldoende libellen, het favoriete voedsel van deze rovers. Trouwens een zwaluw op zijn tijd lusten ze ook wel, als het maar vliegt. Maar dit koppel heeft dus plannen om in dit natuurgebied hun nageslacht groot te brengen. Volgens mij een perfecte keuze al barst het hier niet van de libellen maar dat kan ook aan mij liggen want daar kijk ik niet voldoende naar. Wie weet zitten er toch genoeg.

Door die boomvalken ben ik wel op gaan letten of hier voedsel voor ze te vinden is. Ik kwam gisteren niet verder dan een aantal azuurwaterjuffers. Die zijn zo klein dat ze die in een holle kies kunnen stoppen. Als ze die dan al zouden hebben. 
De boomvalken hebben het dus niet alleen door de toename van haviken moeilijk maar ook door de afname van geschikt leefgebieden en daar hangt dan ook de voedselvoorziening voor de valken van af. 

In de Biesbosch en dan met name in de oude rietpolder de Noorderplaat barst het van de libellen en daar zie ik juni altijd wel boomvalken jagen, soms wel vier vogels in dit ene gebied. In de hele Biesbosch kunnen dat makkelijk het dubbele aantal zijn. De komende tijd nog maar eens goed opletten of ze in dit gebied van gisteren echt tot broeden komen, wie weet. Als ze ergens een nest hebben zijn ze vrij makkelijk te vinden want ze zijn dan behoorlijk luidruchtig en laten ze zich ook regelmatig zien. De vogel is in de vlucht redelijk goed te herkennen. Het is een echte valk die qua silhouet wat weg heeft van een grote gierzwaluw. 

Wil je meer weten van deze poldervogel, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomvalk

vrijdag 3 juni 2022

Spotvogels spotten.

de laatste zingende spotvogel?
Sommige vogels zijn nu alweer aan de tweede ronde van het broedseizoen begonnen. De rietzanger en blauwborst zijn twee van die vogelsoorten die nu zover zijn. Andere vogels beginnen nu pas aan hun eerste broedronde en dat komt bijvoorbeeld door hun late aankomst uit Afrika. Een goed voorbeeld hiervan is de bosrietzanger. Die zingen nu volop en ik hoor ze overal. Hier in de Oranjepolder in de rietkraag rond de schaatsclub IJSCO zitten elke ochtend twee bosrietzangers hun best te doen.

Maar daar hebben ook nog vogelsoorten hun broedperiode tussen zitten en een daarvan is de spotvogel. Die zong vorige week nog overal en bij Huis ter Heide kwam ik op mijn rondje makkelijk vijf spotvogels tegen. En gisterenmorgen was het ineens over. Ik hoorde nog slechts een spotvogel zingen en die zal daar de komende dagen ook mee stoppen als zijn vrouwtje aan de leg is.

makke bosrietzanger
Zo heeft elke vogelsoort zijn eigen seizoen. Dat begint al vroeg in maart en eindigt soms pas in augustus. Die spotvogels zijn net als de bosrietzangers erg luidruchtig en naarmate de piek van de zangperiode bereikt wordt, neemt hun angst voor ons verder af. Hun instinct is groter dan de angst. En dat is een gevaarlijke tijd want ook roofvogels en andere rovers hebben dat in de gaten. De vogels zitten soms op een paar meter afstand te zingen alsof er niets aan de hand is en dat is voor mij natuurlijk prachtig. Zeker een zingende spotvogel is een lust voor het oor en oog.

Net als bosrietzangers zitten ook spotvogels op meer plekken dan de meeste mensen denken. Je hoeft niet heel veel moeite te doen een van deze twee soorten hier in de buurt te vinden. 

spotvogel 1 week geleden
Ze nemen vaak genoegen met mini biotoopjes zoals de rietkraag langs de sloot bij de ijsclub of het kleine bosje aan het eind van de Groenendijk in Oosteind en 's-Gravenmoer. Deze soorten zitten hier net zo op hun gemak als in de grote natuurgebieden als de Biesbosch, Huis ter Heide, Bleeke Heide enz. enz. Je vind ze tot in de duinen aan de kust. Dit is de tijd om ze te horen en zien.

Wil je meer weten van een van de beste zangers van Nederland, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/spotvogel

dinsdag 31 mei 2022

Zou het dan toch?

waaks mannetje
Na heel veel slechte jaren met alleen maar afname van grauwe klauwieren, lijkt het er op dat het de afgelopen paar jaar wat beter gaat. Ik durf het bijna niet op te schrijven maar het lijkt er echt op. Het was een paar jaar geleden een hele bijzondere waarneming om er een te zien en nu heb ik ze al op een paar plekken, zelfs hier in de buurt gezien. 

Zeker drie broedparen zijn nu aan het broeden en daarmee broeden die drie koppels zo'n beetje op de meest westelijke verspreidingsgrens in Nederland. Trek een rechte lijn van Zundert naar Sneek en je hebt de verspreidingsgrens, ten Westen van die grens komen ze amper voor en ten Oosten daarvan leven toch alweer zo'n kleine duizend broedparen. Dat waren er twintig jaar geleden nog maar vijftig!

jonge klauwier
De grauwe klauwieren die hier vorig jaar hebben gebroed, waren succesvol. Ik heb een koppel met drie uitgevlogen jongen gezien en op een hele andere plek waren twee jonge klauwiertjes uitgevlogen. Dat was dus een prima resultaat. Nu ben ik benieuwd wat dit broedseizoen op gaat leveren. 

De vrouwtjes zitten nu op het nest en zijn alleen de mannetje actief in het territorium. Ze zijn waaks en tikken direct als je in de buurt komt. Dat tikken of alarmeren klinkt luid en trekt jammer genoeg ook de aandacht. Het lijkt er nu op dat we over een maandje op meerdere plekken jonge klauwieren gaan zien.

Samen met deze mooie vogelsoort gaat het met nog een paar soorten goed. Denk maar eens aan de grasmussen en roodborsttapuiten. Allebei soorten die stiekem aan terrein winnen.

en nog een jong
Nu moet ik wel zeggen dat de grauwe klauwieren het beter doen in "echte" natuurgebieden. Dit zijn gebieden die onder toezicht staan of in eigendom zijn van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer of Het Brabants Landschap. De vogels doen het dus goed in gebieden waar rust heerst, geen agrarische activiteit is en de natuur voor een groot deel zijn gang kan gaan. Dat trekt dus ook voldoende insecten en andere prooidieren aan. Een echte voorwaarde voor de klauwier. En ze weten die gebieden dan ook vrij makkelijk te vinden dus dat kan voor de toekomst nog best wat betekenen

Ik moet voorzichtig zijn, maar er op vertrouwen dat het goedkomt, heb ik toch wel een beetje.

Wil je meer weten van deze gemaskerde zeldzaamheid, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grauwe-klauwier

vrijdag 27 mei 2022

Gescharrel in Dordt.

vorkstaartscharrelaar in Kenia
Eergisteren, heel vroeg in de ochtend, werd in de Dordtse Biesbosch een scharrelaar gemeld. Hij werd maar een uur gezien en was daarna verdwenen. Zo heel af en toe wordt in Nederland een scharrelaar gezien en ik had altijd al de wens om er hier een te zien. Maar ze komen zo zelden naar Nederland dat het eigenlijk een ijdele hoop is. Ik heb het nog opgezocht en las dat tot nu toe en zover dat het bekend is, slechts zeventig meldingen van scharrelaars in Nederland zijn gedaan.

Wij hebben jaren geleden het geluk gehad om tijdens een safari in Kenia een vorkstaartscharrelaar te zien. Hij ziet er vrijwel hetzelfde uit als een Europese scharrelaar alleen had deze een hele lange staart, vandaar ook zijn naam. Een prachtige vogel die ook daar toch vrij schuw is. Hij is net zo schuw als een andere prachtvogel die bij ons voorkomt, de wielewaal.

Bij ons komen deze exotisch uitziende vogels voor in Oost en Zuid Europa en niet in Nederland. Maar ook daar lopen de aantallen sterk terug. De vogels zijn niet erg gediend van de aanwezigheid van mensen en leven een wat schuw en teruggetrokken bestaan. 

grauwe klauwier op zijn uitkijkpost
Het gedrag is te vergelijken met dat van de klauwieren. Ze zitten graag op een uitkijkpost zoals weidepalen, vrijstaande boompjes en struiken in een natuurlijk landschap zodat ze vanuit hun uitkijkpost een uitval kunnen doen naar grote insecten, amfibieĆ«n en slangen. Dat gedrag ken ik goed van de grauwe klauwieren hier in de omgeving. Die zie ik ook altijd op een uitkijkpost zitten en steeds een duikvlucht maken naar libellen, kevers en muisjes. 

Afgelopen woensdagmiddag werd de scharrelaar weer gezien en besloten we toch maar die kant uit te gaan want wie weet, vinden we de vogel wel. Echt zoeken waar hij ergens rondhing, hoefden we niet. Zo'n vijftig vogelaars "scharrelden" verspreid door een groot gebied vlakbij de Nieuwe Dordtse Biesbosch rond, allemaal op zoek naar de scharrelaar.

de Nieuwe Dordtse Biesbosch
De vogel gedroeg zich wel erg schuw en is echt een wild exemplaar. De scharrelaar zat niet op een van de vele weipaaltjes en ook niet in de kleine boompjes en struikjes die in het gebied stonden maar zat verscholen in een haag en hoge bomen. Af en toe vloog hij laag over de grond voorbij om vervolgens direct in dekking te gaan. Lastig om hem goed te bekijken, laat staan te fotograferen. Maar dat geeft niet, ik heb hem gezien en een wens is uitgekomen en ook de scharrelaar staat op mijn lijst van Nederlandse/Biesbosch vogels.

Wil je meer weten van deze scharrelaar die zijn naam eer aan doet, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/scharrelaar

dinsdag 24 mei 2022

Camouflage als verdediging.

volledig vertrouwend op zijn schutkleur
In een aantal gevallen hebben vogels een verenkleed wat qua kleur volledig in de achtergrond opgaat en zo zorgt voor een perfecte bescherming. Deze camouflage zorgt ervoor dat de vogels niet hoeven te vluchten en op die manier niet onnodig veel energie verspillen. En behalve het onnodig verspillen van energie heeft een goede schutkleur ook het voordeel dat je een mogelijke vijand niet naar je nest of jongen leidt. 

Bij veel (mannetjes)vogels is dat niet aan de orde, die hebben een uitbundig verenkleed en vallen al van ver op. Kijk maar eens naar een putter of groenling, En wat te denken van een zilverreiger of bergeend die al van een kilometer afstand te zien zijn. 
ik kon hem bijna aaien
De vogels die een perfecte schutkleur hebben, leven sowieso al een behoorlijk verborgen leven en dan vraag je je toch af, waarom dan toch dat perfecte camouflagepak? Waarschijnlijk heeft het bij deze vogels geen nut om op te vallen want door dat verborgen leven zien de vrouwtjes je toch bijna niet of nooit.

Neem nou een patrijs of een roerdomp. Allebei verborgen levende vogels die ook nog eens een superschutkleur hebben. Ik liep vorige maand langs een rietkraag langs een roerdomp die nog geen drie meter van mij vandaan stond en ik zag hem niet. Vorige week stopte ik in de polder omdat een patrijs de weg overstak en direct plat op de grond in  de maisakker ging liggen. Hij ging er volledig van uit dat ik hem niet zou zien en wachtte zijn tijd gewoon af. Uiteindelijk was hij toch zo nieuwsgierig dat hij snel even omkeek of ik er nog stond.
toch iets te nieuwsgierig

Maar een hele goede schutkleur kan ook een nadeel zijn want vrouwtjes verleiden met een saai grijsbruin verenpak is niet zo makkelijk en dan is een schutkleur weer een nadeel. Dat de meeste vrouwtjesvogels een schutkleur hebben, is logisch, die mogen tijdens het broeden niet opvallen want dat zou dan ten koste van de eieren of jongen kunnen gaan. De mannetjes spelen hierin meestal geen rol en mogen zich best wat opvallend kleden.

De mannetjes roerdompen, patrijzen maar ook uilen, die erg goed gecamoufleerd zijn, moeten het van andere kwaliteiten hebben. Neem nou die roerdomp eens. Die heeft een zang die vele honderden meters ver te horen is. Dat is zijn manier om op te vallen en dat lukt hem prima. Zo heeft een schutkleur zijn voor- en nadelen en is soms nodig of volledig overbodig.

vrijdag 20 mei 2022

Als het donker is.

Dorst by night
Eind mei en dan is het weer zover, de nachtzwaluw is terug. Gisterenavond hoorde ik de eerste van het seizoen weer volop ratelen. De vogel zat deze keer niet in het gebied waar ik ze al jaren achtereen hoor maar wel 500 meter verder. Deze plek lijkt mij minder geschikt omdat er nogal wat berken opschot staat. De bekende plekken in het bos worden alweer enkele jaren door Staatsbosbeheer kort gehouden om het juist voor deze vogel zo aantrekkelijk mogelijk te houden. En laat deze nachtzwaluw nu gewoon een plek die, in onze ogen, minder geschikt is te kiezen?

Zo onvoorspelbaar kunnen vogels dus zijn. Toch zie je meestal wel een positieve reactie van vogels als je het leefgebied aanpast naar de behoeften van vogels. Zet het waterpeil in weidegebieden maar eens een stuk hoger, weidevogels reageren direct en zullen zich direct in zo'n gebied vestigen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de Noordwaard waar een groot deel extensief wordt beheerd, er wordt geen mest uitgereden en er heerst een weldadige rust. Vrijwel direct steeg het aantal veldleeuweriken naar spectaculaire hoogten. Afgelopen jaar leverde dat in de De kroon en Zalm maar liefst 156 broedparen op.
Prachtige avond in Dorst

De nachtzwaluwen van Dorst hebben het niet makkelijk want het gebied leent zich er niet helemaal voor en dan blijft het aantal broedparen op een hand, maximaal twee handen te tellen. Slechts een klein stukje bos is geschikt. De nieuwe kapvlakte vlakbij de Weth. van Dijklaan is een nieuw geschikt gebied. Om ze te horen moet je nu rond half elf in het bos zijn en als je dan gelukt hebt laten ze zich horen. 

Het is mij nog niet gelukt om een boom te vinden waar ze overdag slapen. Wel weet ik in welk groepje bomen ze zitten en vanwaaruit ze 's-avonds hun foerageer rondjes vliegen. Het klappen van de vleugels, het ratelen en laag over de grond vliegen maak je dan van dichtbij mee. De witte vleugelvlekken vallen dan goed op en het valt mij altijd op dat het in het bos nooit echt donker wordt. Er is altijd nog volop te zien.

Wil je meer weten van deze "geitenmelker, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/nachtzwaluw

dinsdag 17 mei 2022

Boompiepers piepen volop.

boompieper op de zangpost
Vanaf de eerste helft van april zingen de boompiepers in Dorst. Dan zijn ze net teruggekeerd. Deze parachutisten zie en hoor ik vooral op de grote open vlakt waar zo her en der een berk of vliegden staat.

Die bomen worden dan vaak als zangpost of lanceerplaats gekozen. Vanaf de top van een van die bomen schieten ze al zingend de lucht in om vervolgens, als hangend aan een parachuutje, naar beneden te zweven. Meestal naar hetzelfde takje in de top van een van die bomen. 

De boompiepers zijn een maandje of zelfs meer later dan de boomleeuweriken die in hetzelfde gebied zingen. 
koppel boompiepers
Deze jodelaars zijn, als de boompiepers arriveren, alweer stil en hebben hun eerste nestje al gebouwd en vermoedelijk broeden ze dan ook al. De boompiepers moeten dan nog beginnen en zo heeft elke vogel zijn eigen kalender. De populatie boompiepers in Dorst, en dan heb ik het over een stuk of vijf, zes koppels boompiepers, is al jaren stabiel. Ondanks alle balts en broedactiviteit groeit de populatie hier niet. Of dat een probleem is? Ik denk het niet, het zou namelijk zomaar kunnen dat de jonge boompiepers uit Dorst elders een geschikt broedgebied vinden. Het gaat in ieder geval niet heel erg slecht met deze soort.
veldleeuwerik
Deze twee "boom" vogels hebben ieder ook een "weide" tegenhanger, namelijk de veldleeuwerik en graspieper. Bij deze twee ligt de broedperiode en baltsperiode iets anders dan bij de "boom" varianten. Een deel van de veldleeuweriken en graspiepers overwintert hier en zijn hier het hele jaar te vinden. Die kunnen dus sowieso eerder dan de boompieper beginnen met broeden. 

De veldleeuwerik heeft het een stuk lastiger, om niet te zeggen dat de soort in een soort vrije val is geraakt. De soort neemt heel snel af en als er niet nel iets gebeurt, is het gedaan net als de kuifleeuwerik die is inmiddels uitgestorven. Ik weet nog dat ruim vijftig jaar gelden de straat vol zat met kuifleeuweriken. Makkelijk 20 tot 30 vogels zaten midden op de weg in de paardenpoep te peuteren. Ik hoop werkelijk dat het niet te laat is voor de veldleeuwerik, boomleeuwerik, boompieper en graspieper. Deze vier vogels maken met hun uitbundige zang de wandelingen in zowel het bos als in het polderlandschap zoveel leuker.

Wil je meer weten van de boompieper, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boompieper

vrijdag 13 mei 2022

Kampioen lange afstand vliegen.

Noordse stern
Tussen de vele tientallen visdieven zit soms een hele mooie maar vooral bijzondere stern. De visdieven en noordse sternen lijken sprekend op elkaar en het vraagt een geoefend oog om de verschillen te zien. 

De twee soorten zitten bij ons vaak samen in een broedkolonie, alleen de aantallen visdieven zijn vele malen groter dan die paar noordse sternen in de kolonie.

De noordse stern heeft maar een paar hele kleine verschillen in zijn lichaamsbouw ten opzichte van een visdief. Kortere hals, kleinere kop, kleinere snavel en kortere pootjes. Dat zijn nu niet de opvallende zaken die in het veld direct opvallen. 

visdief met zwarte snavelpunt
Ik moet eerlijk zeggen dat ik alleen naar de snavels kijk en als er dan een tussenzit met een rode snavel zonder zwarte punt, dan is het voor mij wel duidelijk dat het om een noordse stern gaat. Maar ook daarmee moet je voorzichtig zijn. Ik meld zo'n vogel op waarneming.nl dan ook alleen met een duidelijke foto. Een specialist beoordeelt de waarneming en keurt de waarneming goed of fout.

Voor deze vogel maak je een diepe buiging als je weet welke afstanden deze vogel in een jaar aflegt. Alleen al in de trek vliegt de vogel heen en weer tussen de twee poolgebieden, oftewel 20.000 km heen en 20.000 km terug. Dan daarbij opgeteld het aantal kilometers in de tussenliggende periode kom je bijna op 100.000 km per jaar. 
broedpaar noordse sternen


Er zijn maar weinig vertegenwoordigers (tegenwoordig accountmanagers genoemd) die voor hun werk in een jaar zoveel kilometers rijden.

De noordse sternen die hier broeden, zijn eigenlijk de luieriken van de soort, want Nederland is het meest zuidelijke deel van Noord Europa waar ze broeden. De meesten vliegen om te broeden door naar het Noordpoolgebied. In de winter brengen ze hun tijd in het Zuidpoolgebied door. Pffff..... het idee alleen al dat je elk jaar zulke enorme reizen moet maken. Diepe buiging!

Wil je meer weten van deze lange afstand kampioen, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/noordse-stern

dinsdag 10 mei 2022

Kwik-me-dit, kwik-me-dit klonk het.

uitgesproken kwartel biotoop
heel vroeg in de ochtend
Kwartels stellen hoge eisen aan hun leef- en broedgebied. Tenminste dat is tegenwoordig de situatie want in het huidige agrarische of zelfs minder intensief beheerde cultuurlandschap vind je ze niet meer. Het is sowieso een super verborgen levende vogel die je vrijwel nooit te zien krijgt dus als het cultuurlandschap niet intensief beheert wordt, is het zoeken naar een speld in een hooiberg. Daar komt dan ook nog eens bij dat ze maar heel kort hier zijn en ook maar een paar weken echt fanatiek roepen.

Vandaag hoorde ik de eerste van dit seizoen kwik-me-dit, kwik-me-dit roepen op een plek die ik niet direct verwachtte. Slechts een geschikt perceel tussen vele intensief bewerkte percelen had deze kwartel juist uitgekozen. Hij riep uit volle borst en liet duidelijk horen dat hij blij was om weer terug te zijn. Tenminste zo vond ik het klinken. 

De kwartels komen zo laat terug omdat ze onderweg al een legsel hebben uitgebroed. Halverwege hun lange tocht uit Afrika kiezen ze al een eerste broedgebied uit en blijven daar dan een tijdje hangen alvorens ze naar Nederland komen voor hun tweede legsel van dit voorjaar. 

Ik ben benieuwd of dat in dit perceel gaat gebeuren. In de drie andere gebieden waar ik ze elk jaar regelmatig hoor is dat vrijwel zeker het geval. Daar roepen meerdere mannen en past de biotoop ook veel beter bij de vogel. Er wordt gezegd dat kwartels ook in akkers broeden maar daar twijfel ik toch wel aan. Ik heb ze nog nooit in akkerpercelen gehoord en ik denk dat de akkerpercelen niet meer dezelfde zijn als de akkerpercelen van vroeger. 

En waarom voor een akkerperceel met amper insecten kiezen als je met wat heen en weer gefladder wel ergens in de omgeving een lekker kruidenrijk veldje kunt vinden met insecten zonder rond racende boeren.

WIl je meer weten van de kwik-me-dit, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kwartel

vrijdag 6 mei 2022

Weer eens wat anders.

Afgelopen week werd in Tholen een grote grijze snip ontdekt. Half Nederland springt dan in de auto om dit zeldzame beestje te zien, te fotograferen, af te strepen op de soortenlijst en vooral ook om hem lastig te vallen. Want honderden "vogelaars" verdringen zich dan rond zo'n zeldzaamheid.

De grote grijze snip is in de eerste plaats niet grijs en ten tweede niet gewend aan mensen. Dat laatste zorgt er dan weer voor dat hij zich niets aantrekt van de grote groep vogelaars en fotografen. Voor mij zijn die twee laatste totaal verschillende groepen vogelliefhebbers. Fotografen missen vaak dat stukje respect voor de natuur want het "perfecte plaatje" gaat voor alles. 99% van die fotografen zijn goedbedoelde amateurs, zeg maar prutsers want de mooiste plaatjes zijn allang gemaakt door ene Frans Lanting ofzo.

Deze grote grijze snip komt oorspronkelijk uit Noord West Alaska en SiberiĆ« en is van de twee snippen die daar leven de meest reislustige. Ze komen wel vaker naar Europa maar heel zelden naar Nederland. In totaal zijn nu 49 goed gedocumenteerde waarnemingen geregistreerd.. Dus deze dwaalgast heeft weer veel mensen blij gemaakt. 

De vogel heeft een verenkleed wat mij nog het meest deed denken aan een grutto en kemphaan. Verder is het echt wel een snip en ook het foerageergedrag is typisch van een snip. 
het enorme weidse landschap van Alaska
Ik denk dat deze snip in Noord West Alaska ook niet zo makkelijk te zien is, ook al is het daar een algemene soort. Daarbij is het land zo enorm uitgestrekt dat het sowieso moeilijk is om er een te vinden. Ik weet nog dat wij in het Noord Westen van Alaska wel vogels zagen maar de afstanden waren vaak te groot om de soort op zekerheid te determineren. Aan de kust ging dat eigenlijk nog het beste, daar bleven de vogels wat meer in de buurt. Zeekoeten, alken, zeearenden, ijsduikers, parelduikers, verschillende papegaaiduikers en meeuwensoorten zagen van dichtbij.

Deze snip zal, als hij voldoende opgevet is, weer snel vertrekken want ook deze vogel wil wel aan het broedseizoen beginnen. In ieder geval een leuke ontmoeting als je die irritante fotografen even wegdenkt.

Wil je meer weten van deze grote grijze snip, klik dan op de link;

dinsdag 3 mei 2022

Huismussen vliegen uit.

Huismussen worden bij de jaarlijkse tuinvogel telling al jaren het meest geteld. Bij ons in de wijk was dat heel lang zeker niet het geval, daar zaten maar op een paar plekken wat mussen. Maar naarmate onze wijk ouder wordt en meer grote bomen, struiken en hagen groeien, neemt het aantal mussen langzaam toe. Of de stand van de huismus nu ook beter wordt betwijfel ik. Het is denk ik eerder een verplaatsing van of uitbreiding van het mogelijke broedgebied. 

Hoe dat precies zit weet ik niet maar ik beleef wel veel plezier aan de grote groep huismussen die hier rond het plein bij ons rondscharrelt. Ze hebben zelfs nestgelegenheid bij de buren gevonden en die weten dat volgens mij niet en ik ga ze ook niet wijzer maken.
knappe jongeling
De huismussen nestelen onder de dakpannen aan de zijkant van het dak. Sinds vorig jaar voer ik het hele jaar door vogelzaad en daar doen ze zich elke dag weer aan tegoed. Een silootje per dag gaat er wel door en alles wat gemorst wordt, ruimen de houtduiven, tortels, merels en andere passanten wel op. Er groeit zelfs geen onkruid onder de silo, tot het allerlaatste zaadje wordt alles netjes opgeruimd.

Afgelopen week zag ik niet alleen hongerige mussen zaadjes pikken maar ook de eerste jonge, net uitgevlogen musjes, die achter moeders aanhipten voor een hapje eten. Dat bracht mij op de vraag wanneer die mussen dan ongeveer begonnen zijn met de broedperiode?
2 schooiertjes bij moeder mus


Als ik dat terugreken, dan zitten de jonge mussen vanaf 20 april bij ons in de tuin. Daar gaat een periode aan vooraf van ongeveer 17 dagen dat de jongen in het nest zitten en gevoerd worden. Dan hebben we het over 3 april. De broedperiode duurt een dag of 12 en dan hebben we het over een startdatum op 22 maart. De mussen leggen 4 tot 6 eieren en ze leggen ongeveer 1 ei in 24 uur. De eileg kan soms ook wel wat langer duren en wordt wel eens een dag overgeslagen en als ik daar vanuit ga dan is het eerste ei om en nabij de 15e maart gelegd. 

Best vroeg vind ik. Ik was in de veronderstelling dat mussen pas vanaf half april aan de broedperiode begonnen maar dat is dus een maand eerder. Deze, voor mij wat vroege eerste leg, zorgt er wel voor dat ze nog heel veel tijd over hebben voor een tweede leg en als dat weer 4 tot 6 jongen oplevert die ook succesvol worden grootgebracht dan moet dat wel tot de groei van "onze" pleinkolonie leiden. Ik blijf ze voeren en op de voet volgen want hoe lang duurt het totdat het tweede nestje uitvliegt?

Wil je meer weten van mijn favoriete tuinsoort, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/huismus

vrijdag 29 april 2022

Was het wel een zwarte stern?

zwarte stern in Ameide
Ondanks de Noordenwind die alweer dagen en dagen waait, gaat de vogeltrek gewoon door. De broeddrang hou je niet tegen. Wat ik wel merk is dat door die vervelende Noorden wind de vogels wel wat vertraging oplopen. Zo is het aantal gierzwaluwen wat ons land aandoet of passeert nog erg klein, terwijl hier vorig jaar op 27 april al volop gierzwaluwen rondvlogen. We moeten nog even wachten op de bulk.

Vandaag zag ik wel bij het Zuidergat van de Visschen een groepje van zes visdieven en drie zwarte sternen. Met name die zwarte sternen zijn echte doortrekkers want hier in de buurt is nergens een geschikte broedlocatie te vinden. Waarschijnlijk vliegen ze naar het Noorden want de dichtstbijzijnde broedplaats is de Zouwe Boezem bij Ameide. Daar zie ik ze elk jaar op de vlotjes broeden.

witvleugelstern in de Muggenwaard
Ik heb achteraf gezien wel enige twijfel of het zwarte sternen of witvleugelsternen waren. Ze waren vergeleken bij de visdieven erg klein en wat bijzonder goed te zien was, was de spierwitte stuit van de stern. De zwarte stern heeft een grijze stuit terwijl de witvleugelstern een spierwitte stuit heeft. De twijfel sloeg thuis pas toe en nadat ik de boeken er op na had geslagen wist ik het bijna zeker. 

Het moeten wel witvleugelsternen geweest zijn, ten eerste waren ze echt fors kleiner dan de visdief en dat klopt ook en ten tweede gaf de witte stuit in plaats van een grijze stuit eigenlijk wel de doorslag. Daarbij is de witvleugelstern ook nog eens kleiner dan de zwarte stern en ook dat klopte met wat ik heb gezien. Het is jammer dat ik te ver weg stond anders had een foto uitkomst geboden. 

De komende dagen of misschien zelfs weken, gaan we heel veel van dit soort mooie doortrekkers zien. Dat wordt dus opletten geblazen. Ik kijk vooral uit naar de gierzwaluwen en de bijvoorbeeld ook de temminck strandlopers, Die zie ik ook altijd begin mei en zo zijn er nog veel meer mooie zomergasten en doortrekkers te bedenken en daar laat ik mij de komende weken door verrassen.

Wil je meer weten van de zwarte stern, klik dan op de link;
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/zwarte-stern

dinsdag 26 april 2022

Weidevogelbescherming.

dinsdag 19 april
Deze week komen in de Gecombineerde Willemspolder hoogstwaarschijnlijk de eerste kievitjes uit het ei. Het eerste vliegvlugge kievitje in Nederland van dit jaar vliegt waarschijnlijk alweer een paar weken rond maar dat is niet hier in de Willemspolder, hier zijn ze wat later. Wekelijks vinden we nog nieuwe nesten met drie tot vier eieren. 

De kieviten hebben dit jaar de juiste velden uitgekozen want daar wordt maar weinig op gewerkt. Voor het eerst zijn verschillende velden met zomertarwe ingezaaid en dat heeft mogelijk te maken met de oorlog in OekraĆÆne. Daar komt voorlopig geen tarwe vandaan en moeten we hier de graanaanvoer voor een deel met onze eigen boeren opvangen. En die ruiken geld. De produktie zal lang niet voldoende zijn en de kwaliteit ook niet maar alles beter dan niets. In de Willemspolder kenden we wel velden met wintertarwe maar die tarwe is alleen geschikt als veevoer.

"work in progress", nog 1 ei erbij en klaar.
Maar goed, onze kieviten profiteren hiervan want het graan was al gezaaid voordat de kieviten aan de leg begonnen. De boeren hoeven aan deze gewassen maar weinig te doen en zullen hooguit een keer tegen insecten spuiten. "Maar" een keer spuiten klinkt alsof het niet veel is maar ook een keer spuiten is eigenlijk teveel want insecten hebben het in in deze vijandige agrarische wereld niet makkelijk. 

Op de andere belangrijke velden waar behoorlijk wat nesten liggen zijn erwten ingezaaid en ook daar hoeft niet zoveel te gebeuren. Met wat geluk glippen de kieviten mooi tussen de bewerkingsronden door en hebben we dit jaar wat meer vliegvlugge kieviten dan anders. Dat mag ook wel want het aantal nesten neemt in rap tempo af.

Naast de kieviten die we in de Willemspolder beschermen, leven in deze polder gele kwikstaarten en ik vermoed dat die dit jaar met meer broedkoppels aanwezig zijn. Dat zou helemaal mooi zijn want deze prachtige weidevogel krijgt helaas geen hulp van de weidevogelbescherming. Het zoeken en beschermen van deze nestjes is te lastig, ze doen dat zo stiekem dat het vinden van een nestje vrijwel onmogelijk is.

Dat geldt trouwens ook voor de nesten van veldleeuweriken, graspiepers en wulpen in deze polder. Je zou wat meer voor deze vogels willen doen maar dat is niet haalbaar. Deze vogels zijn zo handig in het verstoppen van hun nesten met eieren dat er naar zoeken veel teveel tijd zou kosten. En dan heb je nog eens het risico op verstoring. Nee, dat wil je ook niet dus hoop je altijd maar dat het vanzelf goedkomt.

vrijdag 22 april 2022

Amerikaanse dwaalgast.

amerikaanse wintertaling
Al jaren wordt met regelmaat in de Noordwaard een amerikaanse wintertaling gemeld. Ik heb de vogel inmiddels drie keer gezien, de eerste keer in 2017 in de polder Maltha. Afgelopen week was het weer zover, er zat nu een mannetje in Hania's polder en die is behoorlijk standvastig want hij wordt daar alweer twee weken gezien.

Deze wintertaling verschilt nauwelijks van een gewone wintertaling en er zijn maar twee kleine verschillen waar te nemen wat hem dan amerikaans maakt. ten eerste de lichte streep op de kop en ten tweede de witte streep op de flank. De "gewone" wintertaling heeft op de vleugelrand een horizontale witte streep en de amerikaan heeft een een vertikale witte streep. Goed te zien op de foto hiernaast.

wintertaling, zoek de verschillen!
Deze taling is in Noord Amerika net zo algemeen als zijn Europese tegenhanger hier. Ze zoeken in ieder geval elkaars familieleden op, dus op de een of andere manier herkennen die talingen elkaar. 

Deze Amerikaan zit ook in een groepje Europese wintertalingen net als die ene uit 2017. Die was trouwens een stuk moeilijker te vinden want die zat in een groep van 1200 wintertalingen. Een mooie vogel maar ik zou er niet zomaar een grote afstand voor af willen leggen. Als ze in de buurt zitten wil ik dat nog wel doen.

Ik vraag mij af hoe zo'n vogel zo uit de richting kan raken, temeer omdat het echte familie beesten zijn die in grote groepen trekken. De wintertalingen zijn inmiddels bijna allemaal weg en naar het Noorden vertrokken. 

Dat deze amerikaanse wintertaling niet is weggetrokken is ook een teken aan de wand. Zijn kompas of GPS is vrijwel zeker defect geraakt maar dat hoeft geen ramp te zijn, als hij hier voldoende voedsel vindt, is er niets aan de hand.

In Hooge Zwaluwe zit nu ook een Siberische taling maar dat is vast een ontsnapte voliĆØre vogel. Ook een mooie vogel maar geen "echte" voor mij. Hij valt voor mij in de categorie halsbandparkieten etc.  

Wil je meer weten over deze echte dwaalgast, klik dan op de link;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Amerikaanse_wintertaling